Eerste prijs 'Tactiele Beeldentuin' voor ‘Aphrodisias’ van Piet Deryckere
Verslag van de jury.
‘Ze hebben die jongen een beeld ingedreven’, het zou een regel van de grote Griekse dichter Konstantinos Kavafis kunnen geweest zijn, maar nee het is de eerste zin van het bekroonde gedicht ‘Aphrodisias’, geschreven door Piet Deryckere waarmee hij de eerste prijs behaalt van deze poëziewedstrijd met als thema de tactiele beeldentuin van het Wit Huis. Voor ons ligt er een gedicht dat af is: geen woord te weinig, geen letter te veel. Vooral dat laatste is iets waaraan veel dichters zich schuldig maken en zich heel zeker in deze wedstrijd schuldig hebben gemaakt.
Het bekroonde gedicht is een subtiel spel tussen woord en beeld, eenvoudige woorden voor eenvoudige beelden, en toch, dit is juist de kracht ervan: met weinig woorden een hele wereld suggereren, een wereld die de dichter ervoer bij het visueel aanraken van de beelden uit de beeldentuin. Schoonheid ervaren vraagt tijd, veel tijd voor een tijdloze contemplatie. Dit gedicht straalt een rust uit, waarbij tijd geen rol meer speelt, ver van alle haast. Van sfeer scheppen gesproken!
De laatste twee regels zijn ijzersterk, zeker in hun contrast: ‘heb er twintig eeuwen over gedaan’ en dan na een eeuwen omspannende ellips, het ontwapenende: ‘zo mooi lag hij daar’. Zo mooi is ook dit gedicht.
© Bart Madou
Aphrodisias
ze hebben die jongen een beeld ingedreven
als een mummie is hij versteend
heb lang gekeken of hij nog leefde
omwille van zijn fijne neus,
zijn gelaat
alsof hij sliep
heb lang gekeken
in de rust van een antiek beeld
heb er twintig eeuwen over gedaan
zo mooi lag hij daar
© Piet Deryckere
Posts tonen met het label Tactiele Beeldentuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tactiele Beeldentuin. Alle posts tonen
woensdag 4 januari 2017
dinsdag 3 januari 2017
Stilte klinkt als vreemdgaan - Karin Dée
Tweede prijs 'Tactiele Beeldentuin' voor ‘Stilte klinkt als vreemdgaan’ van Karin Dée
Verslag van de jury.
Het gedicht opent krachtig met een verrassende personificatie die trouwens het hele gedicht wordt doorgetrokken: ‘hoe al eeuwen zee en engelen elkaar begluren’. Nee, niet enkel ‘begluren’, maar er volgen nog vier krachtige zelfstandige werkwoorden telkens uit de drie lettergrepen bestaand waardoor een op zwepend ritme ontstaat. Hoe staat er het: ‘begluren, omarmen, afstoten, kielhalen, verraden.’
De zee, niks aardser en universeler en tijdlozer dan de zee. Alle leven ontstond ooit uit de zee. En daar tegenover de engelen. Niets metafysischer dan een engel. Zee en engelen zijn in dit gedicht verwikkeld in een eeuwig soort gevecht, paringsdans, verleiding, schaduwboksen... Concreet en sterk zintuiglijk wordt hier onophoudelijk strijd aanschouwelijk gemaakt tussen de aardse werkelijkheid enerzijds en het metafysische anderzijds. Een strijd die universeel is en van alle tijden, net zoals in ... sprookjes. Ook sprookjes zijn niet gebonden aan één bepaalde tijd en plaats.
Dit is geen sprookje gedrenkt in rozengeur en maneschijn. Er bestaan ook gruwelijke sprookjes. Halloween-erig; duister en dreigend. Hoor maar: ‘Soms doorklieft een bliksem de grauwe massa/van zee en wolken. Voor even maar, al bulderen/zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar. ‘ Wat een originele als-vergelijking! Merk hier ook het eigenzinnig grammaticaal omspringen met voorzetsels op: al bulderen/zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar.
In de laatste strofe luidt het: zee en engelen kunnen niet zonder elkaar. Het aardse en het metafysische kunnen niet zonder elkaar. Het concrete en het abstracte zijn zo onafscheidelijk als de twee kanten van een muntje. Yin en Yang. Jazeker, je mag bij een nieuwe lezing dit gedicht ook lezen als één grote metafoor voor het altijd durende Man-Vrouw-verhaal.
En als het stil is tussen de zee en de engelen, tussen Man en Vrouw, dan klinkt dat zo ongewoon en dreigend dat het in ‘in engelenkoren (klinkt) als uitdagend vreemdgaan. Wat een sterke slotregel! Een voltreffer, een regelrechte oneliner.
O ja, zo je nog iemand kent die twijfels aan het belang van zintuigelijk schrijven schuif die gerust ‘Stilte klinkt als vreemdgaan’ onder de neus. Dit speelse gedicht bestaat niet enkel uit woorden en beelden maar je ziet en hoort en ruikt en voelt het allemaal. En vooral: het smaakt naar meer.
© Daniel Billiet
Stilte klinkt als vreemdgaan
Hoe al eeuwen zee en engelen elkaar begluren,
omarmen, afstoten, kielhalen, verraden.
Met plezier speelt de zee onder één hoedje
met wolken. Kneedt ze tot bochels, kleurt hen
samen met engelen tot prentbriefkaarten.
Soms golft zee gevleugelde wolken aan tot dansen,
tot een ballade van dons, tot lichtgevend botsen.
Soms doorklieft een bliksem de grauwe massa
van zee en wolken. Voor even maar, al bulderen
zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar.
Zee en wolken kunnen niet zonder elkaar. Wolken
en engelen evenmin. Ze ademen samen, eten
en drinken elkaar en zijn al eeuwen elkaars bed.
Stilte klinkt in engelenoren als uitdagend vreemdgaan.
Karin Dée
Verslag van de jury.
Het gedicht opent krachtig met een verrassende personificatie die trouwens het hele gedicht wordt doorgetrokken: ‘hoe al eeuwen zee en engelen elkaar begluren’. Nee, niet enkel ‘begluren’, maar er volgen nog vier krachtige zelfstandige werkwoorden telkens uit de drie lettergrepen bestaand waardoor een op zwepend ritme ontstaat. Hoe staat er het: ‘begluren, omarmen, afstoten, kielhalen, verraden.’
De zee, niks aardser en universeler en tijdlozer dan de zee. Alle leven ontstond ooit uit de zee. En daar tegenover de engelen. Niets metafysischer dan een engel. Zee en engelen zijn in dit gedicht verwikkeld in een eeuwig soort gevecht, paringsdans, verleiding, schaduwboksen... Concreet en sterk zintuiglijk wordt hier onophoudelijk strijd aanschouwelijk gemaakt tussen de aardse werkelijkheid enerzijds en het metafysische anderzijds. Een strijd die universeel is en van alle tijden, net zoals in ... sprookjes. Ook sprookjes zijn niet gebonden aan één bepaalde tijd en plaats.
Dit is geen sprookje gedrenkt in rozengeur en maneschijn. Er bestaan ook gruwelijke sprookjes. Halloween-erig; duister en dreigend. Hoor maar: ‘Soms doorklieft een bliksem de grauwe massa/van zee en wolken. Voor even maar, al bulderen/zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar. ‘ Wat een originele als-vergelijking! Merk hier ook het eigenzinnig grammaticaal omspringen met voorzetsels op: al bulderen/zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar.
In de laatste strofe luidt het: zee en engelen kunnen niet zonder elkaar. Het aardse en het metafysische kunnen niet zonder elkaar. Het concrete en het abstracte zijn zo onafscheidelijk als de twee kanten van een muntje. Yin en Yang. Jazeker, je mag bij een nieuwe lezing dit gedicht ook lezen als één grote metafoor voor het altijd durende Man-Vrouw-verhaal.
En als het stil is tussen de zee en de engelen, tussen Man en Vrouw, dan klinkt dat zo ongewoon en dreigend dat het in ‘in engelenkoren (klinkt) als uitdagend vreemdgaan. Wat een sterke slotregel! Een voltreffer, een regelrechte oneliner.
O ja, zo je nog iemand kent die twijfels aan het belang van zintuigelijk schrijven schuif die gerust ‘Stilte klinkt als vreemdgaan’ onder de neus. Dit speelse gedicht bestaat niet enkel uit woorden en beelden maar je ziet en hoort en ruikt en voelt het allemaal. En vooral: het smaakt naar meer.
© Daniel Billiet
Stilte klinkt als vreemdgaan
Hoe al eeuwen zee en engelen elkaar begluren,
omarmen, afstoten, kielhalen, verraden.
Met plezier speelt de zee onder één hoedje
met wolken. Kneedt ze tot bochels, kleurt hen
samen met engelen tot prentbriefkaarten.
Soms golft zee gevleugelde wolken aan tot dansen,
tot een ballade van dons, tot lichtgevend botsen.
Soms doorklieft een bliksem de grauwe massa
van zee en wolken. Voor even maar, al bulderen
zee en donder als gewonde reuzen op tegen elkaar.
Zee en wolken kunnen niet zonder elkaar. Wolken
en engelen evenmin. Ze ademen samen, eten
en drinken elkaar en zijn al eeuwen elkaars bed.
Stilte klinkt in engelenoren als uitdagend vreemdgaan.
Karin Dée
zondag 1 januari 2017
Broedsel - Erika De Stercke
Derde prijs 'Tactiele Beeldentuin' voor ‘Broedsel’van Erika De Stercke.
Verslag van de jury.
In het gedicht ‘Broedsel’ laat de dichter Erika De Stercke de lezer een tactiele tuin in ogenschouw nemen. Of liever nee, de dichter laat de lezer die tuin tactiel in de taal aanvoelen: het is de taal die de tuin zal bevroeden, het is de taal die het gedicht zal broeden.
Het is een merkwaardige tuin: het mos heeft er een bewakingsfunctie. De bomen kunnen er snuiven. Een wankel door scholieren verminkt beeld laat zich bezoeken door ‘vermoeide merels’. Het broedsel van de titel is dat van de eenden die zich in het begin van het gedicht flink onder de struiken stil hielden. Ze waggelen in de laatste strofe met hun donzige jongen naar buiten, het gedicht uit.
‘Broedsel’ is een gedicht dat de eenvoud zelve is. Eenvoud beschikt over een niet te onderschatten en fijnzinnige moeilijkheidsgraad. Vijf onregelmatig en in vrije vers opgebouwde strofen. Elliptische zinnen verzorgen het ritme en het enjambement in de derde (eerste regel) en de vierde strofe (derde regel) zorgt voor een sterk verrassingseffect.
Het gedicht verloopt fris en bijna vrolijk. Maar het vertoont ook ‘een vreemde tinteling rond de mond’ waarmee het gedicht in zijn diepste gelaagdheid toch een gevoileerde soort melancholie vertoont. Is het de melancholie van die vermoeide merels?
Maar voor de rest is het lente. Het kan niet anders: de lente hangt in de lucht van dit gedicht. Het is lente in de taal.
© Alain Delmotte
Broedsel
Op het gras de hond. Eenden onder
struiken. Het mos bewaakt de vijver.
Stilte, een bol van warmte stijgt naar
bomen die pas op het middaguur
ontwaken. Ze snuiven geestdriftig.
In de schaduw, een dame, linkerarm
ontbreekt door puberstreken. Vanop
een wankele sokkel waaien de plooien
van haar gewaden, bevlekt door verf
en vogelresten.
Haar ogen lichten op, zacht en speels,
Een vreemde tinteling rond de mond
Naar bezoekers, rovers of vermoeide
Merels.
Vanuit de struiken donzig nat kleine
Waggelstappen. Fiere moedereend.
© Erika De Stercke
Verslag van de jury.
In het gedicht ‘Broedsel’ laat de dichter Erika De Stercke de lezer een tactiele tuin in ogenschouw nemen. Of liever nee, de dichter laat de lezer die tuin tactiel in de taal aanvoelen: het is de taal die de tuin zal bevroeden, het is de taal die het gedicht zal broeden.
Het is een merkwaardige tuin: het mos heeft er een bewakingsfunctie. De bomen kunnen er snuiven. Een wankel door scholieren verminkt beeld laat zich bezoeken door ‘vermoeide merels’. Het broedsel van de titel is dat van de eenden die zich in het begin van het gedicht flink onder de struiken stil hielden. Ze waggelen in de laatste strofe met hun donzige jongen naar buiten, het gedicht uit.
‘Broedsel’ is een gedicht dat de eenvoud zelve is. Eenvoud beschikt over een niet te onderschatten en fijnzinnige moeilijkheidsgraad. Vijf onregelmatig en in vrije vers opgebouwde strofen. Elliptische zinnen verzorgen het ritme en het enjambement in de derde (eerste regel) en de vierde strofe (derde regel) zorgt voor een sterk verrassingseffect.
Het gedicht verloopt fris en bijna vrolijk. Maar het vertoont ook ‘een vreemde tinteling rond de mond’ waarmee het gedicht in zijn diepste gelaagdheid toch een gevoileerde soort melancholie vertoont. Is het de melancholie van die vermoeide merels?
Maar voor de rest is het lente. Het kan niet anders: de lente hangt in de lucht van dit gedicht. Het is lente in de taal.
© Alain Delmotte
Broedsel
Op het gras de hond. Eenden onder
struiken. Het mos bewaakt de vijver.
Stilte, een bol van warmte stijgt naar
bomen die pas op het middaguur
ontwaken. Ze snuiven geestdriftig.
In de schaduw, een dame, linkerarm
ontbreekt door puberstreken. Vanop
een wankele sokkel waaien de plooien
van haar gewaden, bevlekt door verf
en vogelresten.
Haar ogen lichten op, zacht en speels,
Een vreemde tinteling rond de mond
Naar bezoekers, rovers of vermoeide
Merels.
Vanuit de struiken donzig nat kleine
Waggelstappen. Fiere moedereend.
© Erika De Stercke
zaterdag 31 december 2016
Verlangen verbeeld je
Een verslag van de poëziewedstrijd "Tactiele beeldentuin".
Naar aanleiding van het vijfentwintigjarig bestaan van de tactiele beeldentuin in het Wit Huis (een voorziening voor personen met een visuele beperking) werd er in 2016 een poëziewedstrijd georganiseerd voor een ruim publiek. De bedoeling van de wedstrijd was dat een professionele jury een vijftigtal gedichten zou selecteren (waaruit nog eens een beperkte keuze werd gemaakt en waarvan er drie werden bekroond). De gedichten uit de tweede keuze zouden op affiches worden afgedrukt en op panelen tentoongesteld in de tactiele beeldentuin van het Withuis in Loppem.
Het thema was vrijblijvend, met dien verstande dat de deelnemers op de hoogte waren dat hun gedicht kans maakte om tentoongesteld te worden.
De jury bestond uit Alain Delmotte, Bart Madou en Daniel Billiet.
Alain Delmotte (1957) is medewerker aan de schaal van Digther. Op 25 februari 2017 verschijnt zijn nieuwste dichtbundel "Warhoofds Gekkenwerk" bij uitgeverij Stanza.
Bart Madou (1950) heeft een palmares aan prijzen en publicaties op zijn naam staan. Hij is dichter, romanschrijver en plastisch kunstenaar. Oprichter en voorzitter van culturele & literaire kring Het Beleefde Genot vzw in Zedelgem. Meer info via deze link bij Het Beleefde Genot.
Daniel Billiet (1950) is dichter, jeugdauteur en poëziecriticus met grote faam. Meer info op de Wikipedia-bladzijde van de auteur. Een nieuwe dichtbundel is voorzien voor 2017.
De komende dagen publiceren we in drie afzonderlijke berichten de winnende gedichten voorafgegaan door het juryverslag dat bij de gedichten hoort en verzorgd werd door telkens een jurylid. De bekroonde dichters waren Piet Deryckere, Karin Dée en Erika De Stercke.
Er waren een hele reeks genomineerden: Patrick Cornillie, Cora de Vos, Luc C. Martens, Janne van der Leer, Luc Vandromme, Anneke Wasscher, Pascale Wouters, Jacob Bisschops, Inge Boulonios, Anna Crevits, Veerle De Ketelaere, Joris Denoo, Derlet Marie, Ann Dewulf, Hilde Habing, Zomers Julian, Mél nd Langeveld, Patsy Lestabels, Marieke Maerrevoet, Suzanne Neutkens, Leen Pil, Robin Roefs, Tibo Roekaerts, Tobias Santens, Kerstin Schepers, Anke Senden, Bennie Sieverink, Wicky Steevensz, Hedda Treffers, Elfi Vandenabeele, Jan Vanmeenen, Bout Vercnocke.
Alle gedichten werken verzameld in een bloemlezing ’Verlangen verbeeld je’ uitgegeven door het Wit Huis, Rijselsestraat 13, 8210 Loppem. De bundel is aldaar te verkrijgen en is ook te bestellen bij de drijvende kracht achter dit project Geert Viaene Te mailen via geert punt viaene ad live dot be
(Bericht van de redactie)
Naar aanleiding van het vijfentwintigjarig bestaan van de tactiele beeldentuin in het Wit Huis (een voorziening voor personen met een visuele beperking) werd er in 2016 een poëziewedstrijd georganiseerd voor een ruim publiek. De bedoeling van de wedstrijd was dat een professionele jury een vijftigtal gedichten zou selecteren (waaruit nog eens een beperkte keuze werd gemaakt en waarvan er drie werden bekroond). De gedichten uit de tweede keuze zouden op affiches worden afgedrukt en op panelen tentoongesteld in de tactiele beeldentuin van het Withuis in Loppem.
Het thema was vrijblijvend, met dien verstande dat de deelnemers op de hoogte waren dat hun gedicht kans maakte om tentoongesteld te worden.
De jury bestond uit Alain Delmotte, Bart Madou en Daniel Billiet.
Alain Delmotte (1957) is medewerker aan de schaal van Digther. Op 25 februari 2017 verschijnt zijn nieuwste dichtbundel "Warhoofds Gekkenwerk" bij uitgeverij Stanza.
Bart Madou (1950) heeft een palmares aan prijzen en publicaties op zijn naam staan. Hij is dichter, romanschrijver en plastisch kunstenaar. Oprichter en voorzitter van culturele & literaire kring Het Beleefde Genot vzw in Zedelgem. Meer info via deze link bij Het Beleefde Genot.
Daniel Billiet (1950) is dichter, jeugdauteur en poëziecriticus met grote faam. Meer info op de Wikipedia-bladzijde van de auteur. Een nieuwe dichtbundel is voorzien voor 2017.
De komende dagen publiceren we in drie afzonderlijke berichten de winnende gedichten voorafgegaan door het juryverslag dat bij de gedichten hoort en verzorgd werd door telkens een jurylid. De bekroonde dichters waren Piet Deryckere, Karin Dée en Erika De Stercke.
Er waren een hele reeks genomineerden: Patrick Cornillie, Cora de Vos, Luc C. Martens, Janne van der Leer, Luc Vandromme, Anneke Wasscher, Pascale Wouters, Jacob Bisschops, Inge Boulonios, Anna Crevits, Veerle De Ketelaere, Joris Denoo, Derlet Marie, Ann Dewulf, Hilde Habing, Zomers Julian, Mél nd Langeveld, Patsy Lestabels, Marieke Maerrevoet, Suzanne Neutkens, Leen Pil, Robin Roefs, Tibo Roekaerts, Tobias Santens, Kerstin Schepers, Anke Senden, Bennie Sieverink, Wicky Steevensz, Hedda Treffers, Elfi Vandenabeele, Jan Vanmeenen, Bout Vercnocke.
Alle gedichten werken verzameld in een bloemlezing ’Verlangen verbeeld je’ uitgegeven door het Wit Huis, Rijselsestraat 13, 8210 Loppem. De bundel is aldaar te verkrijgen en is ook te bestellen bij de drijvende kracht achter dit project Geert Viaene Te mailen via geert punt viaene ad live dot be
(Bericht van de redactie)
Abonneren op:
Posts (Atom)