woensdag 1 maart 2023

Ik ben maar ik kan niet zijn

Hommage aan Velimir Lobsang
door Alain Delmotte

Vorig jaar in november werd de dichter Velimir Lobsang (1962-2017) herdacht. Naar aanleiding hiervan verscheen een uitgave in eigen beheer waarin een aantal van zijn gedichten werden verzameld onder de symptomatische titel ‘Het weggaan blijft mijn thuis’. Het bundeltje werd toegewijd samengesteld door zijn levenspartner Hedwig Verbeeck.

Zoek niet: in literaire of poëtische overzichten valt zijn naam nergens. Hij is ook niet in canoniserende bloemlezingen te vinden. Lobsang distantieerde zich van het literaire bedrijf. Hij wantrouwde hiërachieën, reputaties, poses, instituties, adviescommisies en vedettencultus. In gesprekken had hij daar soms harde woorden voor. Het was hem onvoorwaardelijk en vurig om de poëzie te doen, om de ongerepte loyaliteit ten aanzien van het Woord.

Enkele van zijn teksten overleven in publieke ruimtes. Bijvoorbeeld in Edegem (waar hij woonde) lezen we op een muur het gedicht "begrijpend woord" (via Facebook)

Op de natuurbegraafplaats Isaekshoef te Rekem staan maasgrindblokken waarop in een werk van Paul Hermans een tekst van Lobsang is terug terug te vinden.

 

Gedicht Velimir Lobsang - Werk van Paul Hermans

Verder kwamen enkele gedichten van hem in tijdschriften terecht. Zo onder meer in het tijdschrift dat ik mee hielp redigeren ‘Facture Baroque’. In nummer 10 - 1998 (waarin vier debutanten het woord werd gegeven en door een ‘erkend’ dichter werden ingeleid) werden zes gedichten opgenomen. Claude van de Berge (van wie Velimir een vriend en bewonderaar was) stelde hem voor. In 1999 gaf hij een op 65 exemplaren eigenhandig gemaakt boekje uit onder de titel ‘Aanspoelend licht’. Postuum verschijnt dus ‘Het weggaan blijft mijn thuis’. In zekere zin zijn enige publicatie in reguliere boekvorm.

Velimir Lobsang is uiteraard een schuilnaam. Zijn echte naam was Johan Vermariën. ‘Velimir’ verwijst naar de Russische en controversiële klankdichter Chlebnikov. Het woord ‘Lobsang’ zou van Tibetaanse oorsprong zijn en zou zoiets als ‘heilzame studie’ betekenen. In zijn pseudoniem vinden we elementen van zijn poëtica terug: het woord als klankruimte en de spirituele queeste.

Wanneer ik voor het eerst contact met Johan heb gehad, kan ik mij niet meer herinneren. We zagen elkaar zeer sporadisch. Hij was bijzonder enthousiast over Facture Baroque en bij de voorstelling van mijn dichtbundels was hij vaak aanwezig. Elke ontmoeting met hem was zoiets als een vurige ontmoeting met de poëzie zelf. Zelden heb ik iemand aangetroffen die zo strijdlustig (want dat is echt wel het passende woord) over poëzie kon praten en met poëzie aan de slag ging.


Op een keer vertelde hij me dat er autisme bij hem was vastgesteld. Dat verbaasde me want ik had daar nooit iets van gemerkt. Beroepshalve begeleidde ik wel eens personen met autismespectrumstoornissen (zij het gecombineerd met een verstandelijke beperking) en ik herkende daarvan niets in Johan. Maar ik weet dat het maken van een definitieve diagnose als het over autisme gaat bijzonder ingewikkeld is en veel tijd en expertise vergt.

Ik heb pas later (en veel te laat) begrepen hoezeer hij onder dat autisme leed, al sprak hij er zonder complexen over. Hij sloot zich ook bewust aan bij verenigingen die rond autisme werkzaam waren. Hij deed actief mee aan lezingen en tentoonstellingen die dergelijke verenigingen organiseerden. Overigens was hij werkzaam als bibliothecaris van het Middelheimmuseum. Het plastische was hem dus niet vreemd. En het kalligrafische element in zijn poëzie heeft zijn belang. Hij had eigengereide, niet commerciële muzikale keuzes. Hij overhandigde me wel eens een CD waarop zijn voorkeuren te horen waren.

In oktober 2017 zag ik hem voor het laatst. Toen hij afscheid nam, had ik het gevoel dat er iets onuitgesproken was gebleven. Een maand later vernam ik totaal verbouwereerd dat hij voor euthanasie had gekozen. Hij had daarvoor blijkbaar ettelijke jaren aan procedures moeten voor ondergaan. Zijn psychisch lijden moet vreselijk geweest zijn. Meer dan ik mij kan inbeelden. Hierbij een prangend openbaar gesprek waarin hij het heeft over zijn moeilijkheden en waarom voor hem euthansie een mogelijke verlossing was. https://www.vonkeleenluisterendhuis.be/woord-en-beeld/  (scroll even naar beneden tot aan ‘portret van Johan). In dit gesprek bekent Johan o.m. hoe moeilijk het schrijven was geworden. In het boekje werden een paar bladzijden van zijn notities overgenomen. Ze geven blijk van ongeordendheid en van kritische en linguïstische twijfels.

Ik noemde de titel van de recente publicatie ‘Het weggaan blijft mijn thuis’ symptomatisch omdat de titel passend de hem innerlijke, getormenteerde onrust typeert. ‘Ik ben/maar ik kan niet zijn’ lezen we.

angst is mijn naam
kijk niet naar me

ik leef
naast mijn voetstap

naast de rand van het ravijn
naast de dood
naast het leven


Hij wou weg: mentaal en dus blijkbaar ook fysiek. Net als André Breton was het leven voor hem onaanvaardbaar. Zocht hij in de poëzie een compensatie, een ander leven voor dit leven? Ik vermoed het. Maar anders dan bij Breton die naar het woord van Rimbaud ‘il faut changer la vie’, de wereld radikaal wou veranderen langs de omweg van een marxistisch geïnspireerde revolutie waarbij het surrealisme/de poëzie een doorslaggevend element moest zijn, zocht Johan een uitweg via de poëzie naar het spirituele toe.

Hij wou die uitweg, die tocht fysiek verwezenlijken. Maar net als de werkelijkheid die hem veel te veel was (het was een labyrint, een impasse), was ook de werkelijkheid van de woorden hem te nauw. Hij stelde vast dat de taal niet in staat was, om integraal ‘het verlangen naar verte’ uit te spreken. Zelfverwezenlijking stond de taal hem niet toe. Op zijn manier ging hij op zoek naar een nieuw lexicon voor de taal die zoveel mogelijk van de geijkte retoriek moest losstaan en zelfs van een lexicon kon worden losgekoppeld. Dat laatste deed zich bijvoorbeeld voor als glossalie. Klankpoëzie - zoals Chlebnikov die zich voorstelde (https://sites.bu.edu/russian-poetry/biography-velimir-khlebnikov/). We vinden het ook bij die andere notoir gekwelde Antonin Artaud terug.

In volgend filmpje hoor je één van die in beeld gebrachte glossalie-gedichten: https://ooteoote.nl/2018/01/poetry-in-motion-128-velimir-lobsang-balliwamta/

En verder vind je hier op you tube en ook hier nog een aantal klankgedichten.

In het gedicht ‘Ars poëtica’ formuleert hij zijn dichterschap op deze wijze:

de dichter
is noodzakelijk
een ontdekkingsreiziger in de taal
een nomade

(hij ) zwerft
doorheen de resonantieruimten van het woord

(…) woordmagiër
tot op het bot

Hiermee beschouwde hij zich niet als een belijdend maar als een bezwerend dichter. Woordmagiër: poëzie had voor hem iets sjamanistisch. Zijn gedichten hebben een ritueel karakter. Ze passen een ingebeelde ritus in of de gedichten zijn die ritus zelf. In het gedicht ‘joekagir’ staat:

De sjamaan roept
zijn dorp van vuur
in echo’s samen.

(Joekagir is een plek in Siberië waar de plaatselijke bevolking er nog sjamanistische gebruiken op nahoudt: https://www.indigenous.ru/english/people/e_yuka.htm )

Wat zijn die echo’s? De klanken van de woorden, de signalen van een verte en van het niet-zijn? In dit verband omschreef Van de Berge in zijn inleiding dit poëtisch proces als volgt: ‘De poëzie lijkt nog slechts als vorm van verbanning te bestaan. Niet het exil van Perse, zelfs niet de luxe van een Hölderliniaanse toren, maar de absolute, onvoorwaardelijke verbanning tot een niet-zijn. En opeens is dit de poëzie. Het woord van het niet-zijn. Het woord dat tot zichzelf spreekt. Opeens doemt een openheid op: medium zijn van het niet-zijn.’

Het resulteerde in een uitgeloogde poëzie, ontlast van het gewicht van een ‘ik’. Naar geestelijke zuiverheid strevende gedichten. Naar het zijn van een niet-zijn. Een weg naar de dood. Voor deze vrijwillige banneling was blijkbaar de dood het enige mogelijke licht:

Achter een onafwendbaar masker
van prevelingen
schenkt de dood
bronnen van klaarte

Woorden als sporen van niet-zijn. Dit is het dus wat een dichter achterlaat, achter zich laat: ‘een masker van prevelingen’.

© Alain Delmotte


De bundel ‘het weggaan blijft mijn thuis’ is te verkrijgen via hedwigverbeeck@hotmail.com
Morgen publiceren we op de Schaal van Digther drie gedichten uit de bundel.


 






 
 


dinsdag 21 februari 2023

Tussen Zadel en Zand (3/3) - Joris Denoo


Thuiskomen


In haar tuin ligt een verloren tennisbal.
Vroeger had zij geschreven: hun tuin.
Er is bijna niemand meer om die op te rapen,
iets te roepen en wellicht terug te gooien

naar de buren die ook al uitgebloeid zijn
wat thuisblijvend nageslacht betreft.
Maar wat doet die tennisbal hier dan?
Misschien komt hij wel van heel ver.

Dat balletje drukt haar met haar neus
tegen het venster van een eeuwigheid.
Dagenlang blijft zij haar beste kleren dragen.
Zij mist het kind met al zijn vragen.

Is dat een ace daar in de tuin?


De boom en de wind


Zij hing in de Boom der Kennis te bungelen.
Een zucht van oostenwind streelde de stam,
maar niet de takken die haar kraak en net
gevangen hielden in hun röntgengreep.
Zij had opgehouden te bestaan.

De Boom stond er tegen Beter Weten in.
Hij wou die Mens helemaal niet schorsen.
Jaarringen, ja, maar geen strakke strik
om het vlees waar het lijf het dunst is
en de stamboom het bestaat op te houden.

Toen men ter plekke afstapte
(drie, vier beroepen uit de levende wereld)
en scherper toekeek, bijgestaan door instrumenten,
ontdekte men geen oorzaak.

Tot er eindelijk iemand naar omhoog keek:
de Boom had al zijn bladeren losgelaten.

Oostenwind, weet je wel.



Mum


De eenheid van tijd is ogenblik.
Zie rimpel na rimpel die ons
ouder opvouwt en vroeg
of laat als rommel opbergt.

De eenheid van tijd is mum.
Zie de vouw die verweert
tot ze litteken wordt en
tijd voorgoed op de tocht zet.

De eenheid van tijd is fractie.
Zie de barst die verwordt
tot de kloof die bewijst dat niets
nog bijeen hoort als voorheen.

De eenheid van tijd is flits.
Zie de breuk die herleidt, voel
de schroeiplek die brandt en hoe
spijt schilfer na schilfer afsplijt.

De eenheid van tijd is tel.
Zie de komma, de hort en de stoot.
Zie de vrouw die veroudert,
zie de man die verandert.

Zonde van elke seconde.


Zwaartekracht


De stad slaapt. Alles is rustig.
Een rat met zachte vacht vlucht
voor het schijnsel van de nachtwacht.
In alkoven snurken burgers.
Langzaam draait de aarde rond:
blauwe bol, open riool, vergaarbak
van gerochel, kanker en vulkanen.

Vrede op het plein. Niets beweegt.
Een oude straathond spert zijn muil
en jankt zijn blues tot op het bot.
Een man verdrinkt in kwijl en kommer.
De maan beveelt de zee, de vrouwen.
In hun dromen zit hun mond vol slijk
en drijven lijkjes op de golven.

Zwaartekracht balt onrust samen.
Het gebinte op de appelzolder kraakt.
De splijtstof in de navel sluimert.
De kleine Newton blaast een speekselbel
en draait zich op zijn andere zij.

 

©
Joris Denoo

 
Joris Denoo, de man van miljarden flarden en tot voor kort Eerste stadsdichter van Torhout, wordt net als iedereen die van het gezegende en gelukzalige geboortejaar 1953 dateert, dit jaar … zeventig! Je zou het de man niet aangeven. Noch aan zijn lijfelijke conditie noch aan zijn literair werk ontbreekt en ontbeert het hem aan eeuwige gloed. Zijn gedichtencyclus “Tussen Zadel en Zand” (“een summiere bloemlezing uit de recentere poëzie van Joris Denoo – ook ter gelegenheid van zijn 70ste, oud maar niet out”) bestaat uit twaalf gedichten. De Schaal van Digther publiceert de cyclus gedurende 3 dagen in sessies van telkens vier gedichten.

Joris Denoo in Negen Webadressen:

https://novellen.jouwweb.be/
https://jorisdenoo.wordpress.com
https://vreselijkeverhalen.wordpress.com
http://romaneskeboeken.jouwweb.nl
http://plankenkoorts.jouwweb.nl
http://vreselijkeverhalen.jouwweb.be
https://biebjong.jouwweb.be
https://bozebuien.blogspot.com/
http://blog.seniorennet.be/vreselijkeverhalen





maandag 20 februari 2023

Tussen Zadel en Zand (2/3) - Joris Denoo


Schroeiplek


Niet huilen, maar schrijven,
om wat voorbij is.

Niet later, maar nu,
die tijd in verzen vangen.

De dingen niet dwingen,
maar schikken en zingen.

Niet zeggen: tijd heelt,
maar toeslaan en dichten.

Schrijven is pijn herverdelen,
in achterklap van rijm.

Niet ongeremd, niet ongerijmd,
maar wonend in woorden.

Doodgewoon wonend en wachtend
op licht in het gedicht.

Tijd wijst uit.
Tijd wist weg.



Linkerhart


Zo één te schrijven: als een handschoen
over vingervlugheid, maar traag, traag.
Zeker van de koude daarbuiten
en dat het hier warmer moet blijven.

Zo één te drukken: eerlijk en durend,
ook al sneeuwt het vraagtekens.
Eén voor alle tijden, waar geen maat
op staat, een eeuwige afdrager.

Zo één die past op de leest
van gemoed, gewogen tot op de gram
en net niet te dicht bevonden
door al wie regelmatig leest.

Geef me die hand, dat gedicht.
Het moet als een huid over huiver
schuiven en bevatten wat niemand
kan zeggen of schrijven.

Het moet beklijven.
Een hand op een linkerhart.


Landschap


Laat het hierboven bol van leegte staan,
dit landschap waar ik naar verlang.
Laat het leeg van volheid zijn
en waterpas en wolken graag.

Niets mag dit verder nog ontsieren.
Hoogstens kap ik nog een luchtreis
uit mijn dromen weg voor later en diep
daaronder kam ik grassen tegendraads.

Ik heb een blind date met de tijd.
Het zien is onderhevig; het oog schiet
hier te kort. Geen vergrootglas, atlas
kunnen schier dit eiland aan.

Op deze aarde, deze blauwe plek


Erudiet


Stamboom die geworteld in het donker
luchtigheid in bladstilte verpakt, vertakt.
Soms het gelispel van belezen wind,
spraakgebrekkig als het weer leenroerig wordt.

Zo spiegelt hij zichzelf en zijn gemis
aan wat zijn wortel altijd wist:
dat vele blaren wel een boom bepalen,
maar bij ontstentenis niet echt ontbreken.

En dichter bij vergeten van wat was
krijgt een oud verhaal zijn verse glans.
Wit en onbeschreven wordt onbeschrijfelijk
groen in het geblader tussen regels


 © Joris Denoo

 
Joris Denoo, de man van miljarden flarden en tot voor kort Eerste stadsdichter van Torhout, wordt net als iedereen die van het gezegende en gelukzalige geboortejaar 1953 dateert, dit jaar … zeventig! Je zou het de man niet aangeven. Noch aan zijn lijfelijke conditie noch aan zijn literair werk ontbreekt en ontbeert het hem aan eeuwige gloed. Zijn gedichtencyclus “Tussen Zadel en Zand” (“een summiere bloemlezing uit de recentere poëzie van Joris Denoo – ook ter gelegenheid van zijn 70ste, oud maar niet out”) bestaat uit twaalf gedichten. De Schaal van Digther publiceert de cyclus gedurende 3 dagen in sessies van telkens vier gedichten.

Joris Denoo in Negen Webadressen:

https://novellen.jouwweb.be/
https://jorisdenoo.wordpress.com
https://vreselijkeverhalen.wordpress.com
http://romaneskeboeken.jouwweb.nl
http://plankenkoorts.jouwweb.nl
http://vreselijkeverhalen.jouwweb.be
https://biebjong.jouwweb.be
https://bozebuien.blogspot.com/
http://blog.seniorennet.be/vreselijkeverhalen





zondag 19 februari 2023

Tussen Zadel en Zand (1/3) van Joris Denoo


Wit blad



Ik keilde een woord, onbewaakt,
over de spiegel van glashelder water,
en het scheelde geen haar
of ik had een gedicht gemaakt.

Het scheelde, het scheerde, met opzet,
geen doel voorbij, om simpelweg
aan de andere zij me toe te roepen:
waarom heb je dat gedaan met mij?

Aan andere woorden schoot ik te kort.
Het bleef bladstil; ik keek opzij
en staarde naar niets. Gedachten
stroomden voorbij. Ik maakte slagzij

en verdween vanwaar ik gekomen was,
het schaterend water achter me latend,
helder en strak als glas en waterpas.
Licht werd dichter, duister en dan donker.

Dat was het dus: woord overboord.
De spiegel bleef onbeschreven.
Rimpelingen stremden als luie melk.
Witter dan wit stond het water stil
boven zijn diepe grond. En het werd later.



Koek

Zo’n zondag – de uren na de noen,
het kan winter zijn, lente of iets anders.
Een radio – het moet een radio zijn –
staat aan en zorgt klassiek en zacht
voor het perfecte achtergrondbehang
van zo’n zondag op de uren na de noen.

Je hoort het nauwelijks maar het is er wel.
Een stem, een strijkje, iets met hoge noten
uit een ver verleden lijkt het even maar,
waardoor je op zo’n ellenlange zondag
door de uren na de middag wordt geloodst
met herinnering en zielenzalf.

