Posts tonen met het label Gedicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedicht. Alle posts tonen

donderdag 28 januari 2021

Nooit gaat het helemaal weg - Martin Carrette

"In memoriam Martin Carrette (13/02/1951 – 28/01/2016), Stadsdichter Deinze". 



Gedichtendag vandaag! En uitgerekend op Gedichtendag 2016, exact vijf jaar geleden, overleed de aimabele (en onderschatte) dichter die Martin Carrette (1951 - 2016) bij leven altijd is geweest.

Op initiatief van de huidige stadsdichter van Deinze, Steven Van De Putte plaatsen en posten heel wat vrienden en collega's van Martin Carrette vanmorgen bij wijze van hommage een gedicht van hem op Facebook of op andere plaatsen. “Nooit gaat het helemaal weg” is een gedicht uit "Dubbel Spel" de postuum verschenen bundel van Martin Carrette . 

Martin Carrette bij 'De Schaal van Digther'

vrijdag 21 juni 2019

Leerdicht over het aanbieden van excuses – Alain Delmotte

1.

Bied bij het opstaan je bed je spijtbetuigingen aan. Omdat het ook dit keer je slechte slaap een onderdak had te geven, je lichaamsgewicht aan nare en onbillijke dromen had te dragen.

Dank het omdat het je met die dromen toeliet om veilig op een matras te landen.

Beloof het voor vanavond liefde, overwegend, nauwelijks doorwegende liefde.


2.

Excuseer bij het ontbijt, voor je eerste hap, het brood: dat je het zomaar en brutaal doorslikken moet, het is de haast nietwaar.

Wees niet nalatig: vergeet de kruimels niet. Wees genadig: geef ze een kans tot een tweede leven. Schud het tafellaken uit het raam uit.

Briesjes en vogels zullen die kruimels graag zien komen.

Daar zijn ze al.


3.

Verschoon op het werk je loyale aanwezigheid.

Praat je ijver en werklust aan je collega’s goed – hoe zuur ze er ook bij staan te kijken.

Vraag hen om gratie en leg je neer bij hun koffiepauzes, hun roddels en hun mêlee.


4.

Zie door de vingers dat het op het middaguur regent.

Bij een toevallige opklaring vergoelijk je tegenover een zonnestraal dat je haar ongevraagd in je hoofd durft binnenhalen.


5.

Verdedig de chaos op het einde van je werkdag en doe naarstig aan overuren. Je trein zal je toch niet meer halen. Niemand die je mist.

Tenzij je eenzaamheid en die hou je altijd op zak.


6.

’s Avonds vraag je aan de avond je misschattingen te vergeven.

Dat je je weer van dag hebt vergist.

Dat het vandaag op geen enkel moment ‘nu’ was maar tiksgewijs straks-straks, straks-straks.


7.

Maar niet getreurd, avond, heel de tijd dat je duurt, mag je avond blijven.

Dat het voor altijd avond mag blijven en dat je je nergens nog voor iets hoeft te rechtvaardigen.

Wees volop het donker dat gestaag aan het worden is en dat zich als wijn doet smaken.


8.

Verontschuldig je verlangen om het gemis, de vervullingen die het steeds weer, onomkeerbaar moet ontberen.

Wijn moet het goedmaken en wijn vult zelf je glas voor de hoeveelste keer bij.


9.

Het is laat. Zwenk naar bed, zonder je bed in de ogen te durven kijken, met berouw om wat je het vanmorgen beloofde, het deed geloven.



© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




woensdag 19 juni 2019

Leerdicht over de kern van de catastrofe - Alain Delmotte

Leerdicht over de kern van de catastrofe

1.

De catastrofe neemt haar tijd, ze neemt je langzaam in beslag met tijd. Van je geboorte tot je dood, de catastrofe heeft alle tijd.

Daag je haar uit, je bekoopt het met een nog grotere catastrofe. Laat haar liever betijen, laat haar haar beloop, bemoei je er niet mee.

Wees blind: zo laat de catastrofe haar niet zien.

Overleg kan haar gestolen worden. Redevoering noch pamflet kan haar verjagen. Ze vond haar onderkomen in het woord. Ze belemmert je het vrije woord: het gegeven woord is de kern van elke catastrofe.


2.

Je kunt haar alles toevertrouwen: op een venijnige manier houdt ze het geheim. Ze is jouw geheim. Ze zwijgt en wat ze zwijgt is jouw reuma van de dag.

Al denk je daar anders over: je bent haar stoutmoedigste atout. Je hulpeloosheid is haar sterkte: voor jou wordt ze daarmee onoverkomelijk. Haar kiespijn doet je kniezen.


3.

Haar einddoel is de inertie. Waarvan je vermoedt dat ze tot lang na je dood blijft duren. Haar einddoel is jouw inertie.

4.

Vraag je kinderen, je kleinkinderen naar de kern van de catastrofe: rampzalig want zonder aarzelen wijzen ze jou aan – het is hun zekerheid.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




zondag 15 oktober 2017

Phil Bloom - Achilles M. Surinx

In gindse dagen konden nog wonderen
geschieden, wonderen bij avondlicht.
Je kon huizen binnendringen en een schokgolfje
door een stukje wereld jagen. Buiten de
lijntjes lopen heeft altijd gevolgen, zei Wistik.

Een schijn van heiligheid verbaasde God en
kleine Jan. Burgemeester en notaris schrokken op.
Jij had de krant dichtgevouwen doorgegeven
aan een hand. Je troonde in een rieten
stoel en liet toen zomaar zien wie je was.

Een simpel buisbeeld maakte geschiedenis.
Je naaktheid werd heel even wereldnieuws.
Je zei later dat je meer dan een bloot meisje
was, maar dat ook bewijzen lukte je niet zo.
Of het hoefde? Je schoonheid droeg geen leugens.

Wie had je ingefluisterd dat je mocht
tonen hoe mensen stellig blijven haperen
aan een sprekend beeld? Daarin een
teken van vrijheid zien, een korte hunker
naar een dolle droom die echt bestaat.



© Achilles M. Surinx

(uit: Wat het voorstelt. Gedichten 1989-2017)

* °Berkel en Rodenrijs, 27 november 1945. Nederlandse kunstenares.
in 1967 (9 oktober) was zij de eerste Nederlandse die naakt op tv kwam.

Op 9/10/2017 was het net 50 jaar geleden dat Phil Bloom zich op het kleine scherm in al haar naaktheid liet bewonderen. Het was een primeur. In zijn bundel 'Wie nooit begint' (2012) nam Achilles M. Surinx een tekst op die aan dit gebeuren refereert.


donderdag 25 augustus 2016

Ik haal mijn moeder uit de was - Jana Arns






































Ik haal mijn moeder uit de was.
Ze lijkt gekrompen maar ik zeg er niets van,
we zien elkaar al zo weinig.

Met haar tong kort ze mijn meerderjarigheid in.
Haar woorden strijken applicaties
op de sleetplekken van mijn broek.

Dat ik voorzichtiger moet zijn
nu ik niet meer buiten speel
en dat het huis, ja, vooral dat het huis.

Ze heeft soep mee (het potje moet ze terug)
en spijs voor het spaarvarken van mijn kind.
Ook dat mag meer gespekt.

Ze gaat niet zitten, ruimt een lege tafel af.
Er kleeft een verleden aan het laken.
Haar handen zijn als washandjes

en ik hou mijn armen omhoog
alsof ik schuld beken
aan krimpende moeders.


© Gedicht én foto: Jana Arns


Uit de debuutbundel 'Status: het is ingewikkeld' die wordt uitgegeven
door Uitgeverij P en die op zaterdag 24 september 2016
wordt voorgesteld in het Poëziecentrum Gent.


woensdag 24 augustus 2016

Carissimi - Jana Arns







































Hij zit in elke kamer alleen,
de man met vele huizen.
Zijn leven op een andere plek
dan eerder aangenomen.

Zij tilt hem uit zijn pasvorm,
keert hem binnenstebuiten in teveel kledij,
brengt wat aandacht mee en een antwoord
op vragen die hij niet stelt.

De file in zijn hoofd wordt omgeleid via haar benen.
Ze wegen samen wat te licht wordt bevonden.
De nacht wordt moe van mensen zoals zij.
In dromen zouden ze elkaar kunnen vinden,
maar daarvoor slapen ze te slecht.



© Gedicht én foto: Jana Arns


Uit de debuutbundel 'Status: het is ingewikkeld' die wordt uitgegeven
door Uitgeverij P en die op zaterdag 24 september 2016
wordt voorgesteld in het Poëziecentrum Gent.


dinsdag 23 augustus 2016

Fase 2 - Jana Arns






































In deze straat met doodlopende huizen,
scheurt een man herinneringen van zijn kalender.
Hij doet dit meermaals per dag,

meermaals per dag.
Hij ligt als een bladwijzer tussen zijn verhalen,
maar kan de leesbril nergens vinden.

Ook zijn woonst wordt zwaarder met de jaren.
Hij heeft kinderen bijgebouwd.
Die maken veel oppervlakte.

Ze hoesten dokers op. Naaien zijn hiaten dicht.
Houden hun witte jassen altijd aan.
Het tocht in het verleden.

Vaak staat een antiekmarkt op de planning.
Hij hoeft er het huis niet voor uit.
De hometrainer verplaatst hem.


© Gedicht én foto: Jana Arns


Uit de debuutbundel 'Status: het is ingewikkeld' die wordt uitgegeven
door Uitgeverij P en die op zaterdag 24 september 2016
wordt voorgesteld in het Poëziecentrum Gent.


woensdag 3 augustus 2016

Het portret van een hilarische Hollandse schrijver - Hendrik Carette


Het liefst begeleidt hij een lied uit een liedboek,
een psalm, een Bachcantate
in een protestants bedehuis
op een Lohmanorgel met twee klavieren.

Hij is geen gek en geen vrek, hij is hilarisch:
wanneer hij weer eens erg verliefd is fietst hij
van Warmond naar Leiden
of van zijn moestuin naar het zwembad.

Hij eet zijn middagboterham als een Hollandse
man: een eenvoudige boterham met oude kaas.
En hij gaat vroeg slapen want staat ‘s morgens
al vroeg op, nog voor het hazengrauwen.

Hij kent de ortolaan, de regenwulp,
de vogelspin, de rat en de rattenkoning,
het leven van Bach, de oude vertrouwde Bijbel
en de verhalen van zijn vriend, die andere Maarten.


© Hendrik Carette


donderdag 28 augustus 2014

Bos - Kris De Lameillieure



We zochten wilde kastanjes :
in het voorjaar geurden de bloemen nog
in dikke trossen. We wandelden de lanen
door en terug. Langs de vesten lagen jongens
bij de meiden. De oogst zou overvloedig zijn.

We hadden afgesproken
dat we in de herfst zouden komen. Na de eerste storm
raapten we bolsters. Jij opende mij, vond het bloed
aan je vingers niet erg. Uit de nappen dronken we
rode wijn van druiven uit het zuiden.

En we luisterden naar de nachtuil
en zongen Cohen. Het vroor licht, onze gewrichten
kraakten zacht toen we bogen naar elkaar. Het vroor
zacht, we waren licht van zinnen, braken naalden
van de sparren, bouwden legers van lege takken.
Het was koud, het vroor.
Het licht was ijl en koud.


© Kris De Lameillieure


woensdag 27 augustus 2014

Zonder titel (Zoutpilaar) - Kris De Lameillieure


Als we terugkeren, nemen ze ons gevangen. We waren
gewaarschuwd : het zou moeilijk zijn. Misschien vertrokken we
zelfs beter niet. En drink vooral geen koffie voor je de zee
in gaat : je zal ongelofelijk de ziel uit je lijf kotsen.

We haalden de schouders niet op. Ook hierin volgden ze
wat geschreven stond. We hébben de vissen gevoerd,
met jonge rimpels naar elkaar gekeken tot ze samenvloeiden.
En hier staan we, nogal uitgemergeld, het brakke land.

Vang ons niet : we gaan, verder. We kleven pleisters
op plaatsen waar eelt niet groeit, weigeren pertinent
de toegestoken puimsteen. Waar het gras groener is,
leven genoeg sprinkhanen. En hooi, hopen vol.


© Kris De Lameillieure


dinsdag 19 augustus 2014

De gevangene van de nacht - Hendrik Carette



Ik ben de gevangene van de nacht
want als gevangene van de nacht
droom ik in het holst van de nacht
te midden van alle dingen
in het windstille oog
van een nachtelijke storm.

Gelukkig beleef ik de dagen overdag
heel nonchalant en onbevangen
als een onschuldige onverlaat
omdat de Opperbouwmeester van het heelal
of de God van Baruch Spinoza
de nacht goed heeft gescheiden van de dag.


© Hendrik Carette


woensdag 13 augustus 2014

Heet van de mens/4 – Ingrid Strobbe




In het park


hoe hij neerviel
in het park
zijn wandelstok werd daar gestolen
hij kon daar geen getuige zijn
met ogen die gesloten
nog wel de boten zagen varen
in het water van zijn laatste slaap


© Ingrid Strobbe


dinsdag 12 augustus 2014

Heet van de mens/3 – Ingrid Strobbe




de armen hangen als slappe koorden
naast de lange lichamen
het lijken broers

de oudste vlucht al jaren in verhalen
terug naar de Heide, daar koos de jongste voor

op een bank haalt men adem
ze ruilen een jas, een brooddoos
met vlekken en peperkoek

de man van jaren mijdt wat wazig is
wordt angstig van de takken
die hij telt, verder van zich weg duwt

de Heide, daar moet zijn borstkas
open om warm te lopen
om de avond die nog komt
te kunnen dragen, de jagers achter
luiken zijn beelden die hij van het scherm schraapt


© Ingrid Strobbe


zondag 10 augustus 2014

Heet van de mens/2 – Ingrid Strobbe



Er zijn zo van die mensen


ze maken kussens van tijdloos zijde
om in weg te zakken
ze verhuren zelfs een visboot

ze nemen de tijd om met de ander
te wandelen, ze zoeken forelvissers

in een advertentie kan veel gezet
niet vrij zijn/ in een ander willen schuiven
naakt tussen jonge bomen

ze houden het kort, zoals kappers
doen met haar en hem dan laten
wachten, met Nespresso uit

het hart van een boon, de koffieboer
zingt zacht zijn lied voor het land



© Ingrid Strobbe



zaterdag 9 augustus 2014

Heet van de mens/1 – Ingrid Strobbe



ze kan liggen als een laken
ze kan zich krommen als een rug
ze zal zich laten wassen, op een dag

ze kan het blazen absorberen als de sax
ze kan aders zichtbaar leggen
ze kan zich rekken als op tenen

ze kan zich vormen als een dame
als een klauw
als grijper naar een beertje
als een dienster

als een dienster kan ze onkruid trekken
ze kan een sfeerbeeld vouwen tot een vogel



© Ingrid Strobbe


vrijdag 8 augustus 2014

Heet van de mens - Vier gedichten van Ingrid Strobbe

De komende dagen publiceert Digther onder de titel "Heet van de mens" vier nieuwe gedichten van Ingrid Strobbe.

Ingrid Strobbe (°1962) publiceerde eerder al in de papieren versie van Digther en gedichten van haar verschenen op verschillende literaire internet-sites en fora. Van de Contrabas, over de Nieuwe wilden revisted, via de één-twee-gedichten van een twee powezie tot Azertyfactor waarop diverse gedichten van haar zijn na te lezen. En uiteraard laat Ingrid Strobbe - zoals iedereen van ons - ook af en toe iets creatiefs los op haar vaste Facebook-plek.

Ze werkt ondertussen aan iets wat vroeg of laat wel niet anders kan dan uitmonden in een volledige (debuut-)bundel.

donderdag 24 juli 2014

Een boottocht in Tübingen - Hendrik Carette


Opgedragen aan Jaak Fontier, de Hölderlin-vertaler


Op een ondiepe zijarm van de Neckar
ligt zij languit te zonnen en te soezen
op een schommelende gondelboot.

Een jongeman, misschien een theologiestudent
(haar jonge maar ernstige minnaar)
staat rechtop op de voorplecht
en roeit en gondelt langzaam voor haar
hoewel hij een student moet zijn aan het Stift.

Zij slaapt als een blonde Griekse godin
of doet alsof zij slaapt. De zon verdwaast
mij, maar ik zie haar niet als een waternimf
eerder als een superieure Diotima.

Ik zoek een passend vers en vind:
Sorglos schlummert die Brust und es ruhn
die strenge Gedanken.


En weer waan ik mij dicht bij zijn Umnachtung
onderaan die ronde gele toren
op dat drabbige water van de groenige Neckar.


© Hendrik Carette

donderdag 17 juli 2014

Vrede - Toon Vanlaere


Overtref me, zei het geluk.

In het huis hing de oorsprong van warmte.

Altijd was er vrede, ieder op zijn manier.

Wie naar binnen keek, zag twee mensen kraaknet.

Zij was een vrouw met een kransslagader.

Hij was goedgebouwd, open.

Alles gaven ze, ze keerden zelfs terug naar de overgave.

Zo berokkenden ze elkaar de liefde.

Zing voor me, vroeg de man.

Ze roomde de dampende melk af en antwoordde,

zag hoe langwerpig de tafel was, elke kant bekrast.



© Toon Vanlaere