Posts tonen met het label Poëzieprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poëzieprijs. Alle posts tonen

woensdag 10 juni 2026

Poëzieprijs Jotie T'Hooft - De laureaten en hun gedichten

Op zaterdag 9 mei 2026 werd in Oudenaarde de Jotie T’Hooft Poëzieprijs uitgereikt. Jotie – de door velen onder ons betreurde en nog steeds gelezen dichter – zou immers op 9 mei uitgerekend 70 jaar zijn geworden. Een hele mooie reden om een poëtisch feestje op te zetten.  De hoofdprijs ging naar Rita Van Hauwermeiren, een dichteres die ook in de Digtherlijke annalen maar al te bekend is. Berichten en info kun je hier op haar Schaal van Digtherlabel nalezen.

Ondertussen is tijdens ons “zomerreces” dankzij de goeie zorgen van wedstrijd-coördinator Tom Bruynooghe het fraaie laureatenboekje 2026 op de redactie aangekomen.
Daarin lees je over de verschillende categoriën heen de gedichten van winnaars en genomineerden vergezeld van de jurycommentaren.

Het boekje kun je steeds verkrijgen door een mailtje te sturen
jotiepoezieprijs@gmail.com met vermelding van naam en adres. U ontvangt dan een bevestigingsmail met meer uitleg over de betalingsprocedure.

De prijzen (inclusief gewatteerde omslag en verzending):

Voor België: € 16 
Voor Nederland: € 26


De winnaars en de genomineerden van wie gedichten terug te vinden zijn in de bundel nog ’s op een rij:

Categorie A – van 0 – 14 jaar:
1.
Marit Lenaerts 2.Tika Kerckenaere 3. Lucia Van Bockryck
Nominaties : Martha Tack, Anaïs Cloet, Alice Blake en Stien Sulmont

Categorie B – van 15-18 jaar:
1. Julia Jacobs 2. Sofie Rubio van Gerner 3. Lise Dumont
Nominaties: Natasha van der Duim, Juliette Veulemans, Jelina D’haeseleer, Lars Degezelle, Wout De Caluwé, Leonore Op het Veld en Mats De Vriese

Categorie C – vanaf 19 jaar:
1. Rita Van Hauwermeiren 2. Agad Ammeraal 3. Patrick Verstraete
Nominaties: Mylène Delfos, Eddy Vaernewyck, Vanessa Daniëls, Paul Rigolle, Giselle Zwerts, Freda Goossen, Michael Vonk

De prijs van de Stad Oudenaarde was voor Francis D’haene

In deze categorie werden niet minder dan 824 gedichten van 483 dichters ingestuurd!!! Alle winnaars, genomineerden, én alle deelnemers hebben onze Digtherlijke gelukwensen!

Winnaars, genomineerden en juryleden.

Jotie 70 - De feesttaart





maandag 20 april 2026

Uitreiking 9° Poëzieprijs Jotie T'Hooft

Op zaterdag 9 mei 2026 wordt in Oudenaarde de 9° poëzieprijs 'Jotie T'Hooft' uitgereikt. De uitreiking wordt één groot poëziefeest opgedragen aan de onsterfelijke dichter die Jotie T'Hooft was (en is) en die op 9 mei 70 jaar zou geworden zijn. 
De prijsuitreiking vindt plaats in en rond de kapel van het O.L.V.-Hospitaal in de Sint-Walburgastraat 9 te Oudenaarde.

Dit is het programma:
  • Van 13u tot 15u is er de Jotie T'Hooft Wandeling, met poëzie en anekdotes langs plaatsen in Oudenaarde die voor de dichter belangrijk zijn geweest. 
  • Tussen 15u en 16u is onze bar geopend en zal er taart zijn ter ere van de jarige dichter
  • Van 16u tot 18u is er de Jotie T'Hooft Prijsuitreiking met de winnende gedichten en gastoptredens van stadsdichter Evelien Claeyé, a capella koor Hella en poëzie en een getuigenis door Daniel Billiet.
  • Om 18u45 vertrekt de poëziebus naar Gent, met in de bus poëtische verrassingen en een optreden van Weekend Stranger die ook een gedicht van Jotie brengt op gitaar.
  • Om 20u is er in Gent (Minnemeers) Joootie, het feest, een avondprogramma door Behoud de Begeerte ter ere van Jotie, met onder andere optredens van Sien Eggers, Peter Verhelst en Charlotte Van den Broeck. 
  • Nadien brengt de bus u terug naar Oudenaarde.


maandag 23 februari 2026

Herman de Coninck-prijs 2026-De nominaties


De Herman De Coninckprijs 2026 wordt op 21 maart 2026 uitgereikt.

Dit zijn de genomineerde  mogelijke prijswinnaars met hun respectievelijke bundels, en het zijn mooie bundels hoor:

Maxime Garcia DiazHet netwerk moet gebouwd worden (De Bezige Bij)
Sarah de KoningTekstielen (Querido)
Jolanda KooijmansAddertje (Koppernik)
Yasmin NamavarVerblijf (Jurgen Maas)
Peter VerhelstNachtatlas (De Bezige Bij) en
Sandrine VerstraeteKamers (het Balanseer)

De jury voor de editie 2026 bestaat uit Erwin Jans (voorzitter), Emerald Liu, Anthony Manu, Lisa Rooijackers en Jelle Van Riet
De 111 dichtbundels die werden ingezonden en waaruit de jury straks 44 bundels selecteert voor de gewaardeerde jaarlijkse bloemlezing “de 44” – een opsteker voor iedereen die in de bundel kan terechtkomen - kun je hier nalezen:

Website Herman de Coninck-prijs
Inzendingen 2026 voor de Herman de Coninckprijs 


zaterdag 14 februari 2026

Poëzieprijs van de Stad Ronse 2026 voor Philip Hoorne

 

Over de poëzie van Philip Hoorne kun je veel zeggen. Zijn vaak toegankelijke en badinerende gedichten doen het erg goed wanneer je ze de dichter hoort voorlezen. Altijd is er wel een ‘ironiserende’ Hoorniaanse wrong en/of pointe in zijn poëzie te vinden die voor een glim-of grimlach bij de toehoorders zorgt. Het maakt dat Philip Hoorne als dichter (té) vaak in het kastje van te nemen of te laten’ terechtkomt. Het maakt ook dat zijn gedichten niet al te dikwijls bekroond worden. De jury van de jaarlijkse poëzieprijs van de Stad Ronse dacht daar dit jaar unaniem anders over. Rond het vooropgezette poëzieweek-thema “Metamorfose” kreeg ze niet minder dan 138 inzendingen te beoordelen. Uiteindelijk werd het gedicht “Bij het oude” van Philip Hoorne uitverkoren om zoals elke laureaat van de wedstrijd “een tegel in het stadsbeeld” met een gedeelte van het winnend gedicht te ontvangen.

We geven hier graag - met dank aan de dichter - het winnende gedicht even mee:


Bij het oude


Ze vraagt of ik mijn plannen glad wil strijken
alsof een voornemen beter ademt als het
kreukvrij bungelt aan een koelkastmagneet
in de vorm van een overzees land.

Ze leest afgewerkte boodschappenlijstjes
voor aan haar Schnauzer, die haar negeert.
En ik, ik splits mezelf in almaar kleinere stukjes
zodat ze makkelijker om me heen kan lopen.

Op familiefeesten met zwartgeblakerde worsten
en lauwe gesprekken gaat ze rond met altijd weer
dezelfde vraag: waarom blijft alles bij het oude?

Elke dag bekwaam ik me in het bedenken van momenten
die nog niet durfden te gebeuren, terwijl zij blijft hopen.
Telkens als ik wegkijk, zie ik haar smekende ogen.


© Philip Hoorne

Graag vermeld ik hier ook nog ’s dat er van Philip Hoorne in het (vroege) najaar een nieuwe dichtbundel op komst is die zal verschijnen bij Uitgeverij Archipel.

Ook willen we jullie via dit blogbericht zeker de andere Ronse-laureaten en genomineerden niet onthouden.

Categorie van 12 tot 14 jaar:
Winnaar Levana Deblauwe (met ‘Stille dromen’) – genomineerden: Ibrahim Tahiri Belhssaian en Miro De Voet

Categorie jeugd van 15 tot 18 jaar:
Winnaar Dieuwke Lauwers (met ‘Muurbloem’) – genomineerd: de beide ingezonden gedichten van Dieuwke Lauwers

Categorie van 19 tot 35 jaar
Winnaar: Simon Hollevoet (met ‘Groeipijnen’) – genomineerden: Silke Eeckelaert en Augustin Grenné (die eerder winnaar was in 2025!!!)

Categorie 35+
Winnaar: Philip Hoorne – genomineerden Gerda Verschueren en Martin Henrist

De prijs voor de beste Ronsenaar ging dit jaar naar Kitty Eemans (‘Fluistering van mijn hart’)

Een brochure met de winnende gedichten kan worden opgevraagd bij de Bib van Ronse.

Philip Hoorne ondertekent een contract voor de
publicatie van een dichtbundel bij Uitgeverij Archipel

Poëzieprijs van de Stad Ronse  (pdf-bestand)
Blogbericht Philip Hoorne: Gewonnen in Ronse
Philip Hoorne bij De Knipscheer
Uitgeverij Archipel

(Tekst: Paul Rigolle)

maandag 23 juni 2025

Karel van de Woestijne-prijs-Editie 2025

Voor de vierjaarlijkse Karel van de Woestijne-prijs kunnen nog tot 31 augustus 2025 dichtbundels worden ingestuurd.

De gemeente Sint-Martens-Latem streeft ernaar om poëzie deel te laten uitmaken van haar culturele identiteit.

Voor de prijs komt elke, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, bundel van minimum twintig gedichten in aanmerking ongeacht de nationaliteit van de dichter. De bundel is aanvaard voor publicatie of werd gepubliceerd tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024.

Het volledige reglement vind je hier (pdf-doument):

Link op de Sint-Martens Latem-site






zondag 28 januari 2024

Kris De Lameilieure wint in Sint-Truiden de Guido-Wulmsprijs

Kris De Lameillieure - Quo Vadis? in Sint-Truiden

Nadat hij verleden week al de Poëzieprijs van de Stad Ronse kreeg, ontving de Wingense dichter en auteur Kris De Lameillieure in Sint-Truiden nu ook de jaarlijkse Guido Wulmsprijs voor poëzie. De Simon Michaël Coninx-prijs ging naar  Seppe Gesquiere voor zijn gedicht 'Februari'. Er was een eervolle vermelding voor Ruth De Munnynck voor 'Zonder klokkengelui'.

Er waren voor de Literaire Prijzen van de Stad Sint-Truiden in het totaal niet minder dan 343 gedichten ingestuurd.  

In de Academiezaal werd Kris De Lameillieure gehuldigd voor zijn gedicht "Quo Vadis?" dat we hier vandaag met veel genoegen publiceren.

Meer info: https://www.sint-truiden.be/literaire-prijzen


#guidowulmsprijs #literaireprijzensinttruiden #krisdelameillieure #seppegesquiere #ruthdemunnynck

 

Quo vadis?

Je zegt dat je gaat en niet terugkomt, kijkt niet achterom.
Kou knijpt mij in het hoofd en ik vergeet hoe het moet

met de zilveruitjes in de kelder, wie morgen brood zal halen.
Op mijn netvlies dwarrelt glasvocht in vlokken, flitsen lichten.

Zodra je de hoek om bent, zie ik je weer zitten in ons huis.
Je haalt nerven uit de zuring, legt nieuwe dweilen in de kast,

laat manden was achter en de laatste fles verzachter. Vreemd
hoe na warme dagen eerste regen ruikt naar grond.

Traag schuiven nu minuten op kousenvoeten, slakken uren.
De deur blijft op een kier. Dat het koud wordt, is niet erg.

Hout is er genoeg en kilte was er al.


© Kris De Lameillieure



donderdag 25 januari 2024

'Vlerk' van Idwer de la Parra wint de Awater Poëzieprijs 2023


Idwer de la Parra wint, zo lezen we onder meer, op de Tzum-pagina's met zijn bundel 'Vlerk' de Awaterpoëzieprijs voor 2024 van poëzietijdschrift Awater die jaarlijks wordt toegekend. De jury bestaat telkens uit beroepslezers zijnde medewerkers van onder meer de Volkskrant, NRC, Het Parool, De Standaard, De Groene Amsterdammer, HP/De Tijd, Poëziekrant en Awater.

'Vlerk' werd eerder voor de Schaal van Digther gerecenseerd door Daniël Franck. De recensie lees je nog 's na via deze link: "Onder de vleren gluren".


#idwerdelaparra #awaterpoëzieprijs #danielfranck


woensdag 10 januari 2024

Shortlist Vierde Zeef-Poëzieprijs


Voor de vierde Zeef Poëzieprijs werden 119 bundels van dichters die nooit eerder in bundelvorm hadden gepubliceerd ingediend.

Na een eerste selectie bleven er daarvan nog 23 over. Die bundels gingen naar de volgende leesronde en werden geschreven door:

Goedele Horemans, Alain De Kinder, Sascha Beernaert, Cora de Vos, Stien Keunen, Cedric Steenssens, Inge Pollet, Goedele Firlefyn, Nele Bruynooghe, Ronny Dijksterhuis, Kamiel Choi, Jan De Vriendt, Hans Van Miegelbeek, Bert Klopman, Elisabeth Jacobs, Maarten Bastiaensen, Annika Cannaerts, Jasper Poels, Ludwig van de Voorde, Kris Lauwereys, Elise Vos, Peter Doms en Bert Struyvé.

Uiteindelijk leverde dat een mooie shortlist op van 8 dichters:

Ronny Dijksterhuis, Ludwig Van de Voorde, Cora De Vos, Annika Cannaerts, Kamiel Choi, Hans Van Miegelbeek, Elise Vos en Peter Doms.

Kamiel Choi bleek daaruit te moeten wegvallen omdat er blijkbaar al eerder werk van hem in bundelvorm was gepubliceerd.

De winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de Gedichtenweek (Do 25-Woe 31/1/2024). Hij of zij ontvangt de prijs van 500 euro en de geprimeerde bundel zal door Uitgeverij De Zeef in het najaar worden gepubliceerd.

Website Het Gezeefde Gedicht
Uitgeverij de Zeef
De poëzieweek






 

maandag 19 september 2022

Nominaties Melopee-Poëzieprijs - Editie 2022

De nominaties voor de jaarlijkse Melopee-poëzieprijs van de Gemeente Laarne zijn bekend. Vanaf vandaag kun je voor de publieksprijs ook stemmen op jouw favoriete gedicht.
De Melopee-poëzieprijs bekroont elk jaar het meest beklijvende gedicht voor het eerst verschenen in een literair Vlaams tijdschrift.
Voor gedichten, gepubliceerd in het jaar 2021, zijn dit in alfabetische volgorde de genomineerde dichters en hun gedichten:

Alara Adilow - Je droeg een kroon van wilgentakken
Anne de Bruyckere - RAL 9050
Anneke Brassinga - Een wiskundig inzicht
Charlotte Van den Broeck - beschadigingen
Erik Solvanger - De wolven op de witte vlakte
Esther Jansma - het verhaal van de zeeroversdochter.Het begin
Evi Aarens - Het is nog vroeg als ik mijn huid opraap (een canto)
Fien Leysen - Op jouw terras
Gerry van der Linden - Leg een steen op het hoofd van de vrouw
Iduna Paalman - Bewijs van bekwaamheid
J.V. Neylen - Onbegrijpelijk mijn eiken armen op het marmer
Jan van meenen - We gaan voor helder
Maud Vanhauwaert - Gedicht 0
Mischa Andriessen - Dat het het vanzelfsprekendste was
Nisrine Mbarki - oeverloos
Peter Theunynck - Mantel van lichtblauw
Ruth Lasters - Dek
Steff Geelen - Omdat alle andere versies van mij uitgeput zijn
Sylvie Marie - de actieve vorm van geboren worden is gebeuren
Tomas Lieske - Amfora

Meer info op de Melopee-site:
Laarne als poëziegemeente 
Stemmen voor de publieksprijs kan via deze link




vrijdag 25 maart 2022

Sandra Roobaert wint de Poëzieprijs van de Stad Oostende - Een interview

Frank Decerf sprak met Sandra Roobaert (°1968), die met het gedicht 'Als het trilt kan het barsten' winnares werd van de Poëzieprijs van de Stad Oostende 2022.

Sandra, proficiat met het behalen van deze prestigieuze literaire prijs. Mag ik je vragen waarom je meedeed aan de Poëzieprijs van de stad Oostende? Was dit je eerste deelname?

Ik nam aan de vorige editie ook deel, maar werd toen niet geselecteerd. Wanneer je nog niet

Foto: Arwen Van Hummelen
gedebuteerd bent, is deelnemen aan wedstrijden – naast inzenden naar literaire tijdschriften of online platforms – een goede manier om te zien waar je staat. Maakt mijn poëzie iets los? Raakt ze voorbij een drempel? In sommige gevallen krijg je ook feedback op je inzending en dat is altijd nuttig.  

 

Heb je naast deze bekroning nog nominaties op je palmares?

Ik behaalde in 2017 de tweede prijs in de open categorie van de Julia Tulkens poëziewedstrijd van de gemeenten Landen-Linter-Zoutleeuw.


Foto: Goedele Miseur




Ik kan me voorstellen dat zo een belangrijke prijs winnen iets doet met een mens. Kun je dat uitleggen? Op de avond van de proclamatie in De Grote Post te Oostende leek je overdonderd...

Op het moment zelf was er ongeloof en euforie, en ook vreugde en dankbaarheid. Plots gaat er een vuurwerk van erkenning en lof voor je af en dat is natuurlijk fijn. Wat het op langere termijn doet, kan ik nog niet helemaal inschatten, maar ik voel wel dat het mijn schrijfvertrouwen en –motivatie versterkt. Ik probeer sinds een tijdje een doorgaande lijn te maken waarbij ik met regelmaat mijn gedichten onderwerp aan beoordeling en mik op publicatie. Soms mislukt het en ik heb ook al pijnlijke afwijzingen gekregen waarvan ik een tijd mijn schrijfzin kwijtraakte, maar andere keren komt er iets moois van. En deze prijs is ineens best wel een grote stap, dat besef ik. Ik durf mezelf stilaan dichter of schrijver te noemen.

Op welke basis koos je de inzending die uiteindelijk de jury kon overtuigen?

Ik heb er niet al te lang over nagedacht en heb vooral intuïtief gekozen voor een gedicht waar ik op het moment van insturen een band mee had. Wel besloot ik bewust dat ik iets wilde insturen waar ik geen uitgebreide feedback van anderen op had gekregen.

Hoe en wanneer zette je de eerste stappen in de literaire wereld? Waarom beginnen schrijven? Waren er bijzondere triggers?

Ik schrijf zo lang ik me kan herinneren. Als kind verhaaltjes en rijmende versjes, als tiener dagboeken en gedichten in vrij vers. Toen ik ergens in de 20 was, stond het voor mij vast dat ik schrijver wilde worden, maar dat plan ebde weg. Ik slaagde er niet in om het in te passen in de werkelijkheid van een gezin met jonge kinderen, de noodzaak van betaald werk. Er bleef geen ruimte over. En blijkbaar was ik ook niet genoeg overtuigd van mijn kunnen. Over de dingen die urgent waren schreef ik enkele decennia lang alleen in dagboeken.  

Is er een traditie van schrijvers of artistieke mensen in jouw familie?

Een traditie niet echt. Mijn vader was professioneel muzikant, hij werkte als leraar en orkestlid, dus ik ben opgegroeid in een gezin waar muziek een grote plaats innam.

Kun je vertellen waarmee je nu bezig bent of wat je toekomstplannen zijn wat je literaire productie betreft?

Op dit moment zit ik in de laatste maanden studie aan de schrijversacademie in Antwerpen. Dat houdt in dat er van me verwacht wordt dat ik tegen de zomer een afstudeerwerk kan voorleggen. Ik zit dus middenin het selecteren van gedichten, verwerpen, herschrijven, schikken, rode draden opsporen, de ene na de andere titel bedenken en weer afvoeren. Het meest nabije toekomstplan is mijn debuutbundel publiceren. Daarna ligt alles open.

Wie waren / zijn je grote voorbeelden uit de hedendaagse literatuur en waarom?
Of volg je louter je eigen inzichten?


Als ik enkele namen noem, sluit ik er onterecht vele andere uit, maar goed. Ik hou erg van Wislawa Szymborska en Tomas Tranströmer, meer recent ontdekte ik Louise Glück en vond ik dat prachtig. Waarschijnlijk niet toevallig allemaal Nobelprijswinnaars. Nazim Hikmet lees ik graag opnieuw en van ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke ben ik telkens weer onder de indruk. Ik kan me helemaal laten meeslepen door het taalvuurwerk van Lucebert en de haarfijne poëzie van Leonard Nolens, ben fan van Menno Wigman, ontdekte recent het betoverende werk van Frederike Harmsen van Beek en was verbluft door wat Maud Vanhauwaert als stadsdichter van Antwerpen deed. Ik stuit telkens ook weer op andere dichters die me middenin een gedicht in plotse bewondering doen staan: Hester Knibbe, Radna Fabias, Marieke Lucas Rijneveld, Elly Stolwijk, Babs Gons ... Tot slot zeker ook mijn docenten en coaches aan de schrijversacademie, het is mooi en inspirerend om te zien hoe zij hun oeuvre uitbouwen: Ruth Lasters, Peter Holvoet-Hanssen, Hilde Keteleer, Annemarie Estor en Charlotte Van den Broeck.

Wat publiceerde je tot op heden? 
Waar kunnen we die teksten vinden?


Foto: Goedele Miseur

Ik publiceerde online op Het Gezeefde Gedicht en Meander Magazine en in De Vallei. In Poëziekrant werd een gedicht van me besproken dat op Het Gezeefde Gedicht verscheen en in het recentste nummer van Verzin staat één van mijn gedichten als leestip met commentaar. Voor de rest vind je mijn teksten op de website van Villa VanZelf en op mijn persoonlijke blog ‘schrijvenoverleven’.

Is er ook proza gepland?

Er zit geen proza aan te komen in de zin van verhalen of een roman. Wat ik wel doe, is blogstukken schrijven en daar vind ik heel veel voldoening in. Ik schrijf onder andere voor Villa VanZelf, de vzw die ik samen met mijn partner Marc Van Hummelen heb opgericht. Een deel van onze missie is ‘inspireren’. Ik schrijf over onze duurzame levensstijl of over non-fictie die ik heb gelezen en aanraad.

Moet een auteur zich beperken tot één literair genre of is het zijn taak om ook andere disciplines te proberen, m.a.w. mag een dichter enkel met poëzie bezig zijn?

Ik denk dat het verruimend is om in verschillende genres te experimenteren en ook buiten je eigen artistieke branche te gaan – heel verfrissend om achter je schrijftafel uit te komen en een landschap te gaan tekenen of fotograferen bijvoorbeeld, ook al is dat totaal onvertrouwd voor je. Maar niks moet.

De wereld is momenteel in een heel moeilijke fase verzeild geraakt; er zijn de maatschappelijke evoluties, spanningen en desastreuze conflicten. Hebben die zaken een invloed op je werk? Moet jij als dichter oog hebben voor de maatschappelijke spanningen in eigen land of daar buiten? Moet je daar ook over schrijven?

‘Moeten’ in combinatie met kunst roept altijd een zekere aversie bij me op. Elke kunstvorm lijkt me gebaat bij de grootst mogelijke vrijheid en zo min mogelijk vernauwing van perspectief onder de vorm van eisen, verwachtingen en ‘moetens’. Stel je voor dat we ons allemaal verplicht voelden een klimaatgedicht, coronagedicht of oorlogsgedicht af te leveren. Er zijn dichters die pertinent en aangrijpend maatschappelijk geëngageerd schrijven, anderen hebben er minder affiniteit mee en beide lijken me prima. Ik denk wel dat poëzie een rol te spelen heeft om mensen in barre omstandigheden tot steun en troost te dienen, dat hebben we ook gezien in de coronacrisis. Maar dat hoeven dan niet per se gedichten te zijn die over precies die barre omstandigheden gaan. De meerduidigheid van een gedicht maakt soms ook dat het plots kan interfereren met een maatschappelijke werkelijkheid zonder dat de dichter het zo bedoeld heeft. Een mooi voorbeeld: na de prijsuitreiking in Oostende kwam er een vrouw naar me toe die vond dat mijn gedicht heel actueel was. Terwijl ik het een hele tijd geleden schreef en er dus geen bewuste verwijzing naar de actualiteit van nu inzit.
Mijn engagement uit zich denk ik sterker in de blogartikels die ik schrijf dan in mijn gedichten.  

Heb je nog andere artistieke talenten?

Vanaf mijn kindertijd tot het einde van de middelbare school studeerde ik piano. Ik overwoog om muziek verder te studeren, maar deed het niet. Toen ik halfweg 40 was, kwam het toch nog opzetten en begon ik aan een bachelor piano aan het conservatorium. Ik heb hem niet helemaal afgemaakt en het was op sommige vlakken heftig, maar ik heb er ook prachtige herinneringen aan. Wat wel opmerkelijk was: hoe langer ik bezig was met uren muziek studeren per dag, des te harder kwam de schrijver in mij opzetten met de dwingende eis om ook aandacht aan haar te besteden. Intussen is het weer omgekeerd en voelt de pianiste in mij zich gefrustreerd en verwaarloosd. Blijkbaar kan ik ze niet allebei tegelijk min of meer tevreden houden.
 
Heb je een eigen schrijfproces; een bepaalde dagindeling, een vaste manier van werken, een vaste werkplek? Hoe ontstaat een typisch Roobaert-gedicht? Heb je je eigen formule gevonden?

Ik start mijn dag altijd met schrijven. Ofwel schrijf ik met de hand drie bladzijden ofwel minstens 600 woorden op mijn laptop. Dat is geen literair schrijven. Ik probeer dan zo automatisch mogelijk te schrijven, zonder enige censuur. Als ik vroeg van huis moet, doe ik het in de trein. Voor literair schrijven heb ik geen vaste structuren. Op sommige dagen werk ik niet aan gedichten, op andere uren lang, soms start ik laat in de avond en schrijf ik ‘s nachts. Ik heb wel een goeie schrijfthermostaat: wanneer ik het schrijven verwaarloos, ga ik me al heel snel ongemakkelijk en richtingloos voelen. Ik heb een vaste werkplek, maar kan ook prima buitenshuis schrijven, in een bibliotheek of koffiebar. De aanzet tot gedichten komt ofwel wanneer ik in beweging ben – op de fiets, in de trein, stappend – of tussen waken en slapen. Het valt bijna letterlijk naar binnen, alsof ik een postbus ben. Dan heb ik bijvoorbeeld een half vers, een kleine kern waar ik verder mee wil. Heb ik de tijd dan ga ik die direct uitwerken tot een eerste grove versie. Ik heb op mijn computer een document met als titel ‘kruimels’ en daar stop ik alle invallen in. Het werkt voor mij als een kladblok dat ik nooit wis. Heel wat halve of hele verzen en halve of hele gedichten raken niet voorbij het kruimels-stadium, maar het gebeurt meer dan eens dat ik er iets van een hele tijd geleden uitvis en integreer in een nieuw gedicht. Wanneer een gedicht sterk genoeg is om op eigen benen te staan, haal ik het weg uit de kladsfeer en kopieer ik het in een nieuw document. Een eerste versie gaat soms snel, een kwestie van enkele uren of dagen. Daarna kunnen er heel veel revisies volgen en sinds een tijdje hou ik die ook allemaal bij. Sommige gedichten blijven steken. Ik kan er maandenlang een zeurend gevoel bij hebben zonder dat ik er verder mee raak, alsof zo’n gedicht zich dan gesloten heeft en ik er niet meer inkom. Dan weet ik dat ik geduld moet oefenen tot ik weer een nieuwe ingang vind. Of niet.

Je liet dit interview verrijken door foto’s van Goedele Miseur (1975), waarom deze keuze?

Goedele Miseur (@mindthegaby) fotografeert met de tedere, speelse en te gelijk nuchtere blik van de dichter die in haar woont. Vandaar wilde ik haar werk in dit artikel.

Word je beïnvloed in je schrijven? Zo ja, kun je dat wat nader uitleggen?

Ik vermoed dat elke schrijver – bij uitbreiding kunstenaar – een heel gevoelige antenne heeft voor invloeden en indrukken, zodat alles wat in- en doorstroomt potentieel een spoor achterlaat in teksten of kunstwerken. Invloed is letterlijk overal en op elk moment: in plekken, landschappen, interacties tussen mensen, gesprekken, in relaties, in de kindertijd, in gebeurtenissen in de privé-sfeer of erbuiten, in alle mogelijke zintuiglijke prikkels. En natuurlijk ook in de poëzie en het proza van anderen, en in kunstwerken uit andere disciplines.

Had je als kind een favoriet boek en werd in de richting van boeken gestimuleerd?

Ik was een leesveelvraat als kind, ook al hadden we thuis geen rijk gevulde boekenkast en zag ik mijn ouders, behalve de krant, zelden lezen. Blijkbaar had ik geen stimulansen nodig. Zodra ik oud genoeg was om in mijn eentje naar de bibliotheek te gaan deed ik dat.
Ik hield van typische kinderseries uit die tijd zoals De Vijf van Enid Blyton, Pinkeltje van Dick Laan en Pietje Puk van Henri Arnoldus. Als tiener had ik een Thea Beckmann-fase en een Bomans-fase, was ik diep onder de indruk van ‘Karakter’ van Bordewijk en las ik de ene Heinrich Böll na de andere.  

Je bent al jaren bezig met een opleiding in de Schrijversacademie van Antwerpen.
Is dat een must voor schrijvers? Is dat geen beperking van de schrijfvrijheid; je moet immers regels volgen? Hoe zou je die keuze verdedigen?

Ik heb lang getwijfeld voor ik me kandidaat stelde voor de Schrijversacademie. Ik was bang dat ik zou afknappen op het eindeloos analyseren van teksten of allerlei schrijfopdrachten waarin ik me niet zou kunnen vinden. Maar nu ik het traject bijna af heb, heb ik er alleen maar lof voor. Een grote plus voor aankomende schrijvers is dat je les krijgt van mensen die middenin het schrijversvak en de literaire wereld staan. Die zelf auteur, dichter, vertaler zijn en vanuit talent en ervaring spreken en niet alleen maar literatuur hebben gestudeerd en er een cursus over geven. Je werkt in groep met enkele medestudenten en krijgt daarnaast individuele feedback en coaching en die combinatie is bijzonder waardevol en stimulerend. Regels volgen is op zich geen probleem als je het bekijkt als een experiment en een uitdaging voor jezelf. Je leert er ook echt het métier door. Als dichter kan je alleen maar beter worden als je je bewust bent van wat allerlei stijlmiddelen voor een gedicht kunnen doen. Dat wil niet zeggen dat je ze in jouw eigen poëzie ook allemaal moet toepassen, maar het is wel goeie bagage om achter de hand te hebben. De schrijfopdrachten prikkelen, zowel om je eigen poëzie te onderzoeken – dingen als hoe het zit met je lyrische ik en of je luide of eerder stille gedichten schrijft bijvoorbeeld – als om bewust anders te schrijven dan je gewend bent.

Foto: Goedele Miseur



Men probeert schrijvers vaak in een hokje te plaatsen, hen te determineren. Ben jij in een of ander literair hokje te plaatsen?

Ik denk niet dat er ook maar iemand graag in een hokje zit, dus ga ik mezelf dat zeker niet aandoen. Ik hoop altijd maar dat er over me zal gezegd worden dat ik een eigen stem en stijl heb, dat vind ik een mooi compliment.

Wat stoort jou het meest in de literaire wereld?

Ik ben een absoluut groentje in de literaire wereld. Ik stel me voor dat je er alles vindt wat je in andere werkterreinen ook kan vinden: van vriendschappen, fijne contacten en loyaliteit tot afgunst en kleinzieligheid. Waar ik niet zo van hou is de neiging van sommigen om met grote stelligheid dingen te poneren over hoe poëzie moet zijn en wie niet binnen hun classificatie valt de grond in te boren, iets wat mannen makkelijker doen dan vrouwen. Ik vind dat je je uitspraken best altijd laat voorafgaan door ‘ik vind dat …’ en stoor me eraan als mensen dat niet doen.

Sandra ik wil je graag danken voor deze interessante babbel. Nog veel succes in je schrijfcarrière. Ik heb zo het gevoel dat we nog veel van jou zullen horen.
Proficiat!

© Frank Decerf