Posts tonen met het label Poëziecentrum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poëziecentrum. Alle posts tonen

dinsdag 18 maart 2025

Dialoog met de omgeving en de geschiedenis

Andreas Van Rompaey over Mulhacén van Jonas Bruyneel


In de verantwoording tot zijn eerste dichtbundel Broedland (2022) omschrijft Jonas Bruyneel zijn gedichten als ‘papiergeworden reiskoffers’.

Ook in Mulhacén (2024) neemt hij de lezer mee op reis naar Spanje, meer bepaald naar het Andalusië van de befaamde schrijver Federico Garía Lorca. Er komt een imaginaire dialoog met Lorca tot stand die de creatieve werkwijze van Bruyneel weerspiegelt. Zowel in zijn verhalen als in zijn gedichten probeert hij vaak om figuren uit andere omgevingen en tijden tot leven te wekken door niet alleen een beroep te doen op feiten, maar ook op inleving en projectie. Het specifieke krijgt bij hem steeds iets universeels doordat bepaalde emoties, dilemma’s en conflicten grotendeels onveranderd gebleven zijn.

Om zich nog meer met zijn subject te vereenzelvigen, hanteert hij ditmaal het eveneens door Lorca gebruikte, van oorsprong volkse coplavers. Met deze Spaanse dichtvorm bestaande uit vier achtlettergrepige regels weet hij een bedwelmende, ietwat melancholische sfeer op te roepen. Dat hij zich zo verwant met Lorca voelt, hoeft niet te verwonderen: beiden zijn ze enigszins ijdele multitalenten die wereldkennis opdeden door te reizen en die een voorliefde koesteren voor het orale (inclusief muziek en theater) en dus niet toevallig voor het sociale.

De ‘dialoog’ leidt tot diepzinnige vragen over o.a. het leven, de liefde en het schrijverschap en eindigt met een vurig betoog over de noodzaak van poëzie: ‘Alweer zijn er dichters nodig / die treffend tegenwicht bieden. / De poëzie, zegt [Lorca] stellig, / dat is een precisiewapen. / […] Precisiewapen, herhaalt hij. / Poëzie zoekt het DNA. / Dat soort strijdbare scherpschutters / hebben we nu meer dan nodig.’

 © Andreas Van Rompaey

Mulhacén, Poëziecentrum, Gent, 2024, 133 blz., ISBN 9789056550813.

Mulhacén bij het Poëziecentrum

Jonas Bruyneel en Andreas Van Rompaey staan komende vrijdag 21/3/2025 ook op het programma in Deerlijk waar men in een intieme avond in UZIEN wereldpoëziedag viert! Eveneens op het programma: Peter Holvoet-Hansen en José Vandenbroucke. Met voor de muziek de 'Caravan Juke Joint Band'.

Meer info via dit Digther-bericht.

zaterdag 2 november 2024

Gestalten van vloeibaarheid

Over 'Gezwommen worden' - het poëziedebuut van Anke Senden

Recensie: Daniël Franck



Anke Senden presenteert zich als een jong multitalent in het spectrum van kunst en woord. ‘Gezwommen worden’ is haar eerste volwaardige poëziebundel. Het is een sterke titel die een lezer meteen zal prikkelen en aanspreken. De titel van de bundel kan gelezen worden als een vorm van overgave en keert de rollen van actieve en passieve participant om. De mens als maat der dingen, vergeet het maar. Neem in plaats eens het perspectief in van een rivier, een meeuw, de wind, stoelen, de zee en haar getijden, en spreek dan. Inleving lijkt wel het magische woord voor deze bundel. En deze dichter trekt je op geloofwaardige wijze het discours in.

De bundel is opgedeeld in zeven vaak korte cycli of reeksen van vier tot maximaal negen gedichten die ook echt een onderlinge connectie laten zien. De gedichten zijn uiterst actief en flexibel. We ervaren allerlei vormen van vloeibaarheid (met voorop zwemmen, zee en strand) die de dichter vatten en die als een rode draad doorheen de bundel lopen. Dat vloeien wordt een vervloeien, van kind naar volwassenheid, van volwassenheid naar dood. Ergens in het midden daarvan speelt deze bundel zich af.

Met enige regelmaat lees je programmatische verzen:

             ik heb nog voor meeuw gestudeerd

    toen ik dacht de standvastigheid

            te kunnen volhouden als een rots

            die dient om de zee te breken

Rigide standvastigheid moet worden losgelaten en de oplossing om de hele mallemolen te doorstaan is alleen te vinden in allerlei vormen van vloeibaarheid. Lees het vooral als soepelheid, aanpassingsvermogen. Datzelfde gedicht gaat als volgt verder:

het water brak geen enkele meeuw,

behalve mij

Daar sta je dan. Je kunt nog zo je best doen om mee te gaan met de elementen, uiteindelijk beland je toch weer bij jezelf.

Wat een lezer al snel zal opvallen zijn de vele prikkelende vragen die meteen de fantasie aan het werk zetten. In eerste instantie wat vrijblijvend tracht je toch al snel een antwoord te formuleren en zo ontstaat ook een vorm van communicatie. Een aantal vragen eruit gelicht zullen dit verduidelijken: “waar ga je heen / als je nergens kunt blijven”; “toen de oostenwind het noorden opzocht, bleef er dan / nog iets over dat bewoog”; “zal jij gaan, of // ga ik, wie van ons kent het best de woorden / die je niet zegt”; “hoelang zal het duren voor wij // mogen vergeten”; “kan een kompas twee // naalden hebben, of wordt het dan een klok”; “kunnen de golven trage schelpen zijn”; “kan een zee in zichzelf verdrinken” enzoverder. Daar kan een lezer wel even bij verder mijmeren.

Tussendoor kan die lezer zich ook laven aan een vleugje humor: “de dag dat ik vlieger werd, stond er / natuurlijk geen wind”.

De gedichten zijn hoofdzakelijk rijmloos en worden getypeerd door een vrije vorm. Het poëtische zit vooral in wat de dichter zegt, hoe zij het formuleert en in de beelden die ze hanteert. Het zijn allemaal titelloze gedichten, zonder hoofdletters of punten, zodat we ze lezen als één vloeiende zin. En wanneer ze gebruik maakt van komma’s is het met enige vrijheid. Op het einde van een versregel volgt vaak een verspringing. Omdat er niet altijd met betekenisversterking wordt gespeeld, kun je niet echt over een enjambement spreken. Vaker is het eer een kwestie van suggestieve openlating of openheid. Zo creëert ze in het afbreken van de versregels een spanningselement. Voeg daar nog aan toe dat woorden soms gewoon worden ingeslikt. Deze vorm van verdichting staat evenwel nooit een volle betekenis in de weg. Door sporadisch een woord te schrappen lijkt het alsof de dichter nog iets wil uitspreken, maar dat door de volgende golf weggespoeld ziet worden. Alleszins gebruikt zij geen woord te veel. Het is onmogelijk in deze bundel iets te schrappen.

Een ander boeiend aspect van deze bundel is dat Anke Senden er niet voor terugschrikt grammatica en syntaxis naar haar heel eigen hand te zetten. Ze gooit soms de woorden als jongleerballen de lucht in en vangt ze alle weer op, mogelijk in een andere volgorde, maar even logisch. Het doet ons taalbegrip schuiven. Even makkelijk schrijft ze vloeiende volzinnen neer die net genoeg uit de haak zijn om de lezer scherp te houden. Zo heeft ze haar eigen ritmiek gevonden en het is hierin dat deze poëzie gedijt, in de zoekende, tastende voortgang, woord na woord, beeld na beeld, in knappe taal- en zinsconstructies ook, verschuivende en over elkaar heen schuivende zinnen. En nog zoiets, het laatste woord in deze bundel is “begon”. Dat wijst ook op aandacht voor compositie.

Let op, het is niet alleen spel. De gedichten in deze bundel getuigen van een scherpe observatie. Anke Senden denkt haar thema’s goed door, rekt ze uit en houdt die met kleine toevoegingen aantrekkelijk en behapbaar. Zij hanteert niet het grote gebaar, maar het intieme, nog versterkt door de eerder beperkte omvang van de gedichten.

 

            het werd avond en de nacht stak op

           

            zachtjes begon hij mij in te graven,

            legde een helder duister over wie

            ik nog was, werd het wrange deken

            dat meer rust beloofde dan de mooiste

            hemel vermag

 

            hij bracht niet de slaap, maar het verstikken

            kuste mijn hals, mijn ogen, mijn mond,

            stroomde binnen en rond

 

            slechts in de verste verte hoorde ik

            die kleine westenwind, die niet kon slapen

            omdat hij mij niet meer vond

 

Fraai is de volgende opening van de cyclus ‘discussies tussen eb en vloed’:

            dat hij gelijk had, dat hij geen gelijk had

            dat hij zijn gelijk had, dat niet het hare

            dat hij haar gelijk niet hoorde, dat hij niet

 

            moest denken, want dacht hij eigenlijk ooit

            (…)

De getijden van de zee vinden hier een knappe analogie in een twistgesprek.

Waar je als lezer misschien nog het meest aan verslaafd geraakt, zijn de beelden, heldere beelden in een taal die zich soepel als water plooit rond het onderwerp. Essentieel voor een dichter is immers het observatievermogen en vervolgens het vermogen om die visueel ondergane stimuli om te zetten in woord, zodat de lezer een fysieke en geestelijke wereld wordt binnengeloodst. Anke Senden toont zich hierin uiterst bedreven. Enkele voorbeelden:

-        die man // hij vaart op en neer, hij kent geen overkant, is op weg / in de rivier, als een wijzer die over het water glijdt, / heen en weer, iemand die met toekomst roeit / en in verleden aanmeert

-        de dame die we daarnet zagen, op de dijk // ze leek een zandkasteel dat op drift / was geraakt

-        longen die bemiddelen tussen aders / en buitenwereld

-        we keken naar de zeelucht, hoe hij werd gestreeld / door kleurrijks dat erin vloog, een zomer die joelde / ouders werden ondergegraven, maar nog niet / voorgoed

 

Prachtig is ook hoe de teloorgang van de kust wordt geschetst aan de hand van bureaustoelen. Dat is spitsvondig, geestig, speels, maar tegelijk ook doordacht en raak:

 

vier bureaustoelen namen een strand

in, belegden een vergadering van ongeziene

constructiviteit, het klonk alsof er

een begrafenis werd gepland, door wie daar

zijn beroep van had gemaakt, elk

 

schoof de dode alvast in zijn perk, de eerste

keek naar de toekomstige luxeflats, het jacht

van de tweede voer reeds voorbij, voor de derde

bestonden de duinen al niet meer uit zand,

 

de vierde keek naar hoe de anderen dachten

slimmer te zijn – uitermate productief, zo’n

samen-zijn, tot nut van eenieder en

het algemeen, waar zag een strandstoel

als ik dan een probleem

Al blijft het uitkijken, want niet alles is even eenduidig en in een vloeibare wereld kun je al eens bedrogen uitkomen:

de rots die daar staat, is eigenlijk

van water, het verbergt zich goed in

wat grijs en vast blijft

Dat geeft toch een andere vingerwijzing, met name dat er weinig houvast bestaat, dat de essentie der dingen en dus ook van het leven uit vloeibaarheid bestaat, uit het aanpassen en veranderen. Het tegendeel wordt niet als positief ervaren. Zo eindigt het gedicht dat hier begon als volgt:

ik zie dat jij dat nog altijd bent, land

dat om iemand heen ligt

Zelfs wie evenveel water als aarde is raakt in deze bundel op drift. Zie ook hoe de rede wordt gewantrouwd:

daar had een man al iets onomstotelijk

vastgesteld, terwijl je hier het mooiste

vindt door iets kwijt te raken, ik ga straks

 

zijn verstand wel halen, het laten waaien

als een hoed

Ook eerder in de bundel kwamen we momenten tegen van niet altijd tot vrolijkheid stemmende introspectie:

(…) het verdriet, we weten alleen

dat je erdoor kunt waden

In de laatste reeks ‘gezwommen worden’ verandert de toon en worden we vooral diepe melancholie en afscheid gewaar. Liefde wordt hier verbonden met de zee. Wanneer we net bij herhaling hebben gelezen dat vloeibaarheid het dominante aspect van het leven is, zie je dus ook de grote thema’s van het leven zomaar door je handen glippen. Het plaatst bijvoorbeeld de eerdere gedichten over eb en vloed in een ander licht. Daardoor sluit je als lezer ook met vragen af. Heb ik wel goed gelezen? Heb ik me niet te veel door het speelse laten misleiden. Je leest zelfs enige wanhoop:

            zagen wij de liefde, of vloog zij door ons

 

            wij werden de zee, werden haar haast,

            haar honger, hoe ze met schelpdieren aan dat

            strand krabt, alles meesleurt, niet het minst

            zichzelf, werden dat eindeloze water

 

Terugkijkend blijkt die aanvang toch ook niet zo vrolijk te zijn verlopen:

dan toch samen gestorven, zij / in de dood, en jij in het leven / zonder haar

Zelden het gemis dat een overledene nalaat zo sterk weten verwoorden. En misschien is al dat speelse dat we onderweg hebben ontmoet slechts een vlucht.

(…) weg uit dat / denken en bedenken, dat kastelen afbreekt

Zo openbaart zich een bundel die in de eerste laag speels en vrolijk is, maar in de tweede laag toch wel vrij donker. Of ook: een bundel die zich graag laat herlezen.

Dit is een uitstekende bundel waarin doordacht werd geschrapt en die er nu in elk detail staat. Daarom nog een gedicht met perspectiefwisseling om mee te geven op uw volgende uitstap naar een kust.

 

we zaten op de strandcabines die er niet

meer stonden, op de vrije tijd die opgeborgen, ingepakt

 

en mee naar huis, een bijna naakte man staat daar

in een handdoek en wat kinderdromen, als hij één

 

moet laten vallen, wat zou hij dan kiezen – als je niets

kunt meenemen, wat laat je dan achter, zou je het vergetene

 

vragen aan de zee, zou het helpen je ouders nooit gekend

te hebben, blijft dan het gemis vormeloos, of wordt het

 

erger, dit wachten op een schip zonder te weten

hoe een schip eruitziet

 

Anke SendenGezwommen worden

Poëziecentrum, 2024, 64 p. ISBN 9789056554118


 

zaterdag 19 februari 2022

Aanzegging - Herlinda Vekemans

 Aanzegging


De dieren hadden altijd al veel ontzag voor de mens
de kaarsrechte primaat met de grote herseninhoud
tot de tanden toegerust met opinies, ideologieën, religies, rechtspraak,
noem maar op

Zelfs toen bleek dat mensen steeds groter wordende stukken land
met complexe gedachtegangen in verdragen, contracten en aktes verhakselden
bleven ze mild in het oordeel over hun grote broer
Pas toen ze in kweekbakken, kwekerijen, kweekstallen,
noem maar op
al meteen van bij de geboorte van daglicht en land beroofd werden
om na korte tijd zonder beschuldiging, zonder rechtsgang en zonder uitzondering
ter dood gebracht te worden
toen de ravage van boomzagen, maaiers, grijparmen, bulldozers, noem maar op
voor sprinkhanen, gordeldieren, orang-oetans onontkomelijk werd
daagden de dieren elkaar uit om de dingen bij naam te noemen
noem maar op


© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht
 


 


vrijdag 18 februari 2022

Zeem - Herlinda Vekemans

Zeem
                           

De dieren hoorden hoe mensen van eer en stand
beleidsmakers en gezagsdragers paaiden
en maagdenhoning om hun monden smeerden

Op een dag hield een koning hun woorden voor bekeken
legde zijn raadslieden met opgeheven hand het zwijgen op
vatte post op het strand en liet het getij de woorden aandragen

De zee kwam eerst geduldig poolshoogte nemen
maar maakte allengs met beukende golven
korte metten met de kapsones van importante slippendragers
en overspoelde hun loze woorden
gestaag met luider wordend gebulder



© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht





donderdag 17 februari 2022

Foraminiferen - Herlinda Vekemans

Foraminiferen  

                            Foraminifera

 
Lobjes, krinkjes en glinsjes
tupjes, impjes en insjes
ragjes, limpjes en nilsjes
zigjes, vifjes, lirtjes en alle andere rifrafjes
Amuse-gueules voor baleinen en visvolle scholen
Kletsnatte klankspatjes in de voering van de zee

Foraminiferen
Ze sedimenteren en fossiliseren
Met hun solide kalkhuisjes
stempelen ze gesteenten
leggen verzonken oceaanfundamenten
en verbergen eerdere landplaten

Zelf verdwenen
dragen ze geheel moeiteloos
hele aardlagen en planetaire tijdschalen 


© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht




woensdag 16 februari 2022

Appelblauwzeegroen van Herlinda Vekemans-de voorstelling

We zijn het elke dag weer gewoon om de wereld met mensenogen te bekijken. In 'Appelblauwzeegroen' wordt de lezer tot een ruimere blik uitgenodigd, met oog voor de in elkaar overvloeiende kleuren van onze aarde en alles wat er leeft.

Herlinda Vekemans en Poëziecentrum hebben het genoegen om iedereen uit te nodigen op de feestelijke voorstelling van de nieuwe dichtbundel 'Appelblauwzeegroen'. De voorstelling gaat door op zaterdag 5 maart 2022 in de Leuvense Bib Tweebronnen in Leuven (grote zaal tweede verdieping). Iedereen is hartelijk  welkom zonder vooraf in te schrijven!

Het programma ziet er als volgt uit:
 
Inleiding en interview van Herlinda Vekemans door dichter en literair
vertaler Bart Vonck. Later in maart keren de twee dichters de rollen om en stelt Herlinda de nieuwe bundel van Bart voor.
Muzikale omlijsting door Serdar Demirbas (saz en zang) en Ann De Lentacker (clavicymbalum en zang)
Boekenverkoop en receptie.

Digther-redacteur Herlinda Vekemans (1961) geeft Engels voor medische en biomedische doeleinden aan de KU Leuven. Ze publiceerde eerder vier bundels bij PoëzieCentrum. Ze debuteerde in 2005 met 'versneden'. Daarna volgden 'Buiging' (D.D. Sjostakovitsj) (2006), 'Schrikdraad' (2011) en 'Kwartet voor het einde van de tijd' (O. Messiaen) (2015).

De komende dagen heeft 'De Schaal van Digther' het genoegen om bij wijze van voorpublicatie drie kraakverse gedichten uit de bundel te publiceren.
Morgen donderdag 17/2/2022 is dat 'Foraminiferen'. Vrijdag en zaterdag volgen nog 'Zeem' en 'Aanzegging'.

Meer info: 

Poëziecentrum-bericht
Voorstelling 5 maart 2022-Bib Leuven
Uit in Vlaanderen-bericht
Thuissite Herlinda Vekemans

Bestellen via de webshop van het Poëziecentrum
 
 





 

 



 

 



 

 







vrijdag 29 november 2019

Synchroonliefde IV - Peter Mangel Schots

Het bed een ziekte breed
waarin ze aanspoelt bij zijn eroderend lijf
dat koers houdt in het midden

Af en toe schudt ze de lakens tot golven
een zijsponde als wrakhout in haar rug

Een arm als roerpen in de vering
met de andere strijkt ze over het spuigat
onder zijn sleutelbeen

Hem niet loslaten nu
niet de laatste heldere woorden klanken adem
missen

Hem voorbij de klip voeren van nog een nacht
nog een ochtend

Hem niet loslaten nu niet
loslaten


© Peter Mangel Schots


Uit 'Synchroonliefde', de nieuwe bundel van Peter Mangel Schots
die op zaterdag 7/12/2019 in Leuven wordt voorgesteld.

donderdag 28 november 2019

Reizen - Peter Mangel Schots

Je stapt naar de andere kant
je hebt in gedachten je koffers gepakt

met ochtendlucht, de geur
van appelmoes, het kraken van de trap

Je weet van reizen dit: het is
niet elders zijn maar anders zien

polderwolken situeren diep in Amerika
zwemmen in Oostzeeën als een zelfverzonnen personage

Reizen is ergens anders thuiskomen
verbeelding neemt de plaats in van beleving

zoals je telkens wordt verrast door het gezicht
van een geliefde die op geen foto wil bestaan


© Peter Mangel Schots


Uit 'Synchroonliefde', de nieuwe bundel van Peter Mangel Schots
die op zaterdag 7/12/2019 in Leuven wordt voorgesteld.


woensdag 27 november 2019

Schennis - Peter Mangel Schots

Je leeft in iets dat leeft
dat grommelt en snakt van spouwmuur tot koelkast

Je weet: je moet het overwinnen, het ongerepte
binnendringen, durven
aan de knoppen draaien, de tegels betasten

Liever zou je over de vloeren zweven
de klinken ontzien, de toestellen ontslaan
van hun elektrische bestaan

Van het nieuwe koester je de tijdelijkheid,
de peertjes in de fittingen – de zwakste lichten
de grootste kamers bij

Het plafond spreekt je vloeiend toe, je kent het
beter dan de muren, kijkt bewuster waar er minder is


© Peter Mangel Schots


Uit 'Synchroonliefde', de nieuwe bundel van Peter Mangel Schots die op zaterdag 7/12/2019 in Leuven wordt voorgesteld.


dinsdag 26 november 2019

Synchroonliefde van Peter Mangel Schots

"Er zijn hoekjes van ons af
waardoor we aan elkaar blijven haken
"














Op zaterdag 7 december 2019 wordt in "La Conserve" in Leuven 'Synchroonliefde', de nieuwe bundel van Peter Mangel Schots voorgesteld. Drie jaar na zijn debuut ‘We zijn er nog allemaal’ brengt de Leuvense dichter nieuwe gedichten samen die het in deze tijd onder meer hebben over ‘het laatste dat overeind blijft: de liefde’.
Synchroonliefde is een uitgave van het Poëziecentrum.

De komende dagen publiceert 'De Schaal van Digther' bij wijze van voorpublicatie drie gedichten uit de nieuwe bundel.
- Schennis (woe 27/11/2019)
- Reizen (do 28/11/2019)
- Synchroonliefde IV (vr 29/11/2019)


Het programma van de voorstelling op 7/12/2019:
Stijn Devillé leidt in
Charlotte Van den Broeck en Peter Mangel Schots lezen een selectie van de gedichten voor.
Muzikanten Cyrille Obermüller en Karel Cuelenaere zorgen voor jazzy intermezzi
Toegang gratis. Wel graag uw komst melden op 30cc.be

Het laatste wat overeind blijft is de liefde. Over de dood heen linkt ze generaties aan elkaar: vaders, moeders, kinderen, minnaars. De ene dag struikelt ze door de beslommeringen van het leven, de andere schittert ze als zonlicht op het water. In zijn debuut toonde Peter Mangel Schots de kleine mens in het raderwerk van de geschiedenis. In deze tweede bundel verlegt hij de blik meer naar intimiteit onder verschillende omstandigheden: na een verhuis, op de werkvloer, tijdens reizen, aan een ziekbed of in het spel van geliefden. Een zachte vinger aan de pols van de tijd.

Extern:
Thuissite Peter Mangel Schots
Synchroonliefde bij het Poëziecentrum
Voorstelling 7/12/2019 in Leuven
Peter Mangel Schots eerder bij Digther



























vrijdag 16 november 2018

Poëzie Centraal-databank

Het Poëziecentrum start met "Poëzie Centraal", een centrale databank. Heel mooi initiatief! De lancering is voorzien voor de Poëzieweek van 2019.

Hierbij het bijgaand bericht:
"Ben je een dichter wil je in onze databank?
Tijdens de Poëzieweek 2019 lanceert Poëziecentrum een gloednieuw online platform: Poëzie-Centraal. Wat dat platform precies zal inhouden, lees je hier. Een belangrijk onderdeel van Poëzie-Centraal is de auteursdatabank. In die auteursdatabank bieden we een overzicht van het Vlaamse poëzielandschap. Later wordt het project ook uitgerold in Nederland, maar om praktische redenen richten we ons in de eerste fase op Vlaamse dichters. Om dit ambitieuze project te realiseren, organiseren we de grootste crowdsourcing-actie uit de Vlaamse poëziegeschiedenis. Ben jij zelf dichter en wil je graag deel uitmaken van onze databank? Stuur ons dan een mailtje en we bezorgen je de nodige informatie!"
Mailwisseling te sturen aan poezie-centraal@poeziecentrum.be

Site Poëzie Centraal
Bericht Poëziecentrum