Broodgebrek
Schooier komt met opgezwollen voeten om zijn onverdiende loon. De ene voet weet, de andere een stomp. Bedelen is een taal die hem van pas moet komen: een hand met een gat erin, een rond en roestig muntstuk, een mondstuk voor zijn schraalste dagen. Onbesproken bestookt hij de dorpen met zijn armoe. Het ranke brood hem achterbaks ontstolen. Gave sloeg hem nooit in het gezicht.
Wat hij niet bezit zetten ze hem betaald. Ze scheren hem weg als eten komt op tafel. “Hé, rioolrat, buitenslaper, hongermeester”, honen ze, “zet je schrap, krijg de vellen, vraatzucht bedient zich graag van opulente doden, graan verslijt in ondermijnde havens. Hé, klaploper, grijp bij haar vette haren je karige kans, trek je slome voeten uit de drab, drempelaar, woeker de munten uit hun koers.” Zo staat haaks de markt gekeerd, zo tuimelt schooier fluimend in een veel te strakke schuld.
Zijn broeksriem spant hem een zaak aan. Stakker schurkt zich in zijn lurven kaal, schudt gesteggel uit zijn lompen, doolt niet zelfvoorzienend in de bloedstad rond. Met zijn maag van dienst waarin schraalhans keukenmeestert, zou hij, voor scheurmaker versleten, zelfs zijn honger eten op de pof, zijn dorst te drogen leggen in zijn speekselende mond. “Hé, hond, kom om je bot; hé, landloper, blijf op de schooi, kauw jezelf tot rotting, spuw je knapzak uit. Ontwoeker je kans in het hooi waar slapen ritselt als een gauwe dief.”
De oorlog weegt al zwaar op korrels en granen. Een snelle hap flitst aan schooier voorbij. Kippen verschijnen slachtrijp in zijn dromen. Hij hikt tegen de knapperigste broodjes aan. Zijn duit in het zakje is niet aftrekbaar. “Kom, neem ons potverterende ego ter versnapering. Word geen kannibaal, blijf door verhongeren bestaan.”
Schooier in het vreemde vindt de munt die hem betaalt, die hem betaald zet wat hij nooit bezat. Hij loopt het koren in met open mond. Vogels landen uitgelaten op zijn hoofd en schouders, komen rondgevlogen met wat ze niet meer vinden. Een vogelverschrikker klappert in zijn handen, komt op hen af met pap van rijst die daar niet groeit. En alleman wordt gul bediend. Wat is de wereld groot opeens, en alle honger nooit meer uitgeroeid.
![]() |
| Bart Vonck bij het ontvangen van de VWS-prijs in 2022 |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten