Posts tonen met het label Luc Vandromme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luc Vandromme. Alle posts tonen

donderdag 17 november 2022

Beschouwing - Luc Vandromme

Hoe ze ook hun best doen. Welke overtuigingskracht ze in hun blikken leggen. Welke krachttermen ze bezigen. Hoe zeker ben je dat je het kind van je ouders bent?
De moeder is duidelijk. De vader, daarentegen.

‘Wanneer we je ouders zien en wanneer we jou zien. Zo verschillend. Klopt alles?’ Ongetwijfeld ben ik niet de enige die met deze opmerking in het reine moest komen. Zeker toen ik jonger was..
Ik probeerde deel van de tijd te zijn. Met lange haren, oosterse sandalen en tot op de draad versleten kleren. Vond de verkeerde dingen belangrijk. Was enthousiast, sportief en wou het geld herverdelen. Een carrière stonk, tenzij ze de weg van de kunst volgde. Er waren Bob Dylan. Crosby, Stills, Nash en Young. Lou Reed. Onze grote idealen. De tijden zouden veranderen..
Tijdens familiefeesten klopte ik niet. Een tang op een varken..
Was het generatieconflict aan het werk? De revolutionaire zestiger en zeventiger jaren? Misschien was ik slechts een product van de tijd?.
Of was er meer?.
Stel dat ik een jong van de melkboer was. Of van de postbode. Roger met de drankneus en het zweethaar. .
Dan beschuldigde ik mijn moeder van het ondenkbare..
In het andere geval was ik weldegelijk de zoon van mijn vader..
Wellicht een mutatie..
Tenzij er verklaringen waren. .

Op een bepaald ogenblik kun je niet langer langs je levensvragen. Blijf je die ontwijken, dan gaan ze etteren. Doe je dit niet, dan ben je verplicht al je moed te vergaren. De strijd aangaan. Met durf, dapperheid en kracht. Onderzoeken leidt tot onverwachte en vaak ongewilde resultaten. Je moet ontwarren en het raadsel in de ogen kijken. ‘Wie ben ik? Van waar kom ik? Hoe komt het dat ik ben zoals ik ben?’.

Ben ik echt de zoon van mijn vader dan moeten er aanwijzingen zijn. Verklaringen hoe mijn DNA zich heeft ontwikkeld..
Genen worden van generatie op generatie doorgegeven. Telkens wijzigen ze een beetje, maar in hun kern blijven ze quasi identiek.
Dit betekent dit dat ik op zoek moet gaan in het verleden.
Zijn er bij mijn voorouders sporen te vinden? Karaktertrekken. Talenten. Levenskeuzes. Andere. Zaken die een licht werpen. Die, wanneer je ze bundelt, mezelf kunnen voorspellen?

Dit is geen kroniek over koningen, veroveraars, legeraanvoerders of vrome heiligen. Het is het verhaal van eenvoudige lieden. Mijn voorvaderen.
Ik heb hun lijn gekozen. Een man zoekt zijn mannelijke eigenschappen. Hoewel ze minstens even cruciaal zijn, komen mijn voormoeders zijdelings in beeld. Behalve wanneer ze de dochter is van iemand die de geschiedenis fout inschat. Zoals in elke familie het geval is, kende de onze bijzondere personen. Grote zielen. Reislustige avonturiers. Ondernemers. Landarbeiders. Kunstenaarsharten. Liefhebbende echtgenoten.
Ze groeiden op. Droomden. Hadden lief. Zondigden. Stichtten. Overwonnen. Zochten vervulling.
In hun tijd. Tijdens hun wentelen van de wereldgeschiedenis. Tijdens oorlogen en periodes van onbezorgde voorspoed.

Langs Joannes Christiaen Godefridus Warnitz kan dit epos niet. Met zijn aankomst begint de verspreiding van onze familiale kenmerken. Terecht is hij een soort stamvader naar wie onze grondslag terug te voeren is.
Weinig is over hem bekend, behalve wat het bevolkingsregister vermeldt. Hij ziet het levenslicht in april 1799 bij Lübeck. Naar de precieze datum en geboorteplaats blijft het gissen.
Op woensdag 28 januari 1852 huwt hij in Brugge met de vierenveertigjarige Anna Thérèse Synave. Als beroep laat hij optekenen: matroos. Tegelijkertijd laat hij acht kinderen wettigen. Voortaan dragen ze zijn familienaam. Het is het zesde kind en jongste zoon, Leopold Egidius Warnitz, dat onze aandacht verdient. Bij het huwelijk is de jongen acht jaar oud. Geboren in Brugge op 30 augustus 1844. Leopold wordt later de grootvader van Eugène Warnitz, mijn moeders grootvader. Joannes Christiaen Warnitz inspireert en zet aan tot speculaties. Waar komt hij vandaan? Wanneer arriveert hij in Brugge? Begin 1828, wanneer we in rekening brengen dat een zwangerschap negen maanden duurt en hij Anna Synave moest ontmoeten?
Waarom huwt hij pas op tweeënvijftigjarige leeftijd? Woont hij al die tijd in Brugge of is Anna een havenliefje dat hij telkens opzoekt wanneer zijn schip aanmeert? Waarom dragen de kinderen allemaal haar naam tot 1852, de dag van het huwelijk? Zijn het echt zijn kinderen of strikt Anna hem in haar netten en zadelt ze hem op met een rij bastaards?
Is hij een Pruisische zeeman? Of ontvlucht hij om een of andere reden zijn thuisland? Heet hij werkelijk Joannes Christiaen Godefridus Warnitz?
Is het weldegelijk zijn geboorteakte die hij op zak draagt?

Een andere mythische voorzaat is Egidius, Amandus, Eugeen, Joseph Dolphens. Geboren in Helkijn op zaterdag drie maart 1770.
Legendarisch omwille van zijn beroep: cabaretier. En omwille van zijn dochter, Marie-Thérèse, die op zevenentwintigjarige leeftijd met de een jaar oudere Pierre Joseph Verbeke huwt.
Wat is haar beroep? Helpt ze in de zaak? Heeft ze als cabartierdochter automatisch vaderloze kinderen? Bij haar huwelijk zijn er vier. Is Pierre Joseph een doodbrave ziel die zich over het ongelukkige gezinnetje ontfermt? Of zijn het wel degelijk zijn kinderen? Waarom schenkt hij hen zijn familienaam? Samen krijgen ze nog zes kinderen waarvan er slechts drie in leven blijven. De tweede heet Ferdinand François Verbeke, de latere grootvader van mijn moeders grootvader. Stamt ons DNA langs deze zijde uit een huis van verderf?

Ik kan mezelf niet van op een afstand bekijken. Onmogelijk kan ik uit dit lichaam en uit deze ziel treden. Wellicht laat ik het beter aan anderen over om gelijkenissen en verschillen met mijn voorvaderen aan te wijzen. Zien ze kenmerken van een crimineel, een variétéartiest, een paardenfluisteraar, een wielrenner, een comedian, een wereldreiziger, een ziekelijke muzikant en een uitvinder?

Een andere kwestie is minstens zo ernstig: ik ben zelf een vader. Heb ik iets van het plaatje overgedragen?
Geeft een individu de eeuwen door?
Het is aan de volgende generatie om dit uit te maken. Tijd brengt raad.

Het is goed om een zoon te zijn.
Van welke vader dan ook.
Welke verschillen er zijn, het is het eenvoudigst en het fijnst om de zoon van je vader te zijn.
Mutaties of niet.

Als zoon kan je alleen maar dankbaar zijn.

Voor het gegeven leven.


© Luc Vandromme


Deze beschouwing is een aantekening van de auteur bij ‘Niets verlaat de tijd’, de nieuwe roman van Luc Vandromme die komende zaterdag 19/11/2022 verschijnt en gelanceerd wordt.  

Luc Vandromme (België, 1961) is pedagoog, schrijver, beeldend kunstenaar en jazz-zanger. Eerder publiceerde hij zes romans. De verschillende kunstdisciplines ziet hij als een middel om beelden te creëren. Zijn artistieke werk beschouwt hij als een onlosmakelijk geheel, waarbij zijn hoofdaandacht uitgaat naar het schrijven. Daarin vinden zijn verbeelding en zijn ‘stem’ hun diepste uitdrukking.

"In Niets verlaat de tijd neemt Luc Vandromme de lezer in negen beklijvende portretten mee op een levensechte reis door de tijd die we misschien allemaal wel zouden willen maken."






woensdag 16 november 2022

De paardenbezweerder - Luc Vandromme

De paardenbezweerder (fragment) 

 

1.

Ooigem ruik je.
Ofwel sla je je hand voor je gezicht, draai je om en ga je er van door. Ofwel aanvaard je de rotting.
Ooigemnaars ruiken niets. Ze snuffelen in de lucht en daar blijft het bij. Alleen wanneer de ijzeren rootputpoorten openschuiven, ondergaan ze een lichte onrust. Ook tijdens het voorjaar van 1908 wordt het dorp een eiland. De vette kluiten vloeien uit tot meren breekbaar groen waar de lente purperen bloemknoppen over streelt. De zon en de zachte wind brengen bijen. Nectar. Gouden toekomst. Winst en geld. Voorbij is de armoede. Gedaan met de eeuwige aardappelen, het brood en de soep.

2.

Ik steek mijn spade in de grond. De weerbarstige klei vereist dat ik mijn voet er op plaats. Eenmaal door de harde korst is de onderlaag smeuïg. Ze blijft aan het blad kleven. Zwaar en dood. Toebehorend aan een weerspannige onderwereld. Met dezelfde voet schuif ik de massa in de kruiwagen. Nog de helft te gaan en dan rijd ik naar de kar die het goedje naar de oven voert. Het aantal kruiwagens houd ik bij. Ze vormen mijn dagopbrengst. Nu ben ik de tel kwijt. Het komt door het paard. Of door de kar die het trekt. De oude is door een wiel gezakt. Vandaag is er een lager model met een minder hellende loopbalk. Dat spaart krachten. Kracht die ik nodig heb voor mijn spade.
Het hinniken brengt me terug naar de beelden die ongewijzigd zijn opgeslagen. Helder. Naar de angst en het bonzende hart van het zesjarige kind. Hoeveel kruiwagens waren het nu?

3.

De hengst heeft schuim op de lippen. Zijn ogen rollen. Onheilspellend opengesperd wit. Zijn hoeven hameren op de kasseien. Dan zwaait hij op zijn achterbenen en de menner kan hem niet meer houden. Machtig slaat het dier zijn hoofd en gaat er met de kar vandoor. De vlasarbeiders vliegen alle kanten uit en blijven in een stofwolk achter. Het geluid valt. Het opstijgen van de leeuweriken. Het dreunen van de poorten. Het kraken van de assen.
‘Pas op!
‘Aan de kant!’
‘Hou het tegen!’
‘Doe iets!’
‘Help!’
Benen kunnen onder wielen terechtkomen. Borstkassen ingedrukt.
Diezelfde benen aarzelen. Door de akker naar beneden gezogen.
De armen hangen levenloos, van adem beroofd.
Het hoofd van gedachten gewist.
Dan schiet een kind vooruit. Argeloos kruist het de dodelijke galop van het aanstormende beest. Geen volwassene die de moed heeft tussen het kind en het paard te springen. Groots spreidt het jongetje de armen. Heilig als een stamvader die oerkrachten temt. Het gezicht onbewogen. Zijn aanwezigheid bezweert de demon.
Het schuim verdroogt. Het wit verdwijnt. Miraculeus vallen de dodelijke hoeven en de vernietigende wielen stil. Op een halmbreedte van de frêle ribbenkast.
De aarde herwint haar kleur. Het geel van het vlas. Het groen van het seizoen. Het uitspansel dat zijn eeuwigheid terugvindt. Armen reiken. Noeste handen grijpen en plaatsen het kind op brede schouders. Klompen roffelen. Dansen de reddende engel door het dorp. In een onvergetelijk ritme dat de naam Camiel vervangt. ‘Boeverke! Boeverke! Boeverke!’


© Luc Vandromme


Fragment uit ‘Niets verlaat de tijd’, de nieuwe roman van Luc Vandromme die komende zaterdag 19/11/2022 verschijnt en gelanceerd wordt.  

Luc Vandromme (België, 1961) is pedagoog, schrijver, beeldend kunstenaar en jazz-zanger. Eerder publiceerde hij zes romans. De verschillende kunstdisciplines ziet hij als een middel om beelden te creëren. Zijn artistieke werk beschouwt hij als een onlosmakelijk geheel, waarbij zijn hoofdaandacht uitgaat naar het schrijven. Daarin vinden zijn verbeelding en zijn ‘stem’ hun diepste uitdrukking.

"In Niets verlaat de tijd neemt Luc Vandromme de lezer in negen beklijvende portretten mee op een levensechte reis door de tijd die we misschien allemaal wel zouden willen maken."