Torreborre. Wanneer hij aan Fred en Marieke dacht, dook automatisch het beeld van hun hond op. Torreborre, een slome basset die rustig achter hem aansjokte. Hoe lang was dat geleden? Veertig jaar?
Zes maand lang had hij bij hen gewoond, in die oude
boerderij in Koekelare. Het was zijn redding geweest, toen. Werkeloos, net uit
het leger ontslagen en aan het scheiden.
En nu kwamen ze op bezoek naar Thailand. Lang, heel lang
hadden ze geen contact meer gehad. Wanneer was de vriendschap afgebroken? Hij
zocht vruchteloos in zijn herinneringen. Wel wist hij nog hoe ze opnieuw aansluiting
vonden: hij had, op bezoek bij zijn ouders in Oostende, opgebeld en ze hadden
afgesproken in het café van het Hotel du Parc.
Hij zag hen binnenkomen. Hij herkende hen meteen, maar
zij hem niet. Marieke was nog wat uitgedijd, maar nu zat een blonde streep in
haar kapsel die de aandacht trok, en ze droeg een kleed in gewaagde kleuren.
Fred zag er nog eender uit, gewoon ouder, zoals hijzelf. Hij zwaaide, en hij
zag de gezichten optrekken…
En nu kwamen ze op bezoek. Vijf dagen, dan zouden ze
verder reizen naar Chiang Mai, in het Noorden.
Hij had het goed voorbereid: twee weken lang had hij
gewerkt aan reisbestemmingen voor hen. Niet de klassieke toeristenplekken, nee,
dat was niet hun ding. Had hij gedacht, maar nu was hij niet zo zeker. Hij had
voorgesteld hen aan de luchthaven af te halen, maar ze wilden naar
Kanchanaburi. De brug over de Kwai rivier, toeristische trekpleister bij
uitstek.
Ooit waren ze, hij en Sue, het stadje doorgereden, na een weekend in een rivierhotel verderop. Lelijk als elk Thai provinciestadje, was het in zijn herinnering, en zo zag het ook er ook nu uit. En verbazend druk: je kon over de koppen lopen.
Hij had in hetzelfde mooie hotelletje aan de rivier twee
kamers besteld, maar die had hij – gelukkig tijdig – weer moeten cancelen: ze
hadden zelf al een kamer in een rivierhotel in de stad gehuurd. En nu zaten ze
ergens aan “het museum”. Ze hadden op zijn aanraden wel een lokale SIM gekocht
en hij had hen net gebeld. “Met Marieke. Ben jij dat, Paul?”
Ja, Paul, dat was hij. Een museum? Was hier een museum?
Meer kon ze hem ook niet vertellen, maar hij en Sue zouden hen wel vinden.
Het bleek een heel karwei om hen te vinden: er waren drie
musea. En plaatsen om te parkeren waren er nauwelijks. Tenslotte zag Paul hen,
op een pleintje aan de rivier. Fred droeg een knalgeel T-shirt waar iets Engels
op geprint was, en Marieke een lichtblauw jeanskleed. Ze waren vanmorgen na een
nacht Bangkok hier gearriveerd.
Fred vroeg zich af wat ze hier wilden doen. De brug over
de rivier Kwai? De rivier was mooi, zeker verderop, waar ze door een bucolisch
landschap stroomde, maar hier?
De kennismaking met Sue ging wat stroef, maar dat was
normaal: ze hadden haar nooit eerder ontmoet. Of wacht, toch, niet? Die keer
dat ze mee naar België was gekomen een zestal jaar eerder, in die vreselijk
koude oktobermaand.
Ze besloten samen iets te eten aan het pleintje waar ze
mekaar vonden. Op het terras kwam net een tafel vrij, en Sue bestelde kleine
hapjes.
Hoe was de reis verlopen? Ja, een lange vlucht was het,
zeker als je via een tussenstop vloog. Doha? Drie uur tussentijd? En
ja, hij en Sue woonden een tweehonderd kilometer hier vandaan. Toch wel een
drieënhalf uur rijden.
Fred bleek verbaasd dat ze niet in hetzelfde hotel
logeerden. Even bleef het stil, nadat Paul zei dat hij eerst voor hen allemaal
geboekt had in een ander hotel dat ze kenden, verder langs de rivier.
“Wist jij dat, Marieke?”
Ze knikte en keek ingespannen naar het loempiaatje tussen
haar vingers. Ja, dat wist ze, maar dat hotel stond niet in de Trotter.
“In de Trotter? Wat is de Trotter?”, vroeg Paul.
Ze keek hem verwonderd aan. Nee, de Trotter kende Paul
niet. Nooit van gehoord.
“Zoiets als ‘Le Guide du Routard’, maar in het
Nederlands.”
Ze diepte een boek met een kleurige kaft uit haar tas.
Reissuggesties door en voor reizigers. Over de reissuggesties die hij hen
gestuurd had, repte ze niet. Nu niet, en ook niet in de komende dagen.
Paul voelde zich wat verongelijkt. Al die moeite voor
niets? Hij knabbelde nadenkend op de viskoekjes die minder scherp
smaakten dan gewoonlijk. Hij had uiteindelijk een B&B geboekt even buiten
de stad.
Voor twee jaar waren Fred en Marieke gedurende zes
maanden door Zuid-Amerika gereisd. Paul had de regelmatige verslagen gelezen,
maar nu vroeg hij zich af: waren die ook met de Trotter uitgestippeld?
Ze praatten over de kinderen, maar dat waren verre
schaduwen. Zelf had hij twee zoons, zij drie zoons en een dochter. Een van hun
zoons was met een Mexicaanse getrouwd en woonde ginder, tegen Vera Cruz. Wout,
zo heette ie, hoe kon hij het vergeten? Maar ook de andere namen schoten hem
niet meteen te binnen, enkel die van de dochter, Luce. Ook al drie kinderen?
Wat ging het snel! Hijzelf had nog maar twee kleinkinderen, twee meisjes. En
zij tien!
Na het eten namen hij en Sue hen mee buiten de stad en
gingen wandelen langs de rivier, op een wegje zonder toeristen. Ze passeerden een
gammele, half-verroeste brug over de rivier. Sommige planken ontbraken en
beneden zag je het modderkleurige water in snelle kolken voorbijstromen, in het
midden onderbroken door glanzende, witte strepen. Fred sprong er onverwacht op.
Hij zette enkele wankele stappen en draaide zich ineens met een dramatisch
gebaar om. Marieke lachte en nam enkele foto’s, maar Paul en Sue waren danig
geschrokken.
Ineens
vloog voor hen uit een prachtige blauwe vogel op. Paul herkende hem uit zijn
boek over vogels in Zuidoost-Azië: een Indian roller. Hij keerde zich om naar
hun gasten, en zag hoe Fred een kleinere uitgave van hetzelfde boek
doorbladerde.
“Ook vogelliefhebber?” vroeg Paul. Fred toonde hem zijn exemplaar, dat enkel over vogels in Thailand ging. Hij had het op de luchthaven gekocht.
Toen
de zon schitterend begon neer te dalen over de bergen die de grens met Myanmar
vormen, keerden ze naar de stad terug. Ze aten samen in het hotel van Fred en
Marieke. Niet slecht, maar toeristenkost. Pad Thai, Pad Kappa, Tom Yam in
verschillende versies. Soms viel een stilte. De draad terug opnemen was minder
eenvoudig dan gedacht.
Ze
moesten ook nog naar hun B&B, en dat was ingewikkelder dan verwacht. Toen
ze de kamer zag, vroeg Sue waarom hij niet in hun vorig hotel aan de rivier
geboekt had. Dat vroeg hij zich nu ook af. Een grote ongezellige ruimte met
drie vermoeide bedden, en de elektriciteit viel uit terwijl ze een minimum
uitpakten.
---
De
volgende morgen reed Sue, met hun gasten achter in de Yaris geperst, in een
ruk dezelfde weg die ze gekomen waren. Op de radio speelde
luide Isaanse tjingel-tjangelmuziek. Paul zag hen in de achteruitkijkspiegel
bedenkelijk naar elkaar kijken. Ook niet zijn ding, maar wel authentiek. Ze
stopte in een stadje dat hij niet kende, Rim Nam, aan een oude Chinese markt
waar ze lekker voor middag aten. Marieke zocht het in de Trotter maar het stond er
niet in.
Thuis gingen ze zich opfrissen in de badkamer naast de
logeerkamer, en Fred kwam zich installeren op het terras. Hij begon
geconcentreerd op een tablet te tokkelen. Was dat het dag verslag? Vreemd, hij
had niets gevraagd over Thailand, dus die verslagen waren puur impressionisme?
De rest van de dag gingen ze de omgeving verkennen. Het
was een mooie februaridag met een lichte wind. Op een veld zat een aantal
Indische kieviten luid te snateren. Paul had gezien dat Fred zijn boekje
bijhad, en liet hem de naam opzoeken.
“Ze gedragen zich inderdaad als kieviten”, zei Fred.
Sue had geen zin om nog ver te rijden, dus bleven ze eten in de buurt. Op een klein voetbalveldje stonden wat haastig opgetrokken barakken. Verlichting was er nauwelijks. Het was beslist authentiek: een mengsel van groenten, kruiden en vlees in bladeren gerold. Paul was van plan geweest hen het echte, niet toeristische Thailand te tonen, en hoe de mensen er leefden en werkten, met nog een markt erbij, maar nu wist hij niet meer of dat een goed idee was. God wist wat er in die aanbeden Trotter stond?
Na
het eten dronken ze nog een glas wijn samen. Wijn was wat problematisch: Thaise
wijn was niet te drinken en heel zwaar, en lokaal was er maar een winkel die
wijn verkocht, de 7/11. Hier had hij de twee voorradige flessen en nog wat
brikken witte wijn gekocht. Op goed geluk, want hij dronk meestal San Miguel
bier.
Sue
was moe en wilde naar bed, terwijl de gasten nog even wilden blijven nakaarten.
Paul zei Sue dat hij snel zou komen. Het gesprek ging over vroeger. Haperend,
want er waren zoveel lacunes. Langs beide kanten. Paul had Margriet leren kennen in Leuven, waar ze pers en communicatie
deed. Fred had op hetzelfde college gezeten als hij, maar een jaar lager. Of
niet? Kende hij hem al voor hij naar Leuven ging? Totaal blank.
Toen
hij binnenging kwam Sue net uit de douche, en ze haalde haar schouders op toen
hij vroeg wat ze vond.
“Met
mij spreken ze niet.”
Dat
moest hij toegeven. Ze deden alsof ze er niet was.
---
De
tweede dag, een dinsdag, verliep zoals hij gepland had: ze reden langs
schilderachtige kanaaltjes naar een oudhedenmuseum in een slaperig dorp (niet
in de Trotter), en van daar staken ze door naar een natuurpark, met grotten die
in de bronstijd bewoond werden en een klein museum met aardewerk (jakkes, weer
niet!).
Daarna
leidde Paul hen naar een wandelweg langs enkele boeddhistische tempels waar hij
graag kwam wegens de verrassend verscheiden vogelpopulatie. Veel soorten
ijsvogels, mynahs, een cougal en twee koëls. En weer waren de Indische kieviten
van de partij, schreeuwend en fladderend achter een eenzame tractor aan.
’s
Avonds kookte Sue voor hen. Marieke en Fred hadden het over hun werk. Als
ambtenaren hadden zij elk jaar veertig dagen vakantie. Hoeveel Paul er had,
vroegen ze niet, en hij zei het ook niet. Vijftien dagen had hij er, en daarvan
had hij er zeven opgenomen. Ook om wat voor te bereiden: maken dat alles in hun
kamer, die nieuw aangebouwd was, in orde was. Stof afdoen. Kleine details. Sue
had helemaal geen vakantie tenzij die ene sluitingsdag van haar restaurantje
per week.
Ze
zouden het volgende jaar op pensioen gaan, zei Marieke. Paul zei dat hij zo
lang mogelijk aan het werk wilde blijven. Deels voor het geld, maar ook voor
het plezier aan zijn job.
"Dat
mogen wij als ambtenaren niet ", zei Fred.
Daar
wist Paul geen antwoord op. Intussen waren de flessen wijn op, en ze hadden een
brik aangebroken. Fred had het gevoel dat de gasten de wijn graag naar hun
kamer hadden meegenomen, maar daar stond geen koelkast.
Nooit
aan gedacht. Hing er een lichte wrevel in de lucht toen ze hun kamer opzochten?
