De ooievaar
Bernd
en Christa wonen in een groot huis op een groot stuk grond aan de oever van de
Spree, in de buurt van Berlijn. Heerlijker kan een woonplek niet zijn. In de
zomer brengt het weelderige groen rondom rond schaduw en koelte. In de winter
verleent de sneeuw aan het oord een paradijselijke schoonheid. Aan de oever
ligt het bootje aangemeerd waarmee het paar op zomerse dagen ontspanning zoekt
op het water. ´s Winters gaan ze uren wandelen met de vier honden - besneeuwde
wandelwegen lopen er in alle richtingen.
Beiden
zijn hartstochtelijke dierenliefhebbers. Dat Christa met een dierenarts gehuwd
is, zal dus wel geen toeval zijn. Zelf helpt ze weliswaar niet in de praktijk
van haar man, maar op haar manier is ze intensief met dierenwelzijn begaan. In
huis vliegt Bubbi, de papegaai, vrij rond. Ze heeft hem leren spreken als de
beste: ‘Pappi geht zur Arbeit, und Bubbi bleibt zu Hause.’ Of mocht hij per
ongeluk buiten geraken en verdwalen, dan kan hij voluit zijn personalia
voorleggen: ‘Bubbi Schönbiss, am Ulmenmarkt acht.’
Maar
de dierenliefde van het echtpaar komt wel op een héél bijzondere manier tot
uiting. Zowat een decennium geleden heeft Bernd naast het huis een zware, lange
paal laten oprichten en er met de hulp van enkele buren een klein wagenwiel op
geplaatst, dat als draagvlak kon dienen voor een ooievaarsnest. Zulke nesten op
een paal in de tuin of op een schoorsteen ziet men regelmatig als men het
noorden van Duitsland doorkruist. Hoog boven de grond zijn de jongen veilig
voor roofdieren, en is het nest daarenboven een goede uitkijkpost voor de
bewoners ervan.
Al
gauw werd de constructie opgemerkt door een ooievaarspaar dat, uit het zuiden
teruggekeerd, op zoek was naar een broedplaats. Maar al te graag gingen de
vogels in op het vriendelijk aanbod van Bernd en Christa. Takken, gras en aarde
werden ingenieus tot een groot nest verbonden. Christa volgde met vreugde de
vorderingen van de nieuwbouw. Tussendoor lokte ze de nieuwe buren met stukjes
vis, die ze naast de paal op de grond wierp. Een tactiek die snel resultaat
opleverde. Zodra de vogels haar opmerkten of hoorden dat ze hen met geklop op
een plankje wenkte, vlogen ze het nest uit en landden in haar buurt. Zó
vertrouwd raakte het gezelschap, dat de vogels zelfs uit Christa´s hand kwamen
eten terwijl zij gehurkt de porties aanreikte.
Toen
de broedtijd was aangebroken, kwam maar één van de twee dieren Christa´s diner
genieten. Als zijn buikje rond was, vloog de vogel daarna met de tweede portie
naar boven. Tot Christa´s verrassing was het niét vader, doch moeder ooievaar
die de spijs kwam oppikken. Vader bleef rustig op de uitkijk staan, terwijl
moeder vanop de eieren rechtstond en voor wat lekkers naar beneden vloog. Een
bewijs te meer, lachte Christa, dat overal en altijd de vrouwelijke
soortgenoten de ijverigsten zijn. Niettemin, als de eieren waren uitgebroed, en
een vijfkoppige kroost het nest vulde, kweet ook vader ooievaar zich van zijn
ouderlijke plichten, en hielp hij de provisie ophalen voor de kuikens.
Op
een dag evenwel veranderde het vertrouwde ritueel grondig. Die morgen viel het
Christa op dat moeder ooievaar zich maar traag bewoog ginder boven. Ze zag hoe
de vogel voorzichtig de vleugels spreidde, een rondje vloog, en landde op het
dak van het schuurtje. Ze riep naar het dier, dat na een poos dan toch naar
haar toegevlogen kwam. Maar in plaats van zachtjes op de lange poten te landen,
viel de vogel plomp vóór haar voeten op de grond. Daar strekte hij zich, en
bleef roerloos liggen. Christa begreep niet wat er gebeurd kon zijn, ze aaide
het dier lange tijd, maar kon alleen maar toezien hoe ieder leven langzaam van
onder de mooie veren wegvlood.
Als
Bernd erbij kwam, en de gezwollen hals van het dier zag, vermoedde hij meteen
wat er mis was. Hij opende de keel en kreeg effectief bevestiging van zijn
vermoeden. Klaarblijkelijk was moeder ooievaar in de omgevende weilanden haar
honger gaan stillen en had daarvoor een mol gevangen. Dat doen ooievaars wel
meer, net zoals ze ook kikkers en hagedissen en veldmuizen, soms zelfs hun
eigen overleden kuikens opeten. Maar een mol op de spijskaart is geen goed
idee. Dat wist de dierenarts uit ervaring. Een mol klemt zich immers met zijn
graafpoten vast in de keel, en dat luidt de zekere, pijnlijke dood in van de
vogel.
Christa
was ervan aangedaan. Ze dacht aan de verschrikkelijke pijn die haar ooievaar
moest geleden hebben, en streelde opnieuw de lange, witte veren. Ze kon maar
moeilijk geloven dat zoiets mogelijk was, en dit dan nog met haar geliefde,
mooie vogel moest gebeuren. Dan dacht ze aan vader ooievaar. Of hij het verder
alleen zou aankunnen met zijn kroost van vijf?
Bernd ging in de schuur de kruiwagen en een schop halen, en legde het kreng in de laadbak. Ze bleven er nog even staan naar kijken, dan gingen ze er met z`n tweeën stilzwijgend het bos mee in.
© Lieven Vandekerckhove
Uit
het nieuwe typoscript ‘Eerst koffie, dan de waarheid’ van Lieven
Vandekerckhove.
Lieven publiceerde eerder de verhalen- en cursiefjesbundels:
2019: In schuinschrift
2022: Van A tot Z, of toch bijna
2024: Koorddansen
Lieven Vandekerckhove bij ‘Woordenwevers’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten