woensdag 2 december 2020

Hondsdol - Wim Vandeleene

De hond van de buurman was al een week vermist. Een bastaard. Gemengd bloed. Half pitbull, half Rottweiler. Niet bepaald een schoothond die in een handtas past en naar de enkels keft. De uitbraak was al langer voer voor geruchten. De buren gisten naar de oorzaak. ‘Was hij over het hek gesprongen? Had hij een gat in de haag gebeten? Had zijn baas hem verstoten? En wie zou het eerste slachtoffer worden? De vermiste ging kwistig over de tongen.

Ook bij ons bleek hij een onvermijdelijk onderwerp. ‘Een gevaar op poten. Hij lust me rauw. Ik heb het gezien in zijn ogen.’ zei mijn vrouw jachtig, over haar toeren. ‘Een hond kan nooit een gevaar zijn’ zei mijn dochter die geen kwaad woord meer wou horen over honden en bij uitbreiding alle zoogdieren, weekdieren, bloemdieren, reptielen, insecten, amfibieën. ‘Honden zijn al even onschuldig als dolfijnen’ zei ze. Dolfijnen waren haar favorieten. Ze trok elke maand met spandoeken en strooifolders naar het dolfinarium in Brugge, het front in de oorlog van Bite Back, de dierenrechtenbeweging waar ze al jaren lid van was.

‘Jij hebt te lang naar die documentaire van Ted Bundy gekeken’ zei ik, om het gesprek een andere richting uit te sturen. ‘Die heeft hier totaal niets mee te maken’ zei moeder terwijl ze een croissant uit de ontbijtmand nam. ‘Hij was de casanova onder de seriemoordenaars’ zei ik. ‘Charme is verraderlijk.’ wist ze.

De volgende dag vond men het karkas van een konijn in de berm, de buik opengereten. Koren op de geruchtenmolen. Het nieuws ging van deur tot deur, een plaag die meer schade toebracht dan het onderwerp van de dreiging. ‘Als een hond bloed proeft … ’, riep de overbuurvrouw door het raam naar niemand in het bijzonder. ‘Wat dan?’ riep ik terug, in de rol van een leek. Ze sloot haar raam. Vorig jaar had ze haar man verloren aan pancreaskanker. Dat verlies had kortsluiting veroorzaakt. ‘Ze is veranderd. ’ zei mijn vrouw. ‘In welke zin?’ vroeg ik. ‘Ze zeurt minder dan vroeger.’ zei ze als een groot kind, ontwapenend eerlijk. Het nieuws over het dode konijn ging viraal. De hond werd zonder proces beschuldigd. ‘Waar is het vermoeden van onschuld? Wat wil je? Een DNA onderzoek?’ vroeg ik aan mijn vrouw, de openbare aanklager. Er ging een petitie rond tegen loslopende honden, getekend door een meerderheid, met een voorstel tot een boete voor de overtreders. Elke dag dat je hond niet aan de leiband liep, zou je een half fortuin ophoesten. Alleen poedels, golden retrievers en chiwawa’s waren vrijgesteld, omdat er in de buurt een hondenkweker was, met overwegend, jawel, die honden in zijn kennel. ‘Dat zijn zachtaardige rassen.’ zei hij op een vergadering van de werkgroep ‘Aan de Lijn’.

Marcel, de eigenaar van de vermiste hond bleef binnen wat de meesten beschouwden als een schuldbekentenis. Zijn enige uitstap was een wekelijkse trip naar de supermarkt en de apotheek in het dorp. Ook in de tuin verscheen hij niet meer, als een man in de rouw.

‘Kan je een hond voor de rechtbank dagen?’ vroeg mijn vrouw. ‘Nee’ viel mijn dochter hard in, die de laatste tijd haar zin voor humor wat kwijt was. Mijn vrouw had een fobie ontwikkeld voor honden en vlinders. Aan de andere kant had ze dan weer een zwak voor aaibare en uitheemse dieren, zoals stokstaarten en koala’s. Zeldzame katten droegen haar bijzondere voorkeur weg. In een impulsieve bui had ze eens de helft van haar eindejaarspremie gestort op een rekening van WWF, ten voordele van de voorlaatste sneeuwluipaard, omdat ze een ‘kattenmens’ was.

Uit angst voor de loslopende hond zag ze de sloten na van alle deuren en ramen. Ook het kantelraam op zolder, alsof de hond langs de regenpijp omhoog zou klimmen. In de kelder, het enige deel van het huis dat we nooit zouden verbouwen, zat een roestig luchtrooster los. Kan je er een ijzeren plaat voor schroeven? vroeg ze droog. Ik weigerde. ‘Ken je dat verhaal van de kameel en het oog van de naald?’ vroeg ik plagerig.

‘Jij neemt me nooit ernstig’ zei ze gewichtig. ‘Vorig jaar zat de kat nog vast in dat keldergat. Wat verwacht je van me?’ zei ik zo kalm en nuchter mogelijk. Ik mocht er naar raden. ‘Vind je het goed dat we ook de kat binnen houden?’ vroeg ze. Ik stemde daarmee in, op voorwaarde dat zij de kattenbakkorrels zou verversen. Na een korte onderhandelingsfase bereikten we ook over dat punt een akkoord.

Mijn vrouw belde die dag naar een vriendin die drie straten verderop woonde, met de vraag of ze ‘de wolf’ al gevonden hadden? ‘Overdrijf je nu niet?’ vroeg ik. De gelijkenis met een wolf was ver zoek.

Een overijverige wijkagent belde diezelfde dag aan bij Marcel en ondervroeg hem enkele minuten. Hij blies onverschillig in het deurgat met een hand in het haar. ‘Zal ik hem even roepen?’ stelde hij voor. Zonder het antwoord van de agent af te wachten, duwde hij hem zacht opzij, liep naar zijn oprit, bracht zijn handen als een hoorn voor zijn mond en riep herhaaldelijk de naam ‘Max!’ om. Een haas schrok op in het braakland aan de overkant en zigzagde in sprongen naar de spoorwegberm in de verte. De stem van de buurman was ook doorgedrongen tot in het huis van Dolf, de zoon van de notaris, die dit jaar voor het eerst kleur bekende en deelnam aan de verkiezingen. Hij liet geen kans onbenut om stemmen te winnen en maakte van Max een programmapunt.

‘Ik kan het niet helpen dat hij op de dool is. Hij bijt alleen schurken’. zei hij in een poging om aan het verhoor te ontsnappen en de wijkagent terug naar af te zenden. Om zijn punt kracht bij te zetten, keek hij alvast naar de Audi die de wijkagent slordig geparkeerd had op zijn oprit. ‘Ik zal je dan laten. Tijd is kostbaar’ vervolgde de buurman schalks. ‘Geduld. Ik ben nog niet klaar’ zei de wijkagent. ‘Reken maar dat hij niets doet. Max zou nog geen mug bijten. Jammer genoeg want ik ben gisteravond zelf nog gebeten door een mug.” Het leek een flauwe grap maar Marcel stroopte zijn mouw op.

Zie je die bobbel op mijn arm?’ De wijkagent wreef iets uit zijn gezicht, alsof hij uit een woestijnstorm kwam. ‘Ik heb weinig tijd. Je kan altijd nog het hospitaal bellen’ zei hij afgemeten en maakte zijn proces verbaal af.

Je mag jouw verklaring hier tekenen’ zei hij. Het kwam niet in hem op om de agent even binnen te laten en hem pakweg een kop muntthee aan te bieden. ‘We blijven binnen,’ zei mijn vrouw. Vandaag was er geen vlucht mogelijk. Gekooid in eigen huis. ‘Stel dat hij op de loer ligt in een struik’ zei ze. De loslopende hond hield haar in de ban. ‘Maak je niet zo druk. Dat beest wil gewoon wat meer ruimte. ‘Ik zal over je waken’ zei ik betuttelend. ‘Marcel heeft het niet onder controle. ’ zei ze. Daar had ze een punt. Sinds ik de buurman met een wichelroede in de tuin zag zoeken naar aardstralen, was de twijfel ook in mij gerezen.

Als zijn kaken dichtklappen mag je om genade bidden.’ Ze stond er met haar armen gekruist en keek schuin naar de grond. ‘Zullen we wat yoga doen? De asana van de loslopende hond?’ Ze ademde hoog. Alsof hij al in huis was. 


© Wim Vandeleene, 2020





Geen opmerkingen: