vrijdag 20 september 2019

Niemand bestaat alleen

Over de bloemlezing ‘Poëziepad van A tot Z'
Van Avelgem tot Zwevegem - Poëzie op Spoorlijn 83

Poëziewedstrijden waarvoor je als dichter anoniem en eigenhandig via email, contactfomulier of  anachronistischer nog, per brief moet inzenden, blijven wat ons
betreft een aparte charme uitstralen. Wie instuurt naar dit soort wedstrijden koestert de zachte hoop dat zijn of haar gedichten vroeg of laat het verschil zullen maken en verwacht vooral dat ze met aandacht gelezen worden door een deskundige jury. Winnen is voor een aantal inzenders zelfs belangrijker dan deelnemen! Voor de gelukkigen die zich in zo'n wedstrijd genomineerd weten, betekent een prijs of een nominatie altijd wel een flinke opsteker. Een terechte stimulans ook om door te gaan met wat men, in veel gevallen, pas begonnen is. Maar soms gaat het niet alleen om de eer. In wat minder zuinig geprijsde wedstrijden gaat het, trivialer, ook, wees daar maar zeker van, om... de centen. Sommigen die het 'poëtische kneepje' om in de gemiddelde smaak van een jury te vallen flink onder de knie hebben, weten best wel wat ze moeten insturen. Het succes van wedstrijden als die van de Stad Oostende of de voorbije tien edities van de Grote Turing-gedichtenwedstrijd (straks hopelijk opgevolgd door 'Prijs de Poëzie') zegt daarover genoeg. En wanneer het om centen gaat kun je er van op aan dat ook eerder 'gearriveerde' dichters zich onder de deelnemers bevinden; al zullen weinigen dat later ook nog ootmoedig toegeven.

Een van de sympathiekste wedstrijden uit het rijtje van de inzendprijzen was de voorbije vijf jaar zonder twijfel de wedstrijd "Poëziepad van A tot Z". De wedstrijd was en is een gezamenlijk initiatief van de gemeenten Avelgem en Zwevegem en van Marnixring 'De Vlaschaard'. Met de Provincie West-Vlaanderen, Creatief Schrijven, Poëziecentrum en Natuurpunt in steun. De bedoeling was om de oude spoorlijn 83 tussen Avelgem en Zwevegem die al jaren haar  oorspronkelijke functie was verloren, onderweg poëtisch met gedichten te larderen en op te luisteren. Daar is men - van A tot Z - wonderwel in geslaagd. De wedstrijd ging van start in het jaar 2015. Bij elke editie die opgehangen werd aan een specifiek thema werd het winnende gedicht samen met een gedicht van een jurylid/curator gematerialiseerd. Met de uitreiking van de vijfde editie op 15/6/2019 ll. werd de lus tussen A en Z intussen helemaal rondgemaakt. Voor de vijfde editie stuurden niet minder dan 181 dichters een gedicht in. Winnaar werd dit keer Paul Vincent. Goed nieuws is ook dat de wedstrijd ook na dit eerste lustrum wordt voortgezet.

De fijne Uitgeverij Bibliodroom die eerder al een bloemlezing bij 'Vers Roeselare publiceerde, zorgde bij het vijf-jarig lustrum voor een bijzonder aardig ogend 'spoorboekje' dat je poëtisch en wel doorheen het sfeervolle Zuid-West-Vlaamse landschap loodst. De tien gedichten van de vijf winnaars en de vijf juryleden bevinden zich op diverse locaties tussen het station van Avelgem en dat van Zwevegem. Ondermeer de Ijzerwegbrug over de Schelde in Avelgem, de Rijtbrug (waar de opnames voor Bevergem plaatsvonden), de Knokkebrug (op het driedorpenpunt Heestert, Moen en Zwevegem) en de stations van Zwevegem, Moen en Avelgem worden aangedaan. Wie op een mooie herfstdag niet goed weet waarheen vindt hier een pasklaar antwoord.

'Poëziepad van A tot Z' is een kleinood van een boekje geworden met harde kaft, formaat 16,5 bij 14,5 cm. Er zijn foto's van Piet Sileghem en Johan Hespeel en het boek bevat in het totaal 39 gedichten. De vijf gedichten van de juryleden/curatoren (Lut de Block, Joris Denoo, Philip Hoorne, Karlijn Sileghem en Barbara Delft) flankeren die van de winnaars van de vijf edities (Harry M.P. van de Vijfeijke, Liesbeth Ulijn, Tom Smits - ‘waar Schelde zonder aarzelen zichzelf/verliest in de Escaut, daar groeit opnieuw een brug’, Cora de Vos en Paul Vincent). Ook van 29 andere dichters die in de loop van het voorbije lustrum werk instuurden is een gedicht geselecteerd. Zo lezen we ondermeer gedichten van zeer diverse dichters als Marc Bungeneers, Patrick Cornillie, Rik Dereeper, Leen Pil, Eddy Vaernewyck, Geert Viaene (dodeskaden!), Annette Akkerman, Saskia van Leendert, Erika De Stercke, Anna Crevits, Tania Verhelst (‘ze zeggen dat wij geest zijn/maar geest is wie je nalaat of vergeet') en Leen Pil ('Ik zwaai en sla de korrels uit de aren'). Het geheel vormt een boeiende inkijk in wat er dezer dagen in Vlaanderen en Nederland wordt geschreven. 'Poëziepad van A tot Z' bevat heterogeen werk waarin veel verlangen en natuurbeleving wordt verwoord, soms wat al te thema-gebonden, maar dat hoeft voor mooie boekjes als deze geen bezwaar te zijn. Op het pad van de poëzie reizen dichters wel vaker zonder visum of valies (Nanny Luijsterburg) en In de klik van het moment (Julia Beirinckx).

Niemand bestaat alleen uit zichzelf schrijft Saskia van Leendert een van de genomineerden in een van de mooiste gedichten uit de bundel. En zo is dat maar net. In de wereld, én op het Poëziepad van A tot Z.



Niemand bestaat alleen


Voorouders nestelen in onze schoot
hun blikken op de einder, verder

we verstaan tekens, taal van oud zeer
alle vergeten gisterens dwingen
te kijken naar wat begraven leek

niemand bestaat alleen uit zichzelf, in ons
een bibliotheek aan kleitabletten, dode
zeerollen, verzameld werk van bloedsporen

onze eigenheid is niet meer
dan een druppel in de oersoepbron

we zijn geboren als mogelijkheid.


© Saskia Van Leendert


Poëziepad van A tot Z, Uitgeverij Bibliodroom, 2019, hardcover, 15 euro, ISBN 9789492515377- D/2019/12/111/003

Editie 5 van Poëziepad van A tot Z in pdf
Facebookpagina Poëziepad
Alle info: poeziepad@zwevegem.be


Aan te kopen via bol.com  of af te halen bij Drukkerij Byttebier Doorniksesteenweg 38 Avelgem, Optiek en Hoorcentrum Christiaens Doorniksesteenweg 35 Avelgem, Koffiebar El Dorado Otegemstraat 148b Zwevegem, Boekhandel Etiket, Kapelstraat 25, 8540 Deerlijk of Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent.

20€ met verzending na overschrijving op IBAN BE95 8508 4767 9358 / BIC NICABEBB  van Marnixring De Vlaschaard (naam, adres en aantal ex vermelden) 



(Leesnotitie: Paul Rigolle)


donderdag 19 september 2019

Blog van de VWS

"Dun lied donkere draad". De VWS (Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) heeft nu ook een blog! Adres: blogvandevws.blogspot.com.


dinsdag 17 september 2019

Mijn galerij van geliefde Joodse schrijvers - Hendrik Carette

Mijn galerij van geliefde Joodse schrijvers (bij de dood van György Konrad)  

Benno Barnard vroeg mij ooit hier in Brussel (het was in de Cirio, een deftige ouderwetse brasserie bij de Beurs) of ik een antisemiet was en ik antwoordde natuurlijk ben ik dat niet; ik ben een filosemiet.

1. De Russisch-Joodse schrijver Isaak Babel was de eerste. Zijn korte bloedige en meeslepende verhalen in De Rode Ruiterij maakten mij bijna gek van bewondering en medeleven. Nadien las ik alles van deze Babel zelfs zijn Brieven naar Brussel 1925 – 1939 (1970: Moussault Uitgeverij).

2. Een Hollandse vriendin gaf mij de dichtbundel Wie een hoefijzer vindt (Amsterdam: Van Oorschot, 1974) in de vertaling van Kees Verheul. En ja, ik vond het hoefijzer van de dichter Osip Mandelstam die op bevel van Stalin werd kaltgestellt. Zijn gedicht over Stalin was en is uniek. Later las ik zelfs de twee dikke boekdelen van zijn bewonderenswaardige weduwe Nadedja die alles had bewaard in haar hart en dus ook in haar geheugen.

3. De derde Jood die mijn lectuuravontuur binnendrong was de Oostenrijker Joseph Roth en al in de jaren tachtig van de vorige eeuw besprak ik met enthousiasme zijn roman Radetzkymarsch in het letterkundig tijdschrift Diogenes dat helaas niet meer bestaat en verschijnt. En meer en meer begon ik te beseffen dat de Habsburgse dubbelmonarchie of de toenmalige natiestaat Oostenrijk-Hongarije in het midden van Europa beter langer had bestaan.

4. De vierde schrijver in deze galerij is de Hongaars-joodse schrijver György Konrad die zopas, op 13 september jl. in Boedapest, is overleden en van wie het essay-boek De oude brug met als ondertitel ‘Dagboekaantekeningen en overpeinzingen uit de jaren tachtig en negentig’ (Amsterdam: Van Gennep, 1997) mij nog altijd fascineert en waarin ik vele passages met mijn potlood heb onderstreept.

5. Ook Lev Trotski was een jood en van deze man bewaar ik het indringende en zeer relevante boek Literatuur en revolutie (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1982) met een flauw nawoord van Karel van het Reve en een belangrijke brief van de Italiaan Antonio Gramsci van 1922 ‘Brief van kameraad Gramsci over het Italiaanse futurisme’.

6. Ook de mystieke jood en filosoof Martin Buber blijft voor mij een belangrijk auteur en door de uitgeverij Erven J. Bijleveld te Utrecht werden niet minder dan vier boeken van deze denker en cultuurfilosoof in het Nederlands uitgegeven.

7. En ten slotte nog recentelijk kocht ik het boek van een andere Roth, met name Philip Roth, met de sprekende titel Waarom schrijven? met als ondertitel ‘verzamelde non-fictie, 1960-2013, (Amsterdam, De Bezige Bij, 2018). En deze Amerikaanse jood stelt vragen die niemand anders kon en durfde vragen. Of gewoon echte levensvragen.

En ik som deze geliefde of door mij bewonderde schrijvers hier even op om aan te duiden wie en wat mij heeft beïnvloed, want hoewel ik door de Muzen ben aangeraakt ben ik ook door Joodse denkers aangeraakt. En dan vergeet ik nog de gloedvolle Simon Schama die de geschiedenis van de joden in twee lijvige boeken heeft gegoten.

En dit alles schreef ik in een resolute opwelling op om duidelijk te maken wat ik voelde bij de dood van Konrad bij wie ik o.m. de gelukkige term of de uitdrukking aardse vindplaatsen vond.


© Hendrik Carette
Schaarbeek, 15 september 2019



vrijdag 13 september 2019

Beeldspraak - Vera Steenput

De motor het zwijgen opgelegd
zak ik onderuit, ontwaar de bol van albast
zwevend in het hoge zwartfluweel.
Vóór mij een muur van smeedijzer en arduin.
Ik ben gekomen voor een man.

Daar zit hij op een dodensteen
het licht verzilvert zijn naakte bronzen huid
de onbedekte kracht, de spieren
en toch niet gespannen staart hij
diep in de aarde. Ik stap uit

leg mijn handen om de spijlen.
Plots komt zijn mond tot leven
geschiedenis in zinnen metaal
verhalen van onderliggenden
testament voor de lateren.

Nee, het was geen visioen.
Hij spreekt dagelijks
tot elk van ons.


© Vera Steenput

geschreven bij het beeld van De denker (Rodin) op het kerkhof van Laken


donderdag 12 september 2019

Aarde op de schop - Vera Steenput

Het graafste schepsel
graaft graag
kuiltjes in wangen
zandkastelen met slotgrachten
schietputten en loopgraven
schuilkelders

of hij ondergraaft zijn bestaan
tot schatkamers voor doodgravers
delft zonder dwang
zijn eigen graf.

De volgende generatie
neemt de aarde op de schop
graaft weer een lege schedel op.
We blijven maar mollen.


© Vera Steenput


zaterdag 7 september 2019

De brug met ongelijke leggers - Patrick Cornillie

Een gedicht waarin de zinnen
ogenschijnlijk onbesuisd rondslingeren
en elk couplet lacht met ballast
en zwaartekracht.

Een gedicht dat in de regel zwaait en
buikdraait, dat tussen woorden als grijp-
baar en houvast het luchtledige verbeeldt,
uit een kiep of borstwaartsom altijd weer
de deelvlucht naar een volgende

strofe lukt. Een gedicht waarvan je
het haast jammer vindt dat er nog

een afsprong komt.


© Patrick Cornillie


vrijdag 6 september 2019

Elf meter - Patrick Cornillie

Het gewicht van een bal op de stip.
Roerloos wachtend op een geroemde
linker, bij gelijke stand en al ruim-
schoots in de toegevoegde tijd.

Hij die naar voren stapt, van ploeg
en stad de hoop torst. Het leven dat zich
heel even vastbijt tussen twee doelpalen,
de hemel lager dan de deklat.

En daarachter, de spionkop
die zwijgt uit volle borst.


© Patrick Cornillie


donderdag 5 september 2019

Nafi Thiam - Patrick Cornillie

Dat het alsmaar sneller moet en verder
en hoger - zij de woorden in zich verzamelt
om dat allemaal met elkaar te laten rijmen.
Lat en aanloop. Kogel. Afstootpunt.

Dat zij de tred heeft en het opveren,
de schouders en de heupen, een werparm
als gebeeldhouwd vlees - een stadion zindert
als zij de pezen rekt, haar lange benen strekt

en de longen vult voor een lichaam of zeven.
Dat zij gracieus als een hinde de horden neemt -
een speer de lucht splijt, het opstuivend zand

als zij landt. Dat haar sprint naar het lint
ons allen in bekoring leidt. We haast geloven
dat god als godin op aarde is verschenen.


© Patrick Cornillie


woensdag 4 september 2019

Elfde poëzieprijs Melopee Laarne

De 21 genomineerde gedichten voor de 11° Poëzieprijs Melopee Laarne zijn bekend.
De prijs bekroont al voor de elfde keer “het meest beklijvende oorspronkelijke Nederlandstalige gedicht dat in één van de geselecteerde Vlaamse literaire tijdschriften” is verschenen. Voor de publieksprijs kun je zelf je stem uitbrengen. (Zie de link onderaan dit bericht).
Opvallend: niet minder dan 12 gedichten komen uit het Liegend Konijn. Vijf staan in Poëziekrant, twee in Het Gezeefde Gedicht en twee andere in Deus Ex Machina en DWB. Info over de vorige edities kun je ook nalezen via dit Schaal van Digther-Label.


Dit zijn de 21 gedichten die kans maken op de prijs:

As - Peter De Voecht (Het Liegend Konijn)
Begraafplaats der verloren dingen - Kinha de Almeida Guimaraes (Poëziekrant)
bij bosjes - Lies Van Gasse (Het Liegend Konijn)
Bijeen - Roland Jooris (Het Liegend Konijn)
bilzweet - Bert van Raemdonck (Het Liegend Konijn)
Brief aan de tijd - Jan Geerts (Poëziekrant)
Carrièreswitch - Frank Van Den Houte (Het Gezeefde Gedicht)
Catharsis - Johan de Boose (Het Liegend Konijn)
De ruzie - Femke Vindevogel (Poëziekrant)
De Vierde Kamer - Maud Vanhauwaert (DWB)
De vrouw van de visser droomt - Charlotte van den Broeck (Het Liegend Konijn)
Dwang - Charles Ducal (Het Liegend Konijn)
Eik - Paul Demets (Het Liegend Konijn)
Fin de siècle - Frouke Arns (Het Liegend Konijn)
liedje - Anne Büdgen (Het Liegend Konijn)
Metamorfose - Jan M. Meier (Deus ex Machina)
op de koffie - Marieke Maerevoet (Het Liegend Konijn)
Open huis (huis clos) - Vicky Francken (Poëziekrant)
poème à tiroirs - Renaat Ramon (Poëziekrant)
Stilte - Marc Tritsmans (Het Liegend Konijn)
Weg - Erna Schelstraete (Het Gezeefde Gedicht)

De 21 gedichten kunnen een voor een nagelezen, geproefd en gesmaakt worden via deze Laarne-Link. (pdf-vorm)

Aan de prijs is voor de tweede keer ook een publieksprijs verbonden. Daarvoor kan u tot en met 1 november uw stem uitbrengen op uw favoriete gedicht via dit stemformulier!

De uitreiking van de Melopee Poëzieprijs gaat door in de Sint-Machariuskerk van Laarne op zondag 10 november 2019

Meer info: Laarne - Melopee Poëzieprijs



Dichter tussen de krijtlijnen - Patrick Cornillie

Zo zou hij het wel willen: net achter
de spitsen of in steun op de vleugel, geniaal
in het positiespel en met schier vloeibare
schijnbewegingen de woorden combineren.

Met gemak ook - een soort bedrieglijke
nonchalance - elk vers als een millimeterpas
uit de losse enkel schudden. Of de taal dribbelen,
klaarleggen en dan loeihard uithalen.

Zo zou hij het wel willen: meester zijn
op het terrein en tot het laatste fluitsignaal
naar schoonheid streven. De genadeloze
schoonheid van een met binnenkant linker

in de winkelhaak geschilderde slotzin.


© Patrick Cornillie


maandag 26 augustus 2019

Passanten - Maarten Embrechts

Passanten

Hierover liegen de dichters allemaal
Letters kunnen vonken slaan ’t is waar
Dus vuur dat mag en stromend water

Maar woorden kunnen nooit kleuren
dragen alleen muziek als ze stapvoets
gaan – Wie schrijft er nog met kinderhanden?

Een gedicht kan in zichzelf niet staan
het vangt geen stilstand in zijn raam
maar de weerkaatsing van passanten


© Maarten Embrechts


Uit 'Liefde is een ander land'. De bundel wordt op donderdag 19 september 2019 voorgesteld in De Zwarte Panter – Meer info: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers

Maarten Embrechts bij De Schaal van Digther


zondag 25 augustus 2019

Love Letter - Voor William Cliff - Maarten Embrechts

Voor William Cliff

Ik ben geen tiener meer Ik ben zes jaar jonger
dan jij Wat wil zeggen dat ik al oud ben En nochtans
met dat verschil heb ik bijwijlen rondgehangen
in dezelfde oorden als jij in Barcelona in de Barrio Chino

en in de cinema … Ik ben de naam vergeten van de bioscoop
tegenover het station Men speelde er Fellini die middag
Terwijl ik je lees vraag ik me af of jij het was
die naast me kwam zitten om gepijpt te worden

Ik veronderstel dat je bij de jezuïeten zat in een stad
die je niet vermeldt terwijl ik mijn broek in Malonne
heb versleten En terwijl mijn blik nu van jouw bladzijde

naar mijn bladzijde gaat denk ik met heimwee terug aan die
aaneenschakeling
van transgressies allerhande die zich afspeelden tussen Gemblours
en de Vaartstraat in Leuven en waarom niet tussen Turnhout
en Malonne



© Maarten Embrechts


Uit 'Liefde is een ander land'. De bundel wordt op donderdag 19 september 2019 voorgesteld in De Zwarte Panter – Meer info: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers

Maarten Embrechts bij De Schaal van Digther


zaterdag 24 augustus 2019

Triptiek voor Lucienne - Maarten Embrechts

Triptiek voor Lucienne


1

Dit wordt haar laatste kat
al die andere levens heeft ze al gehad
’t Begon met suikerspin dat in de bomen hing
Conrad was toen nog Pink

(Ze heeft het allemaal gezien)

Het gedicht is maar een voertuig
We wonen allemaal in Nergenshuizen


2

Ze wil naast haar vader zitten
Ze roept hem met muziek
Nog steeds

Hij is alles Hij is niets
Ze telt hem op haar vingertoppen

Alles en niets
Alles niets

Hij zit in haar vingertoppen
Even is ze niet


3

Ze schildert de oceaan
en veel binnenmeren en komt steeds
bij hetzelfde uit: een schreeuw
die ze niet uit kan spreken

Ze staat altijd in verf gereed
Meest alleen


© Maarten Embrechts


Uit 'Liefde is een ander land'. De bundel wordt op donderdag 19 september 2019 voorgesteld in De Zwarte Panter – Meer info: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers

Maarten Embrechts bij De Schaal van Digther


vrijdag 23 augustus 2019

De kus - Maarten Embrechts

De kus


Toen je er niet meer was
wou ik je aankleden
Ik kocht een huis buiten de stad

Ik zocht de spullen en de meubels
die je weer moesten maken
tot wie je was

En dan als vlees
heel kwetsbaar liggen tegen je scherpte aan
als voor een kus

Het verleden raakt nooit af


© Maarten Embrechts


Uit 'Liefde is een ander land'. De bundel wordt op donderdag 19 september 2019 voorgesteld in De Zwarte Panter – Meer info: Uitgeverij C. de Vries-Brouwers

Maarten Embrechts bij De Schaal van Digther


donderdag 22 augustus 2019

Liefde is een ander land - Maarten Embrechts

Liefde is een ander land, is de titel van de nieuwe, op komst zijnde bundel van Maarten Embrechts. Ook uit deze bundel publiceren we, bij wijze van voorpublicatie, de komende
dagen enkele gedichten.Weliswaar vrij laat gedebuteerd laat schilder-dichter Maarten Embrechts zich de laatste jaren op poëtisch vlak niet onbetuigd. In 2014 verscheen zijn debuut Dagen van koffie en van brood. Samen met de bundels Vel (2016) en Letters in mijn hof (2018) vormt zijn debuut een boeiend drieluik. In zijn nieuwe bundel 'Liefde is een ander land' geeft Embrechts "vooral lucht aan een mystieke verzuchting naar heelwording en ontgrenzing. Het is z.i. daartoe een voertuig en een middel bij uitstek of, zoals hij het zelf formuleert: 'Meer witheid staat er geschreven dan letters om in te bestaan en in te leven.'
Eerdere publicaties die op ‘de Schaal van Digther’ verschenen kunnen nagelezen worden via deze link. Liefde is een ander land is een uitgave van Uitgeverij C. de Vries-Brouwers
Contact: kantoor@devries-brouwers.be

De bundel wordt op donderdag 19 september 2019 voorgesteld in de Zwarte Panter. Lucienne Stassaert leidt de bundel in. Quirilian (Frank De Vos & Jan Mertens) zorgt voor de muzikale omlijsting. Toegang is gratis.

Eerdere gedichten van Maarten Embrechts op 'De Schaal van Digther'.

woensdag 21 augustus 2019

Poëzieprijs van de Stad Oostende - Elfde editie

Oostende, onvolprezen Stad aan Zee, wijst ons graag op de lopende elfde editie van haar poëziewedstrijd. Het bericht:

‘De Stad Oostende organiseert in 2019-2020 de elfde editie van de Poëziewedstrijd. Wie de vingers voelt tintelen, kan nu al zijn of haar gedicht bezorgen aan de dienst Cultuur. Deelnemen kan nog tot 1 oktober 2019.

Ben je er een krak in om je meest intense gevoelens en diepste gedachten in prachtige zinnen op papier te zetten? Of is een tussendoorverhaaltje meer je ding? Laat de woorden vloeien, je klavier rammelen of je pen spetteren en neem deel aan de elfde editie van de poëziewedstrijd van Stad Oostende. Tot 1 oktober 2019 kan iedereen één of twee ongepubliceerde Nederlandstalige gedichten - met een maximale lengte van een A4-pagina - bezorgen aan de dienst Cultuur. Misschien vervoeg jij hiermee het rijtje winnaars van de voorgaande jaren, waaronder Bianca Boer, Wout Waanders, Erwin Steyaert en Paul Rigolle. Bovendien ontvangt de laureaat 3.000 euro, de tweede en de derde prijs bedragen respectievelijk 1.500 euro en 750 euro.

Blaas de zevenkoppige jury, allen klinkende namen binnen de wereld van het geschreven woord in onze lage landen, van hun sokken en verbaas hen met jouw eigen stukje poëzie! De uitreiking vindt plaats in januari 2020.

Alle info en deelnemingsformulier vind je hier. ‘

Ja, niets wijst er op dat jij niet die poëtische krak die in men in Oostende zoekt, zou kunnen zijn! Nog tijd tot 1 oktober 2019 om in te sturen!


zaterdag 17 augustus 2019

Les jours d'antan (1)

Tijdschrift Filter - Najaar 1976

























Af en toe iets opduikelen uit de literaire oude doos, het moet kunnen. Les jours d’antan!

Bovenstaande foto werd in het najaar van 1976 genomen tijdens een bijeenkomst van het toenmalige literaire tijdschrift Filter. Niet te verwarren evenwel met het huidige tijdschrift voor vertalen Filter. Op het ogenblik van de foto werd ergens in Gent (in de buurt van de huidige boekhandel Limerick?) de poëzieprijs van het tijdschrift uitgereikt. Laureaat was toen Fil Hantko, maar waar ter wereld zou zich nu Fil Hantko, een alias van Filip Denijs, en ooit nog samensteller van de verzamelde gedichten van Jotie 't Hooft, bevinden?

Vooraan op de foto: Frans Deschoemaeker (l) die aan de laatste maanden van zijn militaire dienst bezig was en Paul Rigolle (r) die toen blijkbaar nog ongegeneerd Bastos-filter mocht roken. O ja, wat wij ons ook nog afvragen: wie zouden die mannen achteraan op de foto kunnen zijn? In de coulissen moet toen ook Willem Debeuckelaere rondgelopen hebben, nu bekend als (gewezen) voorzitter van de Privacycommissie, toen verantwoordelijke uitgever van Filter, maar daar zijn geen foto's van.

(Notitie van Frans Deschoemaeker die tot onze Digtherlijke vreugde af en toe op melancholische wijze doorheen zijn literair archief mag wandelen. Daarbij het motto hanterend: “Wij schrijven voor de bibliotheken van de eeuwigheid, wij fotograferen voor de archieven van de eeuwigheid”.)

Aanvulling:
De man tussen Frans Deschoemaeker en Paul Rigolle blijkt Karlon Tijm te zijn, destijds net als Deschoemaeker redactielid van Filter.




dinsdag 6 augustus 2019

Vergeethoek - Wim Vandeleene

gisteren schoolmoe over de krijtlijn gestapt
even los en niet weten waarheen, nu ik terugkeer
wacht je me op met de preek en de straf

als je hard zwijgt keer ik me af
wandel naar een hoek waar ik in schaduw
hap en stik, als het moet sta ik er op één been
de handen op het hoofd tot je me roept

hoe ik me ook wentel in het stof
je blijft zwijgen met een blik die snijdt in mijn rug
wanneer de kramp in mijn kuiten schiet, geef ik me over


© Wim Vandeleene


(uit de cyclus “een kiem van vleugels”)


maandag 5 augustus 2019

Dialoog met echo - Wim Vandeleene

je zegt wat ik zeg zo identiek
aan mij maar dan een octaaf hoger
alsof je niets kan verzinnen, alleen volgen
je valt na een kwarttel in, zo beleefd ben je wel

ik mag beginnen, buiten tast ik in het donker
binnen pel ik het behang los, alsof de muur me bespiedt
soms laat ik een pauze midden in mijn zin in de hoop
dat je de knoop uit mijn keel haalt, me zegt wat ik
zeggen moet of dat je dan zwijgt en een punt zet
achter de stilte waaraan ik moeilijk wen


© Wim Vandeleene


(uit de cyclus “een kiem van vleugels”)


zondag 4 augustus 2019

De balans bewaren - Wim Vandeleene

vraag me niet wie mijn spieren aanspoort
met een stil bevel, waarom ik gehoorzaam
en ren rem buig strek, van houding wissel
om mijn botten te behoeden voor een val
draagt de bestemming mij de passen op?
heb jij de koers berekend, de zigzaglijn getekend?

soms word ik zat van wat er gist
dan wankel ik, een koorddanser die verkrampt
wanneer ik moed vergaar wordt de kloof een draagvlak
dan sta ik stevig, als in een duel, zeker van mijn doel
mijn ogen bewaren de focus op je vel


© Wim Vandeleene


(uit de cyclus “een kiem van vleugels”)


zaterdag 3 augustus 2019

Metamorfose - Wim Vandeleene

knoop vleugels om mijn polsen
en duw me in de kloof, lever me over
aan de draagkracht van een warme luchtbel

bind stelten aan mijn benen
maar laat me niet hoger dan mijn moed lopen
slijp mijn oren, ik wil de echo van de vleermuis horen

bedwelm mijn ogen, dat ik in het slib de parel zie
maak van longen een balg waarmee ik ons aanblaas
van handen een zeef voor het koren

van het hart de laveloze bron
ontwricht me en maal mijn botten
blaas het poeder als stuifmeel weg

laat de mieren op mij los
ze kietelen me met hun vlijt
jagen me uit de huid


© Wim Vandeleene


(uit de cyclus “een kiem van vleugels”)


vrijdag 2 augustus 2019

Naakt na Eden - Wim Vandeleene

de thermostaat mag lager als we opgloeien
we staan op onze kleren, ik prik in je navel
de knoop van ons eerste en laatste pak

het zit naadloos om het lichaam gegoten
het schilfert van ons af, je veegt rimpels weg
en blaast me aan, mijn merg bloeit
we monden uit in een bed

verdoofd door de uren lachen we om littekens
ze herinneren niet langer aan het oude mes
je ruggengraat, een rits die niet open kan
alleen de slang raakt zijn huid kwijt


© Wim Vandeleene


(uit de cyclus “een kiem van vleugels”)


zaterdag 20 juli 2019

alsof er een kind ingeslagen is - Shari Van Goethem

alsof er een kind ingeslagen is, ligt ons huis nu als een vlakte
open. de muren van woorden die hier ooit gesproken zijn
verdwenen in een zachte schedel van onwetendheid

zo hard als het mag – opdat het niet gaat breken – druk je
de kleine schedel, volledig door je handen omgeven, tegen
je borst

als het kind een woord lost, zal je het bij de eerste letter
hebben. alsof een kind een huis plat kan leggen. er één
uit de grond kan trekken. er aan een kind niets voorafgaat


© Shari Van Goethem


Uit het typoscript van 'Tere Stengels, de tweede bundel van Shari Van Goethem'. De bundel verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag en wordt op 12 oktober 2019 voorgesteld in De Groene Waterman.
Een tweede voorstelling is gepland voor 20 oktober 2019 in het Stadspark van Sint-Niklaas

Net als in haar poëziedebuut ‘Een man begraaft een boom’ vertelt Shari Van Goethem in ‘Tere stengels’ aan de hand van gedichten één verhaal. In haar gloednieuwe bundel geeft de dichteres de leegte armen en benen..


vrijdag 19 juli 2019

het is haast geen lichaam - Shari Van Goethem

het is haast geen lichaam dat haar draagt. het bleekblauwe vel
dat over haar wezen gespannen ligt, haast geen huid

er zijn dingen die in gedachten vlees worden –

er zijn gedachten die je overal volgen
alsof ze lange ledematen hebben
een hart dat
klopt


© Shari Van Goethem


Uit het typoscript van 'Tere Stengels, de tweede bundel van Shari Van Goethem'. De bundel verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag en wordt op 12 oktober 2019 voorgesteld in De Groene Waterman.
Een tweede voorstelling is gepland voor 20 oktober 2019 in het Stadspark van Sint-Niklaas

Net als in haar poëziedebuut ‘Een man begraaft een boom’ vertelt Shari Van Goethem in ‘Tere stengels’ aan de hand van gedichten één verhaal. In haar gloednieuwe bundel geeft de dichteres de leegte armen en benen..


donderdag 18 juli 2019

er leven spreeuwen - Shari Van Goethem

er leven spreeuwen onder haar huid
tijdens één van haar slapeloze nachten trekt ze de vogels eronderuit

’s ochtends vind je haar onder veren, botten, bekjes. haar handen
onder het bloed. ze kijkt je aan alsof ze je wilt zeggen dat ze nu wel
blijven moet

zo liggen jullie samen

wakker in het grote bed

jij wacht op een winter die zich aan ramen zet. gelooft

dat spreeuwenwolken in eeuwige nevel
ontstaan

aan verlangen alleen groeien nochtans zelden vleugels


© Shari Van Goethem


Uit het typoscript van 'Tere Stengels, de tweede bundel van Shari Van Goethem'. De bundel verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag en wordt op 12 oktober 2019 voorgesteld in De Groene Waterman.
Een tweede voorstelling is gepland voor 20 oktober 2019 in het Stadspark van Sint-Niklaas

Net als in haar poëziedebuut ‘Een man begraaft een boom’ vertelt Shari Van Goethem in ‘Tere stengels’ aan de hand van gedichten één verhaal. In haar gloednieuwe bundel geeft de dichteres de leegte armen en benen..


woensdag 17 juli 2019

mijn dochter heeft ogen - Shari Van Goethem

mijn dochter heeft ogen als steenkoolmijnen
dof. geen enkele schittering. ze kijkt me aan
alsof er iets in haar blik verborgen ligt
dat opgedolven wil worden

ik wil het niet

de trekken in haar gelaat verraden dat er in haar
te veel op te graven is. hoe zij daar nu starend
in lagen ligt –

ik wil het niet


© Shari Van Goethem















Uit het typoscript van 'Tere Stengels, de tweede bundel van Shari Van Goethem'. De bundel verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag en wordt op 12 oktober 2019 voorgesteld in De Groene Waterman.
Een tweede voorstelling is gepland voor 20 oktober 2019 in het Stadspark van Sint-Niklaas

Net als in haar poëziedebuut ‘Een man begraaft een boom’ vertelt Shari Van Goethem in ‘Tere stengels’ aan de hand van gedichten één verhaal. In haar gloednieuwe bundel geeft de dichteres de leegte armen en benen..


vrijdag 28 juni 2019

Over Passages van Onno Van Gelder Jr. – Frank Decerf

Onno Van Gelder Jr. is moeilijk in één hokje te stoppen. Hij is regisseur, acteur en auteur.
Van hem heb ik nog nooit iets gelezen, maar met het ontvangen van Passages is daar verandering in gekomen.

In de introductie lezen we: … Sommige verhalen zijn geïnspireerd op een foto, andere op een herinnering of kunstwerk. Telkens hebben ze gemeen dat het over slechts een kort moment uit iemand leven gaat. Een ‘ tranche de vie ‘ als het ware

Van Gelder Jr. brengt 6 kortverhalen samen. Elke titel is de naam van het hoofdpersonage. De stijl is zeer beschrijvend. Hij vertelt tot in de kleinste details zonder daarbij te veel te dralen. Zijn observaties werken niet remmend. Ze verrijken het visuele van het verhaal. Is hiervoor de invloed van theaterregisseur Van Gelder de reden? Zijn fotografische beschrijvingen maken van hem een voyeur die de lezer laat mee genieten.

Marcel


“Waar moet u zijn, mevrouw? Waar komt u vandaan?”
Na enkele woorden bleek de verwarring te groot bij het fragiele oudje.
Gezien de barre kou en haar schaarse kledij stelde ik voor om samen de parfumerie binnen te stappen en de politie te bellen.
De twee treden aan de inkom van de winkel waren hoog. Gracieus legde ze haar vrije hand op mijn uitgestoken arm. De deur gleed voor ons open en bevrijdde een efemeer bouquet zoete geuren dat, eens buiten, uit elkaar viel door de ijzige wind. Een korte uitleg volstond voor de begripvolle en vriendelijke verkoopsters. Ze haalden gezwind een gemakkelijke stoel en plaatsten die dicht bij een radiator. De deugddoende warmte flakkerde iets op in het dametje. Haar ogen glansden als de gouden gloed van een Dior J’adore-reclameposter en ze gleden over alle schappen van de winkel.


De verhalen zijn qua lengte perfect voor wie niet graag leest of weinig tijd heeft. Maar de kwaliteit is van die aard dat die luie lezers zeker naar meer zullen vragen. Onno Van Gelder Jr. trekt zijn lezers mee en gunt hen constante wendingen die nooit voorspelbaar zijn. De woordenschat is rijk en stijlvol. Vaak is nostalgie de voedingsbodem voor zijn teksten. De tijd staat stil en het verval wordt mooi in beeld gebracht. Hij benadert zijn personages respectvol, geduldig en met een gemeende empathie. Humor komt vaak om de hoek kijken.

Lees “Louis”; het relaas over een aimabele priester. Van Gelder geniet er van om zijn publiek bij de neus te nemen. Hij creëert een aangehouden spanning. Dat kenmerkt de rasechte verteller die hij is. Hij is de onderhoudende causeur die de lezer vasthoudt of plots laat vallen. Hij ontwijkt evenmin sociale thema’s zoals in zijn verhaal i.v.m. pesterijen. Hij is een warme humane schrijver met oog voor de mensen die het met wat minder moeten doen. Passages is een reeks betere kortverhalen die ik de laatste tijd heb gelezen. Het boek is verrijkt met fijne illustraties van Stijn Felix.


Passages, Onno Van Gelder Jr.,2018, Uitgeverij Ambilicious Breda/Kalmthout,
ISBN 978 94 92551 29 0


© Frank Decerf


Deze recensie van Digther-redacteur Frank Decerf verscheen eerder ook op “De Boekhouding-blog”.

woensdag 26 juni 2019

Dagboeknotities van een grande dame - Antoon Van den Braembussche

Over Souvenirs III van Lucienne Stassaert

“Alles laat sporen na.
Willen vergeten is ook je altijd blijven herinneren”

(Elisabeth Barillé)

Onlangs verscheen van Lucienne Stassaert Souvenirs III, het derde en laatste deel van een gelijknamige autobiografische trilogie, die als een apotheose kan worden beschouwd in het werk van deze grande dame van onze literatuur.
Lucienne Stassaert (geb. 1936) maakte aanvankelijk in de jaren zestig naam als neo-experimentele dichteres en prozaschrijfster, een periode waarin zij nauw verbonden was met het tijdschrift Labris, een herkomst waarmee zij ten onrechte zeer lang mee geassocieerd zou worden. Naarmate de tijd verstreek, schreef zij immers een steeds meer uitgebalanceerde poëzie, waaraan een indringende natuurlyriek en een hang naar het mystieke niet vreemd waren. Zij publiceerde met grote regelmaat dichtbundels die getuigden van een benijdenswaardig metier: bevlogen, gedragen, bewogen, uitermate expressief en tegelijk beheerst. In bundels als Als later nog bestaat, Keerpunt, Drempeltijd, Nabloei, Zangvlucht en zeer recentelijk Intermezzo heeft Lucienne Stassaert een meesterschap bereikt dat qua vorm herinnert aan haar alom geprezen vertalingen van Emily Dickinson, Sylvia Plath en Hadewijch. Haar poëzie verschijnt nooit vanuit het luchtledige, maar is stevig verankerd in wezenlijke, existentiële thema’s die door de gedichten zelf altijd boven het puur-persoonlijke wedervaren worden uitgetild naar een meer universele, tijdeloze dimensie. De draagwijdte van haar poëzie is overigens steeds herkenbaar, doordrongen van een opvallende eigengereidheid, een heel eigen hardnekkigheid. Wat Sarah Posman in Poëziekrant schreef over Zangvlucht brengt dit goed onder woorden: “Van een ademloze rouw neemt ze ons mee naar een gevecht met de stilte en een liefdevolle dans met het verleden. Ze doet waar ze goed in is: ze wringt levendige poëzie uit de dood en geeft ons zo flagrante melancholie als koppige wijsheid”.

Veelzijdigheid

Ademloze rouw, gevecht met de stilte, de dans met het verleden, de flagrante melancholie: dit zijn allemaal kenmerken die ook perfect van toepassing zijn op de Souvenirs-trilogie. Maar er is meer. De trilogie toont meer dan elk ander geschrift van Lucienne Stassaert haar veelzijdigheid. Naast dichteres is zij ooit een zeer beloftevolle pianiste geweest. En ofschoon zij al vrij vroeg resoluut in een cruciale droom koos voor het schrijverschap ten nadele van een pianistenbestaan zou de klassieke muziek haar blijven vergezellen als een basso continuo in haar dagelijks leven. Daarnaast is Lucienne Stassaert ook al jaren kunstschilderes: zij schilderde reeds een imposant oeuvre bij elkaar, waarin de blauwe schilderijen (de laatste jaren vaak verbonden met het vluchtelingenthema) een onuitwisbare indruk nalaten.

Existentiële thema’s

Het is deze veelzijdigheid die de trilogie een heel eigen karakter geeft. In de drie delen duiken inderdaad overal beschouwingen op over poëzie, muziek en schilderkunst. Maar daarnaast is er de rijkdom aan existentiële thema’s, waarin de pijn en het lijden niet uit de weg worden gegaan. Zo begint Souvenirs I met het misbruik door haar grootvader, een schrijnend trauma dat in haar familie tegelijk als een taboe van eerste orde werd doodgezwegen. Na veertig jaar breekt het trauma op: het is een herinnering die letterlijk is besmeurd: “Zelfs als ik in gedachten aan zijn portret zou beginnen, druipt het slijm al van mijn vingers af”.

Daarnaast komt in de trilogie de moeilijke relatie met haar vader als een waar leidmotief terug: “Zijn wensdroom dat ik voor een leven als concertpianiste zou kiezen, was zo goed als een bestaansreden voor hem geworden, die ik hem had ontnomen”. Een ander leidmotief is tevens de liefde voor haar poezen. Deze passages behoren wellicht tot de beste en meest ontroerende bladzijden die ooit in de literatuur over poezen zijn geschreven. Andere, vaak terugkerende thema’s zijn: het eigen, aftakelend lichaam, de evocatie en de duiding van haar indrukwekkende dromen, de miskenning, de natuur, de angst, de dood, het sublieme en het onzegbare. Beklijvend tenslotte zijn ook de portretten van vaak bevriende kunstenaars en schrijvers, niet zelden in hun levenseinde. De zelfmoord van Johan Sonneville, de tragische teloorgang van Wilfried Adams, het wegkwijnen van Ann Salens, deze en andere portretten maken van Souvenirs bijna een cultuurhistorische exploratie van de hedendaagse doodsbeleving.

Souvenirs III

Wat opvalt in de ganse trilogie is de absolute eerlijkheid ten aanzien van het eigen leven, de compromisloze zelfanalyse. Zelfcensuur is niet aan Lucienne Stassaert besteed, wel integendeel, soms is zij niet weinig onbarmhartig voor zichzelf. De diepe spadesteken waarmee ze het verleden naar boven woelt, zijn vaak pijnlijk en ook niet zonder zelfverwijt of schuldbesef. Haar huidige eenzaamheid is voelbaar en tastbaar aanwezig. Steeds is er ook het pijnlijke verval van het lichaam, de spastische darmen, de verlammende uitwerking van de ouderdom, de vaak afgrondelijke angst, het doodsverlangen. Maar desalniettemin is er steeds opnieuw het schitterende tegenwicht: de schoonheid, de tomeloze creativiteit, de verkenning van het sublieme in woord en beeld die de obsessies van het verleden als het ware zin geven en zelfs transfigureren. Hier fungeert de scheppende overgave als tegenwicht voor fysieke en geestelijke verwording en ontsluit zij een onvermoede terugkeer van een buitengewone, geestelijke veerkracht. Op dergelijke ogenblikken komt er een geluksgevoel over haar, een geluk dat haar ook met indringende ogen doet kijken naar de werkelijkheid om haar heen, het sociale weefsel waarin zij vertoeft.

Deel 3 begint dan ook met een prangende “brief aan mijn dochters”. Ook hier begint zij met een onbuigzame zelfanalyse, een schuldbekentenis: “ik heb jullie als opgroeiende kinderen onvoldoende moederwarmte en bemoedigende aandacht gegeven”. Zij vraagt vergiffenis. En dan luidt het in een prachtige wending: “De intimiteit die jullie jarenlang hebben gemist, zou ik nu aan jullie willen doorgeven vanuit de verte, als is mijn leven bijna voorbij”. Uit latere passages blijkt dit te leiden tot een ware transformatie, want zij schrijft uiteindelijk dat zij het oceanische gelukgevoel dat haar katten haar schenken enkel nog kan vergelijken met de tederheid waarmee haar dochters haar benaderen! Hoewel ook in Souvenirs III de vertrouwde thema’s aan bod komen, houden ook hier dagboeknotities de lezer in de ban. Het onzegbare verdriet om de vermiste kater Robbi, het tergend-trage en hartverscheurende stervensproces van haar vriend en compagnon de route Henri-Floris Jespers, de uitvoerige en pakkende beschrijving van de wijze waarop Stanislawa Przybyszewska aan een morfineverslaving leed, als schrijfster van de revolutie doorbrak, vervolgens ten prooi aan reumatische pijn op handen en voeten rondkroop om tenslotte op vierendertigjarige leeftijd te sterven aan ondervoeding en tuberculose als een mystica zonder god, zonder hinterland.

Hier komen we uit bij een niet onaardig ingrediënt van de gehele trilogie, dat ik nog niet heb aangeraakt, namelijk de bespreking van tal van boeken en auteurs. Tal van dichters, schrijvers, beeldende kunstenaars worden voor het voetlicht gebracht. Lucienne Stassaert doet dit niet om haar eruditie te etaleren, integendeel. Deze beschouwingen doen nooit geforceerd aan en vertonen altijd een organische samenhang met de rest van haar leven, de rest van haar dagboek. Alles wat zij in Souvenirs schrijft is geschreven vanuit het nu-moment. On the spur of the moment. Wat zij schrijft is niet bedacht, het gebeurt. Ook de herinnering is hier een gebeurtenis. Daarom is Souvenirs ook een literaire gebeurtenis van de eerste orde, waarin de taal het monument belichaamt waarin verleden en toekomst, eenzaamheid en liefde, droom en werkelijkheid op een natuurlijke wijze samenvallen.

De trilogie eindigt met De Jonkvrouw met de spade, een tekst waarmee zij ooit debuteerde in 1964, een tekst die haar vader ooit wél las en die zij bij zijn begrafenis neerlegde aan de voet van zijn graf. Hiermee is de cirkel rond. Maar wat overeind blijft is de humane kracht, het existentieel appél van Souvenirs, waarin - en dit is misschien de meest verregaande eigenschap – de neurose en het lijden niet als hinderpaal maar als noodzaak verschijnen voor een tastbare vorm van bevrijding, tegen de tijd bestand, mystiek van aard ook. In deze zin is Lucienne Stassaert allesbehalve een mislukte mystica, zoals ze haarzelf nogal eens typeert, maar een volbloed mystica, waarvan de geschriften mijns inziens nog grotendeels echt ontdekt en ontsluierd moeten worden.


© Antoon Van den Braembussche


Lucienne Stassaert, SOUVENIRS III, Leuven, Uitgeverij P., 2019.

Thuissite Lucienne Stassaert





zaterdag 22 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over het aanbieden van excuses' - Alain Delmotte

Commentaar bij ‘Leerdicht over het aanbieden van excuses’.

Toen ik voor het eerst deze tekst voorlas, verbaasde het me dat na de eerste zin gelach uit de zaal was te horen.

Veel van mijn teksten zijn meer dan eens doordrenkt met (zelf)spot en ironie. Zoals bevoordeeld in fragment 3 van dit leerdicht. Maar die eerste zin is dat niet. Integendeel: die zin is intriest, doorkerfd met een oppermachtige melancholie.

Deze tekst gaat over onze nalatigheid. Het tekort aan aandacht voor de dingen die om ons heen gebeuren maar waarbij we nauwelijks nog bij betrokken (willen - kunnen) worden. Dit zijn zowel de ander als de anderen, de details die onze omgeving mee bepalen en kleuren, de discrete gebaren, de kleine rituelen die ons tot mens en medemens zouden moeten maken. Een minimale basis aan verwondering.

Maar vervreemding overheerst. We beschikken niet meer of nauwelijks over het vermogen tot ‘aandacht’. We bezitten neurotisch aandoende fixaties: de routines die ons een leiband omdoen. We sluimeren constant. We houden ons niet meer aan rituelen, we zitten in conditioneringen vast. We leven van dag tot dag – dag in, dag uit: dagen die zich wezenlijk in tijdverlies laten omrekenen. Het nu wordt ons afgebeeld als een lapidair consumptieartikel terwijl het een indringende ontologische kwestie betreft. En dus een heel complexe zaak. Ik ervaar het nu als ‘een voorlopigheid’, niet als een absoluutheid. Het nu is wat ons overkomt – en dat is niet altijd als iets positief te ervaren. Het nu moet je afdwingen, wil je het in de diepte ondergaan. Het nu is een duel. Wie wint hangt van de omstandigheden af. En wie wint is vaak op langere termijn de verliezer.

Procedures namen steeds meer de plaats in van wat we vroeger ooit als wellevendheid of beschaafdheid omschreven. Brutaliteit in en met de taal wordt meer en meer toegestaan. In de eerste plaats in de politiek. De rest volgt.

Onze nalatigheid. Elke dag die we zomaar laten voorbijgaan is een overwinning van de routine, van het systeem waarin we hebben te roderen.

We moeten proberen er de aandacht weer bij te houden: dit lijkt me wat in feite leven in het nu zou moeten betekenen. We leven te weinig in het nu: we blijven beate, passieve toeschouwers van wat er om ons heen gebeurt. We worden er wezenlijk en onwezenlijk niet langer bij betrokken: zo langzamerhand worden selfies onze enige herinneringen. We zijn de toeristen van ons eigen leven geworden: en wat valt er in ons leven nog te bezichtigen?

Poëzie biedt noodweer.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback





vrijdag 21 juni 2019

Leerdicht over het aanbieden van excuses – Alain Delmotte

1.

Bied bij het opstaan je bed je spijtbetuigingen aan. Omdat het ook dit keer je slechte slaap een onderdak had te geven, je lichaamsgewicht aan nare en onbillijke dromen had te dragen.

Dank het omdat het je met die dromen toeliet om veilig op een matras te landen.

Beloof het voor vanavond liefde, overwegend, nauwelijks doorwegende liefde.


2.

Excuseer bij het ontbijt, voor je eerste hap, het brood: dat je het zomaar en brutaal doorslikken moet, het is de haast nietwaar.

Wees niet nalatig: vergeet de kruimels niet. Wees genadig: geef ze een kans tot een tweede leven. Schud het tafellaken uit het raam uit.

Briesjes en vogels zullen die kruimels graag zien komen.

Daar zijn ze al.


3.

Verschoon op het werk je loyale aanwezigheid.

Praat je ijver en werklust aan je collega’s goed – hoe zuur ze er ook bij staan te kijken.

Vraag hen om gratie en leg je neer bij hun koffiepauzes, hun roddels en hun mêlee.


4.

Zie door de vingers dat het op het middaguur regent.

Bij een toevallige opklaring vergoelijk je tegenover een zonnestraal dat je haar ongevraagd in je hoofd durft binnenhalen.


5.

Verdedig de chaos op het einde van je werkdag en doe naarstig aan overuren. Je trein zal je toch niet meer halen. Niemand die je mist.

Tenzij je eenzaamheid en die hou je altijd op zak.


6.

’s Avonds vraag je aan de avond je misschattingen te vergeven.

Dat je je weer van dag hebt vergist.

Dat het vandaag op geen enkel moment ‘nu’ was maar tiksgewijs straks-straks, straks-straks.


7.

Maar niet getreurd, avond, heel de tijd dat je duurt, mag je avond blijven.

Dat het voor altijd avond mag blijven en dat je je nergens nog voor iets hoeft te rechtvaardigen.

Wees volop het donker dat gestaag aan het worden is en dat zich als wijn doet smaken.


8.

Verontschuldig je verlangen om het gemis, de vervullingen die het steeds weer, onomkeerbaar moet ontberen.

Wijn moet het goedmaken en wijn vult zelf je glas voor de hoeveelste keer bij.


9.

Het is laat. Zwenk naar bed, zonder je bed in de ogen te durven kijken, met berouw om wat je het vanmorgen beloofde, het deed geloven.



© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




donderdag 20 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over de kern van de catastrofe' - Alain Delmotte

Commentaar bij ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe

Kort na zijn dood verschenen van E.M. Cioran (1911-1995) postuum nog enkele geschriften. Zo onder meer ‘Anthologie du portrait’ waarin een virtuoze inleiding van Cioran (in stilistisch prima conditie) en een verzameling in de loop der jaren genoteerde gesprekken onder de titel ‘Entretiens’- ‘Gesprekken’.

In deze vraaggesprekken had Cioran het vaak over ‘een komende catastrofe’. Je vraagt je voortdurend af over welke catastrofe hij het heeft. De atoombom, de derde wereldoorlog, nieuwe totalitaire regimes? De klimaatveranderingen en wat daarmee samenhangt?

Dat laatste zal het niet zijn: in Ciorans topjaren was het niet meteen een ‘hot item’. In mijn ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe’ speelt de op ons afkomende ecologische drama’s tussen de regels wel een rol. Voor die drama’s zijn we in min of meerdere mate medeverantwoordelijk en dus niet meteen vrij te pleiten. Bijvoorbeeld door onze manier waarop we ondoordacht blijven consumeren. In dit leerdicht dik ik dat met het nodige sarcasme tot een schuldgevoel aan. Ik denk dat we best wel mogen aanvoelen dat we met een slecht geweten moeten zitten.

Maar er is meer aan de hand. Wie Cioran wat kent, weet dat met ‘catastrofe’ eerder iets van ‘mystieke’, ‘metafysische’ en ‘ontologische’ aard wordt bedoeld. Pas laat in de reeks interviews is er iemand die aan Cioran vraagt wat voor catastrofe hij eigenlijk voor ogen heeft. Cioran aarzelt en zegt dan: ’On ne peut plus être seul’. ‘Men kan niet meer alleen zijn.’ De interviewer gaat er niet verder op in. Het is me dan ook niet echt duidelijk wat Cioran wil aangeven.

Bedoelt hij dat ‘afzondering’ niet meer mogelijk is? Omdat de ruimte voor die spirituele (?) afzondering nergens nog te vinden is? Of bedoelt hij dat we niet meer over de innerlijke durf en kracht beschikken om die afzondering aan te kunnen?

Wat ik hieruit voor mezelf concludeer is dat voor Cioran – in Westerse zin - ‘het menselijke’ en ‘het menselijke zelf’ is aangetast, geërodeerd.

De ‘catastrofe’ heeft iets maken met het begrip ‘zijn’, met een gebrekkig geworden ‘zijn’: het ontologische failliet waarbinnen we ons bevinden, herleid het menselijk wezen tot een statistisch wezen. De catastrofe is die van het menselijk bestaan zelf. We zijn onwetend geworden over ‘het zijn’.

We worden meer en meer gereduceerd tot enkel ‘omhulsel’: onze kwetsbaarheid wordt weggecijferd. Voor poëzie is die kwetsbaarheid levensnoodzakelijk: het is de bron van haar taal, van onze talen. En zie: de taal wordt continu in haar binnenste geraakt. Het gevaar dreigt dat we niet meer in staat zullen zijn om volmondig te spreken, enkel nog om wat na te bauwen. Voor het gedicht zal dit wel de kern van de catastrofe zijn.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




woensdag 19 juni 2019

Leerdicht over de kern van de catastrofe - Alain Delmotte

Leerdicht over de kern van de catastrofe

1.

De catastrofe neemt haar tijd, ze neemt je langzaam in beslag met tijd. Van je geboorte tot je dood, de catastrofe heeft alle tijd.

Daag je haar uit, je bekoopt het met een nog grotere catastrofe. Laat haar liever betijen, laat haar haar beloop, bemoei je er niet mee.

Wees blind: zo laat de catastrofe haar niet zien.

Overleg kan haar gestolen worden. Redevoering noch pamflet kan haar verjagen. Ze vond haar onderkomen in het woord. Ze belemmert je het vrije woord: het gegeven woord is de kern van elke catastrofe.


2.

Je kunt haar alles toevertrouwen: op een venijnige manier houdt ze het geheim. Ze is jouw geheim. Ze zwijgt en wat ze zwijgt is jouw reuma van de dag.

Al denk je daar anders over: je bent haar stoutmoedigste atout. Je hulpeloosheid is haar sterkte: voor jou wordt ze daarmee onoverkomelijk. Haar kiespijn doet je kniezen.


3.

Haar einddoel is de inertie. Waarvan je vermoedt dat ze tot lang na je dood blijft duren. Haar einddoel is jouw inertie.

4.

Vraag je kinderen, je kleinkinderen naar de kern van de catastrofe: rampzalig want zonder aarzelen wijzen ze jou aan – het is hun zekerheid.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




dinsdag 18 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over hoe aan het gedicht te beginnen' - Alain Delmotte

Commentaar bij 'Leerdicht over hoe aan het gedicht te beginnen'

Ik schreef ooit een gedicht dat ik ‘Ode aan de beginregels’ heb genoemd en waarin ik het verlangen uit naar een gedicht dat ‘exclusief uit beginregels’ zou bestaan.

Ik las hier en daar dat dichters soms ervaren dat de eerste regel van een gedicht vanuit het ongewisse opduikt en dat de rest van het gedicht een kwestie van zwoegen is.

Dat zwoegen is er. Zeker. Maar ik vind dat au fond niet erg interessant: wegens te veel moeite. Dat ongewisse trekt me meer aan. Ik omschreef het als een soort (al)chemie tussen ‘huid, lust, en weerlicht’. In dat ongewisse vallen lichaam, taal en wereld samen en wellen vanuit de laagste trap van de extase en onze diepste psyché op. Aan het einde van ‘Ode aan de beginregels’ stel ik die extase (niet die psyché) in vraag. Ik merkte op dat ‘ontnuchtering heel vaak de enige verwondering is achteraf’. De meeste dichters (en ik reken me daar zelf bij) hebben inderdaad te korte beentjes om geniaal te zijn – om eens Louis Paul Boon te citeren. Gedichten worden heel vlug uiteengeklapte luchtballonnetjes, vrees ik.

In dit leerdicht doe ik de zaak nog eens over. Met dit verschil dat ik het niet langer over beginregels heb maar over ‘invallen’. Meteen de basis van mijn werkwijze: met invallen ga ik te werk, bouw ik de tekst op. Die invallen – waarover ik geen controle heb of wil - lijken soms ongerichte projectielen: ze hebben geen contexten. (Ik vraag me trouwens af of ze nood hebben aan contexten: ze komen op je af en daarmee basta.) In ieder geval probeer ik ze in een context te plaatsen. Zwoegen is voor mij het moeilijke, neurotische zoeken naar de juiste juxtapositie voor de bergen notities die ik her en der heb ‘opgevangen’.

Zeker: de ene notitie vloeit meer dan eens uit een andere voort, zodat er toch wel zoiets als een context of een geheel gevormd wordt. Maar voor een groot deel is dat niet zo. De notities die ik maak zijn erupties die nergens het begin van zijn en nergens een eindpunt van willen zijn. Het zijn kristallisaties, vertakkingen van een gemoed, van een humeur, van een reflexie, van een menszijn.

Over de mensheid – en dat zit volop in deze bundel - hou ik er geen edelmoedige gedachten op na. Het is geen misantropie, al heb ik voor dit gegeven toch wel enige sympathie – als het tenminste ook auteurs zijn, geen zuurpruimen. De mens is niet goed, niet slecht. In de meeste gevallen banaal: ik vind geen reden om dat de mensheid te verwijten omdat die banaliteit iedereen eigen is. Vaststelling: de mens is er. Hij ‘is’ er meestal heel vluchtig. In een ander leerdicht uit de bundel noteer ik dat de faam van een mens zijn sterfelijkheid is. We zijn te kortstondig om de eeuwigheid proberen te halen. Net als de dieren en de appelboompjes in mijn tuin. En de muggen, en de ratten.

Dit belet niet dat ik poëzie geen onzin vind. Al lijkt mijn houding in dit gedicht anti- of a-poëtisch. We moeten uitkijken over wat we schrijven, het steeds weer relativeren. Maar het nooit afschrijven of er de brui aan geven. Enkel inzien dat woorden eigenlijk vol schijnbewegingen zitten. Woorden kunnen o zo gemakkelijk prooien worden voor demagogen en ander kwaad volk. Een dichter moet volgens mij voor de woorden opkomen in het besef dat het maar woorden zijn: breekbaar, kwetsbaar, ziekjes. Dichters waken over de taal – dixit Auden.

Het is de aard van het beestje: poëzie is dubbelzinnig, dialectisch, niet vast te grijpen, bij momenten hulpeloos en dissident. Poëzie wordt geschreven vanuit een dissident veld.

Waarvan ik verder overtuigd bent: poëzie – ik loop hier Lautréamont achterna - heeft zich in iedereen een plaats gezocht en gevonden. Ze laat zich zien zoals we zijn: en dat zijn we, shit, haast nooit. Poëzie is van voor de woorden, van voor het verloop. De woorden komen te laat. De ervaring haalt het op de verwoording.

Wat de poëzie ons te bieden heeft, dat krijgen we niet, we moeten er constant op zoek naar gaan. Waar het voor mij op aankomt is de vitale dynamiek die deze zoektocht opwekt.
© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




maandag 17 juni 2019

Leerdicht over hoe je aan het gedicht begint - Alain Delmotte



Leerdicht over hoe je aan het gedicht begint

1.

Er is geen beginnen aan. Het is klaar: het gedicht beschikt over kop noch staart! Bespaar je dus de moeite, hou het bij wat je invalt.

Laat het gedicht zelf het vuile werk doen. Laat het komen, onderga het.

Vervloek het nadien als louter toonbeeld van vergankelijkheid.


2.

Geloof: ga er in de eerste plaats van uit dat het hiernamaals wel, wellicht of niet bestaat, dat in ieder geval ook ontreddering in gebreke blijft.

Schrijf. Blijf geloven dat het hiernamaals zal worden wat je schrijft. Echt waar: de hemel is wat iemand overdrijft - als hij met een mondvol begeert.

Daarom: beperk je. Geniet van het nietszeggende immanente: dat zegt meer.


3.

Ga uit van een vermoeden aan taal. Hou daarin vol. Sluit de onrust die je zwijgen is af.

Vlug, vlug: betrap verwarring op een regel die je nu eens niet ontglipt. Pieker niet over de goede afloop ervan - dat lukt je niet, want het wordt geen gedicht: het gedicht begon nooit.

Ga helemaal lukraak. Wees er gerust in.


4.

Blijf in de buurt van het disparate: het loopt zo ontroerend verkeerd uit dat zelfs het gedicht het zo wilt.

(Waarschuwing: laat het gedicht je niets opdringen! Blijf mens - blijf kluns.)


5.

Toon je woede niet openlijk. Wring het, dwing het tussen de regels.

Zo koelt die woede nooit af.


6.

Trek je van sirenenzangen niets aan: stop was in je oren, gebruik je hersenen.

Besef dat zingen iets is uit je vorige levens.

Voor zingen ben je vandaag te schor geboren. Het gedicht is achterhaald: blijf doof.

(En troost je met de gedachte dat je met die stellingen geen rekening hoeft te houden: zing, maar hoor het niet zelf.)


7.

Geloof in wat je ogen voor je zien en heb alle redenen om aan te nemen dat je blind bent. Pronk met wat jezelf ontmoedigt. Delf het onderspit: dan pas zal het gedicht je misschien kunnen lukken.

Wacht daarvoor op betere tijden, al komen die nooit.

Voor grootse gedichten moet je wachten op grootse tijden: die zijn nu echter voorbij.


8.

Ultiem advies: ‘Er valt enkel klatergoud te rapen. Ontnuchter.’


9.

Elk begin is een valse start. Onthoud dat de woorden je meestal te vlug af zijn. Leg op tijd het gedicht weer je zwijgen op.

Nog voor je het de kans gaf zich te laten beginnen en nog voor je lezer het zich toe eigent, nog voor het gedicht jennend dichtklapt.


10.

Het hogere doet te veel hopen op het onverhoopte. Het lagere is niet pluis.

De middelmaat kreeg je klein. Hou je daarom aan de middelmaat en wees op die manier je middelmaat wraakzuchtig de baas.


11.

Besef dat je te moe bent geboren. Poëzie? Nooit raak je verder dan wat eraan voorafging.

Verzoen je.

En nogmaals: schrijf - dag in, dag uit - wat je invalt.

Maar val er niet in - val er niet over.

En uit.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback