Posts tonen met het label Frank De Vos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frank De Vos. Alle posts tonen

zaterdag 15 oktober 2016

Blauwe romantiek en zakelijke ontroering

Recensie: Erick Kila over 'Verdwaalpalen' van Frank de Vos

Frank de Vos (Antwerpen, 1956) is een speciaal geval in de Vlaamse letteren. You either love him or you hate him. Zou er een middenweg zijn? Misschien wel.
De Vos spreidt in zijn poëzie, maar ook in zijn proza en muziek, een romantisch levensgevoel ten toon dat je niet snel in de Noordelijke Nederlanden zult aantreffen. Hij houdt van het brede gebaar en haalt (in citaten) graag de groten uit de literatuur aan. In ‘Verdwaalpalen’, Belijdenissen in blauw is het niet anders. Heine, Michaux, Mallarmé, Cioran etc.: zij maken met een frase of regel deel uit van De Vos’ brede sensitief-poëtische verkenningen. Toe maar, denk je dan. Hoe zal dat uitpakken?
Nou, dat valt eigenlijk wel mee. Je kunt - ook als liefhebber van het kleine en ingeklonken geluid - gewoon je eigen weg volgen in het uitgewaaierde innerlijk van deze dichter.
Zoals in de vorige bij uitgeverij P verschenen bundel (Twijfelaars in bloei) is de reactie op ziekte en dood van zijn moeder een belangrijke drijfveer achter de gedichten van De Vos. Hij belijdt/verwerkt in verzen en in poëtische notities. Als een echte romanticus vlucht hij. En dan is het verleden een bruikbare aanlegplaats om te verwijlen. Het openingsgedicht ‘Verdwaalpaal’ maakt duidelijk dat dit herkenningsteken voor kinderen op het strand ook staat voor de houvast die de dichter heeft aan de herinnering. Zonder de herinnering raak je los van het vertrouwde en het zuivere. De (herinnerde) moeder is natuurlijk voor eeuwig een baken, een verdwaalpaal, als je de weg letterlijk en figuurlijk kwijt bent of kwijt dreigt te raken.

Wij zien een foto van de dichter als kind (petje, shawltje, schepje), gezeten naast een hoopje zand.

Zie mij aan het water, een kind aan zee met natte blik,
gescherpt met een naam als verdwaalpaal voor het latere,
een anker dat werd gelicht. (…)


Is het verleden een vlucht of een voorwaarde? De romanticus De Vos benut het voorbije als een krachtcentrale.

Kauwen op het verleden, deskundig, beslagen. Een verleden veilig
opgeslagen in de zekerheid van een fotoalbum: een wenteling in een
warm vuur vluchtend tussen hout en as, in ademnood langsheen een
voorbije eeuw. Elke foto, een soeverein gevecht tegen de kale hia-
ten, tegen het jicht van vergeten. (…)


De afwisseling van gedichten met in prozavorm gegoten innerlijkheden komt nergens geforceerd over. Het gedicht stroomt soepel over in de gedachte en omgekeerd. Als lezer zit je wat te zitten aan deze stroom van taal en gevoel. En net als je denkt ‘pfew… mag het een onsje minder’ gebeurt er iets. Je wordt je bewust van de stille werveling die door de romaneske woordenvloed is losgemaakt. Zij hangt plotseling om je heen als iets vanzelfsprekends. Het is je eigen verleden, voor even los gemaakt door De Vos’ dwingende taalimpulsen.
De dichter is op zijn best als hij bijna achteloos een zinnetje neerlegt.

(…) Eeuwigheid, wat een vermoeiende gedachte.

In zo’n regel zit alle onontkoombaarheid, maar ook alle zin van de dood. Tussen het aangezette drama van aftakeling, ziekte en het onvermijdelijke slotakkoord vind je dan ook opeens een losstaande regel als:

Ben ik een goede moeder geweest?

Dit zegt veel, zo niet alles. Heel het mysterie van verlies, vertrouwdheid en troostende herinnering vat De Vos samen in deze geciteerde vraag.
Als je een bundel op verschillende manieren waarachtig kan doorkruisen, is de dichter er in geslaagd een domein te scheppen voor de gedachte. Alleen al daardoor ‘staat’ deze bundel.

Wanneer je geen vleugje reserve bespeurt, geen mespuntje van hoe
je zou moeten zijn, geen rancune en wrok, geen achterdocht, geen
twijfel, geen afwijzing maar de absolute en exclusieve aanvaarding
van wie je bent, hoe je bent.


De moederziel kan zich goed openbaren in zakelijk constaterende regels.


Verdwaalpalen, Belijdenissen in blauw, Frank de Vos, Uitgeverij P, Leuven, 2016, ISBN 978-94-92339-12-6


© Recensie: Erick Kila


Extern:
Website Frank de Vos

vrijdag 4 september 2015

Recensie Frank De Vos van "Mon van Marja van Jef"

Ironie is ernstiger dan de ernstigste serieus

Auteur Will Jensen ( Berchem, 24.11.1944) studeerde talen in Antwerpen, London, Freiburg en Göttingen. Na een loopbaan in de reclamewereld, vestigde hij zich als
freelance-journalist. Sinds 2009 legt hij zich toe op het schrijven van fictie en non-fictie. (1)
Will Jensen is een meester-ironicus. Op facebook post hij dagelijks zijn onderkoelde pittigheden. Hij plaatst deze voetzoekers als een werkloze pedicure: ‘Topless zonnen is een bijna- bloot- ervaring.’
’Schat, ik heb goed en slecht nieuws. Het goede is dat de airbag werkt.’
‘Vroeger gingen we naar de knoppen. Dank zij de afstandsbediening kunnen we blijven zitten.’
‘Een pizza laat ik in vier snijden. Zes stukken krijg ik niet op.’
‘Statistieken tonen aan dat tienerzwangerschappen dalen na de leeftijd van 25.’
‘Na een paar glazen wijn werd de premier cru.’
‘Er zijn mensen die alles weten maar meer ook niet.’
‘Statistieken bevestigen dat hoofdpijn het meest gebruikte voorbehoedsmiddel is.’
‘In zijn voordracht haalde E. Vermeersch vrij zinnige argumenten aan.’

Het zijn maar enkele voorbeelden uit de eindeloze reeks van een zachte observator die bijwijlen – O Tempura, O Morse - met een maatschappijkritische glimlach op de lippen de wereld bekijkt. In “Het Groot Citatenboek van de 21ste Eeuw” van Gerd de Ley staat hij naast Harold Pinter, Alexander Solzjenitsin en Gerrit Komrij. (2)

Sterven? Dat is het laatste wat ik doe!

Mon van Marja van Jef is een persiflage op het Nieuw Testament.(3) Als vurig vrijzinnige kon hij het niet laten om de geschiedschrijving eens door een andere bril te bekijken. Het werd een sappige parodie die je van bij het begin op sleeptouw neemt. Telkens als je denkt dat je weet waar het verhaal naartoe gaat, slaat het een onverwachte weg in. Het verhaal situeert zich in Palestina dat gebukt gaat onder de brutale Romeinse bezettingsmacht aan het begin van onze tijdrekening. Voor zijn knipoog naar het huidige Israëlisch-Palestijns conflict gebruikt hij doelbewust anachronismen.
Alles draait rond Mon (Simon), de broer van Sus (Jezus). Als Sus al veertig jaar dood is, krijgt de bejaarde Mon het bezoek van Mark (Marcus). Die wil de biografie van de overledene schrijven. Als echter blijkt dat het relaas van Mark weinig of niets met de waarheid te maken heeft, besluit Mon om zelf het hele verhaal neer te pennen. Helaas wordt die schrijfmarathon hem fataal.

In een geestige, smeuïge taal laat Will Jensen de lezer kennis maken met Jef (Jozef), Marja (Maria), Magda (Magdalena) en Dasj (Judas) — om maar enkele protagonisten te vermelden — maar ook met de Platte Berg, het Zuipend Zwijn, de Zusters van Liefde en de Bende van de Bruine Gang.

De kracht van ironie.
‘Ironie is ernstiger dan de ernstigste serieus’, gaf ik als ondertitel mee. In dit boek bevestigt Will Jensen dit onvolprezen talent. Het roept eveneens herinneringen op aan het 'Het eerste mirakel van het kindeke Jezus', één van de Obscene Fabels van Dario Fo ( Nobelprijs Literatuur 1997), ooit meesterlijk vertolkt door Jan Decleir. Mon van Marja van Jef is geschreven in het sappige Antwerps dialect. Zoals elke Antwerpenaar is Will Jensen een gentleman. Ten behoeve van Antwerps-onkundigen stelde hij dan ook een glossarium, een verklarende woordenlijst ter beschikking.. Voor deze vlotte en lollige parodie verdient hij de titel doctor humoris causa. En volgens hardnekkige geruchten mogen we binnenkort een theaterversie van het verhaal verwachten.

©Frank De Vos

(1) Van Will Jensen verschenen: 24 Bv’s over erotiek (2009), God of noppes (2011), Geld&Glamour (2012), Naakt als harnas (2014)
(2) Het Groot Citatenboek van de 21ste Eeuw, Gerd de Ley, Lannoo, 315 blz ISBN 9789020987980, 19.95€
(3) Mon van Marja van Jef, Will Jensen, 144 blz, uitgave in eigen beheer, zonder ISBN 19.95€, verzendkosten inbegrepen. Te bestellen door storting van 19.95€ op rek.nr BE 04979379612131 op naam van Will Jensen, 2100 Deurne met vermelding van uw naam en leveringsadres.


zaterdag 18 juli 2015

Helena in Pompeï, Johan Teirlinck: Ultieme soberheid uit het onderbelichte

Recensie: Frank De Vos

Helena in Pompeï is de nieuwe roman van Johan Teirlinck (Kraainem, 19.4.1960). (1)
Hij studeerde Germaanse Filologie, Filosofie en Literatuurwetenschappen. Hij is docent, regisseur, en dichter. Hij schrijft filmscenario’s, theaterteksten, romans en essays.(2) Met sober, poëtisch proza bevestigt hij in Helena in Pompeï opnieuw zijn opmerkelijke stijl. In 2012 schreef ik over ‘Van hier tot aan de brug’, zijn vorige roman: “De korte, heldere zinnen zonder een overdaad aan adjectieven knacklauten, hameren en zorgen voor een daverend staccato-effect. Indringend…”. Ook in Helena in Pompeï blijft dit onverminderd van kracht. (3)



Ze wou iets – sterk en van een groot vuur afgescheurd… Met Borgas maakte ze afspraken voor het leven… Drie meisjes.

Helena in Pompeï is het liefdesverhaal van de dromerige Helena en de eenvoudige Borgas. Het ontwikkelt zich in dertien delen waarin gedichten met proza alterneren. Zijdelings figureren Valentin, Dimitriurk, Elvira,en Balger Kahn, die op hun beurt hun weg in het leven zoeken. Deze roman gaat over verwachtingen en desillusies, over verlies en terugvinden, magneten die elkaar afstoten en aantrekken: Alles wat verloren
is. En wat gebleven is. Tijd en verlies. Nu en later. Over het leven en afscheid nemen.
Wanneer Helena de leegte rondom haar voeten niet meer aankon en ze naar Pompeï vertrekt, een plaats die haar verbeelding had geprikkeld, volgt de catharsis. Na haar terugkomst vindt zij Papier. Met woorden. Van Borgas. Over zijn nu naar haar toe. Het romantische gedicht ‘Zeg haar niet’ met Een boodschap over tijd en ruimte heen, dringt uiteindelijk door haar pantser: Zeg haar // niet // dat ik van haar hou // en in haar bed // wanneer ze weg is // de vormen van haar lichaam // met één vinger // teken … zeg haar niet // dat ik in wind // die in bomen klimt // haar stem plots hoor // die mij vertelt // dat alles goed is // samen… dat als de nacht gevallen is// en de muren van ons huis // spreken gaan // haar geur in elke lade // haar schaduw in elke kast // haar naam op alle muren // staat gekrast… // en haar mooie benen // mijn wereld vullen // wanneer ik vanop een afstand // stiekem naar haar kijk…// zeg van de afgrond // niets // aan niemand // de afgrond // tussen haar en mij // de angst // dat ik erin verdwijn // en niets mag houden // van ons… // als je haar ziet // beperk je tot een lied… // bespreek de wereld niet… // maak bochten rond verdriet… // laat beek en wind en huis // vertellen // dat ik van haar hou // maar zeg het niet // als je haar ziet.

‘Zij waren gedoemd elkaar tegen te komen’

“Helena in Pompeï’ is verre van opbeurende literatuur en de filosofische ondertoon vergt van de lezer een inspanning. Teirlinck schildert de existentie soms op het cynische af: “Vertrouwen, onwetendheid als voornaamste wapen…Het leven als een onwaarschijnlijke kramp… Op de zinloosheid van diep witte sneeuw… Seks verzonnen door hormonen en demonen… Pogen een beter inzicht te krijgen op de diepe zinloosheid…, vechtend tegen het nu… Nu is een dief// hij geeft en neemt // wat we hebben, mogen we niet houden…”

‘Teirlinck weet als geen ander de stotteraars, die wij allen zijn, een stem te geven… zodat hun wanhopige pogingen om alles een betekenis te geven een oefening wordt in magistraal stamelen’ staat er op de achterflap te lezen. Dit ‘magistraal stamelen’ kan ik alleen maar bevestigen. Het is ronduit Indrukwekkend!

Tijdens het lezen moest ik aan twee dingen denken nl. “de onvolmaaktheid – zonder welke men / niet ademen, niet leven kan”, een vers uit ‘Afscheid’ van Maria Vasalis en dank zij het uiterst afgemeten taalgebruik aan de staalblauwe, afstandelijke pen van Ferdinand Bordewijk.

Ik dien nog aan te stippen dat het boek prachtig werd geïllustreerd met tekeningen en schilderijen van Maria Swinnen.


© Frank De Vos


(1) Helena in Pompeï Deystere uitgeverij, 225 pg, ISBN 9789079666171, 24.95€

(2) Bibliografie Johan Teirlinck:

Het actuele denken: de mentale ruimte, contaminaties en serendipiteit, eerste uitgave Acco- herdruk Deystere uitgeverij, 135 pg, ISBN 9789079666072, 19,95 euro
De wereld voor beginners: over de wereld die we dromen en waarom we hem niet willen (2010)eerste uitgave Colibro, herdruk Deystere uitgeverij, 102pg, ISBN 9789079666089, 9,95 euro
Branes: een toneelstuk (2008), Deystere uitgeverij, 58 pg, ISBN 9789079666034, 7.95€
Schitterend Werk (gedichten)(2008), Deystere uitgeverij, 70 pg, ISBN 9789079666027, 11.95€
Van hier tot aan de brug (roman)(2008), Deystere uitgeverij, 150 pg, ISBN 9789079666010, 19.95€
Tennis, het mentale verhaal: ideeën over tennis, je tegenstander, jezelf en je leven (2012), Deystere uitgeverij, 232 pg, ISBN 9789079666102, 19,95€

(3) Frank De Vos over 'Van hier tot aan de brug'

(4) Nuttige Links:
www.johanteirlinck.be
www.deystere.be


donderdag 28 mei 2015

Bidden om verboden vruchten

De autobiografische fictie van Bart Stouten – Recensie Frank De Vos

Bart Stouten debuteerde als prozaschrijver in 2009 met Het ware Eden. Beminde Eilanden verscheen in 2011 en Kersen eten om middernacht in 2013. (1) In mijn jaaroverzicht ‘2013 eigenzinnig in boeken’ stond: ‘Kersen eten om middernacht van Bart Stouten las ik met de spreekwoordelijke ‘stijgende verbazing’. Het is een cliché, ik weet het. Maar voor mij is het zijn opus magnum (tot nu toe) met intiem als het kernwoord. Het is een polyfone ode aan muziek waarmee zijn leven is verbonden. En wat een stijl! In een taal van fijn gekloste kant werd zijn verleden er doorheen geweven.’ (2) Kersen eten om middernacht werd met de Grote Inktslaaf Literatuurprijs 2013 bekroond.

In bidden om verboden vruchten is Kaius de hoofdfiguur. In zes hoofdstukken met evenveel alternerende passages in cursief ontspint het verhaal dat begint in 1964 en tot in 1975 rolt. In het voorwoord verantwoordt Kaius (de verteller), het afscheid van zijn ‘Ik’: Het tijdperk van zijn imperialistische Ik was voorbij. Die makke Ik was een woord op drift… In tegenstelling tot Kersen eten om middernacht is dit boek in de hij-vorm geschreven.

Kaius zit geklemd tussen zijn gelovige, en praktiserende grootmoeder, de navelstreng tussen Kaius en het Katholiek verleden van Vlaanderen en het uitgesproken
atheïstisch socialisme van zijn moeder. Slechts zijdelings, pas op het einde duikt de vaderfiguur uitdrukkelijk op, een liefhebber van motorcross die met Joël Robert ging motorcrossen. Wanneer hij ophoudt met bidden begint het geloof van Kaius: bidden was verworden tot het kreunend gezang van een sputterende oude motor die alleen de dood kon stilleggen. Hij lapt het kerkverbod van moeder aan zijn laars en gaat te biecht. Na het bezoek van de pastoor bij zijn moeder aan wie hij de ‘heel intieme kracht van Kaius geloof toelicht, krijgt hij . omwille van zijn morele muiterij een ‘Darwin-therapie’, en L'Évolution créatrice van Henri Bergson, spannender dan God, toegestopt: En daarmee werd God pas echt een verboden vrucht. Dank zij deze ontluizingstrategie van Mama krijgt zijn geloof een enorme boost. Onder invloed van zijn tante Jozefina – Proustiaanse madeleines zijn ook hier aanwezig- verandert Kaius godsbeeld van strenge opperrechter naar een abstracte grootheid, verlangen, verrukking of twijfel. Het klein icoontje dat hij van zijn tante ontvangt wordt zijn talisman en in 1974 neemt hij dit mee naar Ecuador. Hij gaat er op excursie met een indiaan en ternauwernood ontsnapt hij aan de verdrinkingsdood. Borgloon is zijn biotoop met het lichtjes hautaine, niet razend originele ouderlijk huis in een saai-moderne wijk, de stoomstroopfabriek: een legendarisch suikerwalhalla, zijn clandestiene trektochten, de liefde voor zijn piano alsof hij er verkering mee heeft, de dampende stoomtreinen. Anna of Anneke verschijnt met licht astrante blik… die hem op de rand van verliefdheid bracht. Op haar achteloze ‘ oké’ knapt hij af. Kaius ontmoet een Lennon-Christus, een metaherder die verder leeft in zijn opgewarmde fantasie. Een doos met brieven en ansichtkaarten die hij zijn oma verstuurde toen hij 12 was, roepen herinneringen op aan de astma-verdrijvende therapie met zijn ouders in Zwitserland. waar hij een ontmoeting heeft met een jonge Japanner die op zijn gitaar een fuga van Bach speelt. Iets raakt hem wat hij nauwelijks kan bevatten en waarvoor elk woord als de muts op een kaars zou lijken. Deze Japanner wordt de Ideale Vriend waardoor Kaius herhaalde malen Japan zal bezoeken. Anneke droomt ervan om danseres te worden en onverschrokken onthult ze de herenliefde van Kaius. In zijn klas wordt hij als ‘een flikker’ gestigmatiseerd. Hij was een gevallen engel, een gay angel die tiranie en chaos niet op een afstand kon houden. Anna stelt hem voor aan haar vriendje André, de zoon van mijnheer Jeaumot, zijn leraar zedenleer. Door zijn pianospel maakt Kaius indruk. Voor André weet hij zijn verliefdheid te onderdrukken. Hij ontdekt dat deze samen met ‘Duivel ’Wolfram er een handeltje in vervalste iconen op nahoudt. Met Duivel trekt hij naar een klooster in het Bretoense Loudihan. Door Wachten op Godot, de rijke onder-waterwereld in Becketts ideeënaquarium valt Lucky, de gastenmonnik door de mand.

Het zonlicht was gul, maar ook zacht. In de verte klepperden de ooievaars hun stille heroïek van zwangerschap en geboorte. Kaius had het nest verlaten. Het fris gewassen linnen geurde als nooit voorheen. De ontknoping zal men zelf moeten lezen. Daarom heb ik de samenvatting als een decrescendo afgebouwd.

Ja, hij had ook een muzikaal bestaan.

Op het einde van elk hoofdstuk slepen de passages in cursief de lezer naar een apart verhaal. Kaius begeleid en verantwoordt zich. Ze lezen als een annotatie bij het grote verhaal. Muziek speelt een beslissende rol en is het Leitmotiv in Kaius’ leven: Hij ontdekt oude Byzantijnse zangen, op de Nederlandse VARA de muziek van de sociaal bewogen Kurt Weill, een favoriet van zijn moeder waardoor haar socialisme eindelijk eens ontsnapte aan de laagvliegende dooddoeners van de één-meistoet, Hij beluistert Paul Hindemith en Claude Debussy. Zijn oma deed haar duitje in de zak bij de muzikale opvoeding van haar kleinzoon…de grote Bach die Kaius’ favoriet zou worden. Hij drong Bachs geest binnen zonder zich verplicht te voelen daar langer te verwijlen dan zijn redelijk beknopte contrapuntkennis hem toeliet. Tijdens zijn reis naar Ecuador ontdekt hij op oude langspeelplaten de fusiemuziek tussen de ingevoerde Spaanse barok en inheemse ritmes en melodieën, net zoals Bach in zijn muziek zangerige invloeden uit Italië en danselementen uit Frankrijk integreerde. Volgen dan Vivaldi, Corelli, Bartok, The Doors ,The Beatles, Eric Satie, John Cage enz. Kortom een musicologisch overzicht van Kaius’ voorkeuren. De wijze waarop hier de muzikale passages worden beschreven is ronduit indrukwekkend. Ze getuigen eveneens van een markante eruditie.

‘Ik heb maar een klein beetje gelogen’

Zowel op 6 mei in Reyers Laat als tijdens de voorstelling van het boek op 21.5 2015, verklapte hij deze ‘spoiler’. Vandaar ‘autobiografische fictie’ als ondertitel. Kaius is Stouten’s alter ego. Hierdoor kan men als lezer onmogelijk afstand nemen van deze dichter en gezegend radiomaker. Ik las het dan ook als een vervolg op Kersen eten om middernacht.

Met zijn verwijzing naar klassiek humanioramateriaal zoals Bergson, samen met Theillard de Chardin een icoon van godsdienstlessen, Mao’s Rode Boekje, Dostojevski, Demosthenes, T.S.Eliot en Beckett, de hypes uit die tijd: Mei 68, The Beatles, repressieve tolerantie (Marcuse) of de hete zomer van 1975, schetst Bart Stouten een treffend sfeerbeeld van het tijdsgewricht dat eveneens het mijne is. Het is herinneringsproza, belijdenissen in terugblikken die zoals Kersen eten om middernacht met zo een sierlijke intensiteit zijn geschreven dat ik geen adequate adjectieven kan vinden om mijn weemoedig leesgenot te schilderen. Het is weerom een stilistisch pareltje zonder nutteloze acrobatie, een voorbeeld van ragfijne esthetiek. Erotiek benadert hij heel suggestief en zonder het aftands en oubollig schokeffect van auteurs die vandaag hun pen nog steeds niet achter hun rits weten te houden, met strelingen die door de stilte reisden met de schemering van een andere liefde, een samengebalde massa gevoelens….afkomstig van onbekende liefdes, liefdes voor jongens zoals André en Duivel.

In mijn studeerkamer staat zijn proza naast Elias van Maurice Gilliams, In en uit het paradijs, en Van School van Benno Barnard, Zestig van Ingrid Vande Veken, en Souvenirs van Lucienne Stassaert. Hij blijft mijn bewondering strelen.

Wij hebben beslist een toekomst, Anna en die begint bij een onuitwisbaar verleden. Deze zin neem ik mee naar mijn wachttoren op uitkijk naar het vervolg van de spirituele zoektocht van de ‘latere’ Bart Stouten.

© Frank De Vos

Bart Stouten, Bidden om verboden vruchten, 382 blz, Vrijdag ISBN 9789460013348 19.95€

(1) Bart Stouten, Het ware Eden, 160 blz ,Uitgeverij Averbode. ISBN 9789031727285. 15.50€
Bart Stouten, Beminde eilanden, 224 blz ,Uitgeverij Averbode ISBN 9789031732760. 24.95€
Bart Stouten Kersen eten om middernacht , 299 blz, De Bezige Bij Antwerpen. ISBN 978-90-854-25045. 19.95€

(2) Frank De Vos: 2013 eigenzinnig in boeken


dinsdag 21 april 2015

Ars moriendi - Frank De Vos

La vie est une maladie mortelle, Cioran


Nog eenmaal in een lucht van licht, in een kort verblijf
met enkele kleine letters, meer bepaald in twee zoals
in ‘Gij’ die nu aan zwarte nectar likt.

Als wuivend koren, warm van te baren brood rijpt
in mij dat woord waarin ik ooit met u moet wonen.
In deze nacht, merkwaardig zacht suddert het in mijn inkt
als een wervelende kwaal die zich nooit laat uitzieken.

Met niet alleen de dauw sluit ik dan de luiken
maar met luttele woorden, gutsend uit mijn mond,
met ‘leg me laat me’ in mijn handen voor de dag
die zal ontbranden, een driest en dreigend vergezicht.


© Frank De Vos


maandag 20 april 2015

Pizza Alla Puttanesca - Frank De Vos

Van de tijd schraapten we de finale uren, van de
pizza de ontpitte stilte van olijven, hoeren mals en zwart.

Wij prikten tussen iets en niets in het laatste maal
dat werd bereid en waarmee wij onze woorden blusten.
In onze mond doezelde als vanouds wat er nog was.

En van lieverlee vergleed het heden dat aan
mijn lippen blijft kleven: de verleden brandlucht
van een broer, die nu postuum is , die ik nooit had.


© Frank De Vos


zondag 19 april 2015

Vertel me - Frank De Vos

22.1.2015 Expo over Charlie Hebdo geannuleerd


Vertel me,
hoe de letters met kleffe, lege bek er weer stonden,
met buikloop in een broek vol luiers op de loop.

Vertel me,
hoe stil de waarden weer verstomden, opgejaagd in
verfrommeld papier op weldenkende lanen.

Vertel me sierlijk zonder schietlood in de hand
Vertel me om niet te moeten noemen

Vertel me,
hoe in een vale schijn het stoere: ‘Je suis Charlie ‘ stierf,
hoe tussen woord en daad de huichel blonk.


© Frank De Vos


Opgedragen aan ‘The yes, but-brigade’, Salman Rushdie.