woensdag 16 januari 2019

Abba Gold Europe - Philip Hoorne

May we all have our hopes, our will to try
If we don’t we might as well lay down and die
(ABBA)


een man weent het hele abba gold europe concert lang
niet omdat björn niet op björn gelijkt
maar omdat hij van het sentimentele soort is
zijn leven wel en niet een waterloo werd
maar erger
iets ertussenin
en omdat hij de echte agnetha
nooit in levende lijve heeft gezien

daarvoor is het niet te laat
hij zou zomaar naar zweden kunnen reizen
maar hij doet het niet
overweegt niet eens de vrouw te zoeken
die niet meer bestaat
die ongetwijfeld fier bitter en berustend terugblikt
op haar poppetjesjaren
wereldwijd geëvoceerd door lookalikes
die maar wat gelukkig zijn aan een eigen identiteit
te mogen verzaken

oorwurmen oogwurmen
altijd anders en toch hetzelfde
wie beweert dat het leven meer is dan dit
heeft weinig weet van de zinloosheid ervan

als iemand vraagt hoe hij het liefst wil sterven
dan antwoordt hij in zijn slaap
neuriënd


© Philip Hoorne

uit: Het dikke meisje en de ziener - 2019

Extern:
‘Het dikke meisje en de ziener’ bij Uitgeverij In de Knipscheer
Voorstelling bundel bij CC Het Spoor  
De voorstelling als event op Facebook
Weblog Philip Hoorne 
De voorstelling bij De Schaal van Digther

 












Het dikke meisje en de ziener- Philip Hoorne














Van Philip Hoorne verschijnt op vrijdag 1 februari 2019 de nieuwe dichtbundel “Het
dikke meisje en de ziener”. De voorstelling waartoe je door dichter en uitgever nu al bent uitgenodigd vindt plaats in de fijne boekentempel die de Bib van Harelbeke altijd al is geweest. Beginuur: 19:30 u.
De nieuwe bundel, de zevende alweer van deze bedrijvige en niet te stuiten dichter is de eerste die verschijnt bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’, de nieuwe uitgever van Hoorne.
De dichter Philip Hoorne voorstellen is al een tijdje niet meer aan de orde. Zijn eigenzinnige en grimmig-goedgeluimde gedichten zijn immers zo goed als alleen maar te vatten met de omschrijving “Hoorniaans”.

Het programma:
Toelichting: Jooris Van Hulle
Muzikale intermezzi: Janica Lammens (cello)
Philip Hoorne leest voor.
Overhandiging van het eerste exemplaar door de uitgever.
Opening van een kleine tentoonstelling met fotografisch werk van Philip Hoorne


De Schaal van Digther publiceert de komende weken bij wijze van voorpublicatie drie gedichten uit de bundel:

Abba Gold Europe (Woe 16/1/2018)
Toverij dimt het licht tot strijk (Woe 23/1/2018)
Weg van mij (Ma 28/1/2018)

De presentatie van Het dikke meisje en de ziener gaat gepaard met de tentoonstelling van enkele recente foto’s van Philip Hoorne, die ondertussen ook een opgeleid fotograaf geworden is. Een bijkomende reden om op 1 februari 2019 e.k. – de derde dag van de Vierdaagse van het woord - in de Harelbeekse Bib, perfect uitgerust mét een aandachtig luisterend oor, een kijkje te komen nemen. De tentoonstelling zelf loopt tot en met 28 februari 2019.


Extern:
‘Het dikke meisje en de ziener’ bij Uitgeverij In de Knipscheer
Voorstelling bundel bij CC Het Spoor  
De voorstelling als event op Facebook
Weblog Philip Hoorne 

 





















zaterdag 12 januari 2019

De 'Touch' van een 'Touche-à-tout' - Alain Delmotte

Over het plastisch werk van Martine Platteau

Op 6 januari 2019 opende Alain Delmotte de tentoonstelling van Martine Platteau, ‘Heel den hannekensnest’ een ‘in-situ’ installatie nog te bezichtigen tot 10 maart 2019 in Muze'um L te Roeselare. 

Eerder publiceerden we op de Schaal, medio november 2018, het gedicht ‘Vluchtelingen’ dat Alain schreef naar aanleiding van een werk van Platteau. Hieronder leest u de openingstekst bij de tentoonstelling. 


                                                                             ---§---

Wie voor het eerst met het atelier van Martine Platteau kennismaakt, zal niet meteen de indruk hebben dat je een artistieke werkplaats binnenstapt: haar atelier lijkt immers meer op een magazijn. Of is het een zolder?

Allerlei materialen en objecten, van kleurpotloden tot versleten schoenen, liggen er her en der verspreid. In een hoek liggen op elkaar gestapelde stukken stof die je even in een naaiatelier doen wanen. Wis en waarachtig: een echt hannekesnest. Rommel die ongeordend en lukraak bij elkaar werd vergaard - lijkt het. Maar het is een werf vol work in progress.

Want rommel is het niet: het betreft allemaal materialen, spullen waar de kunstenaar mee
 aan de slag gaat. Ze ontneemt die materialen hun functionele contexten en schept er nieuwe contexten uit en voor. Ze doet dat met opmerkelijke gretigheid en geestdrift. En die gretigheid put ze uit haar aangeboren nieuwsgierigheid, die op haar beurt te danken is aan haar capaciteit tot verwondering. En verwondering impliceert een onbevooroordeelde houding ten aanzien van dingen, mensen, gebeurtenissen. Rommel en materialen.

Van collages tot driedimensionaal werk. Van smeed- en laswerk tot simpelweg een paar woorden: ze past alles in haar creaties in, ze vult het met haar creaties aan. Van eerder klassiek aandoend, ambachtelijk grafisch werk tot conceptuele hersensspinsels: daartussen ligt een breed scala aan verschillende uitgangspunten en technieken. Diversiteit is gewoon het kenmerk van Platteau’s werk en werkwijze. Het is haar handtekening, het is haar zijn. Haar mentale manier om in beweging te blijven.

De gretige en enthousiaste “touch van Martine Platteau betreft de touch van een touche à tout. Haar recept is, zoals gezegd, haar vermogen tot een continue verwondering: we hebben te maken met iemand die voortdurend wil bijleren, nooit wil ophouden met exploreren, die met grote sensibiliteit, inzicht en wilskracht zal blijven experimenteren. Iemand die over het muurtje van de generaties kijkt. Die niets wil missen van wat er om haar heen gebeurt. Iemand die om wat om haar heen gebeurt met man en macht in haar creaties geïntegreerd wil zien. Die haar omgeving tot creatie wil maken om het zo voor banaliteit te behoeden. Oude schoenen bijvoorbeeld zijn geen ‘chaussures mortes’. Ze zijn verre van banaal en versleten: ze vertellen de verhalen van wie ze droegen. Frisse verhalen kieper je niet zomaar weg. Dat doe je enkel met oude schoenen.

Omdat ze haar directe omgeving niet van haar afschuift, kunnen we Martine Platteau dus bezwaarlijk als een buitenstaander beschouwen – al worden in de volksmond kunstenaars vaak onterecht als buitenstaanders omschreven: deze tentoonstelling bewijst hoe groot haar gevoelsmatige, maatschappelijke betrokkenheid is. Haar verbondenheid.

De bijna barokke, emancipatorisch gerichte diversiteit aan materialen en techniciteit die ik hier aanstip is de bron van haar specifieke beeldtaal. Die verrijkt ze met particuliere componenten. Het particuliere breidt ze tot eigenzinnige symbolen en/of metaforen uit. Dingen die we als toeschouwer niet meteen vatten, die we wel zinnelijk en gevoelsmatig kunnen benaderen en interpreteren. Het particuliere vernauwt niet, maar verbreedt zich tot een speelruimte die uitnodigt tot participatie. Bij sommige van haar werken kan iedereen zelfs een bijdrage leveren.

Elementen uit haar directe omgeving zijn haar dus tot inspiratie, worden haar tot vocabularium. Die beeldtaal en taal bieden haar ruimte tot improviseren – het toeval kan ze hiermee een kans geven. Ze wenst haarzelf voortdurend te verrassen en verrast daarmee de toeschouwer.

Opvallend is dat dit alles met grote hartelijkheid tot stand komt. Een hartelijkheid die hand in hand gaat met menselijkheid en medemenselijkheid. Dat klinkt misschien wat naïef of sentimenteel. Maar ze trapt niet in die vallen. Ze is lucide. Ze weet zich ‘kwetsbaar’: en dat is nu net wat in de kern menselijkheid betekent. Een mens is fundamenteel kwetsbaar want sterfelijk.

Voor die kwetsbaarheid neemt de kunstenaar het op. Wat we in haar tentoonstelling te zien krijgen is kwetsbaar, broos, breekbaar. Die open uitgesproken kwetsbaarheid is de kracht van haar werk. Art – air – heart. Zo klinkt haar adagium. Kunst is zuurstof, kunst is hartslag, kunst is licht.

Hoe vreemd ook: maar binnen heel den hannekesnest van deze tentoonstelling sluipt een subtiele ordening. Een rode draad - die blauw uitvalt. Het blauw overkoepelt, domineert
het gebeuren hier, legt letterlijk bruggen. Welke dichter zei ook weer dat blauw de enige universele kleur was? Het blauw dat de wereld overspant, het blauw dat we de hemel noemen. Het zwerk en wat het te bieden heeft aan licht. Iedereen draagt het blauw in zich – want dat blauw kan voor het verlangen staan. En wie het blauw kwijt wil, laat zijn menselijkheid op de klippen lopen. Wat kan een mens zonder blauw? Wat vangt een mens zonder lucht aan? Wat vangt hij met al dat blauw licht in de lucht aan? Zoals gezegd is het wat om haar heen gebeurt dat haar werk de vorm geeft – of dat haar vormen doet zoeken. Ook de actualiteit. De maatschappelijke hannekesnest. Ze doet dat met opvallende geëngageerdheid en grote authenticiteit. Uiteraard heeft haar werk iets speels: hier en daar ontwaren we zelfs zoiets als humor. Maar het is niet vrijblijvend. Platteau houdt de voeten op de grond. Haar aanklacht is duidelijk: against the greed.

Voeten op de grond. Dit is hier letterlijk te nemen. Op heel wat werken komt het motief van de voetafdruk terug. Hiermee evoceert ze de vluchtelingenproblematiek. Vluchtelingen zijn geen personages. Het zijn individuen met ieder in zich: het blauw dat naar iets harmonieus doet verlangen. Naar een eigen huis van het Zijn. De manier waarop vluchtelingen (transmigranten, migranten, vreemdelingen, allochtonen, straatvechters, profiteurs en weet ik veel wat voor etiketten ze aangekleefd krijgen) door verschillende media zo ‘in beeld en in ideologisch vooroordeel’ worden gebracht dat ze helemaal anoniem lijken. Dat ze er niet toe doen. Dat ze geen recht meer lijken te hebben op een naam, enkel op een huidskleur of een religie, enkel op een dossier en op een weinig benijdenswaardig plaatsje in een roekeloos berekende statistiek.

Ze kwamen aan op lek lopende schuiten, spoelden aan op de stranden van een wereld met een lek lopende moraliteit – waarmee veel van hun verlangen wordt ontkracht. Maar niet helemaal. Een vraag die we ons zouden kunnen stellen: behoort verlangen tot de rechten van de mens?

De kunstenaar maakt zich daar heel terecht boos over maar wordt nooit boosaardig. Geen spoor van cynisme, geen spoor van zwaarmoedigheid. Ze is te subtiel om brutaal te kunnen zijn. Te kwetsbaar. Ze blijft de wereld en het werelds gebeuren verwelkomen. Ze blijft gastvrij haar hand uitsteken. Ze onthaalt.

Het werk van Martine Platteau vraagt niet om veel theorema’s en grote woorden. Ze is eerder iemand van de daad. Waarmee ik niet wil zeggen dat het reflexieve of het methodische haar vreemd is. Nee, vergeet niet dat ze voortdurend bij wil leren! Ze reflecteert in een beginstadium maar eenmaal deze episode voorbij volgt ze vanuit dat reflexieve haar intuïtieve weg. En het intuïtieve is misschien wel voor de toeschouwers die we zijn de juiste theorie en methodiek om dit werk te benaderen. Er wordt van ons enkel wat empathie vereist. Op die manier worden wij, toeschouwers, onmisbare deelnemers. Meer is kunst niet. Veel meer dan dit kan kunst niet.


© Alain Delmotte


Extern
Website Martine Platteau
Muze'um L Licht en Landschap, Bergstraat 23, Zilverberg, 8800 Roeselare
‘Heel den hannekensnest’ een ‘in-situ’ installatie van Martine Platteau is nog te bekijken tot 10 maart 2019. 
Vluchtelingen, een gedicht van Alain Delmotte


vrijdag 11 januari 2019

Vriendschap – Antoon Van den Braembussche

Luc R.C. Deleu indachtig

In jou ben ik mezelf verloren.
Ooit op een welbepaald ogenblik
en ook enigszins voor altijd.

Je blijft bestendig,
aanwezig in het afwezige
want vriendschap sterft niet.
Geeft enkel de geest.

Geen vluchtige herinnering
want zelfs onvolkomen,
verlicht in het ongewisse,
word jij geboren.

Steeds opnieuw.

Word ik ook steeds opnieuw
in jou begraven.

En hierdoor eerst levend,
levend alleszins.


© Antoon Van den Braembussche


Antoon Van den Braembussche las op 9/1/2019 in Roeselare voorgaand gedicht tijdens de herdenkingsdienst van zijn vriend van het eerste uur Luc R.C. Deleu die recent op 30/12/2018 overleed. Sterkte aan familie en vrienden van Luc Deleu vanwege de Digther-redactie.


donderdag 10 januari 2019

kalmenzone – een tijdschrift en een koppelteken - Romain John Van de Maele

kalmenzone – een tijdschrift en een koppelteken

In april 2013 verscheen het eerste nummer van het literaire tijdschrift kalmenzone. De initiatiefnemer en samensteller van het blad, dat gratis gedownload kan worden op dit adres, was Cornelius van Alsum (1976). Hij woont in Bonn en schrijft gedichten, aforismen, essays en verhalend proza. Voorts is hij actief als vertaler van literaire teksten uit verschillende Europese talen.

De titel van het blad, kalmenzone, verwijst naar de gelijknamige regio ten noorden en ten zuiden van de evenaar. In het Nederlands wordt die regio inter-tropische convergentiezone genoemd, in het Frans zone des calmes équatoriaux of in de taal van de zeelieden le pot au noir. Het gebied wordt gekenmerkt door lage luchtdruk en lichte wisselende winden. De relatieve windstilte wordt echter vaak verstoord door hevig onweer en windstoten uit verschillende richtingen. Het blad wil een forum zijn waarin dichters, vertalers, prozaschrijvers en visuele kunstenaars rustig tot ontplooiing kunnen komen, maar nu en dan moet de rust wijken voor teksten die met een donderslag alle aandacht opeisen. In die zin is het blad een spiegelbeeld van wat in Europa en op andere plaatsen in de wereld leeft. Van in het begin werden immers ook vertaalde teksten opgenomen.
In de herfst van 2018 hebben zes kunstenaars die regelmatig aan het tijdschrift meewerken besloten als groep op de voorgrond te treden: Alexandra Bernhardt (Wenen), Caroline Hartge (Garbsen bei Hannover), Christine Kappe (Hannover), Irene Klaffke (Leiter bei Hannover), Cornelius van Alsum (Bonn) en Romain John van de Maele (Heverlee). De groep streeft er o.a. naar Nederlandstalig werk in Duitsland voor te stellen en omgekeerd Duitse literatuur in Vlaanderen en Nederland aan te bieden. Daarnaast zal ook naar samenwerkingsverbanden met Scandinavische en anderstalige bladen worden gezocht.

