zondag 3 mei 2026

In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen - de Voorstelling


Vrijdag laatst, 1 mei 2026, werd in de serene én  erg poëtische Magdalenakerk in Brugge de derde dichtbundel "In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen" van Tania Verhelst voorgesteld. Een prachtplek van een 'doe-kerk' is die 'Madeleine' intussen geworden in Brugge!

Het werd een sprankelende voorstelling. Niet in het minst door de bruisende gedichten die Tania Verhelst voor een talrijk opgekomen publiek van vrienden en poëzieminnaars mocht voorlezen. Humor gelardeerd met licht absurde kantjes zijn een zeldzame weldaad in de poëzie. Die kunst verstaat Tania Verhelst als geen ander! Dichter Jan Ducheyne rolde voorts een charmerende en erg duidende inleiding uit over de nieuwe bundel. Eerlang verschijnt de inleidende tekst van Jan integraal op De Schaal van Digther. Waarvoor nu al veel dank! Voorts kozen drie literaire vrienden van Tania een gedicht uit 'In de naam van' en plaatsten daar een eigen gedicht of tekst tegenover. Zo kwamen respectievelijk Frederik Lucien De Laere, Siska Van Daele (van wie binnenkort de debuutroman 'Roerloos' verschijnt bij de Arbeiderspers!!!) en Tom Driesen aan het woord. De gitaar van Veerle D'Hoest maakte het geheel kompleet.

Fijne voorstelling van een wonderlijke bundel! Als je't ons vraagt spreekt op dit vlak alleen de titel al boekdelen.

© Paul Rigolle voor DSvD

'In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen' is een uitgave van Uitgeverij De Zeef.

Een aantal gedichten uit de bundel verschenen eerder ook op De Schaal van Digther. Zie daarvoor deze link. Alle bijdragen aan de Schaal van Digther van Tania Verhelst vind je hier.

Thuissite van Tania Verhelst

'De Madeleine in Brugge'

 

 


Werk van Piet Peere in de Magdalenakerk

"Na de voorstelling"

Roel Richelieu Van Londersele namens De Zeef

Tom Driesen

Siska Van Daele


Frederik Lucien De Laere

Kom-Passie

 

zaterdag 2 mei 2026

De Geliefde Het Gedicht

Toespraak van Alain Delmotte op zondag 26 april 2026 in 'De Snuffel' in Brugge bij de voorstelling van 'Spiegel van de ziel', de nieuwste dichtbundel van Antoon Van Den Braembussche.



Vooraleer ik de bundel Spiegel van de ziel van Antoon Van den Braembussche wat meer probeer te belichten, laat ik hem eerst zelf aan het woord. Hij situeert zijn bundel op volgende manier: “‘Spiegel van de ziel’ kan als een sluitstuk worden beschouwd van een mystieke trilogie, die begon met de bundel Alles komt terug, die aan de eeuwige terugkeer van het gelijke was gewijd, en De schaduw van Morandi, waarover de Nederlandse criticus Johan Reijmerink schreef: ‘Wetend dat “het onzegbare onuitroeibaar is”, heeft hij in deze nieuwe bundel het motto van Vasalis overtuigend gestand gedaan: “Een dichter vertaalt. Geeft taal aan datgene uit zijn binnenwereld dat zelf geen woorden heeft.” Van den Braembussche heeft aan het onuitsprekelijke ingetogen, lichtgevende, loepzuivere woorden gegeven.’”

Laat me toch nog even een omweg maken. Ik vertrek vanuit de vraag: wat is poëzie? Ik zal het daarbij niet over de formele kanten van de poëzie, d.w.z. over de poëtica, hebben. Mijn vraag is ontologisch: wat is het wezen van de poëzie? Wat maakt haar universeel?

In de bundel van Antoon lezen we evenwel:

Wat poëzie zou kunnen zijn
is met geen pen te beschrijven.

Ik ben me ervan bewust dat het antwoord op de gestelde vraag enkel persoonlijk, onvolledig en relatief zal zijn. Poëzie is een complex, vaak dubbelzinnig gegeven, maar ik durf het in één woord samen te vatten: poëzie is ‘taalritualisatie’. Ik haal het woord bij Christine D’Haen, in een tekst waarin ze het over James Joyce heeft.

Taal en ritueel. Rituelen appelleren aan de diepste wortels van ons mens-zijn. Ze typeren de allereerste menselijke beschavingen. Het waren meestal groepsgebeurtenissen. We weten het ondertussen wel: wat we thans kunstvormen noemen, maakte toen deel uit van een geheel – het picturale, de enscenering, de zang en de dans. De poëzie is de erfgename van de zang. Van de adem.

Bij een ritueel kwamen de deelnemers in het sacrale terecht. Ze beleefden en herbeleefden het sacraal-mythische. Energieën en dynamieken werden opgewekt. Er is sprake van transgressie, transformatie en trance. Men ging van een overlevingsmodus naar een staat van exaltatie over. Initiaties, louteringen, bezweringen en aanroepingen werden betracht. Er werd naar verbondenheid gestreefd: met de gemeenschap, met de natuurlijke omgeving, met het kosmische. Ik schreef ‘transgressie’ omdat er grenzen werden overschreden: die van de werkelijkheid en die van de tijd. In een gedicht uit Antoons bundel met als titel Black out staan drie regels die ik even uit hun context licht. Ze schetsen volgens mij de kern van het ritueel gebeuren:

Iedereen verkeerde even
in een andere dimensie.
Een andere toonaard van de tijd.

Wat blijft er in het geseculariseerde Westen van die sacraliteit over? Welke betekenis heeft die voor de poëzie? Zeker, er is een strekking in de moderne poëzie waarbij dichters expliciet het rituele opzoeken: de poeta vates, de dichter-sjamaan, de ethno-poetry en de daarbij horende performance. Hoe interessant ook: ik breng die hier niet ter sprake. Ik houd me aan het soort poëzie dat Antoon bedrijft: de traditie van de geschreven poëzie. Ook het papier kan namelijk als een sacrale plaats fungeren. Zoals het citaat van Maarten Embrechts, dat vooraan in de bundel staat, suggereert: ‘Le papier, c’est un dieu absent qui nous regarde’. ‘Het papier is een afwezige god die ons aankijkt’.

Algemeen genomen zijn we wellicht voor de absolute sacraliteit veel te kritisch geworden. Is de band tussen poëzie en het sacrale (het religieuze, het spirituele, het mystieke) dan verbroken? In begrippen als ‘trance’, ‘extase’ en ‘inspiratie’ komen mystiek en poëzie elkaar tegen. Volgens de Mexicaanse dichter Octavio Paz zou de mystieke ervaring een kanalisering van de poëtische ervaring zijn. Een wat te strikte uitspraak. Ik houd me liever aan wat Van Ostaijen poneerde: poëzie is de laagste trap van de extase. De processen die zich tijdens een ritueel voltrokken, kunnen we herkennen in het schrijfproces, zij het in mineur, minder geëxalteerd. Van de zang blijft de stem over. Het betreft de innerlijke stem, de stem die in de dichter spreekt en die de dichter zich eigen wil maken, een eigen vormgeving wil meegeven. Een stem overigens die zich in allen verscholen houdt. Iedereen kan een dichter zijn.

De poëzie vertegenwoordigt thans een soort tussenwereld die we eigenlijk niet meer in haar volheid als sacraliteit kunnen omschrijven, maar die de sporen ervan onuitwisbaar in zich draagt. In een recente nota schrijft Antoon: ‘Men kan zonder overdrijving beweren dat grote poëzie eruit bestaat een optimale balans te vinden tussen inspiratie en bewerking, tussen hartstocht en distantie, tussen extase en vormbewustzijn, tussen improvisatie en langzame perfectiedrang.’ Ik zou daaraan willen toevoegen dat de poëzie zich laat aanvoelen als een tussengebied waar roes en ontnuchtering, intuïtie en intellect, het profane en het gewijde, het lyrische en het lucide, het individuele en het collectieve met elkaar al dan niet dialectisch in conflict gaan of elkaar aanvullen.

Poëzie begint van zodra we worden geconfronteerd met ervaringen waarbij we vaststellen dat er voor die ervaring geen woorden bestaan. Wanneer het sprakeloze ons overvalt, daar begint de poëzie, daar begint onze nood aan poëzie: momenten van verbijstering, verrukking, passie, vervreemding. Zou dit de ware, paradoxale uitdaging van de poëzie zijn: woorden vinden voor het sprakeloze? Waarbij en waarmee de poëzie een grenservaring wordt tussen spreken en zwijgen? Elke dichter bouwt zich op het witte blad een eigen stilistisch ritueel op waarbinnen de taal kan worden geregenereerd, herladen en daarmee weer dichter bij het organische en het fysieke aansluit, dichter bij ‘de ziel’. De woorden ontmoeten elkaar binnen de context van het gedicht en krijgen een vrijgeleide. Het woord gaat dan over de schreef van zijn lexicale betekenissen. Zoals Martinus Nijhoff het formuleerde: woorden zingen zich los van hun betekenis.

Antoon gaat wat verder en koppelt er een ontmoeting aan:

Woorden die zich
onderling herkennen,
zich als in een droom
aaneenrijgen tot gedicht.

Of wat sterker uitgedrukt – al is het in vraagvorm genoteerd:

Liefde tussen woorden 
die elkaar nog nooit 
hebben ontmoet? 

Het gedicht is voor het woord een adem- en resonantieruimte, een klankbord, waarbij het sprakeloze zo dicht mogelijk kan worden benaderd – totdat het woord erin opgaat, stilte wordt en in zijn radicaliteit een ‘unio mystica’ is. Het sprakeloze is een soort geheimschrift dat door de dichter moet worden ontcijferd. Zo lezen we in de bundel:


En langzaam, langzaam,
omhels ik het geheimschrift
van je lichaam
als een mild en sprakeloos dier.

Dit kan dan zowel het lichaam van de geliefde zijn als het wezenloze, maar niet zielloze lichaam van de poëzie.

Spiegel van de ziel.

Het woord ‘ziel’ komt een aantal keren in de bundel terug. Het wordt een ‘echokamer’ genoemd. Het wezenloze zou zich in de ‘zijkamers van de ziel’ bevinden. In iedereen schuilen ‘de lome kantooruren van de ziel’. En de muziek van Arvo Pärt, die een eerbetoon is aan de stilte, welt uit de spiegel van de ziel op. De ziel is de immateriële essentie van de mens, zijn levenskracht. De hele bundel laat ons een innerlijkheid in beweging zien. We lezen hoe in deze poëzie de taal een weg volgt die naar het onzegbare leidt.

De eindbestemming waarin het zwijgen
niet langer onwerkelijk is.


De indrukwekkende bijna-stilte
waarbij het denken
wegdroomt en zwijgt.

Een punt waarin

(...) het niet-gezegde, 
in een niet weten (wordt) ingedamd. 

Wat aansluit bij wat ik eerder een grenservaring noemde. We komen met het ‘niet gezegde’ en het ‘niet weten’ in een mystieke ervaring terecht. Het ‘ik’ valt weg, wordt gelouterd: 

Ik ben niet langer
de vele ego’s
waarin het leven
zich verdeelde

Een gegeven dat de vijf cycli vruchtbaar en vitaal doordesemt. In ‘Zij herinnert zich’ wordt de liefde en haar fluctuaties geëvoceerd. In ‘Franse suite’ kregen de gedichten een Franse titel mee. Een deel ervan suggereert wisselende gemoedstoestanden: cafard, mélancholie, ‘cycle d’amour’. ‘Momentenopnames’ verzamelt gedichten die getuigen van de ‘hartslag van de verwondering’. De reeks ‘Zo bleef ik spreken’ beschrijft hoe gedichten een weg afleggen totdat alles ‘vreemd wordt en meerduidig’. ‘Zegswijzen’ sluit daar min of meer bij aan en concludeert wat ik al eerder opperde:
 

Niets anders rest me
dan een onbewogen zwijgen in mystiek.

In ‘Modus vivendi’ lezen we gedichten waarin dromen een blijvend verlangen zijn. Dromen die al onze verlangens in zich dragen, die voor ons een levensnoodzaak zijn:

In iedereen
schuilt een oude droom
die maar niet sterven wil.

In ‘Ars musica’, zoals de titel aangeeft, staat muziek centraal. Dat kan een Japanse fluit zijn (een shakuhachi), een onthechtende stilte en Arvo Pärt. Een reeks die wordt ondersteund door een citaat van Jankélévitch en dat volledig in de lijn ligt waarnaar deze poëzie streeft: ‘Waar woorden ontbreken, begint de muziek.’

Zoals in al zijn bundels vormen kunst en kunstenaars de terugkerende lijn in ‘Spiegel van de ziel’: Johan Clarysse, Paul Klee, fotograaf Christian Clauwers, Sofie Muller, Billie Holiday, Leonard Cohen, Arvo Pärt. Gedichten zijn opgedragen aan Paul Rigolle, Wittgenstein, Joannes Késenne, compagnon de route Gerrit Anquinet, poolreiziger Sam Deltour en vriend Pierre Dumont – die op zijn manier ook grenzen heeft overschreden. Aan elke cyclus gaat een citaat vooraf.

Opvallend is dat de Franse surrealistische en later communistische dichter Paul Éluard (1895–1952) geciteerd wordt en dat een gedicht aan hem is opgedragen. Het is vooral de liefdesdichter die de aandacht krijgt, niet de politieke dichter. Éluard schreef ooit een memorabele poëziebundel, een van de hoogtepunten van de surrealistische poëzie (en zelfs de slogan van de beweging): L’amour la poésie (1929). Zonder komma ertussen, want ze vormden een onverbrekelijk geheel. Poëzie is liefde en liefde is poëzie. Geliefde en gedicht vallen samen.

Is de eindbestemming van het gedicht het zwijgen, wat is dan de richting die de wezenloze ziel (die ik eerder een bewegende innerlijkheid heb genoemd) uitgaat? Leidt die naar het ‘midden van nergens’, naar ‘de grondeloze omarming/ van leegte? En waar bevindt zich dat ‘nergens’? Kan dat ‘overal’ zijn? Of bevindt het zich in het onbestemde van het hier en nu:

In één en hetzelfde
onbestemde ogenblik.


Onder een sluier van wit,
zit de Boeddha gevangen in het ogenblik.

En soms is er enkel nog het nu:
een blij en eeuwig vergeten

De poëzie van Antoon blijkt in zekere zin eenvoudig en leesbaar. Ik bedoel dat ze nimmer etherisch klinkt, hoewel zijn thematiek hem daartoe zou kunnen verleiden. Ze is verfijnd maar nooit onnodig duister.

Al bij al stel ik vast dat deze bundel in het verlengde ligt van zijn vorige bundels. We herkennen de thematiek, die we ook in zijn essayistisch-filosofisch werk terugvinden. Maar ik moet bekennen dat Antoon ook tot iets anders in staat is. Recent verraste hij vriend en vijand met de publicatie van een bundel kindergedichten, kleurrijk geïllustreerd door Marieke Janssen. Gedichten voor kinderen van 5 tot 105 jaar. Hij gaf die uit onder zijn vroegere schuilnaam Tonko Brem. Een kort gedicht daaruit, ‘Toverformule’. Misschien niet het meest representatieve, maar wel het meest speelse:

Virga Jesse.
Potjandorie. Vaste flesse.
Vispandoerie. Pontiplesse.

Poerkieblomme. Blankiebomme.
Pontipaste. Van der domme.

De poëzie van Antoon staat niet los van de werkelijkheid. Zijn poëzie gaat vele wegen uit. Ook in deze bundel laat hij zich van een andere kant zien, met name in het gedicht ‘Nooit meer oorlog’ (dat eerder al in een Engelse vertaling verscheen) en dat de epiloog van de bundel vormt. Een rijmend gedicht waarin uitdrukking wordt gegeven aan de verontwaardiging over wat er in Gaza is gebeurd en nog altijd gebeurt. En dat ongewild vooruitloopt op wat er thans in Iran gaande is. En we vergeten Oekraïne niet. Het beschrijft hoe oorlog de menselijke ziel doet ontaarden en hoe machteloos dichters moeten toezien:

En wij dichters, kijken toe, losgezongen van de tijd.
En desondanks schrijven wij de waanzin kwijt.

Als zachte verspreking van het heilig vuur.
In salvo’s van verzet. In verzen van azuur.

‘Desondanks’ lijkt me hier het belangrijkste woord: desondanks alles moet er verder poëzie geschreven worden. Onlangs las ik bij de Franse dichter Pierre Garnier het volgende: ‘Le mot n’est pas un outil, c’est un être.’ ‘Het woord is geen gebruiksvoorwerp, maar een zijn.’ De huidige situatie maakt het nog erger: het woord is opnieuw een te misbruiken voorwerp geworden, waarbij het onderscheid tussen leugen en feit op cynische, retorische wijze wegvalt. Hadden we dat al niet eerder meegemaakt?

Wat is oorlog? Onder meer dat de taal de mond wordt dichtgesnoerd. In dergelijke oorlogstijden moeten dichters blijvend de waakhonden van de taal zijn. Een wereld zonder enige vorm van poëzie is een geamputeerde wereld, een niet-wereld.

Poëzie lezen, dames en heren, dat zijn twee lichamen, twee innerlijkheden die elkaar ontmoeten: de ziel van poëzie is een uitgestoken hand. Zo ook de poëzie van Antoon Van den Braembussche.


Antoon Van Den Braembussche - Foto © Sammy Roelant 

De Snuffel- zo 26/4/2026


'Na de voorstelling' - Antoon Van Den Braembussche (l)
en Alain Delmotte - Foto © 
Paul Rigolle


© Alain Delmotte

Spiegel van de ziel – Antoon Van den Braembussche – uitgeverij P 2026
Klavertje vier - Tonko Brem - Marieke Janssen (illustraties) – Uitgeverij de Wispeltuin Brugge 2025



woensdag 22 april 2026

Keerpunt - Johan Clarysse

Keerpunt
 
Voor P. Bonnard
  
Van kleuren meet hij het soortelijk
gewicht. Hij ordent ze, verstoort ze
zet ze op hun kop.
 
Soms liggen ze er uitgestrekt bij
dan weer richten ze zich op
en staan ze op hun strepen.
 
Paarsen zonder naam legt hij te slapen in de heuvels.
Onder het Engels rood van daken zit venijn.
Het groen van gras springt alle kanten op.
 
Een tafel in wit verliest
haar zwaartekracht, een rand in rood
plaatst haar stevig op de grond
 

© Johan Clarysse


Voorpublicatie uit de bundel ‘Randschade’ van Johan Clarysse.

De bundel wordt voorgesteld op zondag 3 mei 2026 om 11:00 u. e.k. in de Snuffel in Brugge (Ezelstraat 42)

Het programma:
Herman Leenders, auteur en gewezen stadsdichter van Brugge leidt de bundel in. Johan Clarysse leest voor. Gastdichters Astrid ArnsAnnika Cannaerts en Elise Vos lezen hun voorkeursgedicht uit de bundel en reageren met een eigen gedicht. Componist en muzikant Wout Clarysse zorgt met zijn soundscapes voor de muzikale input. Uitgever Leo Peeraer reikt de eerste exemplaren uit.

Tijdens de nababbel in café De Snuffel signeert Johan graag zijn bundel.

Gratis inkom. Inschrijven doe je via: contact@uitgeverijp.be (of brugge@masereelfonds.be)
Meer info over de voorstelling vind je via deze link op de website van Johan.

Johan Clarysse is, zoals bekend ook plastisch kunstenaar. Momenteel loopt een retrospectieve met werk van hem uit de nineties in de Brugse Speelmanskapel: Back to the Nineties.

Ook in de Brugse Poortersloge is nog tot 7 juni in de Antwoordtentoonstelling op het muurwerk 'Vivid'  van de huiskunstenaar van het CC Brugge, Joke Raes, werk van Clarysse te zien.
Zie hiervoor deze Air-Biekorf-link.





 


dinsdag 21 april 2026

Levenslied - Johan Clarysse

Levenslied

Voor mijn vriend Peter


Dat het nooit de lading dekt
hoeveel levens je ook leeft 

dat het op stelten loopt
als het water tot aan de lippen reikt.

Dat het stroomt en stokt en raast
dat je er veel kan van houden zoals het is:
kraakwit als een vers laken
zwart als verkoold ivoor 

een afgedragen jas
die is blijven hangen in de kast
een stadsduif die zijn weg niet vindt
en dronken rondjes loopt. 

Dat je er kan doorgaan als een komma
vermomd als vraagteken. 

Dat het nooit de lading dekt.

© Johan Clarysse


Voorpublicatie uit de bundel ‘Randschade’ van Johan Clarysse.

De bundel wordt voorgesteld op zondag 3 mei 2026 om 11:00 u. e.k. in de Snuffel in Brugge (Ezelstraat 42)

Het programma:
Herman Leenders, auteur en gewezen stadsdichter van Brugge leidt de bundel in. Johan Clarysse leest voor. Gastdichters Astrid ArnsAnnika Cannaerts en Elise Vos lezen hun voorkeursgedicht uit de bundel en reageren met een eigen gedicht. Componist en muzikant Wout Clarysse zorgt met zijn soundscapes voor de muzikale input. Uitgever Leo Peeraer reikt de eerste exemplaren uit.

Tijdens de nababbel in café De Snuffel signeert Johan graag zijn bundel.

Gratis inkom. Inschrijven doe je via: contact@uitgeverijp.be (of brugge@masereelfonds.be)
Meer info over de voorstelling vind je via deze link op de website van Johan.

Johan Clarysse is, zoals bekend ook plastisch kunstenaar. Momenteel loopt een retrospectieve met werk van hem uit de nineties in de Brugse Speelmanskapel: Back to the Nineties.

Ook in de Brugse Poortersloge is nog tot 7 juni in de Antwoordtentoonstelling op het muurwerk 'Vivid'  van de huiskunstenaar van het CC Brugge, Joke Raes, werk van Clarysse te zien.
Zie hiervoor deze Air-Biekorf-link.





 

maandag 20 april 2026

Uitreiking 9° Poëzieprijs Jotie T'Hooft

Op zaterdag 9 mei 2026 wordt in Oudenaarde de 9° poëzieprijs 'Jotie T'Hooft' uitgereikt. De uitreiking wordt één groot poëziefeest opgedragen aan de onsterfelijke dichter die Jotie T'Hooft was (en is) en die op 9 mei 70 jaar zou geworden zijn. 
De prijsuitreiking vindt plaats in en rond de kapel van het O.L.V.-Hospitaal in de Sint-Walburgastraat 9 te Oudenaarde.

Dit is het programma:
  • Van 13u tot 15u is er de Jotie T'Hooft Wandeling, met poëzie en anekdotes langs plaatsen in Oudenaarde die voor de dichter belangrijk zijn geweest. 
  • Tussen 15u en 16u is onze bar geopend en zal er taart zijn ter ere van de jarige dichter
  • Van 16u tot 18u is er de Jotie T'Hooft Prijsuitreiking met de winnende gedichten en gastoptredens van stadsdichter Evelien Claeyé, a capella koor Hella en poëzie en een getuigenis door Daniel Billiet.
  • Om 18u45 vertrekt de poëziebus naar Gent, met in de bus poëtische verrassingen en een optreden van Weekend Stranger die ook een gedicht van Jotie brengt op gitaar.
  • Om 20u is er in Gent (Minnemeers) Joootie, het feest, een avondprogramma door Behoud de Begeerte ter ere van Jotie, met onder andere optredens van Sien Eggers, Peter Verhelst en Charlotte Van den Broeck. 
  • Nadien brengt de bus u terug naar Oudenaarde.


Baken - Johan Clarysse

 
Baken
 
Als vraagtekens liggen we in bed.
We filteren herinneringen, spalken
beloftes met taal, warmen elkaars botten.
 
Wanneer de avond dichtslaat
verklaren we elkaar tot baken.
Licht blijft hangen onderweg.
 
Laat ons het firmament uitrollen
in de beslotenheid van deze kamer
zwijgt ze.
 
Als haar hand een wig drijft
tussen tong en taal tast ik
in het duister.

Buiten wordt het zachter
hoor ik een piano
geeft regen de toon aan.

© Johan Clarysse


Voorpublicatie uit de bundel ‘Randschade’ van Johan Clarysse.

De bundel wordt voorgesteld op zondag 3 mei 2026 om 11:00 u. e.k. in de Snuffel in Brugge (Ezelstraat 42)

Het programma:
Herman Leenders, auteur en gewezen stadsdichter van Brugge leidt de bundel in. Johan Clarysse leest voor. Gastdichters Astrid Arns, Annika Cannaerts en Elise Vos lezen hun voorkeursgedicht uit de bundel en reageren met een eigen gedicht. Componist en muzikant Wout Clarysse zorgt met zijn soundscapes voor de muzikale input. Uitgever Leo Peeraer reikt de eerste exemplaren uit.

Tijdens de nababbel in café De Snuffel signeert Johan graag zijn bundel.

Gratis inkom. Inschrijven doe je via: contact@uitgeverijp.be (of brugge@masereelfonds.be)
Meer info over de voorstelling vind je via deze link op de website van Johan.

Johan Clarysse is, zoals bekend ook plastisch kunstenaar. Momenteel loopt een retrospectieve met werk van hem uit de nineties in de Brugse Speelmanskapel: Back to the Nineties.

Ook in de Brugse Poortersloge is nog tot 7 juni in de Antwoordtentoonstelling op het muurwerk 'Vivid'  van de huiskunstenaar van het CC Brugge, Joke Raes, werk van Clarysse te zien.
Zie hiervoor deze Air-Biekorf-link.





 

zondag 19 april 2026

Tekstentest - Oscar Tops

 Tekstentest

het verschil tussen gewone tekst
en poëzie
zit ’m in de zwaarte:
de een draagt weinig gewicht
omdat het ’s nachts moet zweven ~
heeft van nature niets om het lijf 

niet de woorden zijn licht
maar de dichtheid per blaadje
is buitengewoon verdacht
en te testen door het (onder toezicht!)

in het water te gooien ~~ 

poëzie zal drijven


© Oscar Tops 

Foto © Bianca Sistermans -
Website auteur


Oscar Tops (1980) is dichter, schrijver, oogarts en performer. Zijn debuut Laserbundel verscheen in 2024 bij Uitgeverij Magonia.
Veel meer info vind je op de website van de auteur:
https://peroscartops.nl


zaterdag 18 april 2026

Factor )( - Oscar Tops

Factor)(

ik weet niet wat het is
maar soms heb ik zo’n dorst
dat het niet uitmaakt hoeveel ik drink
dat niet het lijf dorstig lijkt maar de dorst zelf 

als een droste-effect dat me klein wil krijgen
sterk verdund tot de grootte van speelgeld
toenemend wankel als aangeschoten wild op de vlucht
voor vloeibare vuisten van factor )( 

wat betekent dat? ik blader door Van Dale heen
) en weer (
tot het vel echoënd zegt het zat te zijn
dat ik blijf zoeken naar de betekenis van ‘betekenis’ 

dat is stug – een grap? een vergissing geweest?…?
het staat er toch echt: geen hoofdbetekenis
met daarachter een symbool, een piepklein poortje () 

in de vorm van een pi, verlegen verstopt
galmt het door
het woordenboek oordenboek ordenboek 

wil dat ik het raak dus een wimper schiet
wild door een tunnel, belandt in een mum
van tijd in een eindeloos hoofd 

vol gespiegelde pracht van Cassiopeia
omgeven door vaag geschetste vectoren ((
die me ritmisch naast elkaars oor kapot schudden )))

tot niets achterblijft
tot herhaaldelijk te horen is: reken, teken, tel alle leegtes weg
dan maar eeuwig ijdel 

)) want het doel zegent de middelen
echo’s zoenen zichzelf, krijgen keer op keer
per kus meer zoetige sappigheid
van versterkte betekenis (((


© Oscar Tops 

Foto © Bianca Sistermans -
Website auteur


Oscar Tops (1980) is dichter, schrijver, oogarts en performer. Zijn debuut Laserbundel verscheen in 2024 bij Uitgeverij Magonia.
Veel meer info vind je op de website van de auteur:
https://peroscartops.nl


vrijdag 17 april 2026

Drie subtypen van uit de streekbus stappen-Oscar Tops

Drie subtypen van uit de streekbus stappen

I. Je voelt een kans te ontsnappen aan de greep van lichaamsgeur 
als krekel op de zwoele nek van een potvisweduwe die 
gezien het grootteverschil nog in het duister tast
met alle gevolgen van dien. 

II. Je ruikt hout en wordt er rustig van, denkt aan kronkelende 
dennennaalden op weg naar nevelwoudland dat stopt
te bestaan aan de rand van een Zwitsers dorpje
dat klinkt als kern van witte-ruismachines.

III. Je ruikt –
hout.


© Oscar Tops 

Foto © Bianca Sistermans -
Website auteur


Oscar Tops (1980) is dichter, schrijver, oogarts en performer. Zijn debuut Laserbundel verscheen in 2024 bij Uitgeverij Magonia.
Veel meer info vind je op de website van de auteur:
https://peroscartops.nl


maandag 13 april 2026

Wout van Aert

Wout van Aert

Des winters zie je hem rondstruinen
in De Kuil van Zonhoven en de duinen
van Koksijde. Of vertoeft hij gaarne een
etmaal in Gavere, rond het kasteel Grenier.

De ontluikende lente doet hem uitkijken
naar de cipressen en landhuizen langs
de Strade Bianche, naar de Bloemenrivièra
en de iconische fontein in Sanremo.

Naar de ongenadige landerijen ook in
eigen contreien, de Plugstreets op weg naar
Wevelgem en de zelfkastijding op de kasseien
richting de mythische velodroom van Roubaix.

In het heetst van de zomer wil hij wel eens
de flanken van de Ventoux bedwingen, om
vervolgens een wijle te flaneren in Parijs,
langs Montmartre en de Champs-Elysées.

Diep in den herfst echter is ’t triestig dat het
regent en spaart hij de benen. In den herfst
kiest hij voor zijn binnenverblijf en laat hij
zich gewillig verleiden door Sarah, zijn sirene.

© Patrick Cornillie 


Renner & Dichter


zondag 12 april 2026

Woutertje Pieterseprijs voor Bart Moeyaert en Mark Janssen


Auteur Bart Moeyaert en illustrator Mark Janssen zijn de winnaars van de 39e Woutertje Pieterse Prijs voor het mooiste kinderboek van het afgelopen jaar. Zij ontvingen de prijs voor het boek Atman! (Uitgeverij Querido).

Aan de prijs is een bedrag van €15.000,- verbonden. Het bericht werd bekend gemaakt op NPO Radio 1. Dit tijdens de speciale editie van het KRO-NCRV-programma De taalstaat live dat werd gepresenteerd door Ronald Giphart.

De jury koos voor “het boek dat in elke vezel ambacht en kunstenaarschap uitdraagt en kinderen serieus neemt, zonder door de knieën te gaan of over hun hoofden heen te praten.

Dit boek keert terug naar de kracht van de mondelinge vertelling, de muziek in de taal, het zingen van woorden en beelden.

Bizarre wezens in krullerige kleurpotloodlijnen, weelderige wouden en een sterk neergezet hoofdpersonage bevolken de verhaalwereld, die het midden houdt tussen een droom, een fantasie en een vertaling van een beleving.

De VWS houdt eraan om zijn laureaat van de VWS-prijs van 2024 hierbij heel hartelijk te feliciteren. Eerder schreef Jet Marchau onder de titel "Een fantasierijke zoektocht vol heimwee naar 'thuis' een mooie recensie van het boek.
Die lees je nog 's via bijgaande link:


https://blogvandevws.blogspot.com/2026/01/atman-van-bart-moeyaert.html

Een laudatio bij het uitreiken van de VWS-prijs in 2024 lees je hier nog 's na.

Bericht van Jet Marchau

 

vrijdag 10 april 2026

De doden - Hugo Verstraeten

De doden

We sterven ze na. Liggen in hen opgerold.
Ze kleven aan ons als een etiket
waarop afwezig staat.  

Ze schommelen stoelen leeg.
Lopen op hun tenen door het huis.
Praten in hun eentje door elkaar. 

Doden zijn de vormen waarin ze
hebben geleefd. In moegedragen kleren
waarin ze niet meer passen. 

Beitelen hun namen in stenen van weerloze huid.
Leggen zich neer in een slaap die ze veinzen.
Graven naar het licht dat hen breekt.

© Hugo Verstraeten

 

Hugo Verstraeten in Den Hopsack - op 22/9/2024


donderdag 9 april 2026

Still - Hugo Verstraeten

Still

In het huis hangt licht als tegenlicht in vergeelde kaders.
Er is een doorkijk naar de tuin, naar alles wat kan gebeuren
en toch nooit gebeurt. Er zijn weerkaatsingen 

van wat iemand zegt, een geur van koffie die in goudkleur
verandert en alsof iemand haar heeft bedacht een vrouw
die wegkijkt uit het beeld. Geen deel meer is dat haar niet toebehoort. 

Hoorbaar is het craquelé van Venetiaans porselein, het spinnen
van katers. Een kind speelt met de tijd en hapert in het fragment
waarin het schaduwen aait, een half begonnen beweging. 

© Hugo Verstraeten

 

Hugo Verstraeten in Den Hopsack - op 22/9/2024


woensdag 8 april 2026

De honden roken het - Hugo Verstraeten

De honden roken het


dat alles al een geur had van verdwijnen. 
We bestonden uit vergeten, een leven
zonder bewijs 

dat alles wat weg is toch blijft:
het dichtvallen van ogen onder het golfplaten
dak. Het ademen van dieren als een deken 

en dat schrijven een plek is waar niemand
ooit komt. Een talent voor ontbreken wanneer
in de richting van de avond de nachtegalen zwijgen.

 © Hugo Verstraeten

 

Hugo Verstraeten in Den Hopsack - op 22/9/2024


dinsdag 7 april 2026

Over het inventariseren van schilderijen - Hugo Verstraeten

 Over het inventariseren van schilderijen

Was er al een God, dan één 
met vuile handen.

Om dood tot leven te mengen,
vormen te ruilen voor wat vloeibaar was 

en op een zevende dag om te kijken.
Van kou in blauw gehuld tot de woede van rood: 

testament van een onbehagen, een leven
op doek. Een falen dat schitterend was.

 © Hugo Verstraeten

 

Hugo Verstraeten in Den Hopsack - op 22/9/2024


zondag 5 april 2026

Patroon - Steven Van Der Heyden

Patroon
Een kortverhaal van Steven Van Der Heyden

Weer zo’n dag als alle andere, waarin zijn gedachten cirkels draaiden, te stuurloos en zwak om er enige daadkracht uit te filteren. Zijn vijftigste verjaardag lag al even achter hem, maar het wat-als-gevoel dat hem die dag overmande, was blijven plakken. Het beroemde gedicht van Robert Frost indachtig vroeg hij zich af of The road not taken ook voor hem een verschil zou maken. Hoe begon je daar in godsnaam aan? Er moest altijd zoveel. Er waren verwachtingen, af te vinken lijstjes.

Jaren had hij nodig gehad om :zich los te maken van het verlengstuk dat hij voor zijn ouders geweest was. Een aaneenrijging van therapiesessies had hem behoed voor het moeras. Toch voelde hij zich soms een verrader van zijn eigen kindertijd, alsof hij nooit meer terug kon naar iets wat al lang verdwenen was. Het doek over het project dat gezin heette, was immers allang gevallen. Zijn leven zat vastgeroest, alsof hij een bij was gevangen in de foute korf: onrustig, tegen de randen botsend, nergens echt thuis.

Elke ochtend joeg hij de nacht uit zijn lakens en vond troost in de eerste kop koffie, steevast gezet met een Bialetti — the Italian way — en een cigarillo. Met elke uitgeblazen teug liet hij zijn taal nog even leeglopen zonder weerwoord. Het stille schemergebied gaf hem de illusie dat dit een dag kon worden waarin niets schuurde.

Sinds de pandemie stond hij voor de klas. Het lokaal was een toevluchtsoord geworden, al had hij de laatste tijd meer en meer het gevoel dat het hem slechts herbergde, zonder hem écht te kennen. Een toneelstuk waarin iedereen zijn rol speelde, en waarin het slechts een kwestie van tijd leek voordat zijn naam van de affiche zou verdwijnen.

Die ochtend liep de les stroef. Hij worstelde met zinnen die zich niet lieten plooien, alsof de taal zich verzette tegen zijn stem. Terwijl hij door de klas liep, stak een leerling zijn hand op.

‘Meneer,’ vroeg de jongen, ‘denkt u dat één keuze iemands leven echt kan veranderen?’

Hij bleef stokstijf staan. De jongen had zijn hand alweer laten zakken, maar bleef hem aankijken, alsof hij het antwoord nodig had om verder te kunnen. In die paar seconden voelde hij hoe de klas hem voor het eerst die dag werkelijk zag. Niet als docent, maar als iemand die geacht werd iets te weten wat hij zelf nooit had uitgezocht. De stilte die volgde leek zwaarder dan elk antwoord dat hij kon geven. Uiteindelijk zei hij iets banaals over wegen die je kunt inslaan, maar de woorden klonken hol, zelfs in zijn eigen oren. De jongen knikte beleefd, niet overtuigd. Dat knikken bleef hem bij.

De rest van de dag keerde de vraag terug als een refrein. Op de gang, in de leraarskamer, zelfs in de supermarkt, waar hij gedachteloos brood en melk pakte. Alsof de woorden hem achterna liepen. 

’s Avonds zat hij weer thuis, cigarillo in de hand. De rook trok kringelend op, vluchtig en vormloos, net als zijn dagen. Voor het eerst in lange tijd voelde hij niet alleen de zwaarte van het patroon, maar ook het besef dat er misschien een barst in zat. 

Hij dacht aan de vraag van de leerling. Misschien was het antwoord ja. En misschien was het al begonnen, daar, tussen twee lessen in.

© Steven Van Der Heyden 


Van Steven Van Der Heyden weten we dat hij als dichter heel regelmatig zijn horizon probeert te verleggen en de bodem van zijn dagen te halen. Dat doet hij sinds enige tijd ook via het schrijven van kortverhalen. 

Meer over de kortverhalen van Steven lees je via de rubriek op zijn website: 

Rubriek Kortverhaal op de site van Steven Van Der Heyden

Website Steven Van Der Heyden

Foto: S.V.D.H tijdens "This obscure Object"
24/9/2023