dinsdag 6 januari 2026

Wildnissen - Gedicht 3 - Xavier Roelens

Gedicht 3

6.113

ik leer vader zijn
ik leer dat afleren niet werkt
als mijn zoon me gewoon na-aapt
zorgen is mijn daad van verzet
werken in de moestuin
en lui en lief zijn is verzet
            ik leer dat ik nooit zal tijdreizen
            maar dat de tijd me wel kan inhalen
            ik leer dat boven 37 graden celsius
            en 90 procent luchtvochtigheid
            de zweetproductie stilvalt en een mens
            het hooguit een paar uur uithoudt
            ik leer lucht – water – eten – onderdak – liefde
            de parameters van ons sterfelijk bestaan
ik leer van presidenten dat je je verhaal vertelt door te doen
en dat een daad veel lastiger te schrappen is dan een woord
ik leer van de zwarte es dat bladerdek en
wortelstelsel in balans moeten zijn je steunt altijd
op anderen en anderen steunen op jou
de zwarte es heeft dertig jaar gedaan
over de twijgen waar ik een mand mee vlecht
de aarde heeft miljoenen jaren gedaan
over de kunststof waar ik mijn gedichten op typ

© Xavier Roelens


Voorpublicatie uit de nieuwe bundel van Xavier Roelens "Wildnissen", een lyrisch-ecologisch tractaat. De bundel wordt voorgesteld op vrijdag 23/1/2026 om 19u30 u. in het Biestcafé OC De Roose in Waregem. Wildnissen is een uitgave van Atlas Contact


 


maandag 5 januari 2026

Wildnissen - Gedicht 2 - Xavier Roelens

Gedicht 2

4.03

ik zie licht ik zie lekkers
ik zie signaallampen glimwormen
met eronder de geroosterde torren
ik zie bijen ten hemel stijgen
ik zie licht ik zie lekkers
ik zie gestrande astronauten
ik zie hazen zich op hun staart zetten
een madrigaal blazen en stampen
voor een publiek van koplampen
 
4.031

om vogels levensgetrouw te schilderen schoot
Audubon ze eerst neer en met
een dode haas op
de arm en het
gezicht bedekt met
bladgoud verklaarde
Beuys tijdens een
wandeling door
het museum aan de
haas wat
kunst is
 
4.0311

de ene na de andere glimworm verbergt zich onder
beton houdt nu en dan
het hoofd in het
kelderlicht zijn
krop glanst van het
ingeslikte goud
 
4.0312

een haas in valversnelling
het verheerlijkte jachttafereel
een restje opengereten vos
 
4.032

Fabre liet de paling
die kronkelt op de versmarkt op een bed van zout
kronkelen op de bühne op een bed van zout
 
4.04

ik zie het bleke graan ontdaan
de soja ontzongen van hun
parasieten losgewrongen van
moederschap ik zie
de kippen pikken van
het graan
de koeien kauwen op de
soja opgesloten in
de maag is
het graan
een bleke graal
de soja
een ontdane musichall
 

© Xavier Roelens


Voorpublicatie uit de nieuwe bundel van Xavier Roelens "Wildnissen", een lyrisch-ecologisch tractaat. De bundel wordt voorgesteld op vrijdag 23/1/2026 om 19u30 u. in het Biestcafé OC De Roose in Waregem. Wildnissen is een uitgave van Atlas Contact


 


zondag 4 januari 2026

Wildnissen - Gedicht 1 - Xavier Roelens

Gedicht 1

1

ik verlangde dat hij wat langer, verlang jij
ook niet dat je opa nog wat langer,
of je tante, dat haar hart niet
haar kaartendelen, haar theeslurpen niet
dat al wie je liefhebt, dat ze langer

 

1.1

dan muggen, ik verlangde dat de muggen al lang, dat niet
lang meer de spinnen, verlang jij naar
kakkerlakken, of dat een rat op je keukenvloer
daar lang, dat de wants uit mijn bed, de wesp
uit mijn drankje, de dondervliegjes, ik verlangde
de dondervliegjes van mijn voorruit

 

1.11

het virus uit mijn longen, ik verlangde dat de koorts
niet langer, dat ik smakelijk onder een deken
naar de tv met een kopje thee en american cookies,
verlang jij ook niet naar thee om te genezen,
naar adem, ik verlangde dat de bladeren
niet langer het gras versmachten, dat de tuin
opgerakeld, en dan, o wat verlangde ik
naar sneeuw, naar sneeuw en thee
of neen, chocomelk slurpen verlangde ik

 

1.12

en dat mos en klaver van tussen het gras verlangde ik,
dat paardenbloemen niet langer, dat brandnetels
en distels, dat lievevrouwebedstro eventueel
maar niet hier, dat ze in een nis of berm,
weggestopt achter een beuk, waar ik niet hoef te zijn
of gekweekt voor in de soep, maar niet langer hier,

 

1.13

ik verlangde dat mijn biefstuk iets langer, de aardpeer
iets zachter, verlang jij naar kweeperenmoes
bij de kippenboutjes, naar een peperkoeken
huisje verlangde ik, ik verlangde naar een porsche
met batterijen om de marsepeinen muren
op te rijden, ik verlangde naar
de langste afstandsbediening ooit

 

1.2

en dat de muggen niet langer, dat tante
wel langer, ik verlangde eerst dat mijn mobiel
langer en nu verlang ik naar een ander,
als ik maar de camelia’s in mijn tuin
kan delen, ik verlang om hem
niet met kakkerlakken, niet met spinnen,
met mensen die hartjes, ik verlang naar hartjes

 

1.21

en verlang jij dat biefstuk niet langer
van de koe, dat kippen wat vaker in de wei,
ik verlangde elk gezelschapsspel
te winnen, zoals koeien en kippen winnen
en gras even zal winnen, ook verlangde ik
dat op aarde langer, dat er geen verliezers,
dat wij wat langer samen, dat jij lang en langer
mee zal, nog lang zal je (hiep hiep hoera)


© Xavier Roelens


Voorpublicatie uit de nieuwe bundel van Xavier Roelens "Wildnissen", een lyrisch-ecologisch tractaat. De bundel wordt voorgesteld op vrijdag 23/1/2026 om 19u30 u. in het Biestcafé OC De Roose in Waregem. Wildnissen is een uitgave van Atlas Contact


 


vrijdag 2 januari 2026

'Hoe kan een mens zo miniem mens zijn'?

Over Tabula Gaza van Mark Meekers

Yvan De Maesschalck

De dichter, romancier en beeldend kunstenaar Mark Meekers voorstellen hoeft in feite nauwelijks nog. Als dichter inspireerde hij zich vooral, zij het lang niet uitsluitend, op schilderkunstig werk van illustere voorgangers. Zo zoomde hij in de bundel Een schot in de zon (1990) in op het werk van Vincent van Gogh, wijdde hij de bundel Orpheus in de haven (2006) aan de realistische, sociaal ingestelde havenschilder Eugeen Van Mieghem en Ropsiennes (2009) aan de Belgische, maar internationaal gereputeerde, decadente symbolist Félicien Rops. Vrij onlangs publiceerde hij bij Uitgeverij P de fraai geïllustreerde bundel In het oog van de stilte (2021), waarin het merkwaardige leven en werk van de Vlaams-Nederlandse Jakob Smits centraal staan. Een mooie staalkaart van ook aan andere schilders (als Rembrandt en Paul Gauguin) refererend dichtwerk biedt de zelfbloemlezing Salto Vitale (2014), eveneens verschenen bij Uitgeverij P.

Behalve een iconografisch gericht, in formeel opzicht klassiek dichter is Meekers ook een sociaal bewogen, geëngageerd kunstenaar, die onder meer als eerste ‘Doeldichter’ (2007-2009) optrad. De neerslag van zijn toenmalige dichtersactiviteit, ondubbelzinnig gekant tegen de georkestreerde vernieling van het dorp Doel, is gebundeld in Doelgericht (2009). Zijn grensoverschrijdende sociale, cultuurhistorische en artistieke belangstelling komt op een imposante manier tot leven in Het verfwinkeltje van Père Tanguy (2024), een meer dan 450 bladzijden tellende, breed opgezette, biografische roman waarin de persoonlijke aversies en voorkeuren van toonaangevende (neo-)impressionisten (Manet, Monet, Sisley, Renoir e.a.) levendig – en in de juiste historische setting – worden geborsteld.

Hoezeer hij als mens en dichter met een betrokken, empathische blik naar het internationale strijdtoneel van vandaag kijkt, blijkt uit de pas verschenen bundel Tabula Gaza. Daarin offreert Meekers beklijvende strofische gedichten die in een kort voorwoord ‘kanttekeningen bij een oorlog’ worden genoemd. Je kunt betwijfelen of het zomaar om kanttekeningen gaat, aangezien de dichter er alles aan doet om de vele inhumane aspecten van déze oorlog, in zekere zin ‘de moeder van alle oorlogen’ na de Tweede Wereldoorlog, aan de kaak te stellen. Zijn gedichten – die zich tegelijk als een lyrisch oorlogsverslag presenteren – lezen als een wanhopig stemmende aanklacht tegen het even waanzinnige als onzinnige geweld in Palestina/Gaza.

Meekers klaagt de lijdzaamheid van het Westen aan, het afgewende hoofd, het strategisch wegkijken van gruwel en ellende, de grondeloze hypocrisie van onze politici en degenen die een ‘god’ vertegenwoordigen of het denken te doen (al heeft bijvoorbeeld de paus, toch zijn naaste gezant op aarde, zich nauwelijks laten horen of opmerken, maar misschien kijk ikzelf te weinig die kant op). Over president Donald Trump, premier Benjamin Netanyahu en hun kompanen is uiteraard geen goed woord meer mogelijk: alle woorden schieten tekort om de rationeel overwogen moorddadigheid van de VS, het medeplichtige Westen en de aan handen en voeten gebonden, gemuilkorfde Arabische staten in beeld te brengen. Meekers heeft het toch geprobeerd, in krachtige metaforen en niet mis te verstane bewoordingen.

Zo heeft hij het over ‘crapuleus / kolonialisme’, ‘tot grafkelders’ gebombardeerde ‘ziekenhuizen’, ‘de bankiers van de dood’, ‘kinderen’ die ‘stenen werpen naar ruwe tanks’ (misschien nog altijd het beeld dat de ware onmachtsverhoudingen het best visualiseert, al gaat het om veel meer: om een regelrechte genocide die al tientallen jaren aan de gang is), ‘de biljarttafel van de diplomatie’, ‘het Avondland’ waarin ‘de monden in zevenentwintig talen [zwijgen]’. En verder over de onvermijdelijke paradox dat ‘uit elke / oude pit een nieuwe boom zal opstaan’,  de gruwelijke werkelijkheid op het terrein: ‘bij elke kogel / rinkelt de kassa. geen pen die erover krast’, de onbeantwoordbare vraag ‘hoe kan een mens zo miniem mens zijn, / schrompelen tot een schaduw van zichzelf’? Een vraag die onvermijdelijk de onsterfelijke woorden van Sophocles in de tragedie Antigone oproept: ‘Vele dingen zijn verschrikkelijk, / maar niets [niet: niemand] is verschrikkelijker dan de mens’.

Deze bundel vormvaste, eloquent verwoorde verzen zou ik poëtisch gedurfd en daadkrachtig willen noemen: een luide noodkreet die niet wil of mag stilvallen, tot iedereen weet, ziet, begrijpt, tot inkeer en inzicht komt, schuld bekent, enzovoort. En er dan gaat naar handelen, uiteraard.

© Recensie: Yvan De Maesschalck


Mark Meekers
, Tabula Gaza, Uitgeverij Demer, Leusden, ISBN 9781326124854, 54 blz., te bestellen via Lulu.com

  

Halfweg augustus

 

de einder kleurt alsof een fles rode wijn
is omgestoten. ik duik in het tijdloze meer,
zwem vlinderslag zoals het een dichter
past, sla alle vleugels uit. even verlies ik 

voet en vaste grond, lichaam en mond,
word helemaal mezelf, geconcentreerd
water. de maan schuift als een witte dam-
schijf over de velden. de stilte is aan zet. 

terug op de oever, denk ik aan het bloed-
bad door soldaten in het verre van heilig
land aangericht: negen kinderen naar het
paradijs geholpen. het dagelijks zoenoffer 

aan Jahweh en Mars. het gebeurde humaan,
in hun slaap, verdoofd als terminale honden.
hoog boven de onderwereld, hinkelen ze op
roze wolkjes. de dood neemt geen snipperdag.


© Mark Meekers

Uit 'Tabula Gaza'


 


 

 

 

 

 

 

 

donderdag 1 januari 2026

Allerbeste wensen voor 2026!!!

De redactie wenst elke lezer (en niet-lezer) een fantastisch literair en Digtherlijk jaar 2026 toe! 
Laat die nieuwe teksten maar komen!



zondag 28 december 2025

Later - Bert Struyvé

Later
 
jouw rugzak zit vol met verhalen die je hoorde:
matrassen op een autodak, werkloze gamellen 
het tijdelijk geluk van een lappendeken zonder deur
 
de houten stoel die de winter niet overleeft
het kind, dat in haar wieg lacht naar de ochtendzon
terwijl alleen haar geboortedag de kalender haalt
 
je sprak al snel hallucinerend over de almacht
over het blussen van lucht zonder brand
over tranen weren van buitenstaanders per decreet
 
in je droom was je er naar eigen zeggen bij
toen de woontoren een kaartenhuis imiteerde
je vond het bijzonder dat zuurstof kan stikken in gruis
 
tot iemand schreeuwde: kan er nog wat bij in je rugtas?
zoals de bloem, die niet kleurt zonder aandacht
zoals de steel, die halveert na een enkelvoudig schot
 
pel je rugzak maar af, het boek is dichtgeslagen
er valt zelfs geen bloem meer te drogen
een ghostwriter zal later je memoires ontraden
 
zoekend met vergrootglas naar een kier voor wat licht
 

© Bert Struyvé


© foto Chris Top - Bert Struyvé @Sterrebos-optreden
Groningen 10-09-2025

zaterdag 27 december 2025

Rekening - Bert Struyvé

Rekening

er zijn leiders 
die van landhonger leven
het vuur kleeft met vonkenregen aan de donkere hemel 

zonder twijfel walmen de rookzuilen, onzichtbaar 
boven huizenhoog mensenland 
klaar voor het opdienen van het nagerecht: 
puin met uiteenlopende ingrediënten 

later de gaarkeuken achter een druipende muur van lakens
waar de mensen van marmer verder leven
nog later het vertraagde schrapen

de verstijfde pannen, waar zelfs de zon voor wijkt
men ruimt af met het scheppen van oogverblindend zand
het telraam kent te veel afgepelde ribben

maar de hongerdoden zullen opstaan om niet te vergeten 
er is geen keuzemenu, de luiken slaan dicht
zolang de rechtelijke rekening niet wordt betaald

© Bert Struyvé

© foto Chris Top - Bert Struyvé @Sterrebos-optreden
Groningen 10-09-2025


vrijdag 26 december 2025

Oplosverf - Bert Struyvé

Oplosverf

hij die graag aan touwtjes trekt 
kijkt eerst hoe je grendels en spandraden
kunt ontregelen 

daarna hoe je gebouwen met blote handen
op afstand kunt breken
zonder de fundering te ontzien 

hoe je drones uit de hemel laat dalen
met plastic bloemenslingers als camouflage
snoepgoed in een vrolijke toets 

hij denkt heel even aan de pepernoten
in de kleuterklas van vroeger, het trauma
van die handschoen om de hoek van de deur 

maar ja, nu vraagt hij hoe de bloedbanen lopen
om zijn blote handen niet te hoeven wassen
hij ziet, dat woorden de wereld raken 

hij steekt zijn hand uit, om te zien hoe het werk:
pak hem dan, voor de verbinding
ik reik mijn hand, over zijn lijn van oplosverf op waterbasis 

in zijn andere hand heeft hij een stok, trekt een cirkel
diep in een mierenhoop en knikt: kijk, ze vluchten

 

© Bert Struyvé


© foto Chris Top - Bert Struyvé @Sterrebos-optreden
Groningen 10-09-2025

dinsdag 23 december 2025

In het letterlabyrint van de liefde

Openingstoespraak van Antoon Van den Braembussche bij de voorstelling van 'Verdraaide liefde”  van Jan M. Meier.

Jan M Meier is een jong dichter. Een erg jong dichter. Dit mag een beetje vreemd klinken, maar het is pas sinds 2017 dat hij regelmatig dichtbundels het licht laat zien. Inderdaad, onder zijn echte naam Jean-Marie Maes debuteerde hij in 1972 reeds met Figuratie , een beloftevolle bundel die meteen werd bekroond met de debutantenprijs voor poëzie van de provincie Oost-Vlaanderen, Toen bleef het stil, 45 jaar lang stil, op enkele sporadische en tussentijdse gedichten na. 

In 2017 dus, op 66 jarige leeftijd, verraste hij vriend en vijand met een nieuwe bundel Engelenspoor. Deze bundel stond grotendeels in het teken van het onverwachte verlies van een eigen kind. De bundel belichaamde een prangende, aangrijpende, poëtische verkenning van dood en vergankelijkheid. Dit zette meteen de toon voor een nieuw beginnend oeuvre, waarin, aldus Dirk de Geest, de grote, existentiële vragen niet uit de weg worden gegaan. Naast een paar bundels die minder aandacht kregen, zijn het vooral Grote Gevoelens  (2020) en de dubbelbundel Verstrengelingen (2024) die zeer goed ontvangen werden en hem als dichter definitief op de kaart hebben gezet.

En nu is er Verdraaide liefde (2025), de bundel die vandaag verschijnt en die tevens opmerkelijke schilderijen en tekeningen van Johan Clarysse bevat. En zoals steeds heeft uitgeverij P voor een erg fraaie uitgave gezorgd. In feite is Verdraaide liefde een onderdeel van een ooit geplande trilogie, waarvan deel 2 Verstrengeling en deel 3 Taalslag al in de reeds genoemde dubbelbundel Verstrengelingen (2024, 144 p.) verschenen. Nu pas kan de trilogie in zijn geheel worden gelezen. De oorspronkelijk geplande volgorde is dus: Verdraaide liefde, Verstrengeling en Taalslag.

Centrale thematiek

Vanuit deze trilogie kan men gemakkelijk een centrale thematiek duiden, die meteen ook de unieke identiteit van Jan M. Meier als dichter belichaamt. Er zijn immers maar weinige dichters waarvan de liefdesgedichten zozeer verankerd zijn in het lichaam. De verstrengeling van beide lichamen tijdens de liefdesdaad wordt steevast geassocieerd met klank, muziek, bespiegeling, stilstand van de tijd en vooral ook met taal, het “letterlabyrint”, waarover de dichter spreekt. Elke vraag, elk antwoord gaat van het lichaam uit. De gedichten zijn een ode aan de lichamelijke verkenning en extase, maar tegelijk is er altijd onderhuids aanwezig: de teleurstelling, de tastbare paradox, de ironische kwinkslag, de negatieve weerslag, het nuchtere ontwaken in de tijd. Het is precies aan de dualiteit tussen ode en verwording, tussen bevrijding en verdraaiing dat deze poëzie haar unieke spankracht ontleent. Dit is ook de reden waarom de gedichten menig lezer blijvend zullen ontroeren en intrigeren. 

Verdraaide liefde

Laat ons nu een vijftal aspecten toelichten van Verdraaide Liefde die deze centrale thematiek nader toelichten en gestalte geven.

Een eerste aspect is de ode aan de lichamelijke liefde. Een aantal gedichten hebben als grondtoon de erotische betovering, Een lofzang van de liefdesdaad, de paringsdaad, letterlijk “nahijgend in schor gekrijs”, zoals het in één van de gedichten luidt. Hier wordt het dionysische karakter van de liefde beklemtoond als een (ik citeer) “storm over het slagveld van je lijf”, die uiteindelijk eindigt met (ik citeer) “hij de gemerkte man”, “doorzichtig als dubbelspiegelglas”. De minnaar bestaat haast niet meer! Hij verdwijnt in het niets. Hij is letterlijk overgeleverd aan de liefde, het verlangen, de roes, het heidens genieten, de drift als een (ik citeer) “een blinde aalscholver die duikt”. De paringsdaad wordt tegelijk niet zelden geëvoceerd als een bevrijdend oponthoud, een “dijk tegen de tijd”. 


Een tweede aspect, dat ik al her en daar aanraakte, is de dualiteit van de liefde. Het is aan deze dualiteit dat de voorliggende bundel onder meer zijn titel Verdraaide liefde ontleent. De verdraaiing slaat in de eerste plaats op de ambiguïteit van de liefde. De liefde verwijst evengoed naar goden als naar demonen, evengoed naar wellust als naar weemoed. Deze tweespalt van de liefde is bijna overal aanwezig. Het is een spanningsveld dat ook als prikkel kan worden gezien tot het dichten zelf. De tweespalt leidt ook tot een omkering van de liefde, Het gedicht vertolkt als het ware deze omkering, deze “verdraaide liefde”. Wat overblijft is, zoals de dichter getuigt, “de hapering van onze harten/in woorden bevroren”. Of nog: We zijn “tot in winterwortels bevroren”. De liefdesvervoering is “zo weer weggewist” en eindigt met “de witte kilte binnenin”. De dualiteit van hitte en ijs is overal aanwezig: zo zijn, aldus de dichter, “de fata morgana/al in het ijs verankerd”. De liefde lijdt letterlijk aan een onderhuidse verdraaiing, “een tot schaduw herschreven zon”, zoals de dichter prachtig verwoordt. “Scheur het kleed van de stilte”, zo protesteert de dichter die gevangen blijft in de tweespalt, in wat hij dooikoorts noemt, of een vagevuur dat hij als compromis omschrijft. Soms kristalliseert zich de dualiteit in een ware paradox, zoals in: “in de rechte straten van het geheugen/ blijf jij op spoorafstand/onbereikbaar binnen bereik”!?

De dualiteit wordt niet altijd even dramatisch verwoord. Dit leidt me tot een derde aspect van de bundel, namelijk de ironie van de liefde. Inderdaad, soms is de stap van tragiek naar ironie heel nadrukkelijk aanwezig. Verdraaide liefde betekent hier wat men in eerste instantie zou associëren met de titel: de dekselse liefde, de verdomde liefde, de vermaledijde of verrekte liefde. De dichter lacht met de liefde, kaffert haar uit, bekijkt haar met een ironische toets. Zo schrijft hij: “de lijn van je wang zigzagt/van kin naar oogkuil/zon en zwart gat tegelijk/dit moet liefde zijn!”. Elders wordt de liefde beleefd met “een toets van anijs”. Soms krijgt hij als minnaar “een koekje van eigen deeg”. De lach en de humor is niet zelden een mooi tegengewicht tegen de meer zwaarwichtige, soms bittere, verwrongen, wanhopige omkering van de liefde.  

Een vierde belangrijk en erg relevant aspect van de bundel is de verstrengeling van taal en liefde. Vaak is de verstrengeling van lichamen verbonden met dans, muziek en vooral de taal van het gedicht. Liefdesdaad is taal: “Hijskranen takelen letters op het blad”, zo luidt het. Zeer origineel in de bundel is de iconische band tussen liefde en schrijven, tussen liefde als opening naar taal en expressie in en door het gedicht. Zo schrijft de dichter: “het vel van liefde niet vlekkeloos/een stafrijm voor haar stotter/het witte blad onthult zijn verhaal/pas als het beschreven is”. Een ander voorbeeld is het schitterend begin van Dooikoorts I: liefde in je naam getaald/zo vangen aan de ongeschreven brieven”. Toch is de taal vaak machteloos. Zo ontgraaft de dichter naar eigen zeggen het alfabet, de taal, het gedicht, en toch blijft alles sprakeloos en in flagrante tegenspraak.

Andere, opvallende aspecten van de bundel zijn de locatie van de liefde in de ruimte en de innige band tussen eten en liefde. Ik kan de vaak dansante ruimtelijke verkenning van de ruimte (“een lichaam dat zich laaft aan pirouettes”) en de culinaire dimensie van de erotiek  hier enkel aanstippen, echter niet uitwerken. Ik zou willen eindigen met een vijfde, fundamenteel aspect van de bundel dat men niet meteen zou verwachten, namelijk de mystieke dimensie van de liefde. Naast de hapering, de vergankelijkheid, de omkering van de liefde wordt deze vergankelijkheid zelf omgekeerd. Dit is een prachtige paradox die een diepere laag van de bundel blootlegt. Liefde is enerzijds het “tederste bedrog”, maar het is tegelijk datgene wat ongrijpbaar is, In sommige gedichten, zoals in vouwmeester van woorden, wordt liefde niet zelden en vaak onverwachts geassocieerd met “oneindigheid”, “eeuwigheid” “grenzeloosheid”. Deze mystieke dimensie ligt aan gene zijde van de hapering, de verdraaiing, het vergankelijke, zelfs van de taal zelf. Liefde en de geliefde behoren uiteindelijk tot het domein van het onzegbare. En wellicht is het het onzegbare, het onbereikbare dat niet enkel de liefde maar ook het gedicht letterlijk in beweging brengt.  

Ik eindig met een zeer gaaf gedicht waarin de verstrengeling van taal, muziek en beeld zich uiteindelijk veruitwendigt in  het spanningsveld tussen hitte en ijs. Van dualiteit gesproken! Het is een dualiteit die hier opnieuw verwijst naar de “verdraaiing van de liefde”!

dooikoorts

1

liefde in je naam getaald
zo vangen aan de ongeschreven brieven 

het is een aloud verhaal
dat ik bedenk met de bekende klanken 

tot je kleuren beken ik me
met de lijnen van je lichaam

lees ik samen
van turkse baden de tedere hitte
de lafenis van lavendel 

de fata morgana
al in het ijs verankerd

© Antoon Van den Braembussche

 

Collage van de voorstelling. Van LnrR en van boven naar 
onder: gesprek met Paul Rigolle, Leo Peeraer, Jan M. Meier
en Groepsfoto met Antoon Van den Braembussche, Jan M. Meier,
Diane Ruthgeerts, Paul Rigolle, Johan Clarysse en Niels Poppe.


Antoon Van den Braembussche (foto: Paul Rigolle)

zondag 21 december 2025

Jotie T'Hooft-poëzieprijs 9° editie

 "De dichter is een gedicht, 24 uur per dag" (Jotie T'Hooft)


Wie dat wil kan nog deelnemen aan de 9° editie van de Jotie T'Hooft poëzieprijs! Er worden 1 of 2 gedichten gevraagd, geschreven in de geest van de zeer biezondere dichter die Jotie T'Hooft is geweest. En, wat ons betreft, nog altijd is! Inzenden tot 29 Januari 2025. De jury bestaat uit Daniel Billiet, Hans Hanssens, Ingrid Weverbergh, Filp De Nys en Annika Cannaerts e.a.
De prijs wordt uitgereikt op 9 mei 2026, de dag dat Jotie T'Hooft exact 70 jaar zou zijn geworden! Als dat geen goeie motivitie is om deel te nemen.

Het volledige reglement en alle deelnemingsvoorwaarden lees je hier:
Reglement 9° Jotie T'Hooft-Poëzieprijs 
Website: Jotie T'Hooft Poëzieprijs

Wikipedia-pagina Jotie T'Hooft




donderdag 18 december 2025

ADDA 3 is verschenen!

Het derde nummer van het tijdschrift ADDA is verschenen! De boeiende cahierreeks die werd opgericht door dichter-beeldhouwer Renaat Ramon, samen met Willy Tibergien, Andreas Van Rompaey en Lieve Terrie heeft tot doel om de iconische (concrete en visuele) poëzie een flinke steun in de rug te geven.
Naast ‘gevestigde waarden’ uit het eigen taalgebied, krijgen ook auteurs uit andere contreien de kans om mee te werken.

ADDA 3 kost 10 euro. Alle info via het redactiesecretariaat - Betferkerklaan 187, 8200 Brugge - ram.lam@skynet.be



woensdag 17 december 2025

Kerst - Steven Van de Putte

 Uit de cyclus 'Kijkoperatie'


Kerst

geen kookwekker maakt de tijd eenduidig: hij tikt
als verhouding tussen stomen, bakken en roeren. 

aan tafel kijken we je kookles in, je trotse morsen
met seconden die niet in de maat willen dansen

wachten enigszins bevreesd op borden die buiten
proportie zijn en voor-en hoofdgerecht verwarren. 

de kok is barok, lijdt aan horror vacui,
we blussen onze angst met een saus van humor. 

als je om middernacht voorstelt samen af te tellen
doen we mee, vieren de wedergeboorte van het kind. 

onhandig lezen we het braille van geschenkpapier.
om jou uit te pakken, is het nog te vroeg.

© Steven Van de Putte


Uit de cyclus: “Kijkoperatie”, nieuwe gedichten in wording van de voormalige Stadsdichter van Deinze.


dinsdag 16 december 2025

Rad - Steven Van de Putte

Uit de cyclus 'Kijkoperatie'


rad

's avonds na school ligt er een dweil aan de deur,
je rampenplan voor de regen die is meegereisd, 

wanneer rugzakken kantelen, kapseist het schip,
we haasten ons in wollen reddingssloepen,

bij het avondmaal vegen we het schoolbord van
onze lever, willen we niet meer in het krijt staan, 

het nagerecht is een verrassing, papa koppig als
een matrixprinter, haalt tweedehands computers 

uit de autokoffer, installeert cd-rom's met onze  
toekomst, mama volhardt in dos-commando's

er crasht iets, we gaan in ballingschap op zolder, 
draaien op vaders draaitafels Freed from Desire 

dan ploffen we neer voor rad van fortuin, horen
beeld zonder klank, draaien onze letters om,  

in bed nog even je stem, naald op zijn ziel,
dat krassen voor de nacht zich afspeelt.  

© Steven Van de Putte


Uit de cyclus: “Kijkoperatie”, nieuwe gedichten in wording van de voormalige Stadsdichter van Deinze.



maandag 15 december 2025

thuis - Steven Van de Putte

Uit de cyclus 'Kijkoperatie'

thuis

messen gewet, boren en tangen in aanslag, sta je heelkundig 
over je kookpotten, het vlees in een plaatselijke verdoving

van rode wijn, een zoon geeft boter aan, en tijm en laurier,
hij kent zijn plaats hier, zal nooit zelf dokter worden.

de dampkap gedoofd mag de maaltijd naar de kamer,
daar komt de familie bijeen voor haar bezoekuur. 

we zitten naast elkaar aan de apostelentafel, jij breekt het
brood, verdeelt het woord. wij zwijgen onze zevende dag.

daarna gaat kleine zus op schoot voor een kijkoperatie, 
de grote broers worden verhoord over sport en school.

de generiek van tien om te zien luidt als een schoolbel. 
we lopen in rangen de nacht in, dromen van Leopold drie.

als we ontwaken, ben jij al weg. je briefje doorloopt onze 
dag als een koffiefilter. prinsenkoeken praten ons moed in. 

© Steven Van de Putte


Uit de cyclus: “Kijkoperatie”, nieuwe gedichten in wording van de voormalige Stadsdichter van Deinze.




zaterdag 13 december 2025

De hondenwandelaarster (172) - Jet Marchau

172. Het leven na 75

De hondenwandelaarster

‘Je kunt een lievelingskleur hebben of een lievelingslied, maar ook lievelingswoorden bestaan dus’

Die bedenking van puber Vieux-Rose, de verteller in ‘Meisjes van krijt’ van Lara Taveirne, heeft me aan het denken gezet. Heb ik lievelingswoorden? En welke dan?

In bed wiegen ze me in slaap, in de vroege ochtendwandeling met hond Chilla sluit mijn geest aan bij de voorbije avond. Het regent, sneeuwregen, het is herfst en koud.

November, ja, dat kan een lievelingswoord zijn. Naar inhoud sowieso, ik verjaar in deze maand, en ik ben dankbaar dat ik nog kan verjaren. ‘Toen was’t  bietend koet’ zei mijn moeder. 

k hou van de herfst.

Maar ik zoek geen lievelingswoord naar inhoud, ik zoek zoals Vieux-Rose naar klanken, naar ritme, naar zachtheid.

Terwijl hond Chilla aan ieder hoopje bladeren snuffelt, erger ik me  voor een keer niet. Ik volg haar ritme en ik overloop de maanden. De mooie/ trieste inhoud mag mij niet leiden. Enkel het naakte woord dus. Of de maand die als woord het minst naakt blijft.

Januari en februari stranden bij de heldere klanken, de beginmedeklinkers en de agressieve ‘r’, maart, mei, juni, juli zijn te kort om ritme te halen, augustus struikelt over de tweeklank en de twee ‘u’s, de explosieve  ‘k’ in oktober en o’s voorspellen al teveel donkerte.  In september en december vind ik ritme terug, maar ze halen het niet bij de zachte, bijna nasale beginklank en de sobere e-klanken van november. Niet voor mij toch.  

Chilla snuffelt verder, ik sukkel er achteraan. Ik ga het rijtje nog eens af:  welke maand miste ik?

‘April is de wreedste maand’, ‘April is the cruellest month (….)’ de beroemde beginzin van The Waste Land van TS Eliot.  Donkere gedachten worden weer ongewild tot leven gewekt: ‘(…)  mixing memory and desire (…).

 Ja, fluistert Quentin Bell bij de dood van zijn tante Virginia Woolf, einde maart 1941. De antwoorden op het waarom moeten nog komen, in April.

Mijn gedachten dwalen af, naar de zo graag gelezen trilogie van Rindert Krombout over de Bloomsburygroup: Soldaten huilen niet (2010), April is de wreedste maand (2013),  Vertel me wie we waren (2014).  En terwijl Chilla haar beste snuffelmomenten beleeft, drijf ik verder terug naar juni dit jaar. Uitgeweken dochter Eva, een even grote Virginia Woolf- fan als ik zelf, nam ons mee naar de tentoonstelling rond Virginia Woolf en Vanessa Bell in het Deense Nivågård museum. Ik geniet nog altijd dankbaar na.

Maar April dus, ik moet terug naar het woord zelf, niet naar de inhoud. Het lukt me niet echt. Er is ook teveel persoonlijke inhoud.

Ik zoek ter afleiding nog meer lievelingswoorden, Vieux-Rose achterna. Pimpampoentje bijvoorbeeld, keppetje voor mijn kleinkinderen. Oei, die verkleinwoorden..

Het sneeuwt nu hard, ik stuur een gedachtengroet naar boven: het is ‘‘bietend koet’.. Ook Chilla geeft het op.

In het zachte ritme van november vinden we onze weg terug. Zij naar haar warme deken, ik naar een warme kop koffie. En straks, opnieuw naar  ‘Meisjes van krijt’. En ik weet het wel, want ik las vele jaren geleden al Lara Taveirnes De kinderen van Calais (2014), dat nu een nieuw leven kreeg in Meisjes van krijt (2025):  verder dromen zit er niet in, daar leent de zware  tocht, de tocht van vele meisjes van krijt, zich niet toe.

Maar dank je wel Lara, dat Vieux-Rose me toch even mee liet dromen en -denken. In november, in de sneeuw.  

In boekenvriendschap,

© Jet Marchau


Uit: ‘Het leven na zeventig’ – De hondenwandelaarster



vrijdag 12 december 2025

Zingen in de oorlog - Jef Boden

Zingen in de oorlog

‘Zoals de kolonel zei,’ bedenkt Natalia, ‘dit is de eerste maal in twee jaar tijd dat ik vogels hoor zingen. Thuis zingen ze niet.’

‘Omdat ze een shellshock hebben opgelopen,’ lacht de frontarts Roman.

‘Die shellshock hebben wij ook, en toch zingen wij nog,’ zegt Natalia uitdagend.

Deze dialoog staat in een reportage in The Power Within over een herstelkamp voor Oekraïense medici in Zweden. Zing je nog, ondanks de oorlog? Ontdek daarnaast Joelia Pajevska, ambulancier in Mariupol, gevangen, gemarteld, geruild, die later verklaart dat sport en kunst belangrijk zijn om trauma’s te verwerken. Onlangs verscheen haar eerste dichtbundel en de voorbije zomer was ze naast Serhii Zhadan een blikvanger op het tweedaagse poëziefestival van Kharkiv. Nauwelijks 20 km van de Russische grens laat zo’n ondergronds festival net vele toeschouwers toe om het hoofd boven de explosies te houden. Eerder verscheen In the Hour of War met werken van 27 dichters uit de eerste maanden van de oorlog. 

De oorlog dringt het leven binnen

Onvermijdelijk dat dichters over het hele land de realiteit niet kunnen negeren. De oorlog dringt het leven van iedere bewoner binnen. Is vluchten een optie?

Serhii Zhadan schrijft onmiddellijk:

Neem slechts het belangrijkste. Neem de brieven

Neem slechts wat je kan dragen

Neem de iconen en het borduurwerk, neem het zilver

Neem het houten kruis en de gouden replica’s…

We zullen nooit terugkeren.

We zullen onze stad nooit weerzien.

Of zoals Halyna Kruk stelt

…. Met iedere volgende dag van de oorlog

werd mijn noodzakelijke bagage

lichter…

En ze eindigt

uiteindelijk zijn zelfs sleutels

niet essentieel

Blijf je thuis? Bij iedere poetsbeurt vraagt Lyudmyla Khersonski zich af wat je van al die oude spullen bewaart, tot

…….. dan, eureka –

onder een stapel, een blikje sardines!

Marianna Kiyanovska beschrijft dan weer hoe de oorlog in alle kleine dingen doordringt, als in het vruchtvlees van kersen, zoet en fris. Maar, sommigen spuwen pitten uit, uit andere lichamen haalt men kogels.

Marjana Savka varieert dit in Hier ligt de Heer. Verslagen in een kist. Na Bucha breekt God niet langer brood, wacht eerder op het wonder der verrijzenis, met een fragment van een raket in zijn borst. Maar Hij zal aan hun zijde opstaan!

Al is het voor Dmitry Bliznyk oneindig eenvoudiger:

Neem de onsterfelijkheid, God, maar geef

me deze koude appelkelder.

Onvermijdelijk wordt, zoals Alex Averbuch dat doet, de vraag gesteld hoe je ooit naar een stad kan terugkeren die niet langer bestaat.

je vraagt: mijn geliefden, waar moet ik nu heen?

waar zeg je jezelf vandaag vaarwel?

Een taal in oorlog

Met het dagelijkse leven verandert ook je taal. Lesyk Panasiuk laat er geen gras over groeien. In In de Ziekenhuiskamers van mijn Land opent hij duidelijk:

De letters van het alfabet trekken naar de oorlog

… vormen woorden die niemand roepen wil.

… De taal in tijden van oorlog

is onverstaanbaar. In deze zin

gaapt een gat – niemand wil sterven – niemand

spreekt.

Taal vertelt waartoe de dichter veroordeeld is, klinkt het bij Boris Khersonsky. Gedichten brengen geen oorlog, zijn eerder een spiegel, een ontkenning, maar woorden krijgen met iedere explosie een andere betekenis.

Natalia Bilotserkivets meldt hoe men meer dan ooit gedichten schrijft en ondertussen weet hoe machteloos dit is. Oksana Zabuzko formuleert in Een definitie van poëzie hoe, terwijl vingers een pen vastgrijpen, ze koud worden, niet langer die van haar zijn.

Mijn jonge ziel –

De kleur van nat gras –

Naar vrijheid – dan

‘Stop!’ klinkt het, ontsnapt

Op de wankele grens

Van twee werelden –

Stop, wacht.

Mijn God. Eindelijk. Kijk, hier komt poëzie vandaan. 

En zoeken dichters in oorlogstijden waar ze met hun teksten heen moeten, dan weet Ekaterina Derisheva dat:

De mensen schrikken van artillerievuur

Leren opnieuw tellen

Een twee drie vier vijf.

Andriy Bondar formuleert hetzelfde in de mensen van mijn land. Hoe ze in de schaduw van woorden, de dreiging van de dood, te vroeg, als een vlinder op een karton worden geprikt.

Of met de woorden van Yurii Izdryk

kijken naar de wereld door het vizier van een geweer

kijken in jezelf door een microscoop

…. om elkaar te beschermen.

En krijgt taal nog een andere kleur? Anastasia Afanasieva schreef tijdens haar vlucht onder hevige bombardementen het eerste deel van een gedicht nog in het Russisch, ze eindigde in het Oekraïens. Niet langer in de taal van de agressor.

De dichter in de strijd

In een oorlog is het onvermijdelijk dat dichters dienst nemen, dat gedichten rechtstreeks uit de loopgraven komen. Nog steeds.

In Hij schrijft verwoordt Kateryna Kalytko hoe een soldaat in een brief aan zijn moeder herinneringen ophaalt en pijnlijk vermeldt hoe Andrew niet op zijn brief antwoordde.

Ostap Slyvynsky reikt in “1918” nog verder terug. Gebeurtenissen van die oorlog raken onvermijdelijk de actuele.

De geur van oorlog

Je ruikt naar oorlog

Jij en oorlog zijn één.

Zo schrijft Borys Humenyuk in Wanneer je je wapens schoonmaakt hoe de oorlog in je leven kruipt, hoe je wapen je nabij is, hoe in de aarde graven je als naar de baarmoeder terugleidt, hoe het gevecht, de geur, je één maakt met die oorlog.

Yulia Musakovska weet dat er niet alleen appelen in een tas kunnen schudden, ook beenderen, want

Je bent geen broer van mij

geen eerlijke vijand

geen man

geen beest.

Een zak vol beenderen.

Eenzelfde spanning zit ook in Begrafenisdiensten van Lyuba Yakimchuk. Het is niet wat je verwacht. De vijand probeert je te verleiden, vermomd als een struik, als sneeuw, als een leuk meisje. Zelfs in een kist kan hij doen alsof zijn hart niet meer slaat. Het zou mooi zijn als je jezelf zou kunnen overtuigen dat hij inderdaad zo’n terrorist is en geen menselijk wezen.

Zevenentwintig dichters uit het eerste jaar van de oorlog zoeken in deze bundel een eigen stem, bieden een veelheid aan stemmen.

© Jef Boden

 
In the Hour of War: Poetry fromUkraine, Arrowsmith Press, 979 8986 3401 80

The Power Within
, The Kyiv Independent, 978 6178 2475 22