---
Voor
de volgende dag, woensdag, had Paul voor ’s morgens een bezoek aan de
Boeddhamarkt en een Thaise massagesalon voorzien. Voor de namiddag had Sue een
tweede motorfiets geleend van haar zuster, om in de gehuchten wat lokale kleur
op te doen en onderweg een mooie tempel op een heuvel te bekijken.
De
Boeddhamarkt lokte hen langer dan gedacht, maar Paul herinnerde zich ook zijn
eerste keer: even denk je dat al die oude dingen echt zijn, terwijl hij later
leerde dat 95% vals was. Goedkope namaak.
De
massagesalon lag op de hoek van dezelfde markt en vloerde hen totaal: zó hard
hadden ze het zich niet voorgesteld. Daarna hadden ze alleen nog zin om wat
rond te lummelen en te lezen. Fred ging kreunend op zijn plekje zitten en begon
ingespannen verder te schrijven. Marieke viel op de zetel in slaap. Ze gromde
in haar slaap, en een zilverkleurige slijmdraad zocht aansluiting naar haar
hals.
---
“Kunnen we misschien morgen naar Lopburi? Daar zou een mooie tempel staan volgens de Trotter”, vroeg Marieke die avond terwijl ze met veel plezier op de Pad Thai aanviel. Ze aten op een terras langs de Chao Praya rivier terwijl grote groene trossen traag voorbijdreven.
Paul
keek vragend naar Sue, maar die deed alsof ze de vraag niet gehoord had. Ze
kenden uiteraard die “mooie” tempel. Een zwart geworden ruïne uit de tijd dat
het Khmer rijk diep tot in Thailand reikte, midden op een druk bereden plein.
Er hokken half-wilde apen en vleermuizen in, dus moet je uitkijken voor stront
uit twee richtingen. Waarom die tempel in alle toeristenboekjes staat, is Paul
een raadsel want Lopburi heeft echt mooiere dingen te bieden.
Hij
zag dat Sue verstoord naar de rivier keek. Zij was de enige chauffeur, en de
dag erna gingen ze naar Kamphaeng Phet, tweehonderd kilometer richting
Noord-Thailand, vanwaar Fred en Marieke gingen voortreizen naar Chiang Mai.
Lopburi was honderd kilometer in de andere richting.
---
In
Lopburi lieten ze hun gasten de tempel bezoeken, terwijl zij bedrukt een koffie
dronken in een wat verlopen koffiebar. Daarna wandelden ze naar het Provinciaal
Museum – een van de best georganiseerde met goede Engelse uitleg. Hier verdween
Sue: die wilde haar eigen ding gaan doen.
Die
avond zei Fred de ze niet geweten hadden dat Paul schilderde. Hij was vijftien
jaar eerder begonnen dankzij een cadeautje van zijn zoons en hun moeder.
“Ik
was altijd al van plan om luchten te leren schilderen wanneer ik op pensioen
ging. Voor mijn vijftigste verjaardag kreeg ik een reeks van tien lessen en een
ezel cadeau. Zo is het begonnen.”
“Bij
ons thuis hing een schilderij van een miskende Vlaamse impressionist”, zei
Fred. Daarna volgde een uitgebreide beschrijving van het herenhuis waar hij was
opgegroeid. Over Pauls schilderijen werd verder met geen woord gerept. Waren
die zo slecht? Even had hij eraan gedacht hen er eentje meet te geven, maar dat
had nog drie weken in de rugzak voor de boeg. Nu besloot hij er over te
zwijgen. Onderwerp afgesloten.
---
De
laatste avond in Khampaeng Phet nodigden Paul en Sue hun gasten uit voor een
dinertje in een restaurant buiten de oude stadswallen. Het viel mee: het eten
was lekker, Fred kon zich inleven in de live Thaise folk, en iedereen ging met
een voldaan gevoel terug naar de B&B waar ze logeerden.
De
volgende morgen zetten ze hen af aan het busstation en zwaaiden hen uit. Sue
zette in de auto een gemaakt ernstig gezicht en trok een wenkbrauw op. Paul
moest lachen, want ze imiteerde perfect Fred. Ze proestten het allebei uit.
Uit
het volgend reisverslag bleek dat ze in een hotelletje ver van het centrum van
Chiang Mai waren beland. Op aanwijzen van de Trotter.
© Geert Barbier
![]() |
| Bron: Geert Barbier op Facebook |

Geen opmerkingen:
Een reactie posten