Aangetroffen gedichten in het straatbeeld
Melktanden
De gebouwen die ooit scholen waren en nu nog slechts plekken
Waar het puin opklautert tegen het puin.
In een godvergeten gebaar. De kapotte ogen. De kapotte mond.
Het witte kinderhaar.
Wat lijden is, de donkerste nacht heeft overleefd,
nu zelf zoveel vergeten is.
Vastloopt in hetzelfde getrek van wel en niet en wel en niet
Terwijl een volk wordt uitgemoord.
Geen woorden worden, geen akkoorden breken, geen verboden geven
Maar hoe wij blijven draaien rond onze oude spijt.
Vingerkootjes maaien hoe we kinderbuikjes openscheuren en daar
Dorst en honger zaaien.
Zo verwrongen kijken naar zij die op ons lijken
En naar de bergen lijken.
Ik ween om hoefijzerbogen die geen gebed meer zullen horen
Ik ween om het geprevel van veel te vele lippen.
Maar ergens op een heuvelkam staat een geitje met een lam
Dat mekkert, mekkert naar het ochtendlicht.
18 mei 2025
Aangetroffen
op woensdag 7 Januari 2026 aan de deur van Boekhandel Raaklijn in Brugge.








