zaterdag 1 oktober 2022

Potlood - Frank De Crits

potlood

daarmee zijn al mijn gedichten geschreven
met haperingen en allerhande hopeloze
fouten met faal en angst tijdens de
avonden die altijd met dt eindigen

daarmee zijn een aantal heftige liefdes-
gedichten geschreven en door wind en regen
vervagen alsof door grafiet en hout
de enige ware liefde in de fout ging


© Frank De Crits


Uit de nieuwe dichtbundel “kleine grimmige gedichten” van Frank De Crits die vandaag zaterdag 1 oktober 2022 om 11 uur in de bibliotheek van Ukkel wordt voorgesteld. Met bijdragen van Maarten Goethals en Alain Delmotte (inleiding). De bundel bevat tevens knappe illustraties van Pieter Fannes

Info over de voorstelling: Bib Ukkel
Meer info over de bundel bij Uitgeverij Fluxenberg










vrijdag 30 september 2022

Doos - Frank De Crits

doos

een doos waar ik mij kan insteken
niet te groot niet te klein juist gepast
bonbons lucifers kartonnen van vakanties
in zwitserland zorgvuldig open doen

daarin een zaklamp voor glimworm
een landkaart voor onbekend eiland
een zakdoek vol helrode knikkers
een reep zeep om bellen te blazen


© Frank De Crits


Uit de nieuwe dichtbundel “kleine grimmige gedichten” van Frank De Crits die morgen zaterdag 1 oktober 2022 om 11 uur in de bibliotheek van Ukkel wordt voorgesteld. Met bijdragen van Maarten Goethals en Alain Delmotte (inleiding). De bundel bevat tevens knappe illustraties van Pieter Fannes

Info over de voorstelling: Bib Ukkel
Meer info over de bundel bij Uitgeverij Fluxenberg










donderdag 29 september 2022

Bril - Frank De Crits

bril

hij ziet mij niet is zonneblind
hij heeft mijn flaporen nodig
en mijn neus om niet te vallen
hij loopt gelukkig nooit op één been

hij geeft mij de air van een dichter
die denkt een vrouw naakt in zee
te ontwaren een meermin die verrukt
gericht met haar staart de bril breekt


© Frank De Crits


Uit de nieuwe dichtbundel “kleine grimmige gedichten” van Frank De Crits die komende zaterdag 1 oktober 2022 om 11 uur in de bibliotheek van Ukkel wordt voorgesteld. Met bijdragen van Maarten Goethals en Alain Delmotte (inleiding). De bundel bevat tevens knappe illustraties van Pieter Fannes

Info over de voorstelling: Bib Ukkel
Meer info over de bundel bij Uitgeverij Fluxenberg










woensdag 28 september 2022

Stadsplan - Frank De Crits

stadsplan

elke dag raadpleegt hij het stadsplan
om te weten wat waar is zal zijn
met de wijsvinger loopt hij er rond
op zoek naar straatnamen zoals

sistervatstraat greepstraat éénmans-
straatje zo valt hij van de ene verrassing
in een andere die talloze eigennamen die hij
ontdekt overtuigen hem van de vergankelijkheid


© Frank De Crits


Uit de nieuwe dichtbundel “kleine grimmige gedichten” van Frank De Crits die komende zaterdag 1 oktober 2022 om 11 uur in de bibliotheek van Ukkel wordt voorgesteld. Met bijdragen van Maarten Goethals en Alain Delmotte (inleiding). De bundel bevat tevens knappe illustraties van Pieter Fannes

Info over de voorstelling: Bib Ukkel
Meer info over de bundel bij Uitgeverij Fluxenberg










woensdag 21 september 2022

Uniek, absurd en meesterlijk

Recensie van Antoon Van den Braembussche over U kunt uw lichaam hier achterlaten van Tania Verhelst, Uitgeverij De Zeef, 2022.

Tania Verhelst (Oostende, 1974) is niet alleen dichteres maar ook plastisch kunstenaar. Ze heeft in korte tijd een geheel eigen plaats verworven in het Vlaams, poëtisch landschap. In 2018 en 2019 maakte zij al furore als eerste officiële stadsdichter van de stad Brugge. In 2020 verscheen haar debuutbundel Twee helften, die al meteen door de meeste critici als een “erg overtuigend debuut” werd beschouwd. Reeds in deze debuutbundel, die allerlei gangbare tegenstenstellingen op de korrel neemt, bleek Tania Verhelst al uit te blinken in ironische hardnekkigheid en een geheel eigen, verrassende en onvatbare stijl, die zich meestal in ongewoon lange versregels een weg baant naar het onnoemelijke. Zo schreef ze in deze bundel “gemis maakt geen geluid net zomin als het middaglicht”! En verder: “de spankracht van wat je niet benoemen kunt als een zeepbel boven je handen houden/de bel vangen in niet meer dan een paar woorden wat niet lukt en nooit zal lukken”. Deze uiteindelijke melancholische en tragische visie op het feit dat alle poëzie iets onmogelijks nastreeft, ja zelfs bij voorbaat bestemd is om te mislukken, wordt heel erg tegengesproken door het meesterlijke métier dat in haar tweede bundel tot uiting komt.

Inderdaad, haar tweede bundel “U kunt uw lichaam hier achterlaten”, is allesbehalve een veruitwendiging van de onmogelijkheid van de poëzie maar in alle opzichten een ode aan de nog steeds onvermoede mogelijkheden ervan. In een taal die ergens balanceert tussen poëzie en proza, vertelt zij in elk gedicht op een bijna realistische toon een verhaal dat tegelijk absurd, hilarisch, fictief en ronduit surrealistisch is. Het meest opmerkelijk in dit opzicht is het gedicht

Loos:

“u kunt uw lichaam hier achterlaten, zeiden ze
echt waar, ze zeiden: u kunt uw lichaam hier achterlaten
en jij vroeg: bent u dat zeker, bedoelt u niet mijn jas, mijn hoed, mijn handschoenen, mijn paraplu?
nee, nee, uw lichaam zeiden zij, u kunt uw lichaam hier achterlaten
en het klonk niet als een verzoek
dus liet je het achter aan een kapstok in ruil voor een jeton”.

Als het hoofdpersonage haar lichaam wil terughalen, is het lichaam er niet meer. Zij wordt gevraagd het te beschrijven, en wat meer is: zij komt haar lichaam later nog eens tegen terwijl zij staat aan te schuiven aan de kassa in een winkel:

“je wou iets zeggen, jezelf bij je naam roepen maar je had geen stem want je stem was van haar je kon alleen maar kijken hoe het haar spullen op de loopband zette
spullen die jij nooit zou hebben gekocht
en dat was de laatste keer dat je het hebt gezien”

Het gedicht is ook thematisch erg boeiend en relevant. Het is een parabel die de huidige vervreemding van het lichaam aan het licht brengt, het feit dat wij ons lichaam niet langer echt bewonen, er ons niet langer in thuis voelen, iets wat door de huidige obsessie met lichaamscultuur alleen maar bevestigd wordt. Het gedicht geeft hier op onnavolgbare wijze gestalte aan.

Tania Verhelst gebruikt, zoals al gezegd, veel woorden, lange, uitgesponnen zinnen. Er is sprake van een omhaal van woorden. Normaliter staat zo een omhaal de dichter in de weg: vele, grote dichters weten wat schrappen is, laten veel stilte, leegte en wit omsluierde ruimte tussen de woorden, de versregels, de strofen, waardoor de zeggingskracht van het gedicht alleen maar toeneemt. Bij Verhelst is dit niet het geval: het is juist dankzij de omweg dat ze de lezer ongemerkt binnenloodst in haar uitermate eigenzinnig en bevreemdend universum. Op deze wijze verwerft ook het oneindig kleine, het veronachtzaamde, het verwaarloosbare langzaam een onverwachte betovering, zoals in het gedicht De bijsluiter, waarin de kleine lettertjes op sublieme wijze in ere worden hersteld. Het gedicht, een vorm van “wegwerplyriek” zoals Tania Verhelst dit noemt, maakt een memorabele rondgang langs bijschriften bij kopjes thee, horoscopen, magische formules op etiketten, de wastips op flapjes genaaid aan de binnenkant van kleren tot de allerallerallerkleinste lettertjes van de bijsluiter, bedoeld om niet of nooit te lezen. En het gedicht eindigt met een hilarische bekentenis:

“ik zou een huwelijk willen met een bijsluiter
een man met achter zijn rug
een in honderdvoudig gevouwen papiertje

van het lezen van zijn bijwerkingen word ik rustig”

Tania Verhelst transformeert wegwerpspullen in poëzie die een onverwacht-existentiële draagwijdte ademt. Dit blijkt ook uit de vele andere gedichten uit deze bundel. Maar niet zelden gaat zij in het hart van het lijden en het mededogen, zoals in het openingsgedicht, waarin zij het mythologische verhaal over Rhea Silvia, die om redenen van troonsopvolging kinderloos moest sterven, zich toe-eigent. In het gedicht legt Rhea haar kind in een mand en laat het wegdrijven, wat tot een ware obsessie leidt met haar handen, die in talloze beelden meesterlijk wordt uitgewerkt. Dit leidt tot een hartverscheurend relaas over schuld en verlies, waarin steeds opnieuw het leidmotief doorklinkt: “er was niets dat haar handen kon bedaren”.

Ook in het tweede gedicht van de bundel “Er ligt een man in het park” is er sprake van mededogen Het gedicht is geïnspireerd op een kunstwerk van de Canadese kunstenaar Timothy Schmalz, getiteld Homeless Jesus. Het bevindt zich links voor de ingang van de Magdalenakerk in Brugge en beeldt een anonieme man uit, in dekens gehuld, waarbij aan de blote voeten te zien is dat het om gekruisigde Jezus gaat. In het gedicht bevindt het beeld zich in het Astridpark park en beweegt:

“op een bank onder een jas ligt een man in het park
als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
zoals de buste van de koningin uit hetzelfde park”

En het gedicht eindigt:

“als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
en als zij niet van steen was zou je denken dat zij zich behoedzaam over hem boog”

In de bundel komt verder een grote variëteit aan onderwerpen aan bod, maar steeds, steeds komt diezelfde onvervreemdbare stem terug. Het is duidelijk dat we hier te maken met een dichteres die haar gelijke niet kent in onze letteren, wat en vooral ook hoe zij schrijft is onvergelijkbaar, uniek, absurd en meesterlijk tegelijk.


© Antoon Van den Braembussche

Website Tania Verhelst
Tania Verhelst op De Schaal van Digther


maandag 19 september 2022

Nominaties Melopee-Poëzieprijs - Editie 2022

De nominaties voor de jaarlijkse Melopee-poëzieprijs van de Gemeente Laarne zijn bekend. Vanaf vandaag kun je voor de publieksprijs ook stemmen op jouw favoriete gedicht.
De Melopee-poëzieprijs bekroont elk jaar het meest beklijvende gedicht voor het eerst verschenen in een literair Vlaams tijdschrift.
Voor gedichten, gepubliceerd in het jaar 2021, zijn dit in alfabetische volgorde de genomineerde dichters en hun gedichten:

Alara Adilow - Je droeg een kroon van wilgentakken
Anne de Bruyckere - RAL 9050
Anneke Brassinga - Een wiskundig inzicht
Charlotte Van den Broeck - beschadigingen
Erik Solvanger - De wolven op de witte vlakte
Esther Jansma - het verhaal van de zeeroversdochter.Het begin
Evi Aarens - Het is nog vroeg als ik mijn huid opraap (een canto)
Fien Leysen - Op jouw terras
Gerry van der Linden - Leg een steen op het hoofd van de vrouw
Iduna Paalman - Bewijs van bekwaamheid
J.V. Neylen - Onbegrijpelijk mijn eiken armen op het marmer
Jan van meenen - We gaan voor helder
Maud Vanhauwaert - Gedicht 0
Mischa Andriessen - Dat het het vanzelfsprekendste was
Nisrine Mbarki - oeverloos
Peter Theunynck - Mantel van lichtblauw
Ruth Lasters - Dek
Steff Geelen - Omdat alle andere versies van mij uitgeput zijn
Sylvie Marie - de actieve vorm van geboren worden is gebeuren
Tomas Lieske - Amfora

Meer info op de Melopee-site:
Laarne als poëziegemeente 
Stemmen voor de publieksprijs kan via deze link




dinsdag 13 september 2022

Het middelpunt van de slinger

Daniël Franck over ‘Brakke dagen’ van Hilde Pinnoo

Je hebt dichters die dapper en onvervaard de poëticale conventies bestoken en je hebt dichters die stil en in de schaduw van tradities hun poëticale werk leveren. Het één kan niet zonder het ander, de slinger moet in beweging blijven, maar kan niet zonder een middelpunt. Dat is exact waar Hilde Pinnoo zich bevindt. En ze bevindt zich daar in comfortabel gezelschap van dichters als Marc Tritsmans. Dichters dus die het niet van de verrassing (of bolwassing) moeten hebben, maar van de rustige beschouwing.

Die rust vind je meteen terug in de vormgeving en structuur van deze nieuwe bundel, die is opgebouwd uit zes cycli van zes tot negen gedichten, grotendeels gekenmerkt door een regelmatige strofenbouw en een vertrouwde bladspiegel.
De meest opvallende stijlfiguur is die van het enjambement, die bijna overal wordt toegepast en ook over de strofen heen grijpt. Strofen vormen daardoor geen afgebakende betekeniseenheid, maar een tussenstap in telkens weer vloeiende gedichten, die wel natuurlijk geritmeerd lijken, en daarmee vooral een groot vakmanschap laten zien.
Op onnadrukkelijke wijze hanteert Hilde Pinnoo halfrijm, assonantie en consonantie die op de juiste momenten zorgen voor zuignapjes voor de lezer. Ook het associatieve taalgebruik lijmt de teksten fraai aan elkaar. Nooit doet ze dat opvallend. Dit is poëzie zonder naden.

De zes cycli zijn met elkaar verbonden als meerstemmige muziek en spiegelen zo de existentiële zoektocht van de mens. Thema’s die aan bod komen zijn onder meer dood, afscheid, verlangen, liefde, verlies, melancholie, het verglijden van de tijd, afstand, gemis. Het is daardoor geen vrolijke bundel geworden (de titel van de bundel was al een waarschuwing), maar wel een bundel die waardig wordt uitgedragen, zoals iemand met de borst vooruit het leven trotseert met alles wat daarbij hoort aan geluksmomenten en tegenslagen. De aanwezigheid van de zee, de nacht, seizoenen als herfst en winter vormen een web dat de lezer een bundel lang zal omvatten. Toch lijken sommige gedichten ook wel mythische proporties aan te nemen.

Hilde Pinnoo hanteert een klassieke taalopvatting, speelt niet met de spelregels van de poëzie. De formulering is doordacht, de taal concreet en helder. Zij beheerst de kunst haar teksten uit te schrijven en uit te diepen tot mooie, volwassen gedichten, die het resultaat zijn van een geduldig schaven. Wie wil kan kleine echo’s horen van Engelman, Bomans, Lucebert of Neruda, maar die gaan heel organisch op in de eigen poëzie. Het resultaat zijn gedichten die glanzen als sculpturen van glad marmer; alleen van dichtbij kun je de beitelsporen nog zien.


Water en wind

Een vrouw sluit haar ogen en haar handen
en tussen haar vingers ontstaat het stromen
van water. Ze schrikt van het vloeien dat haar
overvalt, zoekt naar korrels zand om het
in te dijken. Met haar adem maakt ze een zee
en golven en af en toe een storm die rond

de duinen speelt. Tussen de bergen door
ziet ze hoe de regen valt, de druppels wandelen
in beken naar het land dat dorstig ligt

en wacht. Ze wordt moe, werpt haar haren
in haar nek en als vanzelf begint het ruisen
van het koren op het veld, klaprozen wiegen

als dansende vogels. het wordt tijd voor een bed,
denkt ze, voor muren en een dak, maar hoe
maak je een huis met niets dan wind en water?


Brakke dagen’ is al de vierde solo bundel van Hilde Pinnoo (1962), die ook al een gewaardeerde roman op haar conto heeft staan. Haar werk verschijnt regelmatig in tijdschriften en werd opgenomen in verzamelbundels en bloemlezingen. Je hoeft er niet aan te twijfelen of de volgende stap is al in voorbereiding. Laat maar komen.


© Daniël Franck


Brakke dagen, Hilde Pinnoo, Uitgeverij P. Leuven, 2021, EAN: 9789493138551, 64 pag.

Extern:
Hilde Pinnoo bij Pazzi di Parole
Interview Hilde Pinnoo op Meander
















Hilde Pinnoo - Voorstelling Valtuig


woensdag 7 september 2022

Een fragment uit 'Veldnotities' - Tijs van Bragt

meerkoeten buigen een water tegemoet
tasten in het eerste zicht naar een nest

bevelen de dag: jaag aan als vuur! jaag aan als vuur!
de ochtend dompelt stuurs in een rietkraag

vaal de maan in de kruin van een wilg


© Tijs van Bragt


Voorpublicatie uit Weier, de nieuwe bundel van Tijs van Bragt die binnen enkele weken verschijnt bij 'De Kaneelfabriek'.

De ontvangst van "Bonterik Sterrenzager"zijn officiële debuut uit 2019 werd overal lovend ontvangen. Digther-redacteur Alain Delmotte schreef in zijn recensie voor 'De Boekhouding' onder meer:

Een lichaam dat er wil ‘zijn’ en daarin niet gehinderd wil worden. Lichaam dat astraal vrijuit wil gaan. Dat zoals de vogels op reis wil gaan: reizen is het ware bestaan. Wat / leven / is / vroeg / de juf // Reizen / zei / ik Laat dit niet de indruk geven dat dit een zwaarmoedige bundel is. Nee, er schijnt in deze gave bundel veel licht door. Meer van dat, Tijs!




dinsdag 6 september 2022

Alleen nog een voornaam zal je zijn

In memoriam Jean Marie de Smet (1944-2022) - door zijn broer André.

“Alle beelden zullen verdwijnen” is de eerste zin uit “De jaren” van Annie Ernaux. Mijn grote broer Jean Marie raadde me eind vorig jaar dit boek aan met de woorden: “De auteur is een generatiegenote, je zal in haar relaas heel veel herkennen” En het werd inderdaad een pageturner. Om die eerste zin van Annie Ernaux het hoofd te bieden wil ik een paar beelden over en van Jean Marie in herinnering brengen.

Hij werd geboren in 1944. Of de wereldoorlog er iets mee te maken had weet ik niet, maar baby Jean Marie was een een gevreesde huilebalk. Vooral voor mijn vader die er heel wat slapeloze nachten aan overhield. Om het euvel enigszins in te dijken, had hij een koord verbonden met de schommelwieg van de kleine “bleiter”. Telkens als de sirene aansloeg midden in de nacht doken de Duitsers bij manier van spreken verschrikt weg en trok slaapdronken vader Jules vanuit zijn bed heftig aan het touw.

Als eerste kleinkind werd Jean Marie door de familie in de watten gelegd en stevig gepamperd, al was dit woord toen nog niet aan de orde. Hij ging van schoot tot schoot, maar toch kon hij na negen maanden reeds parmantig rechtop lopen. En deze atletische gave ging nooit bij hem weg. Later bij de plaatselijke turnclub “Eikels worden bomen” behoorde hij tot het team van acrobaten. Hij trippelde blindelings over een gespannen kabel en kon zelfs op zijn handen een trap op lopen. In het Zottegemse openluchtzwembad “Het Hemelrijk” deed Jean Marie het hart van heel wat jongedames sneller slaan, een zongebruinde knapperd in ware James Dean-stijl.

Ook zijn flair voor het mooie woord ontbolsterde zich in zijn tienerjaren. Bij de scouts bracht hij steevast verslag uit van iedere activiteit en op school luisterde hij de feestjes op met teksten, die telkens doorspekt waren met veel humor. Dat de liefde voor het woord hem nooit meer heeft losgelaten, bewijzen zijn poëziebundels, theaterstukken en prozawerken. Ook werden heel wat gedichten van zijn hand in tijdschriften gepubliceerd, met uitzondering van het Nieuw Wereld Tijdschrift. Hoofdredacteur Herman De Coninck weigerde telkens opnieuw de inzendingen van Jean Marie. Toen kwam hij op het lumineuze idee om het pseudoniem Anne de Sainte Foy te gebruiken en zijn bijdragen van een Frans adres te voorzien. De Coninck hapte toe en bewierookte de pennenvruchten. In een brief vroeg hij Anne de Sainte Foy om nog meer gedichten op te sturen. Herman de Coninck heeft de zoete droom over Anne de Sainte Foy meegenomen in zijn graf en nooit geweten wie deze mysterieuze woordgodin was.

Het masker van Anne de Sainte Foy werd in 1998 afgerukt, toen Jean Marie de verhalenwedstrijd van dagblad “De Morgen” won. De winnaar werd in het toenmalige Canvas-programma “Leuven Centraal” bekend gemaakt. Men stond echter voor een groot raadsel, want een paar dagen voor de live-uitzending wist men niet wie Anne de Sainte Foy was en waar ze zich schuil hield. Regisseur Jackie Claeys ontpopte zich als een pientere deus ex machina en herinnerde zich dat zijn vriend Jean Marie, die eind jaren zeventig het boekenprogramma Boeket op de BRT presenteerde, een stulpje had in Frankrijk in de buurt van Saint Foy La Grande in de Dordogne. Adieu Anne de Sainte Foy, adieu grote broer.

Volledig in de lijn van zijn debuutbundel ”Vluchtig als de jaren” wil ik afsluiten met Annie Ernaux: “Alles zal in één seconde worden uitgewist. Het van de wieg tot aan het laatste bed vergaarde woordenboek zal worden geschrapt. Het zal stil zijn en geen woord zal die stilte uitdrukken. Uit de opengevallen mond komt niets tevoorschijn. Geen ik en geen mijn. In de gesprekken rond een feesttafel zal je alleen nog een voornaam zijn, een steeds gezichtlozer voornaam, totdat je verdwijnt in de anonieme massa van een verre generatie.”

© André De Smet

Het overlijdensbericht op Poëzie-Centraal

alternatieve gebeden - Tijs van Bragt

1

onbekende heilige,

ik ben als veldspaat: kouwelijk wit en vergeten en moe
laat de kinderen nachtelijk zwijgen
en de bloemen kapotvriezen, alsjeblieft


2

de zonnewende vindt plaats boven een kaal hoofd
dat glanst als een zonet vernist icoon

ten hemel! ten hemel!
klinkt het vanuit de koude, feitelijke grond

hoofd, icoon en dood
halfrijmende cellen woekeren tot het einde

in gesuikerd licht
daar ga je


© Tijs van Bragt


Voorpublicatie uit Weier, de nieuwe bundel van Tijs van Bragt die binnen enkele weken verschijnt bij 'De Kaneelfabriek'.

De ontvangst van "Bonterik Sterrenzager"zijn officiële debuut uit 2019 werd overal lovend ontvangen. Digther-redacteur Alain Delmotte schreef in zijn recensie voor 'De Boekhouding' onder meer:

Een lichaam dat er wil ‘zijn’ en daarin niet gehinderd wil worden. Lichaam dat astraal vrijuit wil gaan. Dat zoals de vogels op reis wil gaan: reizen is het ware bestaan. Wat / leven / is / vroeg / de juf // Reizen / zei / ik Laat dit niet de indruk geven dat dit een zwaarmoedige bundel is. Nee, er schijnt in deze gave bundel veel licht door. Meer van dat, Tijs!




maandag 5 september 2022

zonder titel - Tijs van Bragt

een paard drinkt verdriet uit een poel
legt zijn hoofd in je nek en dampt in je hals

wat is een aards woord voor verlossing?

je zocht naar een zwaard om een paard
maar vond lommer –

een mooier woord voor schaduw


© Tijs van Bragt


Voorpublicatie uit Weier, de nieuwe bundel van Tijs van Bragt die binnen enkele weken verschijnt bij 'De Kaneelfabriek'.

De ontvangst van "Bonterik Sterrenzager"zijn officiële debuut uit 2019 werd overal lovend ontvangen. Digther-redacteur Alain Delmotte schreef in zijn recensie voor 'De Boekhouding' onder meer:

Een lichaam dat er wil ‘zijn’ en daarin niet gehinderd wil worden. Lichaam dat astraal vrijuit wil gaan. Dat zoals de vogels op reis wil gaan: reizen is het ware bestaan. Wat / leven / is / vroeg / de juf // Reizen / zei / ik Laat dit niet de indruk geven dat dit een zwaarmoedige bundel is. Nee, er schijnt in deze gave bundel veel licht door. Meer van dat, Tijs!




zondag 4 september 2022

alternatief voor losbreken - Tijs van Bragt

waar is je ark van licht?
er vertakt zich een kreek voor je ogen

je nam het geluid van populieren mee
nu boots je het na aan de waterkant

wijdgeopend lucht nemend van de lucht
en aarde van de aarde

je nam het vuur mee uit de schaal van vader
nu bedek je jezelf met as en sneeuw

tekent zo met alles wat je in je hebt op de rotsen
geeft het de woorden van moeder: geduld en kreek

een uitlopende tak nam de vorm aan
van de ruimte die hij kreeg

hij leerde weerbaarheid
hij heeft zijn ark weggegeven


© Tijs van Bragt

Voorpublicatie uit Weier, de nieuwe bundel van Tijs van Bragt die binnen enkele weken verschijnt bij 'De Kaneelfabriek'.

De ontvangst van "Bonterik Sterrenzager"zijn officiële debuut uit 2019 werd overal lovend ontvangen. Digther-redacteur Alain Delmotte schreef in zijn recensie voor 'De Boekhouding' onder meer:

Een lichaam dat er wil ‘zijn’ en daarin niet gehinderd wil worden. Lichaam dat astraal vrijuit wil gaan. Dat zoals de vogels op reis wil gaan: reizen is het ware bestaan. Wat / leven / is / vroeg / de juf // Reizen / zei / ik Laat dit niet de indruk geven dat dit een zwaarmoedige bundel is. Nee, er schijnt in deze gave bundel veel licht door. Meer van dat, Tijs!




vrijdag 26 augustus 2022

Verzinsel van geluk - Hendrik Carette

De jonge boekendokter Thomas Blondeau leeft nog
en komt weer naar Poperinge
evenals mijn demonische eerste uitgever
Johan Sonneville die naar Oostende komt.

Beiden maken Vlaanderen nog altijd onveilig
want de laatste geeft spontaan en onverwachts
zowel van die gekke Thomas als van mij
in alle stilte een nieuw goed boek uit.


© Hendrik Carette





donderdag 25 augustus 2022

Herman Vanspringel - Patrick Cornillie

RIP Herman Vanspringel (14/8/1943 - 25/8/2022)

Zijn ijver om zich van tegenstand en twijfel
te bevrijden. Stak grootspraak bij hem enkel
in de benen – waarmee hij eeuwig door kon
blijven rijden. Gent-Wevelgem, Parijs-Tours,
Lombardije. De tricolore en de groene trui.
Twee keer de Landenprijs, vijf Touretappes,
zeven keer Bordeaux-Parijs.

En toch. Kreeg hij de waar van zijn talent
maar moeilijk verkocht. Zat hij al te dikwijls
tussen het keurs van zwijgen en van Kempense
bescheidenheid geprangd. Janssen en de gemiste
kansen, het harnas van het modeste Mann.

Wat schuw, wat schuchter, leek er van deze
Tamme Goedzak altijd iets verontschuldigend
uit te gaan. Herman Vanspringel, een kampioen
zonder het erom te doen.

 

© Patrick Cornillie
 

 

Herman Vanspringel, vandaag overleden.

 

dinsdag 23 augustus 2022

Het dode dorp - Etienne Van den Steen

Waar hij jaren later terugkeert en blijft staan
in de schaduw van cypressen
waar bouquet van lavendel de lege stegen vult
een minuscuul pad zijn kronkels volgt naar klotsend water
van een beek die zich met elke nieuwe lente vult met
libellen en forellen.

Waar eikels kraken onder zijn behoedzame tred
hem brengen naar een grafzerk op een helling
waar de ondergrond jaren geleden lijkt gestorven
maar toch leeft en wacht en
blijft wachten zoals vroeger.

Waar hij op een overjaars altaar een kaars ziet branden
nieuwe en oude gedachten hem vertellen dat hij te veel verlangt
van dit vluchtige leven dat het licht zichzelf uiteindelijk weer zal doven
dat hij pas in het donker de hemel ziet, de sterren,
waakzaam tussen sluierwolken alsof hij erin mag slapen
echt niets hoeft te missen.

Dit is het verleden dat hij bewaart voor morgen
het verleden dat hij altijd bewaart voor morgen
telkens weer opnieuw verliest op de morgen.


© Etienne Van den Steen

Uit ‘Muziek, Glas en Tegenlicht’, typoscript van een nieuwe dichtbundel
van Etienne Van den steen in wording.
Aquarel: © Etienne Van den Steen




maandag 22 augustus 2022

Vaderons - Etienne Van den Steen

Ik vertel haar niet te veel want nu zij tachtig is
begrijpt zij mij niet meer
dat heeft zij nooit gedaan toen wij jonger waren en
ik nog écht met haar wou praten.

Ik vertel haar dat ik niet meer ademde
dat mijn gsm haperde, dat er niemand was
die in paniek moet zijn geweest
ik vertel haar dat ik aan de dood ben ontsnapt.

Zij vraagt me: wat is dat een gsm?
Dat het een stuk speelgoed is
waartegen je wél kan spreken.

Ik vertel haar dat ik op de grond lag, koud
dat mijn lippen wit geworden waren, dat ik
op het nippertje gereanimeerd moet zijn geweest
door een vrouwelijke dokter die doorzichtig leek
die ik niet kende die mij niet geloofde.

Moeder denkt diep en ingetogen na
ik zal een ‘Vaderons’ voor u bidden zegt ze dan
ik weet dat gij dat niet gelooft maar
ik zal het toch maar doen.

Misschien na al die jaren kent zij mij beter dan zichzelf.

© Etienne Van den Steen

Uit ‘Muziek, Glas en Tegenlicht’, typoscript van een nieuwe dichtbundel
van Etienne Van den steen in wording.
Aquarel: © Etienne Van den Steen