donderdag 25 juni 2026

Vrouwen van het verlangen

Aantekeningen van Jet Marchau over Erosie van Astrid Haerens


Erosie
(2026) is, na de roman Stadspanters (2017), en na haar bekroonde  poëziebundel Oerhert (2022), de tweede roman van Astrid Haerens (Zwevegem, 1989).

Om maar meteen in huis te vallen: Ik heb de roman twee keer gelezen.

Een eerste keer vol bewondering voor haar poëtische taal, en nieuwsgierig naar het experimenteren met bladspiegels en de  muziek die achter de speciale interventies van de O-o-klank zaten. Waren ze louter als commentaar op haar woorden bedoeld, of kon ik er een melodie uit halen?

En een tweede keer: een beetje uit onvrede. Zat er een definitieve ommekeer in de evolutie in van de hoofdpersoon Helle? En waar dan?

Ik verklaar me nader: de korte inhoud:

Helle en Alma zijn van in hun kindertijd hartsvriendinnen; Helle (de schrijvende ‘ik’) is een introverte, onzekere persoon, die evolueert tot een internationaal succesvolle kunstenaar. Ze is ook een jutter, een verzamelaar van onder andere  stenen, die ze verwerkt in haar schilderijen.

De extraverte Alma omarmt uitbundig het leven, waar ze ook Helle probeert in te betrekken. Zij groeit uit tot een succesvolle fotografe.

De vriendschap tussen de twee is heel hecht, op het randje af van een liefdesrelatie. Ze genieten van hun exclusieve samenzijn, van mekaars lichaam, en Helle, die nooit iemand in de ogen kijkt, laat toe dat Alma haar bekijkt en honderden foto’s van haar maakt.

Ze beloven elkaar dat ze samen hun leven zullen uitbouwen, nooit gaan trouwen, nooit kinderen krijgen, niet worden als hun ouders.

Ze dromen over hoe ze hun toekomstige leven samen. Waar, welk huis, hoe ze de dagen zullen vullen etc.

Alma, fluisterde ik, wij zullen altijd vrouwen van het verlangen blijven’. Die typische pubergedachte blijft duren, tot Alma toch plots, na jaren, dan zijn ze al dertigers, hun allesoverheersende contact verbreekt.

Helle begrijpt er niets van: ‘naast onze vriendschap was mijn werk het enige waaraan ik nooit had getwijfeld’.

Ze  valt in een donker gat, probeert zich recht te houden door te experimenteren met nieuwe vrienden en geliefden, door zich volledig op haar kunst te werpen, tot ze opgebrand is volgens de dokter en niets nog zin heeft. Een totale burn-out.

Ze vlucht naar een weinig gekend Duits waddeneiland:

Het niet-weten begon me op te jagen als een dier’.

Daar gaat ze, op het zeggen van de oudere wijze eilandvrouw Hetty, op zoek naar helende barnsteen, ‘ de opgedroogde tranen van de Heliaden..’ ‘Afstand geeft inzicht’ zegt Hetty.

Erosie, ook al zit ‘eros’ erin verborgen, meer nog vind ik in het woord de geleidelijke ‘slijtage’ van de vriendschapsrelatie én de evolutie, de transformatie van Helle. Water, wind en haar gebogen zoektocht naar stenen eroderen haar genadeloze zoektocht naar het ‘waarom?’.

Net zoals de stenen in het motto van Maguerite Yourcenar vooraan, bevindt Helle zich op een kruising van ‘snijdende lijnen’ die in het oneindige verdwijnen, vanuit een knooppunt van krachten die te onvoorspelbaar zijn om te meten en die wij onhandig als geluk, toeval of noodlot bestempelen.

Die onvoorspelbaarheid probeert Helle net te begrijpen.

Dat doet ze in gedachten in fictieve (soms reële) brieven aan Alma.

Ze stalkt haar met emails en telefoontjes, tot Alma laat weten: ‘Ik wou dat ik het beter uit kon leggen, maar ik ben er niet klaar voor. Hier stopt het. Het ga je goed.

Helles verhaal wisselt tussen (chronologische) flashbacks en haar verblijf en zoektochten op het eiland. Heel poëtisch, ook in korte zinnen en  klanken verwoord.

Ik kon me volledig inleven in de hechtheid van de, gedeeltelijk herkenbare, vriendschapsrelatie, maar, bij de tweede lezing merkte ik de hints die de ommekeer voorspelden en groeide het besef: Helle is een verhalenvertelster. Haar herinneringen zijn ingekleurd. Ook Helle beseft dit: ’hoe ouder ik word, hoe minder ik weet wat herinnering, wat verbeelding is’. En: ‘Ik verzin, verzin opnieuw. Ik herhaal. Ik hou vast. Hoe ging het verhaal? Wanneer begon het einde?’

Zo is Erosie ook een roman over een gekleurde vriendschap, waarover ik  nooit eerder zo intens las.

Hoewel, naar het einde toe, merkte ik dat ik sneller en sneller over de (hoewel prachtige) beschrijvingen heen las. ‘Trop’ was’trop’.

En net als ik dacht: dit is het keerpunt, ze komt er, ze krijgt weer zin in het leven en in haar kunstwerken, komt er toch nog een terugval, de twijfel. Dit kan, er blijft altijd een wrang gevoel achter bij een zo heftig verlies,  maar ik haakte af bij teveel uitgespitte herhaling.

Toch blijft ook voor mij EROSIE, een bijzonder intense, poëtisch verwoorde roman over een verterende vriendschap. En voor velen wellicht over hier en daar herkenbare gevoelens. 

In boekenvriendschap, 

© Jet Marchau.

Deze tekst verscheen ook op "Dun lied donkere draad", de Blog van de VWS.

www.AstridHaerens.be


Geen opmerkingen: