dinsdag 4 mei 2021

De dichter als zijn eigen buurman

Frank Decerf over Oase van Jos Daelman

Het menselijk ras kent een oneindige variatie aan verschillen, afwijkingen en eigen aardigheden. Zo is dat ook bij schrijvers. Je hebt bananenvliegjes, eendagsvlinders en galapagosschildpadden waarvan niemand nog de leeftijd kent. Je hebt

hoog- en laagvliegers, maar allen zijn ze even waardevol omdat ze ieder an sich een reden van bestaan hebben. Sommigen schrijven datgene wat volgens hen broodnodig is, anderen arbeiden dag en nacht en nog enkele anderen tenslotte laten uiteindelijk een imposant oeuvre achter. Bij Jos Daelman (°1937-2021) kan niemand ontkennen dat dit een dichter is die een weg heeft afgelegd die alle respect verdient. Daelman heeft vele pennen versleten. Onsterfelijkheid is voor een literair mens enkel weggelegd door toeval, door geluk of door zijn toewijding aan de kunst… Door de kracht anderen met zijn woorden te inspireren en daardoor een schoonheid achter te laten die ons als lezer alleen maar kan belonen. Maar ooit loopt de laatste korrel uit de zandloper van elke auteur…

Bij Jos Daelman is die laatste zandkorrel Oase geworden. De bundel bevat een selectie gedichten uit de periode 2015-2020. Via een gecontroleerde taal en het spaarzaam gebruik van woorden, deelt de dichter zijn visie op wat komen zal. Hij wordt de visonair. Hij zit in het keurslijf van de aftakeling die dwingt en determineert. Het is vooral de menselijke achteruitgang die in dit werk alle aandacht krijgt. En die moeilijkheid, dat parcours vol emotionele obstakels, overwint Daelman dankzij zijn afgewogen taal en de strikte controle.

Een teveel aan emoties is, net als suiker, te mijden. Daelman wordt op zijn eigenste manier de analyticus van de vertraging; de observator van de verre stilstand. Hij weet wat achter de horizon ligt en aanvaardt.

Pleidooi voor een Autochtoon

Het plein voor de kerk
was opmerkelijk groter.
Geplaveid door plechtigheden
is de herinnering weg
maar niet verdwenen.

Een wereld van verschil
is het niet, maar
de weemoed is groter
dan de ruimte om me heen.

De straat verlengt zich
in andere bewoners
die de taal spreken
van nu naar tijdloos
binnen een kring van bloed en bodem.


Nuancering en een humoristische ondertoon zorgen ervoor dat Oase bij momenten luchtig blijft. Lachen met miserie als antidotum.

(…)Er is een mannetje in komen te wonen/Hij is wie ik ben./Morst met mijn soep./Steekt een boterham in mijn neus. (…)

De dichter aanvaardt de hulpeloosheid die zich opdringt, maar hij blijft kalm en sereen. Bij hem geen nijd of protest. Geen gekwijl of zelfbeklag. Integendeel hij gaat de groeiende onvolmaaktheden omarmen. Als mens leeft hij naast zijn verzen. De dichter wordt zijn eigen buurman. De woorden hebben plannen met de dichter en dat lot bepaalt het langzaam afsluiten van zijn wereld. Elke dageraad is weer net dat ietsje anders. Jos Daelman bereidt de ultieme verhuis voor naar zijn nieuwe oase…

(…) Dit is het laatste rustbed/voor roerloos stijfte bezit neemt./Lijkbleek ziet hij vingers/op het laken danspasjes/ naar de overkant wagen. (…)

De cover van de bundel heeft een sierlijk omslagontwerp van de hand van Jos Daelman zelf. Oase bestaat uit de navolgende cycli: Oase, Bij een schilderij van Francis Bacon, Mr. Parkinson, I presume en Nazomerse gedichten. Ik mag vermoeden dat in de schuif van deze in januari overleden auteur nog ongepubliceerde gedichten liggen. Die poëzie verdient het om postuum te worden uitgegeven. Daarvoor is enkel wat durf en diep menselijk respect van een uitgever nodig. Voor nu zeg ik enkel nog: Bedankt Jos!


Oase, Jos Daelman, Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, Antwerpen, Rotterdam,2020, ISBN 978 90 5927 050 3


© Frank Decerf

Extern:
I.M. Jos Daelman bij VVBAD
Oase biij Uitgeverij de Vries-Brouwers
PZC: Er is een mannetje komen inwonen
Jos Daelman bij Schrijversgewijs.be






 

 

Foto: Camile Schelstraete