De wolken zijn niet geschilderd, maar echt.
Het wordt ongemerkt later
al blijft het zaterdag en licht.
Heel het station van Berlijn wentelt zich
als in klaterend water.
Metaal, glas, steen, alles wat draagt,
beschermt, doorlaat, schelt,
straalt af op vloer en tegelwanden.
Mensen op het perron, als aan elkaar geregen.
Wij zijn heel heldere denkers geworden.
© Jan van meenen
vrijdag 31 juli 2020
vrijdag 24 juli 2020
Het boekje van de dichter - Johan Clarysse
![]() |
| Johan Clarysse in Brugge - foto: Paul Rigolle |
"Het boekje van de dichter": Johan Clarysse, schilder en dichter,
bladerend in een groeiend typoscript.
("Tussen Moederhart en Getal")
(Brugge, 24/7/2020)
Recente publicatie: "Ipse Dixit", samen met Frans Boenders.
Alle boekjes van de Dichter
maandag 6 juli 2020
Momentums laadklep
Die dag zag ik kans om in de zon weer de zon
van het onheuglijke te zien
die een aarde bescheen die overal vandaan en overal heen,
onder oude bomen, over nieuwe zeeën van vergeten...
Alles was weer mogelijk, het kon en kon en kon...
(...)
Uit 'Momentums laadklep' van Jérôme Gommers.
Lees meer en verder in de preview van Uitgeverij Tijloos.
De Nieuwe Contrabas-blog was en is alvast zo goed als overdonderd.
En eerder was Peter Vermaat dat op Meander al niet veel minder.
Youtube-Dankwoord van Jérôme Gommers bij de voorstelling van het boek.
van het onheuglijke te zien
die een aarde bescheen die overal vandaan en overal heen,
onder oude bomen, over nieuwe zeeën van vergeten...
Alles was weer mogelijk, het kon en kon en kon...
(...)
Uit 'Momentums laadklep' van Jérôme Gommers.
Lees meer en verder in de preview van Uitgeverij Tijloos.
De Nieuwe Contrabas-blog was en is alvast zo goed als overdonderd.
En eerder was Peter Vermaat dat op Meander al niet veel minder.
Youtube-Dankwoord van Jérôme Gommers bij de voorstelling van het boek.
zaterdag 4 juli 2020
En niet bij machte van J.V. Neylen
En laat voor wat is. Laat de moeder die haar stem
al zingend heeft gekraakt, laat de vader die op zolder
zijn bestaan heeft geschreven. Het is bij kraken en zolders gebleven.
(...)
Signalement: 'En niet bij machte', het poëtisch debuut van J.V. Neylen is zopas verschenen bij Atlas-Contact!
al zingend heeft gekraakt, laat de vader die op zolder
zijn bestaan heeft geschreven. Het is bij kraken en zolders gebleven.
(...)
Signalement: 'En niet bij machte', het poëtisch debuut van J.V. Neylen is zopas verschenen bij Atlas-Contact!
vrijdag 3 juli 2020
Unlocked - Lieve Desmet
wij twintigers van 2020, wij durven
op dit blauwe uur in de wind staan
met wat we leerden afleren
tot we voeling kregen met het hart
zwaai ons maar uit in schone kleren
en verklaar ons vaardige strijders met het recht
want wij twintigers van 2020
wij durven uit ons kot komen, vuur oppoken
we zijn present in de uithoeken
in de kleinste huizen van steden
met een open vraag bij de thee
is onze grondtoon universeel
wij Alicia, Mohammed, Sander en Marjolein
we kleuren de dakloze grond
onze graffiti laten sporen na
wij zijn tegenbeelden wij durven
onze vlieger oplaten voor het klimaat
de gender geblend, we breken uit mallen
brengen weer geest in de tijd
wij twintigers - wij durven
© Lieve Desmet
op dit blauwe uur in de wind staan
met wat we leerden afleren
tot we voeling kregen met het hart
zwaai ons maar uit in schone kleren
en verklaar ons vaardige strijders met het recht
want wij twintigers van 2020
wij durven uit ons kot komen, vuur oppoken
we zijn present in de uithoeken
in de kleinste huizen van steden
met een open vraag bij de thee
is onze grondtoon universeel
wij Alicia, Mohammed, Sander en Marjolein
we kleuren de dakloze grond
onze graffiti laten sporen na
wij zijn tegenbeelden wij durven
onze vlieger oplaten voor het klimaat
de gender geblend, we breken uit mallen
brengen weer geest in de tijd
wij twintigers - wij durven
© Lieve Desmet
donderdag 25 juni 2020
Treincoupé - Rose Vandewalle
Al van ver hoor ik haar hakken
tokketokketok
de wagon doorklieven
pal naast mij houdt ze halt
terwijl ze mijn verweerde rugzak monstert
zich voorover buigt
om met vlugge halen
van de zitbank weg te vegen
wat haar hindert
(kruimels misschien?)
trekt ostentatief haar jas uit
haar knellend nauwe handschoenen
haar muts
zijgt neer met de weldoordachte zet van
hier ben ik raak me niet aan
voor mij ben je niks, minder dan niks
hoe ze vervolgens met beide handen
haar tas omklemt
op haar netjes ingepakte knieën
de ogen sluit om deze
de ganse goddamn reis
toe te houden
zoals alles aan haar op slot
geen spier nog die verroert
tot de trein stopt
in het enige station denkbaar
rekening houdend met haar ontkenning
haar misprijzen voor iets
dat maar op een ander mens zou kunnen lijken
hoe ze vervolgens ceremonieel
haar purperen tas oppakt
haar witte jas, witte handschoenen
witte muts weer aantrekt
en het tokketokketok
van haar zelfverzekerde stap
u i t d e i n t
doorheen het treincoupé
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Treincoupé’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
tokketokketok
de wagon doorklieven
pal naast mij houdt ze halt
terwijl ze mijn verweerde rugzak monstert
zich voorover buigt
om met vlugge halen
van de zitbank weg te vegen
wat haar hindert
(kruimels misschien?)
trekt ostentatief haar jas uit
haar knellend nauwe handschoenen
haar muts
zijgt neer met de weldoordachte zet van
hier ben ik raak me niet aan
voor mij ben je niks, minder dan niks
hoe ze vervolgens met beide handen
haar tas omklemt
op haar netjes ingepakte knieën
de ogen sluit om deze
de ganse goddamn reis
toe te houden
zoals alles aan haar op slot
geen spier nog die verroert
tot de trein stopt
in het enige station denkbaar
rekening houdend met haar ontkenning
haar misprijzen voor iets
dat maar op een ander mens zou kunnen lijken
hoe ze vervolgens ceremonieel
haar purperen tas oppakt
haar witte jas, witte handschoenen
witte muts weer aantrekt
en het tokketokketok
van haar zelfverzekerde stap
u i t d e i n t
doorheen het treincoupé
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Treincoupé’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
woensdag 24 juni 2020
Verviers - Rose Vandewalle
Het gaat niet goed met Verviers
het station, de straat
loopt over van mensen
zonder werk zonder toekomst
geen kant kunnen ze uit
ze bedelen om wat centen
teneinde hun dag wat bij te kleuren
toch gaat het goed met Verviers
aan elke oversteek
stopt
een auto vol migranten
ze begroeten je
laten je voorgaan
nemen hun tijd
de weg vraag je bij voorkeur
aan een weelderige zwarte
uit Senegal of waarvandaan ook
die je als vanzelfsprekend
antwoordt
in het sappigste Frans
het gaat goed met Verviers
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Verviers’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
het station, de straat
loopt over van mensen
zonder werk zonder toekomst
geen kant kunnen ze uit
ze bedelen om wat centen
teneinde hun dag wat bij te kleuren
toch gaat het goed met Verviers
aan elke oversteek
stopt
een auto vol migranten
ze begroeten je
laten je voorgaan
nemen hun tijd
de weg vraag je bij voorkeur
aan een weelderige zwarte
uit Senegal of waarvandaan ook
die je als vanzelfsprekend
antwoordt
in het sappigste Frans
het gaat goed met Verviers
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Verviers’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
dinsdag 23 juni 2020
Golfslag te Oostende - Rose Vandewalle
Daar dan is de zee, de stille, de lang verhoopte
de ruisend en fluisterende, de heen en weer
altijd dezelfde toch telkens weer andere
kopjes gevend, kopjes aan de wolken ook
meegetroond door de wind
opnieuw ben ik veertien en rank van gestalte
van zijde en smaragdgroen mijn jurkje
met de zee wil ik moeiteloos mee op haar deining
ook al weet ik amper iets van haar golfslag
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Golfslag te Oostende’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
de ruisend en fluisterende, de heen en weer
altijd dezelfde toch telkens weer andere
kopjes gevend, kopjes aan de wolken ook
meegetroond door de wind
opnieuw ben ik veertien en rank van gestalte
van zijde en smaragdgroen mijn jurkje
met de zee wil ik moeiteloos mee op haar deining
ook al weet ik amper iets van haar golfslag
© Rose Vandewalle
Het gedicht ‘Golfslag te Oostende’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.
maandag 22 juni 2020
Nachtlus - Het poëtisch debuut van Jeroen Messely
Het is weinig dichters gegeven om meteen te debuteren bij een 'héél erkende
uitgeverij'. Jeroen Messely, medewerker van de Bib van Wevelgem valt die eer te beurt!
Tot dusver heeft Messely nog zo goed als niet gepubliceerd in literaire tijdschriften. Vandaar ook dat zijn naam in de meeste poëtische regionen niet zo heel erg bekend in de oren klinkt. Met zijn debuut 'Nachtlus', meteen bij Atlas-Contact, komt daar méér dan wat verandering in! Helaas moest vanwege de bekende Corona-sores het voorbije weekend ook de voorstelling van dit toch wel omvangrijke poëtisch debuut worden geannuleerd. Wat helemaal géén reden is om 'Nachtlus' niet in huis te halen! Wel zeer integendeel!
Op de site van de uitgever lees je om te beginnen dit:
De nachtlus, dat zijn de onchristelijke uren tussen middernacht en de zeer vroege ochtend waarin de Belgische televisie haar programma’s in een eindeloze – troosteloze – loop zet. In dat tijdslot ontstonden ook de gedichten in deze bundel. Dan pas durft een man te treuren om een verdwenen geliefde en een verloren kindertijd; dan pas maakt een veellezer de balans op van zijn aflopende affaire met de literatuur. Een technisch begaafde dichter die in ieder vers vecht tegen de herhaling: een lus kan o zo makkelijk een strop worden. In de handen van Jeroen Messely wordt taal een vlijmscherp wapen tegen de eeuwige wederkeer.
De gedichten in dit debuut zijn lenig, stoutmoedig en klankrijk, zoals alleen een West-Vlaming ze kan schrijven. Dolle erotische koortsdromen worden afgewisseld met melancholische reflecties. Nachtlus streeft schaamteloos naar het sublieme, in de betekenis die Edmund Burke eraan gaf: al wat groots, onnatuurlijk, penibel, verbijsterend en – hoe kan het ook anders, zo diep in de nacht – obscuur is.
Onlangs maakte het tijdschrift Tzum (via een opgevangen bericht van de uitgeverij of via een andere omweg) bekend dat Jeroen Messely ook de man was die al die tijd achter het fantastische literaire pseudoniem "Achille van den branden" schuilging. Onder het dekschild van deze schuilnaam en ook onder dat van "Prins van Denemarken" las en schreef Messely jarenlang - en sneller dan zijn schaduw - over boeken en bundels die hem in beweging en of vervoering wisten te brengen. Daar waar velen dachten dat er achter die namen een collectief of zelfs Gerrit Komrij schuilgingen. Het wil wat zeggen!
Het omslagbeeld van Nachtlus is een reproductie van James Abbott McNeill Whistler, Nocturne in Black and Gold - The Falling Rocket (1875)
Meer info over Nachtlus: Uitgeverij Atlas
Schrijfbroeder Sander Kok over Nachtlus op YouTube
Nachtlus - ISBN 9789025459468
Pagina's 112
Type Paperback/softback
Gepubliceerd juni 2020
€ 21,99
(Bericht: Paul Rigolle)
uitgeverij'. Jeroen Messely, medewerker van de Bib van Wevelgem valt die eer te beurt!
Tot dusver heeft Messely nog zo goed als niet gepubliceerd in literaire tijdschriften. Vandaar ook dat zijn naam in de meeste poëtische regionen niet zo heel erg bekend in de oren klinkt. Met zijn debuut 'Nachtlus', meteen bij Atlas-Contact, komt daar méér dan wat verandering in! Helaas moest vanwege de bekende Corona-sores het voorbije weekend ook de voorstelling van dit toch wel omvangrijke poëtisch debuut worden geannuleerd. Wat helemaal géén reden is om 'Nachtlus' niet in huis te halen! Wel zeer integendeel!
Op de site van de uitgever lees je om te beginnen dit:
De nachtlus, dat zijn de onchristelijke uren tussen middernacht en de zeer vroege ochtend waarin de Belgische televisie haar programma’s in een eindeloze – troosteloze – loop zet. In dat tijdslot ontstonden ook de gedichten in deze bundel. Dan pas durft een man te treuren om een verdwenen geliefde en een verloren kindertijd; dan pas maakt een veellezer de balans op van zijn aflopende affaire met de literatuur. Een technisch begaafde dichter die in ieder vers vecht tegen de herhaling: een lus kan o zo makkelijk een strop worden. In de handen van Jeroen Messely wordt taal een vlijmscherp wapen tegen de eeuwige wederkeer.
De gedichten in dit debuut zijn lenig, stoutmoedig en klankrijk, zoals alleen een West-Vlaming ze kan schrijven. Dolle erotische koortsdromen worden afgewisseld met melancholische reflecties. Nachtlus streeft schaamteloos naar het sublieme, in de betekenis die Edmund Burke eraan gaf: al wat groots, onnatuurlijk, penibel, verbijsterend en – hoe kan het ook anders, zo diep in de nacht – obscuur is.
Onlangs maakte het tijdschrift Tzum (via een opgevangen bericht van de uitgeverij of via een andere omweg) bekend dat Jeroen Messely ook de man was die al die tijd achter het fantastische literaire pseudoniem "Achille van den branden" schuilging. Onder het dekschild van deze schuilnaam en ook onder dat van "Prins van Denemarken" las en schreef Messely jarenlang - en sneller dan zijn schaduw - over boeken en bundels die hem in beweging en of vervoering wisten te brengen. Daar waar velen dachten dat er achter die namen een collectief of zelfs Gerrit Komrij schuilgingen. Het wil wat zeggen!
Het omslagbeeld van Nachtlus is een reproductie van James Abbott McNeill Whistler, Nocturne in Black and Gold - The Falling Rocket (1875)
Meer info over Nachtlus: Uitgeverij Atlas
Schrijfbroeder Sander Kok over Nachtlus op YouTube
Nachtlus - ISBN 9789025459468
Pagina's 112
Type Paperback/softback
Gepubliceerd juni 2020
€ 21,99
(Bericht: Paul Rigolle)
zondag 21 juni 2020
Dertig - Alain Delmotte
Huwelijksdag
1.
Weldra word je dertig, dochter.
En dat is nog altijd het begin van wat lang je toekomst zal zijn.
Je verleden is dat je opvloog, dat je nu vliegt en dat je jezelf in die opvlucht mag bewaren: je bereik wordt die van verten.
2.
Je wordt dertig, dochter.
En dat is al het lief dat je voor iemand bent, dat je voor iemand moet blijven.
Blijf vliegen, het maakt je lief.
Hou je aan het licht dat er voor je is, dat je al dertig jaar lang verscheen.
Vlieg en heb licht lang lief.
3.
Vlieg op, dochter, nu je dertig wordt.
Vlieg lief. Vlieg licht. Vlieg ver.
Laat het nog lang niet voor je donker zijn. Laat dat aan een ander over.
De ander die hier voor jou de woorden schreef.
Lam van de vleugels die hij ontbeert, laat hij je – laat hij je de vlucht.
© Alain Delmotte
1.
Weldra word je dertig, dochter.
En dat is nog altijd het begin van wat lang je toekomst zal zijn.
Je verleden is dat je opvloog, dat je nu vliegt en dat je jezelf in die opvlucht mag bewaren: je bereik wordt die van verten.
2.
Je wordt dertig, dochter.
En dat is al het lief dat je voor iemand bent, dat je voor iemand moet blijven.
Blijf vliegen, het maakt je lief.
Hou je aan het licht dat er voor je is, dat je al dertig jaar lang verscheen.
Vlieg en heb licht lang lief.
3.
Vlieg op, dochter, nu je dertig wordt.
Vlieg lief. Vlieg licht. Vlieg ver.
Laat het nog lang niet voor je donker zijn. Laat dat aan een ander over.
De ander die hier voor jou de woorden schreef.
Lam van de vleugels die hij ontbeert, laat hij je – laat hij je de vlucht.
© Alain Delmotte
Uit 'Twee dochters', Iets dat niet meer duurt een nieuwe publicatie van Alain Delmotte.
zaterdag 20 juni 2020
Leerdicht over de klavierstukken van Schubert - Alain Delmotte
1.
Dagen die je in de taal van hun uren in de greep houden - wanneer lichtinval het
klavier bespeelt met de handen van niemand.
Als vrij van woorden, de in het nauw gedreven winter zijn reis beëindigt en nu
onvoorwaardelijk tot voorjaar moet uitdijen.
2.
Wat je was vergeten, duikt weer op. Je herinnert je het nog: met al zijn onbezorgde aanwezigheid brengt een vleugel in een oogopslag de kamer weer tevoorschijn.
3.
Je kunt het nauwelijks volgen, licht is je in die muziek te vlug af, het lokt je mee, je hebt niet het minste verweer - je improviseert er een leven voor, je laat begaan.
4.
Allegro ma non troppo. Konden je uren, je dagen maar op die manier verlopen: zonder een toets, zonder een tik verloren tijd.
5.
Als een piano neuriet, dan houdt de klok zich stil, dan houdt klok zich in.
In een fractie is het even in de tijd altijd. Ze is dan alle stilte om je heen.
Het is die stilte die je in deze muziek hoort, die je wordt doorgegeven: je verliest nipt niet je evenwicht.
Muziek: de stilte die er zijn weg in vond en hiermee het licht uitnodigde tot dans.
6.
De ramen staan open. Buitenlucht past zich aan de partituren aan. Toonladders verspillen gul hun bezit aan hoogte. Ze scheren toppen.
Wat je van de wereld hoort, is boordevol en in de juiste maat doorboord.
7.
Het was niet één van de Goden, het was simpelweg Schubert die voor jou vandaag het licht en de uren schiep.
Zelfs in een verlaten kamer is een piano nooit alleen. Luister naar zijn ingehouden adem – in toespelingen geeft hij de wereld om zich heen een eigen leven.
© Alain Delmotte
Dagen die je in de taal van hun uren in de greep houden - wanneer lichtinval het
klavier bespeelt met de handen van niemand.
Als vrij van woorden, de in het nauw gedreven winter zijn reis beëindigt en nu
onvoorwaardelijk tot voorjaar moet uitdijen.
2.
Wat je was vergeten, duikt weer op. Je herinnert je het nog: met al zijn onbezorgde aanwezigheid brengt een vleugel in een oogopslag de kamer weer tevoorschijn.
3.
Je kunt het nauwelijks volgen, licht is je in die muziek te vlug af, het lokt je mee, je hebt niet het minste verweer - je improviseert er een leven voor, je laat begaan.
4.
Allegro ma non troppo. Konden je uren, je dagen maar op die manier verlopen: zonder een toets, zonder een tik verloren tijd.
5.
Als een piano neuriet, dan houdt de klok zich stil, dan houdt klok zich in.
In een fractie is het even in de tijd altijd. Ze is dan alle stilte om je heen.
Het is die stilte die je in deze muziek hoort, die je wordt doorgegeven: je verliest nipt niet je evenwicht.
Muziek: de stilte die er zijn weg in vond en hiermee het licht uitnodigde tot dans.
6.
De ramen staan open. Buitenlucht past zich aan de partituren aan. Toonladders verspillen gul hun bezit aan hoogte. Ze scheren toppen.
Wat je van de wereld hoort, is boordevol en in de juiste maat doorboord.
7.
Het was niet één van de Goden, het was simpelweg Schubert die voor jou vandaag het licht en de uren schiep.
Zelfs in een verlaten kamer is een piano nooit alleen. Luister naar zijn ingehouden adem – in toespelingen geeft hij de wereld om zich heen een eigen leven.
© Alain Delmotte
Uit 'Warhoofds leerdichten 2', de nieuwe dichtbundel van Alain Delmotte.
vrijdag 19 juni 2020
Twee nieuwe publicaties van Alain Delmotte
Zopas verschenen van Alain Delmotte, VWS-bestuurslid en Digther-redacteur, twee nieuwe publicaties:
het tweede deel van 'Warhoofds leerdichten' en 'Twee dochters'. Morgen en overmorgen publiceert De Schaal van Digther uit de beide bundels een gedicht.
‘Warhoofds leerdichten 2’, met als ondertitel ‘Alsof licht van de zon komt’, verschijnt als POD-uitgave in de Gaia Chapbooks-reeks die onder redactie van Ton van ’t Hof staat. De voorflap van deze dichtbundel is een schilderwerk van Maarten Embrechts (zie hieronder). Het boek bevat leerdichten met het motief ‘licht en duisternis’ als rode draad. Het geheel volgt een totaal andere weg dan het eerste deel dat eind 2019 verscheen.
Op de achterflap staat volgend fragment:
Licht zoeken hoeft niet. Het is waar je kijkt, waar iedereen je kan zien, waar het naar je wijst, waar het je de weg en de juiste tijd wijst.
Het is in elke taal verstaanbaar. In je schrift noteer je wat het je zegt, wat het zich in tongen laat horen.
Heeft het verlangen naar licht dan de taal doen ontstaan?
Is dit je geluk? Is het daarom dat je dit schrijft?
‘Twee dochters’, met als ondertitel ‘Iets dat niet meer duurt’, is ontstaan naar aanleiding van het komende huwelijk van Manon, de jongste dochter van de dichter. Daarin verzamelt Delmotte de gedichten die hij de voorbije 25 jaar voor zijn dochters schreef . Het zijn gelegenheidsgedichten die zich verder dan hun ‘gelegenheid’ wagen. Ze proberen onderhuids het voorbijgaan van de tijd zo herkenbaar mogelijk te thematiseren, zoals in onderstaande gedichten ‘Schertsend met je dochter bij het ontbijt’ en ‘Achttien’.
Bij het boek horen foto’s van Johan M. Duyck, die ook instaat voor de vormgeving. De foto’s worden door hem omschreven als ‘een beeldessay rond het thema dochter’.
‘Warhoofds leerdichten 2’ zal aan 10 euro per exemplaar verkrijgbaar zijn en ‘Twee dochters’, een publicatie met bibliofiel karakter, aan 22 euro per exemplaar.
Wie voor de twee publicaties alsnog voor 20/06 inschrijft, betaalt slechts 25 euro.Voorinschrijven kan via het mailadres: alain.delmotte@proximus.be. Vooraf betalen is niet nodig: u betaalt pas bij ontvangst van de boeken.
Vanwege de bekende Corona-omstandigheden werd de eerder geplande voorstelling willens nillens afgelast.
‘Warhoofds leerdichten 2’, met als ondertitel ‘Alsof licht van de zon komt’, verschijnt als POD-uitgave in de Gaia Chapbooks-reeks die onder redactie van Ton van ’t Hof staat. De voorflap van deze dichtbundel is een schilderwerk van Maarten Embrechts (zie hieronder). Het boek bevat leerdichten met het motief ‘licht en duisternis’ als rode draad. Het geheel volgt een totaal andere weg dan het eerste deel dat eind 2019 verscheen.
Op de achterflap staat volgend fragment:
Licht zoeken hoeft niet. Het is waar je kijkt, waar iedereen je kan zien, waar het naar je wijst, waar het je de weg en de juiste tijd wijst.
Het is in elke taal verstaanbaar. In je schrift noteer je wat het je zegt, wat het zich in tongen laat horen.
Heeft het verlangen naar licht dan de taal doen ontstaan?
Is dit je geluk? Is het daarom dat je dit schrijft?
‘Twee dochters’, met als ondertitel ‘Iets dat niet meer duurt’, is ontstaan naar aanleiding van het komende huwelijk van Manon, de jongste dochter van de dichter. Daarin verzamelt Delmotte de gedichten die hij de voorbije 25 jaar voor zijn dochters schreef . Het zijn gelegenheidsgedichten die zich verder dan hun ‘gelegenheid’ wagen. Ze proberen onderhuids het voorbijgaan van de tijd zo herkenbaar mogelijk te thematiseren, zoals in onderstaande gedichten ‘Schertsend met je dochter bij het ontbijt’ en ‘Achttien’.
Bij het boek horen foto’s van Johan M. Duyck, die ook instaat voor de vormgeving. De foto’s worden door hem omschreven als ‘een beeldessay rond het thema dochter’.
‘Warhoofds leerdichten 2’ zal aan 10 euro per exemplaar verkrijgbaar zijn en ‘Twee dochters’, een publicatie met bibliofiel karakter, aan 22 euro per exemplaar.
Wie voor de twee publicaties alsnog voor 20/06 inschrijft, betaalt slechts 25 euro.Voorinschrijven kan via het mailadres: alain.delmotte@proximus.be. Vooraf betalen is niet nodig: u betaalt pas bij ontvangst van de boeken.
Vanwege de bekende Corona-omstandigheden werd de eerder geplande voorstelling willens nillens afgelast.
zondag 14 juni 2020
Parijs - Kees Godefrooij
Terwijl de regen zich een weg baant
naar moeder aarde, dwingt de wind
haar tot frivoliteiten zoals het kussen
van vreemde gezichten en het
onbedaarlijk gutsen langs chique
gevels. Daar ik uit een klein land kom
waar de noordelijke neerslag je hart tot
huilen maant en de architectuur alle
gratie ontbeert omdat er de zin voor het
schone ontbreekt, klimt mijn blik langs
de kathedralen van het geloof de natte
hemel in. De natte hemel van het rijke
Parijs. Alle vrouwen zijn hier mooi. Vele
musea verlichten je geest en maken
hongerig naar de liefde. Bedevaartgangers
bezoeken het graf van hun idool op een
drukke dodenakker, soms passeer ik het
standbeeld van een dichter. Proust woont
hier niet meer maar elke dag waaien zijn
woorden over de Place Vendôme op de
moderne klanken van een verlangen naar
onvermoede bekoringen
© Kees Godefrooij
naar moeder aarde, dwingt de wind
haar tot frivoliteiten zoals het kussen
van vreemde gezichten en het
onbedaarlijk gutsen langs chique
gevels. Daar ik uit een klein land kom
waar de noordelijke neerslag je hart tot
huilen maant en de architectuur alle
gratie ontbeert omdat er de zin voor het
schone ontbreekt, klimt mijn blik langs
de kathedralen van het geloof de natte
hemel in. De natte hemel van het rijke
Parijs. Alle vrouwen zijn hier mooi. Vele
musea verlichten je geest en maken
hongerig naar de liefde. Bedevaartgangers
bezoeken het graf van hun idool op een
drukke dodenakker, soms passeer ik het
standbeeld van een dichter. Proust woont
hier niet meer maar elke dag waaien zijn
woorden over de Place Vendôme op de
moderne klanken van een verlangen naar
onvermoede bekoringen
© Kees Godefrooij
zaterdag 13 juni 2020
Overpeinzing - Kees Godefrooij
Soms zitten er weinig uren
in een dag, dan pas je goed
op je tellen maar ontbreekt
de leegte die achteloos
opgaat in het ruisen van
bomen, het kletteren van de
regen op het zinken dak van
een veranda of het kabbelen
van een stroompje dat plotseling
ontstaat en de bedding vormt
van iets goeds, iets ongrijpbaars
© Kees Godefrooij
in een dag, dan pas je goed
op je tellen maar ontbreekt
de leegte die achteloos
opgaat in het ruisen van
bomen, het kletteren van de
regen op het zinken dak van
een veranda of het kabbelen
van een stroompje dat plotseling
ontstaat en de bedding vormt
van iets goeds, iets ongrijpbaars
© Kees Godefrooij
vrijdag 12 juni 2020
Provinciestadje - Kees Godefrooij
Je keel wordt langzaam dichtgeknepen
hoe men de honger stil verwoordt
de onlust is niet aan te slepen
in dit bedaagde kleine oord
een stoplicht staat er op zijn strepen
het bleef een dorp ondanks de poort
maar wat ik nimmer heb begrepen
wat jou, mijn lief, hier heeft bekoord
de wind draait door de kale straten
de bieb is vrijdagmiddag dicht
dit stadje oogt zo godverlaten
dat zelfs de zon zijn hielen licht!
Toch liet ik me door jou bepraten
het is hier mooi, ik ben gezwicht
© Kees Godefrooij
hoe men de honger stil verwoordt
de onlust is niet aan te slepen
in dit bedaagde kleine oord
een stoplicht staat er op zijn strepen
het bleef een dorp ondanks de poort
maar wat ik nimmer heb begrepen
wat jou, mijn lief, hier heeft bekoord
de wind draait door de kale straten
de bieb is vrijdagmiddag dicht
dit stadje oogt zo godverlaten
dat zelfs de zon zijn hielen licht!
Toch liet ik me door jou bepraten
het is hier mooi, ik ben gezwicht
© Kees Godefrooij
woensdag 10 juni 2020
Fausto - Hugo Verstraeten
Wielrenner zou ik zijn. Afdaler of tegen de tijd.
Iets van een vader oreerde dat voor de afdaler die ik was
geen bergen bestonden – de fiets die ik nooit kreeg
was mijn kostbaarste bezit. Een God zou ik zijn.
Hij die schaduwen over de dingen legt. Op alle plaatsen
zou ik zijn. Van alle plaatsen – in de hemel of op de aarde –
verbleef ik het meest in de hel. Het werd een God met gebreken.
Van het één kwam het zwerven. In de armen van ademloze verten
te slapen, het leek me wel wat. Anadyr, Dikson Bay: we raakten
allengs het noorden kwijt. En ook de Noordkaap zou al snel vervelen.
Voor het leger schoot ik veel te kort en ging als wetenschapper op zoek
naar het pertinente. Wetten te ontdekken waar geen geval voor
bestond – een eerste stap in de verbeelding. Schrijver dan maar.
Het lek in de taal met woorden te dichten. Een banddikte van God
verwijderd wanneer hij in geletterd zwart schaamrood schrijft
en op de lippen van de witte dame woordenloosheid spelt
© Hugo Verstraeten
Iets van een vader oreerde dat voor de afdaler die ik was
geen bergen bestonden – de fiets die ik nooit kreeg
was mijn kostbaarste bezit. Een God zou ik zijn.
Hij die schaduwen over de dingen legt. Op alle plaatsen
zou ik zijn. Van alle plaatsen – in de hemel of op de aarde –
verbleef ik het meest in de hel. Het werd een God met gebreken.
Van het één kwam het zwerven. In de armen van ademloze verten
te slapen, het leek me wel wat. Anadyr, Dikson Bay: we raakten
allengs het noorden kwijt. En ook de Noordkaap zou al snel vervelen.
Voor het leger schoot ik veel te kort en ging als wetenschapper op zoek
naar het pertinente. Wetten te ontdekken waar geen geval voor
bestond – een eerste stap in de verbeelding. Schrijver dan maar.
Het lek in de taal met woorden te dichten. Een banddikte van God
verwijderd wanneer hij in geletterd zwart schaamrood schrijft
en op de lippen van de witte dame woordenloosheid spelt
© Hugo Verstraeten
dinsdag 9 juni 2020
Ik was er... - Miel Vanstreels
Ik betoogde tegen de oorlog
in Vietnam, de dictatuur in Chili,
de kruisraketten in West-Europa
en gisteren nog
(heel even)
tegen het racisme
in heel de wereld
maar wat zegt het
ik fietste ook de Ventoux op,
de Galibier, de Glandon,
de Tourmalet, de Aubisque,
de Gavia, de Mortiolo
en de Stelvio
en meer nog
omdat ik er toevallig was
stak ik kaarsjes aan in Banneux,
Scherpenheuvel, Beauraing,
Lourdes, Fatima, Lisieux
en Heppeneert
ik bedoel maar...
© Miel Vanstreels
in Vietnam, de dictatuur in Chili,
de kruisraketten in West-Europa
en gisteren nog
(heel even)
tegen het racisme
in heel de wereld
maar wat zegt het
ik fietste ook de Ventoux op,
de Galibier, de Glandon,
de Tourmalet, de Aubisque,
de Gavia, de Mortiolo
en de Stelvio
en meer nog
omdat ik er toevallig was
stak ik kaarsjes aan in Banneux,
Scherpenheuvel, Beauraing,
Lourdes, Fatima, Lisieux
en Heppeneert
ik bedoel maar...
© Miel Vanstreels
maandag 8 juni 2020
Poëziewedstrijd Stad Harelbeke - Editie 2021
De jaarlijkse poëzieprijs van de Stad Harelbeke is in 2021 aan haar 42° editie toe. Stuur voor 8 november 2020 een tot drie gedichten in! Jury: Philip Hoorne, Sylvie Marie en Herman Leenders. Lees hier het volledige reglement en alle andere modaliteiten.
Ook van ons en vanuit ons Digther-kot: Véél succes!
Ook van ons en vanuit ons Digther-kot: Véél succes!
zondag 7 juni 2020
Uitzicht - Julien Holtrigter
Al vroeg in de morgen het dak opgezocht.
Vreemd lege hemel, waar je ook kijkt.
In de verte de heuvel, een mastodont die lang geleden
ging liggen en nooit meer op is gestaan.
Traag kruipen stille wegen naar boven,
daarachter moet het nog nacht zijn.
Aan mijn voeten de stad met haar open einde: de zee.
Trucks rijden af en aan bij de ferry.
In de straat beneden schreeuwt een jongen een naam,
een roepen dat langzaam verwaait, onverstaanbaar.
Ik kijk opnieuw naar de verte, hoe verder hoe vager,
en weet hoe onscherp het beeld is
waarin de verte mij waarneemt, hoe ik al schrijvend,
vervaag.
© Julien Holtrigter
Vreemd lege hemel, waar je ook kijkt.
In de verte de heuvel, een mastodont die lang geleden
ging liggen en nooit meer op is gestaan.
Traag kruipen stille wegen naar boven,
daarachter moet het nog nacht zijn.
Aan mijn voeten de stad met haar open einde: de zee.
Trucks rijden af en aan bij de ferry.
In de straat beneden schreeuwt een jongen een naam,
een roepen dat langzaam verwaait, onverstaanbaar.
Ik kijk opnieuw naar de verte, hoe verder hoe vager,
en weet hoe onscherp het beeld is
waarin de verte mij waarneemt, hoe ik al schrijvend,
vervaag.
© Julien Holtrigter
zaterdag 6 juni 2020
Plafond - Julien Holtrigter
Lang liggen kijken naar het plafond,
misschien wel geslapen, even, zo ’n hondenslaapje,
suffe gedachten laten passeren.
In de straat staat al maanden een auto, een snelle,
grijs van het stof. Erbinnen pulseert nog altijd
een lichtje, als van een hartbewakingsmachine.
In de schuur groeien zwammen, heel rare,
op een paar laarzen, lang niet gedragen.
Opgeschrikt door een zoemen, van wat? van waar?
snel ik naar buiten.
Onheilsprofeten seinen elkaar, de lucht is er vol van,
doembeelden vliegen de pan uit.
© Julien Holtrigter
misschien wel geslapen, even, zo ’n hondenslaapje,
suffe gedachten laten passeren.
In de straat staat al maanden een auto, een snelle,
grijs van het stof. Erbinnen pulseert nog altijd
een lichtje, als van een hartbewakingsmachine.
In de schuur groeien zwammen, heel rare,
op een paar laarzen, lang niet gedragen.
Opgeschrikt door een zoemen, van wat? van waar?
snel ik naar buiten.
Onheilsprofeten seinen elkaar, de lucht is er vol van,
doembeelden vliegen de pan uit.
© Julien Holtrigter
Abonneren op:
Posts (Atom)














