Storm,
je had je naam
gestolen van de wind
die wijds in je wilde waaien
oplaaien in je
smeulend vuur
drinken van
het helderste water
rusten op
veerkrachtig mos,
jij was zijn
gelijke.
Tot de wind verhaal kwam halen
wist, dat hoog
in het noorden
de vorst je
kon kraken, hijzelf
jou in
je eerste sneeuwstorm
blijvend wit
zou maken.
Gaan
Zoals in een sprookje van Grimm
de zoon die niet kon erven,
zo trok je de wijde wereld in.
Dwalen door niemandsland,
een zwerfsteen
tussen magere sparren,
brede meren, stenige oevers.
Gaan. Stil staan, kijken, luisteren
hout hakken, water halen,
een wandelende monnik.
Opgaan in de laatste wildernis
over korstmos zonder grenzen,
in bloei, zoals jij.
Verhaal
Wij herhalen onszelf,
jij bent een verhaal geworden.
We kunnen er niet van zwijgen
van je lak aan natte voeten
dat je sokken droogde in de regen,
van je motto: veel natuur, weinig mensen.
Nu herhaal jij jezelf ook
nog altijd even dood en levend op YouTube.
Daar kijk je ons recht in de ogen
met die blik van zie mij, zo kan het ook.
Een zomer, een najaar lang, meer tijd
had je niet nodig.
Verbazend kort
voor een voltooid leven.
Terugkeer
door de kamers dolen
met jouw as in mijn armen,
er geen plaats voor vinden
tenzij in een donkere hoek, zolang
tot de wind van een zomerdag
je zal wakker kussen, dansend
over dat noordelijk oord van je dromen
het landschap waar je dan over waait
en er samen met de wind gaat liggen
terwijl de zwerfstenen rusten
de regen druppelt
het water klatert als altijd
Je grote liefde
In de glans van een steen, in zijn natte kleuren
sprak ze je aan. Je liet je bedwelmen, languit
op geurig moskruid, nam haar
zoals ze kwam.
Ze paaide je met haar ritme
van regendruppels op het tentzeil,
omhelsde je koel in het meer,
leste je dorst, was je bron.
Ze schreef je naam in het zand,
joeg de wolken op, danste in de kruinen
deed de golven aanrollen op het strand
waar je een feestje bouwde zonder mensen
pruttelde je maaltijd op haar vuur.
In het donker keek je in de vlammen,
ze was er altijd. Ze was je genoeg.
Een jaar later
Hoe beweegt verdriet?
Niet. Het ligt neer
tenzij het kruipt, achteruit
buigt, zich kromt
in een kring rond een vuur
waarin we hadden gedacht je terug te zien.
We hoopten de datum voor te zijn
met enkele dagen, we wilden je leven vieren,
je laatste gelukkige uren. Maar de wintertijd
haalde ons in en de rook benam ons de adem.
We zaten in een grote kring
ver van elkaar, elk alleen met jou.
De video-stills zijn van haar overleden kleinzoon Storm.
.../...
Hedwig Du Jardin (Kapellen, 1950) is dichter en gaf eerder bij Uitgeverij P de bundels 'Licht & traag & diep' (2020) en 'Licht happen' (2023) uit.
Naast haar bezigheden als dichteres, werkte ze onder meer met studenten in het sociaal hoger onderwijs rond het lichaam en creativiteit en begeleidde ze dansgroepen. Nadien trainde ze mensen in het omgaan met ziekte, pijn en spanning.
Op 25/10 publiceert ze met 'Storm' haar derde dichtbundel, uitgegeven bij Uitgeverij P.
Met foto's en video-stills van haar overleden kleinzoon Storm.
De bundel wordt op 25/10/2026 - eerste dag van het Winteruur - om 11u voorgesteld in de Bremtkapel in Bierbeek. Iedereen welkom! Maar de plaatsen zijn beperkt. Om zeker een plaats te hebben kun je gratis inschrijven op www.deborre.be/bib/storm .
Geen opmerkingen:
Een reactie posten