vrijdag 11 maart 2022

Een opmerkelijk stukje maritieme literatuur

Stefaan Pennynck over De wetten van de makrelen van Ingrid Knipfer

"Een introductie op het werk van de Oostendse auteur Ingrid Knipfer"

Ingrid Knipfer werd geboren in Wiesbaden en woont al jaren in Oostende. Zij groeide op tussen Brussel en Gent. Eerst schreef ze poëzie: "zo'n mooi gedicht" zei Louis Paul Boon; "het mirakeltalent Inge" wist Hugo Claus. De gedichten werden gepubliceerd in literaire tijdschriften. Later volgden ook theaterteksten. In 2012 begon ze romans te schrijven (Krieg (2012/3e druk 2021), De wetten van de makrelen (2013), Kanaries zijn geen echte vogels (2014), Zo verdomd gelukkig (2016), De nieuwe schoenen van Markus (2021).

Ingrid Knipfer schrijft psychologische romans. In een heldere stijl en taal worden problematieken zoals  de traumatische verwerking van de oorlog op een kind, de gevolgen van incestueus seksueel misbruik
van een kind, de greep van de opvoeding op de latere volwassenheid en de zoektocht naar de eigen identiteit compositorisch en verhaaltechnisch knap uit gewerkt.  In ‘De wetten van de makrelen’ (2013) wordt, naast het psychologische, ook het maatschappelijk probleem van het respectvol omgaan met de natuur (en onze voeding) verwerkt in een roman die expressionistisch van aard is.
‘Ik heb mijn schoenen uitgeschopt, sta op blote voeten. De zee is hier stil. De zee is vervelend. Elke dag van elke week ligt ze te kabbelen. De zee wil eeuwig jong blijven en verstopt haar rimpels. Ze gaat nog platter liggen als de wind voorbij komt. Ze praat niet met de storm en bij onweer wordt ze zwart. Ik haat deze zee. Aan de andere kant van dit smalle stuk land woelt de zee, ze bruist er als champagne en danst met de wind, gromt met het onweer. Ik woon aan de verkeerde kant van de landengte.’

Aldus Emma in de openingsalinea van de roman De wetten van de makrelen van Ingrid Knipfer, een wrang-komische familieroman die de lezer meeneemt naar een landtong tussen "de stille en de wilde zee", de Noordzee en de Baltische Zee. De roman schetst hoe een familie uit een dorp aan een West-Europees strand in twee decennia (1990 - 2010) verbrokkelt en uitsterft. De zee blijft.

De dwerg Emma groeit met haar drie zussen op aan de ‘stille’ zeekant’ van een landtong. Aan de andere kant is er de ‘woelige’ zee. De dochters van een hoofdonderwijzer en zijn vrouw zijn van groot naar klein geboren. Elisabeth is de grootste en de mooiste, werd ‘prinses’ genoemd en gaat voor niet minder dan een rijke man of iemand van adel. Haar jongere zus, Louise heeft een dienend karakter en is zowat de steun en toeverlaat voor Elisabeth om haar doel te bereiken. Mathilde is nog iets kleiner en allesbehalve mooi. Zij wordt naar een verpleegstersschool gestuurd, met de bedoeling later voor haar jongste zus te zorgen. Elisabeth en Louise gaan naar de universiteit, waar Elisabeth een heel rijke graaf weet te verleiden en te trouwen. De beste vriend van de graaf is ziekelijk en wordt langzaam aan blind, maar heeft de liefde van Louise. Ook zij trouwen. Zij krijgen een toelage van de graaf en kunnen een appartement van de graaf betrekken aan de woelige zee.

Emma maakt dagelijks een strandwandeling. Zij wordt door haar vader voorgesteld aan de ‘bankman’, maar Emma wil daar niets van weten. Op het strand is er een vissershuisje waar verse, gerookte makreel verkocht wordt. Door een brand verdwijnt het huisje en Emma vreest dat er geen huisje meer zal komen, gezien de bouwplannen voor een hotel. Op een dag leert zij de strandman kennen, een man met een valse arm, een dood oog en een masker op. Hij vertelt haar van de wetten van de makrelen. Tegenover de makrelen onder cellofaan die dode ogen hebben en waarvan het vel niet meer blinkt, zijn er de verse makrelen, waarvan het vel als een regenboog is, waarin je je kan spiegelen. ‘Als mensen daar geen respect meer voor hebben, voor de dieren die ze eten, voor het eten waarmee ze zich voeden, dan zal er geen eten meer zijn, en zonder eten begint een volk te morren en te vechten.’ (p.79)

Emma wil de wetten van de makrelen herstellen en begint te dromen over haar eigen vissershuisje met gerookte makrelen op de plaats van het vorige. Telkens zij op het strand komt, bakent zij het vierkant af. Zij droomt er van de mensen weer gelukkig te maken. ‘Vandaag is de zee nog grijzer dan anders, de zee is in zichzelf teruggetrokken en de mensen werken niet. Mijn handen zijn blauw van de kou en ik stop ze in mijn zakken. Ik ga op een muurtje bij mijn huis zitten en zie hoe gelukkig de mensen zijn die een verse makreel kopen en hem warm opeten terwijl ze met een handdoek of een zakdoek hun kin deppen. Ze krijgen allemaal, zonder uitzondering, lichtjes in hun ogen  en zien sterren aan de hemel, die ze vroeger niet zagen, sterren bij heldere hemel. Het geeft me een warm gevoel gelukkig te worden door de mensen terug te geven wat ze ooit hadden en niet wisten dat ze het met de tijd verloren hadden.’ (p.160)

De zussen leven hun eigen leven en komen nog slechts sporadisch naar het ouderlijk huis. Verpleegster Mathilde is getrouwd met een dokter/chirurg. Nadat zij samen een privépraktijk opgestart hebben, blijft Mathilde meer thuis en vertoont psychopathisch gedrag. Elisabeth en de graaf leiden elk hun eigen luxe- en schandaalleven. De graaf is betrokken bij de bouw van het hotel aan het strand en schenkt Emma haar vissershuisje. Wanneer de vader overleden is, komt de ‘bankman’ weer tevoorschijn. Hij trekt in bij Emma en haar moeder en belooft Emma met haar het vissershuisje met de gerookte makrelen uit te baten. Wanneer de verkoop start, voelt Emma zich steeds meer moe, tot haar hart het begeeft. ‘Haar hart is veel te groot, haar longen te klein.’, stelt schoonbroer dokter vast. ‘Ik ben erg blij met mijn  te groot hart; alles is te klein aan me, maar ik heb een groot hart.’, denkt Emma, terwijl zij sterft met het gevoel in het water te liggen en te zwemmen als een vis.

De wetten van de makrelen is een maritieme roman. Het verhaal speelt zich af op de landtong tussen de Noordzee en de Baltische Zee, er is het huis aan de zee en de wandelingen aan het strand, het vissershuisje en de bouwplannen voor het thalassahotel. De roman is doorspekt met zeebeschrijvingen en de zee wordt aangewend om gevoelens/gedachten van het personage weer te geven. Het maritieme weerspiegelt zich in de taal en stijl. De zee en elementen van de zee worden metaforisch aangewend. Doorheen gans de roman komen de makrelen aan bod, hetzij als voedsel, hetzij als symbool voor het al of niet respect hebben van de mens voor de natuur.  De personages worden scherp getekend aan de hand van enkele fysieke en/of karaktereigenschappen.  Sommige personages krijgen zelfs geen naam, zijn enkel hun begrip: chef, de bankman, de strandman.  De wetten van de makrelen omvat extreme tot groteske scènes en is in zijn geheel een wrang-komische familietragedie. Dit met een duidelijke ecologische boodschap, wat zich ook weerspiegelt op het omslag: een detail van het beeld Back to the sea van Roland Devolder, een man die een vis terug brengt naar zee.


© Stefaan Pennynck

Ingrid Knipfer - De wetten van de makrelen -Brave New Books/Singel uitgevers

Deze introductie verscheen ook op "Dun lied donkere draad", de blog van de VWS.



 


vrijdag 4 maart 2022

Geboortegrond - Eddy D'Haenens

Geboortegrond


Waar is mijn geboortegrond, 
waar ik weifelend ontstond
en de aarde ademt als weleer.
Ik duw tegen de tijd want

te ver ben ik gegaan
in de rekbaarheid van mijn verhaal,
het rumoer uit duizend kelen:
even vele demonen die ik aanbad.

Ik wil de cirkel rond
en keer naar het kleinste deel terug
van die ene eerste seconde.
Voorgoed blijf ik het allerprilste begin.



© Eddy D’Haenens


Uit de bundel ‘Het werd tijd’ van Eddy D’Haenens, die ondertussen heel recent
verschenen is bij Uitgeverij Epo. Voor het gedicht 'Alzheimer' ontving Eddy D'Haenens op zaterdag 26 februari 2022 een eervolle vermelding in de Poëzieprijs van de Stad Oostende.

Eddy D’Haenens is sociaal werker en psychotherapeut. Als dichter werd hij enkele malen bekroond en publiceerde hij onder meer in Poëziekrant. Bij EPO publiceerde hij eerder de dichtbundel Hiëroglyfen (1998). De Alchemist. Gedichten over landen, steden en de liefde was zijn poëtisch debuut in 1993 dat eveneens bij EPO verscheen. In 1996 verscheen ook bij EPO Kleurrijke liefde', een bundel met journalistiek werk rond het thema van beeldvorming van en door mensen uit een andere cultuur.    


Het werd tijd bij Uitgeverij Epo





 

donderdag 3 maart 2022

Alzheimer - Eddy D'Haenens

Alzheimer

 
In de laatste smalle kier van tijd
die haar is toegezegd
zijn alle vlammen geblust,
de kinderstemmen zwijgen.

Dit dierbaar wezen houdt alleen schemering
over in kleine gebaren, in een blik
waar ik de vertrouwde ben
die haar geheimtaal spreekt.

Ik wijs haar op de koeien in de wei,
houd haar handen in de zon.
We drinken koffie en bidden weesgegroetjes.
Ik zie hoe ze overleeft voor mij.
 

© Eddy D’Haenens


Uit de bundel ‘Het werd tijd’ van Eddy D’Haenens, die ondertussen heel recent
verschenen is bij Uitgeverij Epo. Voor het gedicht 'Alzheimer' ontving Eddy D'Haenens op zaterdag 26 februari 2022 een eervolle vermelding in de Poëzieprijs van de Stad Oostende.

Eddy D’Haenens is sociaal werker en psychotherapeut. Als dichter werd hij enkele malen bekroond en publiceerde hij onder meer in Poëziekrant. Bij EPO publiceerde hij eerder de dichtbundel Hiëroglyfen (1998). De Alchemist. Gedichten over landen, steden en de liefde was zijn poëtisch debuut in 1993 dat eveneens bij EPO verscheen. In 1996 verscheen ook bij EPO 'Kleurrijke liefde', een bundel met journalistiek werk rond het thema van beeldvorming van en door mensen uit een andere cultuur.  

 
Het werd tijd bij Uitgeverij Epo



woensdag 2 maart 2022

Diep stil water - Eddy D'Haenens

Diep stil water

 
Ik wilde uit haar lichaam zijn,
weg van haar omhullende warme vocht,
bevrijd huilen en zuurstof zuigen,
een geheugen starten, hijgen, worstelen

met schuim op de lippen, kop in kas.
Buiten graag: het volle leven,
het vermoeden van grote liefdes, schoonheid
als het even kon. En sneeuw.

Ik haperde te lang, aarzelde om te komen,
bracht bijna alle leven tot stilstand.
Ik ademde toch. Het haperen bleef.
Voorgoed. Als het heimwee naar diep stil water.


© Eddy D’Haenens


Uit de bundel ‘Het werd tijd’ van Eddy D’Haenens, die ondertussen heel recent
verschenen is bij Uitgeverij Epo. Voor het gedicht 'Alzheimer' ontving Eddy D'Haenens op zaterdag 26 februari 2022 een eervolle vermelding in de Poëzieprijs van de Stad Oostende.

Eddy D’Haenens is sociaal werker en psychotherapeut. Als dichter werd hij enkele malen bekroond en publiceerde hij onder meer in Poëziekrant. Bij EPO publiceerde hij eerder de dichtbundel Hiëroglyfen (1998). De Alchemist. Gedichten over landen, steden en de liefde was zijn debuut in 1993 dat eveneens bij EPO verscheen. In 1996 verscheen ook bij EPO 'Kleurrijke liefde', een bundel met journalistiek werk rond het thema van beeldvorming van en door mensen uit een andere cultuur.


Het werd tijd bij Uitgeverij Epo



zondag 27 februari 2022

De mens in woord en beeld van Pierre Mahy en Patrik Rogiers

Synergie
De mens in woord en beeld
door Pierre Mahy en Patrik Rogiers

Recensie: Frank Decerf

Er waren eens twee studiegenoten die na het behalen van hun diploma’s hun eigen weg gingen om decennia later weer op elkaar te stoten. Ondertussen was er veel gebeurd sinds het verlaten van de

Gentse universiteit. Pierre Mahy, trouwe volgeling in de Academie Deinze richting beeldhouwen, liet zich wat later inpalmen door de passie voor literatuur, terwijl Patrik Rogiers, trouwe adept van de Academie Sint-Niklaas, de plastische kunsten omarmde. Twee laatbloeiers wiens talenten voor verrassingen hebben gezorgd. Door een toevallige her-ontmoeting besloten beide mannen om de handen in elkaar te slaan. Het resultaat van deze beslissing ligt vervat in de bundel Synergie.
Een keurige uitgave van 74 bladzijden met 32 tekeningen van P. Rogiers en 33, wellicht niet toevallig, aansluitende gedichten van compagnon P. Mahy. Beide kunstenaars hebben een traject afgelegd dat de moeite is. Bij de dichter lezen we sterke emotievolle gedichten waar het lichamelijke en psychische lijden van de mens een rode draad wordt. Er zijn sterke verwijzingen naar het plastisch werk van Rogiers zonder daarom een platte afspiegeling te zijn van wat op het kunstwerk te zien is. De gedichten kunnen zich losweken en een eigen leven gaan leiden.

Requiem

Stilte
midden in de storm
Wegebben
Willen slapen
op zijn twee handen

Na
Zoveel oproer
Zoveel weerstand

Terugkeren
naar eenvoud,
geborgenheid
In de eigen
tuin van Heden
Niemand hoeft er mij te zoeken
Niemand zal er mij vinden

In alle onvolmaaktheid
stappen
in een andere wereld
Met dromen van
vergiffenis krijgen
Beter nog
vergiffenis schenken

Vrede omarmen

In de hele bundel is de kwetsbaarheid van de mens duidelijk aanwezig. De menselijke tekorten, het afzien, het gestraft worden tekent Rogiers op een verbluffende manier. Er is zoveel vakmanschap dat de bezoeker van zijn werk tot stilstand komt. De toeschouwer wordt verplicht om na te denken en wordt gefixeerd door penetrerende blikken die beschuldigend zijn richting uit kijken.
Door middel van pastel, houtskool en bister; een geelbruin kleurpigment dat vervaardigd is uit het roet en teer van verbrand hout of schellak of de gemalen bast van walnoten en Arabische gom, wordt de menselijke anatomie vakkundig uitgebeeld.

In de poëzie van Pierre Mahy zweeft de onderliggende gedachte dat de mens beter kan en moet worden. Zijn taalgebruik doet niet moeilijk; zijn woordenschat blijft nuchter en schuwt de hoogdravendheid. De dichter heeft lak aan taalconventies en rukt zich los van interpunctuele belemmeringen. Zowel in de tekeningen als de bijhorende tekeningen is er een sterke spirituele, religieuze invalshoek. Zowel de poëzie als de kunstwerken hebben een duidelijke missie; ze steken de vinger in de wonde van een maatschappij dat vooral gedreven lijkt door entertainment en plat mercantilisme. Deze Synergie is daarom een te respecteren sociaal geëngageerd werk, dat verder reikt dan de vaak voorkomende egocentrische zelfbevrediging. Deze bundel is er vooral voor de medemens, die op zoek is naar een trage studie, een louterend ervaren van fascinerende tekeningen en te smaken pretentieloze gedichten.


Synergie, Pierre Mahy & Patrik Rogiers, 2021, ISBN 9 789 464 516 845
 

© Frank Decerf

Synergie in een bericht in Het Laatste Nieuws

Deze recensie verscheen eerder ook op "De Boekhouding"





zaterdag 19 februari 2022

Aanzegging - Herlinda Vekemans

 Aanzegging


De dieren hadden altijd al veel ontzag voor de mens
de kaarsrechte primaat met de grote herseninhoud
tot de tanden toegerust met opinies, ideologieën, religies, rechtspraak,
noem maar op

Zelfs toen bleek dat mensen steeds groter wordende stukken land
met complexe gedachtegangen in verdragen, contracten en aktes verhakselden
bleven ze mild in het oordeel over hun grote broer
Pas toen ze in kweekbakken, kwekerijen, kweekstallen,
noem maar op
al meteen van bij de geboorte van daglicht en land beroofd werden
om na korte tijd zonder beschuldiging, zonder rechtsgang en zonder uitzondering
ter dood gebracht te worden
toen de ravage van boomzagen, maaiers, grijparmen, bulldozers, noem maar op
voor sprinkhanen, gordeldieren, orang-oetans onontkomelijk werd
daagden de dieren elkaar uit om de dingen bij naam te noemen
noem maar op

 
© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht
 


 


vrijdag 18 februari 2022

Zeem - Herlinda Vekemans

Zeem
                           

De dieren hoorden hoe mensen van eer en stand
beleidsmakers en gezagsdragers paaiden
en maagdenhoning om hun monden smeerden

Op een dag hield een koning hun woorden voor bekeken
legde zijn raadslieden met opgeheven hand het zwijgen op
vatte post op het strand en liet het getij de woorden aandragen

De zee kwam eerst geduldig poolshoogte nemen
maar maakte allengs met beukende golven
korte metten met de kapsones van importante slippendragers
en overspoelde hun loze woorden
gestaag met luider wordend gebulder
 
 

© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht





donderdag 17 februari 2022

Foraminiferen - Herlinda Vekemans

Foraminiferen  

                            Foraminifera

 
Lobjes, krinkjes en glinsjes
tupjes, impjes en insjes
ragjes, limpjes en nilsjes
zigjes, vifjes, lirtjes en alle andere rifrafjes
Amuse-gueules voor baleinen en visvolle scholen
Kletsnatte klankspatjes in de voering van de zee

Foraminiferen
Ze sedimenteren en fossiliseren
Met hun solide kalkhuisjes
stempelen ze gesteenten
leggen verzonken oceaanfundamenten
en verbergen eerdere landplaten

Zelf verdwenen
dragen ze geheel moeiteloos
hele aardlagen en planetaire tijdschalen 
 

© Herlinda Vekemans


Voorpublicatie (1/3) uit de nieuwe bundel ‘Appelblauwzeegroen’, een uitgave van Uitgeverij Poëziecentrum. De bundel verschijnt volgende week maandag en wordt op zaterdag 5 maart 2022 om 16:00 u. voorgesteld in de Leuvense Bib. Iedereen welkom!

Meer info via dit Digther-bericht




woensdag 16 februari 2022

Appelblauwzeegroen van Herlinda Vekemans-de voorstelling

We zijn het elke dag weer gewoon om de wereld met mensenogen te bekijken. In 'Appelblauwzeegroen' wordt de lezer tot een ruimere blik uitgenodigd, met oog voor de in elkaar overvloeiende kleuren van onze aarde en alles wat er leeft.

Herlinda Vekemans en Poëziecentrum hebben het genoegen om iedereen uit te nodigen op de feestelijke voorstelling van de nieuwe dichtbundel 'Appelblauwzeegroen'. De voorstelling gaat door op zaterdag 5 maart 2022 in de Leuvense Bib Tweebronnen in Leuven (grote zaal tweede verdieping). Iedereen is hartelijk  welkom zonder vooraf in te schrijven!

Het programma ziet er als volgt uit:
 
Inleiding en interview van Herlinda Vekemans door dichter en literair
vertaler Bart Vonck. Later in maart keren de twee dichters de rollen om en stelt Herlinda de nieuwe bundel van Bart voor.
Muzikale omlijsting door Serdar Demirbas (saz en zang) en Ann De Lentacker (clavicymbalum en zang)
Boekenverkoop en receptie.

Digther-redacteur Herlinda Vekemans (1961) geeft Engels voor medische en biomedische doeleinden aan de KU Leuven. Ze publiceerde eerder vier bundels bij PoëzieCentrum. Ze debuteerde in 2005 met 'versneden'. Daarna volgden 'Buiging' (D.D. Sjostakovitsj) (2006), 'Schrikdraad' (2011) en 'Kwartet voor het einde van de tijd' (O. Messiaen) (2015).

De komende dagen heeft 'De Schaal van Digther' het genoegen om bij wijze van voorpublicatie drie kraakverse gedichten uit de bundel te publiceren.
Morgen donderdag 17/2/2022 is dat 'Foraminiferen'. Vrijdag en zaterdag volgen nog 'Zeem' en 'Aanzegging'.

Meer info: 

Poëziecentrum-bericht
Voorstelling 5 maart 2022-Bib Leuven
Uit in Vlaanderen-bericht
Thuissite Herlinda Vekemans

Bestellen via de webshop van het Poëziecentrum
 
 





 

 



 

 



 

 







vrijdag 11 februari 2022

Het beest in de beek - Philip Hoorne

Het beest in de beek

en op een dag ontbreekt me zelfs de force
om een dood beest uit de beek te slepen
jij met je vier poten had moeten zwemmen
bekijk jezelf nu eens – waarom toch?

ik zou me naast jou neer willen vlijen
in het brakke water waarin je rot
je in mijn armen nemen maar daarmee
krijgen we elkaar niet terug

ik ga verder met mijn leven en jij met je dood
maar ooit zitten we naast elkaar blinkend in ons vel
en jij lacht weet je nog philip daar bij die beek?
en ik zeg ja hoe kan ik het ooit vergeten beest


© Philip Hoorne


Voorpublicatie uit de bundel met als werktitel Mens is de naam waarvan de publicatiedatum op dit moment nog niet gekend is.
Meer info over Philip Hoorne op https://philiphoorneskynet.wordpress.com

 

 

 


 

vrijdag 4 februari 2022

Smet - Achilles M. Surinx

‘Vormen die hem zeggen of het beste nog voor je
moet komen of niet
’
Ruth Lasters


 Smet

Het beste moet allang
niet meer komen. Als
het er ooit was, verdween
het spoorloos in vergetelheid.

Verlaat het zelfbeklag
en klamp je vast aan
wat nog rest: vrijen, eten, slapen
en dromen. De lamp

mag nog even branden ...
zolang het tikken
van de tijd onze
dagen siert.
 

 © Achilles M. Surinx

 

 

woensdag 2 februari 2022

Bezig met alleen te zijn - Etienne Colman

Bezig met alleen te zijn
(Ik ben de minste mensen 2)

Ik heb oprecht getracht
mijn haakse kanten rond te vijlen
dwars en tegendraads bleef ik echter,
spaarde niet mijn lijf.

Ik vroeg me af van wie het was
en liet het daardoor almaar slordig losser
want op die manier had ik er nog wat aan.
Door onophoudelijk te willen dat ik me niet doorgaf,

kweekte ik maar distels in mijn hoofd.
Ik draaide me, met mijn voortdurend groot gelijk,
een rad voor al mijn ogen,
raakte elke richting kwijt.

(zie mij nu bezig met alleen te zijn)


© Etienne Colman


Uit de cyclus 'Ik ben de minste mensen'.
 

 

 


 


 

dinsdag 1 februari 2022

Ik heb geprobeerd - Etienne Colman

Ik heb geprobeerd
(Ik ben de minste mensen 1)

Leven is niet steeds de som van alle daden
van betekenis. Mijn mond vol woorden
die niet troosten en mijn zwijgen dat niet kon
verbeterd worden, kreeg terecht

meer bijval dan mijn spreken, tegelijkertijd
onnozel en toch wreed. Natuurlijk zijn wij hier
toevallig. Of geluk, zo onbarmhartig nagejaagd
aan mij wel is besteed.

Alsof dat had gekund als een volleerde hofnar
met een gulzig leven vol
van Judas en Johannes
Vrouw en Kind.

(ik heb geprobeerd)


© Etienne Colman


Uit de cyclus 'Ik ben de minste mensen'.
 

 

 


 

maandag 31 januari 2022

Zonde van het leven - Etienne Colman

Zonde van het leven

De jaren rukken op en ik drijf mee, de afgelegde weg
lichtzinnig vluchtig en banaal. Ik onderbreek te zelden,
mis zo vaak het onderscheid tussen de werkelijkheid
en wat me wakker houdt. Mijn angst is het vergeten.

Ik vertaalde mijn verleden naar het heden vals, verschool
me in de regel in het kreupelhout van gewetenloos
verlangen. De momenten heb ik slecht besteed. Ik was
gewoon. Ik was soms weinig meer dan een vermoeden.

Vanaf nu wil ik de muren over die nog moeten
opgetrokken worden, ook al tuimel ik zodoende
uit de tijd, beschadig zo de dag. Ik wil de tijd
terug om stil te staan. Om niet meer te bewegen.

Elke stop wordt woordeloos en droog. En veel te kort.
Zonde van het leven.

© Etienne Colman
Hamme

Dit gedicht werd in oktober 2021 bekroond met de tweede prijs in de
wedstrijd “Poëziepad van A tot Z”





vrijdag 28 januari 2022

Gedichtendag. The morning after.

Gisteren was het zowat overal Gedichtendag. Zeker ook in Wevelgem waar de drie 'plaatselijke' maar zeker ook 'universele' dichters geïnterviewd werden door Digther-redacteur Alain Delmotte. 

'The morning after' kijkt Alain nog even terug op zijn Facebook-bladzijde en geeft ons  twee citaten mee die er niet om liegen:

"Gisteren was het gedichtendag. Vandaag niet meer: hoe stom. Gisteren ging ik in de bibliotheek van Wevelgem in gesprek met Philip Hoorne, Mattijs De raedt en Jeroen Messely. Op het einde van de avond vroeg men mij om een slotwoord. U kunt het hier lezen. En laat het vandaag zoals alle andere dagen opnieuw gedichtendag zijn.

‘Tot slot, dames en heren wil ik nog twee citaten over poëzie op u loslaten. Dat hoort op een gedichtendag. Het zijn er twee van de Franse dichter Antoine Emaz.
'Si la poésie n’est pas utile dans la vie pratique, elle devient nécessaire dès que la vie se révèle impracticable’, ‘Indien poëzie geen nut heeft in het dagelijkse leven, dan wordt ze noodzakelijk van zodra het leven als onuitvoerbaar uitvalt’. En ik vraag me daarbij af of het leven wel uitvoerbaar is zonder één of andere vorm van poëzie."
 
‘Je dirai simplement que la poésie c’est de l’air: elle aide à respirer dans un monde irrespirable.’, ‘Ik zou gewoon willen zeggen dat poëzie lucht is: ze helpt ons ademen in een verstikkende wereld.’ In een tijd waar oorlogsretoriek het weer goed lijkt te doen is poëzie zuurstof voor de taal. En hiermee ook zuurstof voor de lezer.’

Als 'uitsmijter' (maar heel zeker niet om het af te leren) plaatsen we hier ook nog een gedicht van Jeroen Messely dat zich in de Wevelgemse bib eerder al in postervorm liet lezen.

#alaindelmotte #jeroenmessely #mattijsderaedt #philiphoorne #bibwevelgem #wevelgem 



woensdag 26 januari 2022

Dun lied donkere draad - Zeventig jaar later!

Op de blog van de VWS doet de 'Dun lied donkere draad'-provincie vandaag een warme oproep om lid te worden van de vereniging.

Een gelegenheid die wij hier graag gebruiken om te herinneren aan het feit dat het alom bekende gedicht 'West-Vlaanderen' van de heer Hugo Claus, en dat de VWS als mooi motto dient, dit jaar warempel 70! wordt. (Zeventig!)

We geven het hier, met dank aan de VWS om ons er aan te herinneren, erg graag nog 's helemaal mee! Claus dus, zoals alleen (de jonge) Claus kon klinken!


WEST-VLAANDEREN


Dun lied donkere draad
land als een laken
dat zinkt.

Lenteland van hoeven en melk
en kinderen van wilgehout.

Koorts en zomerIand wanneer de zon
haar jongen in het koren maakt.

Blonde omheining
met de doofstomme boeren bij de dode haarden
die bidden ‘Dat God ons vergeve voor
wat hij ons heeft aangedaan’.

Met de vissers die op hun boten branden
met de gevlekte dieren de schuimbekkende vrouwen
die zinken.

Land, gij breekt mij aan. Mijn ogen zijn scherven.
Ik in Ithaka met gaten in mijn vel,
ik leen uw lucht in mijn woorden.
Uw struiken uw linden schuilen in mijn taal.

Mijn letters zijn: West-VIaanderen duin en polder.

Ik verdrink in u,
land. gij wordt een gong in mijn schedel en soms
later in de havend
een kinkhoorn: mei en kever. duistere lichte
aarde.

© 1952, Hugo Claus
Uit: Gedichten
Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 2004
ISBN: 90 234 1287 7

Warme oproep van de VWS
'Dun lied donkere draad', het gedicht bij Poetry International
West-Vlaanderen bij Lyrik-line
Claus leest 'West-Vlaanderen' op Youtube

 

 


 

 

 

 

 

 


 

dinsdag 25 januari 2022

Minnebrief - Rob Van de Zande

Mijn allerliefste Meisje,

wanneer zal enige verwelking jouw aanschijn belagen? Het kan toch niet anders dat jij door de getijden heen ook de mooiigheid van jouw prille voorkomen blijft behouden. Of heeft er reeds een poëet jou de eeuwige praal toegekend en leid jij thans een weelderig bestaan door diens coupletten?

Of heb je jouw ranke postuur tentoongesteld aan een penseelmusicus, die bij voltooiing dit schilderij als zijn meesterwerk kan beschouwen? Of ben je waarachtig een bovenaards wezentje dat opgewassen is tegen Tijds kruid en tegenspoed? Zolang je innige liefde met me deelt hoef je het me niet aan waarheid te brengen. Hopelijk kweek je onverhoeds geen vleugeltjes die jou ten hemele doen stijgen. Dat zou me waarlijk bezeren en me dopen in een diep bekken van droefenis.

De wens dat je aards bent en deze wereld niet zal ontvluchten is even groots als het Bovenmeer. Mijn meisje, het is mijn tijd. Als deze vragen jou misnoegen toebrengen, wees zo lief en vergeet ze terstond. Indien je toch in het Hemelrijk verblijft, werp dan en af toe eens een oogopslag naar benee - dit zou me in de hoogste mate verruķken.

Altijd de jouwe,

je Rob Van de Zande





donderdag 20 januari 2022

Een leven als een oefening in verdwijnen

Pluto. Aan het einde van de weg rechtdoor.
van Lara Taveirne

Recensie: Jet Marchau

Er zijn romans waarin je wil blijven lezen en wonen. Verhalen vanuit de buik geschreven en met een pen om jaloers op te zijn. Je wil niet dat ze eindigen. 

Bij mijn selecte lijstje voeg ik zonder aarzelen Pluto (2021) van Lara Taveirne toe. Maar daar stonden ‘De kinderen van Calais’(2014) en ‘Kerkhofblommenstraat’ (2018) ook al.

In Pluto nemen 2 vrouwen, Loekie en haar moeder Antonia (Tonia) , ons mee in hun familiegeschiedenis. Een geschiedenis doorspekt van onmogelijk verlangen, van verlies, van rouw, amper gelouterd door bladzijden van flitsend geluk.

Na de zelfdoding van Antonia (Tonia) wacht de treurende dochter Loekie in haar huis op de komst van haar broer Rowan. Ze stoot er op een verborgen schrift en een bundel verhalen.

Het blijken de memoires, een zielsopenbaring van haar moeder, die ze vooral kende als een teruggetrokken, onzekere vrouw, het liefst onzichtbaar tussen haar boeken…

‘Ik zie mijn leven als een oefening in verdwijnen’ (blz. 209) schrijft ze in een nooit verzonden brief naar haar grote liefde Youssef, de verdwenen vader van haar zoon en dochter.

Dochter Loekie leest schroomvallig, maar kan niet stoppen: ‘Als gevallen knikkers zijn haar ogen over de woorden gestuiterd’ ( blz. 97). In de teksten van haar moeder (in de ik persoon en in de verleden tijd), ontrolt zich een doorleefd kluwen van relaties, over drie generaties heen. Daardoor komt niet alleen Antonia in beeld, maar ook haar flamboyante moeder Maria Josepha (voor Loekie oma Zee) , levend naar de vrijheid- blijheid hippiegedachte van de jaren 70, van haar drie zussen, hun verschillende vaders en vooral van de mysterieuze vader van Antonia. Die ontdekking van wie en hoe die vader eigenlijk was en de beschrijving van de korte liefde tussen haar ouders zorgen voor een spanningsdraad die zich jaren later herhaalt in het persoonlijk verhaal van Tonia. Ook zij werd later verlaten door haar grote liefde.

Niet alles is verlies en verdriet. Tonia’s lievelingszomer in 1987 beschrijft ze met de ongeremde blijheid en de nieuwsgierige ogen van een tienjarige als eindeloos, ‘De mooiste zomer van mijn leven’. Een avontuur, zo gedetailleerd en zintuiglijk beschreven, om in te kaderen.

Pluto wordt meteen een ijkpunt in de roman, een droomplek waar Tonia als volwassen vrouw met een baby en een kleuter naar terug keert. Om er wellicht (vergeefs) het geluk terug te vinden.

De hippe moeder Maria- Josepha (er staat een stamboom voorin de roman) kocht het huis in een opwelling, gecharmeerd door de romantiek van een bouwvallig huisje aan een dijk, in the middle of nowhere. Of, in het hol van Pluto.

