Posts tonen met het label I.M.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label I.M.. Alle posts tonen

woensdag 5 februari 2025

Jef Boden neemt afscheid van André Sollie

Halfweg

het blauwe schaduwstraatje
kan ik het al zien:
het plein ligt in de zon.
Ik loop verblind mijn vroeger in.
Neuriënd, ik ken de weg.
En in de luwte van de huizen
is alles nog zoals het was.
De buren op een stoel voor de deur.
De geur van pas gemaaid gras.
Vader streng en blij.
Waar was je?
Moeder lacht.
Ze hebben al die tijd op mij
gewacht.

© André Sollie

Het gedicht Halfweg staat op het overlijdensbericht van André Sollie. Wat anders dan een gedicht? Een poging tot troost van schoonheid in deze dagen.  De uitnodiging voor de voorstelling van zijn bundel Dit nieuwe tijdelijk vermeldde het: “Tijd laat zich niet verzamelen. Toch ging André Sollie in zijn eerste dichtbundel voor volwassenen op zoek naar talige vormen voor wat in hoofd en hart nog rest van de dingen die voorgoed voorbijgaan.”

De bundel werd ingeleid door een onstuitbare Bart Stouten. “Na alles wat ik bij de presentatie heb gehoord,” schreef ik André, “prijk je in de boekenkast tussen de groten van de wereldliteratuur.” Waarop hij dan, na het herlezen van die inleiding, weer typisch reageerde: “Amaai, dus lach jij maar een beetje met mij.”

Het was een warme gemeenschappelijke lach. Een waarin geluk en tevredenheid zat opgeborgen. Zoals hij in dezelfde brief herhaalde hoe hij genoot van beeld en taal in de verfilming van Nooit gaat dit over door Bavo Defurne als Noordzee, Texas.

Naast zijn werk is dat iets wat hem steeds opnieuw kenmerkte: de diepe waardering die hij toonde telkens iemand  liefdevol met zijn werk aan de slag ging.

Hoe veranderde de atmosfeer telkens hij voor een lezing de klas inwandelde! Wat was het? Niet alleen zijn handen vol materiaal waarmee hij aan de slag ging. Vooral het enthousiasme waarmee hij zijn werk voor de leerlingen openbaarde. Hoe hij zo’n groep mee in het avontuur van taal en tekeningen trok en zich grenzeloos gaf. Een gesubsidieerd uurtje werd niet door een klok bepaald. Ik herinner me hoe hij pas afrondde toen de leerlingen na twee uur door de middagbel zich hun brooddozen herinnerden. Het nakaarten palmde de volledige middagpauze in. Hij keerde pas naar Antwerpen toen het mijn beurt was om de leerlingen voor de namiddag te verwelkomen.

Hoeveel moois heeft hij gegeven en daardoor via zijn werk weer mogen ontvangen? Voor de jaarlijkse boekenbeurs op school gingen we herhaaldelijk aan de slag met zijn boeken. Van Wachten op matroos tot Konijntjesbrood. Wie genoot het meest van zo’n presentatie? De leerlingen die zich in zo’n voorstelling uitleefden? André en Wim die genoten van het resultaat? Het waren momenten van wederzijds overlopende zaligheid. Een huldiging ook voor zijn werk.

Hoe terecht was het toen in 2019 de reizende tentoonstelling van zijn werk een (te bescheiden, vond ik) plekje ontving in de zomer van Watou. Niet alleen zijn werk, zo was hij zelf toch twee maanden aanwezig. Schreef Toni Morrison niet dat een plaats ons voor eeuwig bewaart? Er zijn vele plaatsen die André in zich koesteren.

Zo zullen we nu verder moeten. Met zijn werk. Met al die plaatsen. Weliswaar wat meer in de stilte. Maar met zijn aanwezigheid. Zo zal hij ons blijven aanspreken. Zo zullen wij tot hem spreken, met hem gedachten uitwisselen. Al is het stiller nu, zwijgen zullen we niet. Nog een groet, hoe anders dan op zijn bekende wijze: dag, lieve André.

© Jef Boden

I.M. André Sollie - Overlijdensbericht VRT-site
André Sollie (°17/7/1947) overleed op maandag 13 januari 2025.
Er werd afscheid van hem genomen op 23/1/2025.

André Sollie op de Boekenbeurs tussen de leerlingen
die 'Konijntjesbrood' hebben voorgesteld.


donderdag 14 november 2024

Oefenpartij - Piet Devos

Oefenpartij

(voor Ansgar Carlier)


Hoewel ik driest de aanval had ingezet
en jou met verdubbelde torens belaagde
langs de flank, stemden onze gedachten
overeen, verwijlend in dezelfde varianten,
vereend in het woordeloos nagels kloven.

In die tijdruimte, strikt geblokt, geklokt,
staken we elkaar zwart-wit naar de kroon.
Maar in de handpalm die ik bij aanvang
drukte, beroerden mij even vele raaklijnen
van onverbrekelijke vanzelfsprekendheid - 
wij als vierbenig, verschouderd loperpaar
van huis naar school, van kroeg naar club,
nog vol van spel en schalkse meisjesdromen.

Tussen die twee koppen vergeten koffie
was het tij inmiddels gekeerd en lag
mijn koningsvleugel er lamgeslagen bij.
Net wilde ik het opgeven, toen in een flits
de redding! Mijn schielijk 'Eeuwig schaak!'
dat vrede sloot met jouw bordbrede grijns.


© Piet Devos en Erven Piet Devos

Uit 'Innerlijke lichtval'

Verleden week dinsdag 5/11/2024 overleed dichter, essayist en vertaler Piet Devos na een lange strijd tegen kanker. Hij werd net geen 41 en kon nog net voor zijn overlijden de publicatie van zijn mooi uitgegeven dichtbundel (Uitgeverij Voz Kortrijk) “Innerlijke lichtval” meemaken. De opbrengst van de bundel gaat integraal naar Kom op tegen Kanker.

Meer info en hoe je de dichtbundel kan bekomen lees je op onderstaand Schaal-van-Digther-bericht:

Vragen aan een boom - I.M. Piet Devos





woensdag 13 november 2024

De priorij van Aylesford - Piet Devos

De priorij van Aylesford


In duizenden onzichtbare sporen
liepen we onder de verweerde poort,
over de hobbelige binnenplaats van stilte,
tastten onze weg langs sluiproutes,
door nauwe gangen, over opstapjes en drempels,
tot in de Peace Garden waar onze voeten
de vredeswens van een versteend wereldkoor opvingen.

In dit klooster van de Karmel
vertrok onze toevallige tocht,
als eeuwenoude pelgrims op de Via Francigena.
Maar onze reis voerde niet van Canterbury naar Rome.

We trokken voort met geremd verlangen,
pleisterden in afwerende toenadering 
of prevelden schuchtere betuigingen.
Waar jij met een dampende nap soep op me wachtte,
sloeg ik mijn leger twijfels kilometers verder op.
Lang verkoos ik de zekere afzondering van de kluizenaar
boven het onwennig getik van samen dwalende stokken.

Toch brak ergens onderweg de tederheid door:
een storm die bergen splijt was zij niet,
een verzengend vuur of een aardverschuiving evenmin - 
zij kwam als een onmerkbare fluistering,
die ons langs het verhitte voorhoofd streek
en de verbeide aankomst in haar luwte bood.

© Piet Devos en Erven Piet Devos

Uit 'Innerlijke lichtval'

Verleden week dinsdag 5/11/2024 overleed dichter, essayist en vertaler Piet Devos na een lange strijd tegen kanker. Hij werd net geen 41 en kon nog net voor zijn overlijden de publicatie van zijn mooi uitgegeven dichtbundel (Uitgeverij Voz Kortrijk) “Innerlijke lichtval” meemaken. De opbrengst van de bundel gaat integraal naar Kom op tegen Kanker.

Meer info en hoe je de dichtbundel kan bekomen lees je op onderstaand Schaal-van-Digther-bericht:

Vragen aan een boom - I.M. Piet Devos





dinsdag 12 november 2024

Mankemens - Piet Devos

Mankemens 


In de nacht van niet-weten,
anderhalf etmaal tussen ok en ic,
heeft men mijn heup aangeraakt,
bot geoogst voor verstorven
bovenkaak, hertekend gelaat.

Was er een handgemeen? Een treffen?
Geen tegenstander die zich liet zien
of smeken, in dat roerloos laten varen?

In die nacht van niet-weten,
heeft dit lichaam alleen
de oversteek gemaakt;
mijn zwak flakkerend zijn,
afgeschermd en bewaard
in menige vuurkorf
vol angstvallig hopen.

Eenmaal terug in de tijd
boog zich over 't bed een jongeman,
uw persoonlijke verpleger, Isaak
zo genaamd, met armen van warme
handdoeken en - of was het verbeeld? -
een voorvaderlijke baard.

Opstaan kon ik niet, even mank
in bekken als in kaken, maar
door dit onttakeld skelet spoelde dank
voor wie mij te behouden wist, stil
gewekt tot een ander gezicht.


© Piet Devos en Erven Piet Devos

Uit 'Innerlijke lichtval'

Verleden week dinsdag 5/11/2024 overleed dichter, essayist en vertaler Piet Devos na een lange strijd tegen kanker. Hij werd net geen 41 en kon nog net voor zijn overlijden de publicatie van zijn mooi uitgegeven dichtbundel (Uitgeverij Voz Kortrijk) “Innerlijke lichtval” meemaken. De opbrengst van de bundel gaat integraal naar Kom op tegen Kanker.

Meer info en hoe je de dichtbundel kan bekomen lees je op onderstaand Schaal-van-Digther-bericht:

Vragen aan een boom - I.M. Piet Devos





dinsdag 12 december 2023

I.M. Martin Pulaski

Gisteren 11 december 2023 overleed Martin Pulaski (Matti Brouns, 1950-2023), schrijver, dichter, blogger, radiomens en wat al niet meer! De Schaal van Digther biedt zijn familie en zijn vele vrienden de diepste gevoelens van medeleven aan.
En omdat sommige dichters nooit zullen sterven bijgaand you-tube-filmpje:

vrijdag 24 maart 2023

I.M. Mark van Tongele

Leuven 5/2/2022 - © foto Paul Rigolle

Wat kun je schrijven bij het verlies van een mens, van een dichter, die je dierbaar is. Was… De vitaalste taalvirtuoos onder ons is niet meer. Met verslagenheid vernamen vrienden en lezers gisteren via een bericht van Atlas Contact, zijn uitgever, het plotse overlijden van Mark van Tongele (1956-2023).  “Taalplezier was zijn levenselixir” kopte het Nieuwsblad gisteren. En dat was ook zo. Als taaldichter had Mark van Tongele inderdaad nauwelijks zijn gelijke.

Onder zijn handen werd "de wereld een vouwzetel die zalig zit". Als dichter wist hij ons, gelijkgestemden, mateloos te inspireren.

Over ‘Roeivlucht’ zijn recentste bundel uit 2021 schreef Roger Nupie op de Boekhouding-blog van de VVL:

“De poëzie van Mark van Tongele is een verademing. Hoezee voor de poëzie! En wat nu, lezer? Genieten! In jubel uitbreken. Doe alsof je thuis was! (…) Veerkrachtig/ op voorspraak van de morgen het zeegat uit.

En eerder in zijn recensie citeerde hij over van Tongele Paul Demets en Yves T’Sjoen:

Volgens Paul Demets is van Tongele ‘de componist met het ruimste klankregister onder de Vlaamse dichters’. Yves T’Sjoen is niet minder lovend, hij omschrijft de dichter als ‘de ontwerper van een inmiddels imposant taallichaam dat de afgelopen jaren in een serieel verband is gepresenteerd’. De Nederlandse krant Trouw omschreef hem als een ‘klankmagiër’.

Reinout Verbeke plaatste intussen op zijn Facebook-pagina n.a.v. Mark's overlijden een soundcloud-link naar het optreden van Mark van Tongele op het festival ‘Literaire Living’, editie 2009.

Wat zeker is: we zullen Mark met zijn allen missen! En zoals hij zelf heel vaak zijn zonnige mailtjes besloot, houden we voor eeuwig en een dag nu ook zijn onweerstaanbaar kwetsbare maar ook weergaloze woorden in ere:

Op hoop van zonnezegen,
en tegen de doodswind in.

(Paul Rigolle)

Extern:



© Foto Bert Bevers

dinsdag 6 september 2022

Alleen nog een voornaam zal je zijn

In memoriam Jean Marie de Smet (1944-2022) - door zijn broer André.

“Alle beelden zullen verdwijnen” is de eerste zin uit “De jaren” van Annie Ernaux. Mijn grote broer Jean Marie raadde me eind vorig jaar dit boek aan met de woorden: “De auteur is een generatiegenote, je zal in haar relaas heel veel herkennen” En het werd inderdaad een pageturner. Om die eerste zin van Annie Ernaux het hoofd te bieden wil ik een paar beelden over en van Jean Marie in herinnering brengen.

Hij werd geboren in 1944. Of de wereldoorlog er iets mee te maken had weet ik niet, maar baby Jean Marie was een een gevreesde huilebalk. Vooral voor mijn vader die er heel wat slapeloze nachten aan overhield. Om het euvel enigszins in te dijken, had hij een koord verbonden met de schommelwieg van de kleine “bleiter”. Telkens als de sirene aansloeg midden in de nacht doken de Duitsers bij manier van spreken verschrikt weg en trok slaapdronken vader Jules vanuit zijn bed heftig aan het touw.

Als eerste kleinkind werd Jean Marie door de familie in de watten gelegd en stevig gepamperd, al was dit woord toen nog niet aan de orde. Hij ging van schoot tot schoot, maar toch kon hij na negen maanden reeds parmantig rechtop lopen. En deze atletische gave ging nooit bij hem weg. Later bij de plaatselijke turnclub “Eikels worden bomen” behoorde hij tot het team van acrobaten. Hij trippelde blindelings over een gespannen kabel en kon zelfs op zijn handen een trap op lopen. In het Zottegemse openluchtzwembad “Het Hemelrijk” deed Jean Marie het hart van heel wat jongedames sneller slaan, een zongebruinde knapperd in ware James Dean-stijl.

Ook zijn flair voor het mooie woord ontbolsterde zich in zijn tienerjaren. Bij de scouts bracht hij steevast verslag uit van iedere activiteit en op school luisterde hij de feestjes op met teksten, die telkens doorspekt waren met veel humor. Dat de liefde voor het woord hem nooit meer heeft losgelaten, bewijzen zijn poëziebundels, theaterstukken en prozawerken. Ook werden heel wat gedichten van zijn hand in tijdschriften gepubliceerd, met uitzondering van het Nieuw Wereld Tijdschrift. Hoofdredacteur Herman De Coninck weigerde telkens opnieuw de inzendingen van Jean Marie. Toen kwam hij op het lumineuze idee om het pseudoniem Anne de Sainte Foy te gebruiken en zijn bijdragen van een Frans adres te voorzien. De Coninck hapte toe en bewierookte de pennenvruchten. In een brief vroeg hij Anne de Sainte Foy om nog meer gedichten op te sturen. Herman de Coninck heeft de zoete droom over Anne de Sainte Foy meegenomen in zijn graf en nooit geweten wie deze mysterieuze woordgodin was.

Het masker van Anne de Sainte Foy werd in 1998 afgerukt, toen Jean Marie de verhalenwedstrijd van dagblad “De Morgen” won. De winnaar werd in het toenmalige Canvas-programma “Leuven Centraal” bekend gemaakt. Men stond echter voor een groot raadsel, want een paar dagen voor de live-uitzending wist men niet wie Anne de Sainte Foy was en waar ze zich schuil hield. Regisseur Jackie Claeys ontpopte zich als een pientere deus ex machina en herinnerde zich dat zijn vriend Jean Marie, die eind jaren zeventig het boekenprogramma Boeket op de BRT presenteerde, een stulpje had in Frankrijk in de buurt van Saint Foy La Grande in de Dordogne. Adieu Anne de Sainte Foy, adieu grote broer.

Volledig in de lijn van zijn debuutbundel ”Vluchtig als de jaren” wil ik afsluiten met Annie Ernaux: “Alles zal in één seconde worden uitgewist. Het van de wieg tot aan het laatste bed vergaarde woordenboek zal worden geschrapt. Het zal stil zijn en geen woord zal die stilte uitdrukken. Uit de opengevallen mond komt niets tevoorschijn. Geen ik en geen mijn. In de gesprekken rond een feesttafel zal je alleen nog een voornaam zijn, een steeds gezichtlozer voornaam, totdat je verdwijnt in de anonieme massa van een verre generatie.”

© André De Smet

Het overlijdensbericht op Poëzie-Centraal

donderdag 15 oktober 2020

Dichter Christiaan Germonpré overleden

 I.M. Christiaan Germonpré (Roeselare 7/9/1950 - Kortrijk 13/10/2020)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

In Kortrijk waar hij sinds jaar en dag woonde en vrijwel zijn hele beroepsleven werkzaam was als medewerker van de Bib, nam dichter Christiaan Germonpré dinsdag 13/10/2020 laatst op een waardige en serene manier afscheid van een rijkgevuld en poëtisch leven.

Christiaan Germonpré debuteerde als dichter in het jaar 1978 met de bundel Voor de losprijs van warmte. Er volgden nog zeven dichtbundels waarvan zijn bundels Tweespraak (1990) en Onsterfelijk blauw (1995) die werden uitgegeven door het Poëziecentrum smaakmakend waren. Met Ik verzend mezelf als een ansichtkaart, uitgegeven door Facet, bracht hij in 1998 een selectie van de gedichten samen die hij schreef voor de jeugd. Daaruit werden er door Gerrit Komrij drie opgenomen in zijn bekende bloemlezing De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Ook in Hotel New Flanders staat een gedicht van Christiaan.

Van het jaar 1988 tot 2000 was Christiaan Germonpré redacteur van de bekende VWS-cahiers. Zelf schreef hij zeven van deze essays over de West-Vlaamse literatuur. Met Tussen hemel en aarde publiceerde hij in 1995 een studie over kermissen en circussen in Kortrijk. Belangrijk waren en zijn ook zijn vertalingen van het poëtisch werk van Hilde Domin en Rita Dove. Hij vertaalde voorts ook een groot aantal gedichten van Duitse auteurs zoals Karl Krolow, Ingeborg Bachmann, en Michael Krüger. Hij leverde tevens een hele resem artikels aan allerhande literaire tijdschriften. Peter Aspeslagh bezorgde voor Arhus en de Roeselaarse Auteurs een uitgebreide bibliografie en Julien Vermeulen schreef in het jaar 2002 een VWS-Cahier dat vakkundig inzoomde op het werk van Christiaan. De literaire productie van Christiaan Germonpré vertraagde toen, al in het jaar 2000, bij hem de meedogenloze ziekte MS werd vastgesteld. 

Even werd overwogen om het verzameld werk van hem uit te geven maar dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Er schuilt veel stilte en inkeer in zijn poëzie, zonder gebruik van veel grote woorden, iets wat hem zelf in het dagelijks leven ook typeerde. Al kon zijn lach af en toe luid doorheen het huis galmen.

In mijn bibliotheek staan zijn gedichten blijvend (en beklijvend) tussen die van Gerlach en Gezelle. Ik herinner mij in Christiaan graag een man die, ondanks zijn ziekte, moedig als hij was, tot op het laatst gedreven en alert was en een bijzonder goed oog had voor nieuwe poëzie en publicaties. Daarover was het met hem altijd aardig en geregeld fel badineren (en soms ook wat ongegeneerd roddelen). Afspreken op de afrit Zwevegem aan het rondpunt van Cowboy Henk in het Zuiden van Kortrijk, af en toe op zondagmiddag in het Walle van Hugo Claus ‘tartaar van kalfsmuis met verse kikkerhammetjes en Poperingse hopscheuten' savoureren, het bladeren in fotoalbums over New York en Canada en gesprekken over leven en werk en de kat Wilma, het zijn enkele van de vele herinneringen die we blijvend koesteren.

De voltallige vriendenkring en het bestuur van de VWS bieden Chantal, de familie en de vele vrienden haar diepste gevoelens van deelneming aan.

.../...

Verbond

Wat je gade slaat, wordt opgespaard
Winterkou maakt de lorken gedachteloos.
In hun takken het stil gebaar, de afreis
van het roze in uitdeinend grijs.

We staan als bomen naast elkaar geplant,
zonder schaduw, als een eeuwig verbond
in de grootsprakerigheid van het heelal.
We zwijgen, hand in hand.

En hoe het vaderbeeld steeds in mij opduikt:
de harde handdruk, de afgewogen glimlach,
de nooit uitgesproken zinnen. Geluk

werd voorgelogen. Alleen nadrukkelijk gezag
ondermijnde mijn taal. Toch blijf jij
het voegwoord ‘en’ in mijn levensverhaal.

© Christiaan Germonpré

Uit Onsterfelijk blauw, Poëziecentrum, 1995

.../...

Hilde Sabbe die Christiaan in haar Kortrijkse jaren goed gekend heeft schreef op haar Facebookbladzijde een pakkend en typerend herinneringsbericht dat we hier graag met haar toestemming publiceren.

Ik moet een jaar of 24 geweest zijn toen ik hem voor het eerst ontmoette, boven in wat toen nog ‘t Salonske was op de hoek van de Kortrijkse Grote Markt. Ik at er vaak een dagschotel.

Die dag was er geen plaats meer vrij, maar Roland wees naar een tafeltje waar een jonge man met rossig haar en een vriendelijk gezicht alleen zat te eten. Of ik erbij mocht komen zitten? Hij verschoot van kleur, kuchte zenuwachtig maar noodde me toch tot aanschuiven. We deelden het middagmaal hoofdzakelijk in een wat ongemakkelijke stilte, want hij was verlegen als hij je niet kende, en introvert.

Bij een volgende ontmoeting leerde ik dat hij in de bieb werkte, en fraaie, vaak weemoedige gedichten schreef. Er groeide een warme vriendschap tussen ons. Ik hield van zijn beminnelijke zachtmoedigheid, en ik vermoed dat hij mij een soms wat roekeloze spring in ‘t veld vond. Maar elkaar vonden we altijd.

Twintig jaar geleden kreeg hij de vreselijke ziekte MS. Als ik hem in K bezocht - altijd minder dan ik van plan was of wilde- werd ik diep getroffen door de kalme waardigheid waarmee hij zijn lot droeg. Hij ging niet schelden of drinken, werd niet verbitterd, maar onderging het min of meer gelaten. Gelukkig kon hij altijd rekenen op de steun en aanwezigheid van zijn vrouw die ‘for better and worse’ letterlijk nam. Ze gaf zin aan zijn dagen, hoe lastig ook.

Nu is hij dood. De wereld is weer een beetje killer en schraler geworden.

Dag Christiaan, dankjewel voor alles.


Op zaterdag 24/10/2020 wordt in intieme kring en rekening houdend met beperkende Corona-maatregelen afscheid genomen van Christiaan.

.../...
Extern:
Christiaan Germonpré bij DBNL
Christiaan Germonpré bij Auteurslezingen
Bibliografie van Peter Aspeslagh voor Arhus en de Roeselaarse auteurs (pdf-bestand)

Condoleren kan via het Rouwcentrum Deseyne en wel via deze link.

Dit bericht verscheen in eerste instantie op 'Dun lied donkere draad', de blog van de VWS.

(Paul Rigolle)
 

maandag 18 februari 2019

Afscheid van Luc R.C. Deleu - Renaat Ramon

De dichter Luc R.C. Deleu, geboren in Leuven op 7/7/1950 overleed in Roeselare op 30/12/2018. Tijdens de herdenkingsdienst op 9/1/2019 sprak Renaat Ramon in Roeselare voor zijn vriend onderstaande homilie uit. Ode is Ode Goossens, de echtgenote van de overleden dichter. Eerder publiceerden we hier ook al Vriendschap, een herdenkingsgedicht van de hand van Antoon Van den Braembussche, een andere vriend van Luc R.C. Deleu.


Beste Ode, geachte familieleden, vrienden en kennissen van Luc Deleu.

Het is werkelijk met pijn in het hart dat ik hier / vandaag sta.
Dat ik, samen met u allen, moet afscheid nemen van mijn goede en intieme vriend en geestverwant, de dichter Luc R. C. Deleu. / Dat valt me zwaar.

Ode, en ook alle mensen die Luc in de voorbije moeilijke maanden – ook soms moeilijke jaren – hebben omringd en gesteund, wil ik hierbij oprecht dank zeggen. Luc wist duidelijk wat hem te wachten stond – daarover heeft hij me de voorbije maanden meermaals gecommuniceerd – maar hij is toch onverwacht gestorven. Luc klaagde niet – nooit – hij bracht, nuchter en lucide, verslag uit - over wat hij ironisch noemde ‘de stand van zaken’.

Hij was qua karakter, qua instelling, wat je noemt ‘burgerlijk onaangepast’. Die onaangepastheid die, dixit Eugenio Montale, ‘eigen is aan alle au fond naar binnen gekeerde karakters. Dat wil zeggen alle poëtische karakters.’

Luc Deleu was een zeer intelligent man, zeer erudiet, scherpzinnig en ook zeer spiritueel, een eigenschap die hij ook in moeilijke omstandigheden behield.

Hij behaalde de titel ‘Doctor’, net als zijn vader, zij het niet in dezelfde discipline. Geen geneeskunde dus – daar was hij te gevoelig voor. Waarmee ik niet wil zeggen dat dokters ongevoelige mensen zijn, maar wij kennen allen de spreuk over te zachte heelmeesters… Hij heeft wel 2 jaar geneeskunde gestudeerd in Leuven, waar hij ook geboren werd.

Hij werd aan de VUB ‘Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte’ – dat lag meer in zijn lijn. Luc promoveerde met de grootste onderscheiding in 1988 op een proefschrift over De teken- en schilderkunst van Henri Michaux. Een onderzoek naar de samenhang van beelden, denken en zijn. Merkwaardig is het motto, ontleend aan de Essais van Michel de Montaigne, dat hij aan zijn uitvoerige en gedegen studie meegaf: ‘Je ne peins pas l’être, je peins le passage’

Dat karakteriseert in één zin het denken van Montaigne, de kunst van Michaux en de poëzie van Luc Deleu. Zijn leven lang heeft hij interesse voor ‘dubbeltalent Henri Michaux’, schilder en dichter, gekoesterd. Hij volgde al zijn publicaties. En als er ergens iets omtrent Michaux te doen was – het mocht in Parijs zijn of waar dan ook: Luc was daar!

Professioneel heeft hij diverse functies vervuld:
- docent Kunstgeschiedenis en Esthetica aan de Portaelsschool voor Beeldende Kunst in Vilvoorde;
- stagebegeleider aan de VUB;
- bestuurssecretaris bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Luc was niet alleen beroepsintellectueel, hij was, zou ik bijna zeggen, een ‘ouderwetse’ intellectueel, iemand met een zeer brede culturele en socio-politieke belangstelling.

Hij realiseerde diverse tentoonstellingen en publiceerde in tal van literaire tijdschriften: Amarant, Aurora, Hartslag, NVT, Vlaanderen, Yang en ook in Poëziekrant, met name een essay over de poëzie van Hendrik Carette. Luc, geboren in 1950, was 18 jaar in 1968, de perfecte maar ook gevaarlijke leeftijd om de grote Europese Culturele Revolutie te ondergaan.

Hij heeft die Revolutie ook als dichter verwerkt.
Zijn eerste gedichtenbundel Dachau-Blues, verscheen in 1971. Zelf typeerde hij deze bundel als ‘De Taalloze Wereld van de Bewustzijns-verruiming’. Fredi Smekens schreef: ‘dachau-blues’ is een woordenboek. De dichter omschrijft niet, onderstreept nog minder maar verlaat zich telkens weer op de trefzekerheid van zijn samenstellingen. Thematiek en woordgebruik vormen een sluitend geheel. De gedichten van Luk Deleu geven het woord een kans in de taalloze wereld van de bewustzijns-verruiming.’

Uit deze debuutbundel citeer ik het gedicht ‘Voorbij een ijsprelude’ dat de stelling van Smekens illustreert.

hij voorbij een ijsprelude sterft,
voorbij een bloedsmaak uiterst scheurbare huid.

van geen tel geen taal zijn wik
want woord na woord
de bijslaap kwetst het wederzijds ontkomen.

zijn antwoord,
aan winterspel overgeleverd
opgevouwd met een landtafereel
in ijs en nerts.

hij is de zwakstroom,
het tegenland,
hij draagt rond de hals
het spoor van droge wonden.

Vijf jaar later verscheen Europese gedichten, zijn tweede bundel. Het Europa van Deleu was, zoals hijzelf aangaf:
‘De Utopische Vrijstaat Europa’. Veel illusies over Europa had hij niet, ook later niet. Het zijn qua stijl en taalgebruik vrij eenvoudige gedichten, maar vol bijzonder mooie beelden en metaforen. Enkele staaltjes daarvan:

De luchtbrug was een draad
tussen twee uiterlijke werelden
en de man sloop als een spin
tussen hun mazen door.
- - -
Ik keek
hoe het luchtkasteel
naar beneden stuikte
als een monnik
tussen de mazen
van de hel.
- - -
De wolken zeilden weg
als drie religieuze
duiven
uit de toverhoed
van een misantroop.
- - -
Europa is een kulturele bloem
aan de binnenzijde van een jurk,
Je moet Europa
met je verbeelding
bevloeien.

En uit de suite ‘Liefde bedrijven in Europa’:

Tientje lachte me toe
als een kleurpotlood.
Just
for fun.

De laatste regels van deze bundel zijn typerend en hier toepasselijk:
Finir en beauté
Dit laatste sprak i uit
met de nonchalance
van een polyglot.

Polyglot was Luc ook. Hij bereisde vooral het Oosten. Dat kwam mede door zijn belangstelling voor het boeddhisme. Het boeddhisme is, zoals u weet, geen godsdienst maar een levensfilosofie, een vreedzame gemeenschapsleer. Een wijsbegeerte die onthechting predikt en voor Luc een steun is geweest.
Hij had ook contacten met een vereniging van boeddhisten in België, maar hij vond dat zij te veel aan uiterlijkheden hechtte en te weinig aan de beleving.

Zijn derde en helaas laatste bundel verscheen in 1987 onder de bevreemdende titel De Vrolijke Voorsmaak Van Het Niets.
Een motto is ontleend aan Elias Canetti, een van zijn lievelingsauteurs.
Ik citeer:
‘Tot de belangrijkste dingen die zich in iemand
voorbereiden, behoren uitgestelde ontmoetingen.
Het kan daarbij om mensen en om plaatsen gaan,
zowel om schilderijen als om boeken.’
Dat motto wordt onmiddellijk gevolgd door de opdracht: ‘Aan Ode’.
ODE, gespeld als het synoniem van een lofdicht.
Overigens opent de bundel niet met een ode maar met deze Etude:

De gebarsten
kruik
op de linker
tafelhoek
bevindt zich
welgeteld
op drie
boterhammen
afstand
van dit
nieuw
gedicht.

Dit is een mooi nieuw-realistisch gedicht, één van de beste die in dit genre geschreven zijn. Enkele andere gedichten zijn niet vrij van enig sarcasme, zoals het titelgedicht ‘De vrolijke voorsmaak van het niets’:

Het vriest dat ik kraak.
Het sneeuwt mij dicht.

De kans op overleven
neemt zichtbaar af.

Misschien
overkomt u wel iets.

En bij deze droevige gelegenheid is wel heel passend het gedicht ‘The long good-bye’

Je dood
was
je binnenpretje

Je dreef af
als
een doodzieke schuit,

verdwaald
in een zee
van tijd.

Er is ook nog een ‘Epitaaf’:

Je lichaam
is
je eigen graf.

Soms
lijken
we
op lijken.

‘Men verbeeldt zich nooit een mens, men kan zich enkel een mens herinneren’ schreef Paul Snoek’.
Luc is verast. Zijn as wordt, zoals hij dat wenste, op zee uitgestrooid.

illusieloos.

Zijn lichaam verdwijnt, spoorloos, spoorloos, in de kosmos waaruit het is ontstaan. Maar zijn geest laat sporen na in de poëzie / in ons brein / en in ons hart.


© Renaat Ramon



maandag 28 januari 2019

Korte studie van gemis - Martin Carrette


Op vandaag is het alweer exact drie jaar geleden dat Martin Carrette (Deinze, 13.02.1951 - Deinze, 28.01.2016), de fijne 'Boswordingsdichter' uit Deinze, na een niet eens zo heel lange ziekte overleed.

Als herinnering aan een vaardig dichter die ook nog op rijpere leeftijd aan volle ontbolstering toe was, maar wel al helemaal bezield door zijn heel eigen stem, plaatsen we hier vandaag graag een van zijn gedichten. Uit zijn allerlaatste bundel "Dubbel Spel":


korte studie van gemis


de tiende al, winter nog en ongemeen koud, men zegt
het is de wind, het is de wind. honderden zwarte
vogels schreeuwen zich naar een slaapplaats.
een donkere hoes valt luid over de bomen.

in de kamer hangt een klank, een paarse echo, als
waterlelies van monet. staat het razen in zijn hoofd,
rond als een tafel, slaat een metronoom de maat
der dingen, de deur los in de hengsels,

scharniert de liefde. en toch, het is alleen de wind
maar, zegt men. de wind, alleen de wind maar,
als adem, eerste lemma van het leven, van begin

naar einde, van zaad tot aarde, as. averechts alfabet.
wat dwingt de lippen tot een vraag? alleen de wind?
moet hij dan helemaal naar giverny?


© Martin Carrette


.../...

Martin Carrette; 'Dubbel Spel'; 170 pagina's; Uitgeverij De Scriptomanen: 2016; ISBN 978-94-6266-163-9; 22,50 €.

Extern:
Martin Carrette op Literair Gent
Martin Carrette op De Schaal van Digther
Website Martin Carrette 


Martin Carrette (rechts) - Hier met Digtherredacteur Paul Rigolle

maandag 6 februari 2017

I.M. Lionel Deflo

Op dinsdag 31 januari 2017 overleed de Wevelgemse auteur en criticus Lionel Deflo (1940). Uitgerekend op de dag van 77° verjaardag verloor hij een strijd die niet te winnen was. We kennen en herdenken Lionel als een man van het woord. “Sine libris, vita lacuna”. Zonder boeken is het leven leeg. Geboren in 1940
stond zowat zijn hele leven bij Lionel in het teken van het boek. Lionel Deflo was werkzaam als leraar, werd in opvolging van Julien Weverbergh in 1986 uitgever bij Manteau en richtte in 1966 samen met Thierry Deleu het literaire tijdschrift Kreatief op. Het tijdschrift dat bleef bestaan tot in het jaar 2004, groeide uit tot meer dan een vaste waarde in het Vlaamse literaire landschap. Het was een van de eerste tijdschriften dat naam maakte via het bezorgen van diverse themanummers. Het documentaire nummer uit 1972 over de Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen groeide welhaast uit tot iets emblematisch. Zelf was Lionel Deflo een gedegen essayist en criticus. Als bestuurslid van de VWS (Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) bezorgde hij o.a. monografieën over Clem Schouwenaars en Hedwig Verlinde. Kritisch proza van Deflo vond een onderkomen in de bundel “Bij nader inzien” (1985). Zijn verspreide verhalen bracht hij nog in 2012 samen in het boek "Eerste sergeant-majoor Clausewitz". In de reeks VWS-cahiers schreef zijn vriend Willy Spillebeen in 2000 over Deflo een monografie over zijn leven en werk. Naar zijn eigen wensen werd in beperkte kring van Lionel afscheid genomen. We zullen je missen, Lionel. Sterkte aan vrienden en familie!

Lionel Deflo - leven in dienst van de letteren (Blogbericht Bib Wevelgem)


(Paul Rigolle)