Posts tonen met het label Digther-2009/3. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Digther-2009/3. Alle posts tonen

dinsdag 16 februari 2010

Digther - 10/3 - Inhoud


Digther – Jaargang 10-2009 – Nummer 3 – Inhoudstafel

Editoriaal. Hugo Verstraeten

Berichten
Aangespoeld met pen en penseel
Expo Charlotte Mutsaers in Oostende. Annelies Vantyghem
Bekendmaking Melopee – Nieuwe poëzieprijs Laarne
gedichten van Charles Ducal en Herman Leenders

Poëzie
Steven Graauwmans
Renaat Ramon
Peter Vermaat
Inge Boulonois

Wie blogt die blijft - Jef Boven

Uit de toevloed
Over nieuw werk van:
Hannie Rouweler & Joris Iven (Open Doek Sluiers)
Frank De Vos (Trek de wind niet van de wieken)
Hannie Rouweler (Nieuwe gedichten)
Joris Iven (Alles bij elkaar)
Paul Cardon (Restanten van een glimlach)
Edith Oeyen (Een naald zonder oog)
Inge Braeckman (Beeltenissen)
Paul Rigolle (Van het hart een steen)
Ina Stabergh (Darwin en ik)

Proza
De Imker en de tapijtenklopper . Delphine Lecompte
Jachtongeluk. Delphine Lecompte
Het koor . Delphine Lecompte

Recensies
Een soort blauw dat geen betekenis heeft – over ‘De dieren in mij’ van Delphine Lecompte (Alain Delmotte)

Rubriek Overschrijven

maandag 15 februari 2010

Digther – 10/3 - Editoriaal

Redactioneel

Darwin hier. Darwin daar. Darwin overal.

Darwin wint. Wellicht omdat hij beter dan God aangepast is aan onze moderne tijd. Darwin overleeft omdat we nog altijd bereid zijn hem te lezen. Er zijn boeken en ideeën die de wereld veranderden: ‘Das Kapital’(Marx), ‘Das Unbehagen in der Kultur’ (Freud), de Bijbel (God). Zij worden van generatie op generatie overgeleverd, ongeveer zoals het recept voor het maken van een goede cake overleeft en wordt doorgegeven. Zo verging het ‘On the Origin of Species’. Het boek verscheen in 1859 en kreeg van de auteur een ruime ondertiteling:

by Means of Natural Selection
or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life

De publicatie betekende een splijtzwam die het nageslacht opzadelt met believers en non – believers. Creationisten en evolutionairen. Gekken die rekenen op God om hen uit de aarde te verlossen en gekken die rekenen op feiten om hen van God te verlossen. Het schisma loopt door continenten, religies en politieke overtuigingen. Het wordt kiezen tussen een wereld die louter uit God of een die enkel uit feiten bestaat. Of is die keuze vals en bestaat het om niet te kiezen, de werkelijkheid aan zichzelf over te laten? Zoals het een voorzichtig mens past, bestaat mijn antwoord alleen maar uit vragen:

1. Wat of wie is God? Waar is God? Op alle plaatsen?
2. Waarom vond die Onveroorzaakte Veroorzaker het nodig ons te scheppen? Had Hij Niet Aan Zichzelf Genoeg?
3. Wat is een feit? Alles wat het geval is? Bestaat de wereld enkel uit feiten, of is dit enkel gezichtsverduistering, zelfbedrog?
4. Wat zien wij over het hoofd of beter: wat kunnen wij niet zien?
5. A ls zelfs ééncelligen intentioneel zijn en gericht op voortbestaan en als geheel het evolutionaire proces intentioneel is in een hogere orde, waarom heeft evolutie dan zoiets als de menselijke soort voortgebracht (de enige soort die zijn biotoop vernietigt)?
6. A ls het determinisme (als het eindeloze kansspel tussen milieu en genen) ons maakt tot wat we zijn en niet zijn, bestaat er dan geen determinisme dat ons bepaalt tot onbepaaldheid?

Misschien heeft Dirk Draulans vanop zijn nep – Beagle daar een antwoord op. Vragen die ik mij nog stel om dit af te sluiten: welke plaats heeft poëzie in dit evolutionaire plaatje? Is zij het talige substraat van de onverklaarbaarheid van de wereld? Het ‘debiele broertje van de filosofie’? Een late echo van de godendeemstering? Een verdwijnend artefact bij gebrek aan lezers? Blijvend verlangen naar ontroostbaarheid? Is ook literair taalgebruik een uitkomst van aanpassing en natuurlijke selectie? Welke schrijvers blijven, welke taal blijft? De meest aangepaste, de best leesbare, de succesrijkste? Wat als de dichter verdwijnt?

Wie omzwachtelt dan de werkelijkheid met nieuwe verbanden? Wie rapporteert dan over wat we altijd over het hoofd hebben gezien?

Hugo Verstraeten

woensdag 10 februari 2010

Onbegaanbaar, onverstaanbaar



Voordat ooit Zavel woorden was,
de leegte luierend in geeuwend
jaargetijde, aan twee oren doof
een mondvol steen en ijs en heugenis.

De waterstroom waar nooit gelachen
werd, de heide waar geen meisje
kleed en hemd verspeelde, huidig
aantal hongerwolven onbestemd.

De bomen van het het woud alleen bekend
bij wildspoor en in vogelspraak,
de knager, graskauwer en avondzwalker,
diepwortelgraver, notenkrakerschuwestaart.

Naamloos en nergensheen, de eerste dag.

© Peter Vermaat

(Gepubliceerd in Digther – 10/3)