War Poets
Oorlogen eisen onvermijdelijk krachtige formuleringen. Laat ons onmiddellijk voorbij de slogans stappen en ons dadelijk naar de dichters wenden. Die lijken werkelijk te wortelen in de barbaarse gevechten. Zonder de Ilias, de Spaanse burgeroorlog of de Tweede Wereldoorlog te willen minimaliseren, War Poets zijn onafscheidelijk verbonden met het Britse rijk en de Eerste Wereldoorlog. Het aantal dichtende stemmen vanuit de loopgraven is veel ruimer en recent stevig aangevuld met enkele opvallende Oekraïense bundels.
“Waarom
hebben we nog poëzie nodig?” Het klinkt als een terechte vraag als je met beide
voeten in de loopgraven staat en het boven je hoofd projectielen regent. Is het
nodig om daar gedichten te schrijven? De vraag en het antwoord vormen de
afsluiter van de bundel Hier waren we
van Artur Dron. Hij bekent dat de invasie zijn schrijven blokkeerde. Een nieuwe
taal vinden was noodzakelijk. Herbeginnen en ontdekken dat de belangrijkste
nood aan poëzie gebaseerd is op het verminderen van eenzaamheid. Woorden tellen.
Daarom gaat het tijdens een oorlog niet om over die oorlog te schrijven, hij
schrijft over en voor mensen.
“Hoe minder
je het woord “oorlog” gebruikt
hoe meer men
zal geloven
in je
gedichten.”
En even
verder:
“Men zegt
dat literatuur
woorden zijn
met daartussen stilte.
In die van
ons, nu,
domineert
dat tweede.”
Al duurt het
nooit erg lang om te zoeken naar wat er nog aan vragen overblijft.
“Waar is je
been?
Waar zijn je
vrolijke vrienden?
Waar is je
jeugd,
ouderling
van 20
die nog
droomt
van de dood
en verbrijzelde Snickers?”
Al verzekert
hij:
“De
literatuur zal nooit iemand doden
maar lezen
in de loopgraven laat overleven.”
Wat schrijft
hij vandaag, ruim een eeuw na de Luizenplaag
van Rosenberg, na de kreet van Owen dat na Dulce
et Decorum est, gas en ander fraais slechts een leugen rest, na de
bitterheid van Sassoon bij de inhuldiging van de Menenpoort? Verlies, trauma,
desillusie raken een diepe kern. En voor Artur Dron betekent schrijven aanwezig
zijn, ontmoeten, zelfs lichamelijk aangevoeld, in elkaar opgaan, en – kan het
anders – aanwezig blijven:
“Na mijn
dood wil ik elektriciteit worden
om je woning
te verlichten.”
Of
“Die twee
meisjes
ze kijken
naar ons aan de rand van de weg
en ze hebben
hun hand op hun hart gelegd
…
Op dat
ogenblik heb ik alles begrepen.”
Vader, echtgenoot, zoon: ze passeren allemaal, kunnen niet anders dan op hun moment in die lange lijn van Russische oorlogsmisdaden blijven herinneren dat de ziel van het Oekraïense volk en land verder zal leven. Daarom deze poëzie.
De titel van
de bundel van Yaryna Chornohuz Op deze
manier blijven we vrij is de enige titel die niet tussen haakjes staat. Het
tweede gedicht draagt als titel (haakjes)
en staat zoals alle andere teksten effectief tussen haakjes. Geeft dat aan dat
de gedichten vooral herinneringen, gedachten zijn? Over de geboortegrond, het
hiernamaals, over de liefde die doet volhouden?
De gedichten
mogen dan in de loopgraven geschreven zijn, ze beschrijven inderdaad niet
zozeer die realiteit, ze drukken eerder uit wat oorlog met je doet. Het besef
is daar: de doden keren niet weer. Het leven na de oorlog zal anders zijn. Men
mag dan al eens hopen dat die kelk aan je zal voorbijgaan, men weet dat niemand
gespaard blijft. Ze schrijft het.
“ik dacht
dat het leed zou slijten
als schoenen
maar het
leed hangt boven onze hoofden
en
observeert ons altijd doorheen een vizier”
Of
“men zegt
dat men de doden beweent
na de oorlog
maar onze
oorlog zal eindigen
tegelijkertijd
met ons leven”
En
“de eerste
dode laten gaan is lastig
met de
tweede sterft de eeuwigheid
en nadien
tel je niet meer”
Dat ze deel
uitmaakt van een volk dat sinds eeuwen een dierbaar land moet verdedigen:
“dat
betekent dichter zijn in Oekraïne
eeuwig wenen
in de gedichten
boven de nog
altijd verse graven”
Het mag niet verwonderen dat deze bundel bekroond is met de Taras Chevtchenkoprijs, de nationale prijs voor Oekraïense literatuur. Ondertussen houdt Yaryna Chornohuz vol aan het front.
In 2023
verscheen een uitgebreide bundel, zeg maar aan het front Ontsnapte gedichten, aangevuld met eigen foto’s van
dichter-fotograaf Maksym Kryvtsov. Haast 200 bladzijden. Het is geen verrassing
dat ook deze vertaald is. In Oekraïne was Kryvtsov geen onbekende. Het werd een
afscheid: begin 2024 sneuvelde hij. Zo dichtte hij wat oorlog is:
“In het oog
van de oorlog
steekt een
grijze draad
als een soep
van paddenstoelen
uit de hemel
het oor van
de herfst
hoort
stemmen van obussen
als die van
de priester op het moment van de communie.”
Iets
daarvoor liet hij in een lang gedicht Maria en Golgotha als roepnamen van
soldaten passeren. Zij waren vergezeld van Mattheus, Johannes en zelfs Jezus,
en werden getroffen, ernstig verwond in een beschieting.
Verder
plaatst hij ze poëtisch in de verschrikkelijkste talkshow aller tijden: de
oorlog. Om een stille glimlach, de herinnering aan een verdwenen warmte, te
plaatsen in een gedicht. Wie ben ik?, vraagt hij zich af. In dit veranderende
leven.
“Je kan geen
pas meer zetten
zonder
gezien te zijn.
…
Wanneer het
regent
lacht
niemand
het water
vergeet niets.
…
De kern van
je hart
kan je niet
verlaten,
er valt niet
te ademen.”
Opnieuw
duikt de Heer op, de God van de decaloog, al stelt de dichter alleen Van Gogh
te begrijpen. Een meisje lacht om hem: ze weet dat God Facebook niet leest. Na
alle herfstbeelden waarin iedereen doet wat hij kan, vraagt hij zich af wanneer
de lente komt. God blijft in de stilte en gevallen bladeren bedekken de wereld.
Toch schrijft hij verder, schreef en fotografeerde hij, gedichten als brieven
met naast een vaak weerkerend waarom, nog altijd de volgehouden dromen. Zo
sterk was de greep van de oorlog op het leven, op zijn leven, dat deze bundel
inderdaad een einde werd.
Artur Dron: Nous étions là, 979 10 94936 46 7
Artur Dron:
We were here, 978 1914 99026 7
Yaryna
Chornohyz: C’est ainsi que nous demeurons libres, 978 2 37055 468 0
Maksym
Kryvtsov: Poèmes de la brèche, 979 10 94936 48 1




Geen opmerkingen:
Een reactie posten