Marc Bruynseraede bespreekt 'Spiegel van de ziel' van Antoon Van den Braembussche
Stel: je wandelt nietsvermoedend de boekhandel binnen en je ziet daar een dichtbundel liggen, onder de titel ‘Spiegel van de ziel’ van ene zekere Antoon Van den Braembussche. Dat wekt al dadelijk het vermoeden dat het hier over het binnenwerk van de mens gaat. Wellicht zelfs over het diepste wat in iemand leeft.
Je koopt – geïntrigeerd door
de thematiek -, je wandelt naar huis en begint te lezen. Gaandeweg word je
meegenomen in de gedachtewereld van Antoon Van den Braembussche. Als je dan
even gegoogled hebt naar wie die Antoon Van den Braembussche is, kom je op het
pad van de filosofie, de kunst van het denken, terecht. En verder, op de weg
van ‘Denken over kunst’ en ‘De stilte en het onuitsprekelijke’, boeken
geschreven door de betrokken Antoon, die gemeenzaam omschreven wordt als
professor in de kunstgeschiedenis en kunstfilosofie, met een biezondere
interesse voor mystiek in de kunst. De metafysische laag, dus.
Dan verneem je dat deze ‘Spiegel
van de ziel’ eigenlijk het sluitstuk is van een poëtische trilogie, waarin
naar het mysterie van het onzegbare (l’indicible), het onuitsprekelijke
(l’inexprimable) gepeild wordt. Het blijkt dus interessant te worden, zij het
dat we in ijlere regionen terecht komen. Lezend word je deelgenoot van deze
zoektocht.
Het onzegbare,
onuitsprekelijke is in wezen de kern van het denken en zijn. Aan het einde van
een lange weg, over het Westerse en Oosterse denken, langs filosofen,
universiteiten, dichters en denkers, plooit de dichter zich terug in meditatie,
om tot de ultieme bevrijding - los van kennis en wetenschap – tot harmonie met het
zijn te komen.
Het beeld staat mij voor ogen
van de grote Tian Tan Boeddha (1), op
het eiland Lantau bij Hong Kong: 34 meter hoog, 250 ton zwaar, pas bereikbaar
na het beklimmen van 268 treden naar sereniteit. Je kan je voorstellen wat voor
moeite het moet gekost hebben om deze Boeddha daar boven op de heuvel op zijn
plaats te krijgen. Vredig rustend op zijn hoogte. Zichtbaar bij mooi weer
vanuit Macau, aan de Zuid-Chinese kust.
Boeddha – of moet ik zeggen
Antoon Van den Braembussche – troont
woordeloos, voorbij alle denken, boven het braambos, omringd door offerende
godinnen (2). Zij bieden hem hun schaal van leegte, van het niets en van
wording aan. Je leest en je ziet. En je weet niet wat je leest of ziet. Je kan
het enkel maar ervaren. De lectuur is, op het pad van het leven, de enig
mogelijke therapeutische ervaring.
De poëzie van Antoon Van den
Braembussche moet bijgevolg niet gelezen maar ervaren worden : als een
wandeling doorheen het denken. Peripatetisch, zou ik zeggen, zoals de Griekse
filosofen die al denkend rondwandelden, ware het niet dat het Antoon’s eigen concept
is.
‘Spiegel van de ziel’ lees je als de belevenis van een droom, een
herinnering, een reis door de ijlte van gewichtsloze gedachten, boven tijd en
ruimte. Een vredige streek over de taal.
Zij
herinnert zich
Zij herinnert zich
heuvels,
rotsen, mergelgrotten
en goddelijke
valleien.
De
indrukwekkende bijna-stilte
waarbij het
denken
wegdroomt en
zwijgt.
Zij herinnert
zich de lage mist,
de
legendarische lage mist.
De eerste,
tijdeloze kus
en de muziek
van Leonard Cohen.
Het
onuitwisbaar verlangen
naar
onsterfelijkheid.
In bovenstaand gedicht, uit
de eerste cyclus ‘Zij herinnert zich’ worden die herinneringen opgevoerd
als meditatief voorbij drijvende wolken. De som van de wolken is het verlangen
naar onsterfelijkheid, ontijdelijkheid. Ik zie het als een hunkering naar de
oneindigheid van de liefde.
De gedichten van deze bundel
spreken de taal van innigheid, van introspectie naar de diepere lagen van de
taal aan de oppervlakte. Liefde, als een harnas van sereniteit, levert
gedichten op van grote intensiteit.
‘Zij herinnert zich’ is een dialoog van
goed verstane stilte en kostbare momenten met de geliefde, zoals het gedicht ‘Geheimschrift’
het uitdrukt :
Geheimschrift
Ik ben één en al verlangen:
een rivier
die eigengereid
door mijn
aderen stroomt.
Niet langer
het woord
dat haperde
in het onzegbare.
Niet langer
de
rouwvlinder die weg fladderde
in
verbijstering.
Niet langer
de denker
die
onverhoeds strandde
in de
sublieme brandschildering
van het
beeld.
En langzaam,
langzaam,
omhels ik het
geheimschrift
van je
lichaam
als een mild
en sprakeloos dier.
Cyclus 2 ‘Franse suite’ legt de klemtoon op de tonaliteit van de
dialoog. Dominant is de aanwezigheid van een elegante melancholie. Gedichten
als ‘Le Cafard’ en ‘Algorithme, mon amour’ zijn daar goede
voorbeelden van. Melancholie is tastbaar aanwezig in ‘de wandeling in de
lenteregen’ en ‘het late middaglicht in je natte haar’.
Cyclus 3 is dan weer een
verzameling van ‘Momentopnamen’ : losse kiekjes van contemplatie die, op
de weg langs artistieke en filosofische verkenningen, ontdekt en vastgelegd
worden. Zoals bij de besneeuwde Boeddha: ‘Het is niet de sneeuw die valt,
maar de wereld die hem draagt’ of gedichten over de stilte van Antarctica
en het fietsend wielergeluk.
Cycli 4, 5 en 6 zijn
variaties van de tedere liefdestaal die de filosoof spreekt als hij niets zegt.
In ‘Zo blijf ik spreken’ (Cyclus 4)
zegt hij, in het gedicht ‘Dicht bij jou’ : ‘Ik ben dichter bij jou /
omdat jij al zingend / elke dissonantie liet verdwijnen’. Poëtische pareltjes voor het rapen.
Bijvoorbeeld in ‘Aanspraak’ : ‘Het takkenbos van de taal / waar betekenis
bleef haperen / en voor het rapen lag’. In het gedicht ‘Meervoudig
licht’ lezen we ‘Leegte waarin we desondanks / onszelf ontmoeten’.
In Cyclus 6 ‘Modus
Vivendi’ staat het gedicht ‘Iedereen’ dat een duidelijke verwijzing
inhoudt naar het academische verleden van Antoon Van den Braembussche.
Iedereen
In iedereen schuilen
uitgestrekte schuiframen
van
vergetelheid.
De lome
kantooruren
van de ziel.
In iedereen
schuilen
bergruimtes
vol weemoed,
archiefmappen
met heimwee.
De zachte,
meetlatlange dwang
naar
perfectie.
In iedereen
schuilen
inktpatronen
van het noodlot,
toners van
vergeefse hoop.
In
iedereen
schuilt een
oude droom
die maar niet
sterven wil.
Een goede, Portugese vriendin
van de dichter, die vertrouwd is met de carrière van Antoon Van den
Braembussche in de academische wereld,
schreef dat zij diep getroffen was door dat gedicht. Zij schreef dat zij
in deze verzen ‘de melancholie herkende van iemand die de diepte van het
intellectuele en academische leven van binnenuit kent.’ Zij dacht aan ‘de
professor die je jarenlang bent geweest, met zijn plichten,
verantwoordelijkheden, routines, eisen en stille vormen van discipline’. Beelden
als ‘de lome kantooruren van de ziel’, ‘archiefmappen met heimwee’,
‘inktpatronen van het noodlot’ en ‘toners van vergeefse hoop” doen denken aan ‘een bestaan waarin het
innerlijke leven lange tijd heeft samengeleefd met het institutionele leven :
colleges geven, afspraken, papieren, perfectie, verwachtingen en intellectuele
ernst’. ‘Vandaag, op emeritaat, heeft de institutionele ruimte plaatsgemaakt
voor het schrijven : de herinnering, het denken, de gevoeligheid en oude
dromen. Het schrijven, waar de academische loopbaan niet langer om vraagt, maar
waar de ziel nog steeds om verzoekt. De oude droom die maar niet sterven wil.’
Ze vertaalde op slag het
gedicht ‘Iedereen’ naar het Portugees ‘Em todos’, wat me meteen
de herinnering bijbracht aan de Portugese dichter Fernando Pessoa die schreef
:’ Ik ben niets / Ik zal nooit iets zijn / Ik kan ook niet iets willen zijn
/ Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.’
Op zijn graf, gelegen in het
Mosteiro dos Jerónimos in Lissabon, staat een citaat van één van de
dichterlijke heteroniemen van Fernando Pessoa : Ricardo Reis: “Para ser
grande, sê inteiro : nada / teu exagera ou exclua”. Om groot te zijn, wees
geheel: overdrijf of sluit niets uit dat van jou is.
Over ‘Spiegel van de ziel’ zou Fernando Pessoa een geanimeerde
discussie kunnen voeren met Antoon Van den Braembussche, daar, op het terras
van A Brasileira in Lissabon. Niet met dooddoeners als ‘een belangrijke
bijdrage tot het hedendaags poëtisch gebeuren’ maar, bijvoorbeeld, over de filosofische
betekenis van de leegte in zijn gedichten. Of, meer nog, over de gevolgen van
oorlog, in het slotgedicht van de bundel ‘Nooit meer oorlog’ ter
nagedachtenis van de slachtoffers van de oorlog in Gaza.
(30 juni 2026)
‘Spiegel van de ziel’ – Antoon
Van den Braembussche – Uitgeverij P – ISBN 978 94 93534 05 6 – Prijs : € 19,50
![]() |
| (1) Tian Tan Boeddha op het eiland Lantau (Hong Kong) |
![]() |
| (2) Offerende Godinnen bij de Boeddha op het eiland Lantau |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten