Posts tonen met het label Tip van de redactie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tip van de redactie. Alle posts tonen

zondag 2 augustus 2026

Oproerkraaiers in het hoofd

In kort bestek - Notities van de redactie (4)

Alain Delmotte in kort bestek over Randschade van Johan Clarysse

(fragment recensie)

Foto: Alain Delmotte

Wie de hogergenoemde oproerkraaiers in het hoofd zijn of wie het geritsel in het hoofd veroorzaakt, wordt duidelijk in het gedicht ‘Demonen’. Ze stapelen zich op in de stoffige kelders van onze psyché. In nare dromen grijpen ze het woord en de dichter verleent hun spreekrecht in een gedicht. Daar horen ze thuis. Ze kunnen zich er schuilhouden in de taal. Op die manier wordt de taal zelf tot een demon. Het is een feit: demonen maken deel uit van onze duisterste plekken:

Vandaag geef je hun spreekrecht
omarm je ze als een vertrouwde nacht.

Johan Clarysse – Randschade – uitgeverij P – Leuven 2026 - Isbn 978 94 93534 06 3 

Facebook-bericht van Alain Delmotte - 29/07/2026

Dit is een fragment uit een uitvoerige recensie die Alain Delmotte in november 2026 publiceert in het Jaarboek 2026 van de VWS.

Rubriek "In kort bestek"


donderdag 30 juli 2026

Intertekstueel spel

In kort bestek - Notities van de Redactie (3)

Alain Delmotte in kort bestek over Wildnissen van Xavier Roelens

Er wordt een intertekstueel spel gespeeld. Roelens heeft nogal wat teksten en boeken geassimileerd. Een lijst hiervan vinden we in het nawoord terug. Hij maakt er dus geen geheim van. De verwijzingen zijn vaak spitsvondig. Het gedicht ‘Bevolkingsgroei in 1972’ (dat zich in Duffel situeert) refereert aan het boek van Geert Buelens ‘Wat we toen al wisten – de vergeten groene geschiedenis van 1972’. Er zijn expliciete verwijzingen naar Boon, Ter Balkt en Jan de Roek. De namen Pernath en Claus vallen. Ik kon het niet laten om in het gedicht ‘Short term song’ waarvan alle strofen beginnen met ‘Gisteren nog’, om iets te horen resoneren van de ritmiek uit de gedichtenreeks ‘Nu nog’ van Claus.

Onderhuids meende ik hier en daar ook Lucebert, Rilke, Shakespeare te herkennen. Maar opvallend is dat hij twee dichters wat demystifieert: Hans Andreus en Rutger Kopland. Van Andreus pakt hij het beroemde gedicht ‘Voor een dag van morgen’ aan.

vertel het aan de bomen dat we vreeën zonder
condoom vertel het desnoods aan
de angsten van
steen
Deze passus eindigt met volgende oplawaai:
wanneer je morgen doodgaat zeg het aan de
maden wat je mij zei

dinsdag 28 juli 2026

Samenspraak als alternatief

In kort bestek - Notities van de Redactie (2)

Met ecologische verloedering worden we in deze bundel meer dan eens geconfronteerd. Maar de dichter stelt zich ook de vraag hoe je hieruit komt. Het sluimert in een titel van een gedicht: ‘Hoe hou je de meisjes wakker?’ Zou ‘samenspraak’ een alternatief zijn? De dichter is er naar op zoek. Al weet hij niet hoe je dat feitelijk moet doen:

(…) hoe kom je tot samenspraak
wat zijn de drijfveren, iemand recht
zijn rug, iemand steekt zijn kop uit
boven het gras, wie is eensgezind

Het is niet aan een dichter om op deze vragen een realistisch antwoord te formuleren. Dit behoort wezenlijk niet tot de poëzie. De kwetsbare taal die in een gedicht wordt gehanteerd, is er niet voor aangepast.

© Alain Delmotte

zaterdag 27 juni 2026

Poëzie die niet op poëzie lijkt

In kort bestek - Notities van de redactie (1)

Daun van Kreek Daey Ouwens


Poëzie die niet op poëzie lijkt.
Voor wie haar nog niet zou kennen of haar werk (poëzie op kop) nog niet zou hebben ontdekt ligt de poëzie van Kreek Daey Ouwens (°1942) met ongeduld te wachten. In 2020 schreef de schrijfster met de Zuid-Afrikaans ogende naam uit het Nederlandse deel van Zuid Limburg de fel opgemerkte dichtbundel ‘Guillaume’.  

De bundel werd toen onder meer genomineerd voor de Grote Poëzieprijs en de Herman de Coninck-prijs en won de vierjaarlijkse KANTL-poëzieprijs in Gent. In ‘Guillaume’ bracht ze hulde aan haar overleden broer die leefde met een beperking. In ‘Daun’ haar nieuwe bundel geeft ze opnieuw stem aan zo’n jongen uit de rand van de mensen. Maar dit keer schrijft ze helemaal vanuit de figuur van Daun zelf, een jongen met het syndroom van Down.

De taal die de dichter hanteert is de taal die Daun zelf gebruikt, en spreekt. Simpel en toch weer heel poëtisch. Dit is poëzie die niet echt op poëzie lijkt maar het met veel bravoure wel degelijk is:

Ik slaap bij het raam
ik zie alleen donker
van donker voel ik me alleen

Vader liep weg
Het was midden op de dag
De zon scheen

Ik wil naar vader toe

Ik weet niet hoe ik hier waarom ik hier
Ik heb wel een vriend – Jossie
Jossie heeft bloed in zijn onderbroek
Hoe dat komt vraag ik
Jossie zegt: ‘Ssttt’

(pag.53)

De bundel is prachtig uitgegeven door het Poëziecentrum en is gelardeerd met rudimentaire maar des te sterkere tekeningen van Felix Sonnenschein, zelf een jongen met Down.

© Paul Rigolle

Wie graag ‘s de stem wil horen van de dichter verwijs ik naar de podcast van het poëziecentrum. In aflevering 52 van Beeldspraak wordt ze geïnterviewd door Matthijs de Ridder.

Dit is de Beeldspraak-link:
https://www.poeziecentrum.be/nieuws/beeldspraak-aflevering-52-kreek-daey-ouwens-daun


Wikipedia-pagina Kreek Daeys Ouwens
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kreek_Daey_Ouwens