zondag 19 januari 2020

Het belang van het irrelevante - Kluger Hans

Oproep Kluger Hans #38

Het literair boorplatform én tijdschrift Kluger Hans#38 lanceert opnieuw een open oproep! Rond het thema ‘Het belang van het irrelevante’ mag iedereen die daar zin in heeft een tekst (essay, verhaal of gedicht) ter publicatie overmaken aan de redactie. Dit uiterlijk zondag 23 februari 2020 en via het inschrijfformulier op de website van Kluger Hans.

Het zoeken naar het belang van het irrelevante kan dienen als startpunt om na te denken over invalshoeken die anders zonder meer onder de mat zouden worden geveegd. Bedenken waarom het irrelevante relevant zou kunnen zijn, staat ons toe om gebieden te exploreren die we anders geen blik waardig hadden gegund.

Thuissite Kluger Hans
Insturen via de website van Kluger Hans

Bij deze oproep moet wel opgemerkt worden dat Kluger Hans resoluut inzet op opkomend talent. Auteurs die willen inzenden mogen dan ook niet meer dan drie boeken of bundels op hun conto hebben staan.

Zie ook:
de Nieuwe Garde


zaterdag 18 januari 2020

Orgiastische en demonische warrigheid - Alain Delmotte

Alain Delmotte over de Waalse dichter Jean-Pierre Verheggen in een vertaling van Christoph Bruneel.

Met het boek ‘Pubers, pietenpakkers’ worden we met twee literaire buitenbeentjes geconfronteerd: Jean-Pierre Verheggen (1942) en Christoph Bruneel (1964).Jean-Pierre Verheggen fungeert al decennialang als het enfant terrible onder de Waalse dichters (die in Frankrijk overigens als ‘poètes belges’- ‘Belgische dichters’ worden aangesproken). Verheggens reputatie is groot. Zowel in Wallonië als in Frankrijk. Belangrijke uitgeverijen gaven boeken van hem uit. Zo onder meer ‘Gallimard’. Hij werd verschillende keren bekroond.

Er even op wijzen dat in zijn debuutjaren Verheggen vaak terecht kon bij het tijdschrift TXT. Dat tijdschrift werd geredigeerd door o.m. Christian Prigent (die je een beetje als de beschermheer van Verheggen mag beschouwen). TXT speelde een hoogst belangrijke en polemische rol in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.

Bruneel is op allerlei artistiek vlak actief. Als tweetalig dichter is hij in het Nederlandstalige gebied een totaal onbekende – terwijl hij in Frankrijk op waardering kan rekenen. Over zijn werk en zijn veelzijdigheid schreef ik al eerder. Bij uitgeverij ‘L’âne qui butine’ waarvan hij samen met zijn partner Anne Letoré mede-uitgever is, gaf hij onlangs een vertaling van een werk van Verheggen uit. ‘Pubères, putains’, ‘Pubers, pietenpakkers’.

Indien we als referentiepunt de Nederlandstalige poëzie nemen, dan passen beide heren in 
niet één gehanteerd literair schema of canon. Hun felle taal-buitensporigheid (zeer extreem en stoutmoedig bij Verheggen) lijkt in ons taalgebied niet van toepassing. Of we moeten al ver buiten de marges van de canonieke literatuur gaan. Of het bestaat wel en er wordt op neergekeken. En straal genegeerd. Ik stel alleen vast dat het soort teksten dat Verheggen en Bruneel schrijven in Frankrijk op meer bijval en erkenning kunnen rekenen dan bij ons. Een verklaring hiervoor heb ik niet meteen. Tenzij misschien in het feit dat men in het Franse taalgebied over een groter, althans minder preuts, passioneler taalgevoel beschikt dan hier te lande. Dat is evenwel een vrijblijvende hypothese.

De prozatekst ‘Pubers, pietenpakkers’ stelt zichzelf als een verhaal voor, ‘un récit’. In de narratieve lijnen van deze tekst lezen we iets over twee pubers die elkaar mentaal en fysiek vinden in een voor hen vijandige wereld waarop ze geleidelijk aan op perverse en prostituerende manier wraak zullen nemen. Ze worden ‘pietenpakkers’, een grof, vuns en ludiek neologisme voor mannelijke en vrouwelijke prostituees. Of althans zoiets moet het verhaal zijn, kwam het verhaal mij voor.

Verhalen worden met woorden geschreven, jawel, maar gedichten worden naar mijn mening eerder vanuit de taal zelf geschreven. In een gedicht ligt de focus op de taal. Het narratieve en het anekdotische wappert mee maar enkel op de achtergrond. Niet dat ik graag in categorieën of modellen denk, maar dit boek beschouw ik als een lang prozagedicht. In ieder geval is het een tekst die de te vertrouwde, conforme literaire genres doorbreekt en de taal in de volle aandacht plaatst. De taal is in een gedicht het hoofdpersonage.

En inderdaad: taal slaat in deze tekst de lezer zonder taboes om de oren. Gedeconstrueerde taal welteverstaan. Want de taal zelf krijgt rake klappen toegediend. Verheggen ramt de woorden binnen, legt ze bloot, vervormt ze en bewerkt ze op een creatief-speelse manier zodanig tot er, bijvoorbeeld, bij de vleet neologismen ontstaan. Er steken verborgen woorden in de woorden. Verwacht u voor u aan de lezing begint aan een linguïstisch slagveld dat zich door een vindingrijke en vinnige strategie kenmerkt. Op de achterflap verwijst Peter Holvoet-Hanssen terecht naar affiniteiten met Rabelais, Villon en de rijkelijk vloekende Kapitein Haddock uit de kuifjesstrip (het boek bruist effectief van de invectieven). Graag voeg ik nog aan dit lijstje le Comte de Lautréamont (auteur van ‘Les chants de Maldoror’) en het late werk van Antonin Artaud toe.

Verheggen is een anarchist in narrenpak. In zijn taaluniversum zijn er geen hiërarchieën. Alle mogelijke woorden worden voor de dienst goedgekeurd. Geen uitzonderingen! En voor een nar bestaat die dienst uit onder meer venijnige spot. Een nar houdt zich niets ontzegd. Alle remmen los: afwisselend schaamteloos, platvloers, lyrisch beroesd en tegelijkertijd maf en verheven. Wat Verheggen sterk typeert zijn de doorlopende taalgrapjes en woordspelletjes. Die gaan van kinderachtig en flauw tot subtiel en exquise. Zijn verbluffend vocabularium haalt hij waar hij het vinden kan: zowel uit het wetenschappelijke, filosoof-academische discours als uit de volkstaal en de boeventaal. Een vreemd ratjetoe krijgt de lezer geserveerd. Er kan redelijk wat afgelachen worden. Voor wie tenminste zwarte humor kan appreciëren.

Ook in dit boek weet Verheggen zijn taal bot te vieren: promiscue, blasfemisch, scatologisch (we lezen een hilarische passus in dat verband). Niet bepaald kinderliteratuur dus. Wie een fraaie esthetiek verwacht, zal ontgoocheld worden. Het is hiervoor te onomfloerst, te brutaal, te expressief: alles lijkt wel uitgespuugd.

Onmogelijk om deze tekst in één ruk uit te lezen. In ieder geval is het mij niet gelukt. Deze teksten vergen veel van de lezer: niet zozeer in hun moeilijkheidsgraad (dat valt best mee), maar in de voortdurende alertheid die het van de lezer vergt. De quasi uitputtende woordenstroom laat je niet met rust. Je hebt te maken met een letterlijk te nemen taal-defecatie waarbij het anale op bepaalde momenten zonder gêne wordt geëxploreerd en geëxploiteerd. Als lezer loop je het risico om daarin de tel kwijt te raken. Je zoekt nodeloos naar rustpunten en dat kan irriterend werken. Maar misschien is dat wel één van de beoogde effecten.

Het geheel klinkt bezwerend en provocerend. De tekst is zeer geritmeerd, oraal, zelfs scanderend. Effect dat wordt teweeggebracht door de vele eenwoordzinnen en elliptische zinnen, met plots hier en daar flink meanderende, zich onafgebroken voortstuwende zinnen. (Het doet me denken aan het plastische werk van Cy Twombly en Jean-Michel Basquiat. En aan het werk van Bruneel zelf. Op de voorflap staat een voor hem typische tekening: vitaal in al zijn orgiastische en demonische warrigheid.)

We lezen lyrische opwellingen die meer dan eens tot hyperbolen uitgroeien. Hyperbolen die in de coda van de laatste hoofdstukken een sadistisch karakter vertonen. Ook in de laatste hoofdstukken (het gaat gestaag crescendo) helt de al gesignaleerde blasfemie naar het satanisme over. We lezen zeer schunnig aandoende passages (schunnig taalgebruik is tenslotte ook een taal) die worden afgetraind met een dreun die onvermoeibaar zijn weg gaat en van een litanieachtige aard is.

Wat nu de vertaling betreft? Ik zal daar kort over zijn. Het feit dat Bruneel het aandurfde om Verheggen naar het Nederlands over te brengen, getuigt van groot lef. Het is een moedige prestatie. Bruneel mag dan tweetalig zijn, een professioneel geschoold vertaler is hij niet. Maar hem als een amateur beschouwen is een brug te ver. Hij beschikt over voldoende praktisch en talig inzicht en uit zijn inleiding blijkt hij een kenner te zijn van het werk van Verheggen. Die inleiding is bijzonder en grappig. Hij inventariseert er in alfabetische rangschikking de stilistische kenmerken van Verheggen. Een voorbeeld. ‘Irregulier: de regels niet volgen, ’t is te zeggen de regels heel goed kennen ten einde ze in een hyper-creatief anti-tradioneel welbehagen te overtreffen. Als dit geen mooi te volgen programma is!’. Ik signaleerde al Bruneels creatieve affiniteit met Verheggen (en specifiek met dit werk van Verheggen). Ik kan me daarom niet van de indruk ontdoen dat met deze vertaling Bruneel een kloek statement maakt richting Nederlandstalige literatuur in het algemeen, Nederlandstalige poëzie in het bijzonder. Alsof hij die een pen op de neus wil zetten?

In het boek staat de tekst zowel in het Frans als in het Nederlands te lezen. Ik las de Nederlandse tekst en gluurde af en toe naar de Franse. Bruneel vertaalt niet letterlijk, maar wijkt ook niet gewelddadig af. Hij probeert creatieve equivalenten te vinden voor wat stilistisch in de oorspronkelijke tekst gebeurt. Ik beperk me tot een voorbeeld.

‘Nous restions assis. Comme bénis. Bels ou faisant des chichis de veilles ladies. Nous exclamant même: sapristi.

Sapristi !

C’est ainsi. Nous aimions persévérer de paraître inassouvis. Ou las. Démunis dans notre parler.’

Dit wordt vertaald als:

We bleven gezeten. Als gezegend. Knap of kapsones van oude matrones makend. We riepen precies: deksels!

Deksels!

Zoals op elk potje een dekseltje past. We hielden van te volharden in ons schijnbaar onverzadigd lijken. Of uitgeput. Ontdaan van ons praten.

Sapristi als ‘deksels’ vertalen staat Bruneel toe om het klankspel ‘sapristi!/C’est ainsi’ te behouden door het als ‘Deksels!/Zoals op elk potje een dekseltje past’ te vertalen.

We lezen sporadisch een Vlaams-dialectisch idioom: zoals ‘met de poepers zitten’, ‘tot gelijk wa’, ‘velowielen’ of ‘binst’ (tijdens, terwijl). Dit kan, wat mij betreft, aangezien Verheggen zelf op die manier te werk gaat.

Voor de honderden neologismen zoekt en vindt Bruneel evenwaardige. Ik citeer ze niet. Ik laat dit aan de lezer en zijn leesplezier over.

Het is maar door zo’n boek te lezen dat je vaststelt hoe braaf de Nederlandstalige poëzie wel is. Of hoe braafjes Bruneel die vindt. Misschien heeft onze poëzie meer nood aan dergelijke vrijbuiters, razende blaffers, onbeschofte boeren, tong uitstekende narren. Ze zullen wel te vinden zijn maar ze zijn met te weinig en we willen ze niet zien. Of ze willen zich, zoals Bruneel, niet laten zien.


© Alain Delmotte


Pubers, pietenpakkers’ – ‘Pubères, putains’ van Jean-Pierre Verheggen, vertaling Christoph Bruneel, 2018, ISBN 978-2-9197712-23-6


Extern:
Jean-Pierre Verheggen - Wikipedia Fr
Christoph Bruneel
L'ane qui butine
Alain Delmotte bij With over Jean-Pierre Verheggen











dinsdag 14 januari 2020

Regels van ontregeling - Jan M. Meier

Evelien Sergeant: Loneliness (130 op 110 cm)



























Regels van ontregeling


(1)


laat de tijd ons verlaten
spijker de maan vast aan de nacht
en in dat ontklede licht
zal mijn pen je een hand zijn

een heer van handen die je lijf
barbaars te lijf gaan
je bewonen als vogels het kale eiland
scholen van vissen de koude diepzee

en zeewaarts glijdend
in je smalle malse warmte
zal ik - een vuurspuwende drakenkop -
je onderwerpen aan de liefste dwang

die tanden zet in je vel
tering jaagt door je weerloze vlees
als zuur door je harde schors heen bijt
zodat je niet vergeten kunt

hoe je leeft en in mij
de lijnen van het leven kerft

de regels van ontregeling


(2)


want zie: door een mist van waan
en zin spatten opgespaarde woorden
over de brokkelende dijk
heb geen deernis, spring terug, sla op de vlucht

weet
ik leg me niet lieflijk neer, ouwe dame

laat me door je dagen razen
laat me je storm rammen
je geselen met noordenwinden
je begraven onder het zand van
gestrande gedachten

want waaien wil ik, wind wezen
om je oren, spiralen door je hoofd
je onbewoonde weide verwoestijnen

wind van egels wil ik zijn
geen woord, geen regel nog heel


(3)


de streep is getrokken
repelsteel

potlood op het blad onbewogen
geen rechte ongekromd
geen boven of onder geen links of rechts
met onvaste of vaste hand aan te geven

streep als gedachtestreep
vloeibare grens, een golf
van altijd weer deelbare deeltjes
tussen jou en mij in gebroken

hoed je voor natte voeten
houd het hoofd koel
want wat is getekend
zal worden weggeveegd

zoals wij ooit onwijs wij
de taaiste tekens in rijen ongeregeld
geen stelling helpt, geen egel ont-
komt aan zijn zachtste wang

geen regel aan zijn einde


(4)


stilstand sta niet stil
nog wordt diep onder mijn korstige aarde
gesteente tot vloeibare gestalte

hoe moet ik vertellen, jou
uit het witte niets van dit geruite papier
met een mond van woorden gesnoerd

hoe moet ik de parels van het telraam
telkens verschuiven om een som
de waarde van een waarheid
één tel van tel te verbeelden

leg me het zwijgen op
ruk uit de tedere tong
breek mijn pen
leg me neer in bewogen stilte
sla me met verstomming

haal me in je hoofd


(5)


alweer op het strand gestrand
de ene stap tegen de andere opgewaaid
hard tegen de wind en mijn hart in
op de bloedadem getrapt

het is passend dat de wind uithaalt
de lucht uit de hemel dreigt te vallen
losgeslagen onder haar eigen gewicht

het is passend dat de zee schuimbekt
hoont om mijn nog te tedere toorn
die torent en schaduw zaait

zo opnieuw in de kiem ontkiemd
tot gedenkenis gedoemd
te lang de woorden als zoete koekjes
suikersnoepjes uitgestrooid

voer voor nog vreemdere vogels
uit nog willozere oorden
die als ik nooit hebben gevlogen

terwijl verzweerde woede
uit alle poriën parelt


(6)


de thee gaat niet over de rand
een snokje op de schaal van een kopje

een draadje dat losraakt
verward tussen vele draden
waarvan je achteloos het bestaan
uit je zinnen had gezet

niet meer dan een schokje
kracht zeven in een leven
dat toch toe was aan een schok

je doet nog altijd melk in de koffie
er staat nog witte wijn in de koelkast
de vaat is geen dagen vuil
je staat onder de douche
je legt jezelf in een bed
je slaapt soms
je neemt ’s ochtends een trein
en ’s avonds opnieuw
je opent een deur
je gaat op een stoel zitten
je praat soms met mensen
je werkt en soms werkt het


© Jan.M.Meier


De cyclus 'Regels van ontregeling' maakt deel uit van 'Grote gevoelens', de nieuwe bundel van Jan M. Meier.  Het is al zijn derde bundel die verschijnt bij Uitgeverij P.
'Grote gevoelens' wordt voorgesteld op zaterdag 15 februari 2020 om 16:00 uur in het Poëziecentrum in Gent.

Meer info over de voorstelling via deze link.




Grote Gevoelens - Jan M. Meier

Op zaterdag 15 februari 2020 wordt om 16:00 u. in het Gentse Poëziecentrum met
'Grote gevoelens' een nieuwe dichtbundel van Jan M. Meier voorgesteld. Het is na Engelenspoor (2017) en Tekenen (2018) al de derde publicatie van Meier die verschijnt bij Uitgeverij P.
Jan M. Meier (Gent, 1951) is sinds 2002 het pseudoniem van Jean-Marie Maes. Hij was medeoprichter en redacteur van Restant, redacteur van Yang en Deus ex Machina. Hij debuteerde met de bundel Figuratie (1972). Meier publiceerde creatieve, literair-kritische en wetenschappelijke bijdragen in diverse bladen. Gedichten uit Engelenspoor werden in vertaling opgenomen in een overzicht van de hedendaagse Vlaamse letteren in het Servische tijdschrift Erazmo (10/2017). Ook werd hij genomineerd voor de Melopee poëzieprijs 2019.

De nieuwe bundel wordt geïllustreerd met tien schilderijen van Evelien Sergeant. De schilderijen van Evelien Sergeant (Gent, 1977) creëren beelden die aansluiting vinden bij de beeldtaal van de bundel: vervoering en pijn in vele variaties.

De Schaal van Digther publiceert bij wijze van voorpublicatie 'Regels van ontregeling', een cyclus uit de bundel. Na te lezen via deze link.


Boekvoorstelling 'Grote gevoelens'
Poëzie-blog van Jan M. Meier
Blogbericht voorstelling bundel bij Vrolijk Puin - Jan M. Meier

Evelien Sergeant op Instragram
Thuissite Evelien Sergeant
Facebook-pagina Evelien Sergeant



© Jan M. Meier -foto Sprekende Ezels



zondag 12 januari 2020

tattoo als lunch

als ontbijt eet ik zure rekkers
ik rek hen op tot ze scheuren
suiker sprankelt op mijn wangen
ik hoop dat ik vandaag aan haar blijf kleven

’s middags loop ik een tattooshop in
ik kies voor wit met blauw,
het Bochservies van bij haar thuis
dan is er tenminste iets aan mij

waarvan ik zeker ben dat ze fan is
mijn picknick voer ik aan een eenpotige
eend in het stadspark die net als zij
van kikkererwten en pesto houdt

als vieruurtje een queeste naar de ijscokar
altijd zingend in de verte, maar onvindbaar
snakkend naar een hoorntje met een bolletje
vanille op een zomerdag, zo snak ik naar

een lief, een vrouw


© Femke Vindevogel


zaterdag 11 januari 2020

sterke buffel - Femke Vindevogel

een groepsdier ben ik nooit geweest
en sterk was ik maar heel even
mijn totem kon niet fouter zijn en toch
tussen het ontwaken en het besef dat ik ontwaak
passen dertig seconden zonder pijn
waarin ik galoppeer over de steppe,
niet gehinderd, maar bulderend briesend
alle hindernissen omver beuken
mijn instinct achterna richting horizon
die eindeloos opschuift met de dag
daarna ga ik naar beneden en maak ik koffie
vis ik moeizaam stront uit de kattenbak


© Femke Vindevogel


vrijdag 10 januari 2020

kroonschuwheid - Femke Vindevogel

altijd komt het moment
waarop matrassen voor het slapen
uit elkaar worden geschoven

we worden als boomkruinen
die elkaar niet willen raken
we moeten gedacht hebben

dat het beter was alvast
te oefenen in het alleen zijn


© Femke Vindevogel


donderdag 9 januari 2020

verkeerde bestelling - Femke Vindevogel

altijd kijkt hij me bedenkelijk aan,
alsof ik een fout bezorgd bol.com pakje
met een onleesbaar retouradres ben

vaders houden onvoorwaardelijk van hun dochter
geloven we zonder meer, ook al houden kinderen
altijd van hun vader en is het andersom
veel minder vanzelfsprekend

soms wil ik dat ouders niet bestaan
dat we ’s avonds niet het internet hoeven
te bevragen over hoeveel procent borelingen
per ongeluk in het verkeerde gezin belandt


© Femke Vindevogel


woensdag 8 januari 2020

goedmaken - Femke Vindevogel

ze glijdt met haar hand langs mijn sleutelbeen
beweert dat ik uit mooie lijnen besta
ik verbind met mijn wijsvinger de sproetjes
op haar lichaam tot sterrenstelsels
bestudeer de melkweg op haar rechterdij

ik vouw onder en om haar armen en benen
alsof ik een octopus ben en zij een hapje
om te bewaren voor later als ik honger
heel even zijn we elkaars licht verstrengelde
partikels water, stikstof en koolstof

voor één keer in dezelfde richting dwarrelen,
dichterbij dan nu kunnen en mogen wij niet
ik draag onderbroeken twee maten te groot
zelfs een lapje stof mag niet te veel verwachten


© Femke Vindevogel


dinsdag 7 januari 2020

Vijf gedichten van Femke Vindevogel

Femke Vindevogel (Gent 1978) debuteerde in maart 2019 bij Uitgeverij Van Oorschot
met de roman Confituurwijk. Dit eerste boek werd bijzonder goed ontvangen en werd genomineerd voor de Bronzen Uil (prijs van het beste Nederlandstalige debuut). Femke Vindevogel is werkzaam als muziekdocent en illustrator en schrijft sinds geruime tijd ook poëzie.

Eerder verschenen van haar gedichten en verhalen in Het Gezeefde Gedicht, Poëziekrant, Verzin, Tirade en Meander. Het gedicht ‘De ruzie’ werd verleden jaar genomineerd voor de Melopee Poëzieprijs (prijs voor het meest beklijvende gedicht dat in het afgelopen jaar in een literair tijdschrift verscheen). In 2015 was ze met het gedicht 'Kat' bij de laatste 100 van de Turingwedstrijd 2015. Recent verschenen van haar gedichten op de site van Oote Oote.

Haar absolute liefde voor katten resulteerde overigens in 2016 in het leuke boek 'Kattenknutsels' dat verscheen bij Uitgeverij Lannoo.

Momenteel werkt Femke Vindevogel aan haar debuut als dichter. Haar eerste dichtbundel zal bij Uitgeverij Van Oorschot verschijnen in de zomer of in het najaar van 2020. De Schaal van Digther brengt vanaf morgen vijf gedichten die naar alle waarschijnlijkheid ook in haar debuutbundel zullen voorkomen:

goedmaken – woe 8/1/2020
verkeerde bestelling – do 9/1/2020
kroonschuwheid – vr 10/1/2020
sterke buffel – za 11/1/2020
tattoo als lunch – zo 12/1/2020 


Weg - Nieuwe roman van Frank Decerf

Frank Decerf nodigt uit!

Op zondag 9 februari 2020 stelt Digther-redactielid Frank Decerf, onze Man in Oostende, zijn nieuwe roman voor. ‘Weg’ zo heet het tweede deel van een trilogie die in 2010 werd begonnen met ‘Het
bezoek’. De voorstelling van het nieuwste boek waartoe iedereen van harte is uitgenodigd, gaat door op 9/2/2020 om 11:00 u in VLC Geuzetorre, Kazernelaan 1, 8400 Oostende. Het boek is net als 'Het bezoek' opnieuw een publicatie van VKH Torhout.

Over Het Bezoek : "Na een traumatische ervaring wordt de schrijver aangespoord om naar het zonnige Zuiden af te reizen om daar aan een nieuw boek te werken. Alhoewel zijn wereld totaal op instorten staat, pakt hij zijn koffers en laat Oostende achter zich. In het landhuis van zijn uitgever Georges moet hij er tot ontspanning komen en zich geheel aan het schrijven wijden, maar dan komt er onverwacht bezoek en ...".

Em. Prof. Dr. H. F. Mussche noemde Het Bezoek een "crescendo-boek, tempo en spanning nemen sterk toe naar het einde."

Over het literaire werk van Frank Decerf verscheen in 2014 het essay “De trage zandloper van het geluk”, geschreven door Guy van Hoof. In 2015 publiceerde Decerf ‘Getuigenissen’, een drietalige dichtbundel die was verlucht met 26 miniaturen van de Ierse kunstenaar Joe Moran.

De nieuwe roman ‘Weg’ kan rechtstreeks besteld worden bij de auteur:

Frank Decerf, Schapenstraat 29, 8400 Oostende
decerf_frank@skynet.be
BE78 4758 1503 0186  - Prijs: 20 euro






vrijdag 3 januari 2020

Het gedicht van de dag: Stuit van Kurt De Boodt

Het gedicht van de dag is vandaag met voorsprong 'Stuit' dit ontroerende gedicht van Kurt De Boodt. Uit zijn jongste bundel 'Wake' (Uitg. Wereldbibliotheek)

Kurt De Boodt:
"In mijn jongste bundel houd ik een wake. Of hoe je als vader én als zoon moet loslaten, zoals hier in 'Stuit'. Samen met mijn naasten nam ik zopas afscheid van mijn vader. Het is waar, je kunt je vader niet met je meedragen. Je laat hem levenslang gaan." (Facebook-notitie)

dinsdag 24 december 2019

Langzame wolk - Sacha Blé

nenia voor Tomas Vanhoutte 
(16.11.1969-9.12.2019)



Langzame Wolk, Cervantes, Baard,
Plooifiets-God, Houten Klaas,
Tentendichter, Blonde Vaan:
wals dan nu, wals met ons –

Berk, Buizerd, Mast, Beek,
Schildersoog, Vel Over Been,
Aardpeer, Schietlood, Trommelaar:
wals dan nu, wals met ons –

Kroontjespen, Nachtwacht, Apollo’s
Maat, Zielenroersel, Twijfelrots, Denk-
vulkaan, Spoorzoeker, Ongelovige
Thomas, Beminde: wals nog lang, lang met ons –


© Sacha Blé

17.12.2019


maandag 23 december 2019

Vijf gedichten van Hervé J. Casier

al wat ik
neerleg
waait weg

al wat ik
vasthoud
wordt koud

over alles
wat was
groeit gras


© Hervé J. Casier
21/11/2017


we liggen
samen in bed
en ik vraag
of je al slaapt
en je zegt ja
dan is het stil
blijft het stil
op die manier
praten we
nog een tijdje
tot er niets
meer wordt gezegd


© Hervé J. Casier
09/10/2018


er liggen keien
op de weg
het is altijd
zo geweest
sommigen
onder ons
wrikken ze los
gooien ze
op de tafels
van de barbaren
niemand
onder ons
had gedacht
dat die er
vandaag nog waren


© Hervé J. Casier
11/12/2018


de dichter noteert
enkele leestekens
de punt de komma
de kommapunt
de dubbele punt
het uitroepteken
het vraagteken
het beletselteken
hij denkt en wacht
tot zonsondergang
daarna schrijft hij
helemaal niets meer


© Hervé J. Casier
10/02/2019

de woorden
van mij
altijd netjes
op een rij
soms echter
na een inslag
liggen ze
dooreen
als splinters
van een steen



© Hervé J. Casier
21/08/2019




vrijdag 13 december 2019

Mensbreuk - Robin Hutse

hoe herstel je wat je niet kan lessen
de mensbreuk
die zo onverstaanbaar,
en zo witheet in je kop gist

kan het dan echt alleen
door van schaal te veranderen
door de bodem van je zee
tot bergkammen omhoog te duwen

dat geologie kan verklaren
hoe je werd gevormd uit aanwassend slib
oerregen en de dans van de aarde zelf

en fossiel bewijs kan vinden
voor je gedachten, oxiderend

in de bleke droogte


© Robin Hutse


dinsdag 3 december 2019

Negentien nuchtere notities - Hendrik Carette

Daarom blijft de naïviteit het staatsiekleed van het genie,
zoals naaktheid dat is van de waarheid.
Arthur Schopenhauer, In de tuin der letteren
*
Bij de dood van Gaston Durnez (en ook bij de dood van de dichters Serge Largot en Ben Klein) dacht ik wie zal de volgende zijn? En ik durf geen namen noemen, want soms ben ik een echte profeet.
*
Een mooie alliteratie: In Raqqa resteren nu ruïnes.
*
Was Erich Wichman een Nederlandse fascist? Jazeker en de geleerde Arnold Heumakers schreef een relevant essay over deze fascinerende figuur in De Witte Raaf (nr. 193) van juni 2018 met als titel ‘De kunst om niet te bevriezen’ en als ondertitel ‘Erich Wichman tussen avant-garde en fascisme’.
*
De schilderijen van de mystieke kunstschilder Louis Baretta (Elsene,1866 – Schaarbeek, 1928) staan letterlijk te verrotten achter de wandkasten in het stadhuis en de scholen van de provinciale slaapstad Veurne.
*
Ik zou graag eens een toneelstuk willen zien van Henry de Montherlant. Bij voorbeeld ‘La Reine morte’…Of van Michel de Ghelderode. Bij voorbeeld ‘La Balade du Grand Macabre’…en van Jean Anouilh. Bij voorbeeld ‘Antigone’. Maar de vraag die rijst is de volgende: Moet ik daarvoor nu echt met een tijdmachine terug naar Parijs?
*
In de overvolle trams en in de overvolle ondergrondse metrolijnen zie ik veel volk maar weinig mensen (het woord is van de poète maudit Marcel van Maele). En bijna allen staren verdwaasd naar een klein apparaat dat zij bevingeren.
*
Het tijdschrift Rijmtijd van de Guido Gezellekring publiceerde in de maand juli mijn gedicht ‘De laatste Vlaamse IJslandvaarders’ en dit vermoedelijk om dat boven dit gedicht een citaat van Guido Gezelle staat: “o Grondig groene zee,/ ‘k ben visschende op de baren / van uwe oneindigheid.”
*
De negen bollen van het Atomium blinken onder de aanhoudende miezerige regen.
*
Nee, ik moet niet naar Amerika, want ik beluister het muziekstuk Amériques (Original 1921 Version) van de Franse componist Edgard Varèse.
*
De Franse geograaf, anarchist, dichter en schrijver en ecologist (avant la lettre) Elisée Reclus stierf in Torhout op 4 juli 1905. Hij was een groot man. Zijn laatste grote vreugde was toen hij hoorde van de revolte van de matrozen of de muiterij op de Russische pantserkruiser Potemkin.
*
De beste dichters zijn vrijwillige of onvrijwillige bannelingen: de dichter Stefaan van den Bremt woont nu in het koude Koudekerke in Zeeland. Benno Barnard waant zich een Engelsman in het landelijke East Sussex en ik woon al jaren tussen de moslims in mijn getto in Schaarbeek in Huize De Drie Tulpen.
*
Margot Vanderstraeten (°Hasselt, 1967) is nu onze mooiste en charmantste schrijfster. En daarom ben ik van plan haar boek Mazzel Tov te lezen. En ja, niet die absurdistische gedichten van ons lelijk eendje Delphine Lecompte.
*
Na een operatie of een medisch ingrijpen in mijn neus las ik het verhaal ‘De Neus’ van Nikolaj Gogol en daarna las ik Vladimir Nabokov over Gogol. Zo werd ik a.h.w. de stille luisterende gespreksgenoot van twee Russische genieën.
*
De duivel bestaat echt. Ik heb hem gezien: het is de Rostenduvel van Michel de Ghelderode die in Gent en omstreken rondwaart als een spook. En hij woont in Oostakker waar hij de Oostakkerse gedichten van Hugo Claus probeert te lezen.
*
De dichter Ben Zwaal is de zwaluw van onze taal. En dit is niet zomaar een taalgrapje of een goedkope woordspeling.
*
O gruwel! De Indische nationalist Mahatma Gandhi schreef een brief aan kanselier Adolf Hitler en de aanhef van deze brief, gedateerd op 24 december 1940, luidt als volgt: “Beste vriend, Dat ik u aanpreek als vriend is geen formaliteit. Ik bezit geen vijanden.“
*
Ik lees en herlees nu Bomans. Hij was toch een subliem en subtiel schrijver en hierbij een goede les voor alle literaire jury’s en pseudo-letterkundigen; hij won of ontving niet één literaire prijs.
*
Wilt u een echte valabele geheimtip in de letteren van de Lage Landen: lees dan alles van Anneke Brassinga. Al haar gedichten en essays en neem meteen ook haar vertalingen erbij. Ik denk dan bij voorbeeld aan De dood van Vergilius (het boek van Hermann Broch, uit het Duits) en haar keuze en vertalingen uit de Memoires van de beruchte Franse hertog Saint-Simon.
*
De zoon van de dichteres Christine D’haen is Sylvester B. Hij is een lachende langharige musicoloog en ook hij woont in een huis in Schaarbeek. Wat een troost en wat een vreemd toeval; want ook in Brugge woonden wij al lang geleden beiden recht over elkaar in dezelfde Jerusalemstraat. Zijn zus Anna-Livia B. is een Iranologe die het oude Perzisch beheerst en de Perzische dichters in het Perzisch bestudeert. Maar zij woont in Leiden.


© Hendrik Carette
Schaarbeek, november 2019