donderdag 26 maart 2026

Bezoekers - Geert Barbier

Torreborre. Wanneer hij aan Fred en Marieke dacht, dook automatisch het beeld van hun hond op. Torreborre, een slome basset die rustig achter hem aansjokte. Hoe lang was dat geleden? Veertig jaar?

Zes maand lang had hij bij hen gewoond, in die oude boerderij in Koekelare. Het was zijn redding geweest, toen. Werkeloos, net uit het leger ontslagen en aan het scheiden.

En nu kwamen ze op bezoek naar Thailand. Lang, heel lang hadden ze geen contact meer gehad. Wanneer was de vriendschap afgebroken? Hij zocht vruchteloos in zijn herinneringen. Wel wist hij nog hoe ze opnieuw aansluiting vonden: hij had, op bezoek bij zijn ouders in Oostende, opgebeld en ze hadden afgesproken in het café van het Hotel du Parc.

Hij zag hen binnenkomen. Hij herkende hen meteen, maar zij hem niet. Marieke was nog wat uitgedijd, maar nu zat een blonde streep in haar kapsel die de aandacht trok, en ze droeg een kleed in gewaagde kleuren. Fred zag er nog eender uit, gewoon ouder, zoals hijzelf. Hij zwaaide, en hij zag de gezichten optrekken…

En nu kwamen ze op bezoek. Vijf dagen, dan zouden ze verder reizen naar Chiang Mai, in het Noorden.

Hij had het goed voorbereid: twee weken lang had hij gewerkt aan reisbestemmingen voor hen. Niet de klassieke toeristenplekken, nee, dat was niet hun ding. Had hij gedacht, maar nu was hij niet zo zeker. Hij had voorgesteld hen aan de luchthaven af te halen, maar ze wilden naar Kanchanaburi. De brug over de Kwai rivier, toeristische trekpleister bij uitstek.

Ooit waren ze, hij en Sue, het stadje doorgereden, na een weekend in een rivierhotel verderop. Lelijk als elk Thai provinciestadje, was het in zijn herinnering, en zo zag het ook er ook nu uit. En verbazend druk: je kon over de koppen lopen.

Hij had in hetzelfde mooie hotelletje aan de rivier twee kamers besteld, maar die had hij – gelukkig tijdig – weer moeten cancelen: ze hadden zelf al een kamer in een rivierhotel in de stad gehuurd. En nu zaten ze ergens aan “het museum”. Ze hadden op zijn aanraden wel een lokale SIM gekocht en hij had hen net gebeld. “Met Marieke. Ben jij dat, Paul?”

Ja, Paul, dat was hij. Een museum? Was hier een museum? Meer kon ze hem ook niet vertellen, maar hij en Sue zouden hen wel vinden.

Het bleek een heel karwei om hen te vinden: er waren drie musea. En plaatsen om te parkeren waren er nauwelijks. Tenslotte zag Paul hen, op een pleintje aan de rivier. Fred droeg een knalgeel T-shirt waar iets Engels op geprint was, en Marieke een lichtblauw jeanskleed. Ze waren vanmorgen na een nacht Bangkok hier gearriveerd.

Fred vroeg zich af wat ze hier wilden doen. De brug over de rivier Kwai? De rivier was mooi, zeker verderop, waar ze door een bucolisch landschap stroomde, maar hier?

De kennismaking met Sue ging wat stroef, maar dat was normaal: ze hadden haar nooit eerder ontmoet. Of wacht, toch, niet? Die keer dat ze mee naar België was gekomen een zestal jaar eerder, in die vreselijk koude oktobermaand.

Ze besloten samen iets te eten aan het pleintje waar ze mekaar vonden. Op het terras kwam net een tafel vrij, en Sue bestelde kleine hapjes.

Hoe was de reis verlopen? Ja, een lange vlucht was het, zeker als je via een tussenstop vloog. Doha? Drie uur tussentijd?  En ja, hij en Sue woonden een tweehonderd kilometer hier vandaan. Toch wel een drieënhalf uur rijden.

Fred bleek verbaasd dat ze niet in hetzelfde hotel logeerden. Even bleef het stil, nadat Paul zei dat hij eerst voor hen allemaal geboekt had in een ander hotel dat ze kenden, verder langs de rivier.

“Wist jij dat, Marieke?”

Ze knikte en keek ingespannen naar het loempiaatje tussen haar vingers. Ja, dat wist ze, maar dat hotel stond niet in de Trotter.

“In de Trotter? Wat is de Trotter?”, vroeg Paul.

Ze keek hem verwonderd aan. Nee, de Trotter kende Paul niet. Nooit van gehoord.

“Zoiets als ‘Le Guide du Routard’, maar in het Nederlands.”

Ze diepte een boek met een kleurige kaft uit haar tas. Reissuggesties door en voor reizigers. Over de reissuggesties die hij hen gestuurd had, repte ze niet. Nu niet, en ook niet in de komende dagen.

Paul voelde zich wat verongelijkt. Al die moeite voor niets?  Hij knabbelde nadenkend op de viskoekjes die minder scherp smaakten dan gewoonlijk. Hij had uiteindelijk een B&B geboekt even buiten de stad.

Voor twee jaar waren Fred en Marieke gedurende zes maanden door Zuid-Amerika gereisd. Paul had de regelmatige verslagen gelezen, maar nu vroeg hij zich af: waren die ook met de Trotter uitgestippeld?

Ze praatten over de kinderen, maar dat waren verre schaduwen. Zelf had hij twee zoons, zij drie zoons en een dochter. Een van hun zoons was met een Mexicaanse getrouwd en woonde ginder, tegen Vera Cruz. Wout, zo heette ie, hoe kon hij het vergeten? Maar ook de andere namen schoten hem niet meteen te binnen, enkel die van de dochter, Luce. Ook al drie kinderen? Wat ging het snel! Hijzelf had nog maar twee kleinkinderen, twee meisjes. En zij tien!

Na het eten namen hij en Sue hen mee buiten de stad en gingen wandelen langs de rivier, op een wegje zonder toeristen. Ze passeerden een gammele, half-verroeste brug over de rivier. Sommige planken ontbraken en beneden zag je het modderkleurige water in snelle kolken voorbijstromen, in het midden onderbroken door glanzende, witte strepen. Fred sprong er onverwacht op. Hij zette enkele wankele stappen en draaide zich ineens met een dramatisch gebaar om. Marieke lachte en nam enkele foto’s, maar Paul en Sue waren danig geschrokken.

Ineens vloog voor hen uit een prachtige blauwe vogel op. Paul herkende hem uit zijn boek over vogels in Zuidoost-Azië: een Indian roller. Hij keerde zich om naar hun gasten, en zag hoe Fred een kleinere uitgave van hetzelfde boek doorbladerde.

“Ook vogelliefhebber?” vroeg Paul. Fred toonde hem zijn exemplaar, dat enkel over vogels in Thailand ging. Hij had het op de luchthaven gekocht.

Toen de zon schitterend begon neer te dalen over de bergen die de grens met Myanmar vormen, keerden ze naar de stad terug. Ze aten samen in het hotel van Fred en Marieke. Niet slecht, maar toeristenkost. Pad Thai, Pad Kappa, Tom Yam in verschillende versies. Soms viel een stilte. De draad terug opnemen was minder eenvoudig dan gedacht.

Ze moesten ook nog naar hun B&B, en dat was ingewikkelder dan verwacht. Toen ze de kamer zag, vroeg Sue waarom hij niet in hun vorig hotel aan de rivier geboekt had. Dat vroeg hij zich nu ook af. Een grote ongezellige ruimte met drie vermoeide bedden, en de elektriciteit viel uit terwijl ze een minimum uitpakten.

---

De volgende morgen reed Sue, met hun gasten achter in de Yaris geperst, in een ruk dezelfde weg die ze gekomen waren. Op de radio speelde luide Isaanse tjingel-tjangelmuziek. Paul zag hen in de achteruitkijkspiegel bedenkelijk naar elkaar kijken. Ook niet zijn ding, maar wel authentiek. Ze stopte in een stadje dat hij niet kende, Rim Nam, aan een oude Chinese markt waar ze lekker voor middag aten. Marieke zocht het in de Trotter maar het stond er niet in.

Thuis gingen ze zich opfrissen in de badkamer naast de logeerkamer, en Fred kwam zich installeren op het terras. Hij begon geconcentreerd op een tablet te tokkelen. Was dat het dag verslag? Vreemd, hij had niets gevraagd over Thailand, dus die verslagen waren puur impressionisme?

De rest van de dag gingen ze de omgeving verkennen. Het was een mooie februaridag met een lichte wind. Op een veld zat een aantal Indische kieviten luid te snateren. Paul had gezien dat Fred zijn boekje bijhad, en liet hem de naam opzoeken.

“Ze gedragen zich inderdaad als kieviten”, zei Fred.

Sue had geen zin om nog ver te rijden, dus bleven ze eten in de buurt. Op een klein voetbalveldje stonden wat haastig opgetrokken barakken. Verlichting was er nauwelijks. Het was beslist authentiek: een mengsel van groenten, kruiden en vlees in bladeren gerold. Paul was van plan geweest hen het echte, niet toeristische Thailand te tonen, en hoe de mensen er leefden en werkten, met nog een markt erbij, maar nu wist hij niet meer of dat een goed idee was. God wist wat er in die aanbeden Trotter stond?

Na het eten dronken ze nog een glas wijn samen. Wijn was wat problematisch: Thaise wijn was niet te drinken en heel zwaar, en lokaal was er maar een winkel die wijn verkocht, de 7/11. Hier had hij de twee voorradige flessen en nog wat brikken witte wijn gekocht. Op goed geluk, want hij dronk meestal San Miguel bier.

Sue was moe en wilde naar bed, terwijl de gasten nog even wilden blijven nakaarten. Paul zei Sue dat hij snel zou komen. Het gesprek ging over vroeger. Haperend, want er waren zoveel lacunes. Langs beide kanten. Paul had Margriet leren kennen in Leuven, waar ze pers en communicatie deed. Fred had op hetzelfde college gezeten als hij, maar een jaar lager. Of niet? Kende hij hem al voor hij naar Leuven ging? Totaal blank.

Toen hij binnenging kwam Sue net uit de douche, en ze haalde haar schouders op toen hij vroeg wat ze vond.

“Met mij spreken ze niet.”

Dat moest hij toegeven. Ze deden alsof ze er niet was.

---

De tweede dag, een dinsdag, verliep zoals hij gepland had: ze reden langs schilderachtige kanaaltjes naar een oudhedenmuseum in een slaperig dorp (niet in de Trotter), en van daar staken ze door naar een natuurpark, met grotten die in de bronstijd bewoond werden en een klein museum met aardewerk (jakkes, weer niet!).

Daarna leidde Paul hen naar een wandelweg langs enkele boeddhistische tempels waar hij graag kwam wegens de verrassend verscheiden vogelpopulatie. Veel soorten ijsvogels, mynahs, een cougal en twee koëls. En weer waren de Indische kieviten van de partij, schreeuwend en fladderend achter een eenzame tractor aan.

’s Avonds kookte Sue voor hen. Marieke en Fred hadden het over hun werk. Als ambtenaren hadden zij elk jaar veertig dagen vakantie. Hoeveel Paul er had, vroegen ze niet, en hij zei het ook niet. Vijftien dagen had hij er, en daarvan had hij er zeven opgenomen. Ook om wat voor te bereiden: maken dat alles in hun kamer, die nieuw aangebouwd was, in orde was. Stof afdoen. Kleine details. Sue had helemaal geen vakantie tenzij die ene sluitingsdag van haar restaurantje per week.

Ze zouden het volgende jaar op pensioen gaan, zei Marieke. Paul zei dat hij zo lang mogelijk aan het werk wilde blijven. Deels voor het geld, maar ook voor het plezier aan zijn job.

"Dat mogen wij als ambtenaren niet ", zei Fred.

Daar wist Paul geen antwoord op. Intussen waren de flessen wijn op, en ze hadden een brik aangebroken. Fred had het gevoel dat de gasten de wijn graag naar hun kamer hadden meegenomen, maar daar stond geen koelkast.

Nooit aan gedacht. Hing er een lichte wrevel in de lucht toen ze hun kamer opzochten?

---

Voor de volgende dag, woensdag, had Paul voor ’s morgens een bezoek aan de Boeddhamarkt en een Thaise massagesalon voorzien. Voor de namiddag had Sue een tweede motorfiets geleend van haar zuster, om in de gehuchten wat lokale kleur op te doen en onderweg een mooie tempel op een heuvel te bekijken.

De Boeddhamarkt lokte hen langer dan gedacht, maar Paul herinnerde zich ook zijn eerste keer: even denk je dat al die oude dingen echt zijn, terwijl hij later leerde dat 95% vals was. Goedkope namaak.

De massagesalon lag op de hoek van dezelfde markt en vloerde hen totaal: zó hard hadden ze het zich niet voorgesteld. Daarna hadden ze alleen nog zin om wat rond te lummelen en te lezen. Fred ging kreunend op zijn plekje zitten en begon ingespannen verder te schrijven. Marieke viel op de zetel in slaap. Ze gromde in haar slaap, en een zilverkleurige slijmdraad zocht aansluiting naar haar hals.

---

“Kunnen we misschien morgen naar Lopburi? Daar zou een mooie tempel staan volgens de Trotter”, vroeg Marieke die avond terwijl ze met veel plezier op de Pad Thai aanviel. Ze aten op een terras langs de Chao Praya rivier terwijl grote groene trossen traag voorbijdreven.

Paul keek vragend naar Sue, maar die deed alsof ze de vraag niet gehoord had. Ze kenden uiteraard die “mooie” tempel. Een zwart geworden ruïne uit de tijd dat het Khmer rijk diep tot in Thailand reikte, midden op een druk bereden plein. Er hokken half-wilde apen en vleermuizen in, dus moet je uitkijken voor stront uit twee richtingen. Waarom die tempel in alle toeristenboekjes staat, is Paul een raadsel want Lopburi heeft echt mooiere dingen te bieden.

Hij zag dat Sue verstoord naar de rivier keek. Zij was de enige chauffeur, en de dag erna gingen ze naar Kamphaeng Phet, tweehonderd kilometer richting Noord-Thailand, vanwaar Fred en Marieke gingen voortreizen naar Chiang Mai. Lopburi was honderd kilometer in de andere richting.

---

In Lopburi lieten ze hun gasten de tempel bezoeken, terwijl zij bedrukt een koffie dronken in een wat verlopen koffiebar. Daarna wandelden ze naar het Provinciaal Museum – een van de best georganiseerde met goede Engelse uitleg. Hier verdween Sue: die wilde haar eigen ding gaan doen.

Die avond zei Fred de ze niet geweten hadden dat Paul schilderde. Hij was vijftien jaar eerder begonnen dankzij een cadeautje van zijn zoons en hun moeder.

“Ik was altijd al van plan om luchten te leren schilderen wanneer ik op pensioen ging. Voor mijn vijftigste verjaardag kreeg ik een reeks van tien lessen en een ezel cadeau. Zo is het begonnen.”

“Bij ons thuis hing een schilderij van een miskende Vlaamse impressionist”, zei Fred. Daarna volgde een uitgebreide beschrijving van het herenhuis waar hij was opgegroeid. Over Pauls schilderijen werd verder met geen woord gerept. Waren die zo slecht? Even had hij eraan gedacht hen er eentje meet te geven, maar dat had nog drie weken in de rugzak voor de boeg. Nu besloot hij er over te zwijgen. Onderwerp afgesloten.

---

De laatste avond in Khampaeng Phet nodigden Paul en Sue hun gasten uit voor een dinertje in een restaurant buiten de oude stadswallen. Het viel mee: het eten was lekker, Fred kon zich inleven in de live Thaise folk, en iedereen ging met een voldaan gevoel terug naar de B&B waar ze logeerden.

De volgende morgen zetten ze hen af aan het busstation en zwaaiden hen uit. Sue zette in de auto een gemaakt ernstig gezicht en trok een wenkbrauw op. Paul moest lachen, want ze imiteerde perfect Fred. Ze proestten het allebei uit.

Uit het volgend reisverslag bleek dat ze in een hotelletje ver van het centrum van Chiang Mai waren beland. Op aanwijzen van de Trotter.

© Geert Barbier

Bron: Geert Barbier op Facebook



Geen opmerkingen: