Posts tonen met het label Mattijs Deraedt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mattijs Deraedt. Alle posts tonen

vrijdag 28 januari 2022

Gedichtendag. The morning after.

Gisteren was het zowat overal Gedichtendag. Zeker ook in Wevelgem waar de drie 'plaatselijke' maar zeker ook 'universele' dichters geïnterviewd werden door Digther-redacteur Alain Delmotte. 

'The morning after' kijkt Alain nog even terug op zijn Facebook-bladzijde en geeft ons  twee citaten mee die er niet om liegen:

"Gisteren was het gedichtendag. Vandaag niet meer: hoe stom. Gisteren ging ik in de bibliotheek van Wevelgem in gesprek met Philip Hoorne, Mattijs De raedt en Jeroen Messely. Op het einde van de avond vroeg men mij om een slotwoord. U kunt het hier lezen. En laat het vandaag zoals alle andere dagen opnieuw gedichtendag zijn.

‘Tot slot, dames en heren wil ik nog twee citaten over poëzie op u loslaten. Dat hoort op een gedichtendag. Het zijn er twee van de Franse dichter Antoine Emaz.
'Si la poésie n’est pas utile dans la vie pratique, elle devient nécessaire dès que la vie se révèle impracticable’, ‘Indien poëzie geen nut heeft in het dagelijkse leven, dan wordt ze noodzakelijk van zodra het leven als onuitvoerbaar uitvalt’. En ik vraag me daarbij af of het leven wel uitvoerbaar is zonder één of andere vorm van poëzie."
 
‘Je dirai simplement que la poésie c’est de l’air: elle aide à respirer dans un monde irrespirable.’, ‘Ik zou gewoon willen zeggen dat poëzie lucht is: ze helpt ons ademen in een verstikkende wereld.’ In een tijd waar oorlogsretoriek het weer goed lijkt te doen is poëzie zuurstof voor de taal. En hiermee ook zuurstof voor de lezer.’

Als 'uitsmijter' (maar heel zeker niet om het af te leren) plaatsen we hier ook nog een gedicht van Jeroen Messely dat zich in de Wevelgemse bib eerder al in postervorm liet lezen.

#alaindelmotte #jeroenmessely #mattijsderaedt #philiphoorne #bibwevelgem #wevelgem 



zaterdag 5 juni 2021

Gedichten die blijven nasmeulen

Daniël Franck over 'De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan' van Mattijs Deraedt.

          Dit is hoe het voelt om voor man door te gaan.
 

Het einde van de autoritaire mannen, die menen de waarheid in pacht te hebben, heeft zich aangediend.

Mattijs Deraedt getuigt in zijn debuutbundel van zijn ontworsteling aan die masculiene cultuur en kijkt om zich heen met vragende ogen: hoe kun je nog man zijn in deze wereld? Wanneer het te zwaar wordt om dragen, vraagt hij “Kan er iemand alsjeblieft de draden komen doorsnijden.”

De bundel verloopt over vier cycli. We beginnen met de jeugd en de wordingstijd, maken de intrede van de liefde mee en bereiken uiteindelijk het leven van de volwassene, wat meteen ook melancholie met zich meebrengt en de strijd die moet worden geleverd met het man zijn, maar vooral ook met de existentie zelf.

In een bezielde retoriek verkent hij als “een badgast aan de kustlijn van het denken” een nieuw soort humanisme.

Mattijs Deraedt draagt dus een boodschap uit, maar gelukkig heeft hij meer te bieden en heeft hij dat op zich niet nodig om poëtisch te overtuigen. Zijn poëzie is toegankelijk, bijna verraderlijk alledaags, maar hij verbindt daar wel een sterke, poëtische stem aan:

          Helder wil ik zijn, geen druppel op mijn tong
          tot ik zo nuchter word dat ik mezelf niet meer herken.


Zijn ideeën komen uit het dagelijks leven of uit directe herinneringen. Zijn poëzie bezit voldoende poëtisch vermogen om dicht bij haar lezers te staan. De gedichten zijn vrij, zonder nadrukkelijke poëticale aankleding. Ze werken door de heldere blik, gekoppeld aan een soort onbevangenheid om dat op te schrijven. En uiteindelijk komt ook altijd een vers langs waarvan je alleen maar kan zeggen dat het beklijft.  

          Mijn handschrift lijkt steeds meer op dat van mijn vader.
          In het schrijven een mediterende monnik,
          in mijn borst een blauwe rivierdelta
 

Mattijs Deraedt heeft een groot talent in het beeldend verwoorden, want de prachtige zinnen en wendingen liggen in deze bundel dik gezaaid. Regelmatig verbindt hij die directe en herkenbare beelden ook nog eens met een onderhuids gevoel van onbehagen. Ook de dood is al snel een gast die de deur niet meer kan worden gewezen, want

          Zodra we uit onze moeders vallen,
          schemert de dood door onze huid.


Of

          De dood is een inktzwarte liftkoker op onze verdieping.
          Alle lichten in de gang branden.

          Hoewel voorspelbaar zijn de dingen
          nauwelijks voor te bereiden.

Het is moeilijk uit te maken of zijn glas halfleeg dan wel halfvol is, en net die spanning voegt een belangrijke meerwaarde toe. Zie

          Ik ga liggen op het asfalt
          en mag niet vergeten
          dat alles een grap is.


          In een meer melancholische setting heet dat dan
          Er zijn geen miljoenen jaren
          van uitgestrekt niets na je laatste adem.


Zo kom je tot poëzie die tegelijk helder is en toch genoegdoening verschaft. Het zijn gedichten met een grote restwaarde, ze smeulen na. Het doet ook wel eens deugd in een vlot toegankelijke en toch oprecht poëtische wereld te vertoeven. Eén van de vele fraaie gedichten is ‘Maankus’:

          Vannacht droomde ik
          dat er een maan naar de aarde dreef.
          Op de radio sprak men van een kus
          tussen hemellichamen.

          Wij woonden aan de goede kant
          en gingen de straat op.
          Het leek wel nieuwjaar, we telden af
          en toen de nul weerklonk,
          zagen we een gloed achter de huizen.

          Geen geluid, enkel die gloed,
          van gele, torenhoge vlammen.


Zo simpel kan goede poëzie zijn. Enkele zinnetjes, goed geschikt, maar wat een beeldende en verbeeldende kracht. Dit is uiteindelijk een bundel die nooit verveelt en een steengoed debuut. De bundel werd dan ook met recht en reden genomineerd voor de Grote Poëzieprijs.

          Een man zou een dichter kunnen zijn,
          maar daar heeft de wereld al jongens voor


Gelukkig voor de lezer heeft Mattijs Deraedt zich bij de jongens geschaard.


© Daniël Franck


zaterdag 11 februari 2017

Poëzieprijs van de Stad Harelbeke - de laureaten

Verleden week zaterdag 4/2/2017 werd niet alleen de Poëzieprijs van de Stad Izegem uitgereikt maar ook die van de Stad Harelbeke! Twee poëzieprijzen waarvoor anoniem dient te worden ingezonden die op een boogscheut van elