Aantekeningen van Jet Marchau over Erosie van Astrid Haerens
Erosie (2026) is, na de roman Stadspanters (2017), en na haar bekroonde poëziebundel Oerhert (2022), de tweede roman van Astrid Haerens (Zwevegem, 1989).
Om maar meteen in huis te vallen: Ik heb de roman twee keer
gelezen.
Een eerste keer vol bewondering voor haar poëtische taal, en
nieuwsgierig naar het experimenteren met bladspiegels en de muziek die
achter de speciale interventies van de O-o-klank zaten. Waren ze louter als
commentaar op haar woorden bedoeld, of kon ik er een melodie uit halen?
En een tweede keer: een beetje uit onvrede. Zat er een
definitieve ommekeer in de evolutie in van de hoofdpersoon Helle? En waar dan?
Ik verklaar me nader: de korte inhoud:
Helle en Alma zijn van in hun kindertijd hartsvriendinnen; Helle (de schrijvende ‘ik’) is een introverte, onzekere persoon, die evolueert tot een internationaal succesvolle kunstenaar. Ze is ook een jutter, een verzamelaar van onder andere stenen, die ze verwerkt in haar schilderijen.
De extraverte Alma omarmt uitbundig het leven, waar ze ook
Helle probeert in te betrekken. Zij groeit uit tot een succesvolle fotografe.
De vriendschap tussen de twee is heel hecht, op het randje
af van een liefdesrelatie. Ze genieten van hun exclusieve samenzijn, van
mekaars lichaam, en Helle, die nooit iemand in de ogen kijkt, laat toe
dat Alma haar bekijkt en honderden foto’s van haar maakt.
Ze beloven elkaar dat ze samen hun leven zullen uitbouwen,
nooit gaan trouwen, nooit kinderen krijgen, niet worden als hun ouders.
Ze dromen over hoe ze hun toekomstige leven samen. Waar,
welk huis, hoe ze de dagen zullen vullen etc.
‘Alma, fluisterde ik, wij zullen altijd vrouwen van het
verlangen blijven’. Die typische pubergedachte blijft duren, tot Alma toch
plots, na jaren, dan zijn ze al dertigers, hun allesoverheersende contact
verbreekt.
Helle begrijpt er niets van: ‘naast onze vriendschap was
mijn werk het enige waaraan ik nooit had getwijfeld’.
Ze valt in een donker gat, probeert zich recht te
houden door te experimenteren met nieuwe vrienden en geliefden, door zich
volledig op haar kunst te werpen, tot ze opgebrand is volgens de dokter en
niets nog zin heeft. Een totale burn-out.
Ze vlucht naar een weinig gekend Duits waddeneiland:
Het niet-weten begon me op te jagen als een dier’.
Daar gaat ze, op het zeggen van de oudere wijze eilandvrouw Hetty, op zoek naar helende barnsteen, ‘ de opgedroogde tranen van de Heliaden..’ ‘Afstand geeft inzicht’ zegt Hetty.
Erosie, ook al zit ‘eros’ erin verborgen, meer nog vind ik
in het woord de geleidelijke ‘slijtage’ van de vriendschapsrelatie én de
evolutie, de transformatie van Helle. Water, wind en haar gebogen zoektocht
naar stenen eroderen haar genadeloze zoektocht naar het ‘waarom?’.
Net zoals de stenen in het motto van Maguerite Yourcenar vooraan, bevindt Helle zich op een kruising van ‘snijdende lijnen’ die in het oneindige verdwijnen, vanuit een knooppunt van krachten die te onvoorspelbaar zijn om te meten en die wij onhandig als geluk, toeval of noodlot bestempelen.
Die onvoorspelbaarheid probeert Helle net te begrijpen.
Dat doet ze in gedachten in fictieve (soms reële) brieven
aan Alma.
Ze stalkt haar met emails en telefoontjes, tot Alma laat
weten: ‘Ik wou dat ik het beter uit kon leggen, maar ik ben er niet klaar
voor. Hier stopt het. Het ga je goed.
Helles verhaal wisselt tussen (chronologische)
flashbacks en haar verblijf en zoektochten op het eiland. Heel poëtisch, ook in
korte zinnen en klanken verwoord.
Ik kon me volledig inleven in de hechtheid van de,
gedeeltelijk herkenbare, vriendschapsrelatie, maar, bij de tweede lezing
merkte ik de hints die de ommekeer voorspelden en groeide het besef:
Helle is een verhalenvertelster. Haar herinneringen zijn ingekleurd. Ook Helle
beseft dit: ’hoe ouder ik word, hoe minder ik weet wat herinnering, wat
verbeelding is’. En: ‘Ik verzin, verzin opnieuw. Ik herhaal. Ik hou
vast. Hoe ging het verhaal? Wanneer begon het einde?’
Zo is Erosie ook een roman over een gekleurde vriendschap,
waarover ik nooit eerder zo intens las.
Hoewel, naar het einde toe, merkte ik dat ik sneller en
sneller over de (hoewel prachtige) beschrijvingen heen las. ‘Trop’ was’trop’.
En net als ik dacht: dit is het keerpunt, ze komt er, ze krijgt weer zin in het leven en in haar kunstwerken, komt er toch nog een terugval, de twijfel. Dit kan, er blijft altijd een wrang gevoel achter bij een zo heftig verlies, maar ik haakte af bij teveel uitgespitte herhaling.
Toch blijft ook voor mij EROSIE, een bijzonder intense, poëtisch verwoorde roman over een verterende vriendschap. En voor velen wellicht over hier en daar herkenbare gevoelens.
In boekenvriendschap,
© Jet Marchau.
Deze tekst verscheen ook op "Dun lied donkere draad", de Blog van de VWS.
![]() |
| www.AstridHaerens.be |


Geen opmerkingen:
Een reactie posten