Voor mij ligt ‘Het Vogelboek’ van de Engelse professor Robert Macfarlane. Een boek waarin op meesterlijke wijze 47 vogelportretten verzameld zijn. De poëtische teksten worden ondersteund door tintelende aquarellen van de hand van Jackie Morris. De Engelse bijtitel ‘A field guide to wonder and loss’ wijst ons op hoe breekbaar en bedreigd die kleine vliegende wonderen zijn.
Ik
heb ook het boek ‘Vogels in de cultuur’ van mijn vriend en poëet Johan
Boussauw. Hier gaat het over naamgeving, legendes en sprookjes in verband met
vogels.
Die
twee boeken vormen voor mij een tandem, een bron van veel leesplezier.
Bij mij roepen ze de vraag op hoe de wereld er zou uitzien zonder vogels. Het zou
alvast een stille, veel minder kleurrijke wereld zijn. Da's wel zeker.
Ook kwam de vraag in mij op welke vogel ik zou willen zijn, indien ik ooit als vogel
zou reïncarneren.
Zou
ik een fazant zijn? Een kleurrijke pronker die laat zien welke talenten hij in
huis heeft?
Zou
ik eerder een grijze mus zijn? Al is het maar om niet op te vallen, om me niet
te moeten uitsloven in kleurenpracht, of om gewoonweg deel uit te kunnen maken
van een pluimige bende die graag verstoppertje speelt?
Of
zou ik eerder een putter zijn? Klein maar mooi, met een rode vlek op mijn
gezicht als teken van schaamte voor de wereld waarin ik leef?
Of
zou ik een wilde zwaan zijn, omdat ik geloof in een leven lang samenzijn met
dezelfde partner. Om de sierlijkheid ook, of omdat het niet nodig zou zijn om
mooi te kunnen zingen.
Of
een goudvink. Om op mijn manier kleur te kunnen geven aan het leven. Al zou ik
dan aan woningnood lijden wegens het verdwijnen van de boomgaarden waarin ik
zou leven.
Of
simpelweg een nachtegaal? Om het leven te kunnen bezingen, misschien samen met
mijn partner, in een schemerduet, met in elkaar gevlochten stemmen?
Of
liever nog een veldleeuwerik? Om mijn hoogtevrees te kunnen overwinnen en om van
daar heel boven de schoonheid van het vlakke land te kunnen bewonderen?
Of
zou ik een kwikstaart zijn? Om niet langer een stijve hark te zijn, maar om te
kunnen bewegen als in een dans, een ballet. Om rank en snel te kunnen zijn.
Of
een Noordse stormvogel? Om urenlang boven de grijze oceanen te kunnen zweven,
ongevoelig voor de koude winden, onvermoeibaar te zijn?
Of
een winterkoning? Om onopvallend te zijn, om in een wereld te kunnen leven
waarin alles klein is, maar waarin ik toch een koning zou kunnen zijn?
Of
een ijsvogel. Sprankelend blauw te zijn, de kleur van het diepe gletsjerijs,
maar toch niet koud en ijzigs. Of gewoonweg omdat het azuurblauwe van mijn
verenkleed een van de mooiste kleuren in de natuur zou zijn?
Of
word ik liever een bosuil? Om de mensen met een slecht geweten met mijn
nachtelijke roep de stuipen op het lijf te kunnen jagen? Of om geluidloos door
het leven te kunnen zweven?
Ik
kan moeilijk kiezen welke vogel ik zou willen zijn. Misschien toch maar een merel,
gewoon, om dat mooie lied dat ik zou kunnen zingen. Een liefdeslied voor al wat
leeft.
Om
het even, maar ik zou alvast iemand zijn waarbij mooi of lelijk zingen geen rol
speelt, maar deel uitmaakt van het wezen met veren en vleugels dat ik zou zijn.
Het
zou geen rol spelen wie ik ben. Een vogel, al dan niet een rare vogel. Met een
toekomst, of ook weer niet. Want ons luchtruim wordt ieder jaar leger.
Denkend aan de woorden van Bertolt Brecht: "In de duistere tijden, zal er dan ook gezongen worden? Ja, er zal ook gezongen worden. Over de duistere tijden". En zo laat ik de gevleugelde toekomst haar vrije vlucht nemen.
©
Willy Brandt
Willy Brandt - de naam is echt géén pseudoniem - is voornamelijk fotograaf. Maar af en toe schrijft hij ook wel 's een gedicht of een flard persoonlijk proza annex cursiefje.
















