Posts tonen met het label Dichtbundel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dichtbundel. Alle posts tonen

woensdag 29 oktober 2025

Onvermoede substantie


Onvermoede substantie
 

over Innerlijke lichtval van Piet Devos
Recensie Daniël Franck

Piet Devos (1983-2024) werd blind op vijfjarige leeftijd, maar zette zich desondanks door als schrijver, vertaler (uit het Spaans en Frans), essayist over ethische kwesties (zoals het befaamde ‘Langs bloedbanen’) en literatuurwetenschapper (hij bezorgde onder andere het kloeke ‘Van reuzen tot dwergen’). Hij zette zich ook in voor een groenere en meer inclusieve wereld. ‘Innerlijke lichtval’ was zijn laatste publicatie bij leven.

Deze poëziebundel is opgedeeld in vier cycli die een logische opdeling volgen. In ‘Erfgenaam’ komt de herkomst van Piet Devos volop aan bod, met ‘Tochten naar de ander’ trekken we de wereld in, terwijl de dichter in ‘Onttakeld skelet’ op zichzelf en een fatale ziekte wordt teruggeworpen. De afsluitende cyclus ‘Mystiek en verzet’ getuigt dan weer van een gerijpt leven en bevattingsvermogen.

De methode staat onder druk, maar een poëziebundel begint nog altijd bij het begin, in dit geval met het gedicht ‘Opa’, eerste strofe:

Een zomeravond – ik zat doelloos aan het toetsenbord – 
kwam u ineens stil het tuinpad af en verscheen
dra op de drempel – kaarsrecht, bruinverbrand als voorheen,
zo ik u ’t laatst zag, de rijpe glimlach onverdord.

Het opgeroepen beeld is zeer visueel; de lezer ziet het zo gebeuren. Alleen, Piet Devos was blind en dat kun je hier op twee plaatsen duidelijk lezen. Iemand die stil over het tuinpad komt aangewandeld, zal vooral worden waargenomen door iemand met een scherp of verscherpt gehoor. En het bruinverbrand zijn van opa dient opgediept uit de herinnering. Het is een mooie illustratie van poëzie in het algemeen die soms substantie kan bevatten waar je het niet vermoedt: geestelijke werelden die zich als reëel voordoen, of een blinde die iemand in de deurpost ziet staan. We nemen allemaal anders waar, zelfs al zien we er als menselijke soort gelijkend uit. Het blijkt altijd verrijkend een boek te lezen vanuit een ander standpunt, het zij overtuiging, cultuur of beperking.

Een tweede gegeven dat ons onmiddellijk wordt aangereikt is dat we te maken krijgen met een dichter met liefde en gevoel voor traditionele vormen. Dit is dan ook de aanvang van een sonnet. Doorheen de bundel zal de klassieke vorm regelmatig worden gehanteerd. Vooral kwatrijnen maar ook terzinen komen in een natuurlijke flow aan het woord. Anderzijds wordt het vormelijke voorschrift nooit een keurslijf en dus laat Piet Devos zich evengoed meevoeren door de kracht van het woord wanneer dit een vrije ademruimte vraagt. Het verleent de bundel variatie en lucht.

Een constante is evenwel de aandacht voor klank, zodat dit een bundel is geworden met een grote vorm van muzikaliteit. Deze dichter maakt graag gebruik van stafrijm, binnenrijm, alliteratie. Zijn taal is tactiel, aftastend, de ene keer stilstaand en reflecterend, de andere keer in vrije vloed stromend. Luister naar de klankrijkdom waarmee het lange gedicht ‘De kleine zeemeermin: een hervertelling’ van wal steekt:

Wielend danste zij door onze stad en wereld; 
haar bewoog een ranke golfslag, zo watersnel
wentelend haar armen dat het voor het oog wel
volmaakt cirkels leken. (…)

Daaraan gekoppeld is het vermogen herkenbaar veel te communiceren in weinig woorden, te verdichten dus, waarbij hij zowel het geestelijke als het fysieke beeld alle ruimte geeft. Misschien bereikte hij dat vooral in de emotioneel aangrijpende gedichten ‘Diagnose’, ‘De meneer hiernaast’ en ‘Horoscoop’, gedichten over omgaan met ziekte en eindigheid, gedichten waarin heel trefzeker wordt verwoord.

bed aan bed
samen traagzaam overleven,
om beurten wakend,
voor elkaar alleen
de meneer hiernaast,
twee geslagen onbekenden

Hoogtepunt in deze sterke cyclus ‘Onttakeld skelet’ is ‘Brief aan mijn lijf’ waar kracht wordt geput uit wanhoop en dat de aanvankelijke aanklacht weet om te zetten naar positivisme.

En ondanks dit alles, wat ben ik zonder jou?
Jij door wie ik leef en aan wie ik sterf?
Zijn we niet veeleer samen ziek van een verziekte biotoop?
Jij, mijn vergiftigde tafel, beroete tempel,
de enige plek waar ik de aarde proeven kan,
waar ik bidden en beminnen mag.

Thematisch klampt Piet Devos zich vast aan verwantschap en familie. Zijn eigen geschiedenis en blindheid vormen een regelmatig gespreksonderwerp. Opvallend is ook de verwondering waarmee deze dichter in het leven stond. Hij wees dan ook op de afwijkende, maar vooral rijke ervaringswereld van mensen met een beperking. Regelmatig kan hij zijn ervaringen treffend verwoorden, zoals wanneer hij in het winterse Montreal zijn weg moet zoeken:

Omsjaalde stemmen en gewatteerde armen
loodsen me van metro-uitgang naar onbespraakt stoplicht,
van de ene kant langs colonnes knorrende bakbeesten
naar gene mulle sneeuwoever –
vertrouwen is je aanrijdbaar
overgeven aan wisselende passanten.

Tegelijk neemt hij het heel nadrukkelijk op voor een inclusieve wereld, maar dan wel op een feestelijke wijze:

Kreupel, ja kreukel de kunsten,
drum met je enige hand,
dans je spasmen,
beeldhouw je blinde blik,
gebaar je verzen,
en bevolk bovenal
musea, podia, agora
met gekreukte echte mensen!

De poëzie van Piet Devos is vaak even soepel als de ‘Moeders’ in zijn gedicht: 

Jullie woonden in plooibare huizen,
waar de schamele tafel steeds uitschuifbaar bleek
voor gasten. (…)

De opbrengst van deze mooi vormgegeven bundel (die al meerdere drukken kende) gaat naar de stichting Kom Op Tegen Kanker. Wie de bundel wil aankopen kan een mail sturen naar giedevos@skynet.be.

© Daniël Franck

I.M. Piet Devos - Vragen aan een boom


Piet Devos: Innerlijke lichtval – 
Uitgeverij Voz, 2024, 74 p, ISBN 9789464989441

 

…/…

maandag 27 mei 2024

Inleiding op 'Archipel' van Geert Jan Beeckman door Eddy D'Haenens

 


Op zaterdag 27 april 2024 stelde Geert Jan Beeckman in 't Kasteeltje in Denderleeuw 'Archipel', zijn nieuwste dichtbundel voor. Eddy D'Haenens, Stadsdichter van Oudenaarde, zorgde voor een mooie inleiding. Hieronder lees je zijn inleidende tekst bij de bundel.


Goede avond beste mensen.

Wat is een archipel ?

Een archipel of eilandengroep is een landvorm die bestaat uit een ketting of tros van eilanden. Archipels bevinden zich vaak in open zee en zijn meestal vulkanische eilanden, die ontstaan langs oceanische ruggen of vulkanische hotspots.

Ik schakel direct naar Jeroen Brouwers : ‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’ onder meer thema van de poëziezomers van Watou – zoals ik het graag blijf noemen – zeker nu bezieler Gwy Mandelink overleden is na een leven vol passie voor poëzie.

Deze uitspraak van Jeroen Brouwers was het thema van het ‘Kunstenfestival Watou 2019 – zoals het nu heet  - en is onmiskenbaar ook het leidmotief en de ziel van deze nieuwe bundel van dichter Geert Jan Beeckman – en dit via een nieuwe  verzameling taal virtuoze en meermaals gelaagde gedichten waarvan hij steeds opnieuw blijk geeft – ook nu weer. 

1. Archipel 

Met Archipel heeft Geert Jan Beeckman een bundel geschreven die haaks op de tijdsgeest staat – zijn gedichten gaan immers over de verbanden en gelijkenissen, de overeenkomsten tussen mensen – al leven we dan op onze eigen eilanden zoals de titel suggereert, samen vormen ze de archipel van ons bestaan. 

Dit terwijl de huidige tijdsgeest er juist op gericht is het tegenovergestelde, de zogenaamde verschillen te benadrukken, het afbakenen van de eigen levens, eigen landen, eigen identiteiten. Ondermeer in sociale media maar ook in de reguliere pers met het scoren via clickbaits – het klik - aas voor de steeds verwarder wordende mens – zijn we eigenlijk met elkaar verbonden terwijl dat medium paradoxaal model staat voor de benadrukking van onze verschillen onder het mom van de sacrale parabel van de vrije meningsuiting op elk maatschappelijk vlak. Uiteraard mag ieder zijn eigen heiligdom koesteren en om even de parabel van de talenten te gebruiken : zijn giften – wat zij of hij vanuit sociaal, genetisch, energetisch potentieel gekregen heeft – te laten groeien en bloeien.

Anderzijds kan dit nooit een reden zijn om afwijzend, vooringenomen of onverschillig te staan tav de anders voelende en denkende.

Neen, dan wil Geert Jan Beeckman met zijn nieuwe bundel ’Archipel’ het onbetwiste introspectieve dat in ons huist vertalen naar de verbintenissen, de gemeenschappelijkheid van de mensen in dit ondermaanse. Stel dat de oceanen verdampen ook rond de archipel – wat in deze tijden geen psychotische nachtmerrie is – dan zullen we kunnen zien dat al de individuele eilandjes in feite een onmiskenbaar geheel vormen. Maar best wachten we daar niet op - dat besef kan eerder realiteit worden.

Natuurlijk koestert iedereen zijn eigen eiland naar eigen vermogen, dat komt ook naar voor in de bundel, een soort koestering van het eigen heiligdom. 

Maar dat kan nooit een reden zijn om afvallig, ongeïnteresseerd of onverschillig tegenover de ander te staan, de anders denkende, de anders levende.

Het creëert een eenzamere, een ongevoeliger wereld, zonder veel empathisch vermogen en verlangen. 

Neen, dan wil de dichter  met deze bundel het onbetwiste introspectieve, dat zeker huist in ons, poëtisch vertalen naar de verbintenissen tussen de gemeenschappelijke mens en plaatsen toe. 

Niet dat hij hiermee moralistisch uit de hoek wil komen, maar wie goed leest vindt daar wel sporen van terug. Tenslotte zijn wij allemaal van vlees, bloed en hoofd. 

Zeker in deze tijd gaapt een grote kloof tussen de kennis van wat ons verbindt en de mens die zich liever laat verleiden tot het oppoken van de verschillen, alsof die eigen verschillen onoverbrugbaar en niet meer te herstellen zijn. 

Het breekt een soort angst open voor de confrontatie met het eigen zelf en het ik, die ook alle andere ikken zijn - een ik dat deels ook vloeibaar is. Veiligheidshalve vluchten velen liever in wat het eigen gelijk bestendigt, het soort waanwaarheden waar ze zich aan vastklampen en waar nieuwe boosdoeners garen bij spinnen. 

Zelfreflectie is niet meer van deze tijd, alles moet wijken voor de tirannie van een massa die opgesloten zit in het kollosale hok  waar zij zich met veel graagte laten instoppen.

Misschien is angst hier wel de drijfveer - in deze tijd waar in tegenstelling tot 50 jaar geleden alles vloeibaar , fluide is geworden. Waar vinden we nog authentiek houvast , is een belangrijke vraag van deze tijd?

Even de dichter aan het woord :

‘ Het voordeel van een diep hart is
Dat je met ogen een engel krijgt
Tijdens de roekeloze tederheid
Die geen warmte spaart maar toch wil genezen.

Zeker op een eiland waar het veilig is kwetsbaar te zijn
Is een duizeling van overgave
Ons nooit aangeleerd. ‘

Dus ja - de dichter schrijft niet zomaar vrijblijvend. 

Is ‘Archipel’  nu een soort van politieke bundel?  

Dat laat  de dichter in het midden. Vooral een dichter hoeft niet steeds zijn werk te verklaren - ‘lees wat er staat’ is de uitnodiging.. 

Wat ik lees is dat deze gedichten centraal staan in het hier en nu , al gaat er dan verleden en toekomst overheen.  En het is niet omdat een mens terugplooit op zichzelf, wat nogal aanwezig is in deze bundel, dat hij geen aanspraak kan, moet, of wil maken op een ander mens.  

Mensen hebben in deze tijden de neiging de andere mensen, om welke reden dan ook, weg te moffelen of naar de periferie van het bestaan te duwen, terwijl iedereen deel uitmaakt van een centrum waarin wij leven. Tenslotte zitten wij allemaal in het proces tussen leven en dood. Wie naar de ander zoekt en reflecteert, wie bij machte is zich in de ander te verplaatsen en in te leven, blijft hopen en bestaan en vervolledigt hiermee ook zichzelf. 

Net zoals poëzie dat doet. 

In die zin kent deze bundel wel een maatschappelijke inslag.

Helaas is zoals gezegd daarnet - zelfreflectie niet zo van deze tijd. Allerlei krachten zorgen ervoor dat we zonder het soms goed te beseffen ergens in een hokje laten opsluiten dat ons een identiteit probeert te geven, een streling of schouderklopje voor ons Ego, ook via allerlei  brood en spelen voor die kartonnen identiteit. Het is een enorme uitdaging om echt vrij te zijn en te blijven : ook vrij om in mening of visie te evolueren in connectie met de wereld rondom ons. People are strange zoals Jim Morrisson het verwoordde..terwijl we uiteindelijk allemaal bewegen in een identieke weg tussen geboorte en dood- dat hebben we alvast als bindmiddel.

En dat staat het terugplooien op zichzelf , zeker aanwezig in deze bundel van Geert Jan Beeckman, niet in de weg. Reculer pour mieux sauter - dat is het uitgangspunt

Net zoals de poëzie van Geert Jan dat doet. 

Deze dichter is geen wereldvreemd wezen – au contraire.

En heb geduld - vier ook de traagheid - pleit de dichter : 

‘In gedichten mag je begrijpen even uitstellen.
Maar niet het ballet van de vlinder
Niet het zingen dat op wijn wordt gezet.
Het gebeurt nu schrijft de dichter
Ook wat langzaam is en voorspeld.’

In de schriftuur schrijft de dichter ook vaak in de wij vorm – om het gedicht los te weken van zijn maker en open te stellen voor alle lezers, die het gedicht kunnen voltooien, integreren met eigen verbeelding . Dus ook in de schrijfvorm zoekt de dichter verbinding al is het vertrekpunt een eigen archipel eiland van bestaan.

2. Taal           
                                                                          
En dan daarbij aansluitend – iets meer over taal an sich – en de taal van de dichter , de dichter Geert Jan Beeckman in het bijzonder.  

Dagelijks stelt Geert Jan vast dat onze taal soms tekort schiet om de dingen te benoemen. Men zegt een bed, een tuin, een huis, een straat, maar dat ligt allemaal binnen de grenzen van onze dagelijkse taal. Is die taal wel de ‘waarheid’ van de dingen? En is de honger naar die ‘waarheid’ niet groter dan de taal waarmee we het moeten doen?

Is taal geen onbeholpen poging om alles te benoemen en er dan verder niet hoeven over na te denken – te voelen. 

De dichter : 

Wij hebben geen engelen op voorraad

Noch godenkinderen met een gave huid

Wat wij hebben is het onzegbare.

Het zwijgzame naast de ingehouden adem.

Prijsgeven laat een wereld op zich wachten’

En even terzijde : wat met die vele verschillende talen ook en hoe die onze identiteiten mee maakt en oriënteert en ook afzoomt. In wetenschappelijk onderzoek blijkt dat taal een belangrijk element vormt in hoe iemand zijn identiteit omschrijft en we krijgen door taal dus ook verschillende identiteiten. Is daar iets overbruggends in te vinden is opnieuw de verdere vraag.  Drukt’ gifted ‘ beter uit wat het wil tonen dan het Nederlandse ‘getalenteerd’ . Dekt ‘sehnsucht’ niet beter de lading dan ‘melancholie’. Anderzijds – is het Nederlandse woord ‘goesting’ niet veelomvattender dan de equivalenten in andere talen ? 

Benoemen heeft consequenties is ook hier het punt. De Engelse term gifted drukt bv beter uit dat we een ‘talent’ gewoon gekregen hebben - wat noopt tot meer nederigheid. 

Is taal dus ook beperkend – kan taal anderzijds realiteiten of fantasieën of dromen verhelderen en welke taal dan ?

Even terzijde vanuit de taalwetenschap : Een nieuw paradigma is noodzakelijk, met meer aandacht voor taal in context: voor (taal)sociologie dus. Ook de nieuwe aandacht voor meertaligheid in het taalonderwijs vraagt om een taalsociologische blik. Dat gebeurt onder de noemer van taalbewustzijn, language awareness. Taal (ook) zien als sociaal en cultureel aangeleerd gedrag, veronderstelt grotere aandacht voor de identiteit van taalgebruikers: hun positie ten opzichte van andere taalgebruikers. De ander zien en andermans taal begrijpen vereist niet alleen goed leren kijken en luisteren, maar ook empathie. Al langer weten we dat het lezen van literatuur empathischer maakt.

Zou die ultiem verhelderende taal  de poëzie zijn ?

Ik citeer Geert Jan even letterlijk: ‘Wat taal zegt is enkel een getuigenis van het zegbare'. Is het daarom niet merkwaardig dat net poëzie, die nochtans van taal en woorden wordt gemaakt en bedreven, wél toegang verschaft tot het onzegbare, als datgene waarover je niet kunt spreken, maar wel kunt tonen, oproepen, zichtbaar maken. Een woordkunst om ‘tonen’ gestalte te geven. Een woordgebruik niet om iets te zeggen maar om te tonen dat het er ook is.

Het gaat dus in poëzie, net als in andere kunsten, dus niet om menselijke betekenissen maar om de ‘on-menselijke’ wereld, die zich veel subtieler laat vatten.

Dat betekent dat je afstand neemt van de dagelijkse omgeving die binnen de taal van het ‘noemen’ vastzit. Dit alles komt voort uit het verlangen om te weten wat ‘iets’ is, misschien een verlangen naar echte waarheid, los van alle beschrijvingen, los van alle menselijke invullingen. Misschien op zoek naar het grotere dan dat wat menselijke waarheid is. Het onzichtbare wat denkbaar, maar niet zegbaar is. Een idee van een wereld, maar waar wij niet het vermogen toe hebben, er , zonder een voorbeeld van te geven.

Ik schuif even door naar het begrip ‘Esoterie’ zonder daardoor onze wetenschapsscherprechters van Skepp wakker te maken, ook los van de platitudes rond die inhoud  . Esoterie is kennis die slechts voor ingewijden,geïnitieerden toegankelijk is, dit in tegenstelling tot exoterie waarvan de informatie en kennis voor iedereen verifieerbaar en toegankelijk is. 

Veel levensbeschouwelijke stromingen en genootschappen beroepen zich op een dergelijke vorm van kennis die zowel het individu als de kosmos betreffen en ontwikkelen hierbij een eigen leer en methodiek. Esoterisch, occult en arcaan hebben gelijkaardige betekenissen en in de meeste contexten zijn de drie termen die onderling inwisselbaar zijn.

Het woord esoterie is afkomstig uit het Grieks en betekent het inwendige of het verborgene; dit in tegenstelling tot het begrip exoterie, dat het uitwendige of het openbare betekent. Esoterie bekommert zich dus over verborgen aspecten van de werkelijkheid, de niet zintuiglijk waarneembare aspecten, het wezen van de dingen. Dergelijke kennis staat dan ook haaks opnatuurwetenschappelijke kennis , die immers stoelt op waarnemingen, logica en verifieerbaarheid.

Is poëzie een sleutel voor het esoterische in die ruime betekenis - of meer - een onmiddelijke toegang voor iedereen, zodat ze niet langer voor ingewijden, geïnitieerden is  ? Ik gooi dit hier even in het midden - maar ik vermoed dat de dichter hier bevestigend knikt. 

3. Tot slot wil ik even afdalen in dat rijke universum van de dichter zelf – die zichzelf ook spiegelt aan andere door hem geliefde ‘toners’ uit de muziek en beeldende kunsten:

Camille Claudel, Berlinde de Bruyckere, Jezus Christus, William Turner, Marc Rothko , Saul Leiter, de free jazz van Nordmann, Panamarenko ,Chet Baker… en niet te vergeten Jim Morrisson die net als de dichter ‘The Doors of perception' aftast – en dat in die virtuoze taalexpedities van hem.

De dichter :

Over Berlinde De Bruyckere :

‘Ik weet ook zij hangt af van de Grieken.
Van de epische veldslagen om verdriet.
Van de aard om ons te vernietigen met graag zien.
Van aarde en tijd.
Straks doder dan onze resten ‘

Over William Turner : 

‘een dwalen met penseel om te ontsnappen
naar poëzie’ 

hier komt de dichter terug op het tonen van werkelijkheden, maar draait hij het om - de schilder wordt een dichter.

Over Jazz :

‘Het meisje en ik slepen natte straten mee.
Wij delen weggesneden klieren.
Een piano druppelt in. Verlies blijft het mooiste portret.
Zo mooi vinden wij de tijd nog net.’ 

Over Panamarenko : 

‘Zo moest vliegen aan de grond blijven
Omdat het anders geen kunst was.
Zo moest alle tijdelijkheid overbrugd worden
Met een verlangen.

Ik denk dat hij een pleidooi voor 

Deze poëzie hield :

Alles wat kind van de verbeelding vermag
Voor bij het zien dat je zag’

Over synesthesie - het verschijnsel dat wanneer een zintuig geprikkeld wordt , men ook gewaarwordingen van een ander zintuig ervaart.

‘Het tastbare is een uitdaging die nooit stopt.
Hoe gruwelijk of schitterend ook.
Hoeveel stilte er ook in hechtenis is genomen.
Hoeveel akoestische kleuren ook.
Er staat geen grenswacht aan het begrip’

4. Samenvattend 

In zes cycli laat de dichter ons achter op eilanden van de mens die samen de archipel vormen van zijn bestaansbesef.

Een besef waarin hij het woord afstaat aan het voelen, het zien en hetzijn, aan de tijd en het object.

Een besef dat met het zintuiglijke speelt en een filmische en fotografische inslag kent waarbij gestuit wordt op het universele achter het paticuliere. 

Dit leidt tot gedichten die gelaagd en geladen zijn met het ik, het wij, met de pelgrimstochten van een poëzie waarvan de dichter getuigt - tussen oerverlangen en gemis, tussen vervreemding, bezwering en ontroering, tussen leven en dood.

Hierbij wordt de lezer misschien aangeraakt door datgene wat hij misschien nooit eerder ten volle heeft beseft.

Beste mensen, Archipel is een bloedmooie bundel die uitnodigt om het diepste in jezelf en dat in anderen te verkennen en te herkennen, zo te verbinden.

Is de dichter Geert Jan Beeckman een tedere anarchist – zeker – hij legt zich niet zomaar neer bij de maatschappelijke en andere gietvormen allerlei en hij doet het liefdevol en met klasse.

Ook is hij een dichter die voorbij zijn eigen sublieme dichterschap kijkt en boldly goes when no man has ever gone before. Gaat u mee ? Dan moet u Archipel lezen. 

Ik eindig met een laatste citaat van de dichter :

‘Zeggen dat het ooit een gave was
Iets met fluisteren te verdedigen’


© Eddy D’Haenens
Denderleeuw, zaterdag 27 april 2024.

Stadsdichter Oudenaarde



Eddy D'Haenens

Geert Jan Beeckman






woensdag 3 januari 2024

Uitnodiging Dinie Sophie Fintelman

Dinie Sophie Fintelman, die eerder ook op De Schaal van Digther publiceerde, nodigt uit!
Op zaterdag 13 januari 2024 stelt ze haar nieuwste dichtbundel 'Groene Glans' voor in de Grote Kerk te Groede. De bundel is een uitgave van Uitgeverij Liverse uit Dordrecht. Iedereen welkom.



Website auteur
Website uitgeverij Liverse

#diniesophiefintelman #uitgeverijLiverse #nieuwepublicaties


woensdag 1 november 2023

Gedicht - Christiaan Germonpré

Gedicht


Geen vlieger schrijft zijn naam
in de lucht, geen schip peilt de vaart
van de zee. Golven rollen volgzaam
af en aan. Het strand openbaart

uitgestelde vriendschap en vervreemding.
De hemel weert elke betekenis, elke metafoor.
Alleen zilvermeeuwen wiegen rakelings
boven zijn hoofd.

Omzichtig legt hij schelpen in een kring.
Onverwacht wordt hij beroofd.
Wat in het zand geschreven staat,

zoiets als zijn eerste gedicht,
wordt spoorloos uitgewist.
Ook daar vindt zijn taal geen gehoor.

                                                       
© Christiaan Germonpré


Uit 'Verbintenis' de zopas bij Uitgeverij Les Iles postuum verschenen bloemlezing van Christiaan Germonpré (1950 - 2020).
Ook morgen publiceert DSvD nog een gedicht uit de bundel.
De opbrengst van de bundel gaat integraal naar de MS-Liga Vlaanderen.

De drie gedichten uit 'Verbintenis' op DSvD,
De laatste adem van augustus (di 31/10/2023)
Gedicht (woe 1/11/2023)
Beeldspraak (do 2/11/2023)


Meer info bij Uitgeverij Les Iles
Overlijdensbericht Christiaan bij DSvD

'Verbintenis' • 114 pgs • Hardcover - 15 x 23cm • ISBN: 9798863624112 • 24,95 eur (ook beschikbaar als e-book)
Bestellen kan via mailtje aan info@lesiles.be.

 
 
 
 

 


 

zondag 3 september 2023

De Kardinaal van Manzù, Middelheim - Will Van Broekhoven

De Kardinaal van Manzù, Middelheim

De Eminentie ontzegt zijn hand
aan nederige lippen
liever houdt hij zijn
zware gewaad bijeen

Verwacht van hem
geen gebaren
uit het vrome repertoire
hij danst niet mee
in het liturgisch ballet

Zijn gepantserde rug
als was hij een schaaldier
staat buiging noch huivering toe
en belet zijn billen
de stoelgang

Hij spaart biechtverhalen
die verdoemenis ontlopen
en pot ze op
tot in zijn hoge mijter
een filiaal van zijn brein
Ogen neergeslagen
vervloeit hij in zichzelf

Van voeten tot hoofd
een ruimteschip
wordt hij vroeg of laat
zonder zijn fiat
gelanceerd

 

© Will van Broekhoven

 

Uit de bundel ‘Scheldemond en klauwzeer’ die op  zondag 10 september 2023 om 14:00 uur in ‘Den Hopsack’ in Antwerpen tijdens een aflevering van ‘Publiek Geheim’ de debuutdichtbundel ‘Scheldemond en klauwzeer’ van Will Van Broekhoven voorgesteld. De dichter nodigt een aantal collega’s uit die een keuze uit zijn bundel én eigen werk brengen: Johan Meesters, Jan Bulsink, Vera Steenput, Aschwin van den Abeele, Michael Van Caeneghem, Hermine Couvreur, Maarten Embrechts en Gaby Megens.

Muziek is er van Patricia Van Nunen en Roger Nupie treedt op als gastheer.

In de loop van de komende week publiceert DSvD ook nog onder de titel ‘Het gat van Antwerpen’ een recensie van Alain Delmotte over de bundel.

Den Hopsack, Grote Pieter de Potstraat 24 te Antwerpen

https://www.denhopsack.be/content/publiek-geheim-met-will-van-broekhoven