In het eerste nummer werden Herman Melville en Francesco Petrarca voorgesteld, auteurs die ook in latere nummers aan bod zijn gekomen. Een jaar later, in april 2014, werd een eerste keer aandacht besteed aan een Nederlandstalige auteur: de uitgever besprak toen Het vijfde zegel van Simon Vestdijk. Andere schrijvers voor wie de loper werd uitgerold, zijn Thomas Wyatt, Philip Sidney en William Shakespeare. In december 2014 richtte ik in Heft 6 het zoeklicht op het werk van Roland Jooris en de Duitse dichter Michael Hillen publiceerde een gedicht over de Antwerpse dierentuin: ‘Tiergarten Antwerpen, Abt. “Eisland”’. In april 2015 (Heft 7) werd het vroege werk van Catharina Boer (Karina Alberts) besproken. Heft 8 verscheen in oktober 2015 en bevatte o.a. werk van Miguel de Unamuno en George Rodenbach (twee sonnetten in een vertaling van Sigune Schnabel). In het themagedeelte over elegieën werden drie gedichten van Maurice Gilliams gepubliceerd.

In Heft 9, dat in april 2016 is verschenen, besprak Gabriele Haefs Ierse nachten van Simon Vestdijk, en voorts vielen de namen van W.B. Yeats en de Noors-Deense schrijver Ludvig Holberg op. Het themagedeelte werd in beslag genomen door Vlaamse schrijvers en Duitse auteurs die aandacht hebben besteed aan Vlaanderen. Cyriel Buysse was vertegenwoordigd met het verhaal Gampelaarken en er werd uitvoerig aandacht besteed aan de historische romans van Louis Paul Boon. Jonis Hartmann leverde de bijdrage ‘Auf Schwebereise in Flandern’, Sigune Schnabel vertaalde een fragment uit Bruges-la-Morte en Michael Hillen publiceerde het gedicht ‘hoogstraat, brügge’. Er verschenen vertalingen van gedichten van Jo Gisekin, Patrick Lateur, Lut de Block, Stefan van den Bremt, Charles Ducal, Richard Foqué, Roger de Neef, Inge Braeckman, Mark Insingel, Peter Holvoet-Hanssen, Jan Lauwereyns, Renaat Ramon, Christina Guirlande, Paul Claes, Eddy van Vliet en Charlotte van den Broeck. De vertalers waren Ludo Verbeeck (†), Maria Csollány, Isabel Hessel, Paul Claes, Susanne Grotti en Romain John van de Maele. Afrondend werd nog een fragment gepubliceerd uit Charles de Costers Uilenspiegelroman. Het oktobernummer 2016 was gewijd aan Cervantes, maar het bevatte ook Van Gogh-gedichten van de Nuenense dichteres Catharina Boer en het gedicht ‘Dulcinea, Dulcinea’ van Inge Braeckman in een vertaling van Ralph Dum.


Heft 11 verscheen in april 2017 en bevatte o.a. twee gedichten uit Brieven aan Plinius van Marleen de Crée, een Duitstalige versie van W.B. Yeats ‘The second coming’, vertaald door Caroline Hartge en werk van Edmund Spenser in een vertaling van Sigune Schnabel. In december 2017 was Maurice Gilliams vertegenwoordigd met een fragment uit Oefentocht in het luchtledige: ‘Georgina’. Evelyn Bernadette Mayr vertaalde poëzie van Michele Najlis, Cornelius van Alsum vertaalde fragmenten uit Leituras populares van de Portugese schrijver Antero de Quental, en Gabriele Haefs vertaalde het kortverhaal ‘The Selkie’ van de in Dublin wonende Schotse schrijfster Melissa Murray. Het juninummer van 2018 bevatte o.a. twee Raveel-gedichten van Jo Gisekin, samen met een afbeelding van de schilderijen die haar hebben geïnspireerd. Weldra verschijnt Heft 14 met daarin o.a. een gedicht van Hannie Rouweler. In Heft 15 (2019) zal uitvoerig aandacht worden besteed aan het werk van Roger Raveel en het poëtisch gesprek van Roland Jooris, Jo Gisekin en Bert Kooijman met het werk van de schilder uit Machelen-aan-de-Leie.

kalmenzone wil o.a. een koppelteken zijn dat werk van voorbij de horizon samenbrengt in goed gestoffeerde nummers die gratis ter beschikking worden gesteld. Het werk van Nederlandstalige auteurs mag daarbij niet ontbreken.


© Romain John van de Maele

Extern:
kalmenzone.de




zondag 6 januari 2019

Dear Marcus - Herman Leenders

I.M. Marcus Cumberlege


ik haast mij om je te zeggen
dat de straten je hard missen
de Garenmarkt en Wollestraat
hebben dichters nodig die spinnen
vuilnisbakken willen jouw
lessenaar en katheder zijn
waar is de straatveger waar de padvinder
met zijn muts van gebreide wolken
wie zal woorden oppikken
beelden zien praten
de keikoppen sussen
wie zal de Reien doorgronden
hen zien dampen en rimpelen
als een oud geworden spiegelbeeld
wie zal de bomen omarmen
luisteren naar hun sappen
de paarden voorbij zien draven
en denken aan zijn begrafenis
wie anders dan jij, Marcus?



© Herman Leenders

Gedicht geschreven bij het afscheid van Marcus Cumberlege


Afscheid van Marcus Cumberlege

Gisteren, zaterdag 5 januari 2019, namen we tijdens een serene dienst vol mooie getuigenissen afscheid van dichter-bij-én-voor-het-leven Marcus Cumberlege
Afscheid van Marcus
(23/12/1948 - 30/12/2018). Altijd al een buitenbeentje onder de Brugse dichters, want Engelstalig en inwijkeling, was Marcus als dichter een ware man van de straat. Het geluid van de straat, het volle geluid van Brugge ook, bleef, sinds hij er in het jaar 1972 zijn vrouw Maria ontmoette en er voorgoed kwam wonen, doorklinken in zijn werk. Ook zijn verbondenheid met het Shin-boeddhisme was een voorname inspiratiebron voor zijn poëzie. Zijn talent was het talent om het poëtische in zijn heel directe nabije omgeving te zoeken. En te vinden. Marcus Cumberlege mocht dan wel door de jaren heen zo goed als verknocht geraakt zijn aan Brugge, gisteren was de voertaal van de plechtigheid internationaal. Zoals dat voor een meertalig dichter hoort te zijn. Italiaans, Frans, Engels en Nederlands wisselden elkaar af. Het typeert het grensoverschrijdende karakter van de zachte en innemende figuur die Marcus bij leven was. Brugge mist sinds een aantal dagen een dichter die haar lief was. Zijn nederig dichterschap was niet minder dan een statement. "I am a poet" stond er al die jaren als intro op zijn Facebook-bladzijdeHerman Leenders, net als Marcus, een voormalig Brugs stadsdichter schreef en las als afscheid met "Dear Marcus" een bijzonder treffend in-memoriam-gedicht.
(P.R.)

Extern:
Site over leven en werk Marcus Cumberlege
















































dinsdag 1 januari 2019

Zelfportret - Sacha Blé

Zelfportret.

Met Boeddhistische Novice Giel Foubert (°1988)


Ik mis u, hier, uw
ranke hoofd, uw

hoge lenden, naaktheid,
uw lange weg.

Sinds ik u ken, uit de krant,
weet ik meer zeker

dat ik hier niet ben,
niet in dit leven, niet

in een vorig, niet
in een distel, een suikerklont,

een bladblazer, steriel appartement.
Hoezeer reik ik

naar een nu
dat me in mijn diepte herstemt,

een niet-ik dat me open laat
en gretig verkent.

Iets in me zegt, onophoudelijk,
dat ik zoals u was, als ventje van zes,

geweldig braaf kliederend
in de maartse zon

met Oost-Indische verf,
op roze vloeipapier

met paardenbloemen doorvlochten,
toen ik nog bloot ging dus,

ten volle zeker
van mijn ouders en mezelf –


© Sacha Blé


Notitie van Sacha Blé bij dit gedicht : “Met het einde van het jaar in zicht schreef ik dit gedicht. Omdat het 5 jaar geleden is dat Oost-Vlaming Giel Foubert op 15-jarige leeftijd naar India vertrok, toen met de nodige commotie tot gevolg.


Digther wenst iedereen een creatief 2019!

maandag 31 december 2018

Geitjes in Imlil - Sacha Blé

Als dus de muilezels in de middag
tussen het water in de vallei staan,
hun bonte rugdoek nog op,
gebonden op enkele meters van elkaar,
dan staren ze naar wat is

tussen de grond en hun baal,
wat zij zien zien wij niet
terwijl in hun rug frivool de geitjes
vallen naar elkaar, waarom groeten
in Imlil de ezels de stoeiende geitjes niet?


© Sacha Blé


Noot:
Op maandag 17/12/2018 werden nabij het Marokkaanse bergdorpje Imlil de brutaal, gruwelijk vermoorde lichamen teruggevonden van de 24-jarige Deense rugzaktoeriste Louisa Vesterager Jespersen en de 28-jarige Noorse Maren Ueland.

Dichter Sacha Blé debuteerde in 2003 bij Uitgeverij Lannoo met de bundel 'Afwezigheid'. Eén van de eerste gedichten van die bundel is bovenstaand gedicht 'Geitjes in Imlil', waarin Sacha Blé de ongrijpbare sfeer in Imlil te pakken probeerde te krijgen. Een gedicht dat nu, vijftien jaar later, gelezen kan worden als een in memoriam!


Marcus Cumberlege overleden

R.I.P. Marcus Cumberlege!



Aanvullend bericht:
Wie dat wil kan samen met familie en vrienden afscheid nemen van Marcus op zaterdag 5/1/2019 om 11:00 u in Magdalenakerk, Stalijzerstraat, Brugge.


zondag 30 december 2018

Je gezicht - Sacha Blé

Je gezicht –
ik beschrijf het met de wereld

die ik ken: de ree
Vasalis, berin Yourcenar,

de fee Szymborska,
Van Hee de volle maan.

Je had niets met poëzie.
Liever iets nuchters én sentimenteels,

de après-ski in La Bresse,
het Nieuwjaarsconcert uit Wenen,

de vogels op de oude kustlijn,
Knokke, de Champagnestreek in maartse zon.

Helder
had je het alles, als kippenstront.

Tot je dood ging.
Vroeger, merkelijk, dan de zon.


© Sacha Blé


woensdag 26 december 2018

Duinen - Joris Denoo

Sanctuary aan zee

6. Duinen


licht ons op laat ons staan
vervoeg ons tot een honderdvoud
neem ons op de korrel
maar verklap dit eiland niet

verbuig ons onder brekend licht
sta ons toe u nader te bepalen
verdwaal met voorbedachten rade
maar bewaar wat wij verbergen

waad met langzame gebaren
door dit meervoud van een weelde
grijp ons aan heb ons liggen
bestijg onze rimpelflanken

omschrijf dan dit verwende nest
met een zilte regenboog van woorden
en vertel vooral de mensen niet
van deze schroeiplek zonder weerga



© Joris Denoo


Uit de cyclus "Sanctuary aan zee", gepubliceerd
op 'De Schaal van Digther'.



De cyclus "Sanctuary aan zee", een minicollectie reisgedichten (waarvan enkele ook als Flard verschenen) bestaat uit:

1. Zeeschap (Vr 21/12/2018)
2. Helmgras (Za 22/12/2018)
3. Eredienst (Zo 23/12/2018)
4. Dronkenschap (Ma 24/12/2018)
5. Dijk in de winter (Di 25/12/2018)
6. Duinen (Woe 26/12/2018)

dinsdag 25 december 2018

Dijk in de winter - Joris Denoo

Sanctuary aan zee

5. Dijk in de winter


ginds was een herfst de mode wou het
mocht versace nog in leven zijn
dan zagen bomen er nu anders uit
en brueghel zou barmhartig zijn

stenen waaien niet en regen stremt
als luie lava wecken van wind
en vlinders prikken om niet te vergeten
hoe onstuimig alles ooit was

nu glasstilte en beweging gestold
leven onzichtbaar geworden en
glashelder doorzicht het wrede
van bewaren een laatste kramp

de afrekening met de strepen erdoor
het gesperde toen is het eeuwige nu
de stille weckroep van pompei
waaiend glas en marmeren gefladder


© Joris Denoo


Uit de cyclus "Sanctuary aan zee", gepubliceerd
op 'De Schaal van Digther'.



De cyclus "Sanctuary aan zee", een minicollectie reisgedichten (waarvan enkele ook als Flard verschenen) bestaat uit:

1. Zeeschap (Vr 21/12/2018)
2. Helmgras (Za 22/12/2018)
3. Eredienst (Zo 23/12/2018)
4. Dronkenschap (Ma 24/12/2018)
5. Dijk in de winter (Di 25/12/2018)
6. Duinen (Woe 26/12/2018)

maandag 24 december 2018

Dronkenschap - Joris Denoo

Sanctuary aan zee

4. Dronkenschap


stilte breekt in volle hevigheid los
als op een bolle akker in de zestiende eeuw
een meeuw glijdt in een luchtplooi weg
tijd stippelt haar ongenadig uit

het elementaire bestaan op deze aarde
doordesemen met iets van een hogere orde
gesuizel van een zuidenwind en inzicht
in het licht van vossenrode somberte

ik klik verklik in de doka van mijn hoofd
er is de donkerte van wijn het bad waaruit
fluwelen beelden komen die ook branden
laat me langzaam waden tegen scherpte in
deze zee beleven


© Joris Denoo


Uit de cyclus "Sanctuary aan zee", gepubliceerd
op 'De Schaal van Digther'.



De cyclus "Sanctuary aan zee", een minicollectie reisgedichten (waarvan enkele ook als Flard verschenen) bestaat uit:

1. Zeeschap (Vr 21/12/2018)
2. Helmgras (Za 22/12/2018)
3. Eredienst (Zo 23/12/2018)
4. Dronkenschap (Ma 24/12/2018)
5. Dijk in de winter (Di 25/12/2018)
6. Duinen (Woe 26/12/2018)

zondag 23 december 2018

Eredienst - Joris Denoo

Sanctuary aan zee

3. Eredienst


tegen strakke blauwte bovenal
bidt een zwever
met gespreide vleugels

in de diepte die daaruit ontstaat
zing ik zomer
als gewijde opera

in de kathedraal van wind
en luchten huis ik als een duif
zo thuis zo hoog zo heilig

aan de verte huilt een hond
die in de winter woont

wees gezegend meeuwen


© Joris Denoo


Uit de cyclus "Sanctuary aan zee", gepubliceerd
op 'De Schaal van Digther'.



De cyclus "Sanctuary aan zee", een minicollectie reisgedichten (waarvan enkele ook als Flard verschenen) bestaat uit:

1. Zeeschap (Vr 21/12/2018)
2. Helmgras (Za 22/12/2018)
3. Eredienst (Zo 23/12/2018)
4. Dronkenschap (Ma 24/12/2018)
5. Dijk in de winter (Di 25/12/2018)
6. Duinen (Woe 26/12/2018)

zaterdag 22 december 2018

Helmgras - Joris Denoo

Sanctuary aan zee

2. Helmgras


pijlen die geworteld in het donker
luchtigheid klemvast verpakken
soms het gelispel van belezen wind
spraakgebrekkig als het weer leenroerig wordt

zo spiegel ik mezelf en mijn gemis
aan wat mijn wortel altijd wist
dat vele stengels wel een struik bepalen
maar bij ontstentenis niet echt ontbreken

en dichter bij vergeten van wat was
krijgt een oud verhaal zijn verse glans
wit en onbeschreven wordt onbeschrijfelijk
groen in het geblader tussen regels


© Joris Denoo


Uit de cyclus "Sanctuary aan zee", gepubliceerd
op 'De Schaal van Digther'.



De cyclus "Sanctuary aan zee", een minicollectie reisgedichten (waarvan enkele ook als Flard verschenen) bestaat uit:

1. Zeeschap (Vr 21/12/2018)
2. Helmgras (Za 22/12/2018)
3. Eredienst (Zo 23/12/2018)
4. Dronkenschap (Ma 24/12/2018)
5. Dijk in de winter (Di 25/12/2018)
6. Duinen (Woe 26/12/2018)