dinsdag 16 augustus 2022

Waar wil je zijn: onder of boven de wolken?

Daniël Franck over 'Onder wolken', het debuut van Sarah Michaux

Wolken zijn in de poëzie een gevaarlijk thema. Je verbindt ze bijna automatisch met het dromerige romantische beeld van de dichter dat slechts moeizaam is uit te bannen. Bovendien hebben we al ‘De wolken’ van Nijhoff. Het motto van Herman Hesse wijst echter uit waar het Sarah Michaux om te doen is: wolken als symbool van zwerven, zoeken, verlangen en heimwee en als een grens tussen tijd en eeuwigheid. Bovendien heeft Sarah Michaux grotere ambities: ze wil de ganse kosmos vatten. Niettemin is ‘onder wolken’ onze wereld, de wereld van de schilder, de machinist, de wachter, de reiziger (de cycli van deze bundel).

Op de flap lees je “Ze zoekt in haar werk naar een schittering die een fundamentele leegte kan verlichten.” En vervolgens lees je dan de perfecte illustratie daarvan in dit gedicht:

            Ik geloof dat het begon in water.

In heel het heelal was er nooit iets dat zo elektrisch was.

 

Het begin was zo buitensporig eenzaam

dat het nog miljarden jaren duren zou

tot iemand zich kon inbeelden hoe alleen dat geweest moet zijn:

enig leven in tijdloze tuimelingen van aarde.

 

Ik geloof dat het begon in een waterwoestijn,

een plek waar eenzaamheid voelbaar werd in elke cel.

Een gedicht dat bol staat van spanning en ontroering. In deze bundel is de juiste balans er evenwel niet altijd. Daar heb je dus debuten voor. ‘Onder wolken’ dient dan ook vooral gezien als een vertrekpunt, als een kans om verder te groeien. Alleszins is met Sarah Michaux een belofte opgestaan. Deze bundel opent zich vooral voor wie wil meestappen in een wat vaag gebleven idee van kosmos en onze verhouding ertoe. Bij deze schrijfster leidt dat vooral tot gevoelens van eenzaamheid en verlatenheid, af te leiden uit zacht filosofische teksten.

De eerste cyclus ‘Onder wolken’ is formeel poëtisch de interessantste. Deze gedichten zijn immers opgebouwd uit haiku-strofen, al vormen ze wel een doorlopend verhaal. We maken daarin ook kennis met de dichter zelf:

ze wil weten hoe

het voelt om net als jij een

zin te ontdekken

Deze cyclus lijkt ook de thema’s samen te vatten, want hier stuiten we meteen op een schilder, een machine en een reiziger. Met versregels als onder wolken kraakt / een machine van roestpijn toont Sarah Michaux wel aan over de juiste poëtische stem te beschikken. In de rest van de bundel legt ze zichzelf geen regels meer op en voert zij vooral een parlando toon. We komen alleen nog een knipoog naar Jan Engelman tegen.

‘De schilder’ is een best aangrijpende cyclus met weerkerende en uitgediepte thema’s. We nemen samen met pioniers bezit van een land. Nadat een onbestemd wezen zijn intrede heeft gedaan, zijn de epigonen van het verhaal de richting kwijt, tot een schilder komt en de wereld vorm en inhoud geeft.

            Toen de schilder de wereld voor ons openbrak,
            konden we de koorden waarmee we ons vastklampten,
            vieren en dansen met onze voeten op de grond.

            Het wezen dat ons deed ontwaken, kreeg vele namen
            en werd zo steeds lichter. Eindelijk voelden we

            hoe dun onze huid moet zijn
            zodat vleugels uit onze huid scheuren,
            wij kunnen openklappen, verder reiken dan dit moment.

‘De machinist’ vangt aan met vraag en antwoord, alsof er een machine bestaat waar je vraagjes in kunt stoppen waarna er een pasklaar antwoord uit komt rollen. In de vier delen van ‘De gedachtemachine’ past ze een interessant procedé toe: het gedicht wordt onderaan telkens aangevuld door een aanvullende of tegengedachte. Deze cyclus bestaat vooral uit zoekende gedichten, zowel naar vorm als naar inhoud, alsof die eerste strofe moest worden bestendigd:

Manieren van kijken hangen in de lucht aan koorden van staal.

Ze worden nooit helder. We klimmen steeds hoger en steken met een lucifer

de kaarsen aan van een avond die steeds vager wordt.

Met het aantreden van de machines, lijkt de mens uit beeld te worden geduwd, want Hoe erg ik ook mijn best doe, / ik kan me de oneindigheid niet voorstellen. Machines ontmenselijken ons:


machine zijn is de kleur van bloemen niet zien, is de kleur van bloemen kunnen/

berekenen, beslissen of de kleur bovengemiddeld mooi is, is bloemen niet kunnen/

drogen in een boek, is niet geprogrammeerd zijn om bloemen te drogen in een boek

‘De wachter’ gaat een stap verder. De zintuigen worden nu gericht op de kosmos, wachtend op een teken van leven. Hier hanteert Sarah Michaux teksten die nagenoeg letterlijk expliciteren, bijvoorbeeld de Kuipergordel, de Oortwolk, een kometenregistratiegebouw in de woestijn of het leven van satellieten. Misschien daarom dat de menselijke stem die zich ertussen wringt ook durft te ontsporen, zoals in een gedicht waarin kosmisch ijs op een lijn wordt geplaatst met ijssmaken. Dit is niet haar sterkste moment.

‘De reiziger’ begint met een lang programmatisch gedicht, waarin de reiziger de vier elementen trotseert om naar het woud in het midden te gaan om er te worden als de dieren die er leven. Daar droomt hij. Pas in die verlorenheid vindt de reiziger de moed om zelf in het leven te staan. In het openingsgedicht wordt geciteerd uit het Gilgamesj epos. Hierdoor aangespoord durft ze poëtisch een stapje verder te gaan:

            ik wil de kleur vangen die leeft in de onderwatergrassen
            ik wil voelen hoe mijn haren waterwaaien

De cyclus eindigt met een loutering en met een terugkeer onder de wolken:

waar gaan we naartoe?, vraag ik aan een medereiziger,

hij zegt: naar de maan, naar neptunus, naar nog verder,

kijken vanuit de verte naar de plastic koralen

in het lunapark van de aardse mensen

 

ik lach en denk: er is geen andere oever voor ons,

zelfs niet daar, ver boven de wolken (…)

Dit is geen vlekkeloze bundel en te veel gedichten blijven ook op een abstract niveau hangen, maar Sarah Michaux laat alleszins voldoende goeds horen om uit te kijken naar een vervolg.

 

© Daniel Franck


Onder wolken
– Sarah Michaux– uitgeverij P, Leuven, 2021 ISBN 978 94 93138 41 4

Website Sarah Michaux 
Sarah Michaux bij Uitgeverij P


 

maandag 8 augustus 2022

Beminde - Achilles M. Surinx

Bij het gelijknamige boek van Toni Morrison

Jij bent mij mooier dan de zon.
Jij bent mijn levend licht,
mijn warmte, mijn tegenwicht.
Jij bent mij zachter dan zijde.
Jij bent het die mijn naaktheid
dekt. Jij bent mijn muziek,
mijn stilte, mijn slaap, mijn droom.
 
Jij bent mij zwarter dan de nacht.
Jij bent mijn vlammende vloek,
mijn dodenkar, die wakker wacht.
Jij bent mij heter dan het vuur.
Jij bent het die mijn ijzeren handen
smeedt. Jij bent mijn verre land,
mijn storm, mijn stof, mijn as.
 
Jij bent mij dichter dan de dood.
Jij bent mijn vroomste brood,
mijn bestaan, mijn wilde waterval.
Jij bent mijn glinsterend kristal.
Jij bent het die mijn twijfels
breekt. Jij bent mijn eeuwige echo:
mijn vrees, mijn hoop, mijn zijn !


© Achilles M. Surinx  
Leeskring Lectura


zaterdag 16 juli 2022

Zeef Poëzieprijs-Editie 3

De "Zeef Poëzieprijs" is aan haar 3° editie toe! De prijs is en blijft één van de interessantste poëzieprijzen voor debutanten! En Uitgeverij De Zeef een bijzonder publicatieforum voor 'beginnende' dichters.
Winnaars van Editie 1 en 2 waren  Mahlu Mertens ('Ik tape je een bed') en Kenneth Swaenen ('Witte Dwergen').

Bezoek www.uitgeverijdezeef.be om je in te schrijven voor deze poëziewedstrijd.

Het reglement

Je bundel inzenden voor de 3de Zeef Poëzieprijs.

1) De winnaar ontvangt 500 euro en de bundel zal worden uitgegeven door uitgeverij De Zeef. Deze 2 beloningen kunnen niet van elkaar losgekoppeld worden.

De Zeef-poëzieprijs staat alleen open voor debutanten.

2) Uitgeverij De Zeef is een erkende, onafhankelijke uitgeverij met universele contracten. Uitgeverij De Zeef werkt nauw samen met uitgeverij P.

3) Dichters die al deelnamen aan de eerste of tweede Zeef Poëzieprijs, mogen opnieuw inzenden.

4) De ingezonden bundels zullen ten minste 30 gedichten moeten tellen. De bundel mag gedichten bevatten die al werden gepubliceerd in tijdschriften.

5) Uiterste inzenddatum: 1 augustus 2022, maar je kan al vanaf nu inzenden. Als je bundel voldoende kwaliteit heeft om mee te dingen zal je naam al vermeld worden op onze site. Je komt dan op een shortlist van mogelijke winnaars.

6) Mocht het peil van de inzendingen heel hoog zijn, dan kan het dat behalve de winnaar nog andere dichters in aanmerking komen voor uitgave. Anderzijds kan het ook dat de prijs niet wordt toegekend.

7) Inzenden kan alleen digitaal. Mailadres: info@uitgeverijdezeef.be

8) Vermeld in je mail ook uitgebreid wie je bent en waar je woont.

Bezoek ook www.uitgeverijdezeef.be

 

 


 

vrijdag 15 juli 2022

De sublieme somberman Remco Campert

(Kleine hommage aan Remco Campert van Hendrik Carette

De grote Drie van de Nederlandse poëzie zijn volgens mij Jacques Hamelink, Herman Hendrik ter Balkt en H.C. ten Berge, maar daarvoor waren er toch ook nog Adriaan Roland Holst, Hendrik Marsman en Jan Slauerhoff. En achter deze twee beroemde trio’s zweeft de schim van Remco Campert. Wat was ik fier en trots toen in hij in 1975 of 1976 in zijn tijdschrift Gedicht (uitgegeven door De Bezige Bij, waarvan hij de enige redacteur was) gedichten van mij opnam.

Ik was toen amper dertig jaar oud. Campert publiceerde drie gedichten van mij in dit tijdschrift (het was nummer zes en het waren mijn drie eerste Friesland-gedichten die voordien werden geweigerd door Dietsche Warande & Belfort!) waarvan er maar twaalf nummers hebben bestaan. En niet zozeer uit ijdelheid maar omdat dit feit voor mij een persoonlijke bevestiging was of een bewijs dat ik altijd maar gedichten moest schrijven. Altijd maar. Want hij was de enige redacteur van dit unieke tijdschrift.

Zoals hij de woorden altijd maar liet voorkomen in zijn prachtig en triest gedicht ‘Lamento’ dat hij zo goed zèlf kon voorlezen. Zonder stemverheffing, zonder literaire pose. Zonder enige valse sentimentaliteit, zonder hoogdravendheid. Met gevoel voor timing en met zijn heel eigen stem. Licht sardonisch en altijd maar en sourdine. Een groot dichter in zijn kleine open cocon. En deze twee laatste woorden zijn zijn woorden.

© Hendrik Carette
Schaarbeek, Zondag 10 juli 2022

Hendrik Carette op de Schaal van Digther



I.M. Remco Campert


woensdag 6 juli 2022

Tifosi in alle vormen, maten en kleuren

Recensie van ‘Tifosi’ van Guy van Hoof. (Paul Rigolle) 

Even een overweging ter inleiding! Nee, ik hou niet van het predikaat “wielerdichters”. Er zijn nu eenmaal goeie wielergedichten en er zijn lang niet geslaagde, zelfs kompleet mislukte wielergedichten. Net zomin hou ik van, noem het maar, termen als “natuurdichters”, “taaldichters”, “belijdenisdichters”, “slamdichters”,“jazzdichters” of godbetert “doemdichters”… Want ook hier kunnen we het uiteindelijk enkel hebben over dichters die gedichten schrijven die een bepaald onderwerp aanraken en daarbij ook kwaliteit en matigheid met elkaar laten afwisselen. 

Ik begrijp dat het soms behelpen is en mensen hun toevlucht nemen tot dit soort beperkende omschrijvingen. Maar wat mij betreft – hier volgt een statement! - zijn er enkel gedichten – één voor één gemaakt van intensiteit en taal - waarvan ik hou en gedichten waar ik niet van hou omdat ze bij mij eenvoudigweg niets weten los te maken. Te veel of te weinig glazuur… Te veel of te weinig ijzer... Té opgepoetst of al te blinkend aangekleed in hun doorzichtigheid. 

In ‘Tifosi’, de nieuwste bundel van Guy van Hoof staan drieëndertig gedichten. En ze gaan één voor één over wielrennen. Maar netzogoed gaan ze, zoals het hoort, over de dichter die zijn taal en zichzelf au sérieux neemt. Een voorbeeld: 

Voor een dag 

Vanaf je bank in de woonkamer
bekijk je het groen van uitpuilende landschappen,
knotwilgen en landerijen
terwijl ergens kolossen tegen de grond gaan
en hun ribben breken of een sleutelbeen
maar voor je het verwacht weer op hun fiets zitten
soms aangereden door een volgauto of motard
en anderen gaan kopje over en belanden in
de groene gracht. Wie wil er nu geen held zijn,
al is het maar voor één dag,
een hele natie laten dromen, de hoop
van vele politici 

© Guy van Hoof

In deze reeks wielergedichten baseert Guy van Hoof zijn poëtische reis op zijn eigen queeste doorheen al die jaren dat hij als volger van nabij geboeid is geraakt door het wielrennen en het fietsen als een mogelijke daad van identiteitsbepaling. Er worden cols beklommen (Colle delle finestre, Marmolada…), er is applaus en er zijn de ‘Tifosi’ uit de titel van zijn bundel, waarmee uiteraard heel mooi in het Italiaans de fans worden bedoeld. Voorts wordt er uitgebreid over winst en verlies beslist, er wordt gestorven op de fiets, er worden rekeningen gepresenteerd en altijd weer is de slotsom “Het is niet altijd wat je ziet”, zoals ook de titel van een van zijn gedichten luidt. (“Sport is een mythe, men ziet niet alijd/wat de ogen waarnemen…”) 

In zijn uitleiding op de bundel (“Uitrijden. Uitgereden”) verduidelijkt Guy van Hoof voor ons nog ’s waarom hij zo graag (als een halve buitenstaander) naar het wielrennen kijkt en waarom hij niet zonder de nodige zin voor heroïek als de jongen van toen terugblikt op zijn oude helden. Om zich blijvend de aanblik van die fabelachtige fiets van Stan Ockers te herinneren, schrijft van Hoof wielergedichten en blijft hij die schrijven: 

“In mijn archief, een map met krantenknipsels, zit de foto van een renner met open mond die brult als een kind dat op de knieën is gevallen. Het onderschrift vat goed een stukje wielrennen samen: 39ste Ronde van Spanje. Donderdag kwam het op een paar kilometer van de aankomst in Valladolid tot enkele valpartijen. Bij de slachtoffers onder meer de Spanjaard Jaime Salva. In de buurt van de tribunes schreeuwde de brave Salva luidkeels zijn miserie uit. Een bloedstollend beeld. Hoe zou het nu zijn met die brave pechvogel, heeft hij nog de moed gehad om het wielrennen te volgen? Wielrennen is een gedicht op de fiets. En op dit ogenblik hoor ik een commentator in een filosofische bui zeggen: Het is bijna nooit wat je denkt dat het is. Dat zou best zo maar eens kunnen.” (pagina 46). 

Nee, Guy van Hoof mag dan in ‘Tifosi’ gedichten samenbrengen die hij schreef over en naar aanleiding van ‘de koers’, een wielerdichter noem ik hem niet. Daarvoor is hij te veel een dichter die ook wielergedichten schrijft. Getuige daarvan waren ook zijn laatst, beide in 2019, verschenen ‘reguliere’ bundels 'Het licht achter de deur' en 'De man die (altijd) terug kwam’ die niet minder dan 35 jazzgedichten bevatte. 

Als cinéfiel en bovendien (als inleider en essayist) ook een verregaande passie koesterend voor alles wat met plastische kunst te maken heeft, schrijft van Hoof poëzie door het leven en de muziek van de wereld getekend. In ‘Het licht achter de deur’ staat ter illustratie navolgend gedicht: 

De oorsprong van de taal 

De nacht is een paarse spiegel
die lacht en leugens verzint en je ogen stukbijt,
beelden verzwijgen de waarheid
en verwijzen naar ooit en toen.

De eerste letters die we schreven
alle dagen in een andere taal
en we sliepen niet
want de tijd wordt te duur betaald.

Licht straalde uit de kruin van onaardse bomen
en daar lag de stad met duizend namen en gezichten,
geven en nemen, vergeten, drinken, verdrinken,
de stukken aan mekaar lijmen
en God als een pocket in je jaszak meenemen
naast Jack Kerouac.

© Guy van Hoof

(Uit: ‘Het licht achter de deur’, p41)

Ondertussen is het volop zomer en komt vandaag de vijfde rit van de Tour de France #editie2022 aan in Arenberg, middenin ‘de Hel van het Noorden’, een magisch oord voor wieleradepten. De tifosi houden zich vandaag in alle vormen, maten en kleuren al van in de vroege ochtend klaar. Misschien heeft Guy van Hoof wel gelijk en is wielrennen – zeker op dagen als vandaag - wel degelijk niets minder dan een gedicht op de fiets.

© Paul Rigolle
(woensdag 6 juli 2022) 


Tifosi
, Guy van Hoof, Uitgeverij C. de Vries-Brouwers/Antwerpen-Rotterdam, 2021, ISBN 978 90 6174 121 3, 48 pagina’s 

Extern:
Website Guy van Hoof 
Uitgeverij C. de Vries-Brouwers
Wikipedia-pagina Guy van Hoof

 #wielergedichten #guyvanhoof #tifosi