woensdag 15 juli 2026

Palimpsest: Aap tussen de apen - Jef Boden

Palimpsest: aap tussen de apen

Jef Boden over de Oekraïnse dichter die onverwacht een band met België blijkt te hebben...

Mogen we de tijd van Vasyl Stus als een eerder onbekend dichter in onze contreien stilaan opbergen? Enkele weken geleden veroverde hij de voorpagina van de boekenbijlage van Le Monde naar aanleiding van Palympsestes. 600 blz. Zijn verzameld werk. Dacht ik. Na Taras Chevtchenko de nummer twee van de Oekraïense dichters, verkondigde de achterflap van het lijvige boek. Is er meer nodig om het werk van de man wat nauwkeuriger te verkennen?

Zijn eerste bundel Winterbomen werd al door de Sovjetcensuur verboden en als gevolg daarvan in 1970 in België in het Oekraïens gedrukt en zo uitgegeven. De oorsprong van Winterbomen is te vinden in een winterse wandeling met zijn geliefde Valia. De rijm op de naakte bomen deden hem opmerken dat poëzie zo hoort te zijn: vrij van ieder omhulsel, vrij van alle stof van het dagelijkse leven en vrij van het slijk van toevalligheden. Slechts de kern wil hij: de menselijke ervaring van ieder ogenblik dat een man in deze wereld is overkomen.

In 1968 voltooide hij een eerste versie van de bundel. Een uitgever nam die prompt op in de uitgaveplanning. Na een lezersbrief van Stus aan de Oekraïense schrijversbond verdween de bundel evenwel uit de lijst. Daardoor kregen gedichten tijd om te groeien en de nieuwe selectie vond dus een alternatieve weg.  Zijn nuchterheid, zijn passie en het boven alles plaatsen van vaderland en waardigheid deden hem in zijn binnenste al beseffen dat de gevangenispoort voor hem openstond. Het verwijt van een publicatie in een vijandig land sprak hij bij de onderzoeksrechter tegen door te stellen dat het zonder zijn toestemming gebeurde en dat de bundel had moeten gepubliceerd worden bij de uitgever van de Sovjet-schrijvers.

Je kan de censoren veel verwijten naar het hoofd slingeren, niet de gedachte dat hun begrijpend lezen niet op peil zou zijn. Dit gedicht stond in die bundel. Laat je door de aap verrassen, of hap naar adem.

Zo leef ik, aap tussen de apen,
Mijn zondige voorhoofd getekend door smart,
Eindeloos beukt het tegen de harde muur;
Slaaf, hun slaaf, hun onbeduidende slaaf.
Rondom mij passeren de apen in een rij,
Een ernstige pas, zonder haast,
Woede kost minder moeite dan jezelf zijn.
Schaarpunt, hamerslag!
Oh, rechtvaardige Heer! Zwaar valt de wrok –
Niet meer dan één blind seizoen om te oordelen.
Hier beneden zijn slechts scherven van pijn,
Verspreid, ongevoelig, als kwikzilver.

Het lachen met het aapje tussen de andere exemplaren zal snel vergaan zijn als je jezelf als koning aap herkent in de dictatoriale maatschappij, of zelfs in de strafkampen. Zo over apen schrijven was voldoende om met andere dichters in 1972 tot vijf jaar strafkolonie te worden veroordeeld. De echte verrassing is niet dat zo’n straf een slag in het water was. Het haast ongelooflijke is dat Stus daar bleef schrijven en vertalen. Er mag dan veel vernietigd zijn, er is veel bewaard.

Vasyl Stus had het allicht in de genen. Zijn overgrootvader kreeg als kind van lijfeigenen op zeer jeugdige leeftijd een levenslange dienstplicht in het leger van de tsaar. Werd het lijfeigenschap in 1858 door Nicolas I afgeschaft, dan ontvingen de verlosten toch nog de omschrijving “landbouwer, eigendom van de staat”. Vanzelfsprekend dat legerdienst voor (groot)ouders tijdens de  volgende oorlogen hun deel was.

Dialogen, de stilte van gedichten, de duisternis, de talloze verwijzingen naar mythes, bijbelverhalen en auteurs allerhande tonen dat zijn leven in zijn gedichten verankerd is. Voor hem geen gecontroleerde luxe-ballingschap in Moskou of Sint-Petersburg zoals dat auteurs in de tsarentijd kon overkomen. Dit klinkt anders:

Voor het leven moet je betalen:
stap in het open graf

Ik vecht niet voor een verleden
dat door ongeloof is opgevreten.

Een cel reikt niet tot de hemel
De aarde zal onder de cel verdwijnen.

 

Vaak duikt in zijn poëzie een dialoog op tussen de realiteit en het gedroomde, tussen geliefden. In talloze voetnoten legt de vertaler – dankbaar meegenomen - het verband tussen een naam, een symbool, een plaats en de verzen van dé dichter des vaderlands Chevtchenko. Reeds die eerste bundel blijkt een verzameling vol verwijzingen naar het verleden. In Laatste brief van Dovjenko klinkt het helder:

Dan, heerlijke donderslag
Die aan de hemel zijn schichten zaait,
Vogels van Taras, over de Dnipro –
En de woorden van de profeten laten de lucht klieven.

Het hoofd buigen zat er voor deze strijder voor land en volk niet in. De nacht mag duister zijn, wreed de realiteit, maar doorbreekt elke ellende die hem overkomt. Wie meent dat het lijden eeuwig duurt, mag sterven. Hoe onverdraaglijk het leven ook is, zij zullen overwinnen, de uiteindelijke vrijheid zal hen toebehoren. Door dat in zijn gedichten te blijven herhalen, tekende hij als het ware voor een volgend verblijf, ditmaal in het kamp Perm-36 waar hij in 1985 zal overlijden.

Kan het anders dan dat hij reeds in 1978 in een brief aan vrienden stelt: “Alles is in gereedheid gebracht opdat ik een artikel vol zelfkritiek zal schrijven… ze mijn vrijwillige zelfdoding zullen bekomen…. Om mijn naam tegen hen te beschermen: voor mij volstaat het dat enkele personen Vasyl niet in twijfel trekken.”

Er is geen Heer meer op deze aarde!
God verdraagt het niet langer – trok zich terug –
Wil dit onmenselijke onrecht niet langer zien,
Dit duivelse martelen, deze wreedheden,
Afgrijselijke landen, afschuwelijke god!
Meester van de gruwel, aanjager van waanzinnige
Woestenij. Welke tevredenheid kan hij voelen
Bij deze daden? In bloedbaden,
Het vernederen, het langzaam neerhalen
Van de hemel naar de aarde – zodat een wereld
Zonder hemel achterblijft. Een krankzinnig land
Waar beulen aan beulen zijn overgeleverd.
Heer-God, in alle ernst, je bent dood.

Zo klonk het ook, naast spot en geloof in de toekomst. Hier beken ik dat ik me in dit lijvige boek op dit ogenblik nog niet verder bevind dan net na die eerste bundel. Zijn zoon noemde de volgende periode in zijn vaders schrijven “een tijd van creativiteit” die een aanvang vond onmiddellijk na zijn eerste arrestatie. Herinneringen dienden om een nieuwe wereld op te bouwen. Het werd zijn “Palimpsest-periode”. De volgende 500 bladzijden van het boek liggen beloftevol voor me.

© Jef Boden

Vasyl Stus: Palimpsestes. Poésie et lettres du Goulag, Les Editions noir sur Blanc, 2026, ISBN 978-2-88983-195-1

Aanvullende opmerking van Jef Boden:
Vanaf september staat de dichter op een nieuw bankbiljet in Oekraïne. Mooi toch.


Geen opmerkingen: