Bart Vonck, dichter en vertaler nodigt u en ons met meer dan gewoon genoegen uit op de voorstelling van zijn nieuwe dichtbundel ‘Teloor, zalig’. De bundel, een uitgave van Uitgeverij P wordt op vrijdag 28 november 2014 om 20 uur in het Gentse Poëziecentrum in- en begeleid door Renaat Ramon die ook met Bart Vonck in gesprek treedt.
In zijn nieuwe bundel zoekt Bart Vonck naar 'wat altijd al in onze plaats is begonnen en hoort bij geen enkele tijd'. De taal is een laboratorium in gedichten die het spreken op de proef stellen, blijven haken in restanten van relaties en het 'ik' ongenadig fileren. Verontrustende, dreigende teksten, maar ook enkele gedichten in een klassiekere zegging. Vonck debuteerde met Tijdgenoot: wandelaar in 1986. Vervolgens verschenen nog vijf bundels. Vonck is ook bloemlezer, vertaler van ondermeer Federico Garcia Lorca en criticus.
(Notitie Bericht Poëziecentrum)
De poëzie van Bart Vonck ontwierp niet alleen een werkelijkheid die haaks op de bestaande staat, maar door haar woord- en zinsverbindingen bracht ze een nieuwe taal aan het licht die de lezer met andere ogen uitrust. Niet vanzelfsprekend, onlogisch, mysterieus is de kennis die de lezer opdoet als hij afstapt van een directe lezing en van onmiddellijk begrip. Poëzie wordt een ervaring als honger of dorst, als ziekte, dood en moeizaam maar sprankelend begrijpen.
(Notitie Passa Porta – 2008)
De schaal van Digther verkreeg van de auteur het mooie voorrecht om de komende vijf dagen in voorpublicatie 5 gedichten uit de nieuwe bundel te mogen publiceren.
Bart Vonck – 5 gedichten uit Teloor, zalig
* Teloor, zalig – Woe 19/11/2014
* Samen, uiteen – Do 20/11/2014
* Gebekte – Vr 21/11/2014
* Uitzicht – Za 22/11/2014
* Storm – Zo 23/11/2014
Extern:
Uitgeverij P
Teloor, zalig - Boekvoorstelling Poëziecentrum
Literaire Meesters: Bart Vonck over Lorca (op Vimeo)
woensdag 19 november 2014
dinsdag 18 november 2014
De stem is het moeilijkst - Martin Carrette
Soms is zij nog aanwezig als de woorden
van een eenvoudig liefdeslied bij de vaat,
toen zij nog onversplinterd was, nog
geen ademloos hoestende vrouw.
Nog geen radeloze moeder, die rode biet
probeerde en bidden en bedevaarten
en trappist op een zomerdag,
zo goed voor het bloed.
Soms hangt zij nog in de rommelkast
als een boodschappentas van ruwe stof
met regenboogstrepen en versleten
oren van leer. Of als een witte vlag
op een windstille dag: geen zingende
touwen, nooit meer een stem.
© Martin Carrette
Met bovenstaand gedicht won Martin Carrette vrijdag laatst de Literatuurprijs van de stichting Literaire activiteiten Zeist. Er werden 205 gedichten ingezonden. De dertig beste gedichten werden geselecteerd in de gelegenheidsbundel "Tot al het zand jouw naam werd".
Meer info: http://www.literairzeist.nl
Eerder dit jaar won Carrette ook al in Nederland de Plasmolen prijs.
Extern: www.martincarrette.wordpress.com
maandag 17 november 2014
Het wit en de stilte
Aangetroffen
"Het wit en de stilte die woorden omringen, kunnen evengoed diep mysterie als gebakken lucht zijn. In haar studie Leegte, leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie (2006) doet Yra van Dijk uitgebreid onderzoek naar de functie van het wit bij dichters als Leopold, Paul van Ostaijen, Martinus Nijhoff en Hans Faverey. Wanneer bezwijken woorden onder het gewicht van het onuitgesprokene en het gesuggereerde? Wanneer wordt van woorden te veel gevraagd? De grens tussen de ‘essentie’ en ‘nietszeggend’ is vaak flinterdun en een leeg blad is soms niet meer dan een leeg blad. Ook naar die omslag in de balans kan de titel verwijzen".
Erwin Jans in zijn bespreking op deReactor van “Onbalans” – de debuutbundel van Bart Van der Straeten
Vindplaats: Systeemfout - De Reactor
"Het wit en de stilte die woorden omringen, kunnen evengoed diep mysterie als gebakken lucht zijn. In haar studie Leegte, leegte die ademt. Het typografisch wit in de moderne poëzie (2006) doet Yra van Dijk uitgebreid onderzoek naar de functie van het wit bij dichters als Leopold, Paul van Ostaijen, Martinus Nijhoff en Hans Faverey. Wanneer bezwijken woorden onder het gewicht van het onuitgesprokene en het gesuggereerde? Wanneer wordt van woorden te veel gevraagd? De grens tussen de ‘essentie’ en ‘nietszeggend’ is vaak flinterdun en een leeg blad is soms niet meer dan een leeg blad. Ook naar die omslag in de balans kan de titel verwijzen".
Erwin Jans in zijn bespreking op deReactor van “Onbalans” – de debuutbundel van Bart Van der Straeten
Vindplaats: Systeemfout - De Reactor
vrijdag 14 november 2014
Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof - Patrick Cornillie
das traurende Elternpaar, Käthe Kollwitz
'Anoniem Koppel, juni 1914', 50x70cm, olieverf op doek
© Maarten Wydooghe
Hoe houdt hij zich op de duur
nog op de been, als alweer een
pijnscheut hem in een kramp van
koudvuur plooit. En zij, waar kan
zij nog heen, als van het jarenlange
treuren de tranen allemaal op zijn.
Verscheurend en zeer nadrukkelijk
klinkt in het Praetbos nooit een woord,
blijft alles zoals niets zal komen, jaagt
alleen de wind elk moederziele uur
nog even een rilling van leven
door de bomen. Hoe moet hij
zich daar dan, geknield, voorover
gebogen, verweren tegen zoveel
onvermogen. En zij, wat kan zij, voor
haar zoon die daar, een jongen nog,
onder een steen ligt – wat kunnen zij
nog méér dan zelf verstenen.
© Patrick Cornillie
Uit de cyclus 'Zwijg mij van de oevers van de IJzer!'.
14 gedichten van Patrick Cornillie met tien schilderijen van Maarten Wydooghe
en een inleiding van Benedict Wydooghe.
Meer info: Zwijg mij van de oevers van de IJzer!.
De andere Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
'Anoniem Koppel, juni 1914', 50x70cm, olieverf op doek
© Maarten Wydooghe
Hoe houdt hij zich op de duur
nog op de been, als alweer een
pijnscheut hem in een kramp van
koudvuur plooit. En zij, waar kan
zij nog heen, als van het jarenlange
treuren de tranen allemaal op zijn.
Verscheurend en zeer nadrukkelijk
klinkt in het Praetbos nooit een woord,
blijft alles zoals niets zal komen, jaagt
alleen de wind elk moederziele uur
nog even een rilling van leven
door de bomen. Hoe moet hij
zich daar dan, geknield, voorover
gebogen, verweren tegen zoveel
onvermogen. En zij, wat kan zij, voor
haar zoon die daar, een jongen nog,
onder een steen ligt – wat kunnen zij
nog méér dan zelf verstenen.
© Patrick Cornillie
Uit de cyclus 'Zwijg mij van de oevers van de IJzer!'.
14 gedichten van Patrick Cornillie met tien schilderijen van Maarten Wydooghe
en een inleiding van Benedict Wydooghe.
Meer info: Zwijg mij van de oevers van de IJzer!.
De andere Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
donderdag 13 november 2014
Ieper, Saint-Charles de Potyze - Patrick Cornillie
'Anonieme Soldaat, september 1913', 70x100cm, olieverf op doek
© Maarten Wydooghe
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
مات من أجل بلاده Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie مات من أجل بلاده
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour La Patrie Mort pour La Patrie
Mort pour quoi et pour qui Mort pour La
© Patrick Cornillie
Uit de cyclus 'Zwijg mij van de oevers van de IJzer!'.
14 gedichten van Patrick Cornillie met tien schilderijen van Maarten Wydooghe
en een inleiding van Benedict Wydooghe.
Meer info: Zwijg mij van de oevers van de IJzer!.
De andere Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
woensdag 12 november 2014
Diksmuide, boyau de la mort - Patrick Cornillie
'Anonieme Soldaat, september 1915', 50x70 cm, olieverf op doek
© Maarten Wydooghe
Als met een bajonet zou ik
moeten schrijven: op het scherp van
de zinsnede, tot bloedens toe, dwars
door het open gewoelde papier. Maar
aan deze wereld, waar het kogels regent
en granaatscherven waait – zo anders
dan daar waar het leven enkele maanden
geleden is achtergebleven. Maar in deze
oorden dus, hier aan de rivier, achter
muren van zandzakjes, in de loopgraven,
overal loopgraven, alsmaar vaker zonder
loop, zullen mijn woorden nooit wennen,
zal mijn pen niet raken. En dus schrijf ik:
“Lieve moeder en kleine zusters van mij,
vandaag kom ik u een briefje te sturen om
u den staat van mijne goede gezondheid
kenbaar te maken en waarvan ik van u
allen hetzelfde verhoop.”
© Patrick Cornillie
Uit de cyclus 'Zwijg mij van de oevers van de IJzer!'.
14 gedichten van Patrick Cornillie met tien schilderijen van Maarten Wydooghe
en een inleiding van Benedict Wydooghe.
Meer info: Zwijg mij van de oevers van de IJzer!.
De andere Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
dinsdag 11 november 2014
Wijtschate, Bayernwald - Patrick Cornillie
'Anonieme Soldaat', 50x70cm, olieverf op doek
© Maarten Wydooghe
Wie zijn ze, de heren die ons
op stang jagen, wat is het dat ons
met hoop en al wat hoop naar onze
geweren doet grijpen, de kapotjas dicht
doet knopen en ons onversaagd door
piottendreven, over passerellen doet
lopen, om ons hijgend en strompelend
tot bij de voorposten te wagen? Wie zijn ze,
die deze heldendrang in ons laten oplaaien,
wat is het dat de knop doet omdraaien,
de blinde dwang waarmee we de vijand
uitdagen, er tegen alle afweer in terrein
moet worden gewonnen – zo luidt
toch de boodschap die ze voor ons hebben
verzonnen. Terwijl je weet, ook daar, van
de overkant, komt het schot uit een geweer,
de kruitgeur van een mitrailleur, het gegrom
van een kanon altijd op hetzelfde neer.
© Patrick Cornillie
Uit de cyclus 'Zwijg mij van de oevers van de IJzer!'.
14 gedichten van Patrick Cornillie met tien schilderijen van Maarten Wydooghe
en een inleiding van Benedict Wydooghe.
Meer info: Zwijg mij van de oevers van de IJzer!.
De andere Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
Zwijg mij van de oevers van de IJzer! - Patrick Cornillie
Vanaf vandaag – Wapenstilstand nietwaar - en de komende dagen publiceren we 4 gedichten uit de oorlogscyclus “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!” van Patrick Cornillie die in de voorbije maanden zijn inspiratie heeft laten meesurfen op de alles-herdenkende WO I-golf. De gedichten werden geschreven in nauwe symbiose met de oorlogsschilderijen die Maarten Wydooghe recent maakte.
De gedichten en de schilderijen worden vanaf vandaag tentoongesteld in het gemeentehuis van Lichtervelde in de gelijknamige tentoonstelling “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”. Onlangs werd een gedicht uit de cyclus, "Stuivekenskerke, bocht van Tervate" in Lanaken bekroond met de Hilarion Thans-poëzieprijs.
Bij de expo hoort ook een boekje, met alle schilderijen en gedichten (+ nog eens 4 gedichten extra), 36 blz., in beperkte oplage, genummerd en gesigneerd. Het is ter plekke verkrijgbaar (12 euro) of kan besteld worden na overschrijving van 12 euro + 1,40 euro port) op rek.nr. BE67 1032 2096 7987 van Patrick Cornillie, Molenlaan 26, 8810 Lichtervelde (met vermelding van naam en adres).
Foto boven: Maarten Wydooghe (l) en auteur Patrick Cornillie
Foto onder: Een beeld van de vernissage - Lichtervelde, 10/11/2014.
Met Patrick Cornillie (l), Benedict Wydooghe (m)- inleider en Maarten Wydooghe
De Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
Extern:
Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!
Thuissite Patrick Cornillie
Thuissite Maarten Wydooghe
Benedict Wydooghe bij Witsand
Schilder en dichter herdenken WO I
Lichtervelde leeft!
De gedichten en de schilderijen worden vanaf vandaag tentoongesteld in het gemeentehuis van Lichtervelde in de gelijknamige tentoonstelling “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”. Onlangs werd een gedicht uit de cyclus, "Stuivekenskerke, bocht van Tervate" in Lanaken bekroond met de Hilarion Thans-poëzieprijs.
Bij de expo hoort ook een boekje, met alle schilderijen en gedichten (+ nog eens 4 gedichten extra), 36 blz., in beperkte oplage, genummerd en gesigneerd. Het is ter plekke verkrijgbaar (12 euro) of kan besteld worden na overschrijving van 12 euro + 1,40 euro port) op rek.nr. BE67 1032 2096 7987 van Patrick Cornillie, Molenlaan 26, 8810 Lichtervelde (met vermelding van naam en adres).
Foto boven: Maarten Wydooghe (l) en auteur Patrick Cornillie
Foto onder: Een beeld van de vernissage - Lichtervelde, 10/11/2014.
Met Patrick Cornillie (l), Benedict Wydooghe (m)- inleider en Maarten Wydooghe
De Digther-gedichten uit “Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!”:
Patrick Cornillie: Wijtschate, Bayernwald
Patrick Cornillie: Diksmuide, boyau de la mort
Patrick Cornillie: Ieper, Saint-Charles de Potyze
Patrick Cornillie: Vladslo, Deutscher Soldatenfriedhof
Extern:
Zwijg mij van de oevers van de Ijzer!
Thuissite Patrick Cornillie
Thuissite Maarten Wydooghe
Benedict Wydooghe bij Witsand
Schilder en dichter herdenken WO I
Lichtervelde leeft!
maandag 10 november 2014
Het boekje van de dichter - Paul Rigolle
Het opschrijfboekje van Paul Rigolle "door hemzelve in het vizier genomen"...
Foto © Maaike Bearelle
(In de rubriek: "Het boekje van de dichter")
zaterdag 8 november 2014
Zeven Dichters - zondag 23/11/2014
Uitnodiging
Zeven Dichters
"Zeven jaar later"
Zondag 23/11/2014 - 10.30 u. - Tielt 't Vossenhol
"Negenenveertig gedichten voor één en dezelfde zondag”
De redactie van het online literair tijdschrift de Schaal van Digther en het Davidsfonds Tielt hebben het genoegen om je uit te nodigen op de derde editie van het zevenjaarlijkse poëziefestivalletje “Zeven Dichters”.
Op zondag 23/11/2014 is het zover. Dan lezen om 10:30 uur in het theaterzaaltje ’t Vossenhol van het Tieltse CC Gildhof in een poëtisch aperitief de navolgende zeven dichters ieder (ongeveer) zeven gedichten:
Frank Decerf
Alain Delmotte
Diana Freys
Frédéric Leroy
Paul Rigolle
Herlinda Vekemans
Hugo Verstraeten
Na de eerste edities in 2000 en 2007 bestaat het programma dit keer, zoals je kan merken, uit de volledige redactie van het tijdschrift Digther.
Iedereen van harte welkom!
Toegang: € 5 voor DF leden (houders DF cultuurkaart), € 7 voor niet-leden, drankje inbegrepen.
Locatie:
Theaterzaaltje ’t Vossenhol, Cultuurcentrum Gildhof
Sint-Michielstraat 9, 8700 Tielt
Hoe bereik je 't Vossenhol?
Organisatie : Davidsfonds Tielt & Zeven Dichters
Meer informatie is te vinden via de webadressen:
Davidsfonds Tielt
De Schaal van Digther
Zeven Dichters
"Negenenveertig gedichten voor één en dezelfde zondag”
Zeven Dichters
"Zeven jaar later"
Zondag 23/11/2014 - 10.30 u. - Tielt 't Vossenhol
"Negenenveertig gedichten voor één en dezelfde zondag”
De redactie van het online literair tijdschrift de Schaal van Digther en het Davidsfonds Tielt hebben het genoegen om je uit te nodigen op de derde editie van het zevenjaarlijkse poëziefestivalletje “Zeven Dichters”.
Op zondag 23/11/2014 is het zover. Dan lezen om 10:30 uur in het theaterzaaltje ’t Vossenhol van het Tieltse CC Gildhof in een poëtisch aperitief de navolgende zeven dichters ieder (ongeveer) zeven gedichten:
Frank Decerf
Alain Delmotte
Diana Freys
Frédéric Leroy
Paul Rigolle
Herlinda Vekemans
Hugo Verstraeten
Na de eerste edities in 2000 en 2007 bestaat het programma dit keer, zoals je kan merken, uit de volledige redactie van het tijdschrift Digther.
Iedereen van harte welkom!
Toegang: € 5 voor DF leden (houders DF cultuurkaart), € 7 voor niet-leden, drankje inbegrepen.
Locatie:
Theaterzaaltje ’t Vossenhol, Cultuurcentrum Gildhof
Sint-Michielstraat 9, 8700 Tielt
Hoe bereik je 't Vossenhol?
Organisatie : Davidsfonds Tielt & Zeven Dichters
Meer informatie is te vinden via de webadressen:
Davidsfonds Tielt
De Schaal van Digther
Zeven Dichters
"Negenenveertig gedichten voor één en dezelfde zondag”
donderdag 6 november 2014
Herlinda Vekemans bij Meander
De redactie van Meander zet deze week Herlinda Vekemans, gewaardeerd Digther-redacteur, even in het volle centrum van haar poëtische aandacht. Dit, naar wij hier menen, vanzelfsprekend geheel en al terecht!
Herlinda is beroepshalve verbonden aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven en publiceerde eerder o.a.in Digther, Poëziekrant, Het Liegend Konijn, DWB en De Revisor. Zij is tot hiertoe de auteur van drie dichtbundels Versneden (2005), Buiging (2006) en Schrikdraad (2011). Op Meander zijn via deze link drie gedichten na te lezen uit een bundel in wording, gewijd aan Olivier Messiaen. Eerder verschenen op de Digther-bladzijden ook al enkele gedichten uit deze bundel als 'work in progress'.
Herlinda Vekemans is op zondagvoormiddag 23/11/2014 om 10:30u samen met de andere Digther-redacteurs te gast op het aardige zevenjaarlijkse poëziefestivalletje "Zeven Dichters" in Tielt. Meer info hierover volgt in de komende dagen.
Extern:
Toelichting Meander
Drie gedichten op Meander
De eerder gepubliceerde Messiaen-gedichten bij Digther
Zeven Dichters-thuispagina
Thuispagina Herlinda Vekemans
Herlinda is beroepshalve verbonden aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven en publiceerde eerder o.a.in Digther, Poëziekrant, Het Liegend Konijn, DWB en De Revisor. Zij is tot hiertoe de auteur van drie dichtbundels Versneden (2005), Buiging (2006) en Schrikdraad (2011). Op Meander zijn via deze link drie gedichten na te lezen uit een bundel in wording, gewijd aan Olivier Messiaen. Eerder verschenen op de Digther-bladzijden ook al enkele gedichten uit deze bundel als 'work in progress'.
Herlinda Vekemans is op zondagvoormiddag 23/11/2014 om 10:30u samen met de andere Digther-redacteurs te gast op het aardige zevenjaarlijkse poëziefestivalletje "Zeven Dichters" in Tielt. Meer info hierover volgt in de komende dagen.
Extern:
Toelichting Meander
Drie gedichten op Meander
De eerder gepubliceerde Messiaen-gedichten bij Digther
Zeven Dichters-thuispagina
Thuispagina Herlinda Vekemans
maandag 27 oktober 2014
Korte geschiedenis van de dode hond - Frank de Crits
Drie
korte geschiedenis van de dode hond
eerst was er een morsdode hond
dan de gezouten hond uit die stokoude blues
salty dog salty dog
mag ik je met mijn pen invullen
dan die cocktail half gin
met half vers pompelmoessap en
de rand van het glas moet wel met zout omringd
zo is tequila ook te pruimen
de mescal van malcolm lowry: agavesap met suikerriet
waarmee hij overdreef doch wat is hier overdrijving
teveel fruit of teveel alcohol
fruit is ongezond ik eet nooit fruit mijn vingers lusten
geen kleverigheid
van dode honden geen schrik
ze blaffen ook nooit meer
hij kwam aangespoeld in de kreek van mijn jeugd
de meerspoort waar koeien en kikkers welig tierden
ik wierp met grint keien steentjes om hem van wal
te houden het beest stonk uren in de wind
er was geen wind er waren geen uren
verkeerde uitdrukking in die prachtige zomer
waarin wij kikkers vingen met een zekere behendigheid
in hun gat een strootje propten de beestjes opbliezen
tot een rond buikje en in het water gooiden
waar ze met de dode hond verder dobberden
platte keien zochten wij ijverig
om over de brede poel te zweven te ketsen en dan dom
plat te vallen
de behendige ik dacht met drie weerbotsen te winnen
doch de oudere andere lukte er vier en raakte nog de hond
hoor hoor de nooit meer dan dode hond
arme morsdode hond
© Frank de Crits
(Uit een cyclus 'Korte geschiedenis')
woensdag 22 oktober 2014
De 100 mooiste Wielergedichten!
Gesignaleerd!
Al een tijdje aangekondigd, en nu wordt het boek ook voorgesteld: "De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur", een uitgave van LES ILES. Samenstelling: Patrick Cornillie.
Voorstelling: zaterdag 25 oktober 2014 - WieMu Roeselare van 11u tot 13u. Iedereen welkom!.
Al een tijdje aangekondigd, en nu wordt het boek ook voorgesteld: "De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur", een uitgave van LES ILES. Samenstelling: Patrick Cornillie.
Voorstelling: zaterdag 25 oktober 2014 - WieMu Roeselare van 11u tot 13u. Iedereen welkom!.
dinsdag 21 oktober 2014
Voorwoord bij de publicatie "'t Withuis moet in 't bad vandaag" - Alain Delmotte
Dames en heren,
Aanvankelijk werd ik aangesproken om bij wijze van inleiding bij de publicatie “‘t Withuis moet in bad” enkele gedichten onder de loep te nemen om er een eigen analyse van te bezorgen. Ik werd dus aangesproken als de poëzie-recensent die ik bij gelegenheid ben. Omdat ik een analyse pas in een later lectuurstadium opportuun vind en omdat analyses er dikwijls in slagen om meer lezers af te stoten dan bij te winnen heb ik gevraagd of ik die publicatie vanuit een veel subjectievere en vrijere hoek mocht benaderen. Namelijk vanuit het ‘dubbelglazige’ gegeven dat ik, één, zelf begeleider ben van poëzieworkshops voor personen met een beperking en dat ik, twee, een dichter ben – een regulier dichter zoals dat in het sociaal-artistiek jargon genoemd wordt.
Ik zal eerst een omweg maken eer ik aan de voorstelling van de publicatie toekom. Maar het zal u opvallen dat deze omweg een strategische omweg is: ik zal onderhuids de publicatie voor ogen houden. Vanavond wil ik hier vooral, een pleidooi voor poëzie houden. Ik zal beginnen met het aanstippen van enkele persoonlijke ervaringen. Van daaruit stap ik over naar wat voor mij poëzie is (of zou kunnen zijn), om dan die kijk heel even te toetsen aan de publicatie.
Ik ben nu al zo’n vijftien jaar bezig met het geven van poëzieworkshops. Ik werk voornamelijk met mensen met een verstandelijke beperking. ‘t Withuis doet dit – zoals u weet - met personen met visuele en andere beperkingen. Mijn techniek verschilt met die van ‘t Withuis maar de benadering blijft dezelfde. Ik werk expliciet individueel. Voor ‘t Withuis is het vaker een groepsgebeuren, de groep wordt erbij betrokken. Ik ga soms uit van afgelijnde thema’s. ’t Withuis maakt ruimer plaats voor toeval en associatie. Mijn werkwijze is simpel: ik stel een zo open mogelijke vraag en ik noteer de antwoorden.
Op de workshops en op de resultaten ervan kreeg ik bij gelegenheid zowel positieve als negatieve commentaar. Bij drie van die commentaren sta ik kort stil.
Het is lang geleden en zeer geïsoleerd maar één iemand is me ooit komen vertellen dat hij niet begreep waarom ik me met die workshops bezighield. Hij beschouwde het als puur tijdsverlies. Ik zou er beter aan doen – zo zei hij – om me op mijn eigen werk toe te leggen. Bij die uitspraak was ik meer gekwetst dan kwaad. De argumenten die ik hierop heb tegen te werpen, houd ik nog even in beraad. Ik kom er straks op terug.
Het tweede punt dat ik aangeef, is iets (een soort mantra) wat ik tot op vandaag moet blijven aanhoren: ‘Niet zij, maar jij bent het die de gedichten schrijft, want die gedichten lijken op de jouwe.’ Ik kan het niet ontkennen: ik speel binnen het ontstaansproces van zo’n gedichtje een mediërende rol. Ik stel vragen, open vragen en inderdaad het zijn ‘mijn’ vragen. En dat ik hier en daar een duwtje in de rug geef door een suggestieve vraag te stellen – pour le besoin de la cause - ja, ik geef het toe. Maar de antwoorden die de vragen uitlokken: nee die verzin ik niet. Het zijn wel degelijk ‘hun’ antwoorden. Ik vang ze op en schrijf ze neer. Met mijn eigen werk heeft het niets te maken.
Waar ik wel even wil blijven bij stilstaan is het onderliggend vooroordeel dat in deze bewering smeult: dat het taalvermogen van mensen met een verstandelijke of andere beperking minderwaardig is. Uiteraard is het taalvermogen beperkter maar dat maakt het aanwezige taalvermogen des te compacter en intenser. De sociaal-maatschappelijke coderingen hebben minder vat op hun taalgebruik. Of die coderingen worden niet altijd juist begrepen of gesitueerd. Die coderingen worden ongewild omgebogen en hun absurditeit en hun vervreemding worden op die manier blootgelegd. Taal is iets waarmee we ons kunnen vermommen. We kunnen ons bijvoorbeeld wegstoppen achter een jargon (de welzijnssector is daar overigens virtuoos in). De mensen met wie ik werk kunnen dit niet of moeilijker. Elk woord dat wordt uitgesproken beschikt over een expressieve spankracht. De taal vouwt zich in hun lichaamstaal uit: in de plooien hoort men het spreken. Het spreken gaat gepaard met allerlei lichaamsbewegingen - het lichaam spreekt mee. Soms wordt er gestotterd en dat heeft iets van een afmattende fysieke inspanning. Ze zoeken met lijf en leden naar woorden. Heel diep, heel ver. Wij, daarentegen, glijden vaak over de woorden heen. Wij slalommen. Wij gaan aan woorden voorbij en gaan ervan uit dat het maar woorden zijn. Voor hen ligt dat anders: een woord moet allesomvattend zijn. Een perfect uitgangspunt om poëzie ‘te laten gebeuren’. Poëzie is voor mij de uiterste verfijning van het taalvermogen – hoe beperkt dat taalvermogen ook mag uitvallen.
Een derde commentaar waarmee ik wel eens geconfronteerd wordt - vooral dan na een optreden - is er een met de beste bedoelingen. Men komt mij en de deelnemers bedanken met de verzuchting dat ze nu eigenlijk eens ‘echte poëzie’ hebben gehoord. Beter dan die van reguliere dichters.
Ik ben het daar niet mee eens. ‘Echte poëzie’ dat klinkt als het ‘Ware geloof’ of de ‘Absolute Waarheid’. Zaken waarbij ik op de toppen van mijn tenen ga staan. En ‘echte poëzie’ wat zou dat dan moeten zijn? Eerlijk ik zou het niet weten. Ik kan het gegeven poëzie alleen maar ‘beschouwen’. Poëzie laat zich niet definiëren. En misschien is dat haar voornaamste eigenschap.
Hoe ‘beschouw’ ik nu poëzie. Voor mij is het gedicht ‘verwoording’. Vertaling. Iets wordt in taal omgezet. Een vertaling die probeert exclusief te zijn. Een gedicht probeert iets te zeggen dat nooit eerder zo werd gezegd. Een perfecte illusie. Je kunt hooguit zeggen dat een gedicht probeert tot een exclusieve zegging te komen. Het gedicht is poging. Het gedicht is mogelijkheid. Het gedicht legt een weg af naar iets dat compleet buiten het gezichtsveld van het gedicht valt. De dynamiek die hieruit ontstaat, wordt verlangen genoemd. Het gedicht verlangt. En de vervulling blijft uit. Maar is de vervulling de missie van het gedicht? Ik betwijfel het. Poëzie is voor mij een open mentale ruimte waarvan de grenzen niet meteen af te bakenen zijn. Een ruimte vol niemandsland.
Maar wat wil het gedicht gezegd krijgen? Wat wil het verwoorden en vertalen? Meestal krijg ik te horen dat het gedicht de uitdrukking moet zijn van een gevoel. Ik ontken dat niet maar ik stel wel dat er nog andere factoren zijn die tot ‘spreken’ dwingen, die een rol bij het uitspreken spelen. Om niet uit te weiden snoei ik wat in mijn redenering en beperk me tot het volgende: het gedicht is de vertaling van een ‘ervaring’ en die kan zowel fysiek als cerebraal zijn. Nee, het gedicht brengt geen verslag uit van die ervaring. Het gedicht verlangt meer: het wil die ervaring zelf zijn. Het gedicht wil zijn, wil samenvallen met wat is. Alweer een perfect illusie: ook hier kan het gedicht maar iets ‘uitproberen’. Of om het anders uit te drukken; het gedicht is voortdurend in wording, het is nooit af – het moet nog beginnen. Het gedicht is er… maar slechts als fragment van wat het had kunnen zijn.
Voor mij is poëzie dan niet zozeer een ‘verwoording’ van een zijnservaring maar in eerste instantie een zijnservaring tout court. De verwoording is al iets van een tweede instantie. De bestemming is er eerst: poëzie richt zich tot iemand. Natuurlijk schrijf ik voor mezelf: maar nog meer wil ik mij richten tot de anderen, tot de Andere, de toevallige Andere. Ik wil delen, mee-delen. Op het moment van de verwoording laat ik mij horen, en ik hoop dat een ander mij hoort. De poëzie is voor mij in essentie ‘stem’. De eigengereide, de dichter typerende stem.
Indien ik het werken met mensen met een beperking rond het gegeven ‘poëzie’ niet als tijdsverlies ervaar komt dit onder meer omdat ik het beschouw als behorende tot mijn poëtische arbeid. Poëzie is meer dan het zich louter toeleggen op eigen werk. Poëzie is een gebaar gegrond in de overtuiging dat iedereen een eigen stem heeft en meer zelfs: dat iedereen recht heeft op een eigen stem. Tijdens mijn workshops begeleid ik mensen in het zoeken naar hun stem. Ik geef en gun ze een stem. Een Franse dichter stelde ooit: ‘la poésie doit être faite par tous, non par un’. De taal is van iedereen en iedereen is in staat om de taal met een eigen stem bij te kleuren. Heel veel van de teksten die uit de workshops zijn ontstaan (en ik verwijs nu ook expliciet naar de hier voorliggende publicatie) lijken bij eerste lezing banaal. Maar banaal zijn ze niet: omdat er, op zich, veel poëzie in de banaliteit steekt, d.w.z. in de manier waarop die banaliteit wordt verwoord. Hoe nietszeggend ook, de banaliteit spreekt.
Ik drong daarnet aan op de ‘eigengereidheid’ van de stem. Wat betekent dit als we consequent zijn? Dat er geen rechte wegen zijn als het over poëzie gaat, het gedicht vordert in de bochten. Er zijn geen echte spelregels, geen echte voorschriften: je moet het doen met wat gissingen en inschattingen. Met zekerheden raak je niet ver in die tekstwereld, wel met continue en duurzame bevragingen. Ik hoor zo vaak de vraag stellen: wat is het nut van poëzie? Meestal beantwoord ik die vraag met een tegenvraag, bij wijze van kwinkslag: ‘Wat is het nut van ademhalen?’ Wat mij betreft is poëzie voor ons vandaag van een levensnoodzakelijk nut. In een tijd waarin de statistiek domineert en reduceert. In een tijd waarin we met reclameteksten, slogans, persmededelingen, politieke retoriek en grootspraak om de oren worden geslagen. We leven in een tijd waarin het menselijke wordt ontkracht door het dictaat van de categorie. Ook op het niveau, en misschien vooral op het niveau van de taal. Onze taal wordt geüniformeerd. En er is quasi geen ontsnappen aan. We drukken ons tegenover elkaar in sjablonen uit. We spreken elkaar aan met dezelfde taal waarmee we verslagen maken: schijnbaar geobjectiveerd, zeer afstandelijk, asoluut zakelijk. (Passies, turbulenties, betrokkenheid, fracturen, afgronden en risico’s slaan we over. Meer uit angst dan uit overtuiging.)
Poëzie gaat tegen die reductie in. Poëzie is aandacht voor wat is – voor wat geheel en in zijn geheel ‘is’. Poëzie gaat tegen de opdeling in de categorieën in. Althans in mijn visie.
In mijn workshops werk ik dus niet met mensen met een verstandelijk en/of visuele en andere beperkingen. Want ook dat zijn categorieën. Ik werk met personen, met individuen die elk voor zich een levensverhaal hebben. Over dat levensverhaal ga ik met hen in dialoog. Men is het bijna vergeten: één van de sterkste potenties van de taal is dat je ermee tot dialoog kunt komen - hoe moeilijk ook. Heel vaak gebeurt het omgekeerde: met taal proberen we de ander op een afstand te houden of proberen we de ander voor eigen kar te spannen, te overtuigen van het eigen gelijk. In een ware dialoog blijft het gelijk uit. De waarde van een dialoog ligt in de ontmoeting. Met de teksten, ontstaan uit de workshops, vervalt de grens tussen beperkt en niet beperkt, handicap en geen handicap. Wat bloot komt te liggen is de gelijkwaardigheid van individuen onderling. Poëzie emancipeert.
Dit zijn, ik herhaal het, persoonlijke stellingen. Ik poneer geen waarheid, ik poneer mogelijkheden. Als ik die stellingen nu toets aan de publicatie waar kom ik dan uit?
Men vraagt mij vaak hoe men een gedicht moet lezen. Ik heb daar geen antwoord op. Wat zou ik. In ieder geval leest men poëzie niet zoals men een reklamefolder leest. Vergelijk de poëzielezer met een hengelaar, een lijnvisser. Je gaat aan de rand van de tekst zitten, je gooit de lijn uit met als aas aan de haak een persoonlijke ingesteldheid en vrij van vooroordelen. Je wacht geduldig af: je leest, je herleest. Het kan uren duren tot je beet hebt. Hoe meer je beet hebt, hoe duidelijker het wordt welke vissen er in de tekstvijver steken. Ach, dit is maar een vergelijking. Als poëzielezer beschik je over een grote vrijheid: je schept het gedicht mee, je duwt het dynamisch de hoogte in. Dichters hopen op een actieve lectuur: een gedicht lezen is het mee helpen schrijven. Ook de lezer is een dichter.
Het eerste wat ik bij mijn lectuur opmerkte is dat de teksten categorievrij zijn. Ik bedoel dat het niet is uit te maken dat deze teksten geschreven zijn door mensen met een af andere beperking. Het motief van het oog (en zijn associaties) vlamt hier en daar op: maar daar let je pas op als je weet wie die gedichten gemaakt heeft. Maar ze konden, bij wijze van spreken, even goed geschreven zijn door iemand met een universitair diploma.
Wat me daarna opviel bij het lezen was het afgebroken discursieve verloop van de teksten. Wat wil dat zeggen? Dat er van hot naar her wordt gesprongen. Er is discontinuïteit. Het logische verloop wordt onderbroken. Een werkwijze die mogelijk als volgt wordt omschreven in het gedicht ‘Structuur gezicht’:
De woorden die uit de mond vlieden nemen we op.
De klank vervormt tot een bol onontwarbaar garen
Dat je niet meer kunt inslikken.
Als lezer wordt je onontwarbaar heen en weer geslingerd. Elke tekst lijkt in fragmenten uit elkaar te zijn gevallen. Ongeordend. Een puzzel. Moet je als lezer die puzzel reconstrueren? Je ‘moet’ als lezer helemaal niets – de lezer is vrij maar ik raad hem wel aan oren en ogen open te houden. Je moet als lezer nieuwsgierig zijn en dat kunnen blijven. Met dit boekje moet hij bereid zijn om onbevooroordeeld een duik in het spraakwater te maken, zich als een vis te voelen in de taal. (Hé, ja, de lezer is evenveel vis als lijnvisser.)
Ik hoor stemmen langs alle kanten in die gedichten. Het zijn stemmen in aanbouw. Ze meanderen, ze maken arabesken, bogen en bochten: laat ze galmen, het zijn signalen uit een innerlijke wereld. Vis ze op, probeer ze op te halen en zo krijg je van die regels beet:
Een gevoel en geroer
Van terecht verdriet en heimwee
Naar een eenzame stamboom van dierbaren
Of:
Laat het meisje in mij komen
Dan kan de liefde door de wereld vloeien
De stemmen zijn meerstemming dit wil zeggen, ze willen meer zeggen dan wat ze in hun eenmaligheid zeggen: momenten uit een werkelijkheid waarop ze niet meteen een greep hebben. Ze oriënteren zich moeilijk in die werkelijkheid. De stemmen zijn op de tast. Op tast naar een gehoor. Ze reiken aan. Ze werpen ons iets toe. Alsof ze met ons willen tennissen. Of pingpong of petanque willen spelen. Of misschien willen ze alleen maar kennis met ons maken. ‘Hallo, goeiendag’.
Er lijkt in de belevingswereld die deze teksten aftekent, niet echt een centrum. Het lijkt ook allemaal vrijblijvend – maar tegelijkertijd klinkt er een nood aan betrokkenheid in, aan mee willen betrokken zijn. Taal komt, taal gaat, taal blijft drijven. U ontdekt het straks zelf wel als u het leest: je krijgt in grote dosissen details aangeboden, zijdelingse bevindingen, ongewone vragen, vreemde redeneringen, vaststellingen. Zoals bijvoorbeeld deze:
‘De koe eet het gras op en wordt toch niet groen.’
Men zou het kunnen samenvatten met een dubbelzinnige formulering, die in de bundel terug te vinden is. Het zijn allemaal ‘verdenkingen’. Ver-denkingen. Gedachten die op hun kop worden gezet. Denkpatronen die verdacht worden gemaakt. Langs de platgetreden paden van onze denkkaders wordt een zijweg ingeslagen. Ja, deze teksten zijn kritisch.
Er wordt gejubeld en vervloekt. Het leven in een losse greep. Er is sprake van vervoeringen. Maar evenveel ontnuchteringen laten zich ontwaren. De teneur is overigens in het algemeen realistisch te noemen. Er wordt niet rond de pot gedraaid: een kat wordt er een kat genoemd. Wat niet belet, ik gaf daarnet twee voorbeelden aan, dat een zin zich wel eens onbekommerd tot een elegante volzin uitstrekt.
Tot hier mijn leesindrukken: vul ze aan met de uwe. Stelt u niet te veel vragen over hoe die gedichten zijn ontstaan: het is hun kern niet. De kern is dat ze er zijn.
© Alain Delmotte
Extern:
't Withuis moet in 't bad vandaag - Blog Bib Brugge
Poemtata hoort stemmen
maandag 20 oktober 2014
Het boekje van de dichter - David Troch
Het opschrijfboekje van David Troch, Dichter bij de gratie van Gent en de hele Wereld!
(In de rubriek: "Het boekje van de dichter")
maandag 13 oktober 2014
Circonflexe - Herlinda Vekemans
Olivier Messiaen – Quatuor pour la fin du temps – Abîme des oiseaux (1941)
De tijd ligt aan de lijn
een kistkalf
een slachtlam
de aarde
heeft een diepe snee
als van buitenaf toegebracht terwijl ze draaide
een schier rechte lijn rond bijna de hele bol
oranjeblauwe lava spat op in de diepte
vier jaar lang brokkelt en glijdt, schuift en verliest ze zich in de wonde
geleidelijk verstenen gletsjers en rotsblokken de vuurbrij binnenin
dicht kan de kloof niet meer
alleen de vogels onttrokken zich al die tijd geheel aan de afgrond
© Herlinda Vekemans
(Uit een nieuwe bundel in voorbereiding)
Youtube-fragment: Het Ensemble Tetragonist over hun uitvoering van Messiaens Quatuor pour la fin du temps in Görlitz, waar Messiaen het in 1941 schreef in het krijgsgevangenenkamp.
https://www.youtube.com/watch?v=gz3vEKG1O10
Tetragonist speelt het Quatuor pour la fin du Temps op woensdag 15 oktober 2014 in de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten , Hertogstraat 1 in 1000 Brussel. Voor het concert leest Herlinda Vekemans enkele gedichten.
Meer info: http://www.kvab.be/activiteitdetail.aspx?id=322
Notitie van Herlinda Vekemans bij Circonflexe: “Dit gedicht vertrekt van Messiaens voorkeur voor het theatrale en het surrealistische. De tweede wereldoorlog is er een permanente wonde, die als van buitenaf aan de planeet toegebracht werd. “
(Rubriek: Werk van de redactie)
dinsdag 7 oktober 2014
Buren bij Kunstenaars: Hugo Verstraeten nodigt uit
Werk van de redactie
Buren bij Kunstenaars: 17, 18 en 19 oktober 2014
Open atelierdagen bij Hugo Verstraeten, Sint Veerleplein 10,
8600 Oostkerke - Open 10-12 u en 14-19 u. Iedereen welkom
Buren bij Kunstenaars: 17, 18 en 19 oktober 2014
Open atelierdagen bij Hugo Verstraeten, Sint Veerleplein 10,
8600 Oostkerke - Open 10-12 u en 14-19 u. Iedereen welkom
maandag 6 oktober 2014
Eindelijk Nooteboom?
Vorig jaar ging de nobelprijs Literatuur niet eens zo heel verrassend naar de Canadese schrijfster Alice Munro. Ook benieuwd wie het dit jaar wordt? Komende donderdag weten we het. In februari laatst waren er nog 210 kandidaten. Ondertussen vermoeden we dat de insiders al een tijdje weten wie er op de shortlist staat... Wie op de valreep nog een gokje wil wagen kan dat! Volgens Ladbrokes heeft Cees Nooteboom die al jarenlang op de mooiste lijstjes voorkomt evenveel kans als Bob Dylan en Milan Kundera... De man van veel Rituelen staat 25 tegen 1. Maar misschien wordt het toch, gedoodverfd als ie is, gewoon maar Haruki Murakami... Wat jij?
Hieronder een greep uit het jaarlijkse Ladbrokes-lijstje...
Haruki Murakami 4/1
Ngugi Wa Thiong'o 4/1
Svetlana Aleksijevitj 6/1
Adonis 10/1
Patrick Modiano 10/1
Philip Roth 12/1
Peter Handke 12/1
Ismail Kadare 14/1
Joyce Carol Oates 16/1
Adam Zagajewski 20/1
Milan Kundera 25/1
Thomas Pynchon 25/1
Cees Nooteboom 25/1
Bob Dylan 25/1
Umberto Eco 33/1
Margaret Atwood 33/1
Don DeLillo 33/1
Amos Oz 33/1
Karl Ove Knausgard 33/1
Cormac McCarthy 50/1
En wie helemaal écht wil gokken volgt gewoon deze link!
Extern
Nobelprijs Literatuur bij Wikipedia
Prognose van De Morgen
(Notitie Paul Rigolle)
Hieronder een greep uit het jaarlijkse Ladbrokes-lijstje...
Haruki Murakami 4/1
Ngugi Wa Thiong'o 4/1
Svetlana Aleksijevitj 6/1
Adonis 10/1
Patrick Modiano 10/1
Philip Roth 12/1
Peter Handke 12/1
Ismail Kadare 14/1
Joyce Carol Oates 16/1
Adam Zagajewski 20/1
Milan Kundera 25/1
Thomas Pynchon 25/1
Cees Nooteboom 25/1
Bob Dylan 25/1
Umberto Eco 33/1
Margaret Atwood 33/1
Don DeLillo 33/1
Amos Oz 33/1
Karl Ove Knausgard 33/1
Cormac McCarthy 50/1
En wie helemaal écht wil gokken volgt gewoon deze link!
Extern
Nobelprijs Literatuur bij Wikipedia
Prognose van De Morgen
(Notitie Paul Rigolle)
Som van tijd - Roger de Neef
Onlangs werd de nieuwe bundel van Roger de Neef voorgesteld. ‘Som van tijd’ verscheen bij het poëziecentrum Gent en bevat enkele tekeningen van Jan Vanriet die ook de voorflap verzorgde. Roger de Neef noteerde over deze bundel onder meer het volgende:
‘- Som van tijd -, toen ik nog natellen kon wat ik van anderen heb geërfd en tot nu toe, van mezelf heb gemaakt: 15 dichtbundels, noem het zangen of één en hetzelfde gedicht waarbij ik deze keer voetnoten, data, soms hele vraagtekens heb geplaatst. Ook merk ik nu, met enige ironie, dat het leven mij begrijpt en hierdoor mijn geheugen is veranderd. Vooral, dat wat ik niet wist, heeft al schrijvend mijn geheugen gevormd. Dat heb ik opgetekend in mijn boek.
Verklaring voor mijn geschrijf en gewrijf - een uitleg voor zover die traceerbaar is of zou bestaan - bestaat die wel? Iedere uitleg zegt, in het beste geval, iets over de noodzaak, de uniciteit, de overbodigheid van het gedicht. Bovendien is elk gedicht vormvast: als je het vertaalt in andere woorden, ook woorden van de eigen taal, maak je het stuk.
Som van tijd refereert aan ‘erfenis van tijd’ waarbij niets of niemand anders is dan de voorspelling én de voorstelling van een bloemknop vol licht die eindigt in as.
Komt daarbij dat we alleen kunnen geven wat we al hebben gegeven. We kunnen alleen geven wat al van de ander is. In het boek dat ik heb gemaakt en straks zal doorgeven, staan de dingen die altijd al van u waren: in naam van de liefde iets over liefde, afscheid en verlies, iets met humor over het overleven, over weerbaarheid, vriendschap en soms veel dood.’
In de slotcyclus van de bundel ‘De eeuw van de schreeuw’ evoceert de Neef het gegeven ‘oorlog’: de eerste wereldoorlog, de Shoah (in een aangrijpende reeks gedichten), Guernica, Syrië en het allegorische schilderij van Breugel ’Triomf van de dood’. De Neef hierover:
Tenslotte in Som van tijd iets over de schreeuw van mijn eeuw, die met De schreeuw van Edvard Munch is begonnen: die nergens en maar niet ophoudt. Iets over het doden op industriële wijze, het vernietigen van mensen in concentratiekampen, in Gaza, in Syrië, in Irak en in alle mogelijke kalifaten. Denkend hoe het begon in Guernica op 26 april 1937, denkend aan Picasso, aan Goya, denkend aan de eerste timide nalatenschap, het bebloede handschrift van de mens in de grotten van Altamira en Lascaux. Denkend aan de recente filmbeelden van The act of killing, denkend aan Bruegel de Oude, aan de vele parabels en zijn Triomf van de dood.
Uit de bundel kozen we met toestemming van de auteur het gedicht ‘Contant’, geïnspireerd ‘door mijn actieve, ruim twaalf jaar lange betrokkenheid bij het supportteam in Dagcentrum Topaz van Dr. Wim Distelmans in Wemmel.’ http://www.dagcentrum-topaz.be
(notitie en foto Alain Delmotte)
CONTANT
Ik ben hem dankbaar
Hij woont bij mij in
Ik noem hem lijfarts mijn tweelingbroer
Hij is in mij thuis zelden met vakantie
Bekijkt mijn longen en mijn lever
Mijn speeksel mijn urine mijn nieren
Hij handelt in vertrouwen
Luistert naar mijn hart
Betast af en toe mijn hersenen
De buitenkant van herinneringen
Die niet altijd van mij zijn
Hij deelt ze uit aan wie of aan wat
Zelf weet ik het nog niet
Maar iedere dag
Schrijft hij mij doodgewone
Dingen voor met mijn eigen bloed
Doet niet alsof want er voor mij
Zeker dokter dood geneest
Hij en ik weten precies wanneer ik genoeg heb
Van het verrukkelijke leven waarmee
Ik hem dan contant betaal.
© Roger de Neef
Extern:
Roger de Neef – thuissite
Som van tijd bij het Poëziecentrum
Levity Peters over Som van tijd bij Meander
‘- Som van tijd -, toen ik nog natellen kon wat ik van anderen heb geërfd en tot nu toe, van mezelf heb gemaakt: 15 dichtbundels, noem het zangen of één en hetzelfde gedicht waarbij ik deze keer voetnoten, data, soms hele vraagtekens heb geplaatst. Ook merk ik nu, met enige ironie, dat het leven mij begrijpt en hierdoor mijn geheugen is veranderd. Vooral, dat wat ik niet wist, heeft al schrijvend mijn geheugen gevormd. Dat heb ik opgetekend in mijn boek.
Verklaring voor mijn geschrijf en gewrijf - een uitleg voor zover die traceerbaar is of zou bestaan - bestaat die wel? Iedere uitleg zegt, in het beste geval, iets over de noodzaak, de uniciteit, de overbodigheid van het gedicht. Bovendien is elk gedicht vormvast: als je het vertaalt in andere woorden, ook woorden van de eigen taal, maak je het stuk.
Som van tijd refereert aan ‘erfenis van tijd’ waarbij niets of niemand anders is dan de voorspelling én de voorstelling van een bloemknop vol licht die eindigt in as.
Komt daarbij dat we alleen kunnen geven wat we al hebben gegeven. We kunnen alleen geven wat al van de ander is. In het boek dat ik heb gemaakt en straks zal doorgeven, staan de dingen die altijd al van u waren: in naam van de liefde iets over liefde, afscheid en verlies, iets met humor over het overleven, over weerbaarheid, vriendschap en soms veel dood.’
In de slotcyclus van de bundel ‘De eeuw van de schreeuw’ evoceert de Neef het gegeven ‘oorlog’: de eerste wereldoorlog, de Shoah (in een aangrijpende reeks gedichten), Guernica, Syrië en het allegorische schilderij van Breugel ’Triomf van de dood’. De Neef hierover:
Tenslotte in Som van tijd iets over de schreeuw van mijn eeuw, die met De schreeuw van Edvard Munch is begonnen: die nergens en maar niet ophoudt. Iets over het doden op industriële wijze, het vernietigen van mensen in concentratiekampen, in Gaza, in Syrië, in Irak en in alle mogelijke kalifaten. Denkend hoe het begon in Guernica op 26 april 1937, denkend aan Picasso, aan Goya, denkend aan de eerste timide nalatenschap, het bebloede handschrift van de mens in de grotten van Altamira en Lascaux. Denkend aan de recente filmbeelden van The act of killing, denkend aan Bruegel de Oude, aan de vele parabels en zijn Triomf van de dood.
Uit de bundel kozen we met toestemming van de auteur het gedicht ‘Contant’, geïnspireerd ‘door mijn actieve, ruim twaalf jaar lange betrokkenheid bij het supportteam in Dagcentrum Topaz van Dr. Wim Distelmans in Wemmel.’ http://www.dagcentrum-topaz.be
(notitie en foto Alain Delmotte)
CONTANT
Ik ben hem dankbaar
Hij woont bij mij in
Ik noem hem lijfarts mijn tweelingbroer
Hij is in mij thuis zelden met vakantie
Bekijkt mijn longen en mijn lever
Mijn speeksel mijn urine mijn nieren
Hij handelt in vertrouwen
Luistert naar mijn hart
Betast af en toe mijn hersenen
De buitenkant van herinneringen
Die niet altijd van mij zijn
Hij deelt ze uit aan wie of aan wat
Zelf weet ik het nog niet
Maar iedere dag
Schrijft hij mij doodgewone
Dingen voor met mijn eigen bloed
Doet niet alsof want er voor mij
Zeker dokter dood geneest
Hij en ik weten precies wanneer ik genoeg heb
Van het verrukkelijke leven waarmee
Ik hem dan contant betaal.
© Roger de Neef
Extern:
Roger de Neef – thuissite
Som van tijd bij het Poëziecentrum
Levity Peters over Som van tijd bij Meander
zaterdag 4 oktober 2014
Genummerd en getekend - Marcel van Maele in Meervoud
Wie het Gezellemuseum (Rolweg 64, Brugge) niet kent, doet er goed aan om dit pand eens te bezoeken. Het gebouw, waar Gezelle een tijd vertoefde, leert je de wereld, het oeuvre
en het belang
van deze Grote Vlaamse dichter kennen. Wie echter voor 17 januari 2015 langskomt krijgt een dubbel traktaat, want tot die datum loopt een fascinerende tentoonstelling die Marcel van Maele in de kijker zet. De curatoren Johan Pas en Yves ’t Sjoen brengen voor het eerst al het gepubliceerde werk van Van Maele samen in één overzichtstentoonstelling en het resultaat is impressionant. Naast de gekende en de minder gekende poëziebundels, multipels, grafische uitgaven en kunstenaarsmappen krijgt de bezoeker in twee aparte kamers filmfragmenten en een zeer interessante documentaire: Nee, ik speel niet mee! De titel herinnert aan Marcels lijfspreuk. Zijn opvoeding in een Brugs bourgeoisiemilieu maakte van hem een passioneel antiburgerlijk mens.
Marcel (Brugge 1931 – Antwerpen 2009) was naast fenomenaal dichter eveneens romanschrijver theater-auteur, beeldend kunstenaar en altijd ook een rebelse performer die niettegenstaande zijn visuele beperking toch bleef produceren en zijn breed publiek kwaliteitsvolle momenten bracht. “Als ik iets ben dan ben ik de dichter van de waarheid ook al heb ik nu ontdekt dat men de waarheid niet op prijs stelt.” In de jaren 80 zou Carine Lampens zijn assistente en levensgezellin worden: zij zag voor hem, typte voor hem en concretiseerde zijn ideeën voor zijn plastische kunstwerken. Veel van zijn creaties kwamen tot stand via recyclagemateriaal en objets trouvés. Hij was een belangrijke vertegenwoordiger van het tijdschrift Libris en zijn experimentele stijl leunde aan bij de Zestigers. Er was wat verwantschap met auteurs als Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Gerrit Achterberg.
Voor deze schrijver en flamboyante levenskunstenaar was het woord VRIJHEID een rode draad doorheen zijn bestaan en zijn literair werk. In 1972 ontving hij de Arkprijs van het Vrije Woord voor de bundel: Ik ruik mensenvlees, zei de reus. Later in zijn leven is de man wat milder geworden, maar niet te veel… Gelukkig. Wie de moeite doet om tot Brugge te reizen en de tentoonstelling te bezoeken, zal tevreden naar buiten komen en de visie over de kracht en de schoonheid van wat Marcel van Maele ons heeft nagelaten moeten herwaarderen. Hij werkte in een niemandsland tussen literatuur en plastische kunsten. De tentoongestelde werken zijn zeer overzichtelijk en de ruimte leent zich perfect voor het oeuvre van deze dichter-kunstenaar. Lang geleden zwierf hij doorheen Europa en verder, op zoek naar verruiming, hij wilde de geldende regels een hak zetten en via zijn gedichten zou hij een medium vinden om voor zijn vrijheidsdrang op te komen. Poëzie scheppen vond hij een vorm van koorddansen. Geen loze woorden of salonfilosofie maar het hart op de tong en vooruit met de geit! Hij evolueerde van outsider tot cultfiguur.
Sommigen hebben hem dit kwalijk genomen, de redenen voor de afkeuring varieerden van bekrompenheid tot jaloezie of men hield niet van de zwarte humor die Marcel zo geniaal kon hanteren. Daarnaast was Marcel nooit zo belangrijk dat hij niet met anderen en (ook minderen) wilde samenwerken. Deze man hield van mensen en stimuleerde iedereen om tot de poëzie te komen, om van de poëzie te houden en via de poëzie een waardevoller leven na te streven. Slechte poëzie bestaat niet, Frank. Naar het einde toe werd zijn werk kalmer en kreeg de stilte een groter belang. Dat hij meermaals naast een bloemlezing viel vond hij niet zo erg: Je hebt dichters die goed kunnen lobbyen… Het duurde geruime tijd voor Stad Brugge Marcel van Maele in eigen geboortestad een terechte erkenning bood, maar met Genummerd en Getekend heeft de stad orde op zaken gezet.
© Frank Decerf
Op foto 2: vlnr Simon Vinkenoog, Marcel van Maele en Frank Decerf
‘Genummerd en getekend. Marcel van Maele in meervoud’ Gezellemuseum
Rolweg 64, Brugge
Elke week van 13 september tot 18 januari 2015, elke dag behalve maandag van 9:30 tot 17:00 - € 3,00 (> 65 j. en 12-25 j.) Gratis: -12 jaar
Extern:
Thuis bij Gezelle – Renaat Ramon
Genummerd en Getekend - Blog Bibliotheek Brugge
Site Gezellemuseum
Marcel (Brugge 1931 – Antwerpen 2009) was naast fenomenaal dichter eveneens romanschrijver theater-auteur, beeldend kunstenaar en altijd ook een rebelse performer die niettegenstaande zijn visuele beperking toch bleef produceren en zijn breed publiek kwaliteitsvolle momenten bracht. “Als ik iets ben dan ben ik de dichter van de waarheid ook al heb ik nu ontdekt dat men de waarheid niet op prijs stelt.” In de jaren 80 zou Carine Lampens zijn assistente en levensgezellin worden: zij zag voor hem, typte voor hem en concretiseerde zijn ideeën voor zijn plastische kunstwerken. Veel van zijn creaties kwamen tot stand via recyclagemateriaal en objets trouvés. Hij was een belangrijke vertegenwoordiger van het tijdschrift Libris en zijn experimentele stijl leunde aan bij de Zestigers. Er was wat verwantschap met auteurs als Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Gerrit Achterberg.
Voor deze schrijver en flamboyante levenskunstenaar was het woord VRIJHEID een rode draad doorheen zijn bestaan en zijn literair werk. In 1972 ontving hij de Arkprijs van het Vrije Woord voor de bundel: Ik ruik mensenvlees, zei de reus. Later in zijn leven is de man wat milder geworden, maar niet te veel… Gelukkig. Wie de moeite doet om tot Brugge te reizen en de tentoonstelling te bezoeken, zal tevreden naar buiten komen en de visie over de kracht en de schoonheid van wat Marcel van Maele ons heeft nagelaten moeten herwaarderen. Hij werkte in een niemandsland tussen literatuur en plastische kunsten. De tentoongestelde werken zijn zeer overzichtelijk en de ruimte leent zich perfect voor het oeuvre van deze dichter-kunstenaar. Lang geleden zwierf hij doorheen Europa en verder, op zoek naar verruiming, hij wilde de geldende regels een hak zetten en via zijn gedichten zou hij een medium vinden om voor zijn vrijheidsdrang op te komen. Poëzie scheppen vond hij een vorm van koorddansen. Geen loze woorden of salonfilosofie maar het hart op de tong en vooruit met de geit! Hij evolueerde van outsider tot cultfiguur.
Sommigen hebben hem dit kwalijk genomen, de redenen voor de afkeuring varieerden van bekrompenheid tot jaloezie of men hield niet van de zwarte humor die Marcel zo geniaal kon hanteren. Daarnaast was Marcel nooit zo belangrijk dat hij niet met anderen en (ook minderen) wilde samenwerken. Deze man hield van mensen en stimuleerde iedereen om tot de poëzie te komen, om van de poëzie te houden en via de poëzie een waardevoller leven na te streven. Slechte poëzie bestaat niet, Frank. Naar het einde toe werd zijn werk kalmer en kreeg de stilte een groter belang. Dat hij meermaals naast een bloemlezing viel vond hij niet zo erg: Je hebt dichters die goed kunnen lobbyen… Het duurde geruime tijd voor Stad Brugge Marcel van Maele in eigen geboortestad een terechte erkenning bood, maar met Genummerd en Getekend heeft de stad orde op zaken gezet.
© Frank Decerf
Op foto 2: vlnr Simon Vinkenoog, Marcel van Maele en Frank Decerf
‘Genummerd en getekend. Marcel van Maele in meervoud’ Gezellemuseum
Rolweg 64, Brugge
Elke week van 13 september tot 18 januari 2015, elke dag behalve maandag van 9:30 tot 17:00 - € 3,00 (> 65 j. en 12-25 j.) Gratis: -12 jaar
Extern:
Thuis bij Gezelle – Renaat Ramon
Genummerd en Getekend - Blog Bibliotheek Brugge
Site Gezellemuseum
Abonneren op:
Posts (Atom)














