donderdag 18 juni 2026

De ooievaar - Lieven Vandekerckhove

De ooievaar

Bernd en Christa wonen in een groot huis op een groot stuk grond aan de oever van de Spree, in de buurt van Berlijn. Heerlijker kan een woonplek niet zijn. In de zomer brengt het weelderige groen rondom rond schaduw en koelte. In de winter verleent de sneeuw aan het oord een paradijselijke schoonheid. Aan de oever ligt het bootje aangemeerd waarmee het paar op zomerse dagen ontspanning zoekt op het water. ´s Winters gaan ze uren wandelen met de vier honden - besneeuwde wandelwegen lopen er in alle richtingen.

Beiden zijn hartstochtelijke dierenliefhebbers. Dat Christa met een dierenarts gehuwd is, zal dus wel geen toeval zijn. Zelf helpt ze weliswaar niet in de praktijk van haar man, maar op haar manier is ze intensief met dierenwelzijn begaan. In huis vliegt Bubbi, de papegaai, vrij rond. Ze heeft hem leren spreken als de beste: ‘Pappi geht zur Arbeit, und Bubbi bleibt zu Hause.’ Of mocht hij per ongeluk buiten geraken en verdwalen, dan kan hij voluit zijn personalia voorleggen: ‘Bubbi Schönbiss, am Ulmenmarkt acht.’

Maar de dierenliefde van het echtpaar komt wel op een héél bijzondere manier tot uiting. Zowat een decennium geleden heeft Bernd naast het huis een zware, lange paal laten oprichten en er met de hulp van enkele buren een klein wagenwiel op geplaatst, dat als draagvlak kon dienen voor een ooievaarsnest. Zulke nesten op een paal in de tuin of op een schoorsteen ziet men regelmatig als men het noorden van Duitsland doorkruist. Hoog boven de grond zijn de jongen veilig voor roofdieren, en is het nest daarenboven een goede uitkijkpost voor de bewoners ervan.

Al gauw werd de constructie opgemerkt door een ooievaarspaar dat, uit het zuiden teruggekeerd, op zoek was naar een broedplaats. Maar al te graag gingen de vogels in op het vriendelijk aanbod van Bernd en Christa. Takken, gras en aarde werden ingenieus tot een groot nest verbonden. Christa volgde met vreugde de vorderingen van de nieuwbouw. Tussendoor lokte ze de nieuwe buren met stukjes vis, die ze naast de paal op de grond wierp. Een tactiek die snel resultaat opleverde. Zodra de vogels haar opmerkten of hoorden dat ze hen met geklop op een plankje wenkte, vlogen ze het nest uit en landden in haar buurt. Zó vertrouwd raakte het gezelschap, dat de vogels zelfs uit Christa´s hand kwamen eten terwijl zij gehurkt de porties aanreikte.

Toen de broedtijd was aangebroken, kwam maar één van de twee dieren Christa´s diner genieten. Als zijn buikje rond was, vloog de vogel daarna met de tweede portie naar boven. Tot Christa´s verrassing was het niét vader, doch moeder ooievaar die de spijs kwam oppikken. Vader bleef rustig op de uitkijk staan, terwijl moeder vanop de eieren rechtstond en voor wat lekkers naar beneden vloog. Een bewijs te meer, lachte Christa, dat overal en altijd de vrouwelijke soortgenoten de ijverigsten zijn. Niettemin, als de eieren waren uitgebroed, en een vijfkoppige kroost het nest vulde, kweet ook vader ooievaar zich van zijn ouderlijke plichten, en hielp hij de provisie ophalen voor de kuikens.

Op een dag evenwel veranderde het vertrouwde ritueel grondig. Die morgen viel het Christa op dat moeder ooievaar zich maar traag bewoog ginder boven. Ze zag hoe de vogel voorzichtig de vleugels spreidde, een rondje vloog, en landde op het dak van het schuurtje. Ze riep naar het dier, dat na een poos dan toch naar haar toegevlogen kwam. Maar in plaats van zachtjes op de lange poten te landen, viel de vogel plomp vóór haar voeten op de grond. Daar strekte hij zich, en bleef roerloos liggen. Christa begreep niet wat er gebeurd kon zijn, ze aaide het dier lange tijd, maar kon alleen maar toezien hoe ieder leven langzaam van onder de mooie veren wegvlood.

Als Bernd erbij kwam, en de gezwollen hals van het dier zag, vermoedde hij meteen wat er mis was. Hij opende de keel en kreeg effectief bevestiging van zijn vermoeden. Klaarblijkelijk was moeder ooievaar in de omgevende weilanden haar honger gaan stillen en had daarvoor een mol gevangen. Dat doen ooievaars wel meer, net zoals ze ook kikkers en hagedissen en veldmuizen, soms zelfs hun eigen overleden kuikens opeten. Maar een mol op de spijskaart is geen goed idee. Dat wist de dierenarts uit ervaring. Een mol klemt zich immers met zijn graafpoten vast in de keel, en dat luidt de zekere, pijnlijke dood in van de vogel.

Christa was ervan aangedaan. Ze dacht aan de verschrikkelijke pijn die haar ooievaar moest geleden hebben, en streelde opnieuw de lange, witte veren. Ze kon maar moeilijk geloven dat zoiets mogelijk was, en dit dan nog met haar geliefde, mooie vogel moest gebeuren. Dan dacht ze aan vader ooievaar. Of hij het verder alleen zou aankunnen met zijn kroost van vijf?

Bernd ging in de schuur de kruiwagen en een schop halen, en legde het kreng in de laadbak. Ze bleven er nog even staan naar kijken, dan gingen ze er met z`n tweeën stilzwijgend het bos mee in.

© Lieven Vandekerckhove

Uit het nieuwe typoscript ‘Eerst koffie, dan de waarheid’ van Lieven Vandekerckhove.
Lieven publiceerde eerder de verhalen- en cursiefjesbundels:
2019: In schuinschrift
2022: Van A tot Z, of toch bijna
2024: Koorddansen

Lieven Vandekerckhove bij ‘Woordenwevers’

 


Geen opmerkingen: