Overwoekerd
Ik kijk naar de vlierbes die de schommel wurgt nu
ik het terras niet meer verlaat, naar de kettingen,
verroeste longen die hun adem inhouden.
De molshopen op het gras zijn koortsblaasjes
die ik niet voelde komen, maar toch ligt elke ochtend
het schraapsel in de tuin. Alleen in het donker durf ik
naakt te zijn, als de dauw zich aan mijn enkelholtes
hecht. In de hoek haken twee tuinstoelen in elkaar,
de klimop spant zijn draden. Ik ga op de drempel zitten
om te zien hoe de volgende tegel in de modder verdwijnt,
leg me uiteindelijk in de voren tot het onkruid
mijn contouren overneemt, begraaf
mijn voeten tussen de wortels en wacht
tot ik een heuvel ben.
© Benoit Van der Cruysse
Benoit van der Cruysse (1986) woont in Antwerpen en schrijft sinds 2025 proza en poëzie. Hij publiceert in het voorjaar van 2026 op de Optimist, Papieren Helden, Meander, Het Gezeefde Gedicht en Een Twee Powezie.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten