dinsdag 25 februari 2020

Een commentaar bij 'Zwart lam', een gedicht van Hubert van Herreweghen - Frans Deschoemaeker


 Zwart lam
Op de wandelingen

        in mijn klein leven
zag ik grote dingen
de wolf van Gubbio
het lam dat stond te zingen
op de Chaussée Brunehaut
een zwart lam – en het zong.
´t Was winter nog de korte maand
         het regende ijs
een boogscheut achter Edingen
         waar een geheim begint
         van taal en tijd
van vliezen nat en jong.
Zie me daar dan
gebeeldhouwd in de kou
staan wenen om een lam
dat uit zijn moeder kwam
         te vroege vrolijkheid
in de armen van een man
die het schoonwreef met stro.
Een zwart lam. En het zong
                                    lamsgewijs.

Het gedicht Zwart lam van Hubert van Herreweghen illustreert treffend de uitspraak van Schopenhauer: de opdracht van de schrijver is niet grote voorvallen te vertellen, maar kleine interessant te maken.

De dichter is de schrijver bij uitstek die oog heeft voor het kleine, het ogenschijnlijk banale, dat waar iedereen achteloos aan voorbij gaat. Het lijkt er sterk op dat hij zijn lezer wil treffen met het besef: kijk ik wel goed genoeg naar de werkelijkheid, dring ik er wel diep genoeg in door? Is wat ik groot en belangrijk vind in het leven wel echt zo groot en belangrijk?

Zelf lijkt Hubert van Herreweghen het onderscheid gemaakt te hebben: op de wandelingen in zijn klein leven zag hij grote dingen. Hij is begonnen met zijn eigen leven kleiner te maken, dienstbaarder, ontvankelijker voor de dingen, ook de onaanzienlijke, die hij met plezier uitvergroot, grootheid toedicht. Hij is tot het besef gekomen dat bescheidenheid de verwondering voedt. Verwondering om de geboorte van een lam, een zwart lam bovendien, in een verlate winter, onder natte sneeuw, op de zompige hoek van een weiland; dat bijvoorbeeld.

De dichter verhevigt dit op zichzelf banale feit met enkele vervreemdende, in al hun concreetheid toch raadselachtige elementen (waarom inderdaad moeten wij het gedicht herlezen voor het zich begint te openen?). Vervreemdende elementen die de kleine gebeurtenis breed kaderen en een haast mythische dimensie meegeven.

Die vervreemdende elementen zijn bij nader inzien helemaal niet vreemd. De wolf van Gubbio komt uit de legende van Sint-Franciscus van Assisi. Sint-Franciscus kon met de dieren spreken en bracht de wolf die het stadje Gubbio teisterde tot betere gedachten. Gubbio staat daar natuurlijk omdat het rijmt op Brunehaut, de wolf omwille van de tegenstelling wolf-lam. Merk op dat van Herreweghen op zijn wandelingen een plaasteren beeld of een bidprent van Sint-Franciscus met Broeder Wolf in een veldkapelletje gezien kan hebben.

Of was Gubbio eerst, en staat Brunehaut daar omdat het rijmt op Gubbio? Het straatnaambordje Chaussée Brunehaut kan je her en der in België en Frankrijk nog aantreffen. De naam verwijst naar Brunhilde (of Brunichilde) van Austrasië, die in de zesde eeuw stukken Romeinse heirweg zou hebben laten restaureren en in ere herstellen. Een dergelijke steenweg loopt van Mons naar Enghien (Edingen) en passeert zodoende, het Pajottenland schampend, aan de achterdeur van de dichter Hubert van Herreweghen (ik ontleen een klein, medeplichtig genoegen aan het feit dat ook aan mijn achterdeur een Chaussée Brunehaut de Vlaamse Ardennen schampt: de Romeinse heirweg die zich in het Waalse Blicquy afsplitst naar de kust van de Noordzee loopt via Frasnes-lez-Anvaing, Ronse en Kwaremont naar Kaster, waar het spoor doodloopt in het veld).

Waar een geheim begint van taal en tijd: wie moet hier niet denken aan de taalgrens, en aan donkere, Visigotische tijden? En aan oude wegen die doodlopen in het veld?

Het lam zingt, maar het zingt lamsgewijs, op de wijze van het lam. We kunnen er dus rustig van uitgaan dat het gewoon mekkert, of krijst, zoals een zwart lam op zijn tocht van de warme baarmoeder naar een ijskoude wereld, een wereld van alleen maar witte soortgenoten bovendien, krijst. Maar onder de pen van de dichter wordt dat krijsen een zang, iets groots, iets wat het gemoed beweegt (een vrolijk maar al te vroeg lentelied?, een hymne op het leven?, een existentiële wanhoopskreet?, een geheim van taal en tijd?).

Hoe dan ook, je moet het gedicht een paar keer lezen voor het helemaal aanslaat, maar dan kan je het verder alleen maar wonderlijk en mooi vinden (en deze commentaar moet nu dringend ophouden). Op mijn dwaaltochten door mijn kleine bibliotheek kom ik grote dingen tegen.





Uit: De waterlelies van Montparnasse, een werk in gestadige voortgang.


























zondag 23 februari 2020

De omtrek van water - Philippe Cailliau

Stap na stap schuift hij het water in.
Hij zwijgt, beweegt volgens de wetten
van de fysica.

Een mens, weet hij, wordt zonder heimwee
oud en komt tevoorschijn met geschubde
handen. Hij voelt dat grenzen dichter zijn
dan half zijn huid voorbij.

Waarom heeft water ieder uur een andere
kleur, een nieuwe geur, waarom verschuift
in elk gezicht een nieuwe rimpelkaart?

Hij wordt een oude vis. De wijze
zoekt, de wijze volgt de omtrek
om uiteen te vallen.


© Philippe Cailliau


Uit Omtrek van water, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau die op 7/3/2020 e.k. wordt voorgesteld in de Oostendse Bib.

Meer info via deze Digther-link








zaterdag 22 februari 2020

Oordeel en ruis - Philippe Cailliau

Slotvragen zijn dieptelijnen op de atlas
van eilanden, aardplaten en woordbreuken,
raadsels in de geest van delta’s en
van wilde vis.

Taai worden wij nog meer dan wenselijk
oud. Er is geen oordeel. Wellicht wacht
achteraf een strop, een haak, een natte
raadselachtigheid.

Een stroom van hoopvolle vergissingen
zijn we. Slapen als een onderzeese krater.
Vragen beslaan regels en regels blijven

onze vragen. Als steeds naar oude aarde
ruikt berusting. Ruis, niet meer is toegestaan
dan vloeiend ruis tussen de kieuwen.


© Philippe Cailliau


Uit Omtrek van water, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau die op 7/3/2020 e.k. wordt voorgesteld in de Oostendse Bib.

Meer info via deze Digther-link








vrijdag 21 februari 2020

Het is alsof het water groeit - Philippe Cailliau

Hij wil in huizen gluren, binnen zijn
en weten waar het water is. Weten
waar binnen is en waar er wordt
gezwommen.

Behoedzaam opgemeten in blokken
is zijn ruimte. Zijn natte huid draait
buitenwaarts, zijn twijfels keren
steeds naar binnen. Deuren zwaaien
dicht als ergens brand ontstaat,
maar slaan weer open.

Omdat hij binnen blijft, wordt regen
als een melodie. Straten gevuld
met kleine hagelballen. Het is alsof
het water groeit, en metronomen
vallen stil. Hij drinkt, weet niet hoeveel
en ook niet hoe.

Hij schrijft zijn binnen: versleuteld
zonder slot. Zijn weg die naar beneden
voert, heeft gladde treden naar
gastvrije catacomben.


© Philippe Cailliau


Uit Omtrek van water, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau die op 7/3/2020 e.k. wordt voorgesteld in de Oostendse Bib.

Meer info via deze Digther-link








donderdag 20 februari 2020

Spreker in dundruk - Philippe Cailliau

Dan, van bezwering naar bezwering,
van minzame zinnen naar verbale drift,
schichtig, het zoeklicht in de mond,
holt hij een hinkend woord voorbij.

Dagelijks wordt hem een droom
geleend, geript als een verhaal
dat ledigheid verjaagt.
De taalturbines stampen rusteloos.

Voortaan zal hij, zeewaardig reiziger,
de overvolle boten bergen, zal hij zijn
havens graven en zijn huizen bouwen.
Bij onguur weer zal hij de pannen dichten.

Is hij een code op geschept papier?
Vereeuwigd als een dundruk
met een harde kaft.
De spreker leest luidop
zijn typoscript, zijn blad vol blunders
die ontsnapten aan de aandacht
van een ingeoefend leven.


© Philippe Cailliau


Uit Omtrek van water, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau die op 7/3/2020 e.k. wordt voorgesteld in de Oostendse Bib.

Meer info via deze Digther-link









woensdag 19 februari 2020

Stamboomwees - Philippe Cailliau

Tussen zijn plooien zet het licht
zich vast. De huid groeit traag.
Getergd, leproos, in tijd een wees
is hij, een raadsel voor zichzelf.

Als spitsroeden lopen is zijn bestaan.
De adem wordt de interpunctie voor
het hart. En zie: in vraagtekens
wordt angst gestreken.

De onmacht is daarom de balsem
voor de onmacht. En ondertussen
zoeken oren overal naar rust
alsof het vruchtwater nooit brak.

Zo leeft hij van wat of gegeven,
of gekregen is. Voelt hij zich
waterige wees, maar weet zich
eeuwenoude stamboom.


© Philippe Cailliau


Uit Omtrek van water, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau die op 7/3/2020 e.k. wordt voorgesteld in de Oostendse Bib.

Meer info via deze Digther-link

 

Omtrek van water - Nieuwe bundel van Philippe Cailliau

Op zaterdagmiddag 7 maart 2020 presenteert uitgeverij Kleinood & Grootzeer om 14u30 de nieuwe dichtbundel Omtrek van water van Philippe Cailliau. Plaats van het gebeuren is zaal Forum van de bibliotheek Kris Lambert, Wellingtonstraat 7, 8400 Oostende.

Omtrek van water is, 45 jaar na zijn debuut, de elfde dichtbundel van Philippe Cailliau en al de vierde op rij die bij uitgeverij Kleinood & Grootzeer verschijnt

"Zoals in de titel wordt gesuggereerd, is water in diverse functies en verschijningsvormen het centrale gegeven. Cailliaus watergedichten uit deze bundel staan vol symboliek, metaforen, personificaties. “Omtrek van water” kan worden gezien als een ode aan het leven, dat evenwel zichtbare en onzichtbare grenzen kent. Het is het water dat ons toelaat te leven en te groeien, het is het water waaruit wij bestaan. Het is het water van rivieren en zeeën, het is het water dat alles laat bewegen. Water lijkt oneindig, maar is niet grenzeloos en heeft dus een omtrek. Alles wat naar leven verwijst, draagt in zich de tekenen van het tegendeel. En toch: heeft water überhaupt een (tastbare) omtrek? Water is niet mysterieus, maar de omtrek van water is dat wél. "

Vanaf vandaag en de komende dagen publiceert 'de Schaal van Digther' in voorpublicatie vijf gedichten uit de bundel.

* Woe 19/2/2020: Stamboomwees
* Do 20/2/2020: Spreker in dundruk
* Vr 21/2/2020: Het is alsof het water groeit
* Za 22/2/2020: Oordeel en ruis
* Zo 23/2/2020: De omtrek van water

Alain Delmotte, redactielid van de Schaal van Digther, leidt de bundel in.

Omtrek van water heb je voor 18 euro en is tijdens de voorstelling ter plaatse te bekomen of te bestellen via e-mail of de website van de uitgeverij uitgeverij@kleinood-en-grootzeer.com of www.kleinood-en-groot-zeer.com .

Kleinood & Grootzeer, ISBN/EAN: 978-90-76644-95-0.


Philippe Cailliau - Oostende 5/2/2020 - Foto: Paul Rigolle






zondag 16 februari 2020

Een manier van zwijgen - Astrid Dewancker

Soms ga ik mezelf te buiten
in breken en in snijden.
Als mijn hand een naakt wijnglas
omklemt, reik ik naar scherven.

Ik kan aan jou niet doodgaan.
Jij die mijn monden zingt.
Je ogen ronddraait als je oude
‚Château La Tour’ proeft.

Het is geen mime met de kiezen
op elkaar, maar woordloos
voor de hand liggen. Liefhebben
Is een manier van zwijgen.


© Astrid Dewancker


Uit de debuutbundel Wie omkijkt wordt gezien van Astrid Dewancker. De bundel wordt op 7/3/2020 om 19:00 u. voorgesteld in de Hotelschool Ter Duinen in Koksijde.


zaterdag 15 februari 2020

Columbo - Astrid Dewancker

In kleren die aan jou kleven,
grauwe regenjas en grijze broek,
kom je voor me staan.
„Columbo” uit de televisiereeks.

In het verstrooide en in het zwijgzame
vind ik jou in mij.
Niet in het doordringbare.
Jij was massief. Geen spons als ik.

Je aangezwollen handen zie ik het meest.
Hoe ze het witte laken met klem vasthielden.
Je mond, een dunne streep, beweegt niet.
In stilte zijn wij luid.


© Astrid Dewancker


Uit de debuutbundel Wie omkijkt wordt gezien van Astrid Dewancker. De bundel wordt op 7/3/2020 om 19:00 u. voorgesteld in de Hotelschool Ter Duinen in Koksijde.


vrijdag 14 februari 2020

Hoe voelt het moeder? - Astrid Dewancker

Hoe voelt het moeder als je mij zo ziet.
In de spiegel kijkt mijn naaktheid
naar die van jou. Je lichaam sluipt in mij.

Ik werd te groot voor jou.
Of werd jij mijn krimp?
Je noemde me reuzin.

Jouw kruimelsporen veeg ik uit.
Aan het eind van een hobbelige weg
staat jouw gevarendriehoek :
Verboden toegang voor de liefde.


© Astrid Dewancker


Uit de debuutbundel Wie omkijkt wordt gezien van Astrid Dewancker. De bundel wordt op 7/3/2020 om 19:00 u. voorgesteld in de Hotelschool Ter Duinen in Koksijde.


Wie omkijkt wordt gezien - het debuut van Astrid Dewancker

Het is, als je als dichter al jarenlang poëtisch onderweg bent, nooit te laat om in boekvorm
Astrid Dewancker op 'Vers Roeselare'
te  debuteren. Astrid Dewancker(°Roeselare 1949) is daar heel binnenkort een sprekend voorbeeld van. Ze studeerde Secretariaat & Moderne Talen en werkte een beroepsleven lang als directiesecretaresse en tandartsassistente. Dewancker volgde Literaire Creatie aan de Academie Woord en Muziek van Ieper. Sindsdien publiceerde ze in diverse bloemlezingen en las voor in binnen - en buitenland. Op zaterdag 7 maart 2020 e.k. stelt ze in Koksijde haar debuutbundel 'Wie omkijkt wordt gezien' voor.
Het bericht op de nieuwspagina van Uitgeverij P daarover:

“Sommige dichters wachten lang om te debuteren en hebben daar een goede reden voor. Astrid Dewancker is zo’n dichter. Haar verzen zijn treffende verdichtingen van haar leven, maar dan moet dat leven uiteraard eerst geleefd zijn! En dat voel je in elke versregel: Astrid Dewancker heeft elk woord, ieder beeld zorgvuldig gewikt en gewogen, gekozen en ten volle beleefd.” Zo schrijft dichteres Hilde Pinnoo. En Daniel Billiet voegt er uitdagend aan toe: “Deze verzen glijden niet zomaar van je af, maar haken zich vast onder de huid. (…) In talloze, krachtige beelden kleedt ze het verleden uit tot op het bot. Het resultaat is het schrijnende tegengestelde van een leuke pageturner, dit debuut blijft ‘plakken’.”

Wie omkijkt wordt gezien
Astrid Dewancker
Zaterdag 7 maart 2020 om 19 uur
Hotelschool Ter Duinen, Houtsaegerlaan 40 te Koksijde
Gratis toegang.
Inschrijven? Mail het aantal aanwezigen en eventuele voorbestelling van het boek aan contact@uitgeverijp.be.

Het programma:
o Onno van Gelder jr. presenteert.
o Duo Salvérius – Vandenabeele verzorgt de muzikale omkadering.
o Dichters Daniel Billiet & Hilde Pinnoo zorgen voor een verrassend en klankrijk poëtisch duet gebaseerd op een aantal gedichten uit Wie omkijkt wordt gezien.
o Onno van Gelder jr. interviewt Astrid Dewancker, die ook enkele gedichten leest.
o Uitgever Leo Peeraer overhandigt het eerste exemplaar.
o Uitgebreide receptie.

Uitgeverij P

'De Schaal van Digther' publiceert vanaf vandaag, bij wijze van voorpublicatie, drie gedichten uit de bundel.

* Vr 14/2/2020: Hoe voelt het moeder?
* Za 15/2/2020: Columbo
* Zo 16/2/2020: Een manier van zwijgen

Foto: Astrid Dewancker op 9/9/2018 - Vers Roeselare - © Foto: Paul Rigolle









donderdag 13 februari 2020

Rothko - Johan Clarysse

Jij, als eerste sneeuw die valt
in de nazomer van het leven,
een ongebreidelde toekomst,
een herinnering,

Jij, als een vertrouwde kamer.
Als een werkelijkheid die overweldigt
en streelt en strijdt en staat
als een huis

Jij, als een late roeping.
Een altijd hier en nu, een teder tekort,
een weelde van jewelste, een venster op de wereld,
wegwijzer en kruispunt,
een akker die zich opent als een roos.

Jij, als een sonate in kleur van Marc Rothko,
het diepblauw van Yves Klein,

een ongeopende brief,
een noodzakelijke barrière,
regen na de droogte,

de stilte in een romaanse kerk,
vuur en aarde, lucht en water,
een voorbijgegane dag,
een verhevigd feest, een levend woord,
een langgerekte schaduw van mezelf.


© Johan Clarysse


Johan Clarysse is beeldend kunstenaar en schrijft geregeld ook poëzie. Bovenstaand gedicht komt uit het ongepubliceerde typoscript ‘Met een stem van water’.


woensdag 12 februari 2020

Klare nacht - Johan Clarysse

I

Mij nestelend in je okselholte
teken ik een bron van licht.

Van plooi tot plooi,
met ademloze hand, bereken ik
je schaduw als een raadsel.

Terwijl de avond valt
over de stad, over de smalle grens
tussen jou en mij.

Het is alsof de wolken ons omarmen.
Hoor je die zachte, bruisende muziek?


II

Blind van genade, vol van tekort
tast ik de scherpe kanten
van oktober af,

ben ik die ben
in het losbladig boek
van je gezicht.

Mijn stem, een windvlaag
die hevig aan de bomen schudt.

Herfstlicht is mijn gids
in jouw langgerekte labyrint.


III

Zelfs als er geen taal is die liefde
vertaalt, toch zal ik
woorden verschalken
om dat allerikste
jij van jou te vinden.

Kom jij met je lichaam, broos
en breekbaar als licht.

Dat ik schilder ben
van regenbogen heb
ik je nooit verteld.


IV

Misschien groeien de appelbloesems in je tuinen
uit het krachtige verlangen naar kleur?
Stammen de bomen op je grastapijt
uit de resten van een afscheid?

Deze klare nacht, stil ontwaakt hij.
Ik benoem hem met je welbespraakte naam.


© Johan Clarysse


Johan Clarysse is beeldend kunstenaar en schrijft geregeld ook poëzie. Bovenstaand gedicht komt uit het ongepubliceerde typoscript ‘Met een stem van water’.


dinsdag 11 februari 2020

Morandi - Johan Clarysse

Raadzaam is het het tekort te omarmen.
Je ziet het niet rondlopen in onze gedachten.
Je hoort het niet ritselen in de bomen.
Het draagt geen maatpak, geen das.

Het tekort toont zich in de achterkant van onze zielen,
de tussenruimtes in de doeken van Morandi,
de melancholie in elk gul seizoen,
de wind in je haren die gaat liggen,

het woord dat op zijn grenzen stoot,
herinneringen die krimpen en verdwijnen,
het gras dat droog staat in de zomer,
te weinig woorden voor de kleur wit.

De stilte die is uitgepraat,
het ogenblik dat afbreekt,
niet kunnen slapen zonder jou,
mijn liefkozingen op de tast.

De motor van mijn heilige, belegen woede,
de keerzijde van betekenis, oneindigheid,
de rook en het gezicht van de revolte,
de zonneënergie van liefde.


© Johan Clarysse


Johan Clarysse is beeldend kunstenaar en schrijft geregeld ook poëzie. Bovenstaand gedicht komt uit het ongepubliceerde typoscript ‘Met een stem van water’.


dinsdag 4 februari 2020

Voltooid - Miel Vanstreels

Waarom zou je ouderen
het recht ontzeggen
om klaar te zijn
met hun leven,

waarom zou de hulp
om er waardig
uit te stappen
geen barmhartigheid
mogen heten,

zo blijf je
in de wirwar
van belangen

gedoemd
om lijdzaam
te verlangen


© Miel Vanstreels


maandag 3 februari 2020

New Baltimore - Stijn De Man

dagelijks zogen we onze longen vol stof
al werkend hielden we ons in
we waren niet wie we waren
ergens in New Baltimore

schaken gaf ons een route om te ontsnappen
aan de routine waarop we dreven

en om vier uur ’s nachts naar de NBA kijken
waarmee we onze verloren jaren trachten te compenseren


© Stijn De Man


zondag 2 februari 2020

Jana Arns wint de Poëziewedstrijd van de Stad Harelbeke - Editie 2020

De jaarlijkse editie van de Poëziewedstrijd van de Stad Harelbeke - de 41° al, uniek toch voor een poëziewedstrijd - kent geen geheimen meer. Grote winnaar werd Jana Arns die eind verleden jaar met 'Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn' al haar derde dichtbundel publiceerde en ook hier, in deze Digtherlijke kolommen, eerder al een aantal gedichten publiceerde.

Aan deze editie namen 352 dichters deel, 87 meer dan vorig jaar wat de populariteit van de wedstrijd onderstreept. 244 dichters waren zesentwintig of ouder, 108 dichters waren jonger dan zesentwintig. 115 inzendingen kwamen uit Nederland.

De jury, die ook dit jaar weer uit Sylvie Marie, Philip Hoorne en Herman Leenders bestond, kreeg in het totaal zo'n duizend gedichten te beoordelen.Deze 41° jaargang was volgens de jury van hoog niveau. "Heel wat sterke gedichten passeerden de revue, ook van dichters die vandaag niet in de prijzen vallen. Sommige dichters deden zichzelf tekort door een kwalitatief onevenwichtige inzending af te leveren."

Het editie-2020-verdict van de jury:

Categorie - 26 jaar
1. Kristien Spooren (°1994) uit Gentbrugge (500 €)
2. Merthe Voorhoeve (°2000) uit Leusden, Nl (250 €)
3. Carlo Siau (°1995) uit Oudenaarde (100 €)
4. Yana Rosé (°2003) uit Kuurne (75 €)
5. Marie Borremans (°1994) uit Sint-Amandsberg (75 €)
Aanmoedigingspremie jonger dan 16: Jill Van Ham (°2005) uit Harelbeke (50 €)

Categorie +26 jarigen
1. Jana Arns (°1983) uit Sint-Niklaas (1000 €)
2. Ludwig Van De Voorde (°1967) uit Waasmunster (375 €)
3. Pieter Van De Walle (°1992) uit Leuven (250 €)
4. Rik Dereeper (°1962) uit Rollegem (125 €)



Met dank aan Jan van meenen voor de foto en de berichtgeving!

Zie ook dit Facebookbericht van CC Het Spoor
Voorgaande edities bij de Schaal van Digther


Lavapiés - Stijn De Man

Diep in de nacht lopen we rond
over straten, stegen, pleinen
hangen we onze duizend levens aan de wilgen
wat we nooit zullen vinden, zoeken we in achterafdiscotheken

nu zijn we hier en dwarrelende vlokjes goud trekken voorbij aan onze slaap
onmogelijk terug te keren, verdergaan ook
de dageraad katapulteert ons
naar waar we niet willen zijn

Onze hartenklop baart wachten, jarenlang, op een glorende zon
vanaf vandaag enkel nog uur per uur
indien mogelijk.


© Stijn De Man


zaterdag 1 februari 2020

Ik rantsoeneer je - Stijn De Man

Ik rantsoeneer je
met blikken porties, pootvast,
en één enkele reep gebalsemde twijfel

Ik verwijder onze scheringdraden
en weef met een boogje om ons heen
met wanhopige inslag drukken we ons tegen elkaar aan

Het houdt niet maar het geeft niet
Je gaat prat op je honger
afhechten is geen optie, de enige


© Stijn De Man


vrijdag 31 januari 2020

Tot ze koud is

Steven Van Der Heyden en Luc C. Martens nodigen uit! Hun nieuwe duo-bundel "Tot ze koud is" wordt niet één maar tweemaal voorgesteld. Komende zaterdag 1/2/2020 in Deinze en op donderdag 27/2/2020 in Herzele! Iedereen is er welkom!

Meer info op de Activiteitenpagina van Uitgeverij P.



donderdag 30 januari 2020

Iemand sangria, sangria someone – Jan Posman

een strandfeest, iemand sangria, sangria someone, er zit zout in je haar en
het is niet de bedoeling dat je nu vraagt naar enig vroeger, enig voornemen,
noch enig later, onthef jezelf eens van een reflex, concentreer je op wat hier
weerklinkt en voor je ogen danst, de sluiernevel, neem hem waar, de kennis
van de hemellichamen die ik als een schoolmeester noem en voor je spel

volg ook de arpeggio’s, ze vuren vast iets aan, iets rond je heupen als een hoepel
van ambigu verlies, en als het even kan smoren ze een plan dat sinds een bespreking
met koffie en verwarming, projecties op een scherm, lelijke stoelen, je ziet het voor
je, ergens in de winter ergens in de wereld van de ongelegen eisen en de
niet te drinken koffie uit een apparaat, een plan dat sinds die bespreking lang
in je hoofd heeft gedaverd
je eerst invroor
ja echt

een strandbal in kinderkleuren een deel van je kleding als kussen en mijn sarcasme als
een symptoom, mijn rest van die wereld, van die wereld van de winter, de lelijke stoelen
de niet te drinken koffie in kartonnen bekers, mijn sarcasme als een symptoom bijna
moeiteloos tussen ons in, we laten het voor wat het is
we kijken toe terwijl het zich voltrekt
hoe is dat mogelijk?

je figuratie hitst, je lijnen spelen een oud spel, de geschiedenis van de honger, het verleren
van de beheersing, een spel met heen en weer, je geluid verzint mijn instemming met je
zucht, nee, niet die van het genot maar die van de vertwijfeling of zijn die soms
verbonden? met je zin in verlies, je voornemen niet voor te nemen, de plannen te
verwarren, de afspraken naar de wolken te verplaatsen, je zegt dat het al zo lang
hetzelfde is en dat het op is, we mogen niet meer groeien, we moeten ontwensen

in je gezicht is een gedicht dat al het grijs en het gelijk van de listigste zinnen wist
in je gezicht is een gedicht dat de andere gezichten
met daarin die verknipte eisen, die omgeleide aandrift
schoonveegt tot hun schetsen weer licht zien
tot de lijnen oprechter de twijfel uitwijzen
er zijn altijd maar te veel mensen, met te veel eisen
zelfs op een strandfeest
zelfs in een nacht zonder inmenging, instigerende tekens
zonder eigenzinnig licht


© Jan Posman


woensdag 29 januari 2020

Een boterham met honing - Jan Posman

ik ben een kind van een imker, blij met een beeld
van adolescente bloesem, een boterham met honing

al je bedoelingen met mij, glanzend als smeltend was
de zinnen die je niet uitspreekt maar verknoopt
in een lenige wil, wachtend op oostenwind en bosgeuren
als op boden van de zomer

ik ben een kind van een imker, wat het ook mag betekenen
mijn taal ontgaat, ze is inert en stil als land in winters
als zaad in een zak van lijnwaad
achter een schuurdeur in januari

mijn vader ging in het voorjaar doodernstig
koninginnen doodmaken, in het bijenhuis de geur
van wijnazijn, oud achtkantig hout, propolis
de geteerde deksels op de gonzende kasten
de functie van het duister
de sfeer van ambacht en uitleg

opeens stond hij daar dan, in zijn imkerkleren
een rare sprookjesfiguur, tegen mijn moeder
zei hij: ik ga een paar uur koninginnen doodmaken
mijn moeder zei daar gewoonlijk niets op

de bijen zijn ziek nu, van hun huizen is niets meer
in een enkeling de herinnering aan een lucht en
aan het speelziek stof in een bundel dringend licht

ik ben een kind van een imker, ik weet niet
wat het betekent maar het liet iets in me achter

je vraagt wat er van ons wordt, we spelen
de darrenslacht in een ballade van warme dagen,
wachten op een kus in een kamer van vragen
mijn handen op je lenden, de lus rond mijn leven,
mijn oordeel in mijn blijvende honger
de aandacht als kleefkruid
het beeld van koolzaadweelde
in de ingetogen polder die zich met zwijgen indekt
tegen boerenverstand en prozaïsche wind

het lijkt opeens genoeg, een ja zie ik aan je mond,
we bekijken gespannen de kleur van klaver
het zonlicht bespeelt het overleven
het is voldoende, dat was het lang geleden al


© Jan Posman


vrijdag 24 januari 2020

Het gedicht van de dag - 'Bijna' van Walter Haesaert









































Het gedicht van de dag is vandaag “Bijna”, een gedicht van de Tieltse dichter Walter Haesaert.

Walter Haesaert werd laatst, op maandag 13 januari 2020, vijfentachtig. Het valt hem in geen geval aan te zien. Bij wijze van hommage heeft de Stad Tielt twaalf van zijn gedichten in het straatbeeld geplaatst. Nog tot 5 februari 2020 zijn die op vier locaties aan te treffen. Op zondag 19/1/2020 werd bovendien een nieuwe publicatie voorgesteld waarvoor Haesaert zestien gloednieuwe en gloedvolle haiku’s schreef. Het gaat om het werk “De glasramen van Max Weiss in de Sint-Pieterskerk van Tielt” dat werd uitgegeven door de heemkundige kring ‘De roede van Tielt’.


Extern:
Gedichten Walter Haesaert sieren straatbeeld in Tielt
De Glasramen van Max Weiss-De Voorstelling
Heemkundige kring 'De roede van Tielt'
Walter Haesaert over de ontdekking van Jotie 't Hooft



dinsdag 21 januari 2020

Poëzieprijs van de Stad Oostende 2019 – 2020: winnaars bekend!

Op zaterdag 18 januari 2020 werden in 'de Grote Post' in Oostende de winnaars van de tweejaarlijkse  Poëzieprijs van de Stad Oostende voor dit jaar bekendgemaakt. De wedstrijd was al aan haar elfde editie toe.































Niet minder dan 674 dichters stuurden, zoals gevraagd, een of twee gedichten in. Zo kreeg de jury bestaande uit Ivo Van Strijtem (voorzitter), Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Geert Van Istendael en Koen Vergeer 1070 (!) gedichten te beoordelen. Na urenlange beraadslaging kwam de jury tot de volgende eindconclusie.


De derde Prijs ( 750 euro) gaat naar Patrick Cornillie met:


Oostende, Dikke Mathille


Zie mij hier liggen, laag genoeg om mee te
deinen op de trage adem van de aarde en dicht
genoeg bij het strand om mij te verlustigen
aan het bandeloze leven van de zee.

Zie mij hier liggen, behaaglijk languit,
de krullenbol rustend in mijn linkerhand,
mijn blote kont gekeerd naar het hinterland.
Zie mij hier nest maken, zie mij lonken

naar de dichters, tevergeefs op zoek naar
een woord dat rijmt op krols. Zie mij,
vrank en vrij, parmantige tante, vol van
dromen en rond van genade.

Het zout der jaren trok mijn huid in rimpels,
buik en borsten maken al slagzij. Maar dat
deert niet, het deert mij niet. Want zie mij
hier liggen: heel Oostende is van mij.


© Patrick Cornillie


De tweede Prijs (1450 euro) was voor Robrecht Dehaen met:


Wee mij, Heer, want ik moet zwijgen


heb erbarmen, Heer, ontferm u over al mijn ledematen:
laat ze nog eens swingen tot ik niet meer weet dat ik
vergeten ben een plan te smeden – uitgaand van plausibel
taalgebruik – waarmee mijn flexibanen niet verloren gaan
tussen de kade en de toog van Gentse smoothiebars

verberg niet langer de verlossing, Heer, die U mij
voorloog bij het lossen van de lading drugsbananen,
goed verstopt in volgestouwde koffers van mijn
jongste Tesla’s, die nu aangemeerd zijn in Zeebrugge

want wee mij - bij Elon – bij gebrek aan lof voor de
perfect gefabriceerde mens die in mijn auto rijdt
en bij gebrek ook aan ontferming over Vlaamse
zangers en hun huisdieren, meestal zijn het vissen


© Robrecht Dehaen


Voor de eerste prijs ( 3000 euro) verkoos de jury het werk van Jan-Paul Rosenberg met :


De winterzwemmer

L’oeil véritable de la terre, c’est l’eau (Gaston Bachelard)


1
Dit is het pad dat mij verbindt, het licht
valt op de oever dicht en koele schemering
bezweert de wind die afmeert in mijn hand, de zon
laat al mijn schubben glanzen en ontkooit
het ijskoudbloedig dier dat uit het zwart
van zijn versteende bodem naar me tast
en door mij heen zwemt met de laatste
schaduwschemeringen van de nacht.


2
Het licht verbergt zich in de spiegel van de lucht
sleurt mij de diepte in, mijn hart pompt schuim. Ik zwem
(het hoofd omlaag) tussen de benen van de morgenstond
de vrijheid in, mijn voeten laat ik op de oever staan
en keer terug naar waar ik met mijn vissenstaart
mijn oorsprong vond, daar plant ik mij
met ingesponnen zeemeerminnen voort.


3
Steeds duik ik onder om te weten hoe de zon
zich door de duisternis verplaatst, in de onzichtbaarheid
beneden mij, voorbij de onderstroom word ik weer wat
ik was: ontworteld visioen. Wie weet wat al dit water
zonder mij heeft meegemaakt, vannacht, in wederzij
van al mijn oogopslagen drijven baarzen, snoeken
zoeken in mijn elementen onderdak.


4
Koud water is een hond die scherper bijt dan wind.
Al wat ik wist voer ik in weefsels mee, mijn ijsbeslagen
ledematen en mijn hoofd vol sneeuw. Het meer een schilderij
van licht, de jonge dag het vuur waaraan een zwaan zich laaft
en als een onontdekte stilte aan mij knaagt. Voor wie mij zoekt, kom naar de rand
en zie: ik ben van glas, mijn hoofd een vlam en schaduw van het kristallijne vlak
waarop het oerlicht schaatst en mij omhoog trekt, de versteende wolken langs.


5
Halverwege de verdwenen oevers zie ik hem, mijn tegenpool
en vraag hem wie hij is. Weet je dat niet vraagt hij, ik ben als jij
het beest dat door je dromen zwemt, waar kom je dan vandaan
vraag ik, hij wijst de richting aan waarheen ik ga, ik vraag
waar ga je heen, hij zegt stroomafwaarts en waarheen
ga jij? Ik kijk hem aan maar zie mezelf alsof ik sterf
en draai me om, drijf weg uit deze droom, ontkom
stroomopwaarts, naar de bron


© Jean-Paul Rosenberg


De laureaat Jean-Paul Rosenberg won in 2017 ook al de Grote Turingprijs. Intussen staan op de thuissite van derde laureaat Patrick Cornillie een aantal foto’s van de prijsuitreiking.

De jury wenst alle deelnemers aan de prijs en de prijswinnaars nog veel succes met hun literaire creativiteit. Bij deze 11de editie van de PPO werd eveneens een rijke bundel vol poëzie en prachtige foto’s van de stadsfotograaf Jan Van Der Borght uitgebracht. Deze publicatie kan aangevraagd worden via de Cultuurdienst van Oostende (059 25 88 20). De kostprijs: een luttel bedrag van 5 euro!

In deze bundel vind je het werk van de laureaten en zeven genomineerde dichters. Ook tref je er de longlist aan met de namen van 40 auteurs waarvan de gedichten tot de betere inzendingen behoorden.

De zeven nominaties waren voor: Annet Bremen (‘Oefeningen in eindeloosheid’), Dorien Couton (‘The Parrot’), Cora de Vos (‘Diepzeemoment’), Moniek Spaans (‘Setting’), Pieter Van de Walle (‘Het tijdperk van de wolken’), Frank Van Den Houte (‘Romero’) en Leen Verheyen (‘Afscheid van een interieur’).


© verslag: Frank Decerf

Redactielid van Digther en jurylid

Bericht over de proclamatie in HLN
Bericht bij "Dun lied donkere draad", de blog van de VWS


zondag 19 januari 2020

Het belang van het irrelevante - Kluger Hans

Oproep Kluger Hans #38

Het literair boorplatform én tijdschrift Kluger Hans#38 lanceert opnieuw een open oproep! Rond het thema ‘Het belang van het irrelevante’ mag iedereen die daar zin in heeft een tekst (essay, verhaal of gedicht) ter publicatie overmaken aan de redactie. Dit uiterlijk zondag 23 februari 2020 en via het inschrijfformulier op de website van Kluger Hans.

Het zoeken naar het belang van het irrelevante kan dienen als startpunt om na te denken over invalshoeken die anders zonder meer onder de mat zouden worden geveegd. Bedenken waarom het irrelevante relevant zou kunnen zijn, staat ons toe om gebieden te exploreren die we anders geen blik waardig hadden gegund.

Thuissite Kluger Hans
Insturen via de website van Kluger Hans

Bij deze oproep moet wel opgemerkt worden dat Kluger Hans resoluut inzet op opkomend talent. Auteurs die willen inzenden mogen dan ook niet meer dan drie boeken of bundels op hun conto hebben staan.

Zie ook:
de Nieuwe Garde


zaterdag 18 januari 2020

Orgiastische en demonische warrigheid - Alain Delmotte

Alain Delmotte over de Waalse dichter Jean-Pierre Verheggen in een vertaling van Christoph Bruneel.

Met het boek ‘Pubers, pietenpakkers’ worden we met twee literaire buitenbeentjes geconfronteerd: Jean-Pierre Verheggen (1942) en Christoph Bruneel (1964).Jean-Pierre Verheggen fungeert al decennialang als het enfant terrible onder de Waalse dichters (die in Frankrijk overigens als ‘poètes belges’- ‘Belgische dichters’ worden aangesproken). Verheggens reputatie is groot. Zowel in Wallonië als in Frankrijk. Belangrijke uitgeverijen gaven boeken van hem uit. Zo onder meer ‘Gallimard’. Hij werd verschillende keren bekroond.

Er even op wijzen dat in zijn debuutjaren Verheggen vaak terecht kon bij het tijdschrift TXT. Dat tijdschrift werd geredigeerd door o.m. Christian Prigent (die je een beetje als de beschermheer van Verheggen mag beschouwen). TXT speelde een hoogst belangrijke en polemische rol in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.

Bruneel is op allerlei artistiek vlak actief. Als tweetalig dichter is hij in het Nederlandstalige gebied een totaal onbekende – terwijl hij in Frankrijk op waardering kan rekenen. Over zijn werk en zijn veelzijdigheid schreef ik al eerder. Bij uitgeverij ‘L’âne qui butine’ waarvan hij samen met zijn partner Anne Letoré mede-uitgever is, gaf hij onlangs een vertaling van een werk van Verheggen uit. ‘Pubères, putains’, ‘Pubers, pietenpakkers’.

Indien we als referentiepunt de Nederlandstalige poëzie nemen, dan passen beide heren in 
niet één gehanteerd literair schema of canon. Hun felle taal-buitensporigheid (zeer extreem en stoutmoedig bij Verheggen) lijkt in ons taalgebied niet van toepassing. Of we moeten al ver buiten de marges van de canonieke literatuur gaan. Of het bestaat wel en er wordt op neergekeken. En straal genegeerd. Ik stel alleen vast dat het soort teksten dat Verheggen en Bruneel schrijven in Frankrijk op meer bijval en erkenning kunnen rekenen dan bij ons. Een verklaring hiervoor heb ik niet meteen. Tenzij misschien in het feit dat men in het Franse taalgebied over een groter, althans minder preuts, passioneler taalgevoel beschikt dan hier te lande. Dat is evenwel een vrijblijvende hypothese.

De prozatekst ‘Pubers, pietenpakkers’ stelt zichzelf als een verhaal voor, ‘un récit’. In de narratieve lijnen van deze tekst lezen we iets over twee pubers die elkaar mentaal en fysiek vinden in een voor hen vijandige wereld waarop ze geleidelijk aan op perverse en prostituerende manier wraak zullen nemen. Ze worden ‘pietenpakkers’, een grof, vuns en ludiek neologisme voor mannelijke en vrouwelijke prostituees. Of althans zoiets moet het verhaal zijn, kwam het verhaal mij voor.

Verhalen worden met woorden geschreven, jawel, maar gedichten worden naar mijn mening eerder vanuit de taal zelf geschreven. In een gedicht ligt de focus op de taal. Het narratieve en het anekdotische wappert mee maar enkel op de achtergrond. Niet dat ik graag in categorieën of modellen denk, maar dit boek beschouw ik als een lang prozagedicht. In ieder geval is het een tekst die de te vertrouwde, conforme literaire genres doorbreekt en de taal in de volle aandacht plaatst. De taal is in een gedicht het hoofdpersonage.

En inderdaad: taal slaat in deze tekst de lezer zonder taboes om de oren. Gedeconstrueerde taal welteverstaan. Want de taal zelf krijgt rake klappen toegediend. Verheggen ramt de woorden binnen, legt ze bloot, vervormt ze en bewerkt ze op een creatief-speelse manier zodanig tot er, bijvoorbeeld, bij de vleet neologismen ontstaan. Er steken verborgen woorden in de woorden. Verwacht u voor u aan de lezing begint aan een linguïstisch slagveld dat zich door een vindingrijke en vinnige strategie kenmerkt. Op de achterflap verwijst Peter Holvoet-Hanssen terecht naar affiniteiten met Rabelais, Villon en de rijkelijk vloekende Kapitein Haddock uit de kuifjesstrip (het boek bruist effectief van de invectieven). Graag voeg ik nog aan dit lijstje le Comte de Lautréamont (auteur van ‘Les chants de Maldoror’) en het late werk van Antonin Artaud toe.

Verheggen is een anarchist in narrenpak. In zijn taaluniversum zijn er geen hiërarchieën. Alle mogelijke woorden worden voor de dienst goedgekeurd. Geen uitzonderingen! En voor een nar bestaat die dienst uit onder meer venijnige spot. Een nar houdt zich niets ontzegd. Alle remmen los: afwisselend schaamteloos, platvloers, lyrisch beroesd en tegelijkertijd maf en verheven. Wat Verheggen sterk typeert zijn de doorlopende taalgrapjes en woordspelletjes. Die gaan van kinderachtig en flauw tot subtiel en exquise. Zijn verbluffend vocabularium haalt hij waar hij het vinden kan: zowel uit het wetenschappelijke, filosoof-academische discours als uit de volkstaal en de boeventaal. Een vreemd ratjetoe krijgt de lezer geserveerd. Er kan redelijk wat afgelachen worden. Voor wie tenminste zwarte humor kan appreciëren.

Ook in dit boek weet Verheggen zijn taal bot te vieren: promiscue, blasfemisch, scatologisch (we lezen een hilarische passus in dat verband). Niet bepaald kinderliteratuur dus. Wie een fraaie esthetiek verwacht, zal ontgoocheld worden. Het is hiervoor te onomfloerst, te brutaal, te expressief: alles lijkt wel uitgespuugd.

Onmogelijk om deze tekst in één ruk uit te lezen. In ieder geval is het mij niet gelukt. Deze teksten vergen veel van de lezer: niet zozeer in hun moeilijkheidsgraad (dat valt best mee), maar in de voortdurende alertheid die het van de lezer vergt. De quasi uitputtende woordenstroom laat je niet met rust. Je hebt te maken met een letterlijk te nemen taal-defecatie waarbij het anale op bepaalde momenten zonder gêne wordt geëxploreerd en geëxploiteerd. Als lezer loop je het risico om daarin de tel kwijt te raken. Je zoekt nodeloos naar rustpunten en dat kan irriterend werken. Maar misschien is dat wel één van de beoogde effecten.

Het geheel klinkt bezwerend en provocerend. De tekst is zeer geritmeerd, oraal, zelfs scanderend. Effect dat wordt teweeggebracht door de vele eenwoordzinnen en elliptische zinnen, met plots hier en daar flink meanderende, zich onafgebroken voortstuwende zinnen. (Het doet me denken aan het plastische werk van Cy Twombly en Jean-Michel Basquiat. En aan het werk van Bruneel zelf. Op de voorflap staat een voor hem typische tekening: vitaal in al zijn orgiastische en demonische warrigheid.)

We lezen lyrische opwellingen die meer dan eens tot hyperbolen uitgroeien. Hyperbolen die in de coda van de laatste hoofdstukken een sadistisch karakter vertonen. Ook in de laatste hoofdstukken (het gaat gestaag crescendo) helt de al gesignaleerde blasfemie naar het satanisme over. We lezen zeer schunnig aandoende passages (schunnig taalgebruik is tenslotte ook een taal) die worden afgetraind met een dreun die onvermoeibaar zijn weg gaat en van een litanieachtige aard is.

Wat nu de vertaling betreft? Ik zal daar kort over zijn. Het feit dat Bruneel het aandurfde om Verheggen naar het Nederlands over te brengen, getuigt van groot lef. Het is een moedige prestatie. Bruneel mag dan tweetalig zijn, een professioneel geschoold vertaler is hij niet. Maar hem als een amateur beschouwen is een brug te ver. Hij beschikt over voldoende praktisch en talig inzicht en uit zijn inleiding blijkt hij een kenner te zijn van het werk van Verheggen. Die inleiding is bijzonder en grappig. Hij inventariseert er in alfabetische rangschikking de stilistische kenmerken van Verheggen. Een voorbeeld. ‘Irregulier: de regels niet volgen, ’t is te zeggen de regels heel goed kennen ten einde ze in een hyper-creatief anti-tradioneel welbehagen te overtreffen. Als dit geen mooi te volgen programma is!’. Ik signaleerde al Bruneels creatieve affiniteit met Verheggen (en specifiek met dit werk van Verheggen). Ik kan me daarom niet van de indruk ontdoen dat met deze vertaling Bruneel een kloek statement maakt richting Nederlandstalige literatuur in het algemeen, Nederlandstalige poëzie in het bijzonder. Alsof hij die een pen op de neus wil zetten?

In het boek staat de tekst zowel in het Frans als in het Nederlands te lezen. Ik las de Nederlandse tekst en gluurde af en toe naar de Franse. Bruneel vertaalt niet letterlijk, maar wijkt ook niet gewelddadig af. Hij probeert creatieve equivalenten te vinden voor wat stilistisch in de oorspronkelijke tekst gebeurt. Ik beperk me tot een voorbeeld.

‘Nous restions assis. Comme bénis. Bels ou faisant des chichis de veilles ladies. Nous exclamant même: sapristi.

Sapristi !

C’est ainsi. Nous aimions persévérer de paraître inassouvis. Ou las. Démunis dans notre parler.’

Dit wordt vertaald als:

We bleven gezeten. Als gezegend. Knap of kapsones van oude matrones makend. We riepen precies: deksels!

Deksels!

Zoals op elk potje een dekseltje past. We hielden van te volharden in ons schijnbaar onverzadigd lijken. Of uitgeput. Ontdaan van ons praten.

Sapristi als ‘deksels’ vertalen staat Bruneel toe om het klankspel ‘sapristi!/C’est ainsi’ te behouden door het als ‘Deksels!/Zoals op elk potje een dekseltje past’ te vertalen.

We lezen sporadisch een Vlaams-dialectisch idioom: zoals ‘met de poepers zitten’, ‘tot gelijk wa’, ‘velowielen’ of ‘binst’ (tijdens, terwijl). Dit kan, wat mij betreft, aangezien Verheggen zelf op die manier te werk gaat.

Voor de honderden neologismen zoekt en vindt Bruneel evenwaardige. Ik citeer ze niet. Ik laat dit aan de lezer en zijn leesplezier over.

Het is maar door zo’n boek te lezen dat je vaststelt hoe braaf de Nederlandstalige poëzie wel is. Of hoe braafjes Bruneel die vindt. Misschien heeft onze poëzie meer nood aan dergelijke vrijbuiters, razende blaffers, onbeschofte boeren, tong uitstekende narren. Ze zullen wel te vinden zijn maar ze zijn met te weinig en we willen ze niet zien. Of ze willen zich, zoals Bruneel, niet laten zien.


© Alain Delmotte


Pubers, pietenpakkers’ – ‘Pubères, putains’ van Jean-Pierre Verheggen, vertaling Christoph Bruneel, 2018, ISBN 978-2-9197712-23-6


Extern:
Jean-Pierre Verheggen - Wikipedia Fr
Christoph Bruneel
L'ane qui butine
Alain Delmotte bij With over Jean-Pierre Verheggen