woensdag 4 maart 2026

thuiskomen - Daniël Franck

We kunnen lang oefenen in thuiskomen
en bereiken dat we onze schoenen
parallel aan elkaar plaatsen,
planten benoemen en verpotten.
Het ene volgt vaak uit het andere. 

Ik zoek letters
om mijn onkunde mee te bekleden
terwijl jij praat tegen de kleinste bloemen.
Er ligt altijd wat open
onaf. 

Het is middag en te warm om buiten te zitten.
We wandelen traag naar het ongedekte bed.
Achter het raam staan andere huizen
stram in hun starre stilzwijgen,
de streep lucht een angstvallige ruimte. 

Als ik iets over de lippen krijg
grijp jij het bij de randen vast.
Als jij het licht uitdoet
wil ik het restant zien
wegsijpelen.

© Daniël Franck  


Voorpublicatie uit de 
bundel 'Lagen van glas' van Daniël Franck die op zaterdag 21 maart 2026 om 15:00 u. voorgesteld in het Paulushuis in Gent (Patijntjestraat 27, 9000 Gent). De bundel is een uitgave van Uitgeverij P.

Iedereen welkom!

Meer info over de voorstelling via dit Facebook-Event.


Daniël Franck, redactielid De Schaal van Digther
Daniël Franck bij Meander (‘Haliastur’)
Blogspot Haliastur

Save the date: Za 21/3/2026

Daniël Franck in de Limerick - 28/1/2025




dinsdag 3 maart 2026

neergezonken - Daniël Franck

Een einde benaderen
met de afgenomen hoed in de hand,
zo ouderwets dat het weer mag. 

Zoals een grens ook niet meer is dan een zucht in het landschap,
de slagbomen geopend, met een lokje ijzerdraad bevestigd,
te weinig nog om van op te kijken, de grenswachten overboord in de tijd.

Deze nadering dan, de schroom,
het niet wagen te vragen,
het hart dat bij het verlaten krimpt. 

Afscheid is dat ding dat met stenen verzwaard neerzinkt in het meer,
de waterrimpels roeren het gras dat op wind bedacht
even knikt dan herschikt.

© Daniël Franck  

Voorpublicatie uit de 
bundel 'Lagen van glas' van Daniël Franck die op zaterdag 21 maart 2026 om 15:00 u. voorgesteld in het Paulushuis in Gent (Patijntjestraat 27, 9000 Gent). De bundel is een uitgave van Uitgeverij P.

Iedereen welkom!

Meer info over de voorstelling via dit Facebook-Event.


Daniël Franck, redactielid De Schaal van Digther
Daniël Franck bij Meander (‘Haliastur’)
Blogspot Haliastur

Save the date: Za 21/3/2026

Daniël Franck in de Limerick - 28/1/2025




maandag 2 maart 2026

het wit - Daniël Franck

Wit 
is een zee van verhalen
voor er talen bestonden. 

Het behoedzame gebaar
waarmee je een perzik van je afhoudt,
het monsteren van zachtheid
dat jou toebehoort. 

Het zijdelingse perspectief
dat je op me werpt
kan stuurloos raken,
de wind kan onze woorden weghalen,
opgeslokt door een scheur 
in het bestaande.

Als je niet beter wist
zou je dit blijven herhalen.

© Daniël Franck  

Voorpublicatie uit de 
bundel 'Lagen van glas' van Daniël Franck die op zaterdag 21 maart 2026 om 15:00 u. voorgesteld in het Paulushuis in Gent (Patijntjestraat 27, 9000 Gent). De bundel is een uitgave van Uitgeverij P.

Iedereen welkom!

Meer info over de voorstelling via dit Facebook-Event.


Daniël Franck, redactielid De Schaal van Digther
Daniël Franck bij Meander (‘Haliastur’)
Blogspot Haliastur

Save the date: Za 21/3/2026

Daniël Franck in de Limerick - 28/1/2025




zondag 1 maart 2026

Tijd van dwang - Debuutroman van Peter Mangel Schots

Tijd van dwang (Horizon/Overamstel Uitgevers) van Peter Mangel Schots is een historische roman, een familiesaga en een actueel verhaal in één.


Van 1942 tot 1945 verbleef Cel als dwangarbeider in nazi-Duitsland. Hij maakte bombardementen mee, ontsnapte enkele keren nipt aan de dood en nam de grote gebeurtenissen van de geschiedenis waar, van collaboratie en verzet tot de laatste dagen van de concentratiekampen. Al die tijd hield hij een dagboek bij.

Wanneer de wereld in 2020 op slot gaat, neemt Cels kleinzoon Peter zijn intrek in het familiehuis waar hij als kind met zijn ouders en grootouders samenwoonde. Daar leest hij voor het eerst het oorlogsdagboek van zijn grootvader. Historische gebeurtenissen, herinneringen, oude foto’s en verhalen komen als in een caleidoscoop een voor een voor het voetlicht.

Zoals in dit fragment: terwijl Cel honger en koude lijdt in Stettin, moeten zijn vrouw Mima en zijn dochtertje in Hestenberg schuilen voor de vliegende bommen.

*

Tegen het einde van het jaar 1944 worden de aanvallen met de V1 en V2 heviger. Op zaterdag 16 december vallen er in heel België meer dan zevenhonderd doden. De angst krijgt ook Hestenberg in zijn greep na de dodelijke explosie aan het kruispunt, waar het jongetje Marcel het leven liet. Wanneer de sirenes loeien kruipt Mima met haar dochtertje in de inbouwkast onder de trap, een kelder hebben de arbeidershuisjes in de Root niet. In die koude weken rond Nieuwjaar slaat het luchtalarm bijna dagelijks aan. Voor de kleine Marja, die één jaar wordt, is schuilen een routine geworden. Mima hoeft haar niet eens meer op te pakken, ze heeft net leren lopen en zodra ze de sirenes hoort spoedt ze zich op haar wankele peuterbeentjes naar de trapkast.

Nu en dan, wanneer het luchtalarm vroegtijdig komt en het gepruttel van de bommotoren nog niet boven de Root hangt, haast iedereen zich naar Roos, de jonge weduwe die op de hoek van de straat een kruidenierswinkeltje uitbaat. Het enige huis dat een kelder heeft. Op een middag in februari, een maand voor de vergeldingswapens eindelijk zullen zwijgen, schuilen er alleen vrouwen en kinderen, sommige nog aan de borst. De meeste buren zijn er tijdig geraakt. Mima met Marja, Fien met Marieke, Lisette, Bertine en Dikke Moe met haar kroost van meerdere mannen. Ze ontsteken een petroleumlamp die een flauwe licht verspreidt. Het valluik wordt gesloten. Boven hen loeien de sirenes.
De nervositeit maakt hen babbelziek.
‘Zeg Roos, hoe zit het met uwen Engelsman?’
Onder de grond kunnen ze vragen stellen die het daglicht niet verdragen.
Gegniffel.
‘Ja, Roos, vertelt een keer.’
Enkele vrouwen blozen, maar de lamp geeft te weinig licht om dat zichtbaar te maken. Dikke Moe heeft er geen last van.
‘Zeg, Roos, ge past toch op, hé? Of wilt ge dat uw kleinmannen er een ros broerke bij krijgen?’
Hun lach is bevrijdend, een antidotum tegen de angst voor de bommen. Roos laat zich niet van de wijs brengen.
‘Ge moogt gerust zijn. Hij heeft daar iets voor.’
‘Is ’t echt, Roos? Zo’n dinges?’
‘Een kapoot, is ’t waar?’
Naar een condoom verwijzen met de volkse benaming van een kapotjas is een gebruik dat ook in die dagen al wijdverspreid is. Ik heb er zelf een kleine herinnering aan, met weerhaken. Als twaalfjarige moet ik in de Latijnse les de vervoeging van het werkwoord capere opdreunen. Ik verhaspel de eerste persoon enkelvoud, in plaats van het correcte capio zeg ik capó. Wat zegt ge, vraagt de leraar smalend, kapoot? De klas lacht en ik weet niet waarom. Het bloed stijgt naar mijn wangen. Als twaalfjarigen zo lachen kan dat maar met één ding te maken hebben, dat begreep ik wel. Een condoom dus. De andere vrouwen in de kelder bij Roos hebben er nog nooit een in hun handen gehad.
‘Hebt ge er een bij, Roos?’
‘Laat eens zien.’
‘Komaan, Roos, we zijn curieus.’
Roos diept er een op uit haar rokken. Ze laten het rubberen dingetje van hand tot hand gaan.
‘Hoe voelt dat eigenlijk?’
‘Dat zoudt ge aan hem moeten vragen.’
‘En krijgt ’m dat helemaal vol?’
Het gelach overstemt de sirenes. De bommen zijn vergeten.
‘Zeg, mannen…’ Ook bij afwezigheid van mannen hebben de vrouwen de gewoonte om hun gezelschap zo toe te spreken.
‘Zeg, mannen, nu zou ik toch wel ’s willen weten hoeveel dat daar in kan.’
Er staan altijd twee emmers gereed in de kelder. Een lege voor dringende behoeften en een die gevuld is met drinkbaar pompwater. Joelend gieten de vrouwen water in het condoom. Beetje bij beetje spant het rubber zich op als een ballon. Tot het barst. Fien, die het condoom met vier vingers openspert, heeft kletsnatte voeten. Hilariteit. Bertine heeft plots nood aan de andere emmer.
En dan merken ze dat het alarm gestopt is.
‘Zeker twee liter’, zal Mima later met grote stelligheid aan haar dochter vertellen.

*

© Peter Mangel Schots


Peter Mangel Schots (Lier, 1972) is schrijver, dichter en literatuurdocent. Hij publiceerde twee dichtbundels en een boek met verhalen over De Eenzame Uitvaart. Tijd van dwang is zijn debuutroman.


Website Peter Mangel Schots
Label Peter Mangel Schots op De Schaal van Digther

Tijd van dwang bij Uitgeverij Horizon/Overamstel uitgevers
Wikipedia-pagina Peter Mangel Schots


 

 

dinsdag 24 februari 2026

Buurman - Miel Vanstreels

De buurman die ooit
mijn spelende zoontjes
bedreigde

en sinds die dag geen
groet meer krijgt
van mijn lief

die buurman ligt
op sterven,

als ik vraag hoe het
gaat vraagt zijn
vrouw of ik
even tijd heb,

drie kwartier later
heeft ze zeven
maanden aftakeling
samengevat,

vreemd toch, twee
deuren verder
wonen

en na meer dan
veertig jaar pas
een gesprek


© 
Miel Vanstreels


Recent verscheen dit gedicht ook in het Afrikaans op de Versindaba-site.
 




 

maandag 23 februari 2026

Herman de Coninck-prijs 2026-De nominaties


De Herman De Coninckprijs 2026 wordt op 21 maart 2026 uitgereikt.

Dit zijn de genomineerde  mogelijke prijswinnaars met hun respectievelijke bundels, en het zijn mooie bundels hoor:

Maxime Garcia DiazHet netwerk moet gebouwd worden (De Bezige Bij)
Sarah de KoningTekstielen (Querido)
Jolanda KooijmansAddertje (Koppernik)
Yasmin NamavarVerblijf (Jurgen Maas)
Peter VerhelstNachtatlas (De Bezige Bij) en
Sandrine VerstraeteKamers (het Balanseer)

De jury voor de editie 2026 bestaat uit Erwin Jans (voorzitter), Emerald Liu, Anthony Manu, Lisa Rooijackers en Jelle Van Riet
De 111 dichtbundels die werden ingezonden en waaruit de jury straks 44 bundels selecteert voor de gewaardeerde jaarlijkse bloemlezing “de 44” – een opsteker voor iedereen die in de bundel kan terechtkomen - kun je hier nalezen:

Website Herman de Coninck-prijs
Inzendingen 2026 voor de Herman de Coninckprijs 


Eilandheid - Sacha Blé

Eilandheid - Op Menorca
in memoriam Cees Nooteboom (1933-2026)

(i)

Bijna leef ik zoals ik zou,
dus zoals u.

Mijn dagen een licht bad, mijn zicht
zeewarm,

de studio krijtwit, eistil, Arabisch dik,
de patio bleu majorelle, mijn dagelijkse taal

eenzelfde borstel nu
van uw gebergte, cactussen, palm.

Hoeveel omwegen, hoeveel sinaas
bergt deze eilandheid,

nu deze februari nobel
over u zwijgt -


(ii)

Het sneeuwt hier dik wanneer ik lees
dat u daar gisteren bent overleden,

het sneeuwt hier traag uw rustige sneeuw,
in mijn bochten, op mijn omwegen.

Il neige, il neige sur Liège.
Hoogvlakte, monnikoog, hoveling,

kereltje op het balkon toen in Den Haag
de wereldoorlog al opnieuw begon,

de berg stilte
die u niettemin gauw vond,

is droef op weg nu, zonder schrift,
zonder haar god -

© Sacha Blé

Sacha Blé op DSvD





vrijdag 20 februari 2026

Deep fake - Philippe Cailliau

Soms zegt mijn pluimgewicht, mijn evenknie, 
mijn reisvriendin die sommen maakt van mijn 
gebreken: Ik ben een etalagepop.
Ik ben je fakebeeld, ik ben de prediker, 
de pater en de misdienaar in de catacomben 
van je ouder wordend lijf.

Wat maakt het uit of ik nu naakt ben of niet. 
Het hoofd dat naar beneden helt 
volgt toch de weg tussen de huidplooien die 
verdwijnen in de rug. Goed versleten 
zijn de oma’s en de opa’s. 

De pop in mij is breed en staart verlangend, vurig. 
De vlam wordt rook en botst tegen de onwilmuur 
alsof perfectie walm en warmte waaiert 
naar moedervlek en kuit en lies en melanoom. 

Zo onmiskenbaar heeft mijn mens een goede 
en een vuile geur, leeft in een vreemde stad, wordt 
hij of zij of het tot in den treure uitgestald en draagt 
in het geheugen de halve waarheid en een grote 

grote leugen.


© Philippe Cailliau 

Gedicht uit "De zijde van de zon", bundel in voorbereiding.

Philippe Cailliau bij De Schaal van Digther


Philippe Cailliau in Oostende - Foto Paul Rigolle




 


 

 

donderdag 19 februari 2026

Wakker de wakkeren - Philippe Cailliau

In koor kraken de daken en de stallen.
Verslijten schuren erkers, kelders,
wind ruikt naar paard en akker. En
grond is overal. Niet meer zo lang blijven
de wakkeren wakker in hun rollenspel.

Ik ben een vader elke dag. Een vader
die veroudert, die cirkels maakt binnen
de grenzen van zijn schaduw. Die
houterig een houding geeft aan schaamte. 

Mijn voedsel opgezogen,
mijn lichaam drijfzand met erover vel.
En jeuk, veel jeuk. Maar elke dag
worden de spieren opgespannen: 
mijn binnenwerk dat naar beneden huilt.
Naar aarde ruikt. Tussen de lakens 

zal onopvallend liggen:
mijn opgerolde huid. Ooit geboren.
Gestreeld, gedroogd en nu gedoogd. 

Verouderd en wakker ben ik
de vader. Weer wakker.
Verouderd weer.

 

© Philippe Cailliau 

Gedicht uit "De zijde van de zon", bundel in voorbereiding.

Philippe Cailliau bij De Schaal van Digther


Philippe Cailliau in Oostende - Foto Paul Rigolle




 


 

 

woensdag 18 februari 2026

Alsof schoonheid en muziek - Philippe Cailliau

Alsof een uitgesproken schoonheid
wordt gehoord als een nieuw requiem.

Muziek: daar zijn de tralies voor de zon,
de troost en zegeningen van de dag
niet voor. Gelauwerd luisteren naar
een natte arm twee natte benen
en het meest van al een hoofd
dat kalm het leven dirigeert. Redding is
op komst. Vermoeiender is niets dan
houden van geluid in real time.
 
Grijs rolt de zee: ze opent haar schuimerige
deuren. Licht wordt, trilling is, klank
wordt wie weet onzichtbaar. Zelfs als
onzekere stilte stolt, is er geen stilte.
De keel stuipt, schuurt, is een adagio
niettemin. Een verbintenis van stigmata.
De schoonheid daar, is er alsof, en toch:
altijd. De hendel van tonen van tover.
 

© Philippe Cailliau 

Gedicht uit "De zijde van de zon", bundel in voorbereiding.

Philippe Cailliau bij De Schaal van Digther


Philippe Cailliau in Oostende - Foto Paul Rigolle



zaterdag 14 februari 2026

Poëzieprijs van de Stad Ronse 2026 voor Philip Hoorne

 

Over de poëzie van Philip Hoorne kun je veel zeggen. Zijn vaak toegankelijke en badinerende gedichten doen het erg goed wanneer je ze de dichter hoort voorlezen. Altijd is er wel een ‘ironiserende’ Hoorniaanse wrong en/of pointe in zijn poëzie te vinden die voor een glim-of grimlach bij de toehoorders zorgt. Het maakt dat Philip Hoorne als dichter (té) vaak in het kastje van te nemen of te laten’ terechtkomt. Het maakt ook dat zijn gedichten niet al te dikwijls bekroond worden. De jury van de jaarlijkse poëzieprijs van de Stad Ronse dacht daar dit jaar unaniem anders over. Rond het vooropgezette poëzieweek-thema “Metamorfose” kreeg ze niet minder dan 138 inzendingen te beoordelen. Uiteindelijk werd het gedicht “Bij het oude” van Philip Hoorne uitverkoren om zoals elke laureaat van de wedstrijd “een tegel in het stadsbeeld” met een gedeelte van het winnend gedicht te ontvangen.

We geven hier graag - met dank aan de dichter - het winnende gedicht even mee:


Bij het oude


Ze vraagt of ik mijn plannen glad wil strijken
alsof een voornemen beter ademt als het
kreukvrij bungelt aan een koelkastmagneet
in de vorm van een overzees land.

Ze leest afgewerkte boodschappenlijstjes
voor aan haar Schnauzer, die haar negeert.
En ik, ik splits mezelf in almaar kleinere stukjes
zodat ze makkelijker om me heen kan lopen.

Op familiefeesten met zwartgeblakerde worsten
en lauwe gesprekken gaat ze rond met altijd weer
dezelfde vraag: waarom blijft alles bij het oude?

Elke dag bekwaam ik me in het bedenken van momenten
die nog niet durfden te gebeuren, terwijl zij blijft hopen.
Telkens als ik wegkijk, zie ik haar smekende ogen.


© Philip Hoorne

Graag vermeld ik hier ook nog ’s dat er van Philip Hoorne in het (vroege) najaar een nieuwe dichtbundel op komst is die zal verschijnen bij Uitgeverij Archipel.

Ook willen we jullie via dit blogbericht zeker de andere Ronse-laureaten en genomineerden niet onthouden.

Categorie van 12 tot 14 jaar:
Winnaar Levana Deblauwe (met ‘Stille dromen’) – genomineerden: Ibrahim Tahiri Belhssaian en Miro De Voet

Categorie jeugd van 15 tot 18 jaar:
Winnaar Dieuwke Lauwers (met ‘Muurbloem’) – genomineerd: de beide ingezonden gedichten van Dieuwke Lauwers

Categorie van 19 tot 35 jaar
Winnaar: Simon Hollevoet (met ‘Groeipijnen’) – genomineerden: Silke Eeckelaert en Augustin Grenné (die eerder winnaar was in 2025!!!)

Categorie 35+
Winnaar: Philip Hoorne – genomineerden Gerda Verschueren en Martin Henrist

De prijs voor de beste Ronsenaar ging dit jaar naar Kitty Eemans (‘Fluistering van mijn hart’)

Een brochure met de winnende gedichten kan worden opgevraagd bij de Bib van Ronse.

Philip Hoorne ondertekent een contract voor de
publicatie van een dichtbundel bij Uitgeverij Archipel

Poëzieprijs van de Stad Ronse  (pdf-bestand)
Blogbericht Philip Hoorne: Gewonnen in Ronse
Philip Hoorne bij De Knipscheer
Uitgeverij Archipel

(Tekst: Paul Rigolle)

vrijdag 13 februari 2026

Triomf met anticlimax (3) - Wim Vandeleene

Herstel

je kan het spel verknoeien met één blunder
een schoolrapport, de bouw van het eerste luchtkasteel
een wedstrijd koorddansen, kalverliefde, het huwelijk

de gave van het falen hebben we gemeen
soms spoel je de film terug, zie je opnieuw
de springplank naar de vrije val, verloren melktanden,
de krukken, een been in het gips

hoe je stuntelde in het vizier van de spot 
zaterdagavonden waarop je de aftocht blies
na de misser ging een rivaal met de eer lopen
de verspreking bracht een leugen aan het licht

je wil de fouten uit de film knippen
op welk kruispunt je een lief hebt gemist
op welk perron je de laatste trein achterna liep

© Wim Vandeleene

Wim Vandeleene bij de Schaal van Digther






donderdag 12 februari 2026

Triomf met anticlimax (2) - Wim Vandeleene

Kwijt

vergeet wat je verliest
wilde haren en huidschilfers
 
gefluisterde beloften waaien weg
zanderige uren glippen door de vingers
 
de sleutelbos raakt vermist in een bodemloze tas
een scherp verwijt vervaagt na een zwijgzaam uur
 
herinneringen vergelen als contouren
op foto’s die te lang in de zon lagen
 
momenten lossen op in mistige waan
een voetafdruk op het strand wacht op de vloed
 
de geur van oude boeken roept flarden van verhalen op
in het najaar draagt een hit de zomer weg
 
gewekt door het ochtendlicht
flitst de koortsdroom het raam uit


© Wim Vandeleene

Wim Vandeleene bij de Schaal van Digther





woensdag 11 februari 2026

Triomf met anticlimax (1) - Wim Vandeleene

Leerwinst

alsof je na de val de sprong leert
de voeten keren terug naar het struikelblok

het zelfbeeld wankelt als een kast
waaraan drie schroeven en een plank ontbreken

te laat ontdek je de zalf voor brandwonden
het nut van ovenhandschoenen

dat je niet te vet moet knipogen
naar de dame die de heer achter je begroet

dat zwijgen vaak meer zegt dan de vage babbel
een wegomlegging rond de kern van de zaak

en hoe woorden breken in een brute mond
de scherven van berouw kan je niet slikken

toch leer je traag maar zeker van het struikelblok
de trede van een trap die geen hoogte wint

© WimVandeleene

Wim Vandeleene bij de Schaal van Digther





zondag 8 februari 2026

Eijlders Aanmoedingsprijs voor een debuut


De Eijlders-dichters kennen binnenkort opnieuw hun Poëzie Aanmoedingsprijs toe. De prijs is bedoeld als stimulans voor dichters met een recente debuutbundel. Eén en ander kadert ook in het 85-jarig Eijlders-jubileum.

Datum van publicatie/presentatie dient in de periode van 1 februari 2025 tot en met 31 januari 2026 te zijn. Er zijn een aantal mooie geldprijzen te vergeven. Een zeer deskundige jury zal de debuutbundels gaan beoordelen.

Eijlders is op zoek naar wat vandaag de dag enthousiast zijn betekent.
In gedachten en gedichten over wat jou in een hogere versnelling brengt.
Zondag 15 februari 2026 willen wij jou graag hierover horen voordragen.

De aanvangstijd is 15:00 uur.

Meer informatie en aanmelding hier.

Bericht overgenomen van Meander
Website Eijlderdichters 
Eijlder Dichters op Facebook

vrijdag 6 februari 2026

Remedies tegen onverschilligheid

Op zaterdag 31 januari 2026 werd in de historische kapel van het Damse Oud Sint-Janshospitaal onder de titel "Remedies tegen onverschilligheid" de nieuwe dichtbundel van Geert Viaene voorgesteld. Er was muziek van Hannelore Devaere (harp) en dichter en muzikant Denis Vercruysse zorgde voor mooie soundscapes bij de gedichten. Steven Van Der Heyden sprak de inleiding uit en stuurde ons daarvan de tekst die we hieronder met graagte, én met dank, publiceren. 


Inleiding bundel : Remedies tegen onverschilligheid van Geert Viaene - tekst van Steven Van Der Heyden
 
Dames en heren,

U kreeg zonet al een inkijk in de eerste broedkamer uit de cyclus ‘Belusting’, waar woord en klank elkaar versterken.
In deze ruimte ontmoeten we Mo — niet zomaar een personage, maar een gestalte van ons allemaal. Een mens die moet leren ademen in een wereld die kantelt, verkookt, verschuift. Een mens die opnieuw een plaats moet zoeken nu de natuur weer op volle kracht terugkeert en tijdperken beginnen te klonteren als tektonische platen die elkaar niet langer verdragen.

In de gedichten die volgen wordt niets gespaard: de zee kookt over, licht zwelt op, stenen verpulveren. Mo wordt uiteengerukt en opnieuw gevormd — een lichaam dat zich vastklampt, verandert, kromt, in elkaar schuift. Alles is beweging, alles staat onder spanning. En toch blijft er iets overeind: een instinct, een soort oervlam die weigert uit te doven.
De taal in deze gedichten ademt, pulseert.
De dichter schrijft met een scherp gehoor: woorden worden slagregen, schram, wervelwind. De klanken hakken, schuren, glijden. Het ritme jaagt je vooruit, vertraagt dan plots, alsof de tijd zelf blokkeert. En de beeldspraak — soms rauw, soms ontregelend mooi — tilt de wereld uit haar voegen en duwt ons midden in die metamorfose, recht naast Mo, in het zand, in de storm, in het verschroeiende licht.

De gedichten klinken als echo’s van een toekomst die zich al aandient, maar ook als herinneringen aan wat we misschien kwijtgeraakt zijn.
Sta me toe om nog een gedicht uit deze cyclus te brengen :

‘ De wereld levert zich over aan haar verbeelding’
 
Lina staat ongerept in dit betonnen braakland
haar armen strekken zich uit naar de hemel
zij is tegelijkertijd een zon-en wolkendrager
 
haar voeten verdwijnen in asfalt dat schroeit
zij overleeft tussen gitzwarte rubberwalmen
in een plasticeen tijdperk, zij moet vechten
 
 
tegen krachten die alles verdelgen, zij gaat
op zoek naar weerbare planten in besmette
tuinen, malse kleuren in een zee van nacht-
 
blauw, zij kiest gigantische distels in bloei
zij luistert naar de ganzen die overvliegen
zij klautert langs ingestorte wanden waar
 
vergroeide slijmdiertjes dooreen krioelen
opgekrulde lijven zinken dit ruimtepijn in
de zon begint te stranden, de wereld vat
 
haar verbeelding, weet hoeveel invloed
zij heeft op mensen, planten en dieren
zij is opgewonden als de wilde ganzen
 
Deze bundel ontvouwt zich als een tocht door een werkelijkheid die weigert eenduidig te zijn. De dichter is een geëngageerde waarnemer die conventionele structuren afbreekt om dichter bij de kern te komen, niet om te ontregelen om het ontregelen, maar om zijn wereld dieper te begrijpen. Laag na laag wordt die werkelijkheid blootgelegd: wat gespaard blijft in aanrakingen, wat onherroepelijk verloren gaat in bewegingen. Tussen vasthouden en loslaten bewaakt de dichter de fragiele zones waar betekenis ontstaat.

Tijdens deze reis worden de voetstappen van de dichter het metrum van zijn denken. Het lopen, het aftasten van terrein, bepaalt het ritme van de gedichten. Zo ontstaan rijke, zorgvuldig opgebouwde teksten met een uitgesproken, originele zeggingskracht, waarin beeld en gedachte elkaar voortstuwen. De poëzie is lichamelijk aanwezig: zij ademt, schuurt, en blijft in beweging.

De eerste cyclus, If I Had a Hammer, speelt zich af onder asfaltzwarte hemels, in een begrensd universum waar kinderen spelen achter grijze rookgordijnen. De beelden zijn onontkoombaar en confronterend; de link met Gaza is snel gelegd. Hier klinkt de woede en de machteloosheid van wie ziet en niet kan ingrijpen, van wie telt, herhaalt en toch vastloopt. Het is poëzie die weigert weg te kijken.

In Rode Sneeuw verschuift het perspectief naar een zinnelijke, organische ruimte. Lichamen, dieren en landschappen vloeien in elkaar over. De vraag dringt zich op wie de wonde stelpt in een wereld die zichzelf voortdurend hertekent. Het draagvlak kraakt, maar er leeft ook een hardnekkig vertrouwen dat het zich opnieuw kan afstemmen op verandering. Deze cyclus ademt zowel kwetsbaarheid als een diepgewortelde drang tot herstel.

Zeilen naar Archipel draagt een meer collectieve oorsprong in zich. De cyclus kreeg een gemeenschappelijke start: zowel ik als Geert maken deel uit van het dichterscollectief Obsidiaan, dat enkele jaren geleden een schrijfresidentie kreeg in het huis van de dichter te Watou. Tijdens een koude winterwandeling die wij samen ondernamen, werden de eerste zaadjes geplant. Dat gedeelde vertrekpunt vertaalt zich in een poëtische verkenning van eilanden, grenzen en verschuivende landschappen, waarin het persoonlijke en het mondiale elkaar voortdurend raken.
In Samenspraak keert de blik naar binnen én naar elkaar. Deze cyclus is een zoektocht naar onze oorsprong, naar wat mensen, dieren en elementen verbindt. Het spreken wordt hier aftastend, soms aarzelend, alsof taal zelf opnieuw moet leren luisteren.

Die beweging zet zich voort in Meer tederheid, waar de vraag centraal staat hoe samenspraak mogelijk wordt. Hoe kunnen stemmen elkaar bereiken zonder te overheersen, hoe kan nabijheid ontstaan in een wereld die steeds verder fragmenteert? Tederheid verschijnt hier niet als zwakte, maar als een noodzakelijke kracht, een vorm van weerstand tegen onverschilligheid.

Samen vormen deze cycli een poëtische tocht die niet belooft te genezen, maar wel remedies aanreikt: aandacht, verbeelding en een hardnekkige bereidheid om te blijven kijken, blijven spreken en blijven bewegen.
In de slotcyclus De Nieuwe Stad wordt de blik resoluut naar voren gericht. Hier verschijnt geen utopie in klassieke zin, maar een tastend, broos toekomstbeeld dat ontstaat uit puin, overstroming en oververhitting. De stad wordt niet ontworpen, maar opgebouwd in het ritme van lichamen die samenwerken, zorgen, delen en opnieuw leren wonen. Mens en landschap zijn niet langer tegenover elkaar geplaatst: water, planten, dieren en infrastructuur vormen één ademend geheel.
Deze cyclus verkent hoe samenleven eruit kan zien wanneer oude zekerheden zijn weggevallen. De dichter toont een stad die zichzelf afbreekt om opnieuw te kunnen ontstaan, waarin tederheid, wederkerigheid en verbeelding fungeren als bouwstenen. Arbeid, zorg en nabijheid worden collectieve handelingen; rituelen vervangen systemen, aandacht vervangt controle. Wat hier groeit is geen voltooide vorm, maar een voortdurend proces van aanpassen en afstemmen.

Eindigen doe ik graag met het gedicht :
 
 ‘Hoe kunnen we het roer omgooien’
 
een ijsschots drijft stroomopwaarts de Schelde
monding in, een grote, wortelloze, afgebroken
 
tand die zich afstoot tegen het slib, beukende
golfslagen vormen er eilanden van waarheid
 
de zon komt ongezien dichterbij, bovenop wit
glazuur ligt zwarte sneeuw, de walvis ademt
 
nog, hoor de noodkreet van het kalf, het klieft
de containerschepen moeiteloos in twee, hier
 
staan minimensjes op en neer te springen
het is moeilijk te zeggen of het van vreugde
 
is of uit paniek, de klip spoelt weg, beetje bij
beetje blaast de blauwgrijze rug zichzelf en
 
de beschaving op, voel plaatsvervangende
schaamte voor deze tere onderwaterballon
 
© Steven Van Der Heyden

De bundel is een uitgave van Uitgeverij P
Label Geert Viaene bij DSvD
Website Steven Van Der Heyden

Steven Van Der Heyden
foto c. Samira Chabchoub

Vlnr Hannelore Devaere, Geert
Viaene en Denis Vercruysse
Foto: c. Samira Chabchoub
Geert Viaene signeert
Foto c. Samira Chabchoub


Foto Koen Demuynck die ook instond voor
de coverfoto van de bundel

Geert Viaene signeert
Foto Paul Rigolle

Ontwerp voor een voorstelling!