Dat dit geluk maar één zomer duurde, ligt aan haar verkeerde inschatting:

'De hectische wereld die ze had willen achterlaten, bleek een wereld die haar het best paste’ (blz. 91).

‘Ze had getuigen nodig, een publiek . Zonder was ze kansloos.’(blz. 92).

De tegenstelling tussen dochter Tonia en haar moeder kan niet groter zijn.

Ook de bladzijden waar Tonia en Youssef (Toto en Jojo) hun liefde beleven, zijn van puur geluk. Je wil blijven lezen hoe Youssef Tonia op handen draagt, hoe zijn woorden haar koesteren en omkringen. Zelfs wanneer Tonia na de geboorte van zoon Rowan weer in de diepste diepte zakt. Tot Youssefs woorden te kort schieten en hij vlucht om zelf niet in de duisternis te worden mee gezogen:

Het is voor de lezer een anticlimax na die prachtige bladzijden. Maar Tonia reageert begripvol:

‘Die nacht trof ik Youssef aan op een stoel naast het bed.(…) Hij stond al aan de afgrond, hij had alleen nog het laatste duwtje nodig. ‘Je mag het opgeven, Jojo. Ik heb geen zin meer. (blz. 196)

Dochter Loekie interpreteert: ‘Want dat heeft ze uiteindelijk gedaan: ze heeft hem laten gaan. Ze zag zichzelf als het grote blok beton aan zijn been en dus heeft ze zich van hem losgeknipt. Met een beetje moeite kon je er een teken van liefde in zien. ‘ ( blz. 198) .

Langzaam zie je Tonia naar de schaduwwereld ‘Pluto’ terug gezogen worden.

Want Pluto staat niet enkel voor de plaats en het bouwvallig huis, de naam staat ook voor de boot van de veerman met alle symboliek die er aan vasthangt, voor de verste planeet in ons zonnestelsel (een utopie voor Tonia dus) - maar vooral, voor de god van de onderwereld, de heerser van schaduwen: ’Morgen ga ik naar Pluto. Morgen zullen we verloren zijn. Morgen zijn we weg’(blz. 215)

Maar ze keert noodgedwongen en na een nieuwe (voor mij wat overdadige) draad naar de wereld terug, voor haar kinderen. Hoewel: “Ik leef in andere werkwoorden en leven is daar niet bij- overleven wel, of toch net.”(blz.212)

Tot ze, wanneer de tijd rijp is, uiteindelijk voorgoed verdwijnt, Aan het einde van ‘haar’ weg, gaat ze rechtdoor, de zee in.

Loekie leest in de nooit verzonden brief van haar moeder aan Youssef, de deels in hoofdletters geschreven woorden ‘ik KOM TERUG’. Loekie interpreteert:

‘Het is typerend dat haar moeder ‘ik’ in kleine letters heeft geschreven. Bij leven liep ze ook altijd wat gebogen. Ze praatte zachtjes en murmelend. En meteen na het avondeten doofde ze alle lichten om mogelijk bezoek te misleiden. Al jaren voor ze de zee in liep was ze bezig zichzelf uit te gommen.’ (blz. 199). Maar wanneer Loekie haar duim op de ‘ik’ legt, leest ze: KOM TERUG, een noodkreet van haar moeder naar Youssef?

Ik las de 299 bladzijden van de roman als betoverd. Niet enkel vanwege het sterk uitgewerkte thema, maar ook vanwege de sterke taal. Opnieuw nam ik, zoals in mijn ‘recensiejaren’, een potlood en noteerde ik zin na zin of woord na woord. Ik vulde volle bladzijden, in bewondering voor iedere raak geformuleerde beschrijving, ieder verrassend beeld.

Tonia over moeder Josepha die vanuit Pluto met haar dochters terugkeert naar de stad:

‘Mijn moeder had de sprei als een reusachtige sjaal om haar bovenlichaam gewikkeld. Ze leek alleen nog maar vaag op zichzelf, alsof iemand haar vacuüm had getrokken. De woorden en de wilde emoties waren er allemaal uit, alleen het omhulsel zat nog bij ons.' (blz. 93).

Loekie over haar broer Rowan: ‘Haar broer loopt rond in een oud toneelstuk. Voor elke nieuwe dag rolt hij een andere achtergrond uit.’ (blz. 101)

Loekie over haar tantes: ‘Het was alsof hun tantes elkaar konden lezen, ook wat in potlood werd gedacht’ (blz. 103). En na de toespraak van tante Eliza op de begrafenis van haar moeder:

‘Toen waren haar woorden vochtig geworden’. (blz. 105)

Ik laat de vele andere woorden en zinnen voor de toekomstige lezers. Ik hoop dat het er veel zijn. En dat het voor anderen een plaats krijgt bovenaan op hun must-read lijstje.


In boekenvriendschap,

© Jet Machau
Januari 2022

Deze recensie werd ook gepubliceerd op 'Dun lied donkere draad', de blog van de VWS en op "Brugge leest".