vrijdag 7 augustus 2020

Eeuwig roersel - Hendrik Carette

Aan de grazige weiden van het koele waterland
hertaalde de vernuftige Bruggeling Simon Stevin
de Latijnse term perpetuum mobile
in zijn helder Nederduits als eeuwig roersel.

In het jaar 1602 reed zijn houten zeilwagen
op het zand van een strand in het bevrijde noorden
met aan het roer de kordate prins Maurits
de latere moordenaar van Johan van Oldenbarnevelt.

De hoge zeilen klapperden in de voorjaarswind
en de voortgang van dit zwaar beladen landschip
vond plaats in het streng ingedijkt polderland
aan de grazige weiden van het koele waterland.


© Hendrik Carette


What do you want to do ?
New mail

maandag 3 augustus 2020

Duif - Jan van meenen

Ze klieft niet als een zwaluw, kamikazend met wentelende messen,
zit liever vredig in haar veren,met dichtvallende ogen
in dat vertrouwd vermoeid gevoel.

Als een duif klapwiekt is het tegen het vallen, een beetje naïef duikend .
Niks van precisie.

Nog net niet gegrepen door een autosnoet, verzilverde grille, nog net
geen bloed en veren, nog net niet voor mijn ogen in het asfalt gewalst.

Een duif is een duif is een duif.


© Jan van meenen






zondag 2 augustus 2020

Ademteug - Jan van meenen

Diepe ademteug. De bomen bewegen hun vingers,
strekken hun tenen,reiken hoger, ogen trotser.
Struiken gaan zich te buiten aan lente.
merels slaan aan.

Lakens wuiven in een windje van niks, genieten
zo zichtbaar van licht; het is ze van harte gegund.

We vangen golven uit de ruimte,
de lieflijkste gedachten komen uit de ramen gezweefd,
hoofdpijn verdwijnt, alles wordt lichter, veel lichter.


© Jan van meenen






zaterdag 1 augustus 2020

Stuwing - Jan van meenen


Stuwing. Vreugde van vleugels. Vislicht.
Schittering van schubben

Niets is wat het lijkt.

Eenmaal aan de hemel gekleefd
wordt vliegen uiteindelijk liggen,
stilstand vredig zijn gang laten gaan.

Ondanks dit alles, zindert het licht,
windt beneden een vogel zich op.


© Jan van meenen






vrijdag 31 juli 2020

Treinstation Berlijn - Jan van meenen

De wolken zijn niet geschilderd, maar echt.
Het wordt ongemerkt later
al blijft het zaterdag en licht.

Heel het station van Berlijn wentelt zich
als in klaterend water.

Metaal, glas, steen, alles wat draagt,
beschermt, doorlaat, schelt,
straalt af op vloer en tegelwanden.

Mensen op het perron, als aan elkaar geregen.
Wij zijn heel heldere denkers geworden.


© Jan van meenen




vrijdag 24 juli 2020

Het boekje van de dichter - Johan Clarysse

Johan Clarysse in Brugge - foto: Paul Rigolle


"Het boekje van de dichter": Johan Clarysse, schilder en dichter,
bladerend in een groeiend typoscript.
("Tussen Moederhart en Getal")
(Brugge, 24/7/2020)

Recente publicatie: "Ipse Dixit", samen met Frans Boenders.

Alle boekjes van de Dichter



maandag 6 juli 2020

zaterdag 4 juli 2020

En niet bij machte van J.V. Neylen

En laat voor wat is. Laat de moeder die haar stem
al zingend heeft gekraakt, laat de vader die op zolder
zijn bestaan heeft geschreven. Het is bij kraken en zolders gebleven.
(...)


Signalement: 'En niet bij machte', het poëtisch debuut van J.V. Neylen is zopas verschenen bij Atlas-Contact!




vrijdag 3 juli 2020

Unlocked - Lieve Desmet

wij twintigers van 2020, wij durven
op dit blauwe uur in de wind staan
met wat we leerden afleren
tot we voeling kregen met het hart

zwaai ons maar uit in schone kleren
en verklaar ons vaardige strijders met het recht
want wij twintigers van 2020
wij durven uit ons kot komen, vuur oppoken

we zijn present in de uithoeken
in de kleinste huizen van steden
met een open vraag bij de thee
is onze grondtoon universeel

wij Alicia, Mohammed, Sander en Marjolein
we kleuren de dakloze grond
onze graffiti laten sporen na
wij zijn tegenbeelden wij durven

onze vlieger oplaten voor het klimaat
de gender geblend, we breken uit mallen
brengen weer geest in de tijd
wij twintigers - wij durven


© Lieve Desmet








donderdag 25 juni 2020

Treincoupé - Rose Vandewalle

Al van ver hoor ik haar hakken
tokketokketok
de wagon doorklieven
pal naast mij houdt ze halt
terwijl ze mijn verweerde rugzak monstert
zich voorover buigt
om met vlugge halen
van de zitbank weg te vegen
wat haar hindert
(kruimels misschien?)
trekt ostentatief haar jas uit
haar knellend nauwe handschoenen
haar muts

zijgt neer met de weldoordachte zet van
hier ben ik raak me niet aan
voor mij ben je niks, minder dan niks
hoe ze vervolgens met beide handen
haar tas omklemt
op haar netjes ingepakte knieën
de ogen sluit om deze
de ganse goddamn reis
toe te houden
zoals alles aan haar op slot
geen spier nog die verroert

tot de trein stopt
in het enige station denkbaar
rekening houdend met haar ontkenning
haar misprijzen voor iets
dat maar op een ander mens zou kunnen lijken
hoe ze vervolgens ceremonieel
haar purperen tas oppakt
haar witte jas, witte handschoenen
witte muts weer aantrekt
en het tokketokketok
van haar zelfverzekerde stap
u i t d e i n t
doorheen het treincoupé


© Rose Vandewalle


Het gedicht ‘Treincoupé’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.





woensdag 24 juni 2020

Verviers - Rose Vandewalle

Het gaat niet goed met Verviers
het station, de straat
loopt over van mensen
zonder werk zonder toekomst
geen kant kunnen ze uit
ze bedelen om wat centen
teneinde hun dag wat bij te kleuren

toch gaat het goed met Verviers
aan elke oversteek
stopt
een auto vol migranten
ze begroeten je
laten je voorgaan
nemen hun tijd

de weg vraag je bij voorkeur
aan een weelderige zwarte
uit Senegal of waarvandaan ook
die je als vanzelfsprekend
antwoordt
in het sappigste Frans
het gaat goed met Verviers


© Rose Vandewalle


Het gedicht ‘Verviers’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.





dinsdag 23 juni 2020

Golfslag te Oostende - Rose Vandewalle

Daar dan is de zee, de stille, de lang verhoopte
de ruisend en fluisterende, de heen en weer
altijd dezelfde toch telkens weer andere
kopjes gevend, kopjes aan de wolken ook
meegetroond door de wind

opnieuw ben ik veertien en rank van gestalte
van zijde en smaragdgroen mijn jurkje
met de zee wil ik moeiteloos mee op haar deining
ook al weet ik amper iets van haar golfslag


© Rose Vandewalle


Het gedicht ‘Golfslag te Oostende’ maakt deel uit
van de cyclus ‘golfslag’ die simultaan als ‘corona passiefloranummer’ 6&7
door Dodopers Eindhoven wordt gepubliceerd.





maandag 22 juni 2020

Nachtlus - Het poëtisch debuut van Jeroen Messely

Het is weinig dichters gegeven om meteen te debuteren bij een 'héél erkende
uitgeverij'. Jeroen Messely, medewerker van de Bib van Wevelgem valt die eer te beurt!
Tot dusver heeft Messely nog zo goed als niet gepubliceerd in literaire tijdschriften. Vandaar ook dat zijn naam in de meeste poëtische regionen niet zo heel erg bekend in de oren klinkt. Met zijn debuut 'Nachtlus', meteen bij Atlas-Contact, komt daar méér dan wat verandering in! Helaas moest vanwege de bekende Corona-sores het voorbije weekend ook de voorstelling van dit toch wel omvangrijke poëtisch debuut worden geannuleerd. Wat helemaal géén reden is om 'Nachtlus' niet in huis te halen! Wel zeer integendeel!

Op de site van de uitgever lees je om te beginnen dit:

De nachtlus, dat zijn de onchristelijke uren tussen middernacht en de zeer vroege ochtend waarin de Belgische televisie haar programma’s in een eindeloze – troosteloze – loop zet. In dat tijdslot ontstonden ook de gedichten in deze bundel. Dan pas durft een man te treuren om een verdwenen geliefde en een verloren kindertijd; dan pas maakt een veellezer de balans op van zijn aflopende affaire met de literatuur. Een technisch begaafde dichter die in ieder vers vecht tegen de herhaling: een lus kan o zo makkelijk een strop worden. In de handen van Jeroen Messely wordt taal een vlijmscherp wapen tegen de eeuwige wederkeer. 

De gedichten in dit debuut zijn lenig, stoutmoedig en klankrijk, zoals alleen een West-Vlaming ze kan schrijven. Dolle erotische koortsdromen worden afgewisseld met melancholische reflecties. Nachtlus streeft schaamteloos naar het sublieme, in de betekenis die Edmund Burke eraan gaf: al wat groots, onnatuurlijk, penibel, verbijsterend en – hoe kan het ook anders, zo diep in de nacht – obscuur is.

Onlangs maakte het tijdschrift Tzum (via een opgevangen bericht van de uitgeverij of via een andere omweg) bekend dat Jeroen Messely ook de man was die al die tijd achter het fantastische literaire pseudoniem  "Achille van den branden" schuilging. Onder het dekschild van deze schuilnaam en ook onder dat van "Prins van Denemarken" las en schreef Messely jarenlang - en sneller dan zijn schaduw - over boeken en bundels die hem in beweging en of vervoering wisten te brengen. Daar waar velen dachten dat er achter die namen een collectief of zelfs Gerrit Komrij schuilgingen. Het wil wat zeggen!

Het omslagbeeld van Nachtlus is een reproductie van James Abbott McNeill Whistler, Nocturne in Black and Gold - The Falling Rocket (1875)


Meer info over Nachtlus: Uitgeverij Atlas
Schrijfbroeder Sander Kok over Nachtlus op YouTube

Nachtlus - ISBN 9789025459468
Pagina's 112
Type Paperback/softback
Gepubliceerd juni 2020
€ 21,99





(Bericht: Paul Rigolle)



zondag 21 juni 2020

Dertig - Alain Delmotte

Huwelijksdag

1.

Weldra word je dertig, dochter.

En dat is nog altijd het begin van wat lang je toekomst zal zijn.

Je verleden is dat je opvloog, dat je nu vliegt en dat je jezelf in die opvlucht mag bewaren: je bereik wordt die van verten.

2.

Je wordt dertig, dochter.

En dat is al het lief dat je voor iemand bent, dat je voor iemand moet blijven.

Blijf vliegen, het maakt je lief.

Hou je aan het licht dat er voor je is, dat je al dertig jaar lang verscheen.

Vlieg en heb licht lang lief.

3.

Vlieg op, dochter, nu je dertig wordt.

Vlieg lief. Vlieg licht. Vlieg ver.

Laat het nog lang niet voor je donker zijn. Laat dat aan een ander over.

De ander die hier voor jou de woorden schreef.

Lam van de vleugels die hij ontbeert, laat hij je – laat hij je de vlucht.


© Alain Delmotte


Uit 'Twee dochters', Iets dat niet meer duurt een nieuwe publicatie van Alain Delmotte.






zaterdag 20 juni 2020

Leerdicht over de klavierstukken van Schubert - Alain Delmotte

1.

Dagen die je in de taal van hun uren in de greep houden - wanneer lichtinval het
klavier bespeelt met de handen van niemand.

Als vrij van woorden, de in het nauw gedreven winter zijn reis beëindigt en nu
onvoorwaardelijk tot voorjaar moet uitdijen.

2.

Wat je was vergeten, duikt weer op. Je herinnert je het nog: met al zijn onbezorgde aanwezigheid brengt een vleugel in een oogopslag de kamer weer tevoorschijn.

3.

Je kunt het nauwelijks volgen, licht is je in die muziek te vlug af, het lokt je mee, je hebt niet het minste verweer - je improviseert er een leven voor, je laat begaan.

4.

Allegro ma non troppo. Konden je uren, je dagen maar op die manier verlopen: zonder een toets, zonder een tik verloren tijd.

5.

Als een piano neuriet, dan houdt de klok zich stil, dan houdt klok zich in.

In een fractie is het even in de tijd altijd. Ze is dan alle stilte om je heen.

Het is die stilte die je in deze muziek hoort, die je wordt doorgegeven: je verliest nipt niet je evenwicht.

Muziek: de stilte die er zijn weg in vond en hiermee het licht uitnodigde tot dans.

6.

De ramen staan open. Buitenlucht past zich aan de partituren aan. Toonladders verspillen gul hun bezit aan hoogte. Ze scheren toppen.

Wat je van de wereld hoort, is boordevol en in de juiste maat doorboord.

7.

Het was niet één van de Goden, het was simpelweg Schubert die voor jou vandaag het licht en de uren schiep.

Zelfs in een verlaten kamer is een piano nooit alleen. Luister naar zijn ingehouden adem – in toespelingen geeft hij de wereld om zich heen een eigen leven.


© Alain Delmotte


  Uit 'Warhoofds leerdichten 2', de nieuwe dichtbundel van Alain Delmotte.


vrijdag 19 juni 2020

Twee nieuwe publicaties van Alain Delmotte

Zopas verschenen van Alain Delmotte, VWS-bestuurslid en Digther-redacteur, twee nieuwe publicaties: het tweede deel van 'Warhoofds leerdichten' en 'Twee dochters'. Morgen en overmorgen publiceert De Schaal van Digther uit de beide bundels een gedicht.

Warhoofds leerdichten 2’, met als ondertitel ‘Alsof licht van de zon komt’, verschijnt als POD-uitgave in de Gaia Chapbooks-reeks die onder redactie van Ton van ’t Hof staat. De voorflap van deze dichtbundel is een schilderwerk van Maarten Embrechts (zie hieronder). Het boek bevat leerdichten met het motief ‘licht en duisternis’ als rode draad. Het geheel volgt een totaal andere weg dan het eerste deel dat eind 2019 verscheen.

Op de achterflap staat volgend fragment:

Licht zoeken hoeft niet. Het is waar je kijkt, waar iedereen je kan zien, waar het naar je wijst, waar het je de weg en de juiste tijd wijst.

Het is in elke taal verstaanbaar. In je schrift noteer je wat het je zegt, wat het zich in tongen laat horen.

Heeft het verlangen naar licht dan de taal doen ontstaan?

Is dit je geluk? Is het daarom dat je dit schrijft?

Twee dochters’, met als ondertitel ‘Iets dat niet meer duurt’, is ontstaan naar aanleiding van het komende huwelijk van Manon, de jongste dochter van de dichter. Daarin verzamelt Delmotte de gedichten die hij de voorbije 25 jaar voor zijn dochters schreef . Het zijn gelegenheidsgedichten die zich verder dan hun ‘gelegenheid’ wagen. Ze proberen onderhuids het voorbijgaan van de tijd zo herkenbaar mogelijk te thematiseren, zoals in onderstaande gedichten ‘Schertsend met je dochter bij het ontbijt’ en ‘Achttien’.

Bij het boek horen foto’s van Johan M. Duyck, die ook instaat voor de vormgeving. De foto’s worden door hem omschreven als ‘een beeldessay rond het thema dochter’.

Warhoofds leerdichten 2’ zal aan 10 euro per exemplaar verkrijgbaar zijn en ‘Twee dochters’, een publicatie met bibliofiel karakter, aan 22 euro per exemplaar.

Wie voor de twee publicaties alsnog voor 20/06 inschrijft, betaalt slechts 25 euro.Voorinschrijven kan via het mailadres: alain.delmotte@proximus.be. Vooraf betalen is niet nodig: u betaalt pas bij ontvangst van de boeken.

Vanwege de bekende Corona-omstandigheden werd de eerder geplande voorstelling willens nillens afgelast.
































zondag 14 juni 2020

Parijs - Kees Godefrooij

Terwijl de regen zich een weg baant
naar moeder aarde, dwingt de wind
haar tot frivoliteiten zoals het kussen
van vreemde gezichten en het
onbedaarlijk gutsen langs chique
gevels. Daar ik uit een klein land kom
waar de noordelijke neerslag je hart tot
huilen maant en de architectuur alle
gratie ontbeert omdat er de zin voor het
schone ontbreekt, klimt mijn blik langs
de kathedralen van het geloof de natte
hemel in. De natte hemel van het rijke
Parijs. Alle vrouwen zijn hier mooi. Vele
musea verlichten je geest en maken
hongerig naar de liefde. Bedevaartgangers
bezoeken het graf van hun idool op een
drukke dodenakker, soms passeer ik het
standbeeld van een dichter. Proust woont
hier niet meer maar elke dag waaien zijn
woorden over de Place Vendôme op de
moderne klanken van een verlangen naar
onvermoede bekoringen


© Kees Godefrooij



zaterdag 13 juni 2020

Overpeinzing - Kees Godefrooij

Soms zitten er weinig uren
in een dag, dan pas je goed

op je tellen maar ontbreekt
de leegte die achteloos

opgaat in het ruisen van
bomen, het kletteren van de

regen op het zinken dak van
een veranda of het kabbelen

van een stroompje dat plotseling
ontstaat en de bedding vormt

van iets goeds, iets ongrijpbaars


© Kees Godefrooij




vrijdag 12 juni 2020

Provinciestadje - Kees Godefrooij

Je keel wordt langzaam dichtgeknepen
hoe men de honger stil verwoordt
de onlust is niet aan te slepen
in dit bedaagde kleine oord

een stoplicht staat er op zijn strepen
het bleef een dorp ondanks de poort
maar wat ik nimmer heb begrepen
wat jou, mijn lief, hier heeft bekoord

de wind draait door de kale straten
de bieb is vrijdagmiddag dicht
dit stadje oogt zo godverlaten

dat zelfs de zon zijn hielen licht!
Toch liet ik me door jou bepraten
het is hier mooi, ik ben gezwicht


© Kees Godefrooij







woensdag 10 juni 2020

Fausto - Hugo Verstraeten

Wielrenner zou ik zijn. Afdaler of tegen de tijd.
Iets van een vader oreerde dat voor de afdaler die ik was
geen bergen bestonden – de fiets die ik nooit kreeg

was mijn kostbaarste bezit. Een God zou ik zijn.
Hij die schaduwen over de dingen legt. Op alle plaatsen
zou ik zijn. Van alle plaatsen – in de hemel of op de aarde –

verbleef ik het meest in de hel. Het werd een God met gebreken.
Van het één kwam het zwerven. In de armen van ademloze verten
te slapen, het leek me wel wat. Anadyr, Dikson Bay: we raakten

allengs het noorden kwijt. En ook de Noordkaap zou al snel vervelen.
Voor het leger schoot ik veel te kort en ging als wetenschapper op zoek
naar het pertinente. Wetten te ontdekken waar geen geval voor

bestond – een eerste stap in de verbeelding. Schrijver dan maar.
Het lek in de taal met woorden te dichten. Een banddikte van God
verwijderd wanneer hij in geletterd zwart schaamrood schrijft

en op de lippen van de witte dame woordenloosheid spelt


© Hugo Verstraeten






dinsdag 9 juni 2020

Ik was er... - Miel Vanstreels

Ik betoogde tegen de oorlog
in Vietnam, de dictatuur in Chili,
de kruisraketten in West-Europa

en gisteren nog
(heel even)
tegen het racisme
in heel de wereld

maar wat zegt het

ik fietste ook de Ventoux op,
de Galibier, de Glandon,
de Tourmalet, de Aubisque,
de Gavia, de Mortiolo
en de Stelvio

en meer nog

omdat ik er toevallig was
stak ik kaarsjes aan in Banneux,
Scherpenheuvel, Beauraing,
Lourdes, Fatima, Lisieux
en Heppeneert

ik bedoel maar...


© Miel Vanstreels







maandag 8 juni 2020

Poëziewedstrijd Stad Harelbeke - Editie 2021

De jaarlijkse poëzieprijs van de Stad Harelbeke is in 2021 aan haar 42° editie toe. Stuur voor 8 november 2020 een tot drie gedichten in! Jury: Philip Hoorne, Sylvie Marie en Herman Leenders. Lees hier het volledige reglement en alle andere modaliteiten.

Ook van ons en vanuit ons Digther-kot: Véél succes!




zondag 7 juni 2020

Uitzicht - Julien Holtrigter

Al vroeg in de morgen het dak opgezocht.
Vreemd lege hemel, waar je ook kijkt.

In de verte de heuvel, een mastodont die lang geleden
ging liggen en nooit meer op is gestaan.

Traag kruipen stille wegen naar boven,
daarachter moet het nog nacht zijn.

Aan mijn voeten de stad met haar open einde: de zee.
Trucks rijden af en aan bij de ferry.

In de straat beneden schreeuwt een jongen een naam,
een roepen dat langzaam verwaait, onverstaanbaar.

Ik kijk opnieuw naar de verte, hoe verder hoe vager,
en weet hoe onscherp het beeld is

waarin de verte mij waarneemt, hoe ik al schrijvend,
vervaag.


© Julien Holtrigter




What do you want to do ?
New mail





What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

zaterdag 6 juni 2020

Plafond - Julien Holtrigter

Lang liggen kijken naar het plafond,
misschien wel geslapen, even, zo ’n hondenslaapje,
suffe gedachten laten passeren.

In de straat staat al maanden een auto, een snelle,
grijs van het stof. Erbinnen pulseert nog altijd
een lichtje, als van een hartbewakingsmachine.

In de schuur groeien zwammen, heel rare,
op een paar laarzen, lang niet gedragen.

Opgeschrikt door een zoemen, van wat? van waar?
snel ik naar buiten.
Onheilsprofeten seinen elkaar, de lucht is er vol van,
doembeelden vliegen de pan uit.


© Julien Holtrigter










vrijdag 5 juni 2020

Quarantaine - Julien Holtrigter


Een bouwval het huis waarin ik schuil,
het dak is verzakt, de schoorsteen hangt scheef,
de verf bladdert van de kozijnen,

haagwinde danst door het gangen, bruidssluier
wurmt zich uitzinnig naar binnen
en bij het trap liggen leidingen bloot.

Een niemand ben ik in dit huis
die de tijd doodt met lezen, zo lang het nog duurt.

De vlek op de krant van vandaag is bloed
van mijn bloed, de mug die mij stak prijkt ernaast,
doodgemept geeft zij het onweerlegbaar bewijs

dat ik leef: ik kan mij legitimeren, met datum
en plaats, ik besta.


© Julien Holtrigter




What do you want to do ?
New mail





What do you want to do ?
New mail

maandag 1 juni 2020

Vijfentwintig redenen om eens een boek van Roobjee te lezen - Hendrik Carette

Wreedaardige personages krijgen gestalte op het doek,
terwijl kwetsbare verliezers door hem gered worden in een boek.

Isolde de Buck
*
Omdat ik graag alom en allerwegen beweer: Pjeroo Roobjee est mon peintre flamand préféré.
*
Omdat bij Roobjee een personage niet ademt, het personage asemt. Het beweegt niet, het bougeert.
*
Omdat de barokke taal van Roobjee uniek is. Het is een succulente sardonische taal vol van semiotische sedimenten uit onze onontgonnen taalmijnen.
*
Omdat hij beslist mijn meest excentrieke tijd- en generatiegenoot is. Niet omdat hij zich excentriek zou gedragen, maar omdat hij zo schrijft en schildert.
*
Omdat hij schrijft als een schilder; elk schilderij is als een kleurrijk verhaal en elke roman is als een panoramisch schilderij van 360 graden.
*
Omdat hij het historisch kasteel en het kasteeldomein van Poeke kent. Trouwens in 1971 maakte hij al een kleurrijk schilderij (olie op doek, 200x200cm) met de sarcastische titel: ‘Ik verlang dat mijn asse ruste aan de oevers van de Poekebeek, te midden der Poekenaren die ik zozeer heb liefgehad’.
*
Omdat hij bevriend was met Hugo Claus. Hoewel de vele lezers en bewonderaars van Claus vermoedelijk zelden ook nog een boek van Roobjee lezen.
*
Omdat Johan Sonneville, mijn eerste uitgever, al in 1973 een boek van Roobjee uitgaf. Onder de toen al zo merkwaardige titel Situaties, Projekten, Privileges en Zedelijke Verplichtingen.
*
Omdat de sardonische lach van deze auteur opstijgt uit al zijn geschriften (zelfs in redevoeringen en pamfletten) en de aandachtige lezer en sprakeloze luisteraar dan eenzaam en verlaten achterblijft in de stilte van de eenzaamheid.
*
Omdat al zijn lezers bij het lezen van zijn soms lange frasen of het luisteren naar zijn niet snel stokkende stem… zijne zeer lieven worden.
*
Omdat wij allen leugenaars zijn, ja ook Roobjee, maar omdat hij de waarheid liegt.
*
Omdat we toch niet almaar, altijd maar, een boek moeten lezen van André Klukhuhn.
*
Omdat het oor ook wat wil. U moet maar eens een pagina van Roobjee luidop lezen. Of in een zaal luisteren naar een door de Meester uitgesproken toespraak.
*
Omdat Dimitri Verhulst het ook wel weet: bij Roobjee raak je als op een roetsjbaan.
*
Omdat zijn taalgekte nog zo gek niet klinkt. Hij verbindt in zijn unieke taal op verrassende wijze het dialect van zijn spreektaal met een ironiserende retorische taal. Kortom, hij is een sprookspreker.
*
Omdat het schrijven van Roobjee een gelukkig schrijven is. Zie hiervoor het essay ‘Het gelukkige schrijven’ in het gelijknamige boek (Amsterdam: Querido, 2015) van de Nederlander Kees ’t Hart.
*
Omdat wie een boek van Roobjee begint te lezen zich niet snel zal vervelen, maar soms wel wat vermoeid zal raken door zoveel onverwachte woordenpracht.
*
Omdat Roobjee een kunstenaar is die volledig vrij is van nut en conventies en hij de wereld ziet op zijn manier en dus nooit zoals een andere kunstenaar die zou zien.
*
Omdat hij noch als schilder, noch als schrijver een charlatan kan zijn. De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector begon haar column ‘Charlatans’ in De ontdekking van de wereld (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016) als volgt: Een vriend van me zei dat we allemaal een charlatan in ons bergen. Ik was het met hem eens. Ik voel dat er in mij een charlatan op de loer ligt.’ Hoewel hij ons met zijn afbeeldingen van zijn Hitlers en andere exotische mensjes of monstertjes wel degelijk weet te choqueren om onze ogen te openen.
*
Omdat hij geen writers block heeft en geen stagnerende levensdrift.
*
Omdat hij wellicht mijn meest ondergewaardeerde kunstbroeder is.
*
Omdat hij (Roobjee) nu woont in Ellezelles in Henegouwen in Le pays des collines en we hier even kunnen luisteren naar het woord van de geniale Henri Michaux die heel veel heeft gereisd en ook ons land (le plat pays) zeer goed kende: ‘Dans un pays de plaines, traffic de collines. C’est la règle.
*
Omdat hij ons als auteur werkelijk iets te zeggen (vertellen) heeft. En dit ook herhaaldelijk doet en heeft gedaan.
*
Omdat Guinevere Claeys (in De Standaard van 25 juni van 2019 ) in haar gesprek met de Meester zulke mooie en waarachtige uitspraken uit zijn mond kon noteren. Slechts twee voorbeelden: ‘Een van mijn leermeesters aan de Academie was Pierre Vlerick, een man die in maatpak schilderde. Hij gaf mij de cruciale raad om orde te handhaven. Alleen zo zou ik de ideeënchaos in mijn hoofd de baas kunnen, alleen overzicht zou mijn woede kunnen leiden, zou voorkomen dat de beeldenstroom verdampt.’ En het tweede niet minder goede voorbeeld: ‘De beste definitie van een kunstenaar blijft deze: iemand die alleen in een klein kamertje kan zitten.
*
Omdat Hoe crapuleus het licht op het tempermes (dat de verzameling van harten in scherven met kerven doorsnijdt) zijn belangrijkste boek is en dat dit boek op slechts 1000 exemplaren werd uitgegeven (Gent: Zebrastraat, 2007) en hij hier in dit landje waarschijnlijk helaas geen 1000 (duizend) lezers heeft.


© Hendrik Carette




zondag 31 mei 2020

Plaza de Cibeles - Stijn De Man

we voelden aan het marmer van een Romeinse godin
we bespiedden elkaars gebaren, stralend,
raakten verstrengeld aan de fontein

jouw thuis was een portaal, een bel
op de tast vond ik steeds de weg
langs geparkeerde auto’s en onze koffiebar

Mijn nachten dreven ons uit elkaar
jaren nadien keerde ik terug naar het plein
ik wist wat ik zocht, het wende nooit


© Stijn De Man


vrijdag 29 mei 2020

maak de som van je huiselijk geluk - Anne Meerbergen

maak de som van je huiselijk geluk
neem evenveel eieren
denk aan je geliefden en breek ze

onverbiddelijk geel en wit gescheiden
troost het eiwit met een snuifje zout
zoek je zwartste chocolade
25 gram bitter geluk per persoon

laat smelten en wiegen die heupen
zie de dooiers in het donker glijden
wees kordaat en meng maar
paai met gembersnippers

pense à ta mère
bats les blancs en neige

verenig licht en donker
giet in je mooiste kommen
vertrouw alles aan de koelte toe

neem een stoel en waak
een nacht is lang



© Anne Meerbergen


Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes.  Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.







What do you want to do ?
New mail

donderdag 28 mei 2020

soms hoop ik dat jij er niet bent - Anne Meerbergen

voor Raphaël De Bois

soms hoop ik dat jij er niet bent
dat het eten nog niet klaar staat
en ik niets van je hoor, geen bereik

dat ik het aangekoekte ontbijt en de leegte
van een drukke dag wegspoel, de messen
lepels en bekers een voor een verdrink

m’n handen en randen weer eigen maak
daarna groenten stoof en soep kook
en dat jij heel laat thuiskomt met blinkeringen

in je ogen en verfvegen op je kleren, je wang en hand
en dat we samen vergaan van de honger en alle ongemak
en dat ik weet dat het doek ginder langzaam droogt

dat jij het zinloze met kwast en verf hebt uitgeveegd



© Anne Meerbergen


Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes.  Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.







woensdag 27 mei 2020

De slaper - Anne Meerbergen




















je slaapt, onder mijn vingers
vertrouwde huid, wij

tegenliggers van flanel
zoeken elkaars kanten

midden in de twijfelaar
schuiven naar onze randen

in de nacht blindelings
raad ik je wimpers

je raakt me met gesloten ogen


© Anne Meerbergen


Gedicht bij het gelijknamige werk van kunstenaar Raphaël De Bois, de man van Anne Meerbergen.
Het beeld 'De Slaper' en het gedicht zijn te zien in het park IJzerenberg te Winksele bij Leuven. Zie  www.ijzerenberg.be voor de openingsuren van het park.

Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes.  Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.



woensdag 20 mei 2020

Jongens van achttien - Frank Van Den Houte

Guido Gezelle in Roeselare

hij loopt het belfort uit, de Zuidstraat in
klemt in zijn frêle arm een tas vol talen
de lokken op zijn alchemistenhoofd
verbergen nog het borrelen van woorden
en ook een Britse missionarisdroom

dit vult zijn brein wanneer hij jaren later
die weg aflegt met een soutane aan
om in de school van toen weer thuis te komen
zijn oude jasje hangt nog op de haak
hij lacht en legt er zijn kazuifel over

en hij is weer een jongen van achttien
zo oud als zij die hem vandaag bezoeken:
Gustaaf, de Karels, Hugo en Eugeen
om urenlang vol vuur en blij te praten
terwijl hij het brevier der vriendschap leest


© Frank Van Den Houte





zondag 17 mei 2020

Vingers - Twan Vet

Er huisden vuisten in de vingers – Menno Wigman

Van vuisten kun je vingers maken zegt het kind.
Met vingers raak je alles aan. Met vingers hou je
handen vast. Met vingers weet je dat je echt bestaat.

Van vingers kun je vuisten maken zegt de man.
Met vuisten sla je om je heen. Met vuisten bal je
door de dag. Met vuisten zou je haast vergeten
dat je ooit eens vingers had.


© Twan Vet


Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.

Alle info: https://www.twanvet.nl


www.twanvet.nl



zaterdag 16 mei 2020

Schrödingers schat - Twan Vet

Onze liefde is een krolse, vuurrode kater en alles kan nog:
kussen achter kinderwagens, bijna sterven van verdriet,
je houdt van mij en ook weer niet.

Alles is nog even niets en andersom.
Filosofen lopen vast, dichters stappen van
de brug, wetenschappers nemen woorden terug
door ons experiment dat liefde heet.

Onze liefde is een godenlichaam
én een lijk. En wij,

wij zijn dood en levend tegelijk
tot ik je in de ogen kijk.


© Twan Vet


Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.

Alle info: https://www.twanvet.nl


www.twanvet.nl



vrijdag 15 mei 2020

Apocalyps - Twan Vet

We zullen de wereld proper achterlaten als we vergaan – Dimitri Verhulst

Na jaren zwoegen kregen we het voor elkaar:
de aarde op, de mensen moe, het sterrenstelsel
op de schop. En het heelal keek rustig toe, wachtte af
tot wij stopten met bestaan –
niet morgen, dan vandaag.

En alles wat ons restte: tijd. Lege uren
om te denken wat we deden, wilden doen.
Niemand dacht aan wat er kwam, want
hoe denk je aan niets?

Maar toen: geen paniek. Integendeel.
De buurman harkte – voor het eerst in jaren –
zijn tuintje netjes bij elkaar. Iemand hing het
bordje met de straatnaam recht. Auto’s werden
kaarsrecht in parkeervakken gezet.

Gevels werden schoongespoten,
schuurtjes werden opgeruimd,
vuilniszakken stonden aan de straat.

En zo werden we, alles netjes en aan kant,
weggevaagd.


© Twan Vet


Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.

Alle info: https://www.twanvet.nl


www.twanvet.nl



donderdag 14 mei 2020

Inspiratiespotten - Twan Vet

Kijk, daar vliegt wat oud verdriet en
in die hoge boom bouwt de weemoed
langzaam maar gestaag een stevig nest.

De dood komt ’s nachts pas uit een scheur
of spleet, vliegt achteruit de wereld in en
zingt een lied dat niemand kent.

En nu, de lente, trekt een zwerm van
liefde door het firmament.

Ik lig in het hoge gras en wacht wat af.
Een oude verrekijker siert mijn borst
en in mijn hand papier en pen.

Ik zoek naar iets wat ik niet ken.
Ik turf al uren wat een ander ook al
hoorde, zag – zo gaat de dag voorbij.

Maar zie: daar breekt ineens met luid
gekrijs het geluk al uit het eerste ei.


© Twan Vet


Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.

Alle info: https://www.twanvet.nl




www.twanvet.nl



vrijdag 8 mei 2020

Afasie - René Hooyberghs

Weifelend baant het woord zich een weg
langs het tumultueuze struikelpad van zelfcensuur.
Het heeft nood aan een gids, een herder:
een mol wroet zich gejaagd een uitweg.

Tsunami, ja, tsunami. Bekoorlijk als een Oosterse
maîtresse klinkt het, ma tsu m’amie,
of verraderlijk als een ziekte: fluister maar eens het
zoete woord afasie. Kruiperig als een amfibie,

dreigend als een invasie. Tsunami, daarin werd ik verwekt.
Laag na laag heb ik de macht gegrepen, mezelf
tot Zeus gekroond, op het schild geheven
het luchtledige hoofd een schrijn van ijdelheid.


© René Hooyberghs


Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.


De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)





donderdag 7 mei 2020

Haartooi - René Hooyberghs

Triomf van haar vel
vlekkeloos zwart
gespannen, het matte van kaviaar,
Jukbenen hoog geheven:

hier is zij zij en jij maar jij, zo zeker
van haar schoonheid,
zo ongenaakbaar mooi. En dan
de haartooi van gevlochten parels,

het eindeloos geduld van kapster
en gekapte, samenzwering tussen
bruid uit Dakar en heel haar continent.
Wie durft haar weerstaan, wie?


© René Hooyberghs


Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.


De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)





woensdag 6 mei 2020

Een dageraad – René Hooyberghs

Het pleintje zont, het is zondagochtend
en de hitte is voor later.
De eerste marktkramers komen
en luiden de muziek van hun metalen

geraamten: een pleintje vol Stockhausen.
Drie straatvegers ontbijten op de bank,
een fleurig trio gehuld in het stadsuniform
van Van Beirendonck, hun blikken

veegkarretje vol verwachting. Een meisje jogt,
een buikige fietser in tricolore shirt wacht
op zijn maatje (straks komt de Koninck).
Kim Jong-un schudt de hand van Trump.


© René Hooyberghs


Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.


De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)


dinsdag 5 mei 2020

Vierentwintig levensvragen in Coronatijd – Hendrik Carette

Wie een tijger berijdt is bang om af te stappen.
(Chinees spreekwoord)

- Wie was er eerst op deze aarde: Was het de Boeddha of was het Zarathoestra?

- Waren de Catharen in Occitanië zuivere christenen of waren het echte ketters?

- Hoe tragisch was het laatste levensjaar van Marguerite Yourcenar?

- Hoe vangt een zwarte kat een bruine rat?

- Hoe lang duren de witte nachten in St. Petersburg?

- Hoeveel vrijmetselaars zouden er nu leven in Japan en in China?

- Was de Brusselse vrouw Bloemardinne echt de dichteres Hadewijch?

- Hoeveel moedige eenzame Vlamingen dolen rond in Patagonië?

- Hoeveel Duitse U-boten liggen als wrakken op de bodems van de zeven zeeën?

- Was de Indiase politicus Mahatma Gandhi soms geen nationalist?

- Wie kan aan een heldere nachtelijke sterrenhemel de kometen en de sterren tellen?

- Wat was de ware reden voor de verbanning van Publius Ovidius Naso?

- Hoe groot is de aantrekkingskracht van een zwart gat in de kosmos?

- Hoe blauw is de Blauwe vinvis in een blauwe zee van onze blauwe planeet?

- Wat is de machtige symboliek van de witte walvis of Moby-Dick?

- Waren de laatste Neanderthalers niet onze eerste voorouders?

- Wanneer kan ik terug naar de Cotentin in Normandië?

- Wie kent de taal van de potvis die communiceert met zijn lot- en soortgenoten?

- Wie verklaart het onbegrip en de misverstanden in onze samenlevingen?

- Wat was de belangrijkste filosofische bedenking van Ludwig Wittgenstein?

- Wie luistert naar de vervaarlijke composities van Edgar Varèse?

- Wanneer begint het einde der tijden?

- Willen de heiligen en de helden nu opstaan?

- Waarom nog langer zwijgen?



© Hendrik Carette
Schaarbeek, 1-9 april 2020



donderdag 30 april 2020

Het schrift van de Indiaan - Paul Rigolle

Schrijven in tijden van Corona. Een antwoord aan Frans Deschoemaeker.

Dag Frans,

Veel dank voor jouw mooie ansichtkaart 'uit Wortegem-Petegem' van 25 maart 2020 en daarop aansluitend jouw mailbericht van 13 april 2020. In eerste instantie was het mijn bedoeling om hier in de buurt een even mooie landelijke prentbriefkaart op de kop te tikken om er jou – liefhebber en connaisseur van onder meer beschreven rariteiten - in deze donkere en bizarre coronatijden mee te verblijden. Helaas blijkt uit een inderhaast ingesteld particulier onderzoekje van mij dat mijn Bruegheldorp Zwevezele-Wingene, dat men steevast als Breugheldorp pleegt te schrijven, tegenwoordig op de prentbriefkaart-markt enkel de grootte heeft van een grote blinde vlek.

In Pinocchio, de nochtans excellente plaatselijke krantenzaak annex kantoorboek- en speelgoedhandel, bekeek men mij eerder scheef en, zo leek het mij even, met een lange neus, toen ik de vraag stelde. Van die vraag had men niet meteen terug. Het was duidelijk dat ze in jaren niet meer over de toonbank was gekomen. Een toonbank die tegenwoordig keurig en volgens de Corona-regels met plexiglas erg degelijk van het publiek wordt afgeschermd. Betaling kan – zoals wellicht ook bij jullie – enkel nog elektronisch. Voor wie dat wil, zijn er, om de cijfertoetsen te beroeren, wattenstaafjes die na gebruik keurig in een afvalbakje gedeponeerd moeten worden. Uiteraard is er ook geheel en al terecht de obligate spuitbus met ontsmettingsalchohol waarvan iedere klant voor en na het bezoek geacht wordt er oordeelkundig gebruik van te maken. Het zijn, zei ik al, bijzonder vreemde en nooit eerder meegemaakte tijden. Smetvrees neemt het stilaan van ons over. Wellicht betekent dat, dat we – de virologen knikken instemmend - hélemaal op de goeie weg zijn.

Niettemin hoop ik met jou dat we nu toch wel stilaan over de piek van de crisis heen zijn. Ik kreeg laatst nog een bemoedigende uitnodiging vanuit ons vertrouwde Boekenoord in Harelbeke voor de tentoonstelling “Ars Grafica III”. Die zou doorgaan van 5 tot 30 mei 2020. De vernissage op donderdag 7 mei 2020 leek mij een uitstekende gelegenheid om elkaar – al dan niet uitgerust met een mondmasker dat ons helemaal niet past of staat- weer ’s rendez-vous te geven. Temeer ook omdat de toelichting zou worden gegeven door Emiel Hoorne, ere-artistiek docent bij het KASK en een door mij gewaardeerd kunstenaar. Maar jammergenoeg heeft ook het bericht dat de tentoonstelling uiteindelijk toch wordt afgeblazen mij intussen bereikt. Het wordt dus, verstoken van hartverwarmende poëtische en kunstzinnige uitstapjes, stilaan nagelbijten. In ons eigen kot uiteraard – hoe een banale Maggie-uitspraak voor maanden vleugels kan krijgen - en intens hopend op betere en kiemvrijere tijden. Laten we daar samen naar uitkijken! Maar daarbij ook en vooral dankbaar zijn dat niemand uit onze nabije omgeving getroffen is door dit valse vuige virus. Ik zag gisteren een bijzonder imponerende getuigenis van acteur Axel Daeseleire die gelukkig uit zijn kunstmatige coma is ontwaakt en het allemaal nog kan navertellen. Er wacht hem wel een maandenlange revalidatie.

Ondertussen heb ik naar aanleiding van jouw Ansichtkaartje het boek ‘Ansichten’ van de Amerikaanse schrijfster Annie Prouxl dat ik zowat – het lijkt wel eeuwen - twee decennia geleden las, nog ’s uit mijn boekenkast opgediept. Daarin staat, zo herinnerde ik mij, een in mijn geheugen aangestreepte passage over “tumbleweed”, tuimelkruid ook nog stepperoller of amarant genoemd, die mij lief is. Daaruit dit fragmentje:

De laatste week van oktober: de bonen zaten nog aan de staken, de wind was als een vloedgolf die zich vanuit het westen over de aarde stortte. Het huis stond te schudden op zijn grondvesten. Loyal zat op de rand van zijn bed in het schrift van de Indiaan te schrijven…

En kijk, laat dit nu net de wens zijn die ik mij in deze Covid-quarantainetijden graag voor ogen hou en waarmee ik dit schrijven wil afronden. Dat ik, en dat ook jij, dat wij in deze barre onuitgegeven periode van onze geschiedenis soelaas mogen blijven vinden om onverdroten en met tussenpozen in het Schrift van de Indiaan te blijven schrijven!

Zeer graag tot een dezer, In Harelbeke of elders, Stay safe! We komen er doorheen!

Paul

Ps. Nog dit: jouw ansichtkaart past perfect in mijn ‘Klare fontein’-notitieboekje dat ik sinds begin dit jaar bij Pinocchio kocht (jawel!) en nu gebruik als alternerend ding voor mijn vroegere Moleskine-boekjes. Daarvan getuigt ook bijgaande foto.


© Paul Rigolle

#demanmetdeleesbril #schrijvenintijdenvanCorona

'Een ansichtkaart uit Wortegem-Petegem aan Paul Rigolle' van Frans Deschoemaeker lees je hier.




















Een ansichtkaart uit Wortegem-Petegem - Frans Deschoemaeker

Schrijven in tijden van Corona. Een ansichtkaart aan Paul Rigolle.

Woensdag 25 maart 2020, in de derde week van de Corona/Covid-19-crisis.  



















"Groeten uit Wortegem-Petegem met vijf dorpsgezichten uit de deelgemeenten; de Gotstraat te Wortegem, de abdij van Beaulieu te Petegem-aan-de-Schelde, het hoevegebouw van het domein de Ghellinck te Elsegem, het Dombos te Ooike en de Sint-Pietersstoelkerk te Moregem."


Dag Paul,

Ja, we beleven onwezenlijke tijden. Het zal nu gauw oorlog worden, zoude Reve verzucht hebben. Herinner jij je nog dat een paar jaar geleden vanwege de vogelgriep het pluimvee diende opgehokt te worden? Vandaag geldt die ophokplicht niet het pluimvee maar de bevolking zelve (blijf in uw kot!, zoals onze fijnbesnaarde minister van Volksgezondheid verordende). Al die geannuleerde feestjes en evenementen, al die afgesloten microfoons en dichtgedraaide tapkranen, al die niet eens opgebouwde podia, al die opgehokte artiesten en dichters, dat moet toch, na Corona, een ongehoorde uitbraak, een tsunami van nieuwe teksten gaan opleveren! Want nu hebben we volop de tijd, tussen onze vier muren, of uit de wind op ons terras, om te bezinnen, te herbronnen, te schrijven. Of werkt het zo niet? Zelf kreeg ik altijd al de grootste aanvechting tot schrijven als het leven riep, als ik het te druk had met andere dingen, en deksels goed wist dat ik niet de tijd zou vinden om de pen op het papier te krijgen.

Veel mensen schijnen te lijden onder deze gedwongen retraite. Zelf ondervind ik daar weinig last van. De tuin eist zijn rechten op, ik orden mijn archief, ik herschik mijn bibliotheek (om mij na tien minuten te verliezen in een vergeten boek; nu weer De taal der liefde/Lieve jongens. Wie leest Reve nog, behalve in tijden van Corona? Ik. Reve is onze grootste Decadent, en puur stilistisch gezien is dit door sommigen verguisde, maar door mij hoog gewaardeerde, tweeluik hiervan een meesterproef). En ik sleutel verder aan mijn nieuwe dichtbundel, die ik dit jaar nu toch echt tot een goed einde moet zien te brengen.

Een blik in het laboratorium van de dichter. Wat ligt daar momenteel allemaal ter werktafel? Een verhelderende tekst van Jos de Haes over zijn Ardennencyclus Le vieux moulin, een meanderende tekst van Julien Gracq uit zijn Carnets du grand chemin over de Semois, een toeristische brochure over het patrimonium van Gedinne en omstreken, een afschrift van mijn Brief uit het Ardense woud aan kunstbroeder Carette (8 juni 2010), een stuk of wat gedichten van Oscar-Vladislas de Lubicz-Milosz, een wandelkaart van het plateau van Croix Scaille. Wat al panorama’s en vergezichten ontrollen zich hier ter tafel! Alles is in gereedheid gebracht voor de reis rond mijn kot! Dit oordeelkundig samengebracht amalgaam van teksten (ik vergeet nog het essay over Félicien Rops van Huysmans) zou de vonk moeten ontsteken tot een donker gedicht (liever nog een donkere gedichtencyclus) over de grote god Pan. Maar het valt, zoals altijd, af te wachten wat er uiteindelijk uit de alambiek zal opborrelen. Als er überhaupt iets zal opborrelen. Je weet het nooit.

In wezen verandert Corona weinig aan mijn bestaan, dat ook in andere omstandigheden al aspecten van het kluizenaarsbestaan vertoonde. Al blijft het jammer dat ik nu enkel door middel van dat ellendig kleine schermpje de kleinkinderen kan zien, niet de trein kan nemen naar Brussel of op dit eigenste moment niet met Marie-Myriam naar het donkere hart van de provincie Namen kan rijden, en dat de bijeenkomsten van mijn leesgenootschap (gepaard aan nachtelijke conclaven in de bar van het hotel Leopold) tot nader order geannuleerd zijn.

En ja, zo onwezenlijk rustig als op de ansichtkaart liggen er dezer dagen onze Vlaamse Ardennen bij. Geen wielergekte, geen lelijke VIP-tenten, geen landschapsverbouwingen, geen helikopter boven de tuin op Palmzondag! Een rust die historisch (en ecologisch) zal worden genoemd in de annalen. Zelfs mijn dagelijkse autorit naar het kasteeldomein van Elsegem (centrale foto) waar ik mij met de hondjes Pistache en Pollux pleeg te vertreden, is nu tot een niet essentiële verplaatsing verordend, en bijgevolg illegaal.

En natuurlijk blijft het ook jammer dat al onze (vage) afspraken van dit voorjaar in het water gevallen zijn, beste Paul, maar ooit wordt alles weer anders, inmiddels blijven we in ons kot, en verblijf ik met warme groet.

Frans


© Frans Deschoemaeker

Uit: De waterlelies van Montparnasse, een werk in gestadige voortgang.

"Het Schrift van de Indiaan", het antwoord van Paul Rigolle lees je hier.



zondag 26 april 2020

zwanenmeer - Francis Cromphout

aan elke zwaan zit een tweede zwaan
de zwaan van de lucht
vergroeid met de zwaan van het water

telkens zij met haar bek de spiegel doorbreekt
worden zij volmaakt als een vis
luchtbellen makend
die ons universum besturen

luchtbellen
die grafkamers zijn

diep onder dit oppervlak verscholen
verrijken zij zich met elk voorbije leven

met de hartslag van de dode
wordt alles daar voortdurend herhaald
tot het licht wordt in de andere grafkamers


© Francis Cromphout


Uit de cyclus “Je bent niet gestorven
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)