maandag 18 februari 2019

Afscheid van Luc R.C. Deleu - Renaat Ramon

De dichter Luc R.C. Deleu, geboren in Leuven op 7/7/1950 overleed in Roeselare op 30/12/2018. Tijdens de herdenkingsdienst op 9/1/2019 sprak Renaat Ramon in Roeselare voor zijn vriend onderstaande homilie uit. Ode is Ode Goossens, de echtgenote van de overleden dichter. Eerder publiceerden we hier ook al Vriendschap, een herdenkingsgedicht van de hand van Antoon Van den Braembussche, een andere vriend van Luc R.C. Deleu.


Beste Ode, geachte familieleden, vrienden en kennissen van Luc Deleu.

Het is werkelijk met pijn in het hart dat ik hier / vandaag sta.
Dat ik, samen met u allen, moet afscheid nemen van mijn goede en intieme vriend en geestverwant, de dichter Luc R. C. Deleu. / Dat valt me zwaar.

Ode, en ook alle mensen die Luc in de voorbije moeilijke maanden – ook soms moeilijke jaren – hebben omringd en gesteund, wil ik hierbij oprecht dank zeggen. Luc wist duidelijk wat hem te wachten stond – daarover heeft hij me de voorbije maanden meermaals gecommuniceerd – maar hij is toch onverwacht gestorven. Luc klaagde niet – nooit – hij bracht, nuchter en lucide, verslag uit - over wat hij ironisch noemde ‘de stand van zaken’.

Hij was qua karakter, qua instelling, wat je noemt ‘burgerlijk onaangepast’. Die onaangepastheid die, dixit Eugenio Montale, ‘eigen is aan alle au fond naar binnen gekeerde karakters. Dat wil zeggen alle poëtische karakters.’

Luc Deleu was een zeer intelligent man, zeer erudiet, scherpzinnig en ook zeer spiritueel, een eigenschap die hij ook in moeilijke omstandigheden behield.

Hij behaalde de titel ‘Doctor’, net als zijn vader, zij het niet in dezelfde discipline. Geen geneeskunde dus – daar was hij te gevoelig voor. Waarmee ik niet wil zeggen dat dokters ongevoelige mensen zijn, maar wij kennen allen de spreuk over te zachte heelmeesters… Hij heeft wel 2 jaar geneeskunde gestudeerd in Leuven, waar hij ook geboren werd.

Hij werd aan de VUB ‘Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte’ – dat lag meer in zijn lijn. Luc promoveerde met de grootste onderscheiding in 1988 op een proefschrift over De teken- en schilderkunst van Henri Michaux. Een onderzoek naar de samenhang van beelden, denken en zijn. Merkwaardig is het motto, ontleend aan de Essais van Michel de Montaigne, dat hij aan zijn uitvoerige en gedegen studie meegaf: ‘Je ne peins pas l’être, je peins le passage’

Dat karakteriseert in één zin het denken van Montaigne, de kunst van Michaux en de poëzie van Luc Deleu. Zijn leven lang heeft hij interesse voor ‘dubbeltalent Henri Michaux’, schilder en dichter, gekoesterd. Hij volgde al zijn publicaties. En als er ergens iets omtrent Michaux te doen was – het mocht in Parijs zijn of waar dan ook: Luc was daar!

Professioneel heeft hij diverse functies vervuld:
- docent Kunstgeschiedenis en Esthetica aan de Portaelsschool voor Beeldende Kunst in Vilvoorde;
- stagebegeleider aan de VUB;
- bestuurssecretaris bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Luc was niet alleen beroepsintellectueel, hij was, zou ik bijna zeggen, een ‘ouderwetse’ intellectueel, iemand met een zeer brede culturele en socio-politieke belangstelling.

Hij realiseerde diverse tentoonstellingen en publiceerde in tal van literaire tijdschriften: Amarant, Aurora, Hartslag, NVT, Vlaanderen, Yang en ook in Poëziekrant, met name een essay over de poëzie van Hendrik Carette. Luc, geboren in 1950, was 18 jaar in 1968, de perfecte maar ook gevaarlijke leeftijd om de grote Europese Culturele Revolutie te ondergaan.

Hij heeft die Revolutie ook als dichter verwerkt.
Zijn eerste gedichtenbundel Dachau-Blues, verscheen in 1971. Zelf typeerde hij deze bundel als ‘De Taalloze Wereld van de Bewustzijns-verruiming’. Fredi Smekens schreef: ‘dachau-blues’ is een woordenboek. De dichter omschrijft niet, onderstreept nog minder maar verlaat zich telkens weer op de trefzekerheid van zijn samenstellingen. Thematiek en woordgebruik vormen een sluitend geheel. De gedichten van Luk Deleu geven het woord een kans in de taalloze wereld van de bewustzijns-verruiming.’

Uit deze debuutbundel citeer ik het gedicht ‘Voorbij een ijsprelude’ dat de stelling van Smekens illustreert.

hij voorbij een ijsprelude sterft,
voorbij een bloedsmaak uiterst scheurbare huid.

van geen tel geen taal zijn wik
want woord na woord
de bijslaap kwetst het wederzijds ontkomen.

zijn antwoord,
aan winterspel overgeleverd
opgevouwd met een landtafereel
in ijs en nerts.

hij is de zwakstroom,
het tegenland,
hij draagt rond de hals
het spoor van droge wonden.

Vijf jaar later verscheen Europese gedichten, zijn tweede bundel. Het Europa van Deleu was, zoals hijzelf aangaf:
‘De Utopische Vrijstaat Europa’. Veel illusies over Europa had hij niet, ook later niet. Het zijn qua stijl en taalgebruik vrij eenvoudige gedichten, maar vol bijzonder mooie beelden en metaforen. Enkele staaltjes daarvan:

De luchtbrug was een draad
tussen twee uiterlijke werelden
en de man sloop als een spin
tussen hun mazen door.
- - -
Ik keek
hoe het luchtkasteel
naar beneden stuikte
als een monnik
tussen de mazen
van de hel.
- - -
De wolken zeilden weg
als drie religieuze
duiven
uit de toverhoed
van een misantroop.
- - -
Europa is een kulturele bloem
aan de binnenzijde van een jurk,
Je moet Europa
met je verbeelding
bevloeien.

En uit de suite ‘Liefde bedrijven in Europa’:

Tientje lachte me toe
als een kleurpotlood.
Just
for fun.

De laatste regels van deze bundel zijn typerend en hier toepasselijk:
Finir en beauté
Dit laatste sprak i uit
met de nonchalance
van een polyglot.

Polyglot was Luc ook. Hij bereisde vooral het Oosten. Dat kwam mede door zijn belangstelling voor het boeddhisme. Het boeddhisme is, zoals u weet, geen godsdienst maar een levensfilosofie, een vreedzame gemeenschapsleer. Een wijsbegeerte die onthechting predikt en voor Luc een steun is geweest.
Hij had ook contacten met een vereniging van boeddhisten in België, maar hij vond dat zij te veel aan uiterlijkheden hechtte en te weinig aan de beleving.

Zijn derde en helaas laatste bundel verscheen in 1987 onder de bevreemdende titel De Vrolijke Voorsmaak Van Het Niets.
Een motto is ontleend aan Elias Canetti, een van zijn lievelingsauteurs.
Ik citeer:
‘Tot de belangrijkste dingen die zich in iemand
voorbereiden, behoren uitgestelde ontmoetingen.
Het kan daarbij om mensen en om plaatsen gaan,
zowel om schilderijen als om boeken.’
Dat motto wordt onmiddellijk gevolgd door de opdracht: ‘Aan Ode’.
ODE, gespeld als het synoniem van een lofdicht.
Overigens opent de bundel niet met een ode maar met deze Etude:

De gebarsten
kruik
op de linker
tafelhoek
bevindt zich
welgeteld
op drie
boterhammen
afstand
van dit
nieuw
gedicht.

Dit is een mooi nieuw-realistisch gedicht, één van de beste die in dit genre geschreven zijn. Enkele andere gedichten zijn niet vrij van enig sarcasme, zoals het titelgedicht ‘De vrolijke voorsmaak van het niets’:

Het vriest dat ik kraak.
Het sneeuwt mij dicht.

De kans op overleven
neemt zichtbaar af.

Misschien
overkomt u wel iets.

En bij deze droevige gelegenheid is wel heel passend het gedicht ‘The long good-bye’

Je dood
was
je binnenpretje

Je dreef af
als
een doodzieke schuit,

verdwaald
in een zee
van tijd.

Er is ook nog een ‘Epitaaf’:

Je lichaam
is
je eigen graf.

Soms
lijken
we
op lijken.

‘Men verbeeldt zich nooit een mens, men kan zich enkel een mens herinneren’ schreef Paul Snoek’.
Luc is verast. Zijn as wordt, zoals hij dat wenste, op zee uitgestrooid.

illusieloos.

Zijn lichaam verdwijnt, spoorloos, spoorloos, in de kosmos waaruit het is ontstaan. Maar zijn geest laat sporen na in de poëzie / in ons brein / en in ons hart.


© Renaat Ramon



zaterdag 16 februari 2019

Melancholie - Jan van meenen

i.m. Sint-Jozefscollege/Tielt

Leegte vult de gangen, mossponsjes houden
muren bijeen, wat tranend ademt in de voegen nog.

Diepgroen ranonkelt zich om wat hier ligt
voorbij te wezen, wat opspat van de vloer
Noem het melancholie, terugwillen van tijd.

Stenen steunen tegen beter weten,
licht vreet mortelspijs, vocht splijt muren.

Er is geen zekerheid, geen duren.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


vrijdag 15 februari 2019

Poëzie (zakelijk bekeken) - Jan van meenen

Zo’n boekje heb je toch wel erg snel uit, sneerde hij.

Hij hield niet van zuinige zinnen, mijn vader,
zelf kleurde hij het graag prozaïsch bont,

wist helemaal geen raad met woorden die dingen zeggen
zonder ze te noemen.

We liepen samen door de herfst, hij achteloos resoluut,
ik haperend in het wijnrood van de bomen.

En wat verdien je daar nou eigenlijk aan, vroeg hij me
vijftig stappen later fronsend, …
Veel erger kon me dat moment niet overkomen.

Ik zweeg ontzet, hij nam alweer het voortouw met
gestrekte pas, tussen de ruige stoppels
waar het koren was.

Een beeld dat ik sindsdien van hem bewaarde:
hij vlijmend ploeg, ik de gewonde aarde.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


donderdag 14 februari 2019

Strandloper - Jan van meenen

Hij kent haar drift en daagt haar lieflijk uit,
trippelt voorlangs een beetje schamper kijkend.

Zij schuifelt als verlegen naar hem toe,
hij haast zich amper weg, versnelt even zijn tred,
als vreesde hij voor natte voeten.

Wie speelt met wie? Ach, zie hoe hij haar
tippelend maar nauwelijks ontwijkt, zich bijna
laat bereiken.

Hij spreekt haar toe in spijkerschrift,
verleidt: een mooiprater.

Wie speelt? Hij schrijft. Zij veegt het uit
met al haar overvloed aan water.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


woensdag 13 februari 2019

Del - Jan van meenen

‘Schuifelend golven, zachtjes snevend.


Zeereep, del waarin achtergebleven
billenafdrukken van moeders, golven
slijpsel waar de zee in verzandt.

Zegge, akkermelkdistel,
de heupzwaai van helmgras,
niets in het verschiet,

dan tussen duin en water, wij, in het af en toe
van een zuchtje zee, waarop meeuwen gelukzalig
lanterfanten, twijfelen tussen blijven of niet.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.

* “Del” staat hier (uiteraard) voor de betekenis “duinpan”

dinsdag 12 februari 2019

Zwaar weer op komst - Jan van meenen

Nu de lucht het lachen verging.’ 

Genadeloze zon, ovenheet zand.
wij op het punt te verdampen.

De dag leek niet meer te redden:
wolken beslopen het meer, dwongen de laatste
zon in een klein hoekje, gingen loodzwaar op het
landschap liggen.

Staalblauw schoof zienderogen in olifantgrijs.
Struiken deden geschrokken of ze weg wilden,
nu het klank- en lichtspel kletterend begon,
onze slaap zwaar hypothekerend danig
doorging.

De volgende ochtend leek het herfst.
De takken hingen vreugdeloos, neerslachtig,
de blaren lagen voor het rapen, de bomen hadden
het gehad,

de wereld tot haar ware grootte teruggebracht.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


De zee is een zij - Jan van meenen

Op zaterdag 23 februari 2019 wordt in de Harelbeekse Bib "De zee is een zij", de nieuwe
en inmiddels vierde dichtbundel van Jan van meenen voorgesteld. Ook in deze bundel steekt weer heel veel licht. Het licht van de zomer. Het licht van het Zuiden. En van het leven! In niet minder dan 70 nieuwe gedichten sluit de Kortrijkse dichter naadloos en gloedvol aan bij het punt waar hij de lezer met zijn derde bundel 'Lichtgezichten' (2014) verlaten had. Van meenen mag met zijn verzameld werk - vier bundels die verschenen tussen 1998 en 2019 - zo langzamerhand de dichter van het Licht genoemd worden die ook in deze troebele tijden bewust blijft kiezen voor de warme kant van de woorden. De lezer ervaart deze poëzie als "zinderend zintuigelijk". In "De zee is een zij" maakt Jan van meenen, die er ook nu weer aan houdt om zijn naam zonder  hoofdletters te schrijven, werk van zijn jarenlange fascinatie voor de zee en de "oneindige vrouwelijkheid" die de zee in hem weet op te roepen.

De bundel is net als de vorige bundels van Jan van meenen een uitgave van Uitgeverij P. Inleider van dienst op 23/2/2019 in Harelbeke is Digther-redacteur Paul Rigolle.
Vanaf vandaag en de volgende dagen publiceert de Schaal van Digther in voorpublicatie vijf gedichten uit de nieuwe bundel:

Zwaar weer op komst (Di 11/2/2019)
Del (Woe 12/2/2019)
Strandloper (Do 13/2/2019)
Poëzie (zakelijk bekeken) (Vr 14/2/2019)
Melancholie (Za 15/2/2019)




zondag 10 februari 2019

Zestien rijmende ongerijmdheden - Hendrik Carette

1.
Ja, ik bewonder beiden: Blaise Pascal en Blaise Cendrars
maar ook de poëet René Char en zelfs Marguerite Yourcenar.

2.
De Roemeen Cioran was groot en Peter Sloterdijk is zijn profeet
doch noch in Leiden, noch in Leuven hoor ik iemand die het weet.

3.
Gerrit Komrij was geen fabeldier; daarom stierf hij alhier
in Amsterdam en niet in Lissabon, in Cadix of in Algiers.

4.
De leraar van de bloedige keizer Nero was de wijze Seneca
die eerder door keizer Claudius werd verbannen naar Corsica.

5.
Toen Tacitus nog leefde beefde elke Romein voor de Germanen
vooral tijdens de opstand van de Friezen en van de Bataven.

6.
De eerste minnares van Borges luisterde naar de naam Ulrica.
Later volgden nog de mooie namen van Beatriz, Lisa en Elvira.

7.
Mijn vader was geen gewone staartloze mensaap
en ik was een wonderkind en een wonderknaap.

8.
De taal van Christine D’haen was altijd rijk en eerder ongewoon.
En ik luisterde al vroeg naar de stem van haar machtige demon.

9.
Paul Claes is een eminente essayist, vertaler en exegeet.
Toch vermoed ik, nee ik weet dat zelfs hij niet alles weet.

10.
Ik houd van Amélie Nothomb met haar hoge zwarte hoed.
Zij weet dit niet, maar zo is en blijft het beter dan goed.

11.
De grote Russische dichter Velimir Chlebnikov lachte in zijn gedicht
‘Bezwering door lachen’ met de lachers die lachten in zijn gezicht.

12.
Mijn vermogen om te bewonderen zonder afgunst
gaat samen met mijn aandacht voor de hoge kunst.

13.
In mijn chaotische bibliotheek heb ik dikke boeken
want ik zoek naar de waarheid in de vier hoeken.

14.
Onder het licht van de leeslamp kan ik verdwijnen,
almaar hoger en lichter zweven en alles ontstijgen.

15.
De dood lijkt op een varaan of een vreselijke draak
die ons wil bijten en doden tijdens onze slaap.

16.
Met een voorkeur voor de bitterheid van het leven
wacht ik niet op uw zegen of op de klok van negen.


© Hendrik Carette


vrijdag 8 februari 2019

Turing en taal

De jaarlijkse Poëzieweek heeft ook dit jaar een aantal lezers en vooral een aantal dichters
érg gelukkig gemaakt. Woensdag laatst 6/2/2019 werden in De Rode Hoed in Amsterdam de laureaten van de Turing-Gedichtenwedstrijd #Editie10 bekend gemaakt. Dit zijn de laureaten:
1. Meity Völke uit Roermond (€10.000)
2. Truus B.A. Roeygens uit Mechelen (€5.000)
3. Willemijn Krandendonk uit Arnhem (€2.000)

De winnende en de overige gedichten uit de Top100 kunnen via deze Turing-link worden nagelezen. Ze werden intussen opgenomen in de bloemlezing "Steeds op reis en altijd thuis", een uitgave van het Poëziecentrum. Aan winnaars en Top100-genomineerden onze gelukwensen!

In de Top100 vinden we naast tweede laureate Truus B.A. Roeygens met Leen Pil en Patrick Cornillie ook twee dichters terug die we hier eerder op de Schaal mochten verwelkomen. Leen Pil is met haar nominatie van dit jaar al aan haar zesde gedicht toe dat in de eeuwige Turing Hall of Fame terecht komt!!! Patrick Cornillie kreeg pas de poëzieprijs van de Stad Ronse.

Aan de 10e editie van de Turing Gedichtenwedstrijd deden in totaal 2.442 dichters mee, van wie 25% afkomstig uit Vlaanderen. Ze zonden zowaar 7.155 gedichten in.

Samen met de uitreiking van de Turing-prijzen werden woensdag ook de zes namen bekend
gemaakt die thuishoren op de shortlist van de eerste editie van de Grote Poëzieprijs, de opvolger van de VSB-poëzieprijs.

Dat daarbij drie debuten steken mag best verrassend genoemd worden. Dit waren én zijn volgens de jury (Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert) de zes beste dichtbundels van het voorbije jaar:



Nachtboot - Maria Barnas (Van Oorschot)
Stalker - Joost Decorte (Poëziecentrum)
Habitus - Radna Fabias (De Arbeiderspers)
Het woedeboek - Roelof ten Napel (Hollands Diep)
Genadeklap - Willem Jan Otten (Van Oorschot)
Onze kinderjaren - Xavier Roelens (Atlas Contact)

Vooral de aanwezigheid van de bundels van Xavier Roelens en Joost Decorte op de shortlist vinden wij hier een bijzonder prettige vaststelling.

Uitreiking op 16 juni 2019 in De Doelen in Rotterdam tijdens het 50° Poetry International Festival.

(P.R.)










maandag 4 februari 2019

Patrick Cornillie stadsdichter van Ronse

Terwijl sommigen onder ons zich opmaken voor de afwikkeling van de tiende editie van
©foto Eric Bourdeaud’huy
de Turinggedichtenwedstrijd waren bij het begin van de Poëzieweek, behalve in Harelbeke, ook in Ronse een aantal dichters aan het feest.
Patrick Cornillie werd de laureaat van de jaarlijkse wedstrijd die het beste Stadsgedicht van Ronse
bekroont. Uit 75 anonieme inzendingen koos de jury zijn gedicht ‘Het daghet’ als stadsgedicht 2019. Enkele verzen uit het gedicht worden vereeuwigd op een tegel langs de poëzieboulevard tussen het station en het Delhayeplein. Andere laureaten in Ronse waren Marthe Haesaerts (cat. 12-14 jaar) met het gedicht ‘Creativiteit’ en Augustin Grené met ‘Papieren lakens’ (cat. 18-35 jaar). Het nieuwe stadsgedicht kan hier worden nagelezen.


zondag 3 februari 2019

Voorgesneden chaos - Poëzieprijs van de Stad Harelbeke Editie 40 van 2019

Gisteren werd in Harelbeke tijdens de 40° editie van de Dag van het Woord de jaarlijkse
poëzieprijs van de Stad uitgereikt. De beraadslaging van de jury bestaande uit Herman Leenders, Sylvie Marie en Philip Hoorne bleek volgens het verslag een nogal vermoeiende en veel-smarties-vereisende aangelegenheid te zijn.

"Er was volgens de jury immers geen enkele dichter die er voor alle drie de juryleden bovenuit stak. De uitslag is bijgevolg meer dan andere jaren een compromis.
”.

Dit zijn niettemin, vermits elke jury ten slotte aan het eind van de lijn op haar hoogsteigen en particuliere manier gelijk heeft, de verdiende winnaars:


Categorie -26 jarigen
Carlo Siau (°1995) uit Gent (Prijs André Velghe)
Sara Eelen (°1994) uit Leuven
3° Michèle Delagrange (°1997) uit Harelbeke
4° Birgit Grandia (°1994) uit Utrecht
Kristien Spooren (°1994) uit Mechelen
Aanmoedigingsprijs (min 16 jr) Fierke Koolen uit Heiloo

Categorie +26 jarigen
1° Koenrad Moerman (°1961) uit Rotselaar
Iris Wynants (°1983) uit Turnhout
Rik Dereeper (°1962) uit Rollegem
Nele Buyst (°1983) uit Gent

Er waren 265 dichters die werk inzonden. 172 van hen waren ouder dan zesentwintig, 93 dichters waren zesentwintig of jonger. 67 inzendingen kwamen uit Nederland.

Zoals elk jaar is er een bloemlezing met een selectie gedichten van de winnaars. Dit keer draagt het boekje de titel “Voorgesneden Chaos”. Bij een eerste lezing lijkt de titel wel erg goed gekozen als noemer voor de wat hybride aandoende gedichten. Maar misschien komen we hier in deze kolommen nog wel ’s op de inhoud van het boekje terug.


(P.R.)


De winnaars van de Poëzieprijs van de Stad Harelbeke 2019
© foto Jan van meenen




















vrijdag 1 februari 2019

Leerdicht over het woord 'Merel' en over de merel zelf - Alain Delmotte

‘Comment apparaît l’oiseau dans la vie d’un homme?’
‘Hoe verschijnt een vogel in het leven van een mens?’

Francis Ponge

1.

Als je hier nu iets zou willen citeren, dan zou het de merel zijn, buiten.

De merel met al zijn gelijk aan wat hij is en aan wat jijzelf nooit zult kunnen zijn.

Citeren kan je een merel niet. Je kunt enkel constateren dat de merel buiten is, dat hij enkel, buiten de woorden om, te horen en te zien is.


2.

Het woord ‘merel’ kende je al eerder dan de merel zelf.

Toen je voor het eerst een merel zag, dacht je: ‘Is dat dan het woord ‘merel’ zoals dat woord in het echt is?

Een woord zoals het er echt uitziet, zoals het echt zingen kan?’


3.

Zo simpel als een merel is, zo simpel is de vaststelling dat je je verbaast dat er zoiets als een merel bestaat.

Daarvoor kan je best wel woorden missen - maar niet verliezen.

4.


Een merel is wat voor jou aan het begin van het voorjaar buiten is, buitenissig is. Zijn zang is wat je mag leren bij het vroeg opstaan.

Onverschrokken zoals hij is, is hij al vroeg uit de veren, al vroeg en vlug in de weer terwijl jij op sommige ochtenden nog woelend probeert in te slapen.


5.

Mussen.

Mussen en mezen.

Een vogel hier, een vogel daar.

Koninklijk in zijn voorkomen, is een merel hier en daar waar zich voor een mens een vogel moet bevinden: daar waar hij moeiteloos bewijst altijd meer dan een woord te zijn.

(Mussen, mezen - merels, mensen: hoe heerlijk doen ze de wereld assoneren.)


6.



Turdus merula. Zo klinkt ‘merel’ in het latijn. Een taal waarvan je verder geen woord of snars begrijpt.

En de merel nog minder - hoezeer hij ook zingt.


7.


Je luistert naar een merel zoals je woorden leest. De mooiste woorden uit je bibliotheek.

Je luistert naar een merel. Zoals je wijn drinkt en dan op een beetje dronkenschap wacht.

(Is het de taal die ervoor zorgt dat er voor de mens wereld is?)


8.


Hoe hij zingt is hij alle woorden voor.

Is die zang voor de bomen een soort beloning?

En als de merelsoort zou verdwijnen, zou je dan met het woord ‘merel’ de merels commemoreren?


9.


Met zijn zang aan taal kan je geen zakendoen.

Met zijn taal aan zang wil hij je niets verkopen.

Met zijn zang en zijn taal wil hij je enkel iets vertellen: dat hij enkel merel is, wat meer dan een woord, dat hij enkel zingt. Dat hij is wat zijn zang is.

Misschien was zijn zang er eerst – nog voor de merel een woord werd.


10.


Voor de brokstukken van je dissonante taal is de merel een dissident. Hij bedreigt je woorden met zijn bestaan.

De poëzie daagt hij uit. Moet je woorden vinden, zo ontzagwekkend doorschijnend, dat die woorden de merel zelf zouden worden?

Nee.

De woorden moeten woorden blijven. Of ze verliezen hun nut en hun mens.


11.


Je leest dat hij het einde van de nacht aankondigt. Hij verwittigt ons dat de ochtend komt!

Van ochtendhumeur heeft zijn zang in ieder geval geen last.

(Heeft de merel weet dat op een keer de nacht nooit meer eindigt, dat ochtend dan nooit meer komt?

Wie verwittigt hem daarvoor?

En als hij als soort zou verdwijnen, blijft het dan nacht?)


12.


Bijna oranje uitslaande snavel, zwart gevederte, gele oogringen, een aantal deuntjes in de bek die nauwelijks in woorden zijn na te bootsen en waarvoor hij geen partituur nodig heeft: meer is niet vereist om een mens tot de wereld te bekeren.


13.


Met volle borst op post als je ’s ochtends hoestend op de eerste bus staat te wachten.

Zijn jazz van vroege vogel waarop je bijna mee wiegt, garandeert je met al de illusies die hij in jou verwekt, een mooie dag.

Vandaag zal het niet regenen en vanmorgen weet de merel dat met grote zekerheid.


14.


Wanneer je hem niet ziet, wanneer hij niet zingt, kan je hem toch met wat woorden laten verschijnen. Je verbeeldt je dan dat je hem hoort.

Is dat het nut van woorden? Is dat je nut als mens?


15.

Luister, hier is hij weer. Tussen de regels - waarvan je in de waan verkeert die zelf te hebben bedacht.


© Alain Delmotte


donderdag 31 januari 2019

Nauwelijks een gerucht - Paul Rigolle

(dagboekgedicht voor Gedichtendag)


Nauwelijks een gerucht was hoorbaar die dag.
Jij las, roerloos in de schaduw. Ik keek om
naar woorden die ik nooit zelf verzinnen kon.
De oorlog van Het einde van de Wereld.
Eb en Vloed. De Eenzaamheid der mannen. 


Niets klonk op. Geen woord kwam over onze lippen.
Maar we hadden het over vulkanen, slapend
in de zomer. En hoe geen hand nog rukte aan
de kettingen van Dit Bestaan. Over dit soort
dingen hadden we het. Zonder woorden.

Rest mij in het hoofd daarvan enkel nog
de foto die ik zoveel later in mijn handen hou:
Als verzwegen, even stilhoudend richting tuin.
Ik breng jou koffie, moet glimlachen plots
om zoveel duidelijkheid: Het licht is het licht.

En groen het gras waarop jouw lichaam
nooit gelijk zal zijn aan het mijne.

Niets is hoorbaar. Mateloos trillen de bladen
in hun heimwee naar het boek.


© Paul Rigolle


Uit: ‘Het tomeloze totaal van de dag
(typoscript in wording)





dinsdag 29 januari 2019

Meer dan menens

Komende donderdag 31/1/2019 start met Gedichtendag alweer een flinkgevulde Poëzieweek. Op de Poëzieweek-site vind je daar alles over. Uiteraard laat ook de redactie van 'de Schaal van Digther' zich daarbij hier en daar niet onbetuigd.

Hieronder een Facebook-bericht van Alain Delmotte waaruit nog 's blijkt dat de poëzie hem "meer dan menens" blijft. Alain leest op Gedichtendag in Oudenaarde en op zondag 3 februari 2019 leest hij tijdens "Poëzie en orgel bij Bruegel" om 16:00 uur in de Gentse Sint-Stefanuskerk drie gedichten rond het gegeven Breugel. Ook zijn geliefde mede-compagnon-de-route Herlinda Vekemans, eveneens Digther-redactielid, leest tijdens dit concert poëzie samen met naast Alain ook Mark Van Tongele en Peter Theunynck. Organist is Paul De Maeyer.

Ook op Gedichtendag leest onze Digtherlijke stem uit Oostende Frank Decerf tijdens "Negen genegen dichters" poëzie in de Antwerpse Hopsack. Vergezellen hem daar op het podium:
Fatena Al Ghorra, Ruth Lasters, Anne Meerbergen, Leen Pil, Bert Bevers, Frans August Brocatus en René Hooyberghs. Presentatie is in handen Roger Nupie, piano is er van Marc Clement.

Digther-adept Paul Rigolle, van zijn kant, recent nog te gast op Toast-Literair op de Vuurtorenwijk in Oostende, leidt op zaterdag 23 februari 2019 om 20:00 u. in de Harelbeekse Bib 'De zee is een zij' de nieuwe bundel van Jan Van Meenen in. Uit die bundel vind je hier in de komende weken een kleine voorpublicatie.

Hugo Verstraeten, man van het allereerste Digther-uur kondigt met 'Grimlach' eindelijk en na lange tijd nog 's een nieuwe dichtbundel aan. Het wordt, alleen daarom al, een lente om naar uit te kijken!

Extern:
Poëzieweek
Gedichtendag in Oudenaarde met Alain Delmotte
Poëzie en orgel bij Bruegel
Poëzie en orgel bij Bruegel-Facebook-bericht
Voorstelling 'De Zee is een zij' van Jan Van Meenen
Negen genegen dichters in Den Hopsack





DE POËZIEWEEK - Alain Delmotte
De klimaatveranderingen, de eco-drama’s die op ons afkomen zijn belangrijker (want verontrustend) dan de poëzie. Da’s zeker. Maar voor mij is poëzie op sommige dagen van extreem levensbelang. Poëzie is mij menens! Dus de poëzieweek mag er ook zijn en de kritiek erop neem ik erbij.

Ik had de voorbije weken de handen vol met twee komende activiteiten die ik hier al aankondigde.

Ik heb een lezing in Oudenaarde op donderdag 31/01. Ik lees er acht, niet eerder gepubliceerde gedichten voor. Onder meer mijn ‘LEERDICHT OVER HET WOORD ‘MEREL’ EN DE MEREL ZELF’ waarvan ik een paar fragmenten al eerder op facebook vrijgaf. Het gedicht lijkt af en ik zal het in een mooie vormgeving voor een peulschil te koop aanbieden. Zoals ik dat vaak doe. Daarna plaats ik het integraal op facebook.

Ik neem op zondag 3/02 deel aan hun het orgelconcert rond het gegeven Bruegel. Ik lees er drie gedichten voor. Van de ‘Misanthroop’ (bij een werk van Bruegel) liet ik al iets horen. Verder breng ik een ‘LEERDICHT OVER ERGENS BINNENKOMEN’. Alsook een wat herwerkte en uitgebreide versie van ‘POSTUUM -Warhoofds notities vanuit de hel’, een tekst die eerder in ‘Warhoofds gekkenwerk’ verscheen. De andere dichters zijn: Herlinda Vekemans (mij zeer vertrouwd en genegen), Peter Theunynck en Mark Van Tongele.

De wereld zal er bij die twee lezingen niet beter van worden. Maar misschien voor de toehoorders voor een paar minuten leefbaarder.


Poëzie en orgel bij Bruegel.



maandag 28 januari 2019

Korte studie van gemis - Martin Carrette


Op vandaag is het alweer exact drie jaar geleden dat Martin Carrette (Deinze, 13.02.1951 - Deinze, 28.01.2016), de fijne 'Boswordingsdichter' uit Deinze, na een niet eens zo heel lange ziekte overleed.

Als herinnering aan een vaardig dichter die ook nog op rijpere leeftijd aan volle ontbolstering toe was, maar wel al helemaal bezield door zijn heel eigen stem, plaatsen we hier vandaag graag een van zijn gedichten. Uit zijn allerlaatste bundel "Dubbel Spel":


korte studie van gemis


de tiende al, winter nog en ongemeen koud, men zegt
het is de wind, het is de wind. honderden zwarte
vogels schreeuwen zich naar een slaapplaats.
een donkere hoes valt luid over de bomen.

in de kamer hangt een klank, een paarse echo, als
waterlelies van monet. staat het razen in zijn hoofd,
rond als een tafel, slaat een metronoom de maat
der dingen, de deur los in de hengsels,

scharniert de liefde. en toch, het is alleen de wind
maar, zegt men. de wind, alleen de wind maar,
als adem, eerste lemma van het leven, van begin

naar einde, van zaad tot aarde, as. averechts alfabet.
wat dwingt de lippen tot een vraag? alleen de wind?
moet hij dan helemaal naar giverny?


© Martin Carrette


.../...

Martin Carrette; 'Dubbel Spel'; 170 pagina's; Uitgeverij De Scriptomanen: 2016; ISBN 978-94-6266-163-9; 22,50 €.

Extern:
Martin Carrette op Literair Gent
Martin Carrette op De Schaal van Digther
Website Martin Carrette 


Martin Carrette (rechts) - Hier met Digtherredacteur Paul Rigolle

Weg van mij - Philip Hoorne

wind die rukt rammelt en fluit
getik van regen op de luifel
echo’s in een helverlichte kamer
al wat mij nerveus maakt is aanwezig

het is niets persoonlijks
ik moet het gewoon gewoon worden
hiertoe ben ik voorbestemd
sensitief geboren sensitief gebleven

luidruchtige jongens zijn gelukkige jongens
ze knallen crashen en stompen
in een leven dat niet het mijne is

hush hush de zware stappen van mijn vader
hush hush de nog zwaardere uithaal van mijn moeder

ik kijk onder het deken
recht in een diep zwart gat
daar ergens bevinden zich mijn voeten
voeten zijn gemaakt om te rennen


© Philip Hoorne

uit: Het dikke meisje en de ziener - 2019

Extern:
‘Het dikke meisje en de ziener’ bij Uitgeverij In de Knipscheer
Voorstelling bundel bij CC Het Spoor  
De voorstelling als event op Facebook
Weblog Philip Hoorne 
De voorstelling bij De Schaal van Digther