zondag 19 augustus 2018

Blijven (1) - Magda Castelein

Fruitgaardthee, avonden en
boeken die we uitstelden
tot de zomer.
Tot de zomer, windkracht tien geworden,
geweldig wegwaaide.

Wij hielden stand.
Traag als avond onder de spaarlamp
droegen wij onze woorden
stiller dan een boek.


© Magda Castelein


Uit ‘Wij die onze kinderen zijn’, een bibliofiele bloemlezing uit nagelaten Gedichten & picturaal werk, samengesteld door de zoon van de dichteres, Stijn Tanghe.

Magda Castelein publiceerde 1 bundel ( Druppelteller, Uitgeverij P, Leuven, 2002, ISBN 9076895457) en overleed in 2007. Meer info over ‘Wij die onze kinderen zijn’ bij Stijn Tanghe en de Digther-redactie.





zaterdag 11 augustus 2018

Kalverliefde - Astrid Arns

Een kamer met uitzicht op strand en zee.
Ons huis is stil. Het bed warm van de nacht.
Zout schuurt tussen de lakens.

We liggen er met veel te lange benen,
knippen het zwart in stukken.

Het is alsof we door het zilver van een spiegel stappen,
deuren en luiken openen naar het morgenlicht.

In de buik van de stoffige stad zullen we dansen
alsof niemand kijkt.

Onze armen snijden de lucht.



© Astrid Arns


Uit 'Mijn naam op de deur', debuutbundel die op 15/9/2018 wordt voorgesteld in het Poëziecentrum.

vrijdag 10 augustus 2018

In het park - Astrid Arns

Zij droeg een jurk met een overdaad van geel,
omarmde haar onderbenen.
Aan haar voeten een vierkant zonlicht als sneeuw.

Hij kuste de scheiding in haar grijze haar,
wreef de tijd uit zijn natte ogen,
keek naar waar zij keek.

Zij zag zichzelf weerkaatst in stilstaand water,
een vrouw tussen lelies.
Nooit was er iets mooiers te zien.

Er liepen kinderen door het gras
Ze hadden zonnebrillen in het haar gestoken,
haakten zich aan elkaar vast.

Thuis turfde zij dagen met krijt .


© Astrid Arns


Uit 'Mijn naam op de deur', debuutbundel die op 15/9/2018 wordt voorgesteld in het Poëziecentrum.

donderdag 9 augustus 2018

Achterom - Astrid Arns

Mocht iemand zeggen dat doden onzichtbaar zijn,
laat hem dan achterom kijken.

Ze zijn versmolten met het landschap.
Hun adem hangt wit in de lucht.

Je volgt het geluid van hun stappen
zoals je ergens water hoort maar niet kunt zien.

Ze leggen berustend een hand op je schouder,
klinken je vast in hun greep.

Zoeken een plek om neer te strijken
in het schuivende licht.

Spreken doen ze in fabels,
traag is de taal die hen woorden geeft.


© Astrid Arns


Uit 'Mijn naam op de deur', debuutbundel die op 15/9/2018 wordt voorgesteld in het Poëziecentrum.

Mijn naam op de deur - debuutbundel van Astrid Arns

Vanaf vandaag publiceert 'de Schaal van Digther' drie gedichten van Astrid Arns. Dit bij wijze van voorpublicatie uit haar op komst zijnde debuutbundel "Mijn naam op de deur". Astrid Arns (°Gent, 1960) is onderwijzers ('Het Kompas', Gent) en dichter.
Ze publiceerde in de voorbije jaren gedichten in ondermeer Poëziekrant, De Schaal van Digther en Het Gezeefde Gedicht. In 2016 werd ze laureaat van de Melopee Poëzieprijs die het beste gedicht verschenen in een literair tijdschrift bekroont. In 2018 was ze laureaat van de Boontjesprijs met het gedicht 'Requiem' en kreeg ze de derde prijs in de tweejaarlijkse Poëziewedstrijd van de Stad Oostende.
In 2017 stond op het podium tijdens de poëzieroute Gent en de Vlaamse Poëziedagen in Ooidonk. Laatst was ze ook te gast in Groningen op "Dichters in de Prinsentuin". In maart en juni 2018 trad ze samen met haar dochter Jana Arns en haar nicht Frouke Arns (voormalig stadsdichter Nijmegen) op onder de noemer 3xArns en daarmee basta.

Haar poëziedebuut 'Mijn naam op de deur' verschijnt in september bij Uitgeverij P. De bundel wordt feestelijk voorgesteld op zaterdag 15 september 2018 in het Poëziecentrum.

Eerder verschenen op deze Digther-site in november 2016 al de gedichten Spijker, Hommage, Tafereel, Meeting en Schemerzone.
Vanaf vandaag publiceren we graag in voorpublicatie uit 'Mijn naam op de deur' de navolgende gedichten:

* Do 9/8/2018: Achterom - Astrid Arns
* Vr 10/8/2018: In het park - Astrid Arns
* Za 11/8/2018: Kalverliefde - Astrid Arns


zondag 5 augustus 2018

Poëziedebuutprijs aan Zee voor Simone Atangana Bekona

De Poëziedebuutprijs aan Zee, editie 2018, werd gisteren toegekend aan Simone Atangana 
Bekono voor haar bundel Hoe de eerste vonken zichtbaar waren.

Uit het juryverslag: "De energie die Bekono hierdoor in haar gedichten en brieven legt, draagt het potentieel in zich dat je elke debutant toewenst. Het is precies wat we met deze Poëziedebuutprijs Aan Zee willen bekronen: de prikkelende belofte van meer. Het verlangen naar groei. Onstuimige energie die een nog vollere vorm zoekt. De wens om een stem luider te laten klinken. We geven de debuutprijs dan ook met overtuiging aan Simone Atangana Bekono, zodat de eerste vonken zichtbaar worden. Woede is zelden flatterend, maar in dit geval is ze ongelooflijk mooi."

Oostende 4 augustus 2018 - Sarah Vankersschaever, juryvoorzitter - Juryleden: Lies Van Gasse, Willem Thies, Martine Vandermaes en Hendrik Tratsaert.

Het volledige jury-verslag kan hier worden nagelezen (pdf).

Bericht op VRT-Nws: Zwart en woedend
Hoe de eerste vonken zichtbaar waren bij Lebowski
Wij gaan naar Parijs en nemen mee: Simone Atangana Bekono




Omdenken - Lieve Desmet

mijn gedachten slaan een gat in ’ t zand
mist spiegelt mij, ik mis een horizon
geen kind speelt in mijn branding - het steekt
zijn spade in mijn dag

de put gaapt in het strand
aast op mijn woorden - ik ouder met de taal
scharrel in een mondvol jeugd waar een grootmoeder
als in een toeval spreekt over verloren brood

roep mij en ik schrijf met zoetigheid
Ik bouw kastelen met mijn overvolle emmertjes
ik plant mijn vaandel met plakhanden van gemorste stroop
en al het zeewater krijgt ze niet gewassen


© Lieve Desmet


zaterdag 4 augustus 2018

Van papier - Lieve Desmet

op deze vlakte vouwt het kind het strand
tot zijn papieren winkel, plant bloemen tussen rimpels
terwijl zij wat zonnecrème smeert
over zijn hele lijf, haar leden

als hij even aanspoelt, los van het getij
is er geen houden aan, zijn nieuwe handel telt
en eigen klanten, vergeefs biedt zij
wat schelpen aan

steelt hier en daar
nog gauw een hap uit heel zijn wandel
veegt wat plakzand van zijn wangen,
kijkt dan naar zee -

de zee zal er altijd zijn -
als straks elk bootje zal lijken
op een bootje van papier


© Lieve Desmet


vrijdag 3 augustus 2018

Voor een dochter - Lieve Desmet

stel hij bestond, de man
die later zijn uitgeklede borst onder haar hoofd zal schuiven
als was hij een duinpan
helmgras op kleine hoogte
waar los zand zich verzamelt
waar bunkers huizen en echo’s haar kunnen verlaten

iemand die zich kan strekken
waarbij zij veilig alle kanten uit
kan dansen met haar prooibaar lijf
die volhoudt te blijven
uitkijken naar een hoofd boven water

met handen van een grootmoeder na twee wereldoorlogen


© Lieve Desmet


donderdag 2 augustus 2018

Oostende - Lieve Desmet

achter de Drie Gapers flaneren we graag argeloos
in het kielzog van een ivoren koning
koesteren onze vierkante meter zand,
en werpen ons in het blauwblauw,

blijven we ons toevertrouwen aan de winnende vlag
en aan de leiband van vrije markten zoeken we hoe
van aarde weg in een zwembroekje te dollen
de kleine littekens opgelicht en de graat waaraan we kleven

gluren we en trekken een windscherm op
terwijl we ons en masse exquis nestelen
de kont gericht naar ’t binnenland
blijven we baden als in het schouwspel van Ensor


© Lieve Desmet


woensdag 1 augustus 2018

Uitwaaien - Lieve Desmet

met de kop vol landvocht schaar ik mij
in de krabbengang naar de branding toe
naar de vloedlijn, waar zand haast uit voeten zuigt
waar storm raast buiten een glas water

in de wind klapt de zee het pantser open
een oude ziel krijst zich uit het lijf
ik volg haar als de trappelende meeuw
die voor mij uit tot ze opvliegt

bij valavond, dan keer ik gespoeld
op mijn passen terug, trek het verweerde koord aan
zeewind balt een vuist in mijn jas
hij wappert als een vrijheidsvlag


© Lieve Desmet


dinsdag 31 juli 2018

In de maat van de zee - Lieve Desmet

op het uur van de visser
gehuld in een blinddoek van water en lucht
gooit hij zijn netten
het zeegat in, hij moet

van het droge af, bodem aftasten
zich spoelen in een storm
een dichter komt meestal
van kale reizen terug

karig de vangst die zilt doordrenkt
groter is dan mazen, soms

verklanken stemmen,
doorrookt als haringen
aan wal zijn nagejaagde lied
dat zich vasthaakt in een passant


© Lieve Desmet


zaterdag 28 juli 2018

Het juk van de dichter?

Foto Paul Rigolle voor Digther @TAZ2018-Apéro Poëzie-Za 28/7/2018
































Zwichtend onder het juk van de dichter? Niet zo bij Joost Decorte!

Joost Decorte trad op zaterdagvoormiddag 28/7/2018 op tijdens "Apéro Poëzie" van Theater aan Zee. Simone Milsdochter sprak met Kira Wuck, die door haar naar Oostende was uitgenodigd en met Carl De Strycker die het interview voor zijn rekening nam.

Joost Decorte is met zijn erg overtuigende debuutbundel "Stalker" genomineerd voor de Poëziedebuutprijs aan Zee. De andere genomineerden voor de editie van 2018 zijn Simone Atangana Bekono, Laurens Ham, Dominique De Groen en Vicky Francken. Uitreiking op 4 augustus 2018 tijdens Theater aan Zee.

Over de tweede Poëziedebuutprijs aan zee:
In aanmerking komen alle Nederlandstalige debuten gepubliceerd bij reguliere uitgeverijen in 2017. In de jury zetelen: Lies Van Gasse, dichter en kunstenaar, Willem Thies, dichter en recensent, Martine Vandermaes, bibliothecaris van Bibliotheek Oostende en Hendrik Tratsaert, artistiek coördinator Literatuur en Beeldende Kunt bij KAAP; Sarah Vankersschaever (De Standaard) is juryvoorzitter.

(P.R.)


maandag 2 juli 2018

Dame in het blauw voor de spiegel - Geert Jan Beeckman

(bij Rik Wouters)

Gisteren tijdens het kunstweekend in Brussel o.a. gaan kijken naar het werk van Rik Wouters in het KMSK. Wouters was schilder, beeldhouwer en tekenaar, die ons een briljant en kleurrijk oeuvre naliet, dit in scherp contrast met de drama’s die zijn leven teisterden tot aan zijn vroege dood in 1916 op 33 jarige leeftijd.

Wat mij o.a. begeesterde: ‘Dame in het blauw voor de spiegel’. Uit 1914. Een werk waarin de interactie tussen figuur en ruimte het uitgangspunt vormt. Schetsmatig opgebouwd, sterk in de hoeken van het beeldvlak (via de rechterbenedenhoek kom je de kamer en het werk binnen). Hoe creëren diagonale blauwe vegen een horizontaal vlak dat meer dan de groene vaas draagt.

En hoe bevinden wij ons in het spiegelbeeld dat in vaagheid nauwelijks verschilt met wat zich voor de spiegel bevindt. Bekijk de stolp, helderder in de spiegel dan ervoor, een merkwaardige omkering. En hoe vier heldere bloemen de aandacht stelen en de openingen in de verflaag niet alleen de ruimte suggereren, zoals in de rechter benedenhoek, maar ook de vrouwenfiguur modelleren.

Zie de lichtvlek, wat geen gat is in de jurk. Als een geboetseerde vorm gaat ze de dialoog aan met haar omgeving die ze in haar blauwheid domineert.

Een geleende stem in het oor begeleidde ons tot bij het beeld dat je moest zien. Ik dacht eerder aan muziek waar het werk om vroeg . Zo zag ik Erik Satie zitten die een stoel gaf aan Ólafur Arnalds. Beiden speelden ze viool. Ook van die poëzie klopte alles wat werd bedoeld.


© Geert Jan Beeckman

Blog Geert Jan Beeckman
Geert Jan Beeckman op Facebook


zondag 1 juli 2018

Nu we verder zijn gelopen - Geert Jan Beeckman

In kortstondige ontmoetingen, in gemiste afspraken, verloren brieven. In vergeten voornamen, in gezichten achter de rug, in verschoten schoolfoto’s die blank zijn geworden.

In telefoonnummers van verdwenen agenda’s, in doorgangsruimtes zoals cafés, hotels en stations duikelen zij zichzelf weer op, de mensen die je ooit bent tegengekomen van het leven.

Zij bedienen zich van straten, pleinen, van waar wij liepen, toen nog met het woord toekomst in het hoofd. Nu we verder zijn gelopen langs diezelfde straten, kom je het verleden tegen op het kruispunt van het heden, en vragen ons af hoeveel later wij zijn geworden, later dan je ooit had kunnen denken. Velen zijn gevallen, verdwenen in de plooien van de tijd, staan aan de andere kant, zijn minder dan een huis geworden of hebben nu kamers waarin stilte groeit. Velen staken de dagen over naar later en hebben nu een stad of een leven even druk als ik, waarin ze anoniem zijn en de onzichtbare grenzen hebben genomen die bij de leeftijd hoort.

In de ochtend, als zij met hun voeten gaan doen naar waar zij moeten, dragen ze niet alleen de tijd op hun rug maar ook de mensen die zij niet meer tegenkomen. Soms, als zij op reis gaan om te zien en te vragen waar iedereen naartoe is, staan ze op een plein aan het einde van de wereld.

Dan halen ze daar hun koffers van hun rug om neer te zetten als roerloze dromen en raken ze verre periodes en ogenblikken aan. Want alleen zo wordt de herinnering de echte ruimte die ons ‘ik’ kan betrekken op vroeger.


© Geert Jan Beeckman - 14 april 2017

Blog Geert Jan Beeckman
Geert Jan Beeckman op Facebook


zaterdag 30 juni 2018

Kunstgrepen - Geert Jan Beeckman

Dagelijks moeten we vaststellen dat onze taal tekort schiet om de dingen te benoemen. Men zegt een bed, een tuin, een huis, een straat, maar dat ligt allemaal binnen de grenzen van onze dagelijkse taal. Is die taal wel de ‘waarheid’ van de dingen? En is de honger naar die ‘waarheid’ niet groter dan de taal waarmee we het moeten doen? Denkproces onder de lamp van het zien, voor wat zich als werkelijkheid wil voorstellen. Men kan zich afvragen wat deze dingen zijn buiten onze taal. En of zij daar dan nog een andere vorm kunnen aannemen. En nog eeuwiger van vraag: wat met de dingen die er voor ons waren, voelden zij zich toen eenzamer dan nu? Ik bedoel zonder enige naam, zonder lijn waar wij een vorm aan meten, zonder schroom voor hun fantasie, hun vrije denken voordat de man iemand daar een menselijke mouw aan paste, een beeld aan vastknoopte.

En wat weet je eigenlijk als je weet hoe iets heet? Wat blijft er over naast de naam, als het vreemde, het onbekende dat zich niet laat vertalen, niet laat zeggen. En hoe dat zich buiten je denken verder blijft afspelen. Dus niet hoe ze zijn maar dat ze zijn, en dat het ons voor een stuk wil ontsnappen. Je vraagt je voortdurend af waar begint dat en vooral, waar eindigt dat.

Ook nog: wat maakt iets tot wat het is en niet tot iets anders? Wij benoemen de dingen in taal, een taal die daarin ook tekort schiet. Wat taal zegt is enkel een getuigenis van het zegbare. Is het daarom niet merkwaardig dat juist poëzie, die nochtans met taal en woorden wordt gemaakt en bedreven, wél toegang verschaft tot het onzegbare, als datgene waarover je niet kunt spreken, maar wel kunt tonen, oproepen, zichtbaar maken. Een woordkunst om ‘tonen’ gestalte te geven. Een woordgebruik niet om iets te zeggen maar om te tonen dat het er ook is.

Het gaat dus in poëzie, net als in andere kunsten, niet om menselijke betekenissen maar om de ‘on-menselijke’ wereld, die zich laat vatten.

Dat betekent dat je afstand neemt van de dagelijkse omgeving die binnen de taal van het ‘noemen’ vastzit. Dit alles komt voort uit het verlangen om te weten wat ‘iets’ is, misschien een verlangen naar echte waarheid, los van alle beschrijvingen, los van alle menselijke invullingen. Misschien een zoektocht naar het grotere dan dat wat menselijke waarheid is. Het onzichtbare wat denkbaar, maar niet zegbaar is. Een idee van een wereld, maar waar wij niet het vermogen toe hebben, er geen voorbeeld van kunnen geven.


© Geert Jan Beeckman - 3 oktober 2017

Blog Geert Jan Beeckman
Geert Jan Beeckman op Facebook


Geert Jan Beeckman - Facebooknotities

Enige tijd geleden publiceerden we op deze blog enkele gedichten van Geert Jan Beeckman. Beeckman is ook actief op Facebook. Af en toe publiceert hij er een notitie die in brede zin én beschouwend én poëtisch-lyrisch van aard is.
Quasi verdichte en toch voluit breedstromende teksten die bewust of onbewust (alleen Beeckman kan het weten) naar het prozagedicht tenderen. Vooral Beeckmans aparte syntaxis doet ons dat vermoeden. Veel voorbeelden hiervan vallen in de Nederlandstalige literatuur niet te rapen. Beeckman neemt risico’s met dat soort teksten. Iets wat valt aan te moedigen, leek ons.
De komende dagen brengen we hiervan drie voorbeelden. Op facebook scrollen die notities al na een dag vlug naar beneden. Op een blog hopen we dat ze een wat langer leven hebben. Vandaag de tekst Kunstgrepen.

A.D.

Blog Geert Jan Beeckman
Geert Jan Beeckman op Facebook