Maar ben je daar wel zeker van? Nee:
het zorgt niet voor de rust van het herkennen,
maar het raakt beslist een snaar van weleer.
Er was iets, onzeker weten, zo lang geleden,
of was het niets: een wafel, de rook van een sigaar,
iets ouds wat nu weer jong wordt na de noen.

Het kan ook een onbesuisde windvlaag zijn,
ongecomponeerd gefluit langs een omheining,
die ene schrille uithaal van een krekelstem,
het geknisper van lichtblauw pakpapier
of een zeker weten déjà vu vergeten
van een vouw in de verleden tijd.

Daar dient zo’n zondag voor, zeg je dan.
Maar het blijft hangen, als gefilterd licht
in takken. Je weet het niet en wel
dat het weer daar kan zijn omdat het
altijd is geweest en nooit meer niet kan zijn.
Misschien zijn we voor zoiets veel te klein:

heimweemoed.



Tussen zadel en zand


Hoe alles verbrokkelt.
De dagen niet meer de dagen
van vroeger zijn, zelfs de kruimels
die restten, verdwenen zijn.

Maar net zoals weleer
versplinteren de spaken van een fiets
het zonlicht rondom rond en strooien
spikkels op de straat.

Dat is wat nog weerkeert
en dus blijft. De rest is niets.
Wat in het zadel zat,
beet in het zand.



De dingen na moeder
                                             

Ze is nu ongeneeslijk dood.
Ondanks de dingen die haar omringden.

Haar panorama op de straat
is niet langer meer bewasemd.
De kookpan op het koude vuur
wijst steels naar af.

In het tuinhuis heerst nog oude munteenheid.
Een spin vergist zich van seizoen.
Geen appelgeur waait aan; het is stof
dat schrikt door binnenvallend licht.

De dingen lijken er nu nog net even te willen zijn.
Ik, de ongestorven nabestaande,
zal daar wellicht nog wat aan moeten doen.
Ontfermend zal ik hun rouwregister tekenen.

Ze zijn immers niet meer van haar,
Allerdingenmoeder.

Zo, dat was het.
What can we do?
Dag ma.
Moeder van me.



©
Joris Denoo

 
Joris Denoo, de man van miljarden flarden en tot voor kort Eerste stadsdichter van Torhout, wordt net als iedereen die van het gezegende en gelukzalige geboortejaar 1953 dateert, dit jaar … zeventig! Je zou het de man niet aangeven. Noch aan zijn lijfelijke conditie noch aan zijn literair werk ontbreekt en ontbeert het hem aan eeuwige gloed. Zijn gedichtencyclus “Tussen Zadel en Zand” (“een summiere bloemlezing uit de recentere poëzie van Joris Denoo – ook ter gelegenheid van zijn 70ste, oud maar niet out”) bestaat uit twaalf gedichten. De Schaal van Digther publiceert de cyclus gedurende 3 dagen in sessies van telkens vier gedichten.

Joris Denoo in Negen Webadressen:

https://novellen.jouwweb.be/
https://jorisdenoo.wordpress.com
https://vreselijkeverhalen.wordpress.com
http://romaneskeboeken.jouwweb.nl
http://plankenkoorts.jouwweb.nl
http://vreselijkeverhalen.jouwweb.be
https://biebjong.jouwweb.be
https://bozebuien.blogspot.com/
http://blog.seniorennet.be/vreselijkeverhalen





dinsdag 14 februari 2023

Springen door vierkanten - Nikki Petit

Springen door vierkanten
(Machelenput, oktober 2022)


in de holte van haar arm
kringen karpers
onder schoenen knispert de nazomer
als snoeppapier

omhelsd door de kerkwegel
rusten de dorpsoudsten
spiegelen voorbijgangers hun harten
aan het graf van de vrouw

in de dood gelijk
zakken de hoogste kruisen
als eerste scheef, wordt het zwaarste arduin
het snelst verzwolgen

hier krijgen zelfs stenen bloemen glans
in het gouden uur liggen drie banen
klaar voor een vergeten spel

ook de kapel zoekt een nieuwe bestemming

is het te laat om te leren springen
door vierkanten?


© Nikki Petit

 


 



maandag 13 februari 2023

Een sterk gedicht is een oefening in matigheid

De laureaten van de jaarlijkse poëziewedstrijd van de Stad Harelbeke, editie 44 van 2023

Het is al een goeie week bekend. Op de 44° dag van het Woord in Harelbeke, jawel je leest het goed, de 44° dag, vierenveertig jaar dus zonder onderbreking, die op zaterdag 4 februari 2023 ook nu weer gepaard ging met de uitreiking van de stilaan hélemaal gerenommeerde Poëziewedstrijd van de Stad Harelbeke, ontving David Troch - man van het woord en van vele poëtische oorlogen, en in 2011 ook al grote Turing-prijs-winnaar – dit jaar de Harelbeekse hoofdprijs. Met twee gedenkwaardige en originele gedichten “onderzoek” en “afstand”.

Maar omdat ook alle andere laureaten mooie en pertinente gedichten instuurden zetten we ze welverdiend hier graag nog ’s op een rijtje.

Categorie -26 jarigen:

1. Goran Lowie uit Diksmuide
2. Francesca Birlogeanu uit Beringen
3. Anna Verbeeck uit Tessenderlo
4. Robbe Ghijsels uit Sint-Pieters-Leeuw
5. Leonie Moreels uit Deinze
Eervolle vermelding: Caro Van Den Broeck

Categorie +26 jarigen
1. David Troch uit Gent
2. Michel Schynkel uit Dendermonde
3. Rik Dereeper uit Rollegem
4. Marnix Speybroeck uit De Haan
Eervolle vermelding: Mandy M. Eggerding uit Amsterdam

De jury bestond dit jaar uit Lies Van Gasse, Maarten Inghels en Philip Hoorne. Céline Bleuzé was secretaris.

Er is, zoals elk jaar trouwens, een erg verzorgd bundeltje uitgegeven met de gedichten van de laureaten en de juryverslagen van Philip Hoorne ("een sterk gedicht is een oefening in matigheid") en Lies Van Gasse.
De mooie titel van de publicatie luidt “Op de ballingsplaneet” en is ook de titel van een gedicht van laureaat Goran Lowie. Het bundeltje is verkrijgbaar via CC Het Spoor Harelbeke.


Facebook-bericht CC het Spoor
CC het Spoor Harelbeke


Dit bericht werd ook gepubliceerd op "Dun lied donkere draad", de blog-site van de VWS.

"Op de ballingsplaneet"


Poëziewedstrijd Stad Harelbeke Editie 2023 - jury en laureaten

David Troch-laureaat Stad Harelbeke 2023








Pootjebaden in lieslaarzen - Nikki Petit

 Pootjebaden in lieslaarzen


en flamand
viste hij op karper
maar ook op snoek
hij vertelde verhalen, toonde tekeningen
de snoek groeide tot de kraken in mijn hoofd

de groene Michel zonder filter aan de lippen
op 1 mei steevast de roos op de revers,
droeg hij een kleindochter op elke hand

en wallon
viste hij op forel, met hoge laarzen in het hoge gras
daar zaten ook adders
hij vertelde verhalen, toonde foto’s in een boek
de adder werd een anaconda in mijn hoofd

hij droeg eerst mij en vervolgens mijn volslanke oma in zijn nek
tussen de drijvende caravans en bakken bier,
het koude water al bijna tot aan zijn borst

ik word vijftig dit jaar
nog steeds durf ik niet pootjebaden in de rivier,
sta ik met lieslaarzen in het hoge gras

zou hij weten hoe weinig er
nog te vissen valt?


© Nikki Petit