dinsdag 21 januari 2020

Poëzieprijs van de Stad Oostende 2019 – 2020: winnaars bekend!

Op zaterdag 18 januari 2020 werden in 'de Grote Post' in Oostende de winnaars van de tweejaarlijkse  Poëzieprijs van de Stad Oostende voor dit jaar bekendgemaakt. De wedstrijd was al aan haar elfde editie toe.































Niet minder dan 674 dichters stuurden, zoals gevraagd, een of twee gedichten in. Zo kreeg de jury bestaande uit Ivo Van Strijtem (voorzitter), Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Geert Van Istendael en Koen Vergeer 1070 (!) gedichten te beoordelen. Na urenlange beraadslaging kwam de jury tot de volgende eindconclusie.


De derde Prijs ( 750 euro) gaat naar Patrick Cornillie met:


Oostende, Dikke Mathille


Zie mij hier liggen, laag genoeg om mee te
deinen op de trage adem van de aarde en dicht
genoeg bij het strand om mij te verlustigen
aan het bandeloze leven van de zee.

Zie mij hier liggen, behaaglijk languit,
de krullenbol rustend in mijn linkerhand,
mijn blote kont gekeerd naar het hinterland.
Zie mij hier nest maken, zie mij lonken

naar de dichters, tevergeefs op zoek naar
een woord dat rijmt op krols. Zie mij,
vrank en vrij, parmantige tante, vol van
dromen en rond van genade.

Het zout der jaren trok mijn huid in rimpels,
buik en borsten maken al slagzij. Maar dat
deert niet, het deert mij niet. Want zie mij
hier liggen: heel Oostende is van mij.


© Patrick Cornillie


De tweede Prijs (1450 euro) was voor Robrecht Dehaen met:


Wee mij, Heer, want ik moet zwijgen


heb erbarmen, Heer, ontferm u over al mijn ledematen:
laat ze nog eens swingen tot ik niet meer weet dat ik
vergeten ben een plan te smeden – uitgaand van plausibel
taalgebruik – waarmee mijn flexibanen niet verloren gaan
tussen de kade en de toog van Gentse smoothiebars

verberg niet langer de verlossing, Heer, die U mij
voorloog bij het lossen van de lading drugsbananen,
goed verstopt in volgestouwde koffers van mijn
jongste Tesla’s, die nu aangemeerd zijn in Zeebrugge

want wee mij - bij Elon – bij gebrek aan lof voor de
perfect gefabriceerde mens die in mijn auto rijdt
en bij gebrek ook aan ontferming over Vlaamse
zangers en hun huisdieren, meestal zijn het vissen


© Robrecht Dehaen


Voor de eerste prijs ( 3000 euro) verkoos de jury het werk van Jan-Paul Rosenberg met :


De winterzwemmer

L’oeil véritable de la terre, c’est l’eau (Gaston Bachelard)


1
Dit is het pad dat mij verbindt, het licht
valt op de oever dicht en koele schemering
bezweert de wind die afmeert in mijn hand, de zon
laat al mijn schubben glanzen en ontkooit
het ijskoudbloedig dier dat uit het zwart
van zijn versteende bodem naar me tast
en door mij heen zwemt met de laatste
schaduwschemeringen van de nacht.


2
Het licht verbergt zich in de spiegel van de lucht
sleurt mij de diepte in, mijn hart pompt schuim. Ik zwem
(het hoofd omlaag) tussen de benen van de morgenstond
de vrijheid in, mijn voeten laat ik op de oever staan
en keer terug naar waar ik met mijn vissenstaart
mijn oorsprong vond, daar plant ik mij
met ingesponnen zeemeerminnen voort.


3
Steeds duik ik onder om te weten hoe de zon
zich door de duisternis verplaatst, in de onzichtbaarheid
beneden mij, voorbij de onderstroom word ik weer wat
ik was: ontworteld visioen. Wie weet wat al dit water
zonder mij heeft meegemaakt, vannacht, in wederzij
van al mijn oogopslagen drijven baarzen, snoeken
zoeken in mijn elementen onderdak.


4
Koud water is een hond die scherper bijt dan wind.
Al wat ik wist voer ik in weefsels mee, mijn ijsbeslagen
ledematen en mijn hoofd vol sneeuw. Het meer een schilderij
van licht, de jonge dag het vuur waaraan een zwaan zich laaft
en als een onontdekte stilte aan mij knaagt. Voor wie mij zoekt, kom naar de rand
en zie: ik ben van glas, mijn hoofd een vlam en schaduw van het kristallijne vlak
waarop het oerlicht schaatst en mij omhoog trekt, de versteende wolken langs.


5
Halverwege de verdwenen oevers zie ik hem, mijn tegenpool
en vraag hem wie hij is. Weet je dat niet vraagt hij, ik ben als jij
het beest dat door je dromen zwemt, waar kom je dan vandaan
vraag ik, hij wijst de richting aan waarheen ik ga, ik vraag
waar ga je heen, hij zegt stroomafwaarts en waarheen
ga jij? Ik kijk hem aan maar zie mezelf alsof ik sterf
en draai me om, drijf weg uit deze droom, ontkom
stroomopwaarts, naar de bron


© Jean-Paul Rosenberg


De laureaat Jean-Paul Rosenberg won in 2017 ook al de Grote Turingprijs. Intussen staan op de thuissite van derde laureaat Patrick Cornillie een aantal foto’s van de prijsuitreiking.

De jury wenst alle deelnemers aan de prijs en de prijswinnaars nog veel succes met hun literaire creativiteit. Bij deze 11de editie van de PPO werd eveneens een rijke bundel vol poëzie en prachtige foto’s van de stadsfotograaf Jan Van Der Borght uitgebracht. Deze publicatie kan aangevraagd worden via de Cultuurdienst van Oostende (059 25 88 20). De kostprijs: een luttel bedrag van 5 euro!

In deze bundel vind je het werk van de laureaten en zeven genomineerde dichters. Ook tref je er de longlist aan met de namen van 40 auteurs waarvan de gedichten tot de betere inzendingen behoorden.

De zeven nominaties waren voor: Annet Bremen (‘Oefeningen in eindeloosheid’), Dorien Couton (‘The Parrot’), Cora de Vos (‘Diepzeemoment’), Moniek Spaans (‘Setting’), Pieter Van de Walle (‘Het tijdperk van de wolken’), Frank Van Den Houte (‘Romero’) en Leen Verheyen (‘Afscheid van een interieur’).


© verslag: Frank Decerf

Redactielid van Digther en jurylid

Bericht over de proclamatie in HLN
Bericht bij "Dun lied donkere draad", de blog van de VWS


Geen opmerkingen: