vrijdag 7 januari 2022

De dag van de vinger - Pieter Drift

De dag dat Wims vinger veranderde zou hij, volgens zijn vader, nooit vergeten. Het was een koude droge dag.

Als hij nu iemand de weg wijst, kijkt die persoon alleen naar zijn vinger. Het topje daarvan loopt sinds die bewuste dag in een puntje. Alsof de vinger in een puntenslijper is geweest, alleen haalt die er iets af en Wims vinger tweeënhalve centimeter langer is geworden, alsof er een hoedje op staat. Nadat de wond genezen was, werd Wim al snel de beste pijltjesdraaier in de buurt. Altijd vroegen ze hem of hij de pijltjes wilde draaien. Zijn pijlen waren legendarisch. Ze pasten altijd precies in de pvc-buis.

Wim werd ouder en steeds minder vroegen kinderen of hij hun pijltjes wilde draaien. De vinger begon aan nutteloosheid te winnen. Natuurlijk wist iedereen in het dorp wie hij was. Op zijn dertiende kwam Trijntje naar hem toe. Met een glimlach op haar gezicht vroeg ze of ze de vinger mocht aanraken. Wim weigerde maar toen ze in ruil een kus wilde geven, ging hij overstag. Eerst leek het een gewone kus maar toen Trijntje met haar duim het puntje van de vinger heen en weer begon te bewegen, opende ze haar mond en zoog zachtjes zijn tong naar binnen. Er zat een symmetrie tussen duim en tong.

De volgende dag kwam Nelleke naar Wim toe. Ze pakte zijn vinger en stopte haar tong in zijn mond. In niets leek het op wat Trijntje had gedaan en toch was het hetzelfde. Nelleke haalde haar tong na een paar seconden weer uit zijn mond en liet de vinger los. Met de rug van haar hand veegde ze langs haar lippen. Daarna liep ze met een glimlach weg. Met zijn duim bewoog hij langzaam het puntje van zijn vinger terwijl hij voor zich uit staarde. Nelleke smaakte anders dan Trijntje. Ook was haar tong kouder. Een uur later vroeg Janet of ze zijn vinger mocht vasthouden. Ze kneep hard in zijn vinger terwijl ze met geweld haar tong in zijn mond propte. Hij maakte haar vingers los en vroeg of ze alleen zijn vinger wilde aaien. Vanaf dat moment ontspande Janet en vonden ze het juiste ritme. De volgende dag kwam Pam voor hem staan en tilde haar rok op. Ze vroeg of hij haar daar wilde aaien. Tijdens het kussen raakte hij haar aan. Hij verbaasde zich over het behangplaksel tussen haar benen maar al snel gebeurde er iets waarvan hij niet wist dat het bestond. Alles was warm en nat. Van de dag van de vingerverandering weet Wim niets meer maar de dag dat Pam hem gevraagd had haar te aaien, herinnert hij zich nog heel goed.


© Pieter Drift

Over de auteur
Pieter Drift (1967) studeerde in 1991 af aan de kunstacademie te Rotterdam. Hij etst, tekent en schrijft. Zie pieterdrift.nl. Samen met Willem Jakobs vormt hij sinds 2012 een kunstenaarsduo. Werk te vinden op jakobsdrift.nl. Publicaties in o.a. Extaze, Ballustrada, Tijdschrift Ei, De Optimist en Ambrozijn.

 

 

 

 


 

 

woensdag 5 januari 2022

Dorpsbibliotheek van Wim van den Abeele en Geert van Istendael

Dorpsbibliotheek. Oud-Heverlee in gedichten.
Recensie: Frank Decerf

 
Of er nog veel echte dorpsbibliotheken bestaan, zal ik maar vlug gaan betwijfelen. Jaren van cultuurbesparing en vreemde inzichten hebben, ook in dit domein, voor een meedogenloze verkaveling gezorgd. Gelukkig bestaan er dichters die met hun poëtisch werk het vergeten een halt toeroepen. In de bundel Dorpsbibliotheek besloten Wim van den Abeele en Geert van Istendael op dezelfde tandem te gaan zitten. De rit is geslaagd; ze kwamen tot een fijne samenwerking. Een zeer puike uitgave van Uitgeverij P met schitterende en krachtige, illustratieve ondersteuning van Judith Vanistendael geeft dit boek een sterke présence. De illustraties belonen de grondige lezers. De tekeningen zijn meer dan een aanvulling. Ze maken sterk deel uit van het leesgenot.

De twee literatoren brachten een visualisatie van hun woongebied; de vijf dorpen van Oud-Heverlee. De streek waar ze leven en werken en waar ze ondertussen niet meer weg willen ligt heel dicht bij de taalgrens. Bart Vonck vertaalde en hertaalde enkel gedichten in het Frans.

L’orgue dans l’église Sainte-Anne
Cet instrument, menu comme un quatrain,
donne pourtant aux pieds, aux mains tout
ce qu’ils désirent. Van Peteghem fecit,
ses sons cristallins ont traversé les sciècles.
                                                    
© Geert van Istendael
© Vertaling : Bart Vonck

De gedichten in Dorpsbibliotheek zijn nooit bekrompen, nooit parochiaal... Ze zijn eerder mondiaal. Geen romantische natuurlyriek; er is veel meer dan dat. Beide auteurs hebben heel regelmatig over hun nabije omgeving geschreven. Van den Abeele schrijft in dit werk kort verhalende poëzie in doordachte parlandostijl.

Estaminet – Nanke

In zijn kijken lag meer november
dan gele blaren op de grond.
Wat geeft hij om de bijtende wind?
Wat maalt hij om de laatste korsten?
Angst spoelt hij door met lauwe pils,
met dagen staren, een hond gelijk.
De winter haalt hij niet.
De lege steenweg blikt terug
Met bomen karig, takken dood.
Slapend in een perfecte O
tussen twee kratten bier.
Nuchter. Een kat met negen levens.

© Wim van den Abeele

Geert van Istendael is tegen het superioriteitsgevoel van de stad, tegen de chaos van het verkavelingsbeleid en de zo typische lintbebouwing. In zijn gedichten is elke versregel poëtisch afgerond. De natuur wordt zijn werkplaats.

Rijm

Nachtvorst is kunstenaar. Of wacht. Misschien
wiskundige? Elk spinrag, ieder takje
verhelderd tot stramien, tot stram bewijs.
Dat is de algebra waarop je wachtte,
pas nu kun je de samenhangen zien.

Je tikt op weidedraad. Het ijs zit vast.
Geen halve dag meer en de druppels vallen.
Zij weten niets van korrels en kristallen.

© Geert van Istendael

De twee dichters, die goede observatoren blijken te zijn, hebben vermoedelijk lange veld- en boswandelingen ondernomen om alles op hun netvlies vast te leggen. Hun observaties hebben ze hertaald in ontwapenende poëzie. Ze worden aangetrokken door de kleinste details in de natuur en zien wat de fauna en flora hen te bieden heeft. Via taal bewijzen ze de waarde van onze natuurplekjes. De ecologie krijgt, in Dorpsbibliotheek, voorrang op de mens. Het zijn als het ware gelegenheidsgedichten die en route werden gecreëerd.


Dorpsbibliotheek, Wim van den Abeele en Geert van Istendael, Uitgeverij P, Leuven, 2021, ISBN 978-94-93138-56-8
 

Recensie: © Frank Decerf
 



















maandag 3 januari 2022

België, overdwars - Twee gedichten van Arne Deprez

België, overdwars

1. Torgny

onder cirkels van de buizerd

dragen de hellingen naast druiven
sporen van karren
onder het asfalt

draagt de echo
het getok van de wandelstok
tegen de warme gevels

draagt het oker
twee eeuwenoude
deurgaten en hun dorpels
waartegen het geklabetter
van paarden

van hun mensen
dragen de vensterbanken
potten en perken

het talloze roze rodig geel
en paars

 

© Arne Deprez


2. Knokke

onder het drijven van de meeuw

de zon die de blinkende bustes
en de natte voorhoofden
sableert
tot ze blinken

tot de geboetseerde
aarde weer klei wordt

en de golfbreker
een duikboot in het water
die niet alleen
het water
breekt

maar ook
het lichte strand
en haar mensen opdeelt

© Arne Deprez

 

 


zaterdag 1 januari 2022

Wensen voor het nieuwe jaar

De voltallige redactie van de Schaal van Digther wenst je een gezond, inspirerend en creatief 2022.

Dat wat zuiver is ons op mag wachten! Lang leve het Blanco van de dagen.

 #gelukkignieuwjaar #nieuwjaarswens #magikjullie #hetjaar2022

Werk van Juan Carlos Lozaro, zoals gezien op 'Silentium' 2021

 

zaterdag 18 december 2021

Ineke Riem - Laureate van de Melopee-poëzieprijs

De Melopee-poëzieprijs 2021 die het 'beklijvendste' gedicht van het voorbije jaar uit de literaire tijdschriften bekroont gaat naar de Nederlandse dichter en schrijfster Ineke Riem! Dit voor haar gedicht "Pegasus in galop" in 2020 verschenen in een nummer van Poëziekrant. Altijd fijn om via een literaire prijs kennis te maken met een dichter die je nog nauwelijks kent!

De publieksprijs ging dit jaar naar Paul Demets voor zijn gedicht 'Boreaal, een gedicht uit DW B.

Meer info over Ineke Riem:
Website Ineke Riem   
Pegasus in Galop op You tube

Melopee Poëzieprijs 2021

Zie ook onderstaand poëtisch Facebook-bericht van Melopee.






vrijdag 17 december 2021

Audresselles (Odersele) - Hendrik Carette

Bij laag water rust ik hier op de rotsen van het strand
en herleef ik in de frisse zeelucht
met al dat jodium en al dat pekelzout.   

Bij hoog water kijk ik hier met mijn verrekijker
over de grauwe overzeese verten
en vind ik zwarte wieren en zelfs zeepokken.

Bij een storm staar ik hier verwonderd
naar de Turnerwolken of naar een dikke mist
en bid ik stil tot Maria, Stella Maris, Sterre der Zee.
 
Maar zowel bij eb als bij vloed voel ik mij hier goed
met de zo gezonde hoogrode gloed van een kaper
geland bij de gekartelde kaap Gris Nez of Blanc Nez.

En elke zomerwinter en elke lenteherfst wil ik weer
naar daar om even daar te zijn voor de laatste keer.       


© Hendrik Carette





woensdag 15 december 2021

Gebaseerd op fictieve feiten - Philip Hoorne

de werkloze acteur kijkt vervuld van de woede
die hij voelde toen hij de rol niet kreeg tv
en vloekt en vervloekt

niet dat hij het per se beter had gedaan
het gaat in deze wereld niet om beter
wel om het ego en hoe het te strelen
wie al een leven lang speelt kan dat weten

de werkloze acteur schuift bij aan tafel
om samen met zijn vrouw een hapje te eten
na het eten troont hij haar mee naar boven
geeft haar bovenaan de trap een zetje naar beneden

net als in de film


© Philip Hoorne


Voorpublicatie uit de bundel met als werktitel Mens is de naam waarvan de publicatiedatum op dit moment nog niet gekend is.
Meer info over Philip Hoorne op https://philiphoorneskynet.wordpress.com






dinsdag 14 december 2021

Twee soorten adem - Jazz & Poetry

Twee soorten adem - Jazz & Poetry in de Nederlandse Letteren
Samengesteld door Wim Huijser en John Schoorl
Recensie: Frank Decerf


Nogal wat dichters worden door de charme van de jazzmuziek en de hele scène daarrond verleid om hun emoties in jazzgedichten te verwerken, juist zoals weer anderen het niet kunnen laten om de wielrennerij in hun poëtisch schild te voeren. Voor elkeen een passie die tot schrijven aanzet. Alleen komt het er dan op aan om rustig het kaf van het koren te scheiden…

Het moet gezegd dat de samenstellers van Twee soorten adem in hun opdracht zijn geslaagd. Voor mij ligt een heel interessant boek dat anders is dan de andere jazzbundels die ik tot nog toe kreeg toegestuurd. De grafische vormgeving door Edwin Smet heeft mij bekoord. Dit boek is een stuk volwassener dan de vorige themabundels die mijn revue passeerden. We krijgen waar voor ons geld. 120 bladzijden vol kleurrijke foto’s van optredende jazzgrootheden, veel interessante interviews met o.a. Bernlef en het ensemble SilentLive, passende illustraties van o.a. Willem Switker, historisch archiefmateriaal, kunstwerken van Paul Turkry, Paolo Steffan, Jef Lambrecht, RoBie van Outryve, Erzsebet Nagy Saar en Louis Joos.

De samenstellers gingen in het Nederlands taalgebied op zoek naar dichters die dit boek konden versterken. In die queeste moest überhaupt een strenge keuze gemaakt worden. Volgende namen kregen hun voorkeur: John Schoorl (samensteller), Wilfried de Jong, Mischa Andriessen, Roger de Neef, Fred Papenhove, Barney Agerbeek, Reinold Wideman en Guy van Hoof. Deze dichters serveren in Twee soorten adem een totaal van 43 jazz gerelateerde gedichten.

JAZZ

Het gaat altijd over de rand en de nabijheid
van een grens waar de pijn is, of verder nog
dan de rand, net voorbij de ervaring.
Geboren om de ruimte op te zoeken
is leven te beperkt, een vierkant op stelten
terwijl de tijd zich uitbreidt
zonder beperkingen of grenzen
van het vierkant dat de kamer is, of het podium
of de stad, waar wij de rol spelen van bedelaars
in een donker heelal.

Jazz is geen chaos
maar precies de vrijheid
om ermee om te gaan
de discipline
om niet te ontsporen.

Elke verandering van ritme
elke noot die als een verschrikt dier opspringt
als een bewegend object in de ruimte
is er om de vrijheid mee op te vullen en vorm te geven.

© Guy van Hoof

Bij elke van de, bovenvermelde, dichters vinden we, en dit is natuurlijk vanzelfsprekend, een individuele insteek, verschillende invalshoeken en affiniteiten die als centrale focus de liefde voor  jazzmuziek bewijzen. Door de manier waarop dit boek is samengesteld kun je dit werk als kijk-, lees- en leerboek beschouwen. Het is een interessante uitgave dat een breed publiek kan aanspreken. Eenvoudig doorheen het werk bladeren is al genoeg om te genieten en stil te staan bij het werk van de kunstenaars en illustratoren. Het unieke fotomateriaal is zorgvuldig gekozen en de interviews verdiepen het inzicht in deze boeiende wereld.
Bij Twee soorten adem hoort een audioboek, maar dit heb ik niet ontvangen, dus kan ik er niets over zeggen.

Twee soorten adem, Samenstellers : Wim Huijser en John Schoorl, Azul Press, Maastricht/Amsterdam, 2021, ISBN 978-94-92401-42-7

© Recensie - Frank Decerf








zaterdag 11 december 2021

Een nieuwe vlinder

Recensie van 'Giraffen', de debuutbundel van Ingrid Strobbe                 
door Frank Decerf


Volgens Ingrid Strobbe charmeren giraffen en daarom ontstond deze bundel. De auteur heeft er zeker halsreikend naar uit gekeken, want het betreft hier een debuutbundel. Een nieuwe vlinder landt in het mijnenveld van de Vlaamse literatuur…

Qua vormgeving is Giraffen een heel aantrekkelijk boekje geworden. 54 bladzijden poëzie, vakkundig samengebracht en vorm gegeven door Eric Geerts. De auteur wil geweldloze gedichten brengen. Ze verdeelt haar aanbod in 3 cycli waarin ze door middel van een biechtsessie haar poëtische inzichten aan de buitenwereld openbaart. Ze poneert interessante stellingen zoals daar zijn: poëzie is constructieve communicatie, gaandeweg leer ik dat poëzie een uitweg biedt of schrijven vereist een leerproces.

Wat voor een mens ik was

nu de glim van mijn lach
mijn handen gevouwen
vraag ik me af wat voor een mens ik was 

ik was een mensje
van dag één
geïnteresseerd in ruimte

geboren en getogen tussen jakhalzen
zocht ik in de hals het mals
van de tong

ik was een meisje dat een meesje imiteerde

onder de indruk van de geestestoestand van taal
kroop ik weg
in mezelf een bunkertje
autistisch zo je wil
en maar voelen, voelen, voelen

af en toe een gedicht dat levensreddend was

ik was een vrouw die de ladder in haar kous
de ladder liet
waar de enige kraanman het raam kwam hijsen
over het zadeldak heen
het glas waardoor ik dagdroomde
een toekomst had als danseres, zangeres, stewardess
op wolken

breien, naaien, afhaken waren
mijn bezigheden
ik moest leren zwijgen
doorzetten, koffiezetten en daarbij rustig blijven

de oude man die me het leven gaf
(en ik maar dromen van een werkbeurs)
zei me dat een mens een mens kon worden
dat ik liefde was
mijn borstje rood

mijn lichaam van ivoor zou echt niet doodgaan


Giraffen bespeelt een wijde waaier aan thema’s; een allegaartje waar eenheid ontbreekt. De auteur zaait een gezonde dosis humor en relativeert aldus. Ze gebruikt sterke contrasten, aantrekkelijke metaforen die spanning en nieuwsgierigheid oproepen. Ze houdt ervan om de lezer op het verkeerde been te zetten. In deze bundel is geen enkele giraf te vinden… Strobbe speelt op een pientere manier met haar lezers. Haar taal is wars van intellectualisme. Gelukkig. Ze houdt van anonieme personages die zij voyeuristisch vastlegt. Af en toe laat ze haar versregels uitlopen; te ver uitdeinen en dat leidt tot krachtverlies. Haar observaties verliezen soms het brandpunt. Alles wat haar pad kruist, grijpt ze aan. Een keuze… Ze laat haar vocabularium ongeremde associaties oproepen, dat zorgt er soms voor dat de eerste lezing vertraging eist. Het is moeilijk om de verwarring te ontknopen. Ze is sterk in het behandelen van verstarde communicatie in zinkende relationele conflicten. Hier en daar serveert ze gecontroleerde kritiek.

Giraffen is een bundel waarvan je eigenlijk onderhuids aanvoelt dat we van deze Ingrid Strobbe nog veel mogen verwachten. Zoals ze zelf bevestigt, zit ze nog in een leerproces. Maar globaal fluistert dit werk mij vertrouwen in. We hebben niet te maken met een eendagsvlinder. Ik heb al zwakkere bundels gelezen.

Giraffen, Ingrid Strobbe, eigen beheer,2021

© Frank Decerf









vrijdag 10 december 2021

Zie ze daar ontdaan - Bart Vonck

(1)

Staat ons te wachten met in zijn handen wachten, wat er in zijn handen
kan liggen als ontwapenend zuiver maar gevaarlijk. Ons staat zo
te wachten wat wij niet willen wat ons te wachten staat.

Tot het zich omkeert en zich in ons nekvel vastbijt.


(2)

Ook als we niet willen staat ons dat te wachten, als het allemaal doorgaat
zoals ons te wachten staat. We staan ons rondom met toegeslagen schreeuw
te mekkeren dat het geen pas heeft zoals wij daar staan, zo.

En onze mond een vuurhaard.


(3)

Komen we ons nooit meer los van onszelf daar in lompen gevorderd, zo
schijnt het leven ons toe. En wij ontnemen het zijn schittering zoals wij hen
van het leven ontnemen wat ons te wachten staat.

(4)

Zie ze daar aangedaan staan en ontdaan in hun naakte vluchten
dat zij op zee voor ons uitplooien om ons vergeefs te vlug af te
zijn en ons alles te ontnemen wat wij al lang geleden
verspeelden maar het niet wetend staan wij rondom ons,

de gelederen gesloten, rond wat ons zo te wachten staat. 


© Bart Vonck


(Werk in voorbereiding)






donderdag 9 december 2021

Mesmess - Bart Vonck

 Mesmess (1)

Nooit gedacht
dat zo intiem
een mes
en de lente
gebeurden
op die dag,
dat er die dag
een gat
zou vallen
in alles
wat ik
had


Mesmess (2)

Ik streefde
tegen plotse vijand
in die opgeheven hand;

ik kon niet lezen niet
verkeerd begrijpen
toen het tot me

doordrong
in mijn borst
en ik tierde;

erger dan die steek
kon het niet worden;
gaf me gelijk het mes

en ongelijk gelijk;
zoals ik niet leek
op mezelf

in mijn woorden
meerduidig maar
eenduidig

toen het stak;
geen rijpe woorden
rapend;

het stak me tegen


Mesmess (3)

Zo kwam mes met
zijn verroest gezicht
op mij gericht;

uit mijn ogen
wilde ik hem;
geen zicht hoe

hij daar stond
te briesen,
geen tegen-

spraak
duldend;
de stakker

die ik tegen-
sprak die ik
tegensprekend

de woorden
ontnam
die ik voor

later voor erger
had bewaard;
toen mijn long

zich
van hem los-
zong,

en naar
adem
hapte


© Bart Vonck


Uit de bundel 'Mesmess' die in maart 2022 verschijnt bij Uitgeverij P.












woensdag 8 december 2021

Messteek - Bart Vonck

Eereergisteren was het.
De zon had het verleden uitgebrand.
In het holle hol van heden
sliep een mens zijn afkomst uit.
Een kwade droom
had hem daar verloren.
Ook morgen trekt een litteken
een streep door de rekening.
Alles is betaald, zelfs het mes is gezet.
En het verse bloed gedronken,
beklonken. Prosit!
Eergisteren was het.
Alsof vandaag. 


© Bart Vonck


Uit de bundel 'Mesmess' die in maart 2022 bij Uitgeverij P in Leuven verschijnt. 



 




zondag 5 december 2021

vrijdag 3 december 2021

In plaats van reddingsboeien te gooien strooi ik met gedichten

 Uitreiking VWS-prijs 2021 aan Herman Leenders

Uitreiking VWS-prijs. Vlnr Koen D'haene, Renaat Ramon en Herman Leenders


Op zondag 28 november 2021 werd bij Piano's Maene in Ruiselede, de woonplaats van de dichter, de VWS-prijs voor 2021 uitgereikt aan dichter en romanschrijver Herman Leenders.

Het ontroerende dankwoord van de dichter staat intussen online op 'Dun lied donkere  draad', de VWS-blog. Een extract:

"In plaats van reddingsboeien te gooien strooi ik met gedichten , dat klinkt misschien niet optimistisch op een dag als vandaag, maar toch geloof ik in die gedichten. Literatuur kan dan misschien de klimaatopwarming niet tegenhouden, de vluchtelingenproblematiek niet oplossen en de biodiversiteit niet herstellen, literatuur kan wel zorgen voor een verhaal, want zonder verhaal bestaat er geen betekenis. We leven in het verhaal dat – onder andere, maar niet alleen – door de literatuur wordt geschreven"... (link naar het volledige dankwoord)

Tevens werd zondag laatst tijdens de voorstelling van 'Jaarwerk MMXXI', het 7° jaarboek van de VWS, ook 'Het huis van de dichter', het verzameld werk van Herman Leenders nog 's voorgesteld. Eerder was een voorstelling van het boek vanwege de bekende Covid-perikelen niet kunnen doorgaan. 

Hieronder het titelgedicht uit de verzamelbundel.

Het huis van de dichter


ik ben niet de dichter van een huis
of van een tuin niet van een land of een dorp
ik ben niet de dichter van een vrouw
een revolutie of een geschiedenis
niet van een verzameling schelpen of stenen
boeken of beelden

er is geen ander huis dan dit huis
geen andere tuin dan deze
elke vrouw die zich hierin kan vinden
elke geschiedenis die zich zal herhalen
er bestaat geen andere verzameling
dan woorden bijeengehouden door gedichten

© Herman Leenders


Het huis van de dichter bij Uitgeverij P
Thuissite Herman Leenders
Dun lied donkere draad - VWS-blog
Ik had een droom - dankwoord van Herman Leenders

Herman Leenders tijdens zijn dankwoord

donderdag 2 december 2021

Draad - Jozef W. Boom

Proloog

Tijdens mijn middelbareschooltijd ontving mijn vader een aantal keer per jaar een enveloppe met daarin een handgeschreven brief van een voor mij onbekende vrouw. Welk verhaal daarachter zat ben ik tot op de dag van vandaag niet te weten gekomen. In huis werd er voor zover ik mij herinner niet over gesproken, en de keren dat ik mijn vader er zelf naar heb gevraagd, was zijn antwoord altijd ontwijkend.

I

‘Als je denkt dat je alles al hebt meegemaakt, dan heb je het mis,’ fluisterde ze in mijn oor.
‘Wat bedoel je daar nou mee?’ reageerde ik fel, terwijl ik terugdeinsde.
‘Precies zoals ik het zeg. Dat als je denkt dat je alles al hebt meegemaakt, er altijd wel weer iets nieuws gebeurt.’
‘Hm, dat kun je nou wel zeggen, maar ik geloof daar niet meer in.’

In een poging het gesprek tot een einde te laten komen, liep ik naar de keuken. Het was een druilerige maandagavond en we hadden net een lange wandeling gemaakt. Nog geen maand geleden hadden we elkaar ontmoet en nu al bleef geen onderwerp onbelicht. Alsof er vanmiddag nog niet genoeg besproken was, dacht ik geïrriteerd. Eenmaal aangekomen in de keuken wist ik niet meer wat ik er ook weer te zoeken had.

‘Wat zullen we eten?’ klonk het vanaf het balkon.

II

Vanochtend was ik in alle vroegte vertrokken naar mijn nieuwe baan. Het postorderbedrijf waar ik aan de slag zou gaan was pas uit de grond gestampt en op zoek geweest naar een manager. We lazen het samen in de krant. Omdat ik al maanden thuiszat had ik - met name omdat zij bleef aandringen - een sollicitatiebrief geschreven. Tot mijn verbazing was ik uitgenodigd voor een gesprek en had ik de baan gekregen.

Zonder te weten wat me te wachten stond raasde ik over de snelweg. Uit de speakers van mijn Saab Combi-Coupé klonk de stem van Paul Simon. ‘You read your Emily Dickinson, and I my Robert Frost.’ Steeds als ik die zin hoorde nam ik me voor om eens op te zoeken wie die twee nou waren geweest. Maar tot op heden was dat er om onduidelijke redenen nog steeds niet van gekomen. Misschien leefden ze zelfs nog wel, dacht ik, al leek me dat niet erg waarschijnlijk. Na ongeveer een half uur draaide ik de snelweg af, en al gauw zag ik een enorme loods op me afkomen. Ik parkeerde mijn Saab dichtbij de ingang van het gebouw. Gekleed in mijn voor de gelegenheid gesteven lichtgrijze overhemd, matzwarte colbertje met bijpassende pantalon en Chelsea boots liep ik op de grote draaideur af. Bij de receptie noemde ik mijn naam en vroeg naar de manager. Maar terwijl ik dit zei, bedacht ik me dat die er natuurlijk niet was, want die rol zou ik zelf gaan vervullen.

‘De manager is er niet,’ grapte de receptioniste alsof ze mijn gedachten kon lezen, terwijl ze ondertussen nonchalant mijn voorkomen keurde. ‘Wel verwacht de directeur u op zijn kantoor. Als u rechtdoor gaat en vervolgens tweemaal linksaf slaat dan ziet u vanzelf kamer 505. Daar moet u zijn.’

Zonder dat het echt tot me doordrong volgde ik de aanwijzingen. Het viel me op dat er alleen even kamernummers waren, en het verbaasde me dan ook dat ik niet veel later inderdaad een bordje zag met kamernummer 505. Voorzichtig klopte ik op de deur, die nog geen seconde later openzwaaide. Met een brede glimlach werd ik ontvangen.

‘Je hebt het gevonden zo te zien?’ bulderde de directeur. Ik herkende hem van het sollicitatiegesprek dat ik nog geen week geleden had gehad. De man was niet fysiek aanwezig geweest, maar vulde desondanks het grootste deel van de ruimte met zijn virtuele aura via een videobelapplicatie.

‘Je kunt direct aan de slag. Op afdeling E is het een chaos en ook achterin bij de lopende banden, sectie C, is genoeg te doen. Ik zou zeggen: succes!’ Hij liet een stilte vallen, maar leek zich toen te bedenken. ‘En, oja, for the time being kun je mijn kamer wel gebruiken. De komende maanden ben ik namelijk op excursie in het buitenland. Azië om precies te zijn.’ Waarbij hij me, terwijl hij zijn laatste woorden uitsprak, een vette knipoog gaf.

III

‘Wat zullen we eten?’ herhaalde ze.
Ik bromde dat er nog eend in de vriezer lag en dat ik die best kon gebruiken. Ik zou er dan ook een smaakvolle bouillon mee kunnen maken voor bij een kom sobanoedels.
‘Dat heb ik nog nooit gegeten. Maar het klinkt erg goed,’ antwoordde ze.

Langzaam begon ik met de voorbereidingen. Ik zette een grillpan op het fornuis en sneed de prei in repen. Vervolgens sneed ik de eend in plakjes van precies acht millimeter en begon ze te grillen. De pan siste toen ik de stukjes eend erin legde. Ik zette het vuur lager en legde de prei naast de eend. Niet veel later haalde ik de ingrediënten er weer uit en bereidde met dashi, sojasaus en mirin een heerlijk geurende bouillon. In twee kommen serveerde ik de noedels, eend en prei met de bouillon. Ik garneerde het geheel met geraspte daikon en stukjes yuzuschil.

We lieten het ons smaken en aten gulzig. Na afloop rookten we samen een sigaret uit haar pakje Vogues. Sinds ik haar kende was ik begonnen met roken, en dat beviel eigenlijk wel goed. Alsof het nooit anders was geweest namen we de dag door. Ze vertelde dat ze de hele dag in de universiteitsbibliotheek aan haar scriptie had zitten werken, waarmee het naar haar zeggen ‘geen millimeter opschoot’. Tijdens de lunchpauze had ze een wandeling gemaakt met een vriendin, zoals ze wel vaker deed. Het kletsen over alledaagse dingen luchtte haar op, en de frisse neus had ze nodig gehad om überhaupt aan de middag te kunnen beginnen.

Ondanks dat de week nog maar net was begonnen, vroeg ik me af of het al bijna weekend was. ‘Ik leef om te werken,’ had een goede vriend ooit tegen me gezegd. Inmiddels was ik hem, misschien wel om diezelfde reden, uit het oog verloren. Maar toch stonden zijn woorden me nog altijd helder voor de geest. Wat een verschillen bestaan er toch tussen mensen, bedacht ik me. Want ook ik wist: zonder werk geen eten en zeker geen vers getapte biertjes. Maar als het even zou kunnen mocht het wat mij betreft ook wel zonder die dagelijkse sleur.

IV

Enkele weken later was ik dan ook weer ontslagen.

‘Het was me niet gegund,’ zei ik, in een poging de boel luchtig te houden. Maar mijn vriendin, want zo was ik haar inmiddels gaan noemen, kon er niet om lachen. Vervolgens poogde ik haar op te vrolijken met een potje pingpong, maar ook dat mislukte hopeloos. Het leek wel of ze er alleen maar onrustiger van werd. Uiteindelijk gingen we vroeg naar bed, waar ze weer wat tot bedaren leek te komen. We vreeën lang en intens - iets waar ik blijkbaar wel goed in was - terwijl Moon Safari van Air op repeat stond.

V

Zoals dat gaat in een nieuwe relatie waren er ook dingen waar ik aan moest wennen. Om wat voorbeelden te geven: haar handdoeken waren keihard, want die waste ze zonder wasverzachter; ze droeg niet iedere dag make-up maar alleen wanneer ze zin had, ‘want anders herkenden mensen haar niet meer zonder’; in haar koelkast stonden nooit koude blikjes frisdrank of bier, of beter gezegd was haar koelkast eigenlijk altijd vrijwel leeg; haar rollen wc-papier lagen in een opengescheurde plastic verpakking op de grond naast de pot; ze zoende me soms zonder tong, wat ze ‘kussen’ noemde; ze aanbad mijn penis, zoals ik dat nog nooit iemand had zien doen, waarbij ze niets gaf om ‘het troepje’, zoals ze sperma noemde; ze was soms uit het niets bang, waarna ze snel onder de dekens verdween ‘om rustig te worden’; en misschien wel het belangrijkste, en tegelijkertijd ook het leukste: ze luisterde naar muziek die ik nog niet kende.

VI

‘Welke dag is het vandaag?’ vroeg ik haar met mijn hoofd nog diep verzonken in mijn kussen.
‘Volgens mij is het vrijdag.’
‘Hoe kon ik dat vergeten? Ik heb vandaag een belangrijke afspraak,’ reageerde ik terwijl ik mijn ogen probeerde te openen.
‘Dat heb je me helemaal niet verteld, wat ga je doen?’
‘O, ik moet nog wat dingen regelen voor mijn nieuwe appartement.’
‘Leuk, wat moet er nog gebeuren?’
In werkelijkheid moest ik met mijn ex-vriendin naar de notaris om ons geregistreerde partnerschap te ontbinden, maar ik had geen zin om het daar nu over te hebben. Dus antwoordde ik: ‘Schilder, Wi-Fi, dat soort dingen.’
‘Wat leuk, ik wil je wel helpen. Mijn moeder zegt altijd dat ik ontzettend handig ben. “Lekker praktisch,” noemt ze dat.’
Ik dacht even na, en antwoordde toen: ‘Dat hoeft niet hoor, ik laat het wel doen, net zo makkelijk.’
Met lichte tegenzin stemde ze in.

We waren even stil.

‘Je vertelde me laatst dat je dacht dat je alles al hebt meegemaakt. Nou, ik weet iets dat je nog niet hebt meegemaakt! Vanochtend liep ik naar de supermarkt omdat ik niks in huis had voor het ontbijt, toen ik mijn beste vriend tegenkwam. Hij vertelde me dat hij gisterenavond zoiets raars had beleefd. Wil je het horen?’
‘Hmhm, ja hoor,’ knikte ik afwezig.
‘Graag of niet.’
‘Ik ben één en al oor,’ loog ik.
‘Het begon toen mijn vriend op straat werd aangesproken door een jongen die hij kende van vroeger, een bekende uit zijn jeugd om het zo maar te zeggen. Na een kort gesprek over en weer, nodigde die jongen hem uit voor een feestje. Omdat hij toch geen andere plannen had stemde mijn vriend in. Nadat hij even naar huis was geweest om zich op te frissen en andere kleding aan te trekken, belde hij aan. Er kwam niemand, dus duwde hij de deur die op een kier stond zelf maar open. Het halletje waar hij instapte werd afgeschermd door twee lange rode velours gordijnen, waarachter een harde beat klonk. Hij hing zijn jas op en opende enigszins op zijn hoede de zware gordijnen.’

Ze stopte even om adem te halen, en ging toen verder.

‘Dit zul je niet geloven, maar mijn vriend vertelde me toen het volgende. In een enorme kamer met een metershoog plafond versierd met allerlei ornamenten, zag hij overal waar hij keek mensen dansen. In een van de hoeken van de kamer flakkerde een kampvuur, maar toch stond de ruimte niet vol rook. Op grote ronde tafels stonden twee dansende beren. Aan het plafond hing een reusachtige discobal. Met open mond keek hij naar de bal met daarop oneindig veel spiegeltjes, waarbij hij een glimp opving van een podium. Hij draaide zijn hoofd ernaartoe, en zag aan weerszijden ervan eveneens de rode velours gordijnen, maar nu vele maten groter. Op het podium zag hij een man op een steeds kleiner wordend fietsje rondjes rijden. Iedere keer als hij dacht dat het fietsje niet kleiner kon, kreeg de man het toch voor elkaar om een nog kleinere versie tevoorschijn te toveren. Hoe kleiner het fietsje, hoe harder het gejoel uit de zaal klonk.’

‘De jongen die mijn vriend had uitgenodigd kwam op hem af en omhelsde hem. Enigszins ongemakkelijk klopte hij hem op zijn rug. ‘Doe alsof je thuis bent! Pak gerust een biertje of iets anders uit de koelkast.’ En terwijl hij naar de hoek met de koelkast wees, liep hij ook alweer verder.’

‘Omdat hij eigenlijk best zin had in een biertje, liep mijn vriend naar de koelkast en pakte een Peroni. Vervolgens baande hij zich een weg door de mensenmassa richting de beren. Hoe dichterbij hij kwam, hoe vreemder hem de situatie voorkwam, onwaarschijnlijk zelfs. Hoe was het mogelijk? Waar was hij beland? Zijn ongeloof was hem blijkbaar aan te zien, want het meisje dat naast hem was komen staan vroeg glimlachend: ‘Je bent zeker nieuw hier?’ ‘Klopt,’ antwoordde hij schamper, waarbij hij oogcontact maakte. Geen normaal oogcontact, bedacht hij zich later. Het viel hem op dat haar ogen oneindig diep leken. Terwijl hij erin verdronk tikte een beschonken Engelsman hem ruw aan. ‘If you touch her, I will touch you,’ lalde hij met een enorm accent. Uit zijn stem en houding viel niet op te maken of het ging om een grap of dat hij serieus was.’

Terwijl ik aanvankelijk met enige tegenzin naar het verhaal had geluisterd, was inmiddels mijn interesse gewekt. Mijn vriendin merkte dit op en ging vlug verder.

‘Richting het einde van de avond probeerden mensen bij het kampvuur indruk op elkaar te maken met party tricks. Na van een afstandje een aantal extreem flexibele gewrichten in actie te hebben gezien, en de meest obscure geluiden te hebben gehoord, merkte mijn vriend op dat de Engelsman richting het kampvuur kwam lopen. Terwijl hij de dollende menigte gadesloeg, begon de Engelsman uit het niets keihard en sarcastisch te lachen, op een haast bezeten manier. Blijkbaar zinden de trucjes hem niet, want hij was in alle staten en schreeuwde boven de muziek uit dat hij ook een goede party trick kende. ‘I can break a neck in about three seconds,’ brulde hij. Alsof het zo moest zijn viel plots de muziek uit. Alle ogen richtten zich op mijn vriend. Waarom op mij, vroeg hij zich af. Op dat moment zag hij de Engelsman met twee handen voor zich uitgestoken op zich afkomen waarna het beeld op zwart ging.’

‘De volgende ochtend werd hij wakker in een ruimte die hij niet kende. Toen hij beter om zich heen keek, zag hij dat hij zich in een ziekenhuis bevond. Hij wilde met zijn handen de slaap uit zijn gezicht wrijven, maar merkte dat er iets anders was dan anders. Hij keek eens goed en zag dat het niet zijn eigen handen waren. Onmiddellijk sloeg hij de dekens van zich af en inspecteerde de rest van zijn lichaam, dat hij ook niet als zijn eigen herkende. Vlug stond hij op om in de spiegel te kijken. Hij zag dat hij nog wel zijn eigen gezicht had, maar de rest van zijn lijf, vanaf zijn nek tot aan zijn tenen, was vervangen door het lichaam van iemand anders. Bij de artsenvisite probeerde hij na te gaan hoe dit precies zat. De plastisch chirurgen deden alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, en ook de verpleegkundigen die hem hielpen lieten niets merken. Het leek wel alsof het nauwelijks zichtbaar was wat er was gebeurd, zo knap was het gedaan, terwijl hij ervan overtuigd was dat dit ’s werelds eerste full body transplantatie moest zijn geweest.’

‘Mijn vriend heeft me vanochtend zelfs zijn penis laten zien, en inderdaad, die leek totaal niet op hoe hij er eerst uitzag,’ besloot ze het verhaal.

Ondanks dat ik wist dat dit verhaal niet was verzonnen, zei ik tegen mijn vriendin: ‘Geloof je dit nou allemaal echt? Wat een onzin.’

VII

Af en toe leek het net of ik in een film was beland. De ene dag was nog onwerkelijker dan de andere. We achtbaanden ons een weg door de weken, waarbij we geen moment tot stilstand leken te komen. De intensiteit weerspiegelde zich in momenten van hevig genot, die zich afwisselden met zogenaamde ‘onrustige’ momenten, waarop ik me afvroeg wat er toch voor zorgde dat er zo’n spanning tussen ons ontstond.

Op een ochtend namen we in alle vroegte de bus. Ze vertelde me dat ze deze lijn wel vaker nam omdat die haar afzette aan het begin van haar favoriete wandeling. Nadat we de heuvel hadden beklommen en ook weer waren afgedaald, wachtte ons een welverdiende kop koffie. Deze dronken we zwart, waarbij iedere slok ons nieuwe kracht gaf. Hierna hadden we nog geen plannen, dus besloten we naar het dichtstbijzijnde stadje te lopen. We streken neer op een terras, en vermaakten ons, onder het genot van meerdere vers geshakete cocktails, met alles wat er om ons heen gebeurde. In de namiddag, in de ondergaande zon, speelden we badminton op straat alsof ons leven ervan afhing. Hierna aten we in een Pools restaurant, waar we allebei kozen voor een huisgemaakte schnitzel met aardappeldumplings. De maaltijd was veel te riant, waardoor we er de volgende dag nogmaals van hadden kunnen eten.

Ik voelde iets door mijn aderen gieren, waarvan ik niet wist wat het precies was. Maar gaandeweg begon ik te geloven dat ik inderdaad nog niet alles had meegemaakt.

VIII

Op de terugweg merkte ik dat er iets niet in de haak was. Ik probeerde dat gevoel te onderdrukken, maar zoals dat gaat maakt een kat in het nauw rare sprongen. Wanhopig probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was, maar mijn vragen leken averechts te werken. Toen we bijna thuis waren vertelde ze me dat ze die avond liever alleen wilde zijn. Op dat moment wist ik eigenlijk al dat ik haar nooit meer zou zien.

‘Jullie zijn met elkaar mee gaan trillen, als twee snaren van een muziekinstrument,’ analyseerde een vriend van me later. ‘En zoiets kan twee kanten op gaan.’ Twee kanten op gaan? Wat had hij daarmee bedoeld?

Na enige tijd begon er iets te dagen.

IX

Zo plots als ze in mijn leven was verschenen, was ze er ook weer uit verdwenen. Ik ging bij haar vriendinnen na waar ze naartoe kon zijn gegaan. ‘Waarschijnlijk naar haar ouders,’ zeiden ze. ‘Dat doet ze wel vaker als ze het even niet meer weet.’

Het even niet meer weet? Wat niet meer weet? Ik was in de war en wat ik ook probeerde, ik kreeg geen contact meer met haar. Allerlei vragen speelden door mijn hoofd. Waar was het mis gegaan? Had ik dit kunnen voorzien? Of anders kunnen aanpakken? Of had ik eigenlijk altijd al geweten dat het zo zou lopen?

Ik overwoog om haar met mijn Combi-Coupé op te zoeken, maar realiseerde me dat er vast een goede reden was dat ze het contact had verbroken. Hoe moeilijk het ook was, ik zou het ermee moeten doen. Ondanks dat ze plotseling was verdwenen, voelde ik heel sterk dat ik voor altijd een deel van haar met me mee zou dragen. En terwijl ik dit dacht, vroeg ik me af of dat andersom ook zo zou zijn.

Opeens herinnerde ik me dat mijn vader tijdens mijn middelbareschooltijd een aantal keer per jaar een handgeschreven brief kreeg. Ik had hem ooit horen zeggen dat de brieven van een vrouw afkomstig waren die verliefd op hem was geweest. Het feit dat zij hem nog steeds schreef baarde mij als scholier wel eens zorgen. Al stelde het me gerust dat mijn moeder ook van haar bestaan afwist. Ik had nooit begrepen waarom die vrouw zoveel jaar na dato nog altijd verwoede pogingen deed om mijn vader te veroveren. Nu besefte ik dat dit wellicht niet de reden van haar schrijven was geweest, maar dat er ook andere motieven bestonden.

Zou dat ook de manier zijn waarop ik met mijn vriendin verbonden zou blijven? Of zou het bij ons anders lopen?

Epiloog

Jaren later ontmoette ik op een middag een man in het park bij mij om de hoek. We raakten aan de praat en voordat ik het doorhad vertelde ik hem het hele verhaal van mij en mijn vriendin. Ik herinner me niet meer de precieze formulering van zijn woorden, maar hij vertelde me dat sommige mensen met elkaar verbonden raken en elkaar niet meer los kunnen laten. Hij had het over een denkbeeldige draad. Ik weet nog dat hij iets vertelde over dikke en dunne draadjes. En dat het er volgens hem om ging hoe je met dat draadje omgaat. Blijf je vechten om het te verbranden, of laat je het bestaan?

Toen ik eenmaal weer thuis was legde ik Bruised Orange op mijn pick-up. Met licht raspende stem zong John Prine: ‘That’s the way that the world goes ‘round’, terwijl ik ondertussen het gesprek met de man in het park door mijn gedachten liet gaan.

Inderdaad, dacht ik, wat je ook met het draadje deed, de uitkomst kon best wel eens hetzelfde zijn. En ondertussen draait de wereld gewoon haar rondjes.


Jozef W. Boom
Nijmegen, februari - oktober 2021