zaterdag 26 september 2026

Maarke-Kerkem, een gedicht uit 'Bidon Collé' van Patrick Cornillie

         Maarke-Kerkem, Vlaamse Ardennen

 

De stilte van een ochtend.

Kasseiwegen, knotwilgen, beemden. 

Paarden die roerloos bij een prikkeldraad

staan en de kilte er langs hun neusgaten 

uitslaan. Het weinige in zo’n tafereel. Of net

het teveel. Het is maar hoe je het bekijkt.

 

Zo’n landschap, er valt niet aan te ontkomen.

Alles is zoals het lijkt. Zoals alles lijkt het niets.

Tenzij voor die ene kerel in zijn kleurrijke truitje,

op de Eikenberg, op de fiets. Een heer die de tijd

neemt om af te stappen, daar waar eender welke

andere wielertoerist zeker door zou trappen.

 

© Patrick Cornillie


Uit de bundel "Bidon Collé", bekroond met de Scriptomanen-prijs 2026. Meer info over de prijs en over de uitreiking ervan op 16 oktober 2026 e.k. vind je via deze Digther-link.



vrijdag 25 september 2026

Jan Wauters, een gedicht uit 'Bidon Collé' van Patrick Cornillie

Jan Wauters

 

 

Het was hoogzomer en overal hoorde je

Zijn Stem. Op hofsteden en stoppelvelden,

bouwwerven, het schrijnwerkatelier en

dwars door de felgekleurde vliegenlinten

in het deurgat van het dorpscafé.

 

Het was hoogzomer en iedereen kleefde

met zijn oor aan de transistorradio.

Bewondering voor Van den Bossche en

Merckx, gejuich voor Godefroot en Leman,

vaak ook gemor om Zoetemelk of Poulidor.

 

Allemaal leefden ze mee: de schoolmeester

in congé, de metselaar, de fietsenmaker,

beenhouwer en boer. En altijd weer werden ze

euforisch en raakten ze helemaal buiten adem

bij zoveel flitsende demarrages op Radio Tour.

 

© Patrick Cornillie


Uit de bundel "Bidon Collé", bekroond met de Scriptomanen-prijs 2026. Meer info over de prijs en over de uitreiking ervan op 16 oktober 2026 e.k. vind je via deze Digther-link.



donderdag 24 september 2026

Prijs van de Scriptomanen voor 'Bidon Collé' van Patrick Cornillie

Uitgeverij De Scriptomanen vzw schreef een wedstrijd uit voor de beste dichtbundel van een Vlaams auteur. Uit alle inzendingen koos een deskundige jury voor het script van 'Bidon Collé', een bundel wielergedichten van Patrick Cornillie. De prijs voor de winnaar - de 'Scriptomaan van 2026', zeg maar - is de uitgave van de bundel. 

Prijsuitreiking en voorstelling van de bundel (120 p.) met wielergedichten zullen plaats vinden op vrijdag 16 oktober in de bibliotheek van wielergemeente Wevelgem.

Voorintekenen op dit bekroonde boek kan tot 4 oktober, en dit aan vriendenprijs, met een unieke extra er bovenop (en een nog exclusiever cadeautje voor de 33 eerste voorintekenaars). Alle informatie vindt u in de bijlage, en op de webpagina van uitgeverij de Scriptomanen:
Ik hoop u daar en dan alvast te mogen begroeten, graag een seintje naar info@inter-actief.be als u eraan komt (en met hoeveel personen) want de plaatsen zijn beperkt... en Vlaanderen telt aardig wat poëzieliefhebbers die van de koers houden. En omgekeerd, veel wielerfanaten die graag eens een gedicht lezen.
Patrick Bernauw, uitgever, in zijn persbericht
.../...
De Schaal van Digther heeft het genoegen om vanaf morgen drie gedichten uit de bekroonde bundel te mogen publiceren. 

Ondertussen is Patrick Cornillie - het kan niet op voor de man uit Lichtervelde - ook bekroond met de MIKA-Poëzieprijs van Middelkerke.

Bidon Collé bij de Scriptomanen
Website Patrick Cornillie



woensdag 23 september 2026

Vroeger - Hendrik Carette

Vroeger was 't in Brugge echt veel beter

De stad had nog kleine domeinen van stilte
en in de Jerusalemstraat bevond zich
een kerk die niet van de grote Kerk was.  

Op 1 mei zag ik elk jaar de charismatische voorman
Achiel v. A. vooraan in de stoet.  
En in de winter schaatste ik op de Damse vaart. 

Aan 't Minnewater wandelde de filosoof van 't Sashuis
en van 't Zand naar een pand
stapte ik door de Steenstraat. 

In de crypte van het heilig bloed was het aardedonker 
en op het stille kerkhof in Steenbrugge
was het altijd Allerzielen. 

Op het Belfort hamerde de beiaardier op het klavier   
en aan de Groene Rei
bewaarde ik mijn metaforen in antieke amforen.    
                                

© Hendrik Carette

Hendrik Carette - © Bert Bevers


zondag 20 september 2026

Vier jongens op een foto

vlnr Frederik Lucien De Laere, Jan Wijffels,
Denis S.M. Vercruysse en albrecht b doemlicht

Soms zijn er foto's die iets laten uitschijnen... Of waarvan je hoopt, zou het kunnen ja, dat deze foto iets laat uitschijnen? 

Op Facebook delen de vier jongens van Het Venijnig Gebroed (het meisje ontbreekt) een foto... Steken ze de koppen bij elkaar en komt er in 2027 (of nog net iets vroeger) een kleine comeback of wordt het zowaar een doorstart?

Ach, het kan natuurlijk gewoon dat de vier 's samen in Brugge iets wilden drinken, want daar zijn aldaar zeer geschikte plaatsen voor. Toch benieuwd of hier achter dit fotobericht ooit een "Wordt vervolgd" achteraan mag. 

#hetvenijniggebroed #broeiterietsonderdebrugsezon

Blog van Het Venijnig gebroed 
Het Venijnig Gebroed op Facebook



maandag 14 september 2026

Terug - Miel Vanstreels


Terug

Mijn ouderlijk huis bestaat
enkel nog op foto's, op
een schilderijtje en
in mijn hoofd,
 
mijn vader bouwde het eigen-
handig met alles wat er
na de oorlog restte
aan dromen,
 
kort na zijn dood werd het
gesloopt om plaats te maken
voor nieuwe tijden,
 
vandaag ging ik terug
en hoorde mijn vader
in alle vroegte bezig
op zijn duivenhok,
 
terwijl hij de vloer
schoon schraapte
praatte hij
tegen zijn duiven
 
liefdevoller

dan hij ooit
tegen zijn kinderen
durfde doen
 
© Miel Vanstreels
 

zondag 13 september 2026

Vogels - Willy Brandt

Vogels  

Voor mij ligt ‘
Het Vogelboek’ van de Engelse professor Robert Macfarlane. Een boek waarin op meesterlijke wijze 47 vogelportretten verzameld zijn. De poëtische teksten worden ondersteund door tintelende aquarellen van de hand van Jackie Morris. De Engelse bijtitel ‘A field guide to wonder and loss’ wijst ons op hoe breekbaar en bedreigd die kleine vliegende wonderen zijn. 

Ik heb ook het boek ‘Vogels in de cultuur’ van mijn vriend en poëet Johan Boussauw. Hier gaat het over naamgeving, legendes en sprookjes in verband met vogels.

Die twee boeken vormen voor mij een tandem, een bron van veel leesplezier.

Bij mij roepen ze de vraag op hoe de wereld er zou uitzien zonder vogels. Het zou alvast een stille, veel minder kleurrijke wereld zijn. Da's wel zeker.

Ook kwam de vraag in mij op welke vogel ik zou willen zijn, indien ik ooit als vogel zou reïncarneren.

Zou ik een fazant zijn? Een kleurrijke pronker die laat zien welke talenten hij in huis heeft? 

Zou ik eerder een grijze mus zijn? Al is het maar om niet op te vallen, om me niet te moeten uitsloven in kleurenpracht, of om gewoonweg deel uit te kunnen maken van een pluimige bende die graag verstoppertje speelt?

Of zou ik eerder een putter zijn? Klein maar mooi, met een rode vlek op mijn gezicht als teken van schaamte voor de wereld waarin ik leef?

Of zou ik een wilde zwaan zijn, omdat ik geloof in een leven lang samenzijn met dezelfde partner. Om de sierlijkheid ook, of omdat het niet nodig zou zijn om mooi te kunnen zingen.

Of een goudvink. Om op mijn manier kleur te kunnen geven aan het leven. Al zou ik dan aan woningnood lijden wegens het verdwijnen van de boomgaarden waarin ik zou leven.

Of simpelweg een nachtegaal? Om het leven te kunnen bezingen, misschien samen met mijn partner, in een schemerduet, met in elkaar gevlochten stemmen?

Of liever nog een veldleeuwerik? Om mijn hoogtevrees te kunnen overwinnen en om van daar heel boven de schoonheid van het vlakke land te kunnen bewonderen?

Of zou ik een kwikstaart zijn? Om niet langer een stijve hark te zijn, maar om te kunnen bewegen als in een dans, een ballet. Om rank en snel te kunnen zijn.

Of een Noordse stormvogel? Om urenlang boven de grijze oceanen te kunnen zweven, ongevoelig voor de koude winden, onvermoeibaar te zijn?

Of een winterkoning? Om onopvallend te zijn, om in een wereld te kunnen leven waarin alles klein is, maar waarin ik toch een koning zou kunnen zijn?

Of een ijsvogel. Sprankelend blauw te zijn, de kleur van het diepe gletsjerijs, maar toch niet koud en ijzigs. Of gewoonweg omdat het azuurblauwe van mijn verenkleed een van de mooiste kleuren in de natuur zou zijn?

Of word ik liever een bosuil? Om de mensen met een slecht geweten met mijn nachtelijke roep de stuipen op het lijf te kunnen jagen? Of om geluidloos door het leven te kunnen zweven?

Ik kan moeilijk kiezen welke vogel ik zou willen zijn. Misschien toch maar een merel, gewoon, om dat mooie lied dat ik zou kunnen zingen. Een liefdeslied voor al wat leeft.

Om het even, maar ik zou alvast iemand zijn waarbij mooi of lelijk zingen geen rol speelt, maar deel uitmaakt van het wezen met veren en vleugels dat ik zou zijn.

Het zou geen rol spelen wie ik ben. Een vogel, al dan niet een rare vogel. Met een toekomst, of ook weer niet. Want ons luchtruim wordt ieder jaar leger.

Denkend aan de woorden van Bertolt Brecht: "In de duistere tijden, zal er dan ook gezongen worden? Ja, er zal ook gezongen worden. Over de duistere tijden". En zo laat ik de gevleugelde toekomst haar vrije vlucht nemen.

© Willy Brandt  

Willy Brandt - de naam is echt géén pseudoniem - is voornamelijk fotograaf. Maar af en toe schrijft hij ook wel 's een gedicht of een flard persoonlijk proza annex cursiefje. 


woensdag 9 september 2026

Het programma van het nieuwe Penhuis-seizoen is bekend!

Het Penhuis van Gie Devos en medewerkers is in Kortrijk toe aan het 24e seizoen met literaire en filosofische ontmoetingen. Vijf zondagvoormiddagen is er een dichter, filosoof of prozaïst te gast die door een gastheer of -vrouw wordt geïnterviewd. Ook het publiek is nauw betrokken, vragen stellen aan de uitgenodigde auteurs is altijd mogelijk. Iedereen is welkom. 

Plaats van afspraak: de Deelfabriek, Rijkswachtstraat 5, 8500 Kortrijk.

programma 2026-2027 [seizoen 24]

  • 4 oktober 2026 • Mensje van Keulen
  • 22 november 2026 • Joris Van Casteren 
  • 7 februari 2027 • Marlies De Munck 
  • 21 maart 2027 • Nicolien Mizee  
  • 25 april 2027 • Ester Naomi Perquin

dinsdag 8 september 2026

Meander-interview met Daniël Franck

"Ons leven is niet meer dan een kortstondige rimpeling op het water. Misschien raken we even anderen aan, maar daarna wordt alles weer vergeten en gaan die anderen weer verder. De rode draad van deze bundel is afscheid nemen. Dit gedicht is één van die gestaltes waaronder dat terugkeert."

Daniël Franck, redactielid van 'De Schaal van Digther' publiceerde dit voorjaar een nieuwe dichtbundel: "Lagen van glas". Naar aanleiding van de bundel had dichter Wim Vandeleene voor Meander een uitgebreid gesprek met hem.


Dit kun je nalezen via deze Meander-link.

De bundel bij Uitgeverij P.

Daniël Franck tijdens de voorstelling van 
de bundel op 21/3/2026 in Gent.

vrijdag 4 september 2026

Gedicht#3 uit 'steen, vuur, zee' van Jan Geerts

We ontwaken en komen elkaar tegen.
Het is een dagelijks weerzien.
We wisselen dromen uit
en denken aan de toekomst.
 
De nacht was mild.
We waanden ons jong en buigzaam.
We wilden dat we dieren waren.
Onze kleren liggen leeg en
hulpeloos op de grond.
 
Op de radio horen we
van file en inflatie. Onze tijd
wordt steeds langer en duurder.
 
De zon valt binnen. Wij
beginnen te groeien.
 
Het is goed zo. De huur is betaald.
Wij hebben geen schulden.
 
Ik adem in je oksel.
Je ruikt naar aarde.
Mijn hand ligt op je hart.
 
Jij noemt mij liefde.
Ik noem het terug.
 


Voorpublicatie uit "steen, vuur, zee" de nieuwe bundel van Jan Geerts. De bundel, een uitgave van Uitgeverij P, wordt op zaterdag 26 september 2026 om 20:00 uur voorgesteld in de Groene Waterman in Antwerpen.

Jan Geerts (Hoogstraten, 1972) publiceerde in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen. Hij debuteerde in 2004 bij Uitgeverij P met Tijdverdriet en andere seizoenen. Daarop volgden Een volle maan met onze handen ernaast (2005), De n van iemand (2008), Zwerfsteen (2012), Dat het blijft duren (2017) en Hoe er dan iets helders ontstaat (2022). Jan Geerts is ook actief als plastisch kunstenaar.

Jan Geerts bij Uitgeverij P
Weblogvan Jan Geerts






donderdag 3 september 2026

Gedicht#2 uit 'steen, vuur, zee' van Jan Geerts

Ik wilde een schaduw, een schim 
van mezelf. De dagen waren dun,
de lucht zonder kleur.

Ik boekte een vlucht, verliet de stad,
zocht het zuiden en vloog 
de zon tegemoet. 

Toen ik aankwam, kende niemand 
mijn naam. Er was een ander
klimaat, een andere taal. 

Ik wist niet hoe ik me voelde,
maar er waren windmolens.
Iemand zong een lied van honger. 

Ik herinnerde me de woorden
die al zo lang lagen te wachten
in mijn borst: steen, vuur, zee. 

Er was een weg.
Mijn voeten brandden.
Ik zette stappen in een richting. 



Voorpublicatie uit "steen, vuur, zee" de nieuwe bundel van Jan Geerts. De bundel, een uitgave van Uitgeverij P, wordt op zaterdag 26 september 2026 om 20:00 uur voorgesteld in de Groene Waterman in Antwerpen.

Jan Geerts (Hoogstraten, 1972) publiceerde in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen. Hij debuteerde in 2004 bij Uitgeverij P met Tijdverdriet en andere seizoenen. Daarop volgden Een volle maan met onze handen ernaast (2005), De n van iemand (2008), Zwerfsteen (2012), Dat het blijft duren (2017) en Hoe er dan iets helders ontstaat (2022). Jan Geerts is ook actief als plastisch kunstenaar.

Jan Geerts bij Uitgeverij P
Weblogvan Jan Geerts






woensdag 2 september 2026

Gedicht#1 uit “steen, vuur, zee” van Jan Geerts

Mensen volharden in geluk.
Ze lopen hand in hand over straat,
kijken links en rechts en wachten
tot het veilig is.
 
Iedereen is op weg.
Iedereen verzint woorden
voor wat er is en wat er niet is.
Iedereen maakt gebaren, droomt
van vleugels en gelooft
tot in de kleinste dingen.
 
Iemand schreef ooit dat niets bestaat
dat niet iets anders aanraakt.
 
(Ik dacht aan jou.)
 
Zo is er altijd wel iets;
de regen, of de koude wind
bijvoorbeeld, die niets
onaangevoeld laat.
 
Ik wil je omhelzen en zeggen
dat wij gemaakt zijn om te verliezen,
maar vind geen woorden
die niet al verloren zijn.


Voorpublicatie uit "steen, vuur, zee" de nieuwe bundel van Jan Geerts. De bundel, een uitgave van Uitgeverij P, wordt op zaterdag 26 september 2026 om 20:00 uur voorgesteld in de Groene Waterman in Antwerpen.

Jan Geerts (Hoogstraten, 1972) publiceerde in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen. Hij debuteerde in 2004 bij Uitgeverij P met Tijdverdriet en andere seizoenen. Daarop volgden Een volle maan met onze handen ernaast (2005), De n van iemand (2008), Zwerfsteen (2012), Dat het blijft duren (2017) en Hoe er dan iets helders ontstaat (2022). Jan Geerts is ook actief als plastisch kunstenaar.

Jan Geerts bij Uitgeverij P
Weblogvan Jan Geerts







dinsdag 1 september 2026

Het vitrinekastje - Lieven Vandekerckhove

Het vitrinekastje

Het witgelakte vitrinekastje is niet hoger en niet breder dan vijfentwintig centimeter. Het is ongeveer vijf centimeter diep, en de plankjes waarmee het is samengesteld, zijn ongeveer twee centimeter dik. Vrij veel hout dus, waardoor het kastje vrij zwaar is en stabiel staat. Binnenin is tegen de wijnrode rug een sneeuwwitte passe-partout geplaatst, die als een geopend venster mooi ruimte laat voor de felle achterliggende kleur.                                                                             
Ik heb dat ding gekocht op een markt voor hobbykunstenaars als verjaardagsgeschenk voor Lode, mijn tweelingbroer. Immers, tegen de rode rug heeft de schepper van het werkje het gebombeerde restant van een gebroken eierschaal gekleefd, waaruit de plastic kopjes van twee lachende borelingen tevoorschijn komen. Kwamen ze niet uit het ei gekropen, ik had er de twee oude mannekes uit de Muppet Show in gezien. Maar de figuurtjes in het vitrinekastje staan niet voor twee sarcastische ouderlingen die op alles en nog wat mekkeren, ze staan voor het leven zelf van twee broertjes die vol verwachting samen het leven zijn binnengestapt. De kopjes zijn identiek, ze hebben dezelfde grote oren en eenzelfde kleine bolletje dat hun neusje voorstelt; en onder hun neusje laat eenzelfde rode streepje de twee baby’s lachen van blijdschap, nu ze eindelijk uitgebroed zijn. Dat kan nog niet lang geleden gebeurd zijn, want bij beiden kleeft nog een stukje van de eierschaal op het hoofd. Boven de tweeling fladderen twee spierwitte plastic duifjes, in de lucht geworpen om het feestelijk gebeuren kracht bij te zetten.  Links van de rode doorkijk staat op de witte passe-partout in potlood de handtekening van de kunstenaar, onleesbaar zoals de handtekening van een kunstenaar moet zijn. Onder het venster lees ik, eveneens in potlood geschreven: ‘Happy Birthday’. Treffender kon in dit geval een verjaardagsgeschenk niet zijn, vond ik.                                                                                                                      
Maar hoe gaat dat met geschenken die men aankoopt lang vóór ze dienstig moeten zijn? Ze komen voorlopig in een lade terecht, in een koffer, in een kast, waar ze zelfs het risico lopen de vergetelheid in te duiken. Het presentje voor mijn broer verging het zeker niét zo. Ik had het dan wel gekocht lang vóór zijn verjaardag, maar het domweg vergeten op die dag kon in principe niet, want juist om dat te voorkomen – en er ook zelf een beetje van te genieten - had ik het op mijn buffetkast geplaatst, van waarop ik elke morgen door de net verloste tweeling lachend begroet werd. Maar goed dat er geen geluidsopname in verwerkt werd.                                          

Helaas, toen onze gemeenschappelijke verjaardag aanbrak, waren we onvoorzien zo ver van elkaar verwijderd, dat het contact van lieverlee beperkt bleef tot een telefonische uitwisseling van gelukwensen - zonder veel poespas, zoals dat gaat bij mannen die elkaars binnenste binnen sinds jaar en dag kennen, en het met sentimenten graag kort houden. Dus bleef de plastic tweeling vooralsnog op mijn buffetkast staan wachten op de volgende verjaardag. Want er weken, laat staan maanden later mee komen aandraven vond ik nu ook niet bepaald de juiste manier van doen, ik hou niet van mosterd na de maaltijd. En er bij een andere feestelijke gelegenheid mee uitpakken is nóg zinlozer: een geschenk dat zo exclusief als verjaardagsgeschenk in de verkoop gezet was, kon bezwaarlijk als kerst- of nieuwjaarsgeschenk dienen - gegeven dat we tegen elke verwachting in elkaar in de kersttijd met een geschenk zouden verrassen. Ik zou dus maar beter mijn ongeduld nog een jaar langer verbijten.                 

Maar ook met dat plan liep het weer mis. Die ‘volgende verjaardag’ was niet alleen – zoals steeds - ook mijn verjaardag, het was daarnaast ook voor beiden een ronde verjaardag: een verjaardag die maar om de vijf jaar gevierd wordt. Daar had ik natuurlijk zelf geen schuld aan, en mijn broer ook niet, maar die samenhang was er wel verantwoordelijk voor dat ik ook die keer niet met mijn presentje naar Lode kon afzakken om het hem ‘op het juiste moment’ te schenken. Mijn eigen familiale aanhang had immers thuis enig feestgedoe geprogrammeerd, waardoor er voor een bezoek aan mijn broer geen ruimte was. Dus bleef het vitrinekastje weer eens staan waar het nu al zo lang was blijven staan.

Les excuses sont faits pour ’s en server
, n’est-ce pas? Dat zich maar één keer per jaar de juiste gelegenheid voordeed om met dat kastje te doen waarvoor ik het gekocht had, was een aanvaardbaar excuus om er zelf al die tijd van te genieten. Op de duur vond ik het zelfs alleen nog maar een beetje vervelend dat mijn attentie de oorspronkelijke bestemmeling niet bereikte. Hoe langer dat kastje bij mij thuis bleef staan, hoe méér de urgentie leek af te zwakken om het daadwerkelijk ook te geven aan het feestvarken voor wie het oorspronkelijk bedoeld was. Maar dit jaar was er plots wél haast bij. Lode was ziek, ernstig ziek, en het was zelfs de vraag of hem nog een verjaardag gegund was. We bezochten hem enkele keren, telkens bang afwachtend hoe we hem zouden aantreffen. Ik kon het niet helpen dat vóór we de rit begonnen, mijn blik iedere keer op het vitrinekastje viel waarin de plastic tweeling lachend tegen het leven aankeek. Maar twijfel overviel me. Of het überhaupt nog zinvol was dit mee te nemen? En bovenal knaagde de wroeging, hem dat plezier niet te hebben gedaan op een moment dat hij er nog kon om lachen. Maar die kans was verkeken, het lachen was hem vergaan – uitgerekend hij, die moppen tappend door het leven was gegaan.                                       

Zijn verjaardag haalde hij nog - de laatste, dat wist hij, dat wisten we allen. Hij zat aan tafel toen we toekwamen voor een feestje in mineur. Zijn ogen waren glazig. Een slangetje dat zich splitste onder zijn neus voerde vanuit een apparaat dat centraal in de woning stond opgesteld zuurstof naar zijn longen. De lange plastic slang die de zuurstof aanvoerde, krulde van onder zijn stoel naar de machine waaraan zijn leven vasthing. Toen ik al een poosje naast hem zat, haalde ik het vitrinekastje boven en plaatste het opzij van het bord dat vóór hem stond. Ik wist niet wat ik kon zeggen. Hij bekeek het kastje, en zweeg eveneens. Hij legde zijn hand op de mijne, ik voelde al zijn warmte, de warmte die hij zijn hele leven had uitgestraald. Ook deze keer kon hij niet uitspreken wat hij voelde, dat had hij nooit gekund. Maar hij toonde het, met dat simpele gebaar waartoe hij nog in staat was. Zelfs dat verraste me, want ik had hem als volwassen man nooit ofte nooit zijn diepste gevoelens zien uitdrukken, op welke wijze dan ook. Hij kon het niet, ook niet wanneer hem pijn werd gedaan, wat vaak is gebeurd, té vaak. Als kleine jongen reeds was hij constant op onbegrip gebotst omdat de wereld zijn onrust niet begreep. Hij heeft zijn leven lang veel moeten incasseren. Nog immer word ik opstandig als ik eraan denk dat zelfs een zielenknijper naar wie ze hem hadden meegenomen, hem ooit de mantel had uitgeveegd in plaats van hem te helpen. Zelfs Sinterklaas, die 'grote kindervriend', heeft hem ooit pijn gedaan, verschrikkelijk pijn gedaan, toen de heilige man op 6 december van het jaar stillekes alle broers met wat lekkers en wat leuks verblijdde, voor Lode echter niet méér dan een resem latjes veil had, waaraan telkens een stuk touw was vastgeknoopt. Ik vrees dat zijn onuitputtelijk gekscheren het ultieme kapitaal was waarmee hij geleerd had erkenning te kopen. En dat, terwijl hij de goedheid zelve was. Ik heb er weet van, ook al verborg hij het, hoe hij met zijn roekeloze vrijgevigheid anderen uit de brand heeft geholpen en daarmee zichzelf de das omdeed. Ja, ik kende hem. Nooit ofte nooit zou hij iemand in de steek hebben gelaten.
                                             

We zwegen. Ik besefte dat zijn reis ten einde liep, een reis die we nog vóór de geboorte samen waren begonnen, en die daarom over alle mogelijke wissels heen voor een stuk ook onze gemeenschappelijke reis geweest was. Lang was het bezoek ons niet gegund. Ondanks de zuurstoftoevoer werd het ademen hem te moeilijk, zodat professionele interventie zonder uitstel noodzakelijk werd. Toen er werd aangebeld, zocht hij met beide handen steun op de tafel, duwde zich recht, en liet zich in de rolstoel zakken die tot tegen zijn kuiten werd geschoven. Hij verliet de woonkamer zonder nog om te kijken. Buiten keek ik de ziekenwagen na die hem voor de laatste keer naar de kliniek bracht. Ik keek, en keek, en keek, tot de wagen met mijn broer daarin uit het zicht verdwenen was. Ik besefte het, hij was op weg naar het eindstation. Een immense droefheid kreeg mij in de greep, mijn ziel werd in twee gesneden, messcherp.            

Het vitrinekastje is terug bij mij beland, mijn neef zegde dat het mij toekwam. Het staat dus weer op de zwarte buffetkast, van waarop de plastic tweeling mij elke morgen toelacht. Het zal wel kitsch zijn, zeker? Allicht is het dat. Dierbare kitsch.     

© Lieven Vandekerckhove
Uit het typoscript “Eerst koffie, dan de waarheid” van
Lieven Vandekerckhove.

De auteur schreef eerder de bundels kortverhalen en cursiefjes: In schuinschrift (2019), Van A tot Z, of toch bijna (2022) en Koorddansen (2024).



 

donderdag 27 augustus 2026

Nachtgeluiden - Leo Stilma

Nachtgeluiden

Op  haast alle plaatsen waar
ik heb  geslapen in mijn leven
waren er  geluiden te horen:

gefladder van vogels gezoem
van koelkasten krakende treden 
en gedruppel van een kraan.
 
Maar nóóit  zal  ik de geluiden 
van die nacht in het ziekenhuis
vergeten: stemmen die steeds 

luider om  hun moeder riepen 
geruis van buisjes die de dood
moesten verjagen

én  de  nachtzuster die zacht
Billy Holiday,s  "Summertime" 
zong in alle vroegte, zó mooi

dat zelfs een stervende lag  te 
hummen onder zijn lakens in de 
ademloos zwijgende kamer.

© Leo Stilma

Leo Stilma op de Meander-site


Leo Stilma ( 26-4-1953) schrijft sinds 1990 poezie. Hij publiceerde veel in tijdschiften en verzamelbundels en er verschenen vier bundels van zijn hand,
Kaalslag in 1995 (Uitgeverij de Beuk),Steenslag in 1998 (uitgeverij Callenbach),In Woord en Beeld in 2000(uitgeverij  Humanitas) en in 2008  -Al ben je nog zo licht- bij uitgeverij de Brouwerij.

Met zijn Rotterdamse poëziegroep heeft hij in de lente van 2025 een bundel van Albanese en Nederlandse poëzie in Albanië gepromoot. Hij is lid van het Rotterdamse collectief Dichters voor Vrede.
Zijn gedichten gaan over liefde,leven en de dood en  moeten voor hem “als een bijl in de bevroren vijver van de ziel zijn”.



 

woensdag 26 augustus 2026

Moderne tuin der lusten - Leo Stilma

Moderne tuin der lusten
 
In de gangen van Oncologie klinkt
elke dag het sombere getik van hakken
op weg naar de dood.
 
Wat je ook hoort: het gefluister
van stervende tongen en zwijgende
baarmoedermonden.
 
Bij de liften tilt een moeder haar kind
op dat ze niet groter zal zien groeien.
Een man trouwt morgen met een vrouw
die over een paar weken gaat sterven.
 
O Heer laat Jeroen Bosch nog  één keer
opstaan en de beelden schilderen van
deze nachtmerries in ons hoofd als er
geen woorden meer voor zijn. 

© Leo Stilma 

Leo Stilma op de Meander-site

Leo Stilma ( 26-4-1953) schrijft sinds 1990 poezie. Hij publiceerde veel in tijdschiften en verzamelbundels en er verschenen vier bundels van zijn hand, Kaalslag in 1995 (Uitgeverij de Beuk),Steenslag in 1998 (uitgeverij Callenbach),In Woord en Beeld in 2000(uitgeverij  Humanitas) en in 2008  -Al ben je nog zo licht- bij uitgeverij de Brouwerij.

Met zijn Rotterdamse poëziegroep heeft hij in de lente van 2025 een bundel van Albanese en Nederlandse poëzie in Albanië gepromoot. Hij is lid van het Rotterdamse collectief Dichters voor Vrede.
Zijn gedichten gaan over liefde,leven en de dood en  moeten voor hem “als een bijl in de bevroren vijver van de ziel zijn”. 



 

dinsdag 25 augustus 2026

Afdeling Duinzicht - Leo Stilma

Afdeling Duinzicht

Hier mag je tegen een boom vloeken
schreeuwen dat giftige slangen in je
hoofd zijn geslopen dat elke nacht
je genen in brand worden gestoken.

Hier mag je huilen om een gebroken
pop om een sprookje over een blinde
prinses of fluisteren dat je overvallen
bent door een stoet wilde kraaien.

Hier staan op de muren van toiletten
tekeningen van mensen zonder gezicht
en regels die als een beeldenstorm 
door het bos van de taal zijn gegaan.

Hier zie je bekenden in de spiegel  
die je lang niet hebt gezien.

© Leo Stilma

Leo Stilma op de Meander-site

Leo Stilma ( 26-4-1953) schrijft sinds 1990 poezie. Hij publiceerde veel in tijdschiften en verzamelbundels en er verschenen vier bundels van zijn hand, Kaalslag in 1995 (Uitgeverij de Beuk),Steenslag in 1998 (uitgeverij Callenbach),In Woord en Beeld in 2000(uitgeverij  Humanitas) en in 2008  -Al ben je nog zo licht- bij uitgeverij de Brouwerij.

Met zijn Rotterdamse poëziegroep heeft hij in de lente van 2025 een bundel van Albanese en Nederlandse poëzie in Albanië gepromoot. Hij is lid van het Rotterdamse collectief Dichters voor Vrede.
Zijn gedichten gaan over liefde,leven en de dood en  moeten voor hem “als een bijl in de bevroren vijver van de ziel zijn”. 



vrijdag 21 augustus 2026

Perron 5 - Lennart Vanstaen

Perron 5 

Vandaag rijd ik achterwaarts 
van bestemming naar waar ik ontstond 
Ik laat mensen verdwijnen
één voor één uiteenspatten als bellen
Wie of wat doet me bewegen? 
Wie of wat maakt het perron leeg en laat
de trappen trillen?
Wie draagt mij en dit zware vlees
naar een nieuw oord?
Een wereld tussen stem en echo -
Wie laat me hier bestaan
tussen de sporen van de tijd glijden?
Waar ik ook land, ik schrijf je een brief
als bedanking
als herinnering 
aan wie ik was 

© Lennart Vanstaen




donderdag 20 augustus 2026

ADDA V is verschenen

 

Pas verschenen:  V. Cahiers voor concrete & visuele poëzie

Samen met Willy Tibergien, Andreas Van Rompaey en Lieve Terrie heeft Renaat Ramon de cahierreeks  opgericht, die aan de verdere bekendmaking en beoefening van de iconische (concrete en visuele) poëzie wil bijdragen.

In V staat Andreas Van Rompaey stil bij de pas gepromoveerde Philip Meersman en zijn vernieuwende (planetarium)poëzie. Vaste waarden, onder wie Sérgio Monteiro de Almeida, Renaat Ramon, Sven Staelens en José Vandenbroucke, worden versterkt door internationale talenten als Gregory Betts, Andrew Brenza, Johanna Drucker, Christian Gastaldi, Stephen Nelson en Nico Vassilakis.

Het vijfde deel is pas verschenen en kost 10 euro. Wie een nummer wil bestellen, dient zich te richten tot het redactiesecretariaat (Betferkerklaan 187, 8200 Brugge - ram.lam@skynet.be).


woensdag 19 augustus 2026

Het scherpe concentraat

Daniël Franck in kort bestek over 'Want straks komen de wolven' van Liesbeth D’Hoker.

In kort bestek - Notities van de redactie (6)  

Als maatschappelijk fenomeen is ook poëzie aan de slingerbeweging van de mode onderhevig. Toch heb je altijd dichters die zich precies op het snijpunt van traditie (de bundel opent met ‘altijd weer nesten’ en ook onderweg stuit je regelmatig op externe verwijzingen) en vernieuwing weten te positioneren. Deze poëzie is ruw en teder. Gedichten kunnen helder als bergwater klateren of opgestapelde beelden torsen. Het lukt haar allemaal.

Als klimaatdichter schrijft Liesbeth D'Hoker vanuit een zekere urgentie, maar ze heeft de hoop zeker nog niet opgegeven. Een aantal gedichten zijn ook geïnspireerd door de landschappen die ze bezocht.

De taal zoekt en vindt altijd een geconcentreerde uitdrukking, staat ook onder een voortdurende spanning. De vele beelden zijn met de nodige accuraatheid uitgezocht. Elk gedicht bijt zich woord na woord in je vast. De bundel zelf is vooral heel consistent van taal, beeld en gevoel en laat zich, ondanks de lijvigheid, met veel plezier in één lange beweging  lezen. 

 

Helder

 

knisperkoud vanmorgen

 

als helder ook

een smaak heeft

moet het zoiets zijn,

zeg je

 

dieper en vrediger

met aangescherpte zin,

zak ik

in warmwollen omhelzing,

dingen die mooi zijn,

kinderstemmen, witblauwe ijlte,

een wild opspringend hart

 

we blazen ademwolkjes,

ik reis in minuscule druppels

jouw kant uit

           © Liesbeth D'Hoker


uit Want straks komen de wolven van Liesbeth D’Hoker, Poëziecentrum, 2025
  

dinsdag 18 augustus 2026

Ina Stabergh overleden

De redactie van De Schaal van Digther houdt er aan om haar deelneming te betuigen aan de familie en vrienden van Ina Stabergh. Ina overleed zaterdag 15/8/2026 laatstleden.

In 2024 verscheen van haar nog het boek "In het oog van de stilte: een parel".
Enkele fragmenten kun je nalezen via deze Schaal van Digther-Link.