Posts tonen met het label Poëzieprijs Oostende. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poëzieprijs Oostende. Alle posts tonen

vrijdag 25 maart 2022

Sandra Roobaert wint de Poëzieprijs van de Stad Oostende - Een interview

Frank Decerf sprak met Sandra Roobaert (°1968), die met het gedicht 'Als het trilt kan het barsten' winnares werd van de Poëzieprijs van de Stad Oostende 2022.

Sandra, proficiat met het behalen van deze prestigieuze literaire prijs. Mag ik je vragen waarom je meedeed aan de Poëzieprijs van de stad Oostende? Was dit je eerste deelname?

Ik nam aan de vorige editie ook deel, maar werd toen niet geselecteerd. Wanneer je nog niet

Foto: Arwen Van Hummelen
gedebuteerd bent, is deelnemen aan wedstrijden – naast inzenden naar literaire tijdschriften of online platforms – een goede manier om te zien waar je staat. Maakt mijn poëzie iets los? Raakt ze voorbij een drempel? In sommige gevallen krijg je ook feedback op je inzending en dat is altijd nuttig.  

 

Heb je naast deze bekroning nog nominaties op je palmares?

Ik behaalde in 2017 de tweede prijs in de open categorie van de Julia Tulkens poëziewedstrijd van de gemeenten Landen-Linter-Zoutleeuw.


Foto: Goedele Miseur




Ik kan me voorstellen dat zo een belangrijke prijs winnen iets doet met een mens. Kun je dat uitleggen? Op de avond van de proclamatie in De Grote Post te Oostende leek je overdonderd...

Op het moment zelf was er ongeloof en euforie, en ook vreugde en dankbaarheid. Plots gaat er een vuurwerk van erkenning en lof voor je af en dat is natuurlijk fijn. Wat het op langere termijn doet, kan ik nog niet helemaal inschatten, maar ik voel wel dat het mijn schrijfvertrouwen en –motivatie versterkt. Ik probeer sinds een tijdje een doorgaande lijn te maken waarbij ik met regelmaat mijn gedichten onderwerp aan beoordeling en mik op publicatie. Soms mislukt het en ik heb ook al pijnlijke afwijzingen gekregen waarvan ik een tijd mijn schrijfzin kwijtraakte, maar andere keren komt er iets moois van. En deze prijs is ineens best wel een grote stap, dat besef ik. Ik durf mezelf stilaan dichter of schrijver te noemen.

Op welke basis koos je de inzending die uiteindelijk de jury kon overtuigen?

Ik heb er niet al te lang over nagedacht en heb vooral intuïtief gekozen voor een gedicht waar ik op het moment van insturen een band mee had. Wel besloot ik bewust dat ik iets wilde insturen waar ik geen uitgebreide feedback van anderen op had gekregen.

Hoe en wanneer zette je de eerste stappen in de literaire wereld? Waarom beginnen schrijven? Waren er bijzondere triggers?

Ik schrijf zo lang ik me kan herinneren. Als kind verhaaltjes en rijmende versjes, als tiener dagboeken en gedichten in vrij vers. Toen ik ergens in de 20 was, stond het voor mij vast dat ik schrijver wilde worden, maar dat plan ebde weg. Ik slaagde er niet in om het in te passen in de werkelijkheid van een gezin met jonge kinderen, de noodzaak van betaald werk. Er bleef geen ruimte over. En blijkbaar was ik ook niet genoeg overtuigd van mijn kunnen. Over de dingen die urgent waren schreef ik enkele decennia lang alleen in dagboeken.  

Is er een traditie van schrijvers of artistieke mensen in jouw familie?

Een traditie niet echt. Mijn vader was professioneel muzikant, hij werkte als leraar en orkestlid, dus ik ben opgegroeid in een gezin waar muziek een grote plaats innam.

Kun je vertellen waarmee je nu bezig bent of wat je toekomstplannen zijn wat je literaire productie betreft?

Op dit moment zit ik in de laatste maanden studie aan de schrijversacademie in Antwerpen. Dat houdt in dat er van me verwacht wordt dat ik tegen de zomer een afstudeerwerk kan voorleggen. Ik zit dus middenin het selecteren van gedichten, verwerpen, herschrijven, schikken, rode draden opsporen, de ene na de andere titel bedenken en weer afvoeren. Het meest nabije toekomstplan is mijn debuutbundel publiceren. Daarna ligt alles open.

Wie waren / zijn je grote voorbeelden uit de hedendaagse literatuur en waarom?
Of volg je louter je eigen inzichten?


Als ik enkele namen noem, sluit ik er onterecht vele andere uit, maar goed. Ik hou erg van Wislawa Szymborska en Tomas Tranströmer, meer recent ontdekte ik Louise Glück en vond ik dat prachtig. Waarschijnlijk niet toevallig allemaal Nobelprijswinnaars. Nazim Hikmet lees ik graag opnieuw en van ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke ben ik telkens weer onder de indruk. Ik kan me helemaal laten meeslepen door het taalvuurwerk van Lucebert en de haarfijne poëzie van Leonard Nolens, ben fan van Menno Wigman, ontdekte recent het betoverende werk van Frederike Harmsen van Beek en was verbluft door wat Maud Vanhauwaert als stadsdichter van Antwerpen deed. Ik stuit telkens ook weer op andere dichters die me middenin een gedicht in plotse bewondering doen staan: Hester Knibbe, Radna Fabias, Marieke Lucas Rijneveld, Elly Stolwijk, Babs Gons ... Tot slot zeker ook mijn docenten en coaches aan de schrijversacademie, het is mooi en inspirerend om te zien hoe zij hun oeuvre uitbouwen: Ruth Lasters, Peter Holvoet-Hanssen, Hilde Keteleer, Annemarie Estor en Charlotte Van den Broeck.

Wat publiceerde je tot op heden? 
Waar kunnen we die teksten vinden?


Foto: Goedele Miseur

Ik publiceerde online op Het Gezeefde Gedicht en Meander Magazine en in De Vallei. In Poëziekrant werd een gedicht van me besproken dat op Het Gezeefde Gedicht verscheen en in het recentste nummer van Verzin staat één van mijn gedichten als leestip met commentaar. Voor de rest vind je mijn teksten op de website van Villa VanZelf en op mijn persoonlijke blog ‘schrijvenoverleven’.

Is er ook proza gepland?

Er zit geen proza aan te komen in de zin van verhalen of een roman. Wat ik wel doe, is blogstukken schrijven en daar vind ik heel veel voldoening in. Ik schrijf onder andere voor Villa VanZelf, de vzw die ik samen met mijn partner Marc Van Hummelen heb opgericht. Een deel van onze missie is ‘inspireren’. Ik schrijf over onze duurzame levensstijl of over non-fictie die ik heb gelezen en aanraad.

Moet een auteur zich beperken tot één literair genre of is het zijn taak om ook andere disciplines te proberen, m.a.w. mag een dichter enkel met poëzie bezig zijn?

Ik denk dat het verruimend is om in verschillende genres te experimenteren en ook buiten je eigen artistieke branche te gaan – heel verfrissend om achter je schrijftafel uit te komen en een landschap te gaan tekenen of fotograferen bijvoorbeeld, ook al is dat totaal onvertrouwd voor je. Maar niks moet.

De wereld is momenteel in een heel moeilijke fase verzeild geraakt; er zijn de maatschappelijke evoluties, spanningen en desastreuze conflicten. Hebben die zaken een invloed op je werk? Moet jij als dichter oog hebben voor de maatschappelijke spanningen in eigen land of daar buiten? Moet je daar ook over schrijven?

‘Moeten’ in combinatie met kunst roept altijd een zekere aversie bij me op. Elke kunstvorm lijkt me gebaat bij de grootst mogelijke vrijheid en zo min mogelijk vernauwing van perspectief onder de vorm van eisen, verwachtingen en ‘moetens’. Stel je voor dat we ons allemaal verplicht voelden een klimaatgedicht, coronagedicht of oorlogsgedicht af te leveren. Er zijn dichters die pertinent en aangrijpend maatschappelijk geëngageerd schrijven, anderen hebben er minder affiniteit mee en beide lijken me prima. Ik denk wel dat poëzie een rol te spelen heeft om mensen in barre omstandigheden tot steun en troost te dienen, dat hebben we ook gezien in de coronacrisis. Maar dat hoeven dan niet per se gedichten te zijn die over precies die barre omstandigheden gaan. De meerduidigheid van een gedicht maakt soms ook dat het plots kan interfereren met een maatschappelijke werkelijkheid zonder dat de dichter het zo bedoeld heeft. Een mooi voorbeeld: na de prijsuitreiking in Oostende kwam er een vrouw naar me toe die vond dat mijn gedicht heel actueel was. Terwijl ik het een hele tijd geleden schreef en er dus geen bewuste verwijzing naar de actualiteit van nu inzit.
Mijn engagement uit zich denk ik sterker in de blogartikels die ik schrijf dan in mijn gedichten.  

Heb je nog andere artistieke talenten?

Vanaf mijn kindertijd tot het einde van de middelbare school studeerde ik piano. Ik overwoog om muziek verder te studeren, maar deed het niet. Toen ik halfweg 40 was, kwam het toch nog opzetten en begon ik aan een bachelor piano aan het conservatorium. Ik heb hem niet helemaal afgemaakt en het was op sommige vlakken heftig, maar ik heb er ook prachtige herinneringen aan. Wat wel opmerkelijk was: hoe langer ik bezig was met uren muziek studeren per dag, des te harder kwam de schrijver in mij opzetten met de dwingende eis om ook aandacht aan haar te besteden. Intussen is het weer omgekeerd en voelt de pianiste in mij zich gefrustreerd en verwaarloosd. Blijkbaar kan ik ze niet allebei tegelijk min of meer tevreden houden.
 
Heb je een eigen schrijfproces; een bepaalde dagindeling, een vaste manier van werken, een vaste werkplek? Hoe ontstaat een typisch Roobaert-gedicht? Heb je je eigen formule gevonden?

Ik start mijn dag altijd met schrijven. Ofwel schrijf ik met de hand drie bladzijden ofwel minstens 600 woorden op mijn laptop. Dat is geen literair schrijven. Ik probeer dan zo automatisch mogelijk te schrijven, zonder enige censuur. Als ik vroeg van huis moet, doe ik het in de trein. Voor literair schrijven heb ik geen vaste structuren. Op sommige dagen werk ik niet aan gedichten, op andere uren lang, soms start ik laat in de avond en schrijf ik ‘s nachts. Ik heb wel een goeie schrijfthermostaat: wanneer ik het schrijven verwaarloos, ga ik me al heel snel ongemakkelijk en richtingloos voelen. Ik heb een vaste werkplek, maar kan ook prima buitenshuis schrijven, in een bibliotheek of koffiebar. De aanzet tot gedichten komt ofwel wanneer ik in beweging ben – op de fiets, in de trein, stappend – of tussen waken en slapen. Het valt bijna letterlijk naar binnen, alsof ik een postbus ben. Dan heb ik bijvoorbeeld een half vers, een kleine kern waar ik verder mee wil. Heb ik de tijd dan ga ik die direct uitwerken tot een eerste grove versie. Ik heb op mijn computer een document met als titel ‘kruimels’ en daar stop ik alle invallen in. Het werkt voor mij als een kladblok dat ik nooit wis. Heel wat halve of hele verzen en halve of hele gedichten raken niet voorbij het kruimels-stadium, maar het gebeurt meer dan eens dat ik er iets van een hele tijd geleden uitvis en integreer in een nieuw gedicht. Wanneer een gedicht sterk genoeg is om op eigen benen te staan, haal ik het weg uit de kladsfeer en kopieer ik het in een nieuw document. Een eerste versie gaat soms snel, een kwestie van enkele uren of dagen. Daarna kunnen er heel veel revisies volgen en sinds een tijdje hou ik die ook allemaal bij. Sommige gedichten blijven steken. Ik kan er maandenlang een zeurend gevoel bij hebben zonder dat ik er verder mee raak, alsof zo’n gedicht zich dan gesloten heeft en ik er niet meer inkom. Dan weet ik dat ik geduld moet oefenen tot ik weer een nieuwe ingang vind. Of niet.

Je liet dit interview verrijken door foto’s van Goedele Miseur (1975), waarom deze keuze?

Goedele Miseur (@mindthegaby) fotografeert met de tedere, speelse en te gelijk nuchtere blik van de dichter die in haar woont. Vandaar wilde ik haar werk in dit artikel.

Word je beïnvloed in je schrijven? Zo ja, kun je dat wat nader uitleggen?

Ik vermoed dat elke schrijver – bij uitbreiding kunstenaar – een heel gevoelige antenne heeft voor invloeden en indrukken, zodat alles wat in- en doorstroomt potentieel een spoor achterlaat in teksten of kunstwerken. Invloed is letterlijk overal en op elk moment: in plekken, landschappen, interacties tussen mensen, gesprekken, in relaties, in de kindertijd, in gebeurtenissen in de privé-sfeer of erbuiten, in alle mogelijke zintuiglijke prikkels. En natuurlijk ook in de poëzie en het proza van anderen, en in kunstwerken uit andere disciplines.

Had je als kind een favoriet boek en werd in de richting van boeken gestimuleerd?

Ik was een leesveelvraat als kind, ook al hadden we thuis geen rijk gevulde boekenkast en zag ik mijn ouders, behalve de krant, zelden lezen. Blijkbaar had ik geen stimulansen nodig. Zodra ik oud genoeg was om in mijn eentje naar de bibliotheek te gaan deed ik dat.
Ik hield van typische kinderseries uit die tijd zoals De Vijf van Enid Blyton, Pinkeltje van Dick Laan en Pietje Puk van Henri Arnoldus. Als tiener had ik een Thea Beckmann-fase en een Bomans-fase, was ik diep onder de indruk van ‘Karakter’ van Bordewijk en las ik de ene Heinrich Böll na de andere.  

Je bent al jaren bezig met een opleiding in de Schrijversacademie van Antwerpen.
Is dat een must voor schrijvers? Is dat geen beperking van de schrijfvrijheid; je moet immers regels volgen? Hoe zou je die keuze verdedigen?

Ik heb lang getwijfeld voor ik me kandidaat stelde voor de Schrijversacademie. Ik was bang dat ik zou afknappen op het eindeloos analyseren van teksten of allerlei schrijfopdrachten waarin ik me niet zou kunnen vinden. Maar nu ik het traject bijna af heb, heb ik er alleen maar lof voor. Een grote plus voor aankomende schrijvers is dat je les krijgt van mensen die middenin het schrijversvak en de literaire wereld staan. Die zelf auteur, dichter, vertaler zijn en vanuit talent en ervaring spreken en niet alleen maar literatuur hebben gestudeerd en er een cursus over geven. Je werkt in groep met enkele medestudenten en krijgt daarnaast individuele feedback en coaching en die combinatie is bijzonder waardevol en stimulerend. Regels volgen is op zich geen probleem als je het bekijkt als een experiment en een uitdaging voor jezelf. Je leert er ook echt het métier door. Als dichter kan je alleen maar beter worden als je je bewust bent van wat allerlei stijlmiddelen voor een gedicht kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat je ze in jouw eigen poëzie ook allemaal moet toepassen, maar het is wel goeie bagage om achter de hand te hebben. De schrijfopdrachten prikkelen, zowel om je eigen poëzie te onderzoeken – dingen als hoe het zit met je lyrische ik en of je luide of eerder stille gedichten schrijft bijvoorbeeld – als om bewust anders te schrijven dan je gewend bent.

Foto: Goedele Miseur



Men probeert schrijvers vaak in een hokje te plaatsen, hen te determineren. Ben jij in een of ander literair hokje te plaatsen?

Ik denk niet dat er ook maar iemand graag in een hokje zit, dus ga ik mezelf dat zeker niet aandoen. Ik hoop altijd maar dat er over me zal gezegd worden dat ik een eigen stem en stijl heb, dat vind ik een mooi compliment.

Wat stoort jou het meest in de literaire wereld?

Ik ben een absoluut groentje in de literaire wereld. Ik stel me voor dat je er alles vindt wat je in andere werkterreinen ook kan vinden: van vriendschappen, fijne contacten en loyaliteit tot afgunst en kleinzieligheid. Waar ik niet zo van hou is de neiging van sommigen om met grote stelligheid dingen te poneren over hoe poëzie moet zijn en wie niet binnen hun classificatie valt de grond in te boren, iets wat mannen makkelijker doen dan vrouwen. Ik vind dat je je uitspraken best altijd laat voorafgaan door ‘ik vind dat …’ en stoor me eraan als mensen dat niet doen.

Sandra ik wil je graag danken voor deze interessante babbel. Nog veel succes in je schrijfcarrière. Ik heb zo het gevoel dat we nog veel van jou zullen horen.
Proficiat!

© Frank Decerf












vrijdag 3 april 2020

Als beken die zich verenigen tot een stroom

Frank Decerf sprak met Jean-Paul Rosenberg winnaar van de PPO 2019-2020

Naar aanleiding van de Poëzieprijs van de stad Oostende, ging Frank Decerf, jurylid, in gesprek met de winnaar. Ook voor de 13 de editie gebeurde dat. Hieronder het resultaat van een interessante confrontatie met de laureaat Jean-Paul Rosenberg die eerder ook de Turing-prijs won.

Jean-Paul eerst en vooral proficiat met je winnend gedicht De winterzwemmer dat overal in de stad Oostende te zien en te lezen is. Waarom deed je mee aan de Poëzieprijs van de stad Oostende?

De Poëzieprijs van de stad Oostende staat binnen ons taalgebied bekend als een literaire prijs van gewicht. Er is een omvangrijk en sterk deelnemersveld en het leek me een mooie uitdaging om te zien hoe ver ik kon komen. Bij de editie 2011-2012 kreeg ik tot mijn verrassing een eervolle vermelding en in 2020 won ik tot mijn nog grotere verrassing de eerste prijs.

Kende je de stad Oostende al?

Eigenlijk alleen uit de boeken en de verhalen. Mijn vrouw was er als kind te gast in de zomer en mijn ouders vierden er hun huwelijksreis. Zelf was ik er echter nog nooit geweest. Inmiddels is daar gelukkig verandering in gekomen.

Hoe, waarom en wanneer zette je de eerste stappen in de literaire wereld? Waarom ben je beginnen schrijven?

Schrijven doe ik al sinds mijn tienerjaren, maar mijn eerste stappen in de literaire wereld zette ik zo’n tien jaar terug, met mijn gelijktijdig debuut in de tijdschriften Tzum en Meander. Kennelijk was mijn werk toen pas voldoende rijp was voor lezing buiten de eigen kring.

Kun je ons vertellen waarmee je nu bezig bent?

Als redacteur ben ik voornamelijk bezig met het samenstellen en publiceren van literaire bloemlezingen over Nederlandse steden, streken en provincies. Als dichter werk ik aan nieuwe poëzie, maar tegelijkertijd ook aan een bundel met gedichten van de afgelopen twee/drie jaar. Daarnaast ben ik actief in projecten op het grensvlak van poëzie en andere kunstvormen, zoals film, fotografie en muziek.

Je bent dus blijkbaar op vele vlakken actief. Mag ik je vragen wie je grote voorbeelden zijn/waren uit de hedendaagse literatuur en waarom?

Mijn grote voorbeelden en inspiratoren zijn te vinden in de volle breedte van het 
twintigste en eenentwintigste-eeuwse literaire landschap van Nederland, Vlaanderen en buiten ons taalgebied. Spirituele, observerende en experimentele dichters buitelen in mijn boekenkast door en over elkaar heen. Om er een paar te noemen: Lucebert, Paul van Ostaijen, Martinus Nijhoff, Menno Wigman, Delphine Lecompte, Sylvie Marie, Alfred Schaffer, J.A. Deelder, Ida Gerhardt, Hugo Claus, Pierre Kemp, Rutger Kopland, Ben Lerner, Wislawa Szymbosrka, Seamus Heaney, Pablo Neruda en ga zo maar verder. Stuk voor stuk betreft het mensen die van de taal iets magisch maken.

Ik begrijp wat je bedoelt. Wat publiceerde je tot op heden? Waar?

Tot op heden publiceerde ik poëzie in de bloemlezing Nog een lente, twee edities van de Bekroonde werken uit de tweejaarlijkse Poëziewedstrijd van de stad Oostende en vier van De honderd beste gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, die ik in 2018 won. Ook verschenen mijn gedichten in literaire tijdschriften als Deus Ex Machina, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Tzum, Nynade, Meander, De Schaal van Digther, Contrabas, Ei, Re:pre-sent, Op ruwe planken en Krakatau.

Heb je een voorkeur voor een of ander genre of is dat niet relevant?

Voor mij is dat zonder meer de poëzie. In de Oudheid was er een scribent die de stelling poneerde dat wat hij ook schreef uiteindelijk altijd alleen maar een vers kon zijn. Bij die gedachte sluit ik mij volmondig aan.

Als het op het schrijven komt ben je dus dichter pur sang. Heb je nog andere artistieke talenten?

Talenten vind ik moeilijk te zeggen, maar ik heb veel interesse in visuele kunsten, theater en muziek. Op eigen kompas, maar ook met intrinsieke beoefenaars van deze genres heb ik inmiddels de nodige experimenten tot stand mogen brengen. Projecten, overigens, waarvan de poëzie steevast een wezenlijk bestanddeel vormt.

Wat zou je nog graag willen schrijven?

Naast individuele gedichten zou ik nog wel eens aan een lange, thematische cyclus willen bouwen, bij voorkeur rondom een relatief los en open uitgangspunt. Ik heb al wel ideeën hierover, maar de uitwerking nog niet paraat.

Heb je tijdens het schrijven een bepaalde routine? Een bepaalde dagindeling? Hoe ga je te werk?

Mijn schrijfmethodiek volgt een tamelijk gedisciplineerd pad: ik begin losjes met associaties, ideeën en observaties die zich als beken verenigen tot een stroom aan notities rondom een zekere kerngedachte die langzaam uitgroeit tot een gedicht. De tweede fase betreft een streng proces van schrappen en samenvoegen tot er iets ontstaat met enige coherentie en urgentie. Derde en laatste fase is het bijsnijden en afwerken tot een gedicht dat in potentie geschikt is voor publicatie en verzending naar de redactie van een tijdschrift of de jury van een poëziewedstrijd.

Blijft poëzie voor jou een doel op zich?

Voor mij wel. Poëzie vormt een wezenlijk bestanddeel van mijn leven. Het is een kunstvorm die mensen kan raken, inspireren, op nieuwe inzichten brengen, verbinden. Opmerkelijk is dat, hoewel voor velen poëzie in het dagelijks leven iets ‘op afstand’ is, mensen op scharniermomenten in hun leven toch vaak hun heil zoeken bij gedichten. Denk aan ogenblikken die zijn verbonden met dood, huwelijk of geboorte; daar waar het leven zijn cyclische krachten toont. Hieruit moet je dan toch wel concluderen dat poëzie een doel heeft en, zo niet nuttig, dan toch in ieder geval zinvol is.

Welke van je publicaties/gedichten vind jij het best? Waarom?

Moeilijk te zeggen, want alles wat ik schreef vloeit voort uit dezelfde bron en vertelt in essentie dezelfde verhalen. Als ik dan toch moet kiezen, dan zijn het misschien toch de gedichten die binnen het literaire circuit nadrukkelijk succes kenden, zoals Laatste foto van de vrede en De winterzwemmer, juist omdat ze een soort wijdingsproces hebben doorgemaakt en kennelijk voor andere mensen iets betekenen, op zijn minst voor de juryleden die ze bekroonden met een prijs. Voor mij zijn die gedichten ook verbonden met zoete herinneringen aan proclamaties, mooie avonden vol sfeer en poëzie.

Volg je de huidige lichting nieuwe en jonge dichters? Waarom wel/niet? 

Zeker. Ik lees graag recensies, koop vaak bundels, ook van jonge en/of onbekende dichters, en word vaak verrast door de kwaliteit en intensiteit van hun werk. Neem bijvoorbeeld Radna Fabias en Marieke Rijneveld. Puur vuurwerk is dat.

Radna Fabias passeerde ook heel succesvol langs de PPOostende, ze was immers winnares in 2016. Ben je zelf beïnvloed in jouw schrijven?

Absoluut. Door poëzie, maar eveneens door andere kunstvormen, natuur, landschap, historie, mythologie en architectuur. En door alledaagse, terloopse of zelfs banale uitingen van beeld en taal op radio, tv en billboards. Ook die hebben hun plaats en vinden onderdak in mijn verzen.

Men probeert schrijvers altijd wel in een hokje te plaatsen. Pas jij in een of ander literair hokje?

Dat is lastig te zeggen. Mijn werk heeft een spirituele dimensie, maar ook een zeer aardse; is tegelijkertijd traditioneel en experimenteel. Het doet een gooi naar de vitale traditie van het Interbellum, de vlam van de Vijftigers, de implosies van de hermetische traditie en de no-future van de Maximalen. Tegelijkertijd is het ook eigentijds, qua thema en stijl. Misschien moet ik het beantwoorden van deze vraag aan anderen overlaten…

U hebt dat recht natuurlijk. Laten we verder gaan. We leven in woelige tijden, hebben de maatschappelijke evoluties een invloed op jouw werk?

Zonder meer. Mijn gedichten worden bevolkt door allerlei postmoderne personages en dito maatschappelijke onderwerpen.

Wat stoort jou het meest in de literaire wereld?

Eigenlijk niet zoveel. Voor zover ik het kan overzien, gaat het er in het Nederlandse en Vlaamse literaire landschap vrij gemoedelijk aan toe. Soms zijn er polemieken die ‘het literair bedrijf’ geen goed doen. Dan vraag je je af waarom je zou ruzie maken in een wereld die al zo klein en kwetsbaar is. Of boze recensies schrijven: steek liever je energie in het bewieroken van werk dat je de moeite waard vindt, dan in het afbranden van iets dat je minder bevalt. Een beetje meer ambassadeurschap van de letteren richting de rest van de wereld kan geen kwaad, lijkt me. Ook mis ik een beetje de literaire subculturen en bewegingen, zoals die van de Tachtigers, de Vijftigers en zo. Misschien zijn die er trouwens wel maar zijn ze voor mij niet zichtbaar.

Wat mogen wij nog van jou verwachten?

Na het winnen van “Turing” en “Oostende” en publicaties in en aantal tijdschriften denk ik dat een logische volgende stap is om, zoals ik hierboven al meldde, naar een integrale dichtbundel toe te werken en deze gepubliceerd te krijgen. Ook zou ik het leuk vinden om mijn werk vaker voor te dragen. Ik houd van de interactie met publiek en geloof dat een gedicht het best tot zijn recht komt als je het deelt met anderen. Vanuit een soortgelijke saamhorigheidsgedachte hoop ik ook op een wat meer regelmatige samenwerking met kunstenaars uit andere disciplines, met het oogmerk verschillende kunstvormen onder een dak te brengen, voor een gezamenlijk feest ‘voor alle muzen’.

Bedankt Jean-Paul voor deze interessante babbel. Nog veel succes met je literaire carrière en we kijken zeker uit naar je verdere publicaties.



© Frank Decerf



dinsdag 3 maart 2020

Diepzeemoment - Cora de Vos

Nog zie je zeepaardjes in de ogen van het kind
wuiven zeeanemonen kalm in het blauw
zwemmen sierlijke sluierstaartvissen

je hart zet uit als waaierend wier
maar bloed van schaamte stijgt
naar je wangen want je weet al
te goed hoe het verder zal gaan

de game op de iPad schiet zeepaardjes neer
laserguns mikken op sluierstaartvissen
geen zeeanemoon zal nog deinen

de Disney-prinses zal dreinen om meer
algoritme-gestuurd altijd weer meer

nog vult zacht avondlicht de kinderkamer
maar je hart trekt al samen van spijt.


© Cora de Vos


Dit gedicht werd in de laatste editie van de Poëzieprijs van de Stad Oostende bedacht met een nominatie. Cora de Vos was daarmee niet aan haar proefstuk toe want ook in de editie 2017-2018 bereikte ze de eindronde van tien nominaties.





dinsdag 21 januari 2020

Poëzieprijs van de Stad Oostende 2019 – 2020: winnaars bekend!

Op zaterdag 18 januari 2020 werden in 'de Grote Post' in Oostende de winnaars van de tweejaarlijkse  Poëzieprijs van de Stad Oostende voor dit jaar bekendgemaakt. De wedstrijd was al aan haar elfde editie toe.































Niet minder dan 674 dichters stuurden, zoals gevraagd, een of twee gedichten in. Zo kreeg de jury bestaande uit Ivo Van Strijtem (voorzitter), Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Geert Van Istendael en Koen Vergeer 1070 (!) gedichten te beoordelen. Na urenlange beraadslaging kwam de jury tot de volgende eindconclusie.


De derde Prijs ( 750 euro) gaat naar Patrick Cornillie met:


Oostende, Dikke Mathille


Zie mij hier liggen, laag genoeg om mee te
deinen op de trage adem van de aarde en dicht
genoeg bij het strand om mij te verlustigen
aan het bandeloze leven van de zee.

Zie mij hier liggen, behaaglijk languit,
de krullenbol rustend in mijn linkerhand,
mijn blote kont gekeerd naar het hinterland.
Zie mij hier nest maken, zie mij lonken

naar de dichters, tevergeefs op zoek naar
een woord dat rijmt op krols. Zie mij,
vrank en vrij, parmantige tante, vol van
dromen en rond van genade.

Het zout der jaren trok mijn huid in rimpels,
buik en borsten maken al slagzij. Maar dat
deert niet, het deert mij niet. Want zie mij
hier liggen: heel Oostende is van mij.


© Patrick Cornillie


De tweede Prijs (1450 euro) was voor Robrecht Dehaen met:


Wee mij, Heer, want ik moet zwijgen


heb erbarmen, Heer, ontferm u over al mijn ledematen:
laat ze nog eens swingen tot ik niet meer weet dat ik
vergeten ben een plan te smeden – uitgaand van plausibel
taalgebruik – waarmee mijn flexibanen niet verloren gaan
tussen de kade en de toog van Gentse smoothiebars

verberg niet langer de verlossing, Heer, die U mij
voorloog bij het lossen van de lading drugsbananen,
goed verstopt in volgestouwde koffers van mijn
jongste Tesla’s, die nu aangemeerd zijn in Zeebrugge

want wee mij, Elon, bij gebrek aan lof voor de
perfect gefabriceerde mens die in mijn auto rijdt
en bij gebrek ook aan ontferming over Vlaamse
zangers en hun huisdieren, meestal zijn het vissen


© Robrecht Dehaen


Voor de eerste prijs ( 3000 euro) verkoos de jury het werk van Jan-Paul Rosenberg met :


De winterzwemmer

L’oeil véritable de la terre, c’est l’eau (Gaston Bachelard)


1
Dit is het pad dat mij verbindt, het licht
valt op de oever dicht en koele schemering
bezweert de wind die afmeert in mijn hand, de zon
laat al mijn schubben glanzen en ontkooit
het ijskoudbloedig dier dat uit het zwart
van zijn versteende bodem naar me tast
en door mij heen zwemt met de laatste
schaduwschemeringen van de nacht.


2
Het licht verbergt zich in de spiegel van de lucht
sleurt mij de diepte in, mijn hart pompt schuim. Ik zwem
(het hoofd omlaag) tussen de benen van de morgenstond
de vrijheid in, mijn voeten laat ik op de oever staan
en keer terug naar waar ik met mijn vissenstaart
mijn oorsprong vond, daar plant ik mij
met ingesponnen zeemeerminnen voort.


3
Steeds duik ik onder om te weten hoe de zon
zich door de duisternis verplaatst, in de onzichtbaarheid
beneden mij, voorbij de onderstroom word ik weer wat
ik was: ontworteld visioen. Wie weet wat al dit water
zonder mij heeft meegemaakt, vannacht, in wederzij
van al mijn oogopslagen drijven baarzen, snoeken
zoeken in mijn elementen onderdak.


4
Koud water is een hond die scherper bijt dan wind.
Al wat ik wist voer ik in weefsels mee, mijn ijsbeslagen
ledematen en mijn hoofd vol sneeuw. Het meer een schilderij
van licht, de jonge dag het vuur waaraan een zwaan zich laaft
en als een onontdekte stilte aan mij knaagt. Voor wie mij zoekt, kom naar de rand
en zie: ik ben van glas, mijn hoofd een vlam en schaduw van het kristallijne vlak
waarop het oerlicht schaatst en mij omhoog trekt, de versteende wolken langs.


5
Halverwege de verdwenen oevers zie ik hem, mijn tegenpool
en vraag hem wie hij is. Weet je dat niet vraagt hij, ik ben als jij
het beest dat door je dromen zwemt, waar kom je dan vandaan
vraag ik, hij wijst de richting aan waarheen ik ga, ik vraag
waar ga je heen, hij zegt stroomafwaarts en waarheen
ga jij? Ik kijk hem aan maar zie mezelf alsof ik sterf
en draai me om, drijf weg uit deze droom, ontkom
stroomopwaarts, naar de bron


© Jean-Paul Rosenberg


De laureaat Jean-Paul Rosenberg won in 2017 ook al de Grote Turingprijs. Intussen staan op de thuissite van derde laureaat Patrick Cornillie een aantal foto’s van de prijsuitreiking.

De jury wenst alle deelnemers aan de prijs en de prijswinnaars nog veel succes met hun literaire creativiteit. Bij deze 11de editie van de PPO werd eveneens een rijke bundel vol poëzie en prachtige foto’s van de stadsfotograaf Jan Van Der Borght uitgebracht. Deze publicatie kan aangevraagd worden via de Cultuurdienst van Oostende (059 25 88 20). De kostprijs: een luttel bedrag van 5 euro!

In deze bundel vind je het werk van de laureaten en zeven genomineerde dichters. Ook tref je er de longlist aan met de namen van 40 auteurs waarvan de gedichten tot de betere inzendingen behoorden.

De zeven nominaties waren voor: Annet Bremen (‘Oefeningen in eindeloosheid’), Dorien Couton (‘The Parrot’), Cora de Vos (‘Diepzeemoment’), Moniek Spaans (‘Setting’), Pieter Van de Walle (‘Het tijdperk van de wolken’), Frank Van Den Houte (‘Romero’) en Leen Verheyen (‘Afscheid van een interieur’).


© verslag: Frank Decerf

Redactielid van Digther en jurylid

Bericht over de proclamatie in HLN
Bericht bij "Dun lied donkere draad", de blog van de VWS


woensdag 21 augustus 2019

Poëzieprijs van de Stad Oostende - Elfde editie

Oostende, onvolprezen Stad aan Zee, wijst ons graag op de lopende elfde editie van haar poëziewedstrijd. Het bericht:

‘De Stad Oostende organiseert in 2019-2020 de elfde editie van de Poëziewedstrijd. Wie de vingers voelt tintelen, kan nu al zijn of haar gedicht bezorgen aan de dienst Cultuur. Deelnemen kan nog tot 1 oktober 2019.

Ben je er een krak in om je meest intense gevoelens en diepste gedachten in prachtige zinnen op papier te zetten? Of is een tussendoorverhaaltje meer je ding? Laat de woorden vloeien, je klavier rammelen of je pen spetteren en neem deel aan de elfde editie van de poëziewedstrijd van Stad Oostende. Tot 1 oktober 2019 kan iedereen één of twee ongepubliceerde Nederlandstalige gedichten - met een maximale lengte van een A4-pagina - bezorgen aan de dienst Cultuur. Misschien vervoeg jij hiermee het rijtje winnaars van de voorgaande jaren, waaronder Bianca Boer, Wout Waanders, Erwin Steyaert en Paul Rigolle. Bovendien ontvangt de laureaat 3.000 euro, de tweede en de derde prijs bedragen respectievelijk 1.500 euro en 750 euro.

Blaas de zevenkoppige jury, allen klinkende namen binnen de wereld van het geschreven woord in onze lage landen, van hun sokken en verbaas hen met jouw eigen stukje poëzie! De uitreiking vindt plaats in januari 2020.

Alle info en deelnemingsformulier vind je hier. ‘

Ja, niets wijst er op dat jij niet die poëtische krak die in men in Oostende zoekt, zou kunnen zijn! Nog tijd tot 1 oktober 2019 om in te sturen!


dinsdag 29 mei 2018

C. Buddingh'prijs - Editie 2018

Straks, dit is donderdag eerstkomend, 31/5/2018, wordt in Rotterdam tijdens “De staat van de poëzie” op Poetry International de Cees Buddingh-prijs voor poëzie uitgereikt. 
De prijs geldt - het is niks nieuws - als dé jaarlijkse debuutprijs voor nieuwe dichters. De genomineerden van dit jaar (gekozen uit een totaal van eenentwintig meedingende debuten) zorgden bij deze editie voor wel heel verscheiden, vrij verrassend en soms fel en gloeiend prozaïsch aandoend werk. Het zijn in alfabetische volgorde:

Dean Bowden met Bokman (Uitgeverij Jurgen Maas)
Radna Fabias met Habitus (Uitgeverij Arbeiderspers)
Elisabeth Tonnard met Voor het ideaal, lees de schaal (Uitgeverij het balanseer) en
Arno Van Vlierberghe met Vloekschrift (Uitgeverij het balanseer). Opvallend toch dat twee van de vier genomineerde bundels afkomstig zijn uit het fonds van de kleine maar erg fijne uitgeverij het balanseer. Van Radna Fabias publiceeren we hier eerder al haar winnend Oostende-gedicht. Redactielid Frank Decerf had toen naar aanleiding van haar bekroning ook een uitgebreid gesprek met haar.

De vier genomineerde bundels van dit jaar blijken ondanks een aantal mogelijke randbedenkingen stuk voor stuk sterke en intrigerende debuten te zijn! De jury (bestaande uit Charlotte Van den Broeck, Jeroen Dera en Antoine de Kom) daarover:

De inzendingen van dit jaar getuigen van grote diversiteit en verregaande vernieuwing, een zoektocht naar engagement in talige vorm waarin de kracht van poëzie als ontwrichtend medium duidelijk wordt,’ aldus de jury. ‘Taalplezier moet het af en toe ontgelden in deze soms cerebrale identiteitspoëzie, die een duidelijke zoektocht naar het ‘ik’ vormt. Opvallend zijn de kleine uitgeverijen: zij hebben het voortouw genomen in het bewandelen van deze weg van vernieuwing en durven opvallende stemmen uit te geven.

Geef toe, onaardig klinkt het allemaal niet. Wie we bij 'de Schaal van Digther' zelf als onze grote favoriet naar voor schuiven doet er niet zo heel veel toe. Toch hebben we hier vooral iets moois ontwikkeld met de titel van Elisbeth Tonnard's debuutboek: 'Voor het ideaal, lees de Schaal'... Mag het iemand verwonderen dat wij sinds het verschijnen van het boek de titel hier regelmatig als een mantra voor onze eigen activiteiten voor ons uit zitten te fluisteren!

(P.R.)

Update (1/6/2018)
Facebook-Bericht van Poetry International:

Poetry International Rotterdam heeft 3 nieuwe foto's toegevoegd.
10 uur ·

De C. Buddingh'-prijs is dit jaar voor Radna Fabias. Haar bundel 'Habitus' is het beste poëziedebuut van het afgelopen jaar. Voor De Arbeiderspers is dat de tweede prijs van de dag. Van Harte gefeliciteerd Radna! 'Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms. En... er gebeurt wat in de poëzie. Zijn het vooral de kleine uitgeverijen die het nieuwe geluid mogelijk maken?

'Met overdonderde kracht sleurt ze de lezer mee in een broeierig tussengebied,' aldus de jury. 'Een subversieve stem die afkomst, bestemming, lichaam en perspectief te lijf gaat en daarbij zichzelf en de ander niet spaart, Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms – en breekt de Hollandse dichtkunst weergaloos open, rekent af met het veilige vers. 'Habitus' zindert. Het is moeilijk te zeggen wat het meest beklemt in deze bundel: het tropische eiland, het Nederlands waar de ik-figuur naartoe reist, of de categorieën die afkomst en bestemming projecteren op het lyrische ik. Fabias maakt deze beklemming voelbaar en tegelijkertijd gooit ze geijkte opposities als ‘wit’-‘zwart’, ‘man’-‘vrouw’, ‘ik’-‘ander’ open door ingenieus gebruik te maken van een cameramatige, maar uitgesproken lyrische stem die alle perspectieven opentrekt en het niet schuwt om zichzelf en de ander op het spel te zetten.'

De uitreiking vond plaats tijdens De staat van de poëzie / Uitreiking C. Buddingh'-prijs 2018 op het 49e Poetry International Festival. Nog tot en met zondag - www.poetry.nl




zaterdag 12 maart 2016

Interview met Radna Fabias - Frank Decerf

Stilaan wordt het een traditie dat ik de winnaar van de literaire prijs van de Stad Oostende een forum geef dat via een interview wordt verwerkt. In de editie 2016 kwam de jonge Nederlandse schrijfster Radna Fabias als uitverkorene uit de deliberaties. De juryleden waren: Geert van Istendael, Hester Knibbe, Lies Van Gasse, Koen Stassijns, Koen Vergeer, Frank Decerf en voorzitter Ivo van Strijtem . Radna was bereid enkele vragen te beantwoorden. Hieronder een neerslag van haar inzichten, haar plannen en haar levensvisie. Een verrassende dame met duidelijke standpunten .

Radna, proficiat met je eerste plaats. Waarom deed je mee aan de Poëzieprijs van de stad Oostende?
Ik ben al een tijdje in afzondering aan het schrijven. Het is alweer even geleden dat ik met werk naar buiten trad. Ik vond dat het tijd werd om dat weer te doen. Ik nam me bijvoorbeeld ook voor eens te gaan voordragen en zag ergens de wedstrijd langskomen. De inzending was een persoonlijke, symbolische stap. Ik verwachtte er niets van. Het ging mij om de beweging naar buiten toe.

Kende je de stad Oostende al?
Nee. Ik kom regelmatig in Antwerpen en Brussel, maar Oostende kende ik nog niet. Ik vind Oostende wel mooier van klank dan bijvoorbeeld Scheveningen.

Waarom ben je beginnen schrijven?
Ik heb geen goed antwoord op de vraag waarom ik begon. Nu is het een manier om grip te krijgen op dingen, denk ik. Op papier is het goed zoeken, goed twijfelen.

Kun je ons vertellen waarmee je nu bezig bent?
Ik ben nu bezig met een reeks gedichten en een flinke bulk beschouwend proza. Daarnaast ben ik voor een installatie beeldbeschrijvingen aan het schrijven van honderden foto’s die ik tijdens mijn laatste bezoek aan mijn geboorteland maakte. Dat laatste voelde lange tijd als afleiding, maar inmiddels worden die eerste twee projecten erdoor besmet. Ik vind dat nu een goede zaak. Tussendoor doe ik onbegrijpelijke dingen met mijn schrijftijd. Bijvoorbeeld een portret van mijn grootmoeder overtrekken en haar hoofd vervolgens herhaaldelijk naast elkaar tekenen zodat er een patroon ontstond. Vervolgens bedacht ik dat ik een huisje wilde timmeren en de binnenkant van het huis met die gezichten wilde behangen. Gaat dat ooit echt gebeuren? Niemand weet het. Ik kan ook niet timmeren. En waarom een poppenhuis behangen. Waartoe? Aan wie laat ik zoiets zien? Ik wil ook de gezichten van mijn grootmoeder op de binnenmuren van een oud, voor de sloop klaargemaakt gebouw schilderen. Gaat dát ooit gebeuren? Geen idee. Eerder zou ik daarover inzitten, dat ik zoiets bedenk terwijl ik eigenlijk iets anders aan het maken ben. Of ik zou balen dat ik zoiets bedenk zonder dat het helder is waar ik het voor ga gebruiken. Nu probeer ik me niet teveel bezig te houden met het waarom. Ik zie die onbegrijpelijke tijdbestedingen nu als deel van mijn schrijfproces. Het zijn andere uitingsvormen van dat waar ik in het schrijven mee bezig ben. Het zijn blijkbaar dingen waar ik geen woorden voor wil of kan gebruiken. Ik laat ze rusten. In de wat luchtiger hoek schrijf ik recepten. En daar schrijf ik ook weer stukjes bij. Kleine, meestal luchtige stukjes. Om de pen soepel te houden. Zoiets. Plus het sluit aan bij mijn werk in de keuken.

Zijn er terugkerende thema’s in je werk?
Het werk gaat momenteel vaak over identiteit, de vervreemding en de rijkdom van migratie, armoede, het idee van thuis zijn. Of thuis een vaste plek is. Thuis in een land, maar ook bijvoorbeeld in je sociaal-economische of culturele achtergrond, in een groep mensen, of in een lijf.

Wie waren / zijn je grote voorbeelden uit de hedendaagse literatuur en waarom?
Voorbeelden. Dat impliceert dat ik zou willen doen wat ze doen. Misschien is dat wel hoe het werkt, maar dat zou onbewust zijn. Bewust kan ik zeggen dat er heel veel werken zijn waar ik van onder de indruk ben. Mijn bewondering heeft geen betrekking op auteurs, maar op specifieke werken. Soms komt daar ook de werkhouding van een auteur bij. Zoals bij Jonathan Franzen. Ik was bijzonder onder de indruk van Vrijheid,
maar ik vind de lengte van zijn werkproces minstens zo mooi. Ik vind het prachtig dat hij ruim negen jaar over Vrijheid heeft gedaan. Ik ben onder de indruk van het beschouwend werk van Zadie Smith, maar ik kan nu niets met haar romans, Dat geldt ook voor Valeria Luiselli. Ik ben naast Vrijheid ook onder de indruk van het beschouwend werk van Jonathan Franzen, maar ik pakte De Correcties op en bleef steeds hangen. Ik heb essays van David Foster Wallace gelezen waar ik bijzonder blij van werd, maar ik sla vervolgens Infinite Jest open en merk dat ik daar geen geduld voor heb. Dat heb ik met meer auteurs. Daarom zeg ik werken. Geen auteurs.
Ik kan me soms wel onderdompelen in het werk van één schrijver, maar dat gebeurt niet meer zo vaak. Ooit las ik bijvoorbeeld alles van Houellebecq en Bret Easton Ellis en Jay McInerney en jaren geleden tijdens mijn studie aan de academie dook ik helemaal in Heiner Müller en Sarah Kane en Samuel Beckett en was er een fascinatie met Antonin Artaud en Tadeusz Kantor die ik poëtisch mooi vond in hun gekte. Ik heb ze nodig gehad en ze zitten stevig in mijn systeem, maar tegelijkertijd was het op een gegeven moment ook klaar. Het werd wel erg zwart ook. Zo nihilistisch. Nu haal ik bijvoorbeeld veel rust en troost uit het werk van A L Snijders. Dat is misschien wel de enige Nederlandse schrijver die ik de afgelopen jaren heb gelezen. Ik vind dat hij een aangename vorm heeft gevonden waar zijn stem bijzonder goed in past. Dát vind ik bewonderenswaardig. Dat is iets om na te streven, vind ik. Ik lees hem graag. Ik luister ook graag naar hem. Ik stond een tijd lang op zondag op tijd op om hem op radio 4 een praatje met Niels Heithuis te horen maken en een zeer kort verhaal te horen voordragen. Soms hoor ik bijna zijn stem als ik hem lees.

Wat zou je nog graag willen schrijven?
Een bundel essays of korte verhalen of liever nog: een hybride van die twee. En een dichtbundel. En ik ben ooit tot dramaschrijver opgeleid. Ik zou nog best wel een keer een toneelstuk willen schrijven. Dat heb ik al een tijdje niet gedaan. En- het past voor mijn gevoel niet in dit rijtje, maar ik zou ook graag een kookboek met recepten en al dan niet losjes aan die recepten gerelateerde stukjes willen schrijven. En ooit, misschien, een roman. Eentje maar.

Heb je tijdens het schrijven een bepaalde routine? Hoe ga je te werk?
Het genereren van materiaal gebeurt doorlopend. Dan ga ik zitten en bouw ik daarop voort. Vervolgens vernietig ik dingen tot er iets overblijft waarvan ik het idee heb dat het een eenheid vormt. Grofweg is dat mijn proces. De grootste uitdaging is om niet alles te vernietigen. Het is constant zoeken naar de mildheid om dingen te laten staan.

Heeft poëzie een doel op zich?
Ik zeg hier nee op. Elk ander antwoord zou resulteren in abstracte kletspraat waar ik zelf ook van ga walgen.

Wat was de aanleiding voor je laatste bundel/gedichten reeks/ enz? Vanwaar de titel?
Mijn laatste gedichtenreeks is ‘Brandplekken en Snijwonden’. Met veel van de gedichten uit die reeks begon ik tijdens mijn bijscholing tot kok. Aan Gieser Wildeman werkte ik tijdens de lessen warenkennis, bij de behandeling van het hoofdstuk fruit. Ook de titel van de reeks refereert aan die periode van bijscholing en het werken in een professionele keuken. Hoe meer ik schreef, hoe meer het ook ging over andere dingen waar men zich aan kan snijden of branden.

Volg je de huidige lichting nieuwe en jonge dichters? Waarom wel / niet?
Ik heb niet echt een overzicht van wie de ‘huidige lichting jonge dichters’ is. Daarvoor
Radna's leeshoek
heb ik me ook te zeer afzijdig gehouden van elke ‘scene’. Groepen jonge dichters… Ik weet het niet. Het kan erg inspirerend zijn, maar het kan ook snel een pretentieuze bierclub worden. Twee jaar geleden zag ik tijdens de Nacht van de Poëzie Maud van Hauwaert. Ik vond haar grappig. En ik vind dat ze aantrekkelijk voordraagt. Dat was een toevalstreffer. Ik volg niet veel. Ik volg een aantal mensen waarmee ik op de academie heb gezeten. Bijvoorbeeld Oscar Wyers of Marc Robbemond. Dit zijn veelal mensen wiens werk me toen al iets deed. Zij brengen mij soms weer bij het werk van andere dichters. En laatst kreeg ik na mijn verblijf in Oostende een bericht van iemand die me wees op het werk van allemaal jonge dichters waar hij aan moest denken. Dat was fijn.

Ben je beïnvloed in je schrijven?
Natuurlijk. Elke maker die anders beweert, heeft er te kort bij stilgestaan. Niemand is volledig autonoom. Ik word, net als ieder ander, beïnvloed door alles wat ik waarneem. Dit alles beweegt door me heen en komt er door mijn persoonlijke filter weer uit als ik iets maak. Mijn filter bestaat weer uit dingen waar ik zelf voor kies, zoals de kunst-uitingen die ik tot me neem, wat ik lees, waar ik woon en werk en de mensen waarmee ik me omring, maar daarnaast - en dat dringt pas de laatste tijd écht door- is daar ook alles waar ik zelf niet voor koos, maar wat wel bij mij hoort. De sociaal-economische situatie waarin ik opgroeide, mijn geboorteplaats, mijn sekse, mijn lijf, mijn geaardheid, mijn familie, mijn culturele achtergrond, dat soort zaken. Dat zijn ook allemaal invloeden. Daar ontkomt niemand aan. Verdringen kan, maar ze zijn er wel.

Ben je in een of ander literair hokje te plaatsen?
Ongetwijfeld. Alles bevragende postpostpostmoderne generatie Y-er, maar dan de deels uit-de-onderklasse-afkomstige-migrant editie? Zoiets?

We leven in woelige tijden, hebben de maatschappelijke evoluties een invloed op jouw werk?
De écht grote problemen, de dingen waar mensen aan sterven, die generaties aan pijn veroorzaken, vinden geen thuis in mijn zinnen. Ze hebben wel invloed, zoals alles invloed heeft, maar ik schuur er slechts langs. Soms met dichtgeknepen ogen. Vaak met huiver.

Wat stoort jou het meest in de literaire wereld?
Ai. Lastig. De eenvormigheid van afkomst? En daarmee bedoel ik geen huidskleur. Publiceerdrift? Een tijd geleden schreef iemand mij dat Joost Zwagerman ooit had gezegd dat je niet moest wachten met debuteren tot je oud was en niet meer kon klaarkomen. Ik schreef terug dat ik spuugde op debuteerhaast. Dat is gechargeeerd, maar ik vind wachten een goede zaak. Niet passief, maar spelend, zoekend, oefenend, slijpend. Niet elk kuchje hoeft gedeeld te worden. Dat is geen sexy standpunt. Dat wachten kan als falen voelen, maar ik zie het liever als rijping. Soms is er ineens iemand die op oudere leeftijd debuteert en waarover er geschreven wordt dat hij of zij ‘uit het niets’ kwam. Of uit de lucht. Ik ben daar vaak benieuwd naar. Ik ken twee jonge schrijvers die pas na hun veertigste willen debuteren. Een bewuste keuze. Ik heb daar respect voor. Ik kijk naar dat werk uit. Let wel: ik zeg absoluut niet dat er geen jonge mensen zijn wiens werk ik waardeer, maar het in stilte rijpen, schrijven niet als een beroep zien, niet iets waar je ‘carriere in maakt’ door met elk zuchtje naar buiten te treden; ik vind dat een mooie houding. Aantrekkelijk. En wat de eenvormigheid betreft: het is geen aanklacht, ik reken het niemand aan. Het is ook geen verontwaardiging.

Toch stoort het me soms wel. Ik las ooit over een schrijver die zei dat minderheden hun weerspiegeling ergens in willen zien om te weten dat ze geen vampieren zijn. Ik denk dat ik dat snap. Natuurlijk, er zijn universele verhalen die ons dwars door alle verschillen heen raken omdat ze ons algemene mens-zijn aanspreken. En gelukkig maar. Toch wringt er soms wat. Ik weet nog dat ik tijdens mijn studie verzuchtte dat er iets in mij zou breken als ik nóg een stuk zou moeten lezen over een onder de burgerlijke oppervlakte gebroken middenklasse gezin met geheimen en wind tegen. Ik heb in die categorie behoorlijk goed geschreven dingen gelezen, begrijp me niet verkeerd, maar daarbuiten is ook een wereld.

De Nobelprijs werd ooit aan een bejaarde schrijfster (88 jaar, Doris Lessing) gegeven. Zijzelf was daar niet wild enthousiast over. Wat is jouw visie ivm dergelijke prijs?
Prijzen…Mooi dat ze bestaan, maar je moet er niet op wachten. Je moet er niet iets van af laten hangen, denk ik. Verder heb ik daar weinig over te zeggen.

Wat mogen wij nog van jou verwachten?
Als het meezit, als het me lukt om de mildheid te vinden en te bewaren, om niet alleen maar te vernietigen, hopelijk eerst een bundel met hybride korte verhalen/essays. En misschien een dichtbundel. Wie weet.

Met welke drie auteurs zou je voor enkele weken naar een verlaten eiland willen vertrekken?
Jonathan Franzen. Dat komt: hij is vogelaar. Ik ben om onduidelijke reden onder de indruk van mensen die in de natuur verder komen bij het benoemen van wat ze zien dan ‘kijk, een vogel.’ Of ‘wat een mooie bloem.’ Georges Perec zou ik er ook graag bij hebben. Lijkt me gezellig. En Michel de Montaigne, denk ik. In deze fictieve situatie spreek ik Frans. Dat vind ik leuk. En mag ik daar nog een vrouw bij? Iemand die haar verhaal dráágt? Dan kies ik Mary Karr.

Wat is de top vijf van je meest geliefde auteurs?
Titels vind ik makkelijker, maar ik kan hier héél lang over doorgaan. Ik kan geen top
vijf  maken. Een min of meer willekeurige greep: Lolita van Nabokov, Vrijheid van Jonathan Franzen, Un homme qui dort van Georges Perec, De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst, veel van Lydia Davis, veel verhalen van Tsjechov, De morgen loeit weer aan van Tip Marugg, Consider the Lobster van David Foster Wallace, Factotum van Bukowski. De Hamletmachine en Beeldbeschrijving van Heiner Muller. O, en Truman Capote. De man schreef fijn. En Joan Didion. En Kafka. En Raymond Carver. En Jorge Luis Borges. En misschien ook iets van Harold Pinter. En ik lees ook graag de stukjes van Martin Bril. Ik vind ze rustgevend. En ik heb twee titels van Edouard Leve. Autoportrait en Works. Het lukt me al jaren niet om dat eerste boek uit te lezen, maar het raakt me vreselijk. Iets soortgelijks heb ik ook met Bert Schierbeek, de Nederlandse dichter die zijn vormexperimenten ‘proëzie’ noemde. Dat werk is onleesbaar, maar prachtig.

Had je als kind een favoriet boek?
Nee. Ik las veel, maar ik kan me geen favoriet voor de geest halen. Ik was wel gevoelig voor detective-achtige structuren, geloof ik. En ik wilde al heel snel boeken voor volwassenen gaan lezen. Maar ik had geen favorieten. Dat vind ik in retrospectief best mooi.

Hoe reageerde je omgeving op het winnen van de Poëzieprijs van Oostende?
Enthousiast, enthousiast met een vleugje onbegrip, met niets dan onbegrip (‘schrijf je gedíchten?’), een enkeling enthousiast met misplaatste nationalistische trots en in de keuken met milde pesterijen. De reacties in Oostende zelf waren overigens louter enthousiast en vriendelijk. Dat was mooi. Overrompelend ook. Maar vooral mooi.


Bedankt Radna, nog veel succes en ik weet zeker dat we van jou zullen horen.


Het winnend gedicht “Gieser Wildeman” werd gisteren op 'de Schaal van Digther' gepubliceerd en lees je hier.

© Frank Decerf