Posts tonen met het label Albert Hagenaars. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Albert Hagenaars. Alle posts tonen

zondag 29 oktober 2023

Twee gedichten uit Samenval - Albert Hagenaars

Edith Bons: Kindervriend 1



Bidden, buigen
voor kinderen.

Schuld

verspreidt zich als onschuld
over de bloemenvelden.

.../...

Berdo’a, membungkuk
di depan anak-anak.

Dosa

tersebar seperti kebenaran
menutupi hamparan ladang bunga.


© Albert Hagenaars



Edith Bons - Kindervriend 2
 
Eén hand in wijwater,
eén op eigen borst.

Ritueel noch handeling behoedt,
geen rok is dik en lang genoeg.

Haar uitverkoren kruis sluit zich,
zwijgend als een straf.

.../...

Satu tangan dalam air suci, dan yang
satunya di atas dadana sendiri.

Tak satupun upacara dan tindakan melindungi,
tidak ada rok yang cukup tebal dan panjang,

Kemaluannya yang terpilih menutup,
bungkam seperti hukuman.
 

© Albert Hagenaars


Uit ‘Samenval / Gabungan’, een boek met afbeeldingen van veertig kunstwerken van Edith Bons (Merauke, West-Papua) en evenzoveel gedichten van Albert Hagenaars, inclusief een voorwoord van de ambassadeur van Indonesië, de heer Mayerfas, en een essay van auteur / kunstverzamelaar Barney Agerbeek.

Alle teksten zijn in twee talen: het Nederlands en Bahasa Indonesia. De vertalingen zijn van de hand van Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars.

  
 

 
 
 
 

donderdag 5 mei 2022

Stavkirke - Albert Hagenaars

Vikøyri, Noorwegen
 
Schonkige heuvel. Verzakte zerken. Uitzicht
op bergen, sneeuw nog in de oksels,
en de blauwe spiegel van de Sognefjord.
 
Op de toren van gestapelde daken kijken
nekstrekkende drakenkoppen zich weg,
vertes waar karven op voeren in.
 
Motieven in tot steen verstard hout-
snijwerk doen nog altijd wat ze moesten doen.
 
Kieren tussen beteerde planken laten toe
te ervaren hoe de wachtende ruimte
oplaadt aan ieder loeren en gissen.
 
Omgeven door verweerde staven gloeit
daar, tot altaar verlaagd, een hörgr op
dat gewijde messen en vlees weergaf
 
en nu schimmelende lucht, kimmen
en het bloedzwarte water in onze ogen
 
achter ons.
 

© Albert Hagenaars

 
Voorpublicatie uit 'Pelgrimsgrond', de nieuwe bundel van Albert Hagenaars die op 14 mei 2022 wordt voorgesteld in Gallery Lukisan, Moeregrebstraat 72, Bergen op Zoom.

Meer info over de voorstelling via dit websitebericht van Albert Hagenaars
en op dit bericht van Uitgeverij In de Knipscheer.



woensdag 4 mei 2022

El Transito - Albert Hagenaars

Toledo, Spanje
 
Toen Elijah ben Joseph na zoveel levens
weer jood mocht zijn, zonder vrees belijden,
 
zag hij de wereld niet langer slechts
in het schijnsel van de gunst van de Hoogste.
 
Aan de Taag, in geleende tijd, bestudeerde hij
dagelijks de waarheid van licht en water, bad
en bedacht ordening als was niets voorgevallen.
 
De stad opende zich opnieuw voor pelgrims;
een vrouw zonder geweten, zonder eer.
 
In beklemmende dromen met almaar
langere trappen daalde hij in El Transito af.
 
De gangen in de heuvel van smarten lagen
dan nog vol. Hij zag er zich aan de rivier.
 
Wat kostte een bekentenis in de jaren
van verwarring en inkeer? Wat bracht die op?
 
Zacht duwde hij haar vlees van zich af,
begaf zich in geklater van cijfers voor letters,
 
waarder dan god.

 
© Albert Hagenaars

 
Voorpublicatie uit 'Pelgrimsgrond', de nieuwe bundel van Albert Hagenaars die op 14 mei 2022 wordt voorgesteld in Gallery Lukisan, Moeregrebstraat 72, Bergen op Zoom.

Meer info over de voorstelling via dit websitebericht van Albert Hagenaars
en op dit bericht van Uitgeverij In de Knipscheer.



dinsdag 3 mei 2022

Zienderogen - Albert Hagenaars

Prasat Bayon, Cambodja
 
Nergens werd intenser gekeken,
zwijgender gezag uitgeoefend,
dan in deze tempel, die twee regimes bindt,
 
dat van de tien maanden voldragen man
en dat van Brahma, de dichter uit het gouden ei.
 
Op alle torens hetzelfde gezicht met glimlach
en starre blik, voor iedere windrichting één.
 
Deze ogen bevalen vanuit het hart van het rijk
tot ver voorbij de grens, enig vluchtbereik.
 
Waarom wij, blinden uit de nabije toekomst,
in dit samengebalde zien wilden verschijnen?
 
Vermeerderd maar doorgrond staren wij
terug, geloven steeds minder te weten
over de wet die zich nu hernieuwd doet gelden,
 
ons van onszelf vervreemdt in schaamte
 
om te lang vertrouwde schijn.


 
© Albert Hagenaars

 
Voorpublicatie uit 'Pelgrimsgrond', de nieuwe bundel van Albert Hagenaars die op 14 mei 2022 wordt voorgesteld in Gallery Lukisan, Moeregrebstraat 72, Bergen op Zoom.

Meer info over de voorstelling via dit websitebericht van Albert Hagenaars
en op dit bericht van Uitgeverij In de Knipscheer.



dinsdag 18 augustus 2020

De steiger - Albert Hagenaars

A.N.

Aan dat ondeelbare moment,
op dat plankier op het meer,
mocht geen verlangen vooraf gaan,

geen nabij verleden, geen wachtende vrouw
thuis met kleerscheuren.

Het tropisch zuigen van nacht en water,
het gonzen, het jagend roepen, alles viel weg

behalve ongeloof in gedeelde zucht.
We werden lippen, één woelend bijtende mond
die spijt verspleet.

Wat nog niet plaatsvond gebeurde
weer. Toeval, verondersteld en aanvaard,
bleek een razend kloppend lot.

Terug. Jaren verloren, tijd gewonnen.
Over molm en drab liep ik het licht

in en steeg. En keerde. En volbracht.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

maandag 17 augustus 2020

Op de vlucht - Albert Hagenaars

T.T.

Met bijna al de anderen
gered uit de Vietnamese zee,
alle reden nog meer te verzinnen

voor de man aan wie je op een dijk
eindelijk toegaf; weerstand
van handen op vingers op borsten,
tastend tussen oost en west en west.

De overval als enig houvast.

Ze namen alles
behalve het lege leven
dat op stinkende netten achterbleef.

Vergeefs geduld.

Zijn taal drong in jouw hogere
en lagere tonen toen je vruchteloos

probeerde. Hij liet
los. Geen groter verlies. Te laat

werden ze vol en hard. Te hard.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zondag 16 augustus 2020

De zijderoute - Albert Hagenaars

L.M.

Je ogen zogen zich blauw, zagen
onder deze zoveelste laatste man
de ondoorgrondelijke luchten
van Kazachstan, een adelaar,

drijvend op hoogst mogelijk bereik.

Je vouwde de kaart open,
streek scheuren glad, verruilde steppen
voor polders, liefdes voor liefde.

Hij bleef hetzelfde antwoord schuldig.

Zijde ontrolde over een pad van gruis.
Stoppels staken in de huid, stof stoof op.

Verblind voelde hij alleen je monden
op mijn mond, borst en buik vernappen

in de kale kamer met dat ene bonte kleed,
meegebracht in een karavaan

van meisjesdromen.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 15 augustus 2020

Twee maanden - Albert Hagenaars

D.G.


Ervaring genoeg, zij wel,
wat volstond voor onvergetelijk
vergeten handelingen in een autowrak.

Zij plots vermist, hij ondervraagd
als een kind als dader.

Even nog leefden ze samen door.

Acht weken, weggezogen
in een verre stad, woekerden
tientallen jaren voort in het hoofd

van de man die steeds scherper moest
toezien hoe het door rubber handen

achteloos, beetje bij beetje,

op aluminium werd gedeponeerd,
in plastic gewikkeld, met soortgelijk afval

afgevoerd en verbrand.

 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zondag 28 mei 2017

Albert Hagenaars over Warhoofds Gekkenwerk

Alain Delmotte heeft niettegenstaande zijn humor, variërend van lichte spot tot absurdisme, niet bepaald een vrolijke bundel samengesteld. De wereld om ons heen is dan ook niet bepaald een Cocagne. Net als andere kunstdisciplines is het de poëzie evenwel gegeven om met een dergelijk uitgangspunt een domein te creëren waarin de lezer of luisteraar de positieve sensatie van het ontdekken kan ondergaan, tal van Aha-erlebnissen omzetten, in zichzelf een Keaton of Rosset of, met evenveel geldigheid, een Delmotte ontwaren.

Albert Hagenaars in zijn "Verborgen Hoek" (die altijd veel meer dan een omweg waard is) over 'Warhoofds Gekkenwerk' de recente bundel van Digther-redacteur Alain Delmotte.
De bundel werd eind februari voorgesteld in Harelbeke en eerder verschenen intussen al recensies van Dirk De Geest, Hans Puper en Erick Kila op de sites van MappaLibri, MeanderMagazine en De boekhouding.

Extern:
Een ode aan het poëtisch vernuft-Albert Hagenaars over Warhoofds Gekkenwerk
Thuissite Albert Hagenaars

zaterdag 6 mei 2017

Psalm 22,11 - Albert Hagenaars

Op u ben ik geworpen van de baarmoeder af

Psalm 22,11


Mijn moeder sloeg de vroedvrouw
weg en kreunde als een jonge ram
met zijwaarts getrokken kop.

Dan braken de vliezen. Haar beurse liezen
persten de vrucht van hoop door lippen
en klittend haar tot in het rode licht.

Ruw waren de hennep doeken, hard
en koud de handen die ons los
sneden, mij langdurig droog wreven

en aan haar lange speen legden. Ik beet
me vast in dit zwellend vlees, zoog
meer liefde dan zij kon geven en leerde

dat ik in Uw naam een andere dorst
moest lessen; aller vrees bezweren,
aller verlangen naar verlossing bezegelen.


Albert Hagenaars



Noot:
Vorig jaar nodigde pastor/dichter Rob van Uden, zijn vriend Albert Hagenaars uit om samen met hem, maar gescheiden van tafel en pc, een variatie op ‘Psalm 22’ te maken. Het vers mocht Hagenaars zelf kiezen. De Schaal van Digther publiceert de dichterlijke consequentie van twee verzen: Vers 9 met een gedicht van Rob van Uden en Vers 11 met een uitweiding van Albert Hagenaars.

vrijdag 5 mei 2017

Psalm 22 - Rob van Uden - Albert Hagenaars

Vorig jaar nodigde pastor/dichter Rob van Uden, zijn vriend Albert Hagenaars uit om samen met hem, maar gescheiden van tafel en pc, een variatie op ‘Psalm 22’ te maken. Het vers mocht Hagenaars zelf kiezen. De Schaal van Digther publiceert vandaag en morgen de dichterlijke consequentie van twee verzen: Vers 9 met een gedicht van Rob van Uden en Vers 11 met een uitweiding van Albert Hagenaars.

Laat de ene zorgen – Rob van Uden
Op u ben ik geworpen van de baarmoeder af – Albert Hagenaars


Rob van Uden
Albert Hagenaars
© Foto:
Vera Seppion

zaterdag 9 april 2016

Kasteel Sorghvliedt, Hoboken - Albert Hagenaars

In memoriam Frans Mink

Een lichter licht dwarrelt op perken en beelden.
Nooit sneeuwde het aan de tuinzaal zo innig
als tijdens dit concert, net na het nieuws.

In het revalidatiecentrum in je geboortestad
vond je de streng terug waarmee je je vast-
besloten de adem ontnam en je vrienden hoop.

Zwaar aangestreken snaren verbinden ons
met de baar waarop je nu als onderpand
gewaar wordt hoe kristallen op je glinsteren,

hoe noten al loslaten, de zang verstomt,
stappen langzaam naderen vanuit het marmeren
trappenhuis, een tochtvlaag naar binnen slaat.

In wrange celloklanken hoor ik je weer lachen
zoals we ooit, een glas in de hand, samen lachten,
om gaten in de taal, grappen in jouw verzen,

om geloof in een of ander hiernamaals.


© Albert Hagenaars

maandag 14 maart 2016

Kruisheuvel - de video bij het gedicht van Albert Hagenaars

Eind januari 2015 publiceerde 'de Schaal van Digther' het gedicht Kruisheuvel van Albert Hagenaars. Een reis door Polen en de Baltische staten bracht de dichter ook naar een bijzondere plaats in Litouwen, Kryžių Kalnas. De dichter werd erg door de plaats ontroerd en schreef er het gedicht Kruisheuvel over. Intussen heeft Bongers Productions voor een you-tube-video gezorgd die we hier graag 's voor iedereen 'embedden'...



You tube-link
Nieuwslink website Albert Hagenaars


zondag 24 januari 2016

De uitbreiding van de werkelijkheid


Albert Hagenaars over 'Een wak in de werkelijkheid', de recentste bundel van Maarten van den Elzen

Onlangs smaakte ik het genoegen om ter gelegenheid van een poëziebijeenkomst over Gerrit Achterberg samen met o.a. uitgever en dichter Maarten van den Elzen in het theater van Leusden 
Maarten van den Elzen
op te treden. Ik kondigde hem aan als 'de grootste dichter van het Nederlands taalgebied'. Toen de hoofdpersoon zich diep naar de microfoon boog, had het publiek onmiddellijk door dat ik zijn ruim twee meter lange gestalte op het oog had.
Maar hoe groot of goed is hij als we het over zijn lyrische kwaliteiten hebben? Enkele wapenfeiten als opwarmertje: Van den Elzen was maar liefst vijf jaar stadsdichter van Uden; hij publiceerde elf bundels; bladen als Yang, De Houten Gong, Maatstaf en Millennium namen werk van hem op; het Academisch Genootschap van Eindhoven kende hem in 1992 de lokale Kunstprijs toe; Willem Groenewegen vond zijn poëzie interessant genoeg om 25 verzen in het Engels om te zetten; en componist Andries Clement zette 10 gedichten op muziek, op cd opgenomen door Kamerkoor Musica Vocalis o.l.v. dirigent Jeroen Felix en herhaaldelijk uitgevoerd.

Van den Elzens laatste publicatie heet ‘Een Wak in de Werkelijkheid’. Om zo'n titel wil je niet heen. Dat vond ook inleider Charles Vergeer, filosoof van beroep, die de dichter al eerder promotionele hand- en spandiensten verleende. Hij wijst op de combinatie van enerzijds “het sterke en zinnelijke karakter” en anderzijds het transcendente streven dat er in tot uitdrukking wordt gebracht. Hij haalde er zelfs, op zich boeiend wat mij betreft, Nietzsche, Sartre en Aristoteles bij. Maar is het terecht? Als je ziet hoe vaak Van den Elzen het in deze slechts 26 verzen heeft over allerhande penetraties en overgangen wel. Ik noteer o.a.:


-          "kwam de bliksem genadeloos binnen / achter in mijn nek"
-          "verzonk ik in een bodemloze slaap / licht en geluid vielen uit"
-          “zoals zo vaak is de werkelijkheid anders / hier graven honderden mensen”
-          “De gangen die de vertrekken verbinden / zijn onzichtbaar”
-           “Uit mijn vingertoppen / bloeien witte seringen”
-          "de weg van het water ontsluit"
-          "dwars door een doordringende geur van leer"
-          "met open ogen stap ik / de laatste uren van de dag binnen"
-          "een mol graaft gangen in de vormen van dikke tuinslangen"
-          "elke dag plonst / als een druppel water in een volle emmer"


Ook zonder hun context zie je al dat de doorgangen niet zozeer naar hogere of lagere maar naar parallelle werkelijkheden voeren. En dat past ook bij deze soort poëzie die eerder aards van karakter is dan metafysisch gericht. Los van titel en aanhalingen valt bij het lezen immers onmiddellijk op dat het wezen van de verzen in eerste instantie stoelt op een scherpe waarneming en een grote mate van verwondering om wat er zoal is te zien. Pas in het verlengde hiervan komen dan de overgangen aan bod. De dichter is zich daar van bewust, getuige de zevende regel in het openingsgedicht:


DOOR EEN WAK IN HET VENSTERGLAS

voor de zoveelste keer een wak gewreven
in een oceaan van condens op het beslagen
vensterglas van een bus van het streekvervoer

en de zoveelste schitterende zonsondergang
die zich dankbaar door het wak naar binnen
wrong en drong, mij bijna verblindde, mijn gezicht
inkleurde met verwondering in roze, rood en oranje


Van den Elzen is niet alleen uit op het registreren van de dagelijkse werkelijkheid, hij wil er een aanvulling op geven, vandaar de weelderige omvang van veel gedichten. Het is hem niet genoeg om een bus te noemen, nee, het is een bus van het streekvervoer, wat de sfeer overigens wel ten goede komt, en het volstaat niet om ‘wrong’ te gebruiken maar ook nog ‘drong’, wat naast een klankovereenkomst ook een tautologie oplevert. De onmiskenbaar authentieke begeestering van de dichter levert regelmatig overbodigheid op. We weten al dat er condens is, ter omvang van een oceaan zelfs, maar hij vindt het toch van belang nog eens uit te leggen dat het vensterglas ‘beslagen’ is. Hij vervolgt:


door de opening zie ik hoe op akkers en weilanden
de naderende winter pogingen onderneemt een
schaduw te leggen over het kaal geoogste land

boeren die verkleumd op hun tractoren de avond
binnenrijden met lege thermoskannen die zacht
rammelen en lichamen op weg naar warmte

nog eenmaal, zo kort voor de kortste dag, wordt alles
in een gouden gloed gezet, een verzengend vuur van
goudstof dwarrelt en zweeft bij een afwezige wind.


Een voorbeeld van de uitbreiding van de vastgestelde beelden vormen natuurlijk die rammelende lege thermoskannen, waarmee Van den Elzen de geloofwaardigheid verhoogt want hij ziet zulke kannen misschien wel maar kan ze zeker niet horen. Hier noteer je ook hoe zintuiglijk hij inderdaad dicht; de visuele prikkels gaan als vanzelfsprekend over in auditieve. Pas op het laatst krijg je dan, in een verwoording die ook de tegenstelling van kou en warmte in dit vers afrondt, de apotheose: een verzengend vuur van goudstof! Deze overgang van de beschrijving van een busrit door een kaal en koud landschap naar een alles overheersende gloed krijgt juist dankzij het tuurgat in het beslagen raam de best mogelijke vorm. Van alle momenten van transitie geeft dit gedicht het meest gestalte aan het oproepen van een bovenaardse realiteit. Van den Elzen legt die ook meteen voorgoed vast; maakt er door de afwezige wind als het ware een foto van.
Je zou haast over die merkwaardige inlassing van “en lichamen op weg naar warmte” heen lezen. Als Van den Elzen de boeren de avond laat binnenrijden met kannen en lichamen verdubbelt hij dus zowel subject als object, ontdoet hij de bestuurders van hun kenmerken, én vergelijkt ze met kannen. Dat heeft-ie knap gedaan, het samen laten vallen van koude lijven en lege en rammelende kannen, allebei op zoek naar vulling, warmte, gloed. De verhouding tussen kan en boer kun je tevens zien als een geslaagde metafoor van gedicht en lezer, een oproep ook aan de laatste om met eenzelfde bezieling te lezen als de dichter schrijft.

Naast het oog en het oor komt de neus op nogal wat plekken aan bod: ‘Geur van lederen bekleding vermengt zich met / die van eau de cologne en sinaasappelschillen’; ‘geurend als jonge bloemen en bloesem’; en ‘in vouwen van mijn kleren zijn geuren / van koffie, tabak, orchideeën en heimwee’.

Een andere karakteristiek behalve de aandacht voor de omringende realiteit en de zintuiglijke verspringingen is zijn voorliefde voor woorden uit specifieke categorieën. Dat zijn allereerst termen die met de cyclus van het jaar te maken hebben, met seizoenen en aan zaaien, bloeien, en oogsten gerelateerde begrippen. Ten tweede is er een grote groep samen te stellen met archaïsmen als ‘wederom’, ‘somwijlen’, ‘tezamen’, ‘labeur’, ‘algehele’, ‘vogelengezang’, provinciën’ en ‘mulder’. En nog een indeling kan tenslotte gemaakt worden van (bijna) verdwenen machines en voorwerpen: ‘stoomlocomotieven’, ‘hooiwagens’, ‘toverlantaren’ en ‘kroontjespen’.
Zijn uitgangspunt is wel hedendaags maar het verlangen strekt zich uit tot in een soms geïdealiseerd verleden in plaats van naar de toekomst. Daarin past ook een memorabele uitspraak als: “toen de hemel nog geen luchtruim was”.


Een verschijnsel, andermaal voortkomend uit zijn fascinatie voor woorden, is dan wat ik gemakshalve een materialisatie van de taal noem. Drie fragmenten:


buiten ruikt het naar de soep uit mijn jeugd
waarin letters dreven die ik er met
mijn vork omzichtig uitviste
de zachte en weke substantie
vormde woorden als vuur en rook
op de rand van mijn bord.


Heel zelden laat deze obsessie af. Nou ja, bijna… Dan heet het:


in dit vredige landschap is nauwelijks
plaats voor letters en woorden worden er
gesproken in uiterst korte zinnen


Hier vallen inhoud en vorm treffend samen. De combinatie van ‘woorden’ en ‘worden’ is weliswaar al ontelbare malen gebruikt maar Van den Elzen zet ze, en dat is wel origineel, precies op de knik waar hij de inversie opheft. ‘Woorden’ gaat over in ‘worden’ tijdens het benoemen van ‘korte zinnen’. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan; dit citaat komt uit een gedicht dat een volle pagina beslaat en allerminst uiterst korte zinnen kent, wat echter mede komt door het brede lettertype.

Een laatste illustratie geven de volgende regels waarin ‘klinkers’ als homoniem fungeert:


vanmiddag blakerden de klinkers
en bakstenen en brandde de zon


Qua klankenspel moet Van den Elzen het op de eerste plaats hebben van zowel assonanties als alliteraties, al zou hij waarschijnlijk gelukkiger zijn met de benaming stafrijm of Germaans rijm. Hier zijn vele tientallen momenten van aan te geven. Een selectie:
‘Traag klagen en zacht zuchten’; ‘linden / lijf en leden’; ‘namiddaglicht / evenwicht’; ‘vierenveertig bewegende benen’; ‘vaten en haarvaatjes’; ‘grijsgroen’; ‘liggen / het licht’; ‘weert en weet’; ‘verheven veld’; en ‘waar ooit het veer voer’.

Als je dichters met priesters en broeders kan vergelijken zou Van den Elzen onmiskenbaar als Franciscaan door het leven gaan. Net als de naamgever van de orde, bezingt hij de zon in alle toonaarden en betoont hij het diepste respect voor alles wat leeft, meer voor dieren en planten overigens dan voor mensen. Het is niet moeilijk een religieuze inslag in zijn verzen te ontwaren. In het citaat hieronder doet de kracht van het licht hem zelfs bijna stamelen; de causale zinsstructuur wordt in de slotbeelden net als het licht gebroken. Je kunt namelijk lezen: a) de ziekenhuiskamer vulde zich als fonteinen, b) de ziekenhuiskamer vulde zich met geschater en fonteinen, c) de ziekenhuiskamer vulde zich alleen met geschater, een beeld dat zich vervolgens in twee in elkaars verlengde liggende vergelijkingen ontlaadt.
Los daarvan, net als bij de lichamen en kannen vult Van den Elzen een leegte met licht en energie. Hij is goed in het koppelen van trefwoorden.


het zonlicht werd duizenden
malen gebroken en de gehele
ziekenhuiskamer vulde zich met het
geschater van fonkelend licht als fonteinen
boordevol licht, gratie en energie


De onderstaande regels laten niets aan onduidelijkheid over waar het gaat om spirituele vingerwijzingen:


uit jouw woorden die zich verzamelen
in je preken spreekt een alles omvattende
liefde voor de algehele schepping

je spreekt de taal van mens en dier
die vloeiend samen gaan tot een stroom
tezamen met sneeuw, regen en hagel

vallend uit de wolken zegenen zij de aarde
als water zoeken zij de ruimte van oceanen


Misschien verklaart dit laatste woord dan de opname van het zo overdreven lijkende ‘oceaan’ in het eerste citaat. In dat geval bedoelt Van den Elzen niet letterlijk een grote watervlakte maar gebruikt hij het woord als een symbool van oneindigheid, een beweging van opgaan in…
Dat zou een spannend contrast opleveren met het vers ‘Muren beschermen in een innige omarming’, dat gewijd is aan “de slotzusters die hier leven als Bruiden van Christus”. Hij noemt hier de heilige Birgitta die hij zelfs de grootste mystica uit de geschiedenis van de Room-Katholieke kerk noemt. Waarschijnlijk doelt hij dus op de birgittijnse Abdij Maria Refugie in Uden, een complex waar ook het onvolprezen Museum voor Religieuze Kunst in zetelt.
Maar achter welke muren de betreffende nonnen ook leven, bidden en werken, opnieuw is er het licht: “zuiver als de glimmende plavuizen”, “helder in gewassen ramen” en in “de tijd die zich laat lezen in zilver en goud”.
Al deze beelden en trefwoorden tonen aan dat de dichter een eigen taalwereld weeft, een ruimte die wel talloze banden met de wereld van iedereen heeft, denk terug aan het uitgangspunt van de waarneming, maar die groot genoeg is voor introspectie. Uit hetzelfde gedicht:


ik bouw dit huis opnieuw met muren van verwondering
een dak vervuld van dromen
een vloer van zekerheden, ramen die zorgen voor zicht
en vensters om te sluiten voor het in mijzelf keren


Het is bij deze kwaliteiten daarom jammer dat de redacteur fouten heeft laten zitten. In enkele gevallen gaat het om wiens in plaats van wier (‘paartjes wiens lichamen’ en ‘zij wiens stemmen wij horen, wiens gezichten en bewegingen wij kunnen volgen’).
De meeste betreffen echter stijlfouten. Overbodigheid, op z’n minst overlapping, valt het meest in het oog. Een greep: ‘dwarrelt en zweeft’; ‘zacht zuchten’; ‘wortels ontworteld’; ‘een kanaal kent geen kronkels zoals de kronkelende Dommel’; ‘laatste resten’; ‘heen en weer en later weer terug heen en weer’; ‘tot aan het toneel en theater van vandaag de dag’ en ‘vroege voorjaar’. De gedichten zouden aan trefzekerheid gewonnen hebben als dit geruis weggesneden was. Dan zou de stijl van de dichter nog altijd in voldoende mate herkenbaar blijven.

De conclusie: inleider Vergeer slaat de spijker op zijn kop. De twee tendensen die hij aangeeft zijn inderdaad de opvallendste in dit boek maar het zijn lang niet de enige. Van den Elzen is eerder een horizontale dan een verticale dichter. Bij de uitbreiding van de werkelijkheid slaagt hij duidelijker in het verlengen van inhoudelijke elementen en beeldspraak dan in de verdieping of verheffing die hij ook aanhoudend nastreeft. Technisch gesproken is Van den Elzen een betere dichter waar hij verbanden aangaat dan waar hij elementen afzonderlijk behandelt. Aan zijn gedrevenheid, oprechte verwondering en drang om de lezer deelgenoot te maken van alle processen mag geen moment worden getwijfeld. Dat neemt niet weg dat zijn werk zonder meer baat heeft bij een niet zozeer kortere als wel bondiger zegging.

Tenslotte moet aandacht gevraagd worden voor de opmaak van dit boek. ‘Een wak in de werkelijkheid’ is evenals alle andere uitgaven van Hoederbossche Verzen ontworpen, en in dit geval ook met de hand in elkaar gezet, door Genoveef Lukassen. In deze bundel heeft zij elke tekst in een ander lettertype gezet. Daardoor varieert natuurlijk ook de lettergrootte. Het geheel is in zeefdruk uitgevoerd op extra zwaar papier met door de tekst schemerende voorstellingen in diverse kleuren. Dit verklaart ook de prijs: geen tientje maar veertig euro, wat nog steeds geen geld is voor een dergelijke uitgave. Iedere dichter zou zich in de handen wrijven met zo’n liefdevolle behandeling, om van de verzamelaars maar te zwijgen.


MAARTEN VAN DEN ELZEN; ‘Een wak in de werkelijkheid’; 36 pagina’s; Uitgeverij Hoenderbossche Verzen; Uden; 2015; ISBN: 978-90-75220-27-8; NUR: 306; € 40,00.