woensdag 13 mei 2026

Guido Gezelle - Benoit Van der Cruysse

Guido Gezelle

Hoe zere vallen z’af, zei ik, de zieke zomerblaren. Moeder zei, zonder op te kijken: je klinkt als je vader. We zaten op groene stoelen in de gang en wachtten op de dokter. De dokter kwam en zei: een verdikking van de hartspier. Typisch, zei moeder. Mijn broer vroeg of vader uitgestrooid wilde worden in de Noordzee, of misschien liever in een kist lag. Moeder stak een sigaret op. De dokter zei: hij is niet dood, hij kan nog zeker tien jaar mee. Hij zei ook: u mag hier niet roken. 

Thuis stond vader weer in de tuin, zijn voeten in een schaaltje met water. Moeder vulde de gieter. Mijn broer begluurde het buurmeisje. Ik telde de blaren in het gras, de keren dat mijn hart oversloeg. Als ik alles bijhield, dacht ik, kon het niet verdwijnen. 

Ik dacht ook: het was mijn verjaardag gisteren.  

© Benoit Van der Cruysse 


Benoit van der Cruysse (1986) woont in Antwerpen en schrijft sinds 2025 proza en poëzie. Hij publiceert in het voorjaar van 2026 op de OptimistPapieren HeldenMeanderHet Gezeefde Gedicht en Een Twee Powezie




Geen opmerkingen: