woensdag 19 augustus 2026

Het scherpe concentraat

Daniël Franck in kort bestek over 'Want straks komen de wolven' van Liesbeth D’Hoker.

In kort bestek - Notities van de redactie (6)  

Als maatschappelijk fenomeen is ook poëzie aan de slingerbeweging van de mode onderhevig. Toch heb je altijd dichters die zich precies op het snijpunt van traditie (de bundel opent met ‘altijd weer nesten’ en ook onderweg stuit je regelmatig op externe verwijzingen) en vernieuwing weten te positioneren. Deze poëzie is ruw en teder. Gedichten kunnen helder als bergwater klateren of opgestapelde beelden torsen. Het lukt haar allemaal.

Als klimaatdichter schrijft Liesbeth D'Hoker vanuit een zekere urgentie, maar ze heeft de hoop zeker nog niet opgegeven. Een aantal gedichten zijn ook geïnspireerd door de landschappen die ze bezocht.

De taal zoekt en vindt altijd een geconcentreerde uitdrukking, staat ook onder een voortdurende spanning. De vele beelden zijn met de nodige accuraatheid uitgezocht. Elk gedicht bijt zich woord na woord in je vast. De bundel zelf is vooral heel consistent van taal, beeld en gevoel en laat zich, ondanks de lijvigheid, met veel plezier in één lange beweging  lezen. 

 

Helder

 

knisperkoud vanmorgen

 

als helder ook

een smaak heeft

moet het zoiets zijn,

zeg je

 

dieper en vrediger

met aangescherpte zin,

zak ik

in warmwollen omhelzing,

dingen die mooi zijn,

kinderstemmen, witblauwe ijlte,

een wild opspringend hart

 

we blazen ademwolkjes,

ik reis in minuscule druppels

jouw kant uit

           © Liesbeth D'Hoker


uit Want straks komen de wolven van Liesbeth D’Hoker, Poëziecentrum, 2025
  

Geen opmerkingen: