Posts tonen met het label Citaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Citaat. Alle posts tonen

woensdag 14 oktober 2015

Daar is geen oplossing

Aangetroffen

Twee beslissende boeken uit mijn jeugd waren Wiskunde zonder omslag en een dichtbundel van Guido Gezelle. Ik snapte van beide boeken niet zo erg veel. Het wiskundeboek had geen omslag; ik heb lang gedacht dat dat zo hoorde. Ik las het met grote fascinatie, hoewel ik er weinig van begreep. Van Gezelle begreep ik evenmin veel: hij schreef heel klankrijk, gebruikte vreemde woorden. Ik vond dat fascinerend. Gaandeweg, ik zal er een jaar of twee over gedaan hebben, ontdekte ik dat er een truc was, een recept, om het wiskundeboek te begrijpen. Je kon de lege plekken leren inkleuren, als je maar helder en distinct genoeg nadacht, om met Descartes te spreken. Bij gedichten bleek dat anders te werken. Daar is geen oplossing. Sindsdien heeft alles wat ik heb gelezen zich tussen die twee polen afgespeeld. Vanuit dat perspectief waren dat hele beslissende boeken.

Vindplaats: Jan Sleutels over 'Het beslissende boek'. Thauma on line.
(Online tijdschrift van het Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden).

zaterdag 20 juni 2015

woensdag 19 maart 2014

Gevangen


Czeslaw Milosz schreef:
'Ik werd verscheurd tussen twee polen: de stille
beschouwing van een onbeweeglijk punt,
en het gebod tot actieve deelname aan de geschiedenis
.'

Seamus Heaney, een intimus van Milosz, voegde hieraan toe:
'Ik denk dat elke kunstenaar zich gevangen zal voelen in die tegenstelling tussen enerzijds het appel aan de absolute stilte en het volmaakte kunstwerk, en anderzijds de verantwoordelijkheid voor de totale rotzooi in de maatschappij.'

Die verscheurdheid vormt de belangrijkste inspiratiebron van De vrijheid van zwijgen.

Aangetroffen: op de achterflap van 'De vrijheid van zwijgen', nog steeds een mooie dichtbundel van Johan de Boose (Uitg. Poëziecentrum, 2008)


zaterdag 15 maart 2014

Dat is de grap

Bij voorbaat zeggen dat een gedicht in opdracht een lofdicht moet zijn? Dat is een varken aan zijn staart trekken, dan rent hij juist vooruit. Niet omdat je als dichter per se tégen iets wilt zijn, maar omdat je geest juist in het dichten met taal en inhoud de vrijheid op wil zoeken, de vrjheid én de essentie. Die vrijheid van denken en voelen is precies wat poëzie voor mij poëzie maakt. Wat poëzie interessant maakt. Die vrijheid, dat is de grap.

Vindplaats: De grap van poëzie is een varken - Heleen Bosma

dinsdag 28 januari 2014

Politiek of de noodzaak van de mislukking

"La poésie serait-elle étrangère à la politique? Ou serait-elle un politique vouée à l’échec: contre ceux qui “réussissent” (qui “mondialisent” par exemple), qui s’affirment gagnants … son échec aura problablement toujours besoin de se répéter."

James Sacré ‘Parler avec le poème’, La Baconière, Genève, 2013, p 20

zondag 12 januari 2014

Onder handbereik

Waarom was Hanlo zo uit op structuur? Waarom dwong hij zichzelf om alles wat hij deed gestructureerd aan te pakken? Tijdens mijn bezoeken aan Hanlo in het poorthuisje in Valkenburg, waar hij woonde in een eenkamervertrek, heb ik dat ontdekt. Hij legde zichzelf structuur op omdat hij geheel ongestructureerd was. En elke keer was hij blij om te ontdekken hoe anderen, in dit geval een mus, structuur aanbrachten in hun leven. Dat was ook de reden waarom hij in een piepklein huisje woonde. Een huis met meerdere vertrekken kon hij niet aan. Hij moest altijd alles onder handbereik hebben. Dat er zich spullen in andere vertrekken zouden bevinden, spullen die hij niet kon zien, was te veel van hem gevraagd.

Ton van Reen over het werk van Jef van Kempen en Jan Hanlo
in "Jef van Kempen houdt van gedichten" – Fleursdumal.nl


woensdag 4 december 2013

Ik weid niet graag uit over de verachting

'Je n'aime pas m'étendre sur le mépris. C'est ainsi qu'en littérature je n'ai pas formulé d'opinion nettement défavorable sur quoi que ce soit. Si je ne fais pas plus souvent oeuvre critique, c'est à cause de cela aussi. Je me compte parmi les disciples de l'homme qui a dit "La critique sera amour ou ne sera pas.'

André Breton in een brief naar Simone Kahn - 31/08/1920.

(Citaat opgetekend door Alain Delmotte)

zondag 1 december 2013

Hoe we ons moeten vestigen

"Bontridder blijkt daarin ondanks zijn leeftijd een van de meest beweeglijke en gevarieerde dichters in ons taalgebied. Hij lijkt voorbestemd om de dichter te worden voor de jongere generaties die de onvermijdelijke problematiek van hoe we ons moeten vestigen in deze tijd, vasthaken aan een beredeneerde en toch intuïtief ontstane vorm."

Hans Vandevoorde in Ons Erfdeel 4 – November 2013 – pagina 149-151
Recensie over "Wonen in de vloed" van Albert Bontridder

Foto: Albert Bontridder signeert een exemplaar van 'Wonen in de vloed' voor Digther.

De voorstelling van de bundel op 11/12/2012 staat overigens nog altijd mooi na te kijken op onze verenigde you tube-zenders: http://www.youtube.com/watch?v=cX6HAiRektk
Bij deze hier ook graag even ge-'embed'... 1u 38'en 53" poëtisch kijkplezier!



zaterdag 23 november 2013

Lyrisch en beredeneerd

Dan zette Holvoet weer een grote V op het bord. Die had hij al eerder gebruikt om de kloof én de verbinding tussen tegenpolen aan te geven, maar nu schreef hij er links ‘vervoering’ en rechts ‘belevenis’ bij. Hij zei er eerst bij dat men in een gedicht alle vrijheden heeft: ‘Je bent vrij in een gedicht om verschillende eeuwen en verschillende plaatsen te bespoken.’ Maar twee zaken moet je als dichter wel nastreven. Een gedicht moet vervoeren – wat meer is dan ontroeren, Holvoet noemt daarom taal een vervoermiddel. En ten tweede moet een gedicht lezen een belevenis zijn. Daarom mag (maar moet niet) een gedicht ook shockeren, ontregelen. Waarna een vierde poëzieles volgde: daag jezelf als schrijver uit, durf tot op het bot te gaan.

Rubriek: Citaat/Citaten

Bron: Xavier Roelens maakt op zijn thuissite plaats voor de "Zes poëzielessen van Peter Holvoet-Hanssen!

dinsdag 3 september 2013

Plus rien à écrire?

Face au désarroi extrême de l’Epoque, à son absence d’appuis et d’orientation, je demande: “N’avons-nous plus rien à écrire? N’avons-nous rien à apprendre, à déduire de l’histoire des oeuvres qui nous ont précédés?” Ne se trouve-t-il pas déposé, dans les bibliothèques, les musées, les églises, la mémoire des aspirations, des désirs, des chimères et des espérances? “Et comment va la vie qui n’est pas éternelle?” continue de demander le poète, d’une façon amicale en presque familière, puisque la seule réalité, comme l’écrit Yves Bonnefoy, “ « c’est l’être humain engagé dans sa solitude, c’est à dire dans le hasard en dans le temps ». Si la poésie nous concerne toujours, ce n’est pas seulement comme une ‘radicalisation frontale de la question de la littérature’, c’est par la manière dont elle interroge la vie commune en s’emparant vigoureusement de la langue. C’est par la curiosité du réel en les brusques trouées qu’elle fait dans l’existence. La poésie est ce langage en qui nos raisons d’être n’ont pas perdu leurs dents: la nudité dont elle sait se montrer capable n’a d’égale que son absence de résignation.

Jean Michel Maulpoix in ‘Par quatre chemins’ Francis Ponge, Henri Michaux, René Char, Saint-John Perse, Agora Pocket, 2013

Citaat bij wijze van inleiding op “Dichterlijke overdrijvingen”, een nieuwe column van Alain Delmotte die hier vanaf morgen, woensdag 4 september 2013, in drie delen verschijnt.

vrijdag 30 augustus 2013

Amour fou

Gedichten schrijven - als je het niet kan (zoals ik) moet je ermee ophouden op de dag dat je zestien jaren oud wordt maar als je zo goed bent als, bijvoorbeeld, Ilja Leonard Pfeijfer zal je moeten doorschrijven tot de dood erop volgt. Ik ben er na vijftig jaar lezen nog altijd niet achter wat poëzie is. Het brengt iets te weeg - een onzichtbaar deeltje dringt door de pupillen de hersenen binnen en raakt een receptor, dan gebeurt er iets. Ontroering. Een vorm van verliefdheid, intens, kort. Het lezen van een gedicht maakt je niet onmiddellijk ongelukkig - zoals plotselinge verliefdheden bijna altijd doen - maar naarmate de tijd verstrijkt, blijken zich herinneringen aan het gedicht te hechten, zoals wieren en zeebeesten die zich vastklampten aan de houten schepen waarmee ontdekkingsreizigers de oceanen verkenden. Die herinneringen groeien aan naarmate de tijd verstrijkt. Omdat verstreken tijd voltooide tijd is, zijn ze onbereikbaar geworden, behalve voor het geestesoog. Op termijn veroorzaken de meeste goede gedichten weemoed en uiteindelijk verdriet, soms tot ontroostbaarheid aan toe.

Paul Dijstelberge op de Neder-L-blog (via dit bericht op de Contrabas)

Rubriek:Citaat

vrijdag 23 augustus 2013

Voor de vleugels

"Verbeelding dwing je niet af, voor de vleugels van de poëzie bestaat geen handleiding."

Piet Gerbrandy in een recensie in de Groene Amsterdammer over Liefde en aarde, de tweede dichtbundel van Tom Van de Voorde (Poëziecentrum 2013) (Link: poëziecentrum).

Vrij recent stonden ook 5 gedichten van Van de Voorde, die ook vertaler is van werk van ondermeer Wallace Stevens, op "Het moment". Zie verder ook deze recensie van Liefde en aarde op Meander.

zondag 23 juni 2013

Taal is maar een model

In het voorwoord van Na de punt (Asterion) citeert Dautzenberg Jorge Luis Borges, die in zijn verhaal Het huis van Asterion de Griekse koning Asterion laat zeggen: “Net als de filosofen denk ik dat niets mededeelbaar is via de schrijfkunst.” ‘We leven in een tijd waarin het beeld bepalend is en in toenemende mate randvoorwaarden stelt aan het geschreven woord’, zegt Dautzenberg. ‘Vergelijk de kranten en tijdschriften van nu met die van pakweg twintig, dertig jaar geleden. Meer foto’s, minder tekst, schreeuwerige koppen en streamers. De opkomst van internet werkt daar natuurlijk aan mee: een bulk aan informatie, je moet in een oogopslag kunnen shiften. Met deze bundel probeer ik buiten de schrijfkunst om een literaire wereld te evoceren. Taal is uiteindelijk ook maar een model.

Vindplaats: "Interview met A.H.J. Dautzenberg: 'Volgens mij heeft poëzie geen grenzen' op Stille Suikers

Website A.H.J. Dautzenberg

(Rubriek: Citaat)

maandag 17 juni 2013

Adagium

Ik huldig het adagium van de net overleden grote poëziecriticus Hans Groenewegen: ‘Als openbaar lezer is de recensent een voorlezer. Dan heeft hij de plicht er voorbeeldig op in te gaan. Poëzie die hem niet bevalt, zou hij niet moeten veroordelen, maar zien als een mogelijkheid om inzicht te krijgen op zijn eigen vooroordelen. Anders verdient zijn kritiek een onvoldoende.’ Bovendien geloof ik in de recensietechniek van Marnix Gijsen. Hij kon een hele bundel slecht vinden, maar dan ingaan op dat ene gedicht dat goed was. De schrijver over poëzie moet enthousiasmeren, niet zijn eigen dada’s naar voren schuiven. Als je dat standpunt huldigt, geloof ik dat het ook in mijn functie mogelijk blijft om poëzie te bespreken.

Carl De Strycker over het recenseren van poëzie in Knack – Boeken – ma 17/6/2013 - 'Poëzie in Vlaanderen is méér dan poëzieverkoop'

Rubriek: Citaat

donderdag 13 juni 2013

Een gedicht is een gedicht

Wat is de definitie van poëzie? Een van de meest pragmatische en best hanteerbare antwoorden op deze vaak gestelde vraag is van de vroegere Amsterdamse hoogleraar Redbad Fokkema. ‘Een gedicht is een gedicht,’ zei hij, ‘als het er uitziet als een gedicht en is uitgegeven in Amsterdam.’ Alle andere definities zijn aanmerkelijk onpraktischer, dat moet gezegd. Meestal komen ze neer op variaties van de opvatting dat poëzie gemarkeerde taal is. Daarmee wordt bedoeld dat het bijzondere taal is, die opzettelijk afwijkt van alledaagse taal. Het is taal die wil opvallen, taal 2.0. Er is iets aan toegevoegd.

Op NRC-Boeken: Waarom Kira Wuck de C. Buddingh’-prijs moet winnen.

Rubriek: Citaat