vrijdag 30 oktober 2026

0,03 gram goud - Lotje Steins Bisschop

0,03 gram goud

Als je Nederland doormidden vouwt, valt Den Haag precies op Winterswijk. Tenminste, als je het van links naar rechts doet. Van beneden naar boven valt Maastricht in het water, ergens tussen Ameland en Schiermonnikoog. 
Ik verkreukel de kaart en gooi hem met een boogje in de bak, die begint de juichen – je vond het grappig om er een basketbalnet boven te hangen. Het gejuich gaat over in gekraak, gekras – een irritante hoge piep: de batterijen zijn leeg.

Het was niet zo dat je niet meer van me hield, zei je, maar je had ruimte nodig. Hoe lang, breed of hoog zei je er niet bij.

Op de foto glimlach ik in een zilveren lijstje. Mijn roze jurk wappert in de wind, mijn blonde haar glanst in de Italiaanse avondzon. Ik ben net een Disneyprinses, zo eentje die niet loopt maar huppelt. Als ik door mijn wimpers kijk, lijkt het alsof ik langzaam word vertekenfilmd: mijn neus verandert in een zwart lijntje, mijn ogen zwellen op en kleuren helderblauw, mijn taille krimpt totdat mijn middel dunner is dan mijn nek.

In mijn hoofd stapt Doornroosje voorzichtig uit haar lijst. Haar pinken wijzen omhoog, ze tilt haar jurk een klein stukje op. Onder de roze stof piept een wit kanten randje tevoorschijn. Ze loopt, ze buigt, ze draait een rondje – al snel begint ze te dansen over de oude waternetcontracten, de energierekeningen en de aanbiedingen van je sim-only-abonnement. Doornroosje zingt, Doornroosje is knap, Doornroosje is gelukkig.

Ik draai de lijst om en gooi de contracten, de rekeningen en de aanbiedingen in de papierbak, boven op de verkreukelde kaart van Nederland met cirkels om plaatsen waar we langs zouden gaan met de camper.

Disney is stom.

We hadden afgesproken om niet te bellen. Even geen contact was beter, vond je.

Ik leg mijn IPhone omgekeerd op je bureau. Het logo glanst. Het identieke appeltjesfiguur op jouw computer glanst terug, alsof ze onderling communiceren.

Je vertelde me dat onderzoekers van jouw afdeling mini-breintjes hebben gekweekt. ‘Die bewaren ze in zulke bakjes,’ zei je en je deed je duim en wijsvinger zo’n tien centimeter uit elkaar. ‘Als ze die bakjes een tijdje laten staan, gaan de breintjes contact met elkaar maken.’ Je ogen twinkelden. ‘Ze komen met elkaar in verbinding via elektrische signalen!’ Dat laatste schreeuwde je bijna.

Ik glimlachte en gaf je een kus.

Mijn telefoon licht op. Ik hoop dat het jouw signaal is, dat je contact maakt, in verbinding komt – en dat je spijt hebt, enorm veel spijt, en dat ik je dan vergeef, en dat jij dan zegt dat ik de voordeur snel open moet doen en dat je daar dan staat, met duizendvierendertig rode rozen: een voor elke dag dat we samen zijn.

Het is Sabine. Ze vraagt of het een beetje gaat. Ik klik haar bericht weg en begin te scrollen.

Hoge hakken, blauwe pakken, flexwerkplekken, wolkenkrabbers. Een uitgestippelde hardlooproute. Stukjes taart. Selfies met roze lippenstift, selfies met zonnebrillen, selfies in de lift.

Misschien pop je zo wel op, glimlachend, met een paars-geel Instagram-rondje om je hoofd.

Er komen alleen maar katten. Katten die dansen, katten die op hun achterpoten lopen, katten die in gordijnen klimmen, katten die wegrennen – katten gaan meestal niet verder dan vijftig meter van huis.

In mijn profiel ben je er nog: we glimlachen samen in de keuken. Onder ons staan rode hartjes en verliefde smileys – Maaike en tweeëndertig anderen vinden ons leuk.

Ik ga rechtop zitten.

Angelina Jolie heeft een borduurde champagnekleurige jurk – vind-ik-leuk. Angelina Jolie heeft een nieuwe vlam – vind-ik-leuk. Angelina Jolie heeft zestien tatoeages– vind-ik-leuk. Angelina Jolie heeft hoorns, vleugels en puntige oren – leuk, leuk, leuk: zelfs als boze fee is ze mooi. Maleficient bracht wereldwijd 750 miljoen dollar op, Maleficient krijgt een vervolg – leuk. Op de filmposter is Doornroosjes huid bleek, doorschijnend bijna. De vloek hangt dreigend om haar heen, groene rook cirkelt boven haar ranke, symmetrische schouders.

Ik leg mijn telefoon op mijn bovenbeen en leun voorover, het apparaat reflecteert de bovenkant van mijn gezicht. Rondom mijn ogen hangt een spookachtige zwarte gloed, mijn wangen veranderen in grijze schaduwen. Schuin over mijn neus loopt een barst die mijn gezicht in tweeën splijt.

            Ik trek mijn linker wenkbrauw op: het komt goed.

            Rechterwenkbrauw: het komt niet goed.

            Links. Rechts. Links. Rechts. Links. Rechts.

            Golvende wenkbrauwharen wiegen ons heen en weer. We schommelen van links naar rechts en weer terug – in een sinus, of nee, in een oneindigheidssymbool: tot in de eeuwigheid zullen we heen en weer slingeren tussen ‘wel’ en ‘niet’.

Op de grond liggen jouw kleren. Ik pak ze op en ruik aan je overhemd, aai je spijkerbroek en speel met je riem van Hugo Boss.

Je smeet de riem in de hoek toen je laatst om twee uur ’s nachts thuiskwam. Ik vroeg niet eens meer waar je was geweest, ik wilde niet horen dat je moest overwerken, dat je vergadering uitliep of dat je naar een congres was gegaan.

De gesp prikt in mijn vinger.

Ik laat de riem en jouw kleren op de grond vallen, pak mijn telefoon en zet me af. Ik rol op jouw bureaustoel naar achter, weg van je bureau, weg van je riem, weg van mijn prinsessenfoto en nog verder, totdat ik de deur zachtjes aantik.

De deur beweegt niet. De papieren ritselen niet. Ook jouw kleren liggen bewegingsloos op de vloer. Alles in de kamer is in een diepe slaap.

Met mijn vingers veeg ik over de barst.

Elke telefoon bevat 0,03 gram goud, zei je. Voor printplaten en elektrische connectoren, zei je erachteraan. Je begon enthousiast over je onderzoeksproject: je wilde smartphones efficiënter recyclen om minder goud te verspillen. Daarna ratelde je aan een stuk door over de antenneschakelaar, de kristaloscillator, de ROM, de RAM, de IC’s – wist ik wel dat er drie soorten IC’s zijn?

Dat wist ik niet.

De barst begint te trillen. Fel licht brandt in mijn ogen.

Daar ben je! Er staan nog steeds drie hartjes achter je naam.

‘Zullen we praten?’ app je.

Ik glip de barst in. Onder mijn voeten knipperen onze foto’s in felle kleuren, boven mijn hoofd flitsen de X-vormige kusjes die we ooit aan elkaar stuurden. Mijn linkerhand tikt op het filmpje van je verjaardag, mijn rechtervoet landt op de foto in ons lievelingscafé.

‘Perfect!’ Letters schieten als laserstralen voorbij, het lijkt net Dance Dance Revolution, het spel dat we vroeger speelden in de gamehal bij jouw ouders op de hoek.

Ik spring, ik huppel: rood, blauw, nog een keer blauw, groen, roze – Perfect! Marvelous! Great! Perfect! Perfect! Perfect!

Ritmisch dans ik op onze berichtjes, onze kusjes, onze foto’s – we lopen door ons gestylde huis, we zitten semi-onderuitgezakt op onze bank met bijpassende kussens, we proosten in ons hippe restaurant – perfect, perfect, perfect.

Het wordt steeds moeilijker om de passen correct uit te voeren. Mijn kuit krampt, mijn teen knakt, mijn buik steekt.

Een misstap.

‘Try Again!’ lasert door de lucht.

Nog een een misstap.

‘Try Again!’

Ik glij uit.

De lichten doven. Kleuren vervagen, vlakken vervormen, filters werken niet meer: onze berichtjes, kusjes en foto’s worden pixelig.

Ik glij steeds dieper in het apparaat. Langs het glas, langs de lcd-cellen, langs de ITO-electroden, en nog dieper – dwars door polarisatiefilters, fotolithografieprocessen en plaatjes kwartskristal.

Ik zie de camera, de microfoon, de luidspreker en de toetsen. De antenneschakelaar. De Kristaloscillator. De ROM, de RAM, de flash-IC, de voedings-IC, de oplaad-IC.

Koningswater, er moet koningswater bij, dat heb je gezegd.

Heel voorzichtig giet ik het mengsel van salpeter- en zoutzuur over onze foto’s heen. De boel begint meteen te pruttelen.

De lippenstift op je overhemd lost op, net als de vreemde rougevlekken in je kraag. Ook je berichtjes over overwerken, uitgelopen vergaderingen en congressen vervloeien. De grote drab eronder bubbelt, sist, fluit – en verdampt.

Op de bodem schittert een dun laagje vloeibaar goud, maar alleen in de weerspiegeling leven we nog lang en gelukkig.

 © Lotje Steins Bisschop


Lotje Steins Bisschop studeerde filosofie, geneeskunde en epidemiologie. Ook zat ze een jaar op de kunstacademie. Ze promoveerde in de epidemiologie, specialiseerde zich tot psychiater en kinderpsychiater en werkte tot 2022 als kinderpsychiater.
 Ze schreef twee-nonfictieboeken en haar kortverhalen werden in verschillende tijdschriften gepubliceerd.

Lotje Steins Bisschop




zondag 25 oktober 2026

Vierde literaire avond van Kunstkring De Geus

Dichters en medewerkers aan de Vierde literaire avond van De Geus

Gisteren was cultuurcafé 't Parlement in Harelbeke dé plek voor wie van poëzie en muziek houdt. De literaire avond van Kunstkring De Geus (van o.a. het mooie literaire kunsttijdschrift ART04) was er aan zijn vierde editie toe.
Op het programma stonden met Christoph Bruneel, Pierrette COffrée, Rogier de Jong een Kris De Lameillieure vier dichters met een eigen toon en timbre. Siham Machkour die ook op het programma stond moest verstek laten gaan. Alles werd keurig aan elkaar gepraat door Andreas Van Rompaey die met het wierookvat van allerhande literaire tradities en toonaarden mocht spelen. Rogier de Jong uit Zeeland (maar met fierheid afkomstig uit Groningen) beet de spits af met onder meer toegankelijke gedichten uit zijn eerder gepubliceerde bundels. Kris De Lameillieure mocht sinds hij sedert 2024 in Harelbeke neerstreek een fijne thuismatch spelen. Hij deed dat met o.a. intimistische (neo-romantische?) gedichten over zijn overleden broer. Na een korte pauze was het moment aangebroken om de performance-dichters van de avond op het publiek los te laten. Christoph Bruneel (niet te verwarren met bijna-naamgenoot Jonas Bruyneel) leek een geweldenaar van het allitererende poëtische woord en deed dat met veel vocale verve. Pierrette COffrée die met Coffarnaüm recent haar tweede bundel liet verschijnen bij de Scriptomanen van Patrick Bernauw zorgde voor een sprankelend optreden waar ze een meester(es) in is. Het Lam Gods kwam zowaar met veel wol en bravoure het café binnenvallen.  

Voorts was er zoals ook bij de voorbije literaire avonden van De Geus erg treffende en soms ook ondersteunende en improviserende muziek bij de optredens van de Caravan Juke Joint Band (van Peter Verberckmoes en Dirk De Cleen). We kunnen het niet laten om het te zeggen maar we houden van deze jongens. We hoorden onder meer covers van songs van Dylan, Cohen, Beatles en Tom Waits waarmee ze begonnen ('Jersey Girl') en nog een pak andere jazz-en popstandards.
 
© Paul Rigolle  


Dirk De Cleen en Peter Verberckmoes

Andreas Van Rompaey

Dirk De Cleen

Rogier de Jong

Kris De Lameillieure

Christoph Bruneel

Christoph Bruneel

Christoph Bruneel

Pierrette COffrée

Pierrette COffrée

Pierrette COffrée

Groepsfoto


vrijdag 23 oktober 2026

Het juiste antwoord op geen vraag

 

En daar is ze dan: de Poemtata-bloemlezing van 2026. “Het juiste antwoord op geen vraag” bevat de beste en de betere inzendingen voor de Poemtata-poëzieprijs.
Zoals hier eerder gemeld gingen de drie prijzen naar Marc Rothheut (‘Topografie’), Emilie Dewitte (‘Scheiding’) en Sven-Onno Tromp (‘Stigmata’). Er waren ook 9 eervolle vermeldingen. Die gingen naar
Tinneke Bracke, Bart De Roo, Philip Hoorne, Marc Meekers, Roosmarijn Mortelmans, Bert Raats, Kristof Van Landegem, Els Van Thuyne en Geert Viaene. Uiteraard zijn de gedichten van de voornoemde laureaten en vermeldingen opgenomen in “Het juiste antwoord op geen vraag”.

Maar je zou wel versteld staan wie er allemaal nog deelgenomen heeft aan de wedstrijd. We herkennen heel veel namen die hier eerder op De Schaal van Digther publiceerden. De bloemlezing bevat derhalve nog een pak andere ingestuurde gedichten die de moeite waard zijn om gelezen te worden. En bij de dichters daarvan vind je zowaar namen zoals Annette Akkerman, Julia Beirinckx, Monique Bol, Patrick Cornillie, Géry De Keyser, Hilde De Paepe, Erika De Stercke, Griet De Wispelaere, Bert Deben, Karin Dée, Joris Denoo, Hilde Desmet, Pieter Drift, Germain Droogenbroodt, Goedele Firlefyn, Hans Van Miegelbeek, Joost Hontelez, Edward Hoornaert, Goedele Horemans, Jörg Pyl, Johan Meesters, Nikki Petit, Leen Raats, Paul Rigolle (ondergetekende jawel), Gerard Scharn, Helena Schepens, Michel Schynkel, Leo Stilma, Bert Struyvé, Marc Terreur, Oscar Tops, Eddy Vaernewyck, Herwig Verleyen, Ludo Vets, Luc Vos, Gerlinde Weze, Maya Wuytack…

En nog een veelvoud aan namen meer. Meer dan een goeie reden om ’s via deze bloemlezing kennis te maken met Poemtata en met de uitgever van de bloemlezing Oekkaf. 

Toch nog even opmerken dat er ook een inzending is van Michael Vonk die onlangs in het nieuws kwam bij Tzum en Meander wegens vermeend (en bewezen) AI-gebruik. We namen zelf ook even de Pangram-proef op de som. En je gelooft het, of je het gelooft het niet, ook nu weer zegt Pangram ons ivm zijn tekst ("De buitenkant van de dag"):





Hierbij melden we ook nog even dat je nog altijd kan insturen voor het mooie Poemtata-initiatief: Schrijf een 666je. Alle info daarover vind je via dit Facebook-bericht.

© Paul Rigolle 

Meer info:
Facebook Poemtata Bart Poëzie
Oekkaf.be
De Poemtata-prijswinnaars voor 2026






donderdag 22 oktober 2026

Voorstelling 'Bidon Collé' van Patrick Cornillie

Uitreiking Bidon Collé - vlnr Koen D'Haene, Patrick Cornillie,
Patrick Bernauw en Frank Pollet

  

“The bicycle, the bicycle surely,
should always be the vehicle
of novelists and poets
."
Christopher Morley

Zijn wielergedichten volwaardige gedichten? Zeker zijn ze dat, en nog zekerder is dat het geval wanneer ze geschreven zijn door Patrick Cornillie.

Cornillie bundelde zijn nog niet eerder gepubliceerde wielergedichten in de verzamelbundel “Bidon Collé” die meteen bekroond werd door een jury waarin naast juryvoorzitter Patrick Bernauw, dé man van Uitgeverij Scriptomanen, vier dames zetelden die “niet zoveel met wielrennen hebben”. Maar toch werd de bundel bekroond met de prijs “Scriptomaan van 2026” gewoon vanwege de kwaliteit van de gedichten.

De uitreiking mét de publicatie van de bundel vond verleden week vrijdag 16 oktober 2026 plaats in de Bibliotheek van Wevelgem.

Bibliothecaris van de bibliotheek en voorzitter van de VWS Koen D’Haene verwelkomde waarna Patrick Bernauw met de voorlezing van het juryrapport toelichtte waarom de prijs dit jaar naar Bidon Collé ging. Daarna ging dichter en vriend Frank Pollet in gesprek met de laureaat. Tussendoor was er nog een vrolijk en luimig verrassingsoptreden van cabaretier Karel Declercq.

De lezing van Patrick Bernauw tikte vooral aan omdat die zoveel verder ging dan enkel de gedichten uit Bidon Collé en de toekenning van de ‘Scriptomaan van het jaar’! De uitgever van Scriptomanen stond stil bij de recente kaalslag in de erfgoedsector, de ontlezing bij jongeren en achteruitgang van de steun van de Vlaamse Gemeenschap aan de literatuur in het algemeen en de gesubsidieerde lezingen in het bijzonder. Hij kwam bovendien met cijfers die helaas voor zichzelf spreken want uit zijn lezing en zijn opzoekingen bleek dat het budget voor de literatuur, in vergelijking met vandaag, een flink stuk hoger lag in … de jaren 80. Stel je voor met wat die politieke cultuurverantwoordelijken tegenwoordig bezig zijn!

Na de voorstelling en de uitreiking van de prijs toog de laureaat aan het signeren en iedereen die met de gloednieuwe bundel ‘Bidon Collé’ naar huis ging kreeg daar bovenop ook nog een levensechte “bidon collé” mee.

“Schrijven en uitgeven van poëzie in Vlaanderen anno 2026”, de volledige en sterke en zeer ter zake doende lezing van Patrick Bernauw kun je beluisteren via deze podcast.

In bijlage ook een aantal foto’s van tijdens de voorstelling.

Drie gedichten uit de bekroonde bundel werden hier eerder op DSvD gepubliceerd en die kun je nalezen via deze link.

© Paul Rigolle

Uitgeverij Scriptomanen
Prijs “Scriptomaan van 2026”
Bidon Collé bij Uitgeverij Scriptomanen
Podcast Bidon Collé en Scriptomanen
Website Patrick Cornillie 
Website Patrick Bernauw

Website Frank Pollet
Website Karel Declercq 


#dichtbundel #poëzie #boekvoorstelling #podcast #lezing #ontlezing #erfgoed #wielergedichten #bidoncollé #poëzieprijs #patrickcornillie #scriptomaanvan2026 #uitgeverijScriptomanen #patrickbernauw




Koen D'Haene

Patrick Bernauw


Patrick Cornillie met de zegebloemen


Frank Pollet in gesprek met de laureaat



Karel Declercq


Schepen van cultuur Geert Breughe

Robert Pijcke op bezoek


"twee Patricks" 


vrijdag 16 oktober 2026

Dickpics - Pieter Drift

© Pieter Drift 


Dickpics

Arjen likte zijn vingers af nadat hij het laatste botje van zijn spareribs had afgekloven. ‘Hoeveel vingers steek ik op?’ Zijn rechterhand ging de lucht in. Ik zag zijn pink, ring- en wijsvinger omhoog staan. De onderste helft van zijn middelvinger was ook nog te zien.

‘Jezus Arjen,’ zei Linda. ‘Heb je echt geen idee hoe je een conversatie moet voeren?’

Hij liet zijn hand weer zakken. ‘Vonden jullie het niet leuk?’ Ik depte de lippen met mijn servet. Ik zag dat Annemiek met haar handen twee keer over haar bovenbenen wreef. Toen vroeg ze: ‘Was het leuk bedoeld dan?’

‘Uiteindelijk wel ja,’ zei Arjen. ‘Alleen nu denk ik niet dat het nog gaat werken.’

‘Geloof me Annemiek. Het wordt echt niet leuk.’

‘Kun je het uitleggen?’ vroeg Annemiek.

‘Nee, ik kan het alleen maar laten zien.’

Linda gooide haar servet op het bord. ‘Geloof me, leuker dan dit wordt het niet.’

Met de wijsvinger ging Arjen langs de rand van zijn bord. Een klein beetje saus bleef aan zijn vinger kleven. Demonstratief stopte hij de vinger helemaal in zijn mond en zoog hem af.

Linda reageerde niet. Ze keek naar Annemiek.

‘Heb jij wel eens een dickpic gekregen?’ vroeg Arjen.

Heel even keek Annemiek eerst naar mij. ‘Ik…’

‘Ja dus, net als Linda.’

‘De eerste kreeg ik van jou,’ antwoordde Linda, ‘maar dat was geen dikke pik, meer een verkreukeld slurfje.’

‘Ik had erbij geschreven dat je hem op moest blazen,’ zei hij. ‘Op een leeg luchtbed ga je ook niet liggen.’

Arjen stootte me aan. ‘Heb jij wel eens een dickpic verstuurd?’

‘Niet ongewenst, en dan ook nog in de tijd dat je ze analoog moest aanleveren.’

‘O Annemiek,’ lachte Linda. ‘Heb je ze nog?’

We kenden elkaar net en hadden op een middag, toen haar ouders er niet waren, foto’s van elkaar gemaakt. Het meest opwindende was het fotograferen zelf en de eerste keer dat we de foto’s bekeken. Later pakte ik de foto’s van Annemiek nog wel eens als ze er niet was, maar al snel verdwenen ze in de la.

‘Zal ik jouw eens een dickpic sturen?’ vroeg Arjen aan Annemiek.

‘Sjezus Arjen!’ Linda sloeg met haar hand op tafel. Als hij niets gemerkt had zei hij: ‘Linda heeft heel veel dickpics ontvangen.’

‘Van wie dan?’ vroeg Annemiek.

‘Altijd anonieme accounts, maar soms denk ik te weten van wie ze zijn.’

‘Denk jij dat het steeds dezelfde man is?’ vroeg ik terwijl ik mijn glas oppakte. De ober kwam bij de tafel staan.

‘Wilt u nog een dessert?’ vroeg hij.

Linda nam een Dame Blanche en Arjen een bananensplit. Annemiek thee en ik een espresso. Nadat de ober weer weg was gegaan, zei Linda: ‘Ik heb een mapje met detailfoto’s van geslachtsziekten en daarvan stuur ik er altijd eentje terug.’

Arjen grijnsde. ‘Die foto’s zijn echt weerzinwekkend. Alles verschrompelt in je broek als je die ziet.’

Twee maanden later belde Linda aan. Ze had een volle weekendtas in haar hand.

‘Mag ik even binnen komen?’

In het halletje liet ze de tas met een plof vallen. Ze zuchtte en liep door naar de huiskamer. ‘Is Annemiek er niet?’ Ik schudde mijn hoofd.

Ze ging op de bank zitten. ‘Wil je wat drinken?’ Ze knikte zonder me aan te kijken. ‘Is er iets?’

‘Tja… beetje ruzie.’

Meer kwam er niet. Ik liep naar de keuken en haalde twee flesjes bier uit de koelkast. Weer terug in de huiskamer zat ze rechtop en keek ze me met een glimlach aan.

‘Heb jij die foto’s van Annemiek nog?  Jaren geleden heeft ze me verteld over jullie fotosessie.’

Ik ging zitten, kon me niet voorstellen dat Annemiek het met haar vriendinnen had besproken.

‘Geloof me, ik heb die foto’s van jou gezien.’ Ze nam een slokje bier en zette het tussen haar benen.

 

'Heb jij mijn naaktfoto’s aan haar laten zien?' vroeg ik toen Linda boodschappen was gaan doen.

‘Laten zien is niet de juiste formulering.’

'Hoe bedoel je?'

'Linda had het fotomapje in mijn nachtkastje gevonden.'

'Je vindt niet iets in iemands nachtkastje,' zei ik boos.

'Linda wel. Ze wilde de foto’s bekijken en zei dat mannen altijd de naaktfoto's van hun liefjes aan hun vrienden lieten zien.'

'Ik niet.'

Annemiek pakte mijn hand.

'Heb jij ook de foto's van haar vriendjes gezien?'

Ze glimlachte en kuste me op de mond.

‘Soms wel.’

© Pieter Drift

Over de auteur

Pieter Drift (1967) studeerde in 1991 af aan de kunstacademie te Rotterdam. Hij etst, tekent en schrijft. Zie pieterdrift.nl. Samen met Willem Jakobs vormt hij sinds 2012 een kunstenaarsduo. Werk te vinden op jakobsdrift.nl. Publicaties in o.a. Extaze, Ballustrada, De Schaal van Digther, Tijdschrift Ei, De Optimist en Ambrozijn. 



dinsdag 13 oktober 2026

Liedjes die helpen tegen het pikkedonker

Samira Chabchoub & Paul Rigolle in kort bestek over 'Als zee uit hond’ van Lucas Rijneveld.

In kort bestek - Notities van de redactie (7) 

“Zo week als was, word ik” 

Lucas Rijneveld is na drie jaar niet meer gepubliceerd te hebben helemaal terug van weggeweest. En hoe! Zijn terugkeerdichtbundel ‘Als zee uit hond’ is noch min noch meer een literair gebeuren!

Op Facebook begroet Samira Chabchoub (partner van dichter Geert Viaene) de nieuwe bundel als volgt:

“Lucas Rijneveld heeft een nieuwe bundel- ik kan nooit wachten op de rijkdom aan beelden die hij neerzet. Zijn transitie is het grote thema en tegelijkertijd zijn oproep tot wereldvrede. Zo week als was, word ik, na het lezen van zijn derde gedicht al.”

“Zo week als was, word ik”. Beter dan Samira kun je het in verband met deze bundel eigenlijk niet zeggen.

‘Als zee uit hond’ telt veertig gedichten die verdeeld zijn over de cycli ‘Donkerkeer’ (13 ged.), Lichtval (8 ged.), Lichtgroei (11 ged.) en Hoogzon (8 ged.)

“Liedjes die helpen tegen het pikkedonker” staat er op bladzijde 45 in het gedicht ‘Bloei maar’.
En zo zijn ook deze gedichten van Lucas Rijneveld: “ze helpen tegen het pikkedonker”.


‘Als zee uit hond’ (je ziet zo een hond voor je die het water van zich afschudt) is een bundel om niet ongelezen te laten én, geneer je er maar niet voor, om op veel plaatsen week van te worden.

Als illustratie de eerste twee kwatrijnen uit het gedicht ‘Nalatenschap’ (p.49):

“Vanwege een afgelast leven deel ik wat
van mijn tedere inzichten, niet om ermee
aan de haal te gaan maar om zo nu en dan
even te verstillen, vooral als de

waan van de dag jouw kleren draagt,
als je niet meer weet wanneer je voor
het laatste hebt gebadderd – soms voel
je je vies terwijl je schoon tot op het bot bent,"
…/…

En uit het begin van het gedicht: ‘Om mee te nemen’:

“Als ik het jaar over mocht doen als het herschrijven
van een dichtregel en ik hier en daar wat wonderen
mocht markeren, de onzin en het cliché doorhalen,
dan zou ik allereerst het woord Oorlogslust ongedaan.
maken… (…/…)

 Uit: ‘Als zee uit hond’ van Lucas Rijneveld, Atlas Contact,2026.

Interview met Lucas Rijneveld in De Telegraaf van 1/10/2026

Interview met Lucas Rijneveld in De Standaard van 1/10/2026

Wikipediapagina Lucas Rijneveld
Facebookbericht van Samira Chabchoub



#lucasrijneveld #uitgeverijatlascontact #nieuwepublicaties #digtherinkortbestek #inkortbestek


maandag 12 oktober 2026

Voorpublicatie uit ‘Zonder fanfare’ van Philip Hoorne (3)

Maagd

 

Gelukkig ben ik geen maagd meer.
Ik zou stuntelen bij volle maan en denken
dat elke aanraking een belofte is. 

Ik zou huiveren bij de gedachte dat vrouwen 
naar me lachen, aan me ruiken
en in mijn wangen knijpen.

Ik zou jongens bewonderen die bier drinken
en elkaar handjeklappend toeknikken onder
het debiteren van vulgaire synoniemen
voor het werkwoord vrijen. 

Houellebecq schrijft dat de liefde van een man
voor een vrouw niet meer is dan een dankjewel
voor verleend genot. Mocht ik nog maagd zijn, 
ik zou hem niet begrijpen, tegenspreken zelfs. 

Soms kijk ik naar mijn lichaam
en denk: hiermee heb ik het gedaan
en hiermee zal ik het blijven doen. 

Dan stap ik naar buiten en zie mannen
van wie ik het echt niet weet.
En andere van wie ik het stellig hoop.


© Philip Hoorne


(Ctrl+klikken op de uitnodiging om je in te schrijven) 

Bestel de bundel hier als je er niet bij kan zijn in Wevelgem of Brugge

Weblog Philip Hoorne

Philip Hoorne op Auteurslezingen

 




 

zondag 11 oktober 2026

Voorpublicatie uit 'Zonder fanfare' van Philip Hoorne (2)

Twaalf jaar

Zal je haar in het ongewisse laten?
Haar niet vertellen dat je knettergek werd 
van wat die kriebels met je deden? 

(Zou ze die knalrode blouse met de weerbarstige knopjes
nog in haar kast hebben hangen?) 

Of het haar zeggen, waarna ze met een voorhamer
de zottigheid in je hoofd aan diggelen slaat.

Dat ze het wist, dat ze de signalen wel herkende,
dat ze zich jazeker geflatteerd voelt, gevolgd door
een kanonnade niet mis te verstane maren.

Ze is twaalf jaar ouder nu en, raar maar waar,
alsof het allemaal nog niet erg genoeg is,
twaalf jaar mooier.

Wil je vrij zijn of wil je van haar zijn?
De vraag van duizend-en-één slapeloze nacht.

© Philip Hoorne


(Ctrl+klikken op de uitnodiging om je in te schrijven) 

Bestel de bundel hier als je er niet bij kan zijn in Wevelgem of Brugge

Weblog Philip Hoorne

Philip Hoorne op Auteurslezingen

 




 

zaterdag 10 oktober 2026

Voorpublicatie uit ‘Zonder fanfare’ van Philip Hoorne (1)

Zalig zij die geloven in fotonen

God bekeek zijn energiefactuur en mopperde: 
‘Brandend hart, hoe ouderwets. Zonnepanelen
heeft mijn huis nodig. Omvormers!
Een warmtepomp en thuisbatterij!’ 

Dat zei hij bij monde van de pastoor die nog steeds,
maar wel almaar zuiniger, de verlossing beleed.
Zijn preek, met de allure van een smeekbede,
gleed over de hoofden van de parochianen
als een door de zon versteend washandje.  

In het schip kraste een gerimpeld besje:
‘Zolang de Heer stroom verbruikt, is Hij niet dood, toch?’
Engelen op glas in lood, kontjes naar de zon, wisten het al langer:
fossiele brandstof is des duivels. Helaas werden geslachtlozen
tot voor kort straal genegeerd. 

Maar als de begroting het toelaat, liggen er weldra schubben
op het dak en bidden de gelovigen voor de verrijzenis
van de terugdraaiende teller. En verder is het wachten
tot Maria zich in de meterkast openbaart. 

© Philip Hoorne


(Ctrl+klikken op de uitnodiging om je in te schrijven) 

Bestel de bundel hier als je er niet bij kan zijn in Wevelgem of Brugge

Weblog Philip Hoorne

Philip Hoorne op Auteurslezingen