dinsdag 22 september 2020

Orgelbouwer - Cornelius van Alsum

Orgelbouwer

Dan verwijdert de assistent de eerste pin.
Compenius pakt zelf de pijpen in.
Ossen gaan vele venijnige mijlen ver op stap:
Als vorsten zich verbonden voelen, gebeurt dat.

En terwijl knechten kisten hieven
Blijft een kamerheer de laatste toetsen gadeslaan:
Het gepeupel zou – wanneer we sliepen
Hij raakt goedgemutst de kwasten van zijn sjerp aan.

Vanuit Wolfenbüttel trekt de groep op
Naar de koning van Denemarken, machtig en rond.
Die woont in een zelf ontworpen slot,
En schept met grote hand tol aan de Sont.

Zijn hofhouding heeft jicht en staart spoken aan.
Heel binnenkort valt iemand in Praag uit een raam.  


© Cornelius van Alsum


© Vertaling Romain John van de Maele


Orgelbauer


Dann löst der Assistent den ersten Zapfen.
Die Pfeifen hüllt Compenius selber ein.
So viele böse Meilen Ochsenstapfen:
Sind Fürsten sich gewogen, muß es sein.

Und während Knechte Kisten hieven,
Bewacht ein Kämmerling die letzten Tasten:
Der Pöbel würde – wenn wir schliefen ...
Und wohlig streicht er seine Schärpenquasten.

Von Wolfenbüttel zieht der Troß
Zum Dänenkönig, mächtig und rund.
Der wohnt im selbstentworfenen Schloß,
Schöpft reichlich aus dem Zoll am Sund.

Sein Hofstaat hat die Gicht und sieht Gespenster.
Sehr bald fällt wer in Prag aus einem Fenster.


Het gedicht werd gepubliceerd in oda – Ort der Augen 2/2017 en in Palmbaum 65 (2017)


Noot van de vertaler:

In de slotkapel van Frederiksborg (Hillerød), ten noordwesten van Kopenhagen, staat een or-gel dat in 1610 door Esaias Compenius (1560-1617) werd gebouwd voor Juli-us von Braunschweig-Lüneburg (1528-1589). Het orgel werd opgesteld in Schloss Hessen nabij Wolfenbüttel. Na de dood van de hertog heeft zijn weduwe, Elisabeth von Braunschweig (1573-1625), het orgel in 1616 aan haar broer, koning Christian IV van Denemarken (1577-1648), geschonken. De Deense koning liet het plaatsen in het slot Frederiksborg. In 1626, na de dood van de hertogin van Braunschweig-Lüneburg, namen de Denen actief deel aan de Dertigjarige Oorlog, ter ondersteuning van Christian von Braunschweig-Wolfenbüttel (1599-1626), die na de dood van zijn vader door zijn oom Christian IV werd opgevoed.

Frederiksborg is gebouwd in de jaren 1600–1620 in Vlaamse renaissancestijl. Aan de bouw en het ontwerp hebben onder anderen Hans van Steenwinckel de Oude en zijn zonen Hans II van Steenwinckel en Laurens II van Steenwinckel deelgenomen (D.F. Slothouwer, Bouwkunst der Nederlandsche renaissance in Denemarken, Amsterdam, P.N. van Kampen & Zoon, 1924, p. 89-119.)

Bij de vertaling van het sonnet werd zoveel mogelijk getracht het oorspronkelijke metrum te benaderen en het structureel belangrijke eindrijm te behouden, maar het was niet mogelijk het oorspronkelijke rijmschema helemaal te volgen. Er hebben klankverschuivingen plaatsgevon-den zonder dat de inhoud geweld werd aangedaan.


© Vertaling Romain John van de Maele

maandag 21 september 2020

Geert Viaene laureaat van de Rinke Tolman-poëzieprijs

 


 

Geert Viaene is de laureaat van de tiende Rinke Tolman-poëzieprijs die vrijdag laatst in Soest werd uitgericht. De jury bestond uit Vrouwkje Tuinman (voorzitter) en twee bestuursleden van SLAS (Stichting Literaire Activiteiten Soest) Karin Haar en Mieke van de Lecq. Het thema van de wedstrijd was 'Zwerfkei' en de ingezonden gedichten mochten niet langer zijn dan 12 regels.

Hieronder het winnende gedicht:

OVERAL DUIKEN STUKJES VAN EEN LICHAAM OP

kijk uit waar je met je wandelschoenen landt, pas op
voor slangen, je ontdekt venusschelpen in de bergen

terwijl het lijkt alsof je adem haalt onder water stapelen
zwerfkeien zich op of rollen richting zee, je kan er uren

staren naar wieren die je in slaap wiegen, meisjesharen
bedekken een grillige drakenruggengraat in de sneeuw


© Geert Viaene


De tweede prijs ging naar Frank van den Houte (met het gedicht Steenhouwer)en de derde prijs was weggelegd voor het gedicht 'Moonie' van Joris Denoo. Voor de wedstrijd werden 227 gedichten ingestuurd. Zeven andere dichters werden genomineerd:


Elbrich Vreeling
Gino Dekeyzer
Karel Bogaerts
Leo Mesman
Marije Halman
Rob Boudestein
Suzanne van Leendert


De winnende gedichten zijn hier na te lezen. Op deze Slas-site zullen binnenkort ook de gedichten van de genomineerden na te lezen zijn.


Extern:
Meer info over de wedstrijd bij SLAS

 

 

zaterdag 5 september 2020

Karel Dierickx door de ogen van een dichter - Jo Gisekin

Toespraak van Jo Gisekin bij de opening van de tentoonstelling Karel Dierickx in de bibliotheek van Harelbeke op 3 september 2020.

Ik sta hier niet als kunsthistoricus, noch als kunstcriticus, want dat ben ik niet, ik sta hier als een bewonderaarster van Karel Dierickx als schilder, daarnaast als vriendin van Karel én ook van zijn vrouw, die ik sinds onheuglijke tijden mocht kennen. Later door het huwelijk
 met mijn man is deze vriendschap helemaal niet afgezwakt, wél integendeel.
Nu wil het toeval dat ik tijdens mijn jeugd - ik kom uit Machelen aan de Leie, een regio waar schilders met bosjes te vinden waren: Deurle, Latem, Afsnee - het geluk had enkele van die schilders van dichtbij te kennen: Hubert Malfait, Albert Saverys, Roger Raveel e.a. Allemaal waren het artiesten die op mij een blijvende stempel hebben gedrukt en over wie enkele saillante details in mijn geheugen opgeslagen zijn. Om er maar eentje te noemen, ik herinner mij bijvoorbeeld als kind dat Albert Saverys bij ons binnenviel en toen hij het schilderij met de bloemenruiker zag hangen dat hij mijn ouders bij hun verloving cadeau had gedaan, met zijn luide stem uitriep: ‘Breng mij ’ne keer ’ne grote patat, snij hem door, ik ga dien tableau ’ne keer opkuisen.’ Hij wreef met de aardappel over het schilderij van rechts naar links, van onder naar boven, de poetsbeurt was afgelopen en in zijn ogen was de bloemenruiker helemaal opgefleurd, ook al merkten wij eigenlijk geen verschil.

Karel Dierickx, die ik later leerde kennen via zijn huwelijk en die hier vandaag met een aantal van zijn werken aanwezig is, was ook een artiest van dat zuivere gehalte in zijn teken-, schilder- en beeldhouwwerken, zijn doen en laten, zijn levensstijl, ups en downs, zijn humor, dat alles blijft in ons geheugen gegrift. Van meet af aan beviel hij mij door zijn originaliteit, hij voelde kwetsbaar aan, ook in zijn fijne gestalte, sensibel en integer, hij kwam over als een rasechte artiest zonder dikdoenerij, een dichterlijke schilder, die door zijn werk bij mij een poëtische snaar raakte. Ooit heeft hij zelf de wens uitgedrukt: Lees mijn werk als een gedicht, en dat was voor mij zijn credo.

Als wij hier straks met ingetogen aandacht rondkijken, zullen we die dichterlijke toets in al zijn werken opmerken. In zijn donkerste werken vind je een sprankel licht, klein of mysterieus, iets ondefineerbaars dat het hart raakt, zoals een gedicht, dat je niet kan of hoeft te doorgronden, vibreert door dát precieze woord op de juiste plaats in het juiste vers. Als zeer jonge schilder, juist 22 was hij, werd hij laureaat van de Jeune Peinture Belge en het jaar daarop kreeg hij de Godecharleprijs die jonge schilders, beeldhouwers, architecten in hun jeugdige carrière wil stimuleren. Met andere woorden: al heel vroeg werd zijn talent opgemerkt en dat bleef zo zijn leven lang, in 1995 werd hij trouwens lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, een bijzondere eer en erkenning van zijn kunst.

Een van zijn vroege werkjes uit 1964, Dorpszicht, geschilderd op papier, trof ik aan in het boek Omgekeerde leugens, dat hier in de tentoonstelling ligt. Het stelt zijn huisje voor in het zuiden uit de tijd toen hij daar enkele jaren woonde en hij figuratief werkte. Hier is die stevige hand reeds merkbaar die hij in zijn latere werken zou aanhouden, met een mooi beheerst zuiders koloriet. Het schilderijtje valt trouwens op door zijn bijzondere expressie en het doet je meteen verlangen naar de Provence met een platanenpleintje voor de deur.

In dat boek, Omgekeerde leugens, staan aquarellen, waarvan er hier zes hangen bij het binnenkomen; ze zijn ontstaan uit de samenwerking tussen Karel en Jan Vanriet. Jan Vanriet is niet alleen een bekend schilder, maar ook dichter, en we weten dat Karel zich graag liet omringen door dichters. Beide artiesten inspireerden elkaar bij de genese van deze werken, ofwel startte de ene schilder op en maakte de andere het werk af, of omgekeerd. Dat was niet alleen een boeiend experiment, maar het leverde ook mooie uiteenlopende werken op, waar je bij een nader bekijken, soms, niet altijd, de toets van de ene of de andere artiest herkent.

Aan de Genève-suite getiteld Het verregende land is een anekdote verbonden die een tipje van de sluier licht van het karakter van Karel Dierickx, de onthechte man op sommige momenten, waar het zijn eigen werken betreft. In 1991 exposeerde hij deze tekeningen in Genève. Na afloop van de tentoonstelling werden ze, veilig en mooi ingepakt, keurig verzonden en thuis bij hem afgeleverd. Stel je voor, nooit heeft hij dat pak opengemaakt, opnieuw bekeken. Zijn vrouw heeft dat pak onlangs gevonden en nu hangen deze bijzondere tekeningen hier, voor het eerst hier, niemand heeft ze intussen ooit gezien. Het zijn merkwaardige, heel mooie werken, gemengde techniek op papier, Karel was trouwens een meester in het tekenen, wat hij heel belangrijk vond voorafgaand aan zijn schilderijen. Hoe desolaat en verregend deze tekeningen in somber en zwart, toch zijn ze van een schoonheid die ontroert door telkens een lichtgevende vibratie, een blauwe schemer, een gele of oranje sluier die het aardeland onder de regen doet vermoeden, vol melancholie, met daarboven een ijl kleur- en lichtspel in de wolken. Hij schept hier als het ware een nieuw land, een veronderstelling van een landschap zoals dat ook in zijn grote schilderijen te zien is, hij schept een nieuwe wereld: wat hij precies ziet schildert hij niet, hij toont zijn zienswijze van hetgeen open en bloot voor hem ligt in dat verregende land, of in een ander werk, in een marine of in een stilleven. Hij weet zo de werkelijkheid te overstijgen en met zijn eigen observatie iets nieuws te creëren dat de kijker nieuwsgierig maakt en prikkelt.

Op die manier leerde hij zijn studenten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, onder wie Wim Delvoye, Jan Van Imschoot en nog vele anderen, hoe je boven of achter de werkelijkheid moest leren kijken, hoe je een nieuwe esthetische belevenis kon creëren met vermoedens van het werkelijk zichtbare, met kleurnuances. Bij een dichter gaat het niet anders, uitgaan van wat hij observeert of voelt of aan den lijve ondervindt om het daarna om te scheppen tot iets nieuws, zodat de lezer de mogelijkheid krijgt zelf te interpreteren. Dat is het kleine mysterie, het boeiende in een goed gedicht.

Zo vind je bij Karel vaak schilderijen met dezelfde onderwerpen. Kijk eens naar de twee werken met als titel De Zee. Ze zijn zo verschillend van lichtinval, van coloriet, van verfaanzet, en zelfs van emotie, met kleurcontrasten licht en donker in de bewegingen van de golven, dikkere of eerder zuinige paletlagen, geen afgelijnde vormen, deze schilderijen vloeien als het ware uit buiten de lijsten zodat je een gevoel van oneindigheid krijgt. Het schilderij met als titel Zomers landschap of dat met als titel Het land van Rimbaud hebben in mijn ogen veel met elkaar gemeen. Karel moet zeker de geboortestreek van Rimbaud, Charleville, hebben bezocht en onder de indruk zijn geweest. Beide schilderijen spatten haast open in de ogen van de kijker door hun krachtige kleuren, die toetsen oranje en aubergine, en olijfgroen. Het zijn poëtische werken waar het landschap zich in volle glorie uitrolt.

Ik geloof het graag dat voor Karel Dierickx schilderen bijna een boetseren is, hoe hij met gevoelige vingertoppen penseelstreken laag over laag, mijmerend de verf aanbrengt. Hij hield niet op, hij zei zelf: Schilderen is voor mij een drug. Nooit ging hij mee met de ene of andere modestrekking, hij bleef zijn eigen zichzelf, maar toch in volle overtuiging van zijn kunnen. Diezelfde overtuigingskracht vinden we terug in zijn beeldhouwwerk met zijn voorliefde voor figuren, vogels of hoofden. Het beeldhouwen noemde hij een nevenactiviteit naast zijn teken- en schilderwerk, maar minderwaardig was het niet voor hem. Met dezelfde intensiteit en emotie als aan zijn schilderijen werkte hij aan zijn sculpturen.

Een van zijn topwerken in dat genre, Het mysterie van Sint-Jan, dat hier staat, werd in 2012 geëxposeerd in de Gentse Sint-Baafskathedraal, die lang geleden inderdaad Sint-Jan heette. Het is een assemblagesculptuur uit een gevonden stuk hout, beschilderd met rode verfstreken. Ik zou aanraden, neem het werk in u op, laat uw fantasie haar gang gaan: wijst het bovenste gedeelte op de onthoofding van Johannes de Doper, is het een doornenkroon, een bloedvlek op de borst ? Dat is het nu juist wat Karel beoogde met zijn kunst: de kijker aansporen tot inleven in zijn werk, met een eigen invulling.

Karel vernietigde vaak ook tekeningen of schilderijen, scheurde ze, sneed er stukken uit, waarop hij dan een nieuwe laag verf aanbracht. Het gebeurde zelfs dat hij een volmaakt afgewerkt schilderij helemaal uit de lijst sneed. Kijk maar naar de lijst die hier tentoongesteld is en waar hij zelf commentaar bij gaf: Ceci est une peinture. Hier krijg je dan de ludieke, speelse Karel met zijn fijne humor, in tegenstelling tot de weemoedige, bijwijlen sombere ingekeerde man.

En hiermee, dames en heren, wil ik graag eindigen. Ik heb getracht zo goed mogelijk weer te geven wat ik als kijker aanvoel bij de lezing van zijn werken, en hoe ze mij inspireren en nieuwe inzichten bijbrengen. Daarvoor ben ik hem dankbaar. Karel stond nieuwsgierig in het leven als authentiek schilder en observator van al wat rond hem leefde, die nooit op de voorgrond trad in een tijd dat de conceptuele kunst een hoge vlucht nam, waardoor hij voor sommige kunstcritici een tijd uit hun vizier verdween. Dat is gelukkig veranderd. In het buitenland was er al vroeg erkenning en waardering voor zijn werk, er waren tentoonstellingen in Frankrijk, Luxemburg, Genève, Münster en andere plaatsen, en toen hij was uitgekozen voor de biënnale van Venetië in 1984 kreeg hij in de Corriere della Sera een speciale vermelding: de krant sprak van un gruppo di bellissime pitture.

Ondanks het feit dat er nog heel wat enigma’s over hem als persoon en over zijn kunst blijven hangen, dat is het lot van de groten, zal hij heel velen die met ogen open en wars van vastgeroeste ideeën naar zijn werk willen kijken, blijven inspireren, blijven emotioneren. En wij zullen hem blijven gedenken als de integere, gedreven artiest uit het allerbeste canvas gesneden, die daarnaast ook een innemend man was met de bijzondere eigenschap van een trouwe vriend.

© Jo Gisekin


Nog tot en met 27 september 2020.
Bib Harelbeke, Eilandstraat 2, 8530 Harelbeke

Het (on)zichtbare op Facebook
Het (on)zichtbare - Digther-link

Het (on)zichtbare - Karel Dierickx in de Bib van Harelbeke


 

 

Donderdag 3/9/2020 laatst werd in de Harelbeekse Bib de tentoonstelling “Het (on)zichtbare” met werk van Karel Dierickx geopend. Dichteres Jo Gisekin, die de schilder goed heeft gekend, sprak op de vernissage pakkende en persoonlijke woorden uit. Haar tekst kun je, met dank aan de auteur, integraal nalezen op de Schaal van Digther en wel via deze link

Over de hele bibliotheek – geen ruimte werd onbenut gelaten – zijn tekeningen en schilderijen en affiches opgehangen en worden bibliofiele uitgaven tentoongesteld. Blikvangers voor ons zijn de mooie cyclus schilderijen “Genève-suite” uit 1991 (“Het verregende land) en de bijzonder mooie sculptuur “Het Mysterie Sint-Jan” uit 2012.

Karel Dierickx (1940-2014) was een artiest pur sang die als niet een affiniteit koesterde met het werk van dichters en schrijvers. In de loop van zijn carrière werkte hij samen met onder meer Paul De Wispelaere, Roland Jooris, Chris Yperman, Luuk Gruwez, Leonard Nolens & Stefan Hertmans.

Die samenwerking mondde telkens uit in een bibliofiele uitgave waarvan er een aantal in Harelbeke te zien zijn. Voor Toneelhuis Malpertuis uit Tielt maakte hij een tijd illustraties voor de affiches van de verschillende toneelstukken. Ook daarvan is een gedeelte opgehangen in de bibliotheek. Een grote aanrader, deze tentoonstelling!

Nog tot en met 27 september 2020.
Bib Harelbeke, Eilandstraat 2, 8530 Harelbeke

Het (on)zichtbare op Facebook

 
Tekst bij de vernissage van Jo Gisekin
Site Karel Dierickx
Jo Gisekin op Wikipedia
Bib Harelbeke






















dinsdag 18 augustus 2020

De steiger - Albert Hagenaars

A.N.

Aan dat ondeelbare moment,
op dat plankier op het meer,
mocht geen verlangen vooraf gaan,

geen nabij verleden, geen wachtende vrouw
thuis met kleerscheuren.

Het tropisch zuigen van nacht en water,
het gonzen, het jagend roepen, alles viel weg

behalve ongeloof in gedeelde zucht.
We werden lippen, één woelend bijtende mond
die spijt verspleet.

Wat nog niet plaatsvond gebeurde
weer. Toeval, verondersteld en aanvaard,
bleek een razend kloppend lot.

Terug. Jaren verloren, tijd gewonnen.
Over molm en drab liep ik het licht

in en steeg. En keerde. En volbracht.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

maandag 17 augustus 2020

Op de vlucht - Albert Hagenaars

T.T.

Met bijna al de anderen
gered uit de Vietnamese zee,
alle reden nog meer te verzinnen

voor de man aan wie je op een dijk
eindelijk toegaf; weerstand
van handen op vingers op borsten,
tastend tussen oost en west en west.

De overval als enig houvast.

Ze namen alles
behalve het lege leven
dat op stinkende netten achterbleef.

Vergeefs geduld.

Zijn taal drong in jouw hogere
en lagere tonen toen je vruchteloos

probeerde. Hij liet
los. Geen groter verlies. Te laat

werden ze vol en hard. Te hard.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zondag 16 augustus 2020

De zijderoute - Albert Hagenaars

L.M.

Je ogen zogen zich blauw, zagen
onder deze zoveelste laatste man
de ondoorgrondelijke luchten
van Kazachstan, een adelaar,

drijvend op hoogst mogelijk bereik.

Je vouwde de kaart open,
streek scheuren glad, verruilde steppen
voor polders, liefdes voor liefde.

Hij bleef hetzelfde antwoord schuldig.

Zijde ontrolde over een pad van gruis.
Stoppels staken in de huid, stof stoof op.

Verblind voelde hij alleen je monden
op mijn mond, borst en buik vernappen

in de kale kamer met dat ene bonte kleed,
meegebracht in een karavaan

van meisjesdromen.


 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 15 augustus 2020

Twee maanden - Albert Hagenaars

D.G.


Ervaring genoeg, zij wel,
wat volstond voor onvergetelijk
vergeten handelingen in een autowrak.

Zij plots vermist, hij ondervraagd
als een kind als dader.

Even nog leefden ze samen door.

Acht weken, weggezogen
in een verre stad, woekerden
tientallen jaren voort in het hoofd

van de man die steeds scherper moest
toezien hoe het door rubber handen

achteloos, beetje bij beetje,

op aluminium werd gedeponeerd,
in plastic gewikkeld, met soortgelijk afval

afgevoerd en verbrand.

 

© Albert Hagenaars


Uit de cyclus ‘Bekoring’ in de nieuwe bundel in wording ‘Pelgrimsgrond’ van Albert Hagenaars die in 2021 zal verschijnen bij uitgeverij ‘In de Knipscheer’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vrijdag 7 augustus 2020

Eeuwig roersel - Hendrik Carette

Aan de grazige weiden van het koele waterland
hertaalde de vernuftige Bruggeling Simon Stevin
de Latijnse term perpetuum mobile
in zijn helder Nederduits als eeuwig roersel.

In het jaar 1602 reed zijn houten zeilwagen
op het zand van een strand in het bevrijde noorden
met aan het roer de kordate prins Maurits
de latere moordenaar van Johan van Oldenbarnevelt.

De hoge zeilen klapperden in de voorjaarswind
en de voortgang van dit zwaar beladen landschip
vond plaats in het streng ingedijkt polderland
aan de grazige weiden van het koele waterland.


© Hendrik Carette


What do you want to do ?
New mail

maandag 3 augustus 2020

Duif - Jan van meenen

Ze klieft niet als een zwaluw, kamikazend met wentelende messen,
zit liever vredig in haar veren,met dichtvallende ogen
in dat vertrouwd vermoeid gevoel.

Als een duif klapwiekt is het tegen het vallen, een beetje naïef duikend .
Niks van precisie.

Nog net niet gegrepen door een autosnoet, verzilverde grille, nog net
geen bloed en veren, nog net niet voor mijn ogen in het asfalt gewalst.

Een duif is een duif is een duif.


© Jan van meenen






zondag 2 augustus 2020

Ademteug - Jan van meenen

Diepe ademteug. De bomen bewegen hun vingers,
strekken hun tenen,reiken hoger, ogen trotser.
Struiken gaan zich te buiten aan lente.
merels slaan aan.

Lakens wuiven in een windje van niks, genieten
zo zichtbaar van licht; het is ze van harte gegund.

We vangen golven uit de ruimte,
de lieflijkste gedachten komen uit de ramen gezweefd,
hoofdpijn verdwijnt, alles wordt lichter, veel lichter.


© Jan van meenen






zaterdag 1 augustus 2020

Stuwing - Jan van meenen


Stuwing. Vreugde van vleugels. Vislicht.
Schittering van schubben

Niets is wat het lijkt.

Eenmaal aan de hemel gekleefd
wordt vliegen uiteindelijk liggen,
stilstand vredig zijn gang laten gaan.

Ondanks dit alles, zindert het licht,
windt beneden een vogel zich op.


© Jan van meenen






vrijdag 31 juli 2020

Treinstation Berlijn - Jan van meenen

De wolken zijn niet geschilderd, maar echt.
Het wordt ongemerkt later
al blijft het zaterdag en licht.

Heel het station van Berlijn wentelt zich
als in klaterend water.

Metaal, glas, steen, alles wat draagt,
beschermt, doorlaat, schelt,
straalt af op vloer en tegelwanden.

Mensen op het perron, als aan elkaar geregen.
Wij zijn heel heldere denkers geworden.


© Jan van meenen




vrijdag 24 juli 2020

Het boekje van de dichter - Johan Clarysse

Johan Clarysse in Brugge - foto: Paul Rigolle


"Het boekje van de dichter": Johan Clarysse, schilder en dichter,
bladerend in een groeiend typoscript.
("Tussen Moederhart en Getal")
(Brugge, 24/7/2020)

Recente publicatie: "Ipse Dixit", samen met Frans Boenders.

Alle boekjes van de Dichter



maandag 6 juli 2020

zaterdag 4 juli 2020

En niet bij machte van J.V. Neylen

En laat voor wat is. Laat de moeder die haar stem
al zingend heeft gekraakt, laat de vader die op zolder
zijn bestaan heeft geschreven. Het is bij kraken en zolders gebleven.
(...)


Signalement: 'En niet bij machte', het poëtisch debuut van J.V. Neylen is zopas verschenen bij Atlas-Contact!