maandag 23 maart 2026

Movement of the people - Eric Vandenwyngaerden

Movement of the people

denkend aan Gaza

Puinpad

Zo vergaan ons de dagen, de weken en jaren:

de blik op oneindig. De komende uren opnieuw 
op de vlucht voor een strijd die voor altijd herinnerd
zal blijven. Die een leegte nalaat en verwenst wordt.

Aan de rand van de stad zien we mensen verschijnen.
Ze houden halt, en nemen een foto. Ze laten een doorgang.

We zullen mekaar maar vluchtig begroeten. Bedenkend
hoe vogels en bomen, hoe bloesems het volgend seizoen
– en ook wij – zullen zijn. Hoe we morgen …

We vervolgen het puinpad waar we waren gebleven 
en torsen een leegte op onze schouders.

Er is honger die leeft tussen ons.


© Eric Vandenwyngaerden


Onuitgesproken                         

Wat niet verteld werd over onze angsten,
ons verdriet. We hadden niet de kracht,
maar gingen door en kropen weg.

Hoe we de dagen telden dat we niet. 
De uren die. Onuitgesproken woorden van.
De nachten dat we eenzaam lagen in.

Met over onze hoofden heen de wereld
die aan brokken viel. En toch zeg ik:
mijn liefste lief, ik ben er nog, ik schrijf.

Ik schrijf wat over dit: wat over ons.
Onuitgesproken ons –

© Eric Vandenwyngaerden

 

Zullen we

Zullen we dus maar blijven, het leven nemen
zoals het komt? En zeker niet over huidhonger
spreken?

Denk je echt dat dát ons aan de waggel zal
houden? Kom wat dichter. Laten we over
de drempel springen – kom!


Kan zoiets wel? Staan we niet te gammel in
onze schoenen? Zijn we niet te bang?

Moeten we onze dagen dan verder laten kleuren
in sepia, woestijnzandrood of die andere
tinten van duisternis en dood? Nee toch?


Ik weet het niet. Zullen we eerst nog een sahlab
drinken? … Zeg iets – toe, zeg iets!

Zouden we niet beter een liedje zingen?

© Eric Vandenwyngaerden


Schuilplaats


Er wordt geklopt –

Op de wereld woont een kind in het licht.
Een ander schuilt in het duister. Het zit daar.
Het ademt en leeft in de stilte.

Er zijn vele uren. Er zijn dagen van angst,
en ook van pijn, van oorlog en honger
– die altijd nabij is, en knagend.

Je ziet en aanziet het. Je voelt het. Je schrijft,
en het kind verblijft in je woorden. Maar alles
eromheen ligt aan scherven.

Er wordt nadrukkelijk geklopt nu. Er is haast.
Het is er.
Laat het kind nu maar binnen.

© Eric Vandenwyngaerden


Het is heet


We zetten de deuren open en leven op
zuchten van wind. Een raam slaat dicht.
De hond schrikt op uit zijn dromen.

Bij de overbuur in de tuin jubelen
de kinderen. Plezier stuitert van
de trampoline – het is hoogzomer.

Ergens vallen pakken uit de lucht
naar beneden. Holle ogen staren naar
de hemel. Geen pop om mee te spelen.
Honger schrijft de regels in dit spel.

En thuis wakkert de wind. Er is
onweer op komst. Op de achtergrond,
in het nieuwsbericht, weerklinken schoten.
Iemand verslikt zich in een kogel.

Het is heet op alle fronten.

© Eric Vandenwyngaerden

  


zondag 22 maart 2026

Lagen van glas - de voorstelling

Paulushuis Gent: Daniël Franck verwelkomt
Exact dertig jaar (!) na zijn dichtbundel 'Sheherazade', verschenen bij Uitgeverij deBeer in 1996, is dichter, recensent, en redactielid van de Schaal van Digther, Daniël Franck helemaal terug als dichter!

Gisteren 22/3/2026 stelde hij in het Gentse Paulushuis zijn gloednieuwe dichtbundel ‘Lagen van glas’ voor. Alain Delmotte leidde de gedichten vakkundig in en Vrt-journaliste Ann De Bie ging in gesprek met de dichter. Muziek was er van de cellisten Annemie Clarysse en Johan Van Heghe en uitgever Leo Peeraer van Uitgeverij P (door Daniël geheel en al terecht "de zuurstoftank van de Vlaamse poëzie" genoemd) overhandigde de eerste exemplaren.

We komen hier in deze kolommen zeker nog terug op 'Lagen van glas'. Dat doen we met o.a. het vrijgeven van de inleidende tekst van Alain Delmotte. In bijlage alvast een reeks foto’s.

Meer foto's vindt u op de Facebook-bladzijde van De Schaal van Digther.


Dertig jaar later!

Leo Peeraer overhandigt ex. aan
Ann De bie

Daniël Franck in gesprek


Alain Delmotte

Cellisten Johan Van Heghe en Annemie
Clarysse



vrijdag 20 maart 2026

De schommel - Philip Hoorne

De schommel 


Ik kijk door het raam. Je voeten raken de aarde 
net niet. Je wenkt me. Ik weet wat dat betekent, 
veeg mijn handen droog en loop de tuin in.
Ik duw je elke dag een beetje hoger.

Hoe vaak heb ik niet gedacht: ooit zwiep je 
op eigen kracht. Tot die dag kwam en ik woest
die nutteloze schommel uit de boom 
wilde rukken, wat me niet lukte.

Ik loop de tuin in, streel het plankje, 
ruik aan de plekken op de nylon touwen 
waar jij je handjes zette, ga zitten en kijk 
door het keukenraam naar mezelf. 

Ik wenk me met mijn ogen, maar niet ik ben het 
die op me af komt lopen. Balancerend op dat 
smalle stuk hout voel ik hoe je me omhoog trekt, 
dan loslaat en duwt, duwt, almaar hoger. 

© Philip Hoorne 

Met het gedicht 'De schommel' won Philip Hoorne de wedstrijd 'Gedichten om te koesteren'.

Verzacht met je woorden de pijn van ouders die een kind verloren, dat was de oproep voor de tiende editie van de wedstrijd 'Gedichten om te koesteren'. 

De vakjury bestond uit uit Christophe Vekeman, Uus Knops, Daniel Billiet, Pieter Deknudt (Reveil) en Jonas Bruyneel.

Andere gedichten die werden geprimeerd zijn van de hand van Sanne Goetschalckx, Janet Kleiberg, Julie Mistiaen, Chantal Kuipers en Griet Lemmens. 

Alle info lees je via deze Azerty-link. 

Copy illustratie: © Sassafras De Bruyn voor Azertyfactor.


© Sassafras De Bruyn voor Azertyfactor



donderdag 19 maart 2026

Dertien bedenkingen bij het leven van Tony Rombouts door Hendrik Carette

Hendrik Carette kijkt terug op het rijke leven van Tony Rombouts (Hoboken 7/2/1941 - Wilrijk 8/3/2026) 

1. Zijn vader zei: zorg dat je in het leven een hoed mag dragen. En geloof mij vrij zijn hele leven heeft Tony deze wijze vaderlijke raad gerespecteerd.

2. Tony heeft gestudeerd in Lier aan de Normaalschool want wat moet een jonge dichter anders doen in het rustige stadje Lier?

3. De mooiste dichtbundel van Tony was ongetwjfeld Les demoiselles de la mer van 1975 met illustraties van Eddy Ausloos en is eigenlijk een prachtige parodie op het kleinburgerlijke leven op en vooral rond de paardenrenbaan Wellington in de badstad Oostende. In een subliem-sardonische stijl, tussen ironie en sarcasme. 

4. Tony werd al bij al geen poète maudit en geen Rozenkruiser, geen hermetisch dichter maar een rijmende rederijker.

5. Ik herinner mij ook dat Tony ooit met Maris reisde naar het jaarlijkse carnaval niet in Rio de Janeiro in Brazilië maar op de gondels en bruggen van Venetië. Misschien is dit wel het verschil tussen Patrick Conrad en Tony Rombouts.

6.
Hij was geen Pink Poet maar een White Poet zoals de witte (symbolische) walvis van Herman Melvillle. Hij was gewoon een buitengewone witte wandelaar.

7. Hij hield van mooie schokkende alliteraties die soms zijn sierlijke gedichten opsierden.   

8. Tony was ook de stichter, samensteller en uitgever van het gestencilde tijdschrift Trap(editie) dat in 1979 een bijzonder nummer wijdde aan de heel bijzondere kalligraaf, vertaler, romancier en dichter Saint-Rémy Remy; een zeeman aan hoger wal.

9. Hij was geen mandarijn en geen makelaar in de letteren en met zijn Contramine was hij bovendien ook een biblofiele en excenrieke uitgever van soms vergeten of zelfs veronachtzaamde dichters zoals o.m. Michel Bartosik, Henri-Floris Jespers, Emiel Willekens, Wilfried Adams, Joris Denoo, Jos Daelman, Jan van der Hoeven, Ben Klein, Werner Spillemaeckers, Adriaan de Roover, Adriaan Peel, Rob Goswin, Renaat Ramon, Lucienne Stassaert en uw dienaar Hendrik Carette.  

10. Tony was nooit waterachtig en ik denk dan aan een frase van James Joyce in zijn 17de episode van het vermoeiende haast onleebare boek Ulysses: “De onverenigbaarheid van waterigheid met de excentrieke originalitiet van het genie.”  

11. De vraag of Tony een Antwerpse dandy was is een overbodige of een retorische vraag: hij wilde alleszins een dandy zijn. De eenzamheid van de dandy is misschien recht evenredig met de kleine of grote tragiek van de vermomde burgerman.

12. Ik geloof dat Tony tweemaal in Finland is geweest en zelfs naar Lapland, of het land van de Sami. En misschien droomde hij van het voor de Finnen verloren Karelië. Vandaar allicht zijn liefde voor de fantastische muziek van de violist en componist Jean Sibelius. 

13. Het allermooiste dat Tony heeft gecreëerd is en blijft voor mij echter zijn dochter Iris die zich in deze tijd in Antwerpen en vooral in Parijs als een prinses en als art director beweegt.                            


© 
Hendrik Carette

Schaarbeek, 13 maart 2026

 




Afscheid van Tony

dinsdag 17 maart 2026

Verloren reiziger - Vincent Van Gelder

Verloren reiziger

Verre stem van haltes spreekt
Schaduwtrein over bloemenweide vliegt
Ogen zwaar bagage licht
Door de boemel die jou aan boord wil houden
moederlijk in slaap gewiegd 

© Vincent Van Gelder

Vincent Van Gelder tijdens "Luchtmens#1"
Foto © Edward Hoornaert

zaterdag 7 maart 2026

Over War Poets - Jef Boden

War Poets

Oorlogen eisen onvermijdelijk krachtige formuleringen. Laat ons onmiddellijk voorbij de slogans stappen en ons dadelijk naar de dichters wenden. Die lijken werkelijk te wortelen in de barbaarse gevechten. Zonder de Ilias, de Spaanse burgeroorlog of de Tweede Wereldoorlog te willen minimaliseren, War Poets zijn onafscheidelijk verbonden met het Britse rijk en de Eerste Wereldoorlog. Het aantal dichtende stemmen vanuit de loopgraven is veel ruimer en recent stevig aangevuld met enkele opvallende Oekraïense bundels. 

“Waarom hebben we nog poëzie nodig?” Het klinkt als een terechte vraag als je met beide voeten in de loopgraven staat en het boven je hoofd projectielen regent. Is het nodig om daar gedichten te schrijven? De vraag en het antwoord vormen de afsluiter van de bundel Hier waren we van Artur Dron. Hij bekent dat de invasie zijn schrijven blokkeerde. Een nieuwe taal vinden was noodzakelijk. Herbeginnen en ontdekken dat de belangrijkste nood aan poëzie gebaseerd is op het verminderen van eenzaamheid. Woorden tellen. Daarom gaat het tijdens een oorlog niet om over die oorlog te schrijven, hij schrijft over en voor mensen.

“Hoe minder je het woord “oorlog” gebruikt

hoe meer men zal geloven

in je gedichten.”

En even verder:

“Men zegt dat literatuur

woorden zijn met daartussen stilte.

In die van ons, nu,

domineert dat tweede.”

Al duurt het nooit erg lang om te zoeken naar wat er nog aan vragen overblijft.

“Waar is je been?

Waar zijn je vrolijke vrienden?

Waar is je jeugd,

ouderling van 20

die nog droomt

van de dood en verbrijzelde Snickers?”

Al verzekert hij:

“De literatuur zal nooit iemand doden

maar lezen in de loopgraven laat overleven.”

Wat schrijft hij vandaag, ruim een eeuw na de Luizenplaag van Rosenberg, na de kreet van Owen dat na Dulce et Decorum est, gas en ander fraais slechts een leugen rest, na de bitterheid van Sassoon bij de inhuldiging van de Menenpoort? Verlies, trauma, desillusie raken een diepe kern. En voor Artur Dron betekent schrijven aanwezig zijn, ontmoeten, zelfs lichamelijk aangevoeld, in elkaar opgaan, en – kan het anders – aanwezig blijven:

“Na mijn dood wil ik elektriciteit worden

om je woning te verlichten.”

Of

“Die twee meisjes

ze kijken naar ons aan de rand van de weg

en ze hebben hun hand op hun hart gelegd

Op dat ogenblik heb ik alles begrepen.”

Vader, echtgenoot, zoon: ze passeren allemaal, kunnen niet anders dan op hun moment in die lange lijn van Russische oorlogsmisdaden blijven herinneren dat de ziel van het Oekraïense volk en land verder zal leven.  Daarom deze poëzie.

De titel van de bundel van Yaryna Chornohuz Op deze manier blijven we vrij is de enige titel die niet tussen haakjes staat. Het tweede gedicht draagt als titel (haakjes) en staat zoals alle andere teksten effectief tussen haakjes. Geeft dat aan dat de gedichten vooral herinneringen, gedachten zijn? Over de geboortegrond, het hiernamaals, over de liefde die doet volhouden?

De gedichten mogen dan in de loopgraven geschreven zijn, ze beschrijven inderdaad niet zozeer die realiteit, ze drukken eerder uit wat oorlog met je doet. Het besef is daar: de doden keren niet weer. Het leven na de oorlog zal anders zijn. Men mag dan al eens hopen dat die kelk aan je zal voorbijgaan, men weet dat niemand gespaard blijft. Ze schrijft het.

“ik dacht dat het leed zou slijten

als schoenen

maar het leed hangt boven onze hoofden

en observeert ons altijd doorheen een vizier”

Of

“men zegt dat men de doden beweent

na de oorlog

maar onze oorlog zal eindigen

tegelijkertijd met ons leven”

En

“de eerste dode laten gaan is lastig

met de tweede sterft de eeuwigheid

en nadien tel je niet meer”

Dat ze deel uitmaakt van een volk dat sinds eeuwen een dierbaar land moet verdedigen:

“dat betekent dichter zijn in Oekraïne

eeuwig wenen in de gedichten

boven de nog altijd verse graven”

Het mag niet verwonderen dat deze bundel bekroond is met de Taras Chevtchenkoprijs, de nationale prijs voor Oekraïense literatuur. Ondertussen houdt Yaryna Chornohuz vol aan het front.

In 2023 verscheen een uitgebreide bundel, zeg maar aan het front Ontsnapte gedichten, aangevuld met eigen foto’s van dichter-fotograaf Maksym Kryvtsov. Haast 200 bladzijden. Het is geen verrassing dat ook deze vertaald is. In Oekraïne was Kryvtsov geen onbekende. Het werd een afscheid: begin 2024 sneuvelde hij. Zo dichtte hij wat oorlog is:

“In het oog van de oorlog

steekt een grijze draad

als een soep van paddenstoelen

uit de hemel

het oor van de herfst

hoort stemmen van obussen

als die van de priester op het moment van de communie.”

Iets daarvoor liet hij in een lang gedicht Maria en Golgotha als roepnamen van soldaten passeren. Zij waren vergezeld van Mattheus, Johannes en zelfs Jezus, en werden getroffen, ernstig verwond in een beschieting.

Verder plaatst hij ze poëtisch in de verschrikkelijkste talkshow aller tijden: de oorlog. Om een stille glimlach, de herinnering aan een verdwenen warmte, te plaatsen in een gedicht. Wie ben ik?, vraagt hij zich af. In dit veranderende leven.

“Je kan geen pas meer zetten

zonder gezien te zijn.

Wanneer het regent

lacht niemand

het water vergeet niets.

De kern van je hart

kan je niet verlaten,

er valt niet te ademen.”

Opnieuw duikt de Heer op, de God van de decaloog, al stelt de dichter alleen Van Gogh te begrijpen. Een meisje lacht om hem: ze weet dat God Facebook niet leest. Na alle herfstbeelden waarin iedereen doet wat hij kan, vraagt hij zich af wanneer de lente komt. God blijft in de stilte en gevallen bladeren bedekken de wereld. Toch schrijft hij verder, schreef en fotografeerde hij, gedichten als brieven met naast een vaak weerkerend waarom, nog altijd de volgehouden dromen. Zo sterk was de greep van de oorlog op het leven, op zijn leven, dat deze bundel inderdaad een einde werd.

© Jef Boden 

Artur Dron: Nous étions là, 979 10 94936 46 7
Artur Dron: We were here, 978 1914 99026 7
Yaryna Chornohyz: C’est ainsi que nous demeurons libres, 978 2 37055 468 0
Maksym Kryvtsov: Poèmes de la brèche, 979 10 94936 48 1






vrijdag 6 maart 2026

Over de biografie van Patrick Conrad - Andreas Van Rompaey

 

Geschiedenis van een der laatste ‘literaire mythes’? 

De overname van Uitgeverij Vrijdag door Pelckmans heeft gelukkig de langverwachte publicatie van Patrick Conrads biografie niet kunnen tegenhouden. Literatuurhistoricus Manu van der Aa is beslist niet aan zijn proefstuk toe. Vroeger schreef hij al biografieën over Alice Nahon, Paul-Gustave van Hecke en Paul Méral, maar nu waagt hij zich dus aan een hedendaagse(re) figuur. Door te kiezen voor ‘werken’ in plaats van ‘werk’ in de ondertitel, onderlijnt hij de veelzijdigheid van Patrick Conrad als creatieveling. De van oorsprong Franstalige Antwerpenaar openbaarde zich als dichter/prozaïst, filmmaker en schilder/tekenaar.

Hoewel velen slechts met een specifiek aspect van diens kunstenaarschap vertrouwd zijn, bestaan er talloze dwarsverbanden. Het oeuvre in zijn totaliteit is veel belangrijker en interessanter dan de afzonderlijke delen. Terecht velt de biograaf geen oordeel en beroept hij zich op recensies, al mocht hij aan de ontvangst van Conrads inventieve ‘romans noirs’ wat meer aandacht besteed hebben.
 

Conrad was niet alleen medeoprichter van de befaamde doch uitvergrote Pink Poets, maar geldt ook als de beste vertegenwoordiger ervan. De dandyeske, romantisch-decadente overtuigingen van het gezelschap trok hij in de rest van zijn leven en werk door. Net als Hugo Claus, Jef Geeraerts, Jan Cremer, Ilja Leonard Pfeijffer e.a. hield hij zich zorgvuldig bezig met de vormgeving van zijn publieksbeeld. De pose die hij aannam, zorgde soms voor wrevel of, zeker in het geval van zijn biograaf, voor onduidelijkheid: ‘Zoals bij het schrijven van elke biografie was het zaak om niet in de valstrik van de self-fashioning te lopen. Het imago dat de artiest zelf voor de buitenwereld opbouwt, beantwoordt vanzelfsprekend niet geheel aan de realiteit. Het kwam er dus op aan Conrad te ontmaskeren, de leugen waarmee hij graag koketteert te scheiden van de waarheid.

Manu van der Aa slaagt erin om de ‘leugen’ te doorprikken. Ondanks de vaak harde en minachtende opstelling – Conrads dedain tegenover de Vlaamse en, bij uitbreiding, Belgische cultuurindustrie is evenwel niet ongegrond –, ontmaskert hij hem als een heel gevoelig iemand. Ongewild doet hij wel enigszins vragen rijzen over het eigenwijze en besloten Antwerpse literatuurmilieu, waarvan het belang ook weer niet overschat mag worden. Het valt overigens te betwijfelen of dergelijke reputatie- en mythevorming vandaag nog mogelijk is.

© AndreasVan Rompaey

Patrick Conrad. Leven, liefdes en werken van een Pink Poet, Pelckmans, Kalmthout, 2025, 606 pagina’s, ISBN 9789462347731.

Biografie bij Uitgeverij Pelckmans