'The morning after' kijkt Alain nog even terug op zijn Facebook-bladzijde en geeft ons twee citaten mee die er niet om liegen:
vrijdag 28 januari 2022
Gedichtendag. The morning after.
'The morning after' kijkt Alain nog even terug op zijn Facebook-bladzijde en geeft ons twee citaten mee die er niet om liegen:
woensdag 26 januari 2022
Dun lied donkere draad - Zeventig jaar later!
Op de blog van de VWS doet de 'Dun lied donkere draad'-provincie vandaag een warme oproep om lid te worden van de vereniging.
Een gelegenheid die wij hier graag gebruiken om te herinneren aan het feit dat het alom bekende gedicht 'West-Vlaanderen' van de heer Hugo Claus, en dat de VWS als mooi motto dient, dit jaar warempel 70! wordt. (Zeventig!)
We geven het hier, met dank aan de VWS om ons er aan te herinneren, erg graag nog 's helemaal mee! Claus dus, zoals alleen (de jonge) Claus kon klinken!
WEST-VLAANDEREN
Dun lied donkere draad
land als een laken
dat zinkt.
Lenteland van hoeven en melk
en kinderen van wilgehout.
Koorts en zomerIand wanneer de zon
haar jongen in het koren maakt.
Blonde omheining
met de doofstomme boeren bij de dode haarden
die bidden ‘Dat God ons vergeve voor
wat hij ons heeft aangedaan’.
Met de vissers die op hun boten branden
met de gevlekte dieren de schuimbekkende vrouwen
die zinken.
Land, gij breekt mij aan. Mijn ogen zijn scherven.
Ik in Ithaka met gaten in mijn vel,
ik leen uw lucht in mijn woorden.
Uw struiken uw linden schuilen in mijn taal.
Mijn letters zijn: West-VIaanderen duin en polder.
Ik verdrink in u,
land. gij wordt een gong in mijn schedel en soms
later in de havend
een kinkhoorn: mei en kever. duistere lichte
aarde.
© 1952, Hugo Claus
Uit: Gedichten
Uitgever: De Bezige Bij, Amsterdam, 2004
ISBN: 90 234 1287 7
Warme oproep van de VWS
'Dun lied donkere draad', het gedicht bij Poetry International
West-Vlaanderen bij Lyrik-line
Claus leest 'West-Vlaanderen' op Youtube
donderdag 28 januari 2021
Nooit gaat het helemaal weg - Martin Carrette
"In memoriam Martin Carrette (13/02/1951 – 28/01/2016), Stadsdichter Deinze".

Gedichtendag vandaag! En uitgerekend op Gedichtendag 2016, exact vijf jaar geleden, overleed de aimabele (en onderschatte) dichter die Martin Carrette (1951 - 2016) bij leven altijd is geweest.
Op initiatief van de huidige stadsdichter van Deinze, Steven Van De Putte plaatsen en posten heel wat vrienden en collega's van Martin Carrette vanmorgen bij wijze van hommage een gedicht van hem op Facebook of op andere plaatsen.
“Nooit gaat het helemaal weg” is een gedicht uit "Dubbel Spel" de postuum verschenen bundel van Martin Carrette .
vrijdag 1 februari 2019
Leerdicht over het woord 'Merel' en over de merel zelf - Alain Delmotte
‘Hoe verschijnt een vogel in het leven van een mens?’
Francis Ponge
1.
Als je hier nu iets zou willen citeren, dan zou het de merel zijn, buiten.
De merel met al zijn gelijk aan wat hij is en aan wat jijzelf nooit zult kunnen zijn.
Citeren kan je een merel niet. Je kunt enkel constateren dat de merel buiten is, dat hij enkel, buiten de woorden om, te horen en te zien is.
2.
Het woord ‘merel’ kende je al eerder dan de merel zelf.
Toen je voor het eerst een merel zag, dacht je: ‘Is dat dan het woord ‘merel’ zoals dat woord in het echt is?
Een woord zoals het er echt uitziet, zoals het echt zingen kan?’
3.
Zo simpel als een merel is, zo simpel is de vaststelling dat je je verbaast dat er zoiets als een merel bestaat.
Daarvoor kan je best wel woorden missen - maar niet verliezen.
4.
Een merel is wat voor jou aan het begin van het voorjaar buiten is, buitenissig is. Zijn zang is wat je mag leren bij het vroeg opstaan.
Onverschrokken zoals hij is, is hij al vroeg uit de veren, al vroeg en vlug in de weer terwijl jij op sommige ochtenden nog woelend probeert in te slapen.
5.
Mussen.
Mussen en mezen.
Een vogel hier, een vogel daar.
Koninklijk in zijn voorkomen, is een merel hier en daar waar zich voor een mens een vogel moet bevinden: daar waar hij moeiteloos bewijst altijd meer dan een woord te zijn.
(Mussen, mezen - merels, mensen: hoe heerlijk doen ze de wereld assoneren.)
6.
Turdus merula. Zo klinkt ‘merel’ in het latijn. Een taal waarvan je verder geen woord of snars begrijpt.
En de merel nog minder - hoezeer hij ook zingt.
7.
Je luistert naar een merel zoals je woorden leest. De mooiste woorden uit je bibliotheek.
Je luistert naar een merel. Zoals je wijn drinkt en dan op een beetje dronkenschap wacht.
(Is het de taal die ervoor zorgt dat er voor de mens wereld is?)
8.
Hoe hij zingt is hij alle woorden voor.
Is die zang voor de bomen een soort beloning?
En als de merelsoort zou verdwijnen, zou je dan met het woord ‘merel’ de merels commemoreren?
9.
Met zijn zang aan taal kan je geen zakendoen.
Met zijn taal aan zang wil hij je niets verkopen.
Met zijn zang en zijn taal wil hij je enkel iets vertellen: dat hij enkel merel is, wat meer dan een woord, dat hij enkel zingt. Dat hij is wat zijn zang is.
Misschien was zijn zang er eerst – nog voor de merel een woord werd.
10.
Voor de brokstukken van je dissonante taal is de merel een dissident. Hij bedreigt je woorden met zijn bestaan.
De poëzie daagt hij uit. Moet je woorden vinden, zo ontzagwekkend doorschijnend, dat die woorden de merel zelf zouden worden?
Nee.
De woorden moeten woorden blijven. Of ze verliezen hun nut en hun mens.
11.
Je leest dat hij het einde van de nacht aankondigt. Hij verwittigt ons dat de ochtend komt!
Van ochtendhumeur heeft zijn zang in ieder geval geen last.
(Heeft de merel weet dat op een keer de nacht nooit meer eindigt, dat ochtend dan nooit meer komt?
Wie verwittigt hem daarvoor?
En als hij als soort zou verdwijnen, blijft het dan nacht?)
12.
Bijna oranje uitslaande snavel, zwart gevederte, gele oogringen, een aantal deuntjes in de bek die nauwelijks in woorden zijn na te bootsen en waarvoor hij geen partituur nodig heeft: meer is niet vereist om een mens tot de wereld te bekeren.
13.
Met volle borst op post als je ’s ochtends hoestend op de eerste bus staat te wachten.
Zijn jazz van vroege vogel waarop je bijna mee wiegt, garandeert je met al de illusies die hij in jou verwekt, een mooie dag.
Vandaag zal het niet regenen en vanmorgen weet de merel dat met grote zekerheid.
14.
Wanneer je hem niet ziet, wanneer hij niet zingt, kan je hem toch met wat woorden laten verschijnen. Je verbeeldt je dan dat je hem hoort.
Is dat het nut van woorden? Is dat je nut als mens?
15.
Luister, hier is hij weer. Tussen de regels - waarvan je in de waan verkeert die zelf te hebben bedacht.
© Alain Delmotte
donderdag 31 januari 2019
Nauwelijks een gerucht - Paul Rigolle
Nauwelijks een gerucht was hoorbaar die dag.
Jij las, roerloos in de schaduw. Ik keek om
naar woorden die ik nooit zelf verzinnen kon.
De oorlog van Het einde van de Wereld.
Eb en Vloed. De Eenzaamheid der mannen.
Niets klonk op. Geen woord kwam over onze lippen.
Maar we hadden het over vulkanen, slapend
in de zomer. En hoe geen hand nog rukte aan
de kettingen van Dit Bestaan. Over dit soort
dingen hadden we het. Zonder woorden.
Rest mij in het hoofd daarvan enkel nog
de foto die ik zoveel later in mijn handen hou:
Als verzwegen, even stilhoudend richting tuin.
Ik breng jou koffie, moet glimlachen plots
om zoveel duidelijkheid: Het licht is het licht.
En groen het gras waarop jouw lichaam
nooit gelijk zal zijn aan het mijne.
Niets is hoorbaar. Mateloos trillen de bladen
in hun heimwee naar het boek.
© Paul Rigolle
Uit: ‘Het tomeloze totaal van de dag’
(typoscript in wording)
donderdag 29 januari 2015
Mijn stad - Paul Rigolle
Mijn stad heeft iets van alle steden.
In het concertgebouw komen
de mooiste stemmen thuis terwijl
buiten ketchup tegen de muren kleeft.
Je eet en je slaapt, je vergaloppeert je
in de parken. Je noteert het gonzen
en het huilen. Van elke leeftijd
is de mens die jou op de trappen
van het station net niet weet
aan te raken. Op elke rotonde
breekt een beeld de hemel open.
In de glasbol sterft het gerinkel.
Mijn stad heeft iets van alle steden.
Wie het hier - levend tussen Laagland
en Polder - over het sublieme heeft zal niet
zwijgen over wat neerligt in de straten.
Er zal neergang zijn en verblijding!
Het bloed zal ruisen. Dozen doe je dicht,
boeken sla je open. Wie hier wil wonen
zoekt geen reden om hier te blijven.
© Paul Rigolle
(eerder ook gepubliceerd in het literair tijdschrift Ballustrada)