donderdag 19 maart 2026

Dertien bedenkingen bij het leven van Tony Rombouts door Hendrik Carette

Hendrik Carette kijkt terug op het rijke leven van Tony Rombouts (Hoboken 7/2/1941 - Wilrijk 8/3/2026) 

1. Zijn vader zei: zorg dat je in het leven een hoed mag dragen. En geloof mij vrij zijn hele leven heeft Tony deze wijze vaderlijke raad gerespecteerd.

2. Tony heeft gestudeerd in Lier aan de Normaalschool want wat moet een jonge dichter anders doen in het rustige stadje Lier?

3. De mooiste dichtbundel van Tony was ongetwjfeld Les demoiselles de la mer van 1975 met illustraties van Eddy Ausloos en is eigenlijk een prachtige parodie op het kleinburgerlijke leven op en vooral rond de paardenrenbaan Wellington in de badstad Oostende. In een subliem-sardonische stijl, tussen ironie en sarcasme. 

4. Tony werd al bij al geen poète maudit en geen Rozenkruiser, geen hermetisch dichter maar een rijmende rederijker.

5. Ik herinner mij ook dat Tony ooit met Maris reisde naar het jaarlijkse carnaval niet in Rio de Janeiro in Brazilië maar op de gondels en bruggen van Venetië. Misschien is dit wel het verschil tussen Patrick Conrad en Tony Rombouts.

6.
Hij was geen Pink Poet maar een White Poet zoals de witte (symbolische) walvis van Herman Melvillle. Hij was gewoon een buitengewone witte wandelaar.

7. Hij hield van mooie schokkende alliteraties die soms zijn sierlijke gedichten opsierden.   

8. Tony was ook de stichter, samensteller en uitgever van het gestencilde tijdschrift Trap(editie) dat in 1979 een bijzonder nummer wijdde aan de heel bijzondere kalligraaf, vertaler, romancier en dichter Saint-Rémy Remy; een zeeman aan hoger wal.

9. Hij was geen mandarijn en geen makelaar in de letteren en met zijn Contramine was hij bovendien ook een biblofiele en excenrieke uitgever van soms vergeten of zelfs veronachtzaamde dichters zoals o.m. Michel Bartosik, Henri-Floris Jespers, Emiel Willekens, Wilfried Adams, Joris Denoo, Jos Daelman, Jan van der Hoeven, Ben Klein, Werner Spillemaeckers, Adriaan de Roover, Adriaan Peel, Rob Goswin, Renaat Ramon, Lucienne Stassaert en uw dienaar Hendrik Carette.  

10. Tony was nooit waterachtig en ik denk dan aan een frase van James Joyce in zijn 17de episode van het vermoeiende haast onleebare boek Ulysses: “De onverenigbaarheid van waterigheid met de excentrieke originalitiet van het genie.”  

11. De vraag of Tony een Antwerpse dandy was is een overbodige of een retorische vraag: hij wilde alleszins een dandy zijn. De eenzamheid van de dandy is misschien recht evenredig met de kleine of grote tragiek van de vermomde burgerman.

12. Ik geloof dat Tony tweemaal in Finland is geweest en zelfs naar Lapland, of het land van de Sami. En misschien droomde hij van het voor de Finnen verloren Karelië. Vandaar allicht zijn liefde voor de fantastische muziek van de violist en componist Jean Sibelius. 

13. Het allermooiste dat Tony heeft gecreëerd is en blijft voor mij echter zijn dochter Iris die zich in deze tijd in Antwerpen en vooral in Parijs als een prinses en als art director beweegt.                            


© 
Hendrik Carette

Schaarbeek, 13 maart 2026

 



Geen opmerkingen: