Posts tonen met het label Kris De Lameillieure. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kris De Lameillieure. Alle posts tonen

dinsdag 4 november 2025

Poëzie als een heel fijn geschenk

 

Poëzie als een heel fijn geschenk
Inleiding bij 'Onderkoorts', het poëtisch debuut van Kris De Lameillieure
Zaterdag 25/10/2025 - Bib Harelbeke

Dag vrienden van de poëzie, dag vrienden van Kris.

Elke voorstelling van een nieuwe dichtbundel of een nieuw boek is een reden tot vreugde. Ook al zullen sceptici misschien zeggen: waarom er nog eentje toevoegen als er al zoveel mooie titels bestaan... In tijden waarin de literatuur en de cultuur steeds meer onder druk komt te staan van de vaak verbijsterende besparingswoede van de politiek, mag ik hier – in dit Harelbeekse prachtige oord van het boek – volop zeggen: nee, er kunnen nooit genoeg nieuwe dichtbundels en boeken zijn. Vandaar het onmiskenbaar genoegen waarmee ik hier ‘Onderkoorts’ het poëtisch debuut van Kris De Lameillieure mag voorstellen.

En toch heeft het, beste mensen, niet veel gescheeld of het poëziedebuut van Kris De Lameillieure was er helemaal niet geweest. Gelukkig voor ons, en ook voor Kris, vond hij in de persoon van Jana Arns, zelf dichter en drie jaar lang zijn lesgeefster in Sint-Niklaas, een absolute voorvechtster voor zijn poëzie.

Vooraan in Onderkoorts vermeldt hij trouwens zeer expliciet:

“Dank aan Jana,

voor geduldig en uitdagend motiveren bij het schrijven,

voor langdurig, niet aflatend aandringen bij deze publicatie.”


Hieruit zou je kunnen afleiden dat Kris zelf veel vragen heeft - niet over het schrijven van gedichten - maar over het publiceren ervan. Niettemin weet hij heel goed welke richting hij met zijn poëzie uitwil. In mei laatstleden liet hij o.a. daarover in het tijdschrift Meander optekenen: “Poëzie is voor mij niet ‘levensnoodzakelijk’ maar wel een heel fijn ‘geschenk’. Ze mag mij tot verwondering leiden, tot verbazing en stilte, tot dankbaarheid en dikwijls tot diepe troost. Ik reken ze – in mijn gezond egoïsme – tot een grote kostbaarheid.

Dat hij, hoewel hij ooit afstudeerde als germanist en een boeiende literaire thesis schreef over de Brugse en nu vergeten schrijver van een aantal koloniale romans Gerard Soete, was de poëzie voor Kris zelf toch nog een héle grote ontdekking. Op zijn vijftigste ontdekte hij – bijna een openbaring was het - dat hij in staat was om zich op een heel eigen manier poëtisch uit te drukken. Eerder was hij daar met een druk gezins- en beroepsleven niet echt toegekomen.

In een eerste periode omstreeks het jaar 2012, waarin hij een ingrijpende scheiding diende te verwerken, begon hij gedichten te schrijven. En dat hij talent had bleek al onmiddellijk. Gedichten van hem werden al meteen in een aantal wedstrijden bekroond. Van toen af publiceerde hij ook regelmatig in literaire tijdschriften zoals daar zijn Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Schaal van Digther, Art04 en zowaar ook in het Liegend Konijn.

Zelf had ik het genoegen om in 2017 in de jury te zetelen die hem in Izegem de Prijs van de Stad toekende, een prijs die hij deelde met Geert Viaene een andere talentvolle dichter uit onze streek.
Ik leerde Kris – die op dat moment in Wingene een dorpsgenoot van mij was - toen ook beter kennen.

Tijdens een gesprek dat ik onlangs met hem had, liet Kris in verband met zijn poëzie af en toe ook ’s het achterste van zijn tong zien. “Mijn gedichten komen weliswaar vanuit mijn persoonlijke leven vandaan, maar ik hoed er mij wel voor dat het geen biografische ontboezemingen worden… Het is mijn betrachting en hoop dat mijn gedichten vanuit het persoonlijke vertrekken maar voor iedereen die ze leest herkenbaar kunnen zijn… En vooral dat ze mensen kunnen raken. Als een gedicht van mij maar één iemand raakt is het voor mij al geslaagd. “

Wel Kris die hoop van jou is in geen geval ijdel. Ik heb jouw bundel gelezen en werd heel regelmatig erg door jouw woorden getroffen en geraakt. Aangeraakt. De gedichten in Onderkoorts lijken, zoals het ook de achterflap staat, in niets op die van een debutant. Eerder mag je hier volop spreken van een gerijpt dichterschap. Maar eerst iets over de wat vreemde titel van de bundel. Onderkoorts
Dat is immers geen woord dat we dagelijks in de mond nemen. Maar Kris heeft er wel een sluitende verklaring voor. ‘Onderkoorts’ staat voor het woord waarmee je een iets verhoogde lichaamstemperatuur aanduidt. Maar ook onderkoeling kan met het woord bedoeld worden. En ‘onderkoeld’ ja, da’s misschien ook de toon waarmee hij zijn gedichten schrijft. De centrale thema’s van deze eerste bundel zijn immers afscheid en loslaten van wat je dierbaar is, en was. Als je ’s nachts schrijft is het koud… zegt hij daarover… Onderkoorts is dan ook vanwege de thematiek niet echt een bundel om vrolijk van te worden. Eerder zou ik het een verzameling gedichten willen noemen die een erg verrijkende en volwassen kijk en inzicht geven op de menselijke conditie. Gelouterd door het leven. Want ja: Ellende schrijft zo mooi, weetjewel…

In die zin is ook het blauw van de cover van de bundel niet toevallig gekozen. Het is een foto van een werk van kunstenares Jenny Verplanke. De cover stelt vijf figuren voor die totaal los van elkaar lijken te staan… Ze hebben niet echt ogen. Ze kijken wel naar omhoog maar doen dat wel in verschillende richtingen. Ze lijken geïsoleerd van elkaar en stralen één voor één een stuk eenzaamheid uit.

Wat in de eerste plaats opvalt als je de 34 gedichten in de bundel leest, is dat Kris erg nauwkeurig en zorgzaam omspringt met de taal. Ook opvallend: er zijn weliswaar vier duidelijke afdelingen maar die dragen afzonderlijk geen titel. Om ze van elkaar af te scheiden laat hij ze voorafgaan door een gedicht van Miriam Van Hee. Over de poëzie van deze gewaardeerde dichteres zegt hij: “Ik lees haar graag, ook al begrijp ik niet altijd alles van haar gedichten. Ze zweven net boven de grond… Maar ik heb, en da’s het geval voor alle goede poëzie, ook geen behoefte om alles te verstaan. Mensen verwachten dat van kunst en van poëzie wat al teveel, vind ik…“ Een mening die ik ten andere zelf met Kris deel. Een raadsel mag ook af en toe een raadsel blijven… Ik citeer in dit verband altijd graag een titel van Rutger Kopland: Wie wat vindt heeft slecht gezocht…

Vaak zijn de gedichten in Onderkoorts prangend en schijnbaar bijzonder persoonlijk. De elementen uit het leven vormen evenwel enkel de aanleiding voor de gedichten die uiteindelijk – en da’s helemaal de verdienste van Kris – universeel worden en op het leven van elke lezer van toepassing.

In de eerste afdeling schrijft Kris over het afscheid van zijn vader en moeder. De gedichten over zijn moeder zijn korter en puntiger. Die over zijn vader zijn dan weer scherper van toon. Maar ze bevatten wel allemaal heel precieze en confronterende beelden:

In onze handen klemmen we de draagbaar. Zo hard hielden we

nooit, was iemand ons meer. Geslagen verdragen we de leegte.

 

Wij zijn geboren om mannen te zijn. Onze naam met zachte hand

gegrift, met trots. We rechten onze ruggen: wij, zonen,

moederwezen.


En in een ander gedicht Podium’ klinkt het:
Vier mannen in pak buigen,
dragen haar off-stage.

De laatste deur klapt dicht.

Kris vertelde mij dat hij zelf de teksten schreef voor wat wij hier de preek noemen bij de afscheidsdienst van zijn moeder en dat hij aan het eind daarvan voor haar een applaus vroeg en dat oorverdovend kreeg van een volle kerk vol kippenvel.

Ook in de afscheidsgedichten voor zijn vader duiken sterke beelden op:
Vader is geen meervoud. Wij hebben er één

gehad. Knoopte zichzelf los en kwam vast te zitten

in spinsel van het taaie soort.  (‘Gunst’)


Het zijn lucide vaststellende verzen:

Wij spiegelen niet meer in glans van jonge lijven,

ontbinden niet langer de haren. Kaal zijn wij vanbinnen.

 

Onze roes verjaard, het kinderlijk begeren verloren,

aktes verleden. Ons wacht nog onwillig de finale.
(In het gedicht: Nocturne)

 

Zoeken naar een vorm voor de moeilijke taal van het afscheid blijft ook aan de orde in de tweede afdeling van de bundel die over zijn scheiding gaat.


In het titelloze gedicht op pagina 23 lees je:
Aan de deur houd jij afscheid in de handen,

in je mond woorden

in stuitligging.

 

We binden de haren strak, ontvluchten elkaar

in staalblauwe wolken van kruisdistels.

En in het gedicht ‘Gouden uur’:

Nog elke dag kruis ik jou, plooi mijn vingers in een kom

met barsten, was mij in zwerfkleuren.

En ook in het pakkend sonnet ‘Van alle reis terug’ waarmee hij de poëzieprijs van de Stad Ronse won schrijft hij indringend over de stukgelopen liefde:


Langs het pad vol doornstruiken, waar wij nog

liefhadden, leg ik een tuil van bloemen,

blijf altijd je naam van stenen roemen.

De derde afdeling bevat de gedichten die vertolken wat er gebeurt met een man die alleen achterblijft wanneer de kinderen, volwassen intussen, het huis uit zijn. De dichter worstelt met het lege nestsyndroom en een nieuwe vorm van eenzaamheid wordt zijn deel. Hij bezint zich intens over zijn eigen bestaan. Enkele fracties die dat ten volle illustreren: De kamers van warmte leeggeroofd. Hij blijft haard zonder vuur wanneer zijn volk vertrokken is. Van sneeuw maakt hij geen poppen meer.

Het eerste gedicht uit deze cyclus heet niet toevallig: ‘Leeg nest

In mijn hoofd groeien bomen naar de seizoenen,

zoek ik als rouwduif op schaarse takken broedsel.

 

In het titelloze gedicht dat begint met ‘als je mij zoekt’ en dat enkel uit éénlettergreep-woorden bestaat en misschien wel het allerdonkerste uit de bundel is, staat:

Als je mij zoekt, ben ik er

als mist op het veld, stof

in je oog, rood licht

op de hoek van je straat.

 

Je kan mij zien en na een tijd

ruik je mij, tast mijn huid,

voel je hoe ik kil keer,

een muur bouw rond mijn krimp.

 

Geen mens aan wie ik nog kleef,

naast kind of kind van kind.

Voor jou ben ik een traan.

Schud mij van je af nu je nog kan.

Ook het titelgedicht ‘Onderkoorts’ heeft op dat vlak niets te verbergen:

Je herkauwt de waangroei in het hoofd,

braakt residu uit een lege maag, leeft

 

in permanente staat van Onderkoorts.

 

Om te lachen trek je zonder verpinken

kaken op, de ogen onbewogen.

 

Zenuwbanen in gordiaanse knoop,

ongevoelig voor elektrische lading.

 

Je laat het netvlies los,

naait de lippen dicht,

schrijft je testament

 

in gedichten.

In afdeling 4 laat de dichter stilaan de donkere tijden waar hij worstelend en schrijvend doorheen moet achter zich. Uit het duister vandaan gloort licht aan de einder. Enkele verzen:

Het land ligt met nevel op de huid/en wacht de lange winter uit.

En wat na de winter komt, verwelkomen we. De landman kantelt al het winterbed, schudt het zaaigoed in de buidel en strijkt de plooien glad met een helder lentelied

Wellicht niet toevallig staat aan het eind van de bundel het hoopvolle gedicht Licht. Zo eindigt de dichter met een wens die als volgt klinkt:
Hij wil zand zijn

en verstuiven, regen en verdampen.

En als hij kon: licht.


Altijd is er in de poëzie van Kris De Lameillieure wel de wil om te verdwijnen… Maar ook een hang naar rust en verzoening. Dit alles in een sobere taal die nergens gezocht aan doet. Heel wat aandacht is er ook voor de structuur van de gedichten. Veel strofen in de bundel bestaan uit twee of uit drie x drie of 3 x vier versregels… Die vastheid doet prettig aan. Heel soms doet de taal in de gedichten ook plechtig en bijbels aan. Misschien de invloed van de kwarteeuw waarin Kris zeer actief was in de Pinksterbeweging. En ergens laat zelfs een Middeleeuwse Heer Halewijn uit zijn opleiding in de germaanse zijn echo horen. Vaak ook dringt lichamelijkheid in de verzen door om de emotie te schragen. De dichter put als hulpmiddel daarbij ook gretig uit de schatkamer van de natuur. Dat mag niet verwonderen als je weet dat de dichter intussen beroepshalve het verzekeringswezen vaarwel heeft gezegd en in de natuur is gaan werken.
In de bundel staan tal van verzen die uit de natuur zijn geplukt.  ‘Vinken zijn de engelen van februari’. De dichter ademt in vriesnacht, wacht op wind die naar het zuiden krimpt. Woorden bedekt hij met meeldauw en over de schorren laat hij de blauwborst zingen.

Eigenlijk leest Onderkoorts als een intense vorm van testament, een testament in dichtvorm waarin de dichter reflecteert op een flink deel van het leven dat achter de rug ligt. Een leven getekend door de natuurlijke gang van de dingen, de dood van de ouders, kinderen die het ouderlijk huis verlaten en dan plots opduikend, eerder onverwacht maar erg welgekomen een nieuwe liefde. Onderkoorts is een bundel die door Kris De Lameillieure diende geschreven te worden vooraleer hij verder kan gaan met zijn poëzie. En met zijn leven. Voor hij vrank en vrij nieuwe poëtische en andere wegen kan inslaan.

Kris vraagt zich, beste mensen, bescheiden als hij is, soms luidop af of hij er wel goed aan heeft gedaan om te debuteren als dichter… Welnu Kris, je hebt er meer dan goed aan gedaan, want Onderkoorts bevat gedichten die, jouw familienaam “De Lameillieure” alle eer aandoend, “van de beste” zijn die ik de voorbije jaren gelezen heb. Onderkoorts is een bundel die vraagt om gelezen te worden. En dat meer, meer dan één keer.

Ik dank jullie voor de aandacht en wens jullie veel koortsig leesgenot.

© Paul Rigolle,

 Bib Harelbeke, zaterdag 25 oktober 2025.

Onderkoorts, Kris De Lameillieure, Uitgeverij P, 2025

vrijdag 10 oktober 2025

Onderkoorts - Kris De Lameillieure

 Onderkoorts


Je herkauwt de waangroei in het hoofd,
braakt residu uit een lege maag, leeft

in permanente staat van onderkoorts.

Om te lachen trek je zonder verpinken
kaken op, de ogen onbewogen.

Zenuwbanen in gordiaanse knoop,
ongevoelig voor elektrische lading.

Je laat het netvlies los,
naait de lippen dicht,
schrijft je testament

in gedichten.


Voorpublicatie uit de debuutbundel 'Onderkoorts' van Kris De Lameillieure.
De bundel wordt voorgesteld op zaterdag 25 Oktober 2025 om 14:00 u in de Bib van Harelbeke. Ondertussen is de voorstelling wel al volledig volzet. De bundel is verkrijgbaar via Uitgeverij P.

Bibliotheek Harelbeke
Uitgeverij P
Onderkoorts – Uit in Vlaanderen


Het programma voor 25 oktober 2025 - 14:00 u :


donderdag 9 oktober 2025

Winterland - Kris De Lameillieure

Winterland

Over brakke grond staat harde wind
als een huis, verdicht als wintersprei
zonder poriën.

Vergeefs zoekt land houvast op slib
en slijk, verdraagt de huid van vet,
voert gaai en sijs.

De landman wacht op oostenwind
en droogterimpels, ziet herboren uit
naar okselknoppen.

Hij kantelt het onderbed, schudt zaaigoed
in de buidel op, strijkt plooien glad
met helder lentelied.


Voorpublicatie uit de debuutbundel 'Onderkoorts' van Kris De Lameillieure.
De bundel wordt voorgesteld op zaterdag 25 Oktober 2025 om 14:00 u in de Bib van Harelbeke. Ondertussen is de voorstelling wel al volledig volzet. De bundel is verkrijgbaar via Uitgeverij P.

Bibliotheek Harelbeke
Uitgeverij P
Onderkoorts – Uit in Vlaanderen


Het programma voor 25 oktober 2025 - 14:00 u :

 

woensdag 8 oktober 2025

Rijm - Kris De Lameillieure

Rijm

Vinken fluiten in de kale bomen. Dit zijn de engelen
van februari. De voorjaarstrek wijst naar de hemel.

Ze slaan hun lied, breken baan voor wat nu blijft:
stappen in de rijm, wit zand, het dode lijf.

Deze dag is helder rustig. De zon schijnt schilfers koud.
Wij luisteren: de laatste woorden zijn verdicht.

Wij zwijgen melodieus en hullen ons in veren.


Voorpublicatie uit de debuutbundel 'Onderkoorts' van Kris De Lameillieure.
De bundel wordt voorgesteld op zaterdag 25 Oktober 2025 om 14:00 u in de Bib van Harelbeke. Ondertussen is de voorstelling wel al volledig volzet. De bundel is verkrijgbaar via Uitgeverij P.

Bibliotheek Harelbeke
Uitgeverij P
Onderkoorts – Uit in Vlaanderen


Het programma voor 25 oktober 2025 - 14:00 u:


donderdag 21 augustus 2025

Loteling - Kris De Lameillieure

Loteling


Zij zitten in het voorportaal van het gerenoveerde huis,
zoenen elkaar op de drempel. Breekbaar als gipsen beeld,
wachten op het snijden van hun marmer.

Weerloos valt de avond, boven de daken hangt de laatste gloed.
Een merel zingt con dolore zijn loflied op de nokhoek,
schouwt de wijde wereld.

Maar dit is niet de dag der dronkenschap, geen stoet
van uitgelote jongelingen. Geen wisselaars voor afkoop,
voor vrijstelling onvoldoende argumenten.

Nu dossen zij zich uit voor het andere feest, dragen
een hoofddoek in plaats van lange lokken. Een eindweegs
gaan zij nog samen, leggen zich in zijden kleden neer.


© Kris De Lameillieure


Op zaterdag 25 Oktober 2025 e.k. stelt Kris De Lameillieure in de Bibliotheek van Harelbeke om 14:00 u. zijn debuutbundel voor. Die zal de titel dragen “Onderkoorts” en wordt uitgegeven door Uitgeverij P.  Meer info daarover volgt later.

Hierbij alvast de cover.




woensdag 20 augustus 2025

Gazakind - Kris De Lameillieure

Gazakind

Wij kunnen slechts massaal op deksels slaan,
met stoepkrijt niet langer tussen de regels
schrijven over de kleur- en weerlozen. 

Jouw vleugels te jong en zwak voor slag,
je ribben op zicht geteld, het mergelgelaat
als van een dode kauw uitgeteerd. 

Huilen en schreeuwen ben jij reeds voorbij.
In je lijdzame kinderogen spiegelt dof de ziel
van leiders van deze aardkloot. Wij gruwen bij het zien. 

Wij wilden het nooit meer, niet nog eens in rouwkader
een World Press Photo of the Year, een print
in het collectief geheugen gekrast. 

Wij zullen uit onmacht met schaamte hopen
dat jouw lijden geen lengte van dagen zal duren,
radeloos je eenzame uitvaart veronderstellen.


© Kris De Lameillieure

Dit gedicht verscheen eerder op 26/7/2025 op de Facebook-bladzijde van de auteur.

Op zaterdag 25 Oktober 2025 e.k. stelt Kris De Lameillieure in de Bibliotheek van Harelbeke om 14:00 u. zijn debuutbundel voor. Die zal de titel dragen “Onderkoorts” en wordt uitgegeven door Uitgeverij P.  Meer info daarover volgt later.

Hierbij alvast de cover.




dinsdag 19 augustus 2025

Verjaardag - Kris De Lameillieure

Verjaardag

Wij zullen morgen moeder dragen
wanneer de ochtend koel en zonder vragen
uit het oosten aan komt marcheren. 

Op de stoel gesteven hemd noch rouwpak,
wel bloemen voor het jaarbezoek en loomheid
in spieren en in pezen. 

Wisten wij vroeger veel dat de gezel
hardnekkig is en zonder mededogen de weg
ten einde escorteert. 

Want sterven is geen tien tellen lang
een hinkelspel met aan de meet
een speld voor het vergeten. 

Wij zullen morgen moeder dragen
in gedachten, blij zijn dat in ons het knauwen
als navelstreng blijft leven.


© Kris De Lameillieure


Op zaterdag 25 Oktober 2025 e.k. stelt Kris De Lameillieure in de Bibliotheek van Harelbeke om 14:00 u. zijn debuutbundel voor. Die zal de titel dragen “Onderkoorts” en wordt uitgegeven door Uitgeverij P.  Meer info daarover volgt later.

Hierbij alvast de cover.



zondag 28 januari 2024

Kris De Lameilieure wint in Sint-Truiden de Guido-Wulmsprijs

Kris De Lameillieure - Quo Vadis? in Sint-Truiden

Nadat hij verleden week al de Poëzieprijs van de Stad Ronse kreeg, ontving de Wingense dichter en auteur Kris De Lameillieure in Sint-Truiden nu ook de jaarlijkse Guido Wulmsprijs voor poëzie. De Simon Michaël Coninx-prijs ging naar  Seppe Gesquiere voor zijn gedicht 'Februari'. Er was een eervolle vermelding voor Ruth De Munnynck voor 'Zonder klokkengelui'.

Er waren voor de Literaire Prijzen van de Stad Sint-Truiden in het totaal niet minder dan 343 gedichten ingestuurd.  

In de Academiezaal werd Kris De Lameillieure gehuldigd voor zijn gedicht "Quo Vadis?" dat we hier vandaag met veel genoegen publiceren.

Meer info: https://www.sint-truiden.be/literaire-prijzen


#guidowulmsprijs #literaireprijzensinttruiden #krisdelameillieure #seppegesquiere #ruthdemunnynck

 

Quo vadis?

Je zegt dat je gaat en niet terugkomt, kijkt niet achterom.
Kou knijpt mij in het hoofd en ik vergeet hoe het moet

met de zilveruitjes in de kelder, wie morgen brood zal halen.
Op mijn netvlies dwarrelt glasvocht in vlokken, flitsen lichten.

Zodra je de hoek om bent, zie ik je weer zitten in ons huis.
Je haalt nerven uit de zuring, legt nieuwe dweilen in de kast,

laat manden was achter en de laatste fles verzachter. Vreemd
hoe na warme dagen eerste regen ruikt naar grond.

Traag schuiven nu minuten op kousenvoeten, slakken uren.
De deur blijft op een kier. Dat het koud wordt, is niet erg.

Hout is er genoeg en kilte was er al.


© Kris De Lameillieure



maandag 22 januari 2024

Van alle reis terug - Kris De Lameillieure




Van alle reis terug
(*)

We pakken in, strikken de bergschoenen,
reizen naar huis terug. Hebben geweend,
ontdekten na zoveel jaar hoe versteend
tijd geduldig wacht op ons verzoenen.

Hier keken wij nietszeggend naar elkaar,
hoorden de sneeuw, het glijden van de dag,
van kauw en rotszwaluw de vleugelslag,
verzwegen als keikoppen elk bezwaar.

Nu zal in steengruis geen afdruk blijven,
kniel ik bij wilgenrozen, adem koud
als wind die boven bergen overschouwt.

Langs het pad door doornstruiken, waar wij nog
liefhadden, leg ik een tuil van bloemen,
blijf immer je naam van stenen roemen.


© Kris De Lameillieure


(*) Karel van de Woestijne



Voor dit gedicht ontving Kris De Lameillieure gisteren zondag 21/1/2024 in de categorie +36 jr de eerste prijs in de Poëziewedstrijd van de Stad Ronse. Het gedicht werd daarmee uitgeroepen tot het "Stadsgedicht Ronse 2024".
Andere genomineerden waren Rik Dereeper, Elise Vos en Annette Akkerman.



Update (23/1/2024)

Artikel in het Nieuwsblad:
"Kris De Lameillieure uit Wingene schreef met Van alle reis terug (*) het 21ste Stadsgedicht van Ronse. Het thema was dit keer ‘Ergens, ooit, een vrouw’. In de categorie 12-14 jaar won Aya Borst uit Vosselaar, de Nederlandse Lieke Van de Meeracker was de beste bij de 15- tot 18-jarigen en bij de 18- tot 35-jarigen was BP Arend uit Burst de beste. De asterisk in de titel verwijst naar een vers die hij gebruikte van Karel van de Woestijne."


Bron: dit artikel in het Nieuwsblad






zaterdag 11 november 2023

Het boekje van de dichter: Kris De Lameillieure

Het boekje van de dichter- Kris De Lameillieure -'Vlaskop'

Het boekje van de dichter! Na lange tijd nog ’s een aflevering!
Vandaag is dat het opschrijfboekje van Kris De Lameillieure.
Het ligt, geöpend en wel, bij het gedicht “Vlaskop". Met dit gedicht ontving de dichter vorig jaar een eervolle vermelding in de Guido Wulms-prijs voor poëzie 2022. Winnaar werd toen de nog steeds erg betreurde Leen Pil. Andere eervolle vermeldingen vielen in 2022 te beurt aan Digther-bekenden Rita Van Hauwermeiren en Vera Steenput. Kris De Lameillieure, van wie we in april nog 3 gedichten publiceerden kreeg dit jaar in Sint-Gillis-Waas ook al de Leo Vercruyssen-prijs 2023 voor poëzie.


Voor de aardigheid kun je alle "boekjes" nog 's van nabij bekijken via dit verzamel-label


 

 
'Vlaskop' in brochure Literaire Prijzen Sint-Truiden 2022



 

 

 

woensdag 12 april 2023

Als je mij zoekt - Kris De Lameillieure

Als je mij zoekt, ben ik er
als mist op het veld, stof
in je oog, rood licht
op de hoek van je straat.

Je kan mij zien en na een tijd
ruik je mij, tast mijn huid,
voel je hoe ik kil keer,
een muur bouw rond mijn krimp.

Geen mens aan wie ik nog kleef,
naast kind of kind van kind.
Voor jou ben ik een traan.
Schud mij af nu je nog kan.


© Kris De Lameillieure


Foto P. Bardyn - Kris De Lameillieure wint Blow Up 7



dinsdag 11 april 2023

Halfweg - Kris De Lameillieure

Halfweg

Dagen maken bokkensprongen op zijn rug,
hinkelen op ribben, bikkelen en tollen
in zijn hoofd, trekken bekken in lachspiegels.

Halfweg keren ze weerom, tellen aftelrijmpjes
voor wie opnieuw begint. Krakende knieën,
schouders opgehaald, lopen in slow motion.

Hij draagt een hoed in fraaie verzen, schrijft
lotuskrullen in zijn naam. Zingt voor niemand
die kan horen, kijkt met elfen naar de maan.

Dagen knipt hij in een tuil, ademt zuurstof
uit het ijle. Dicht nachten met mondjesmaat,
schrijft tot zeven en wacht op het ontluiken.


© Kris De Lameillieure


Foto P. Bardyn - Kris De Lameillieure wint Blow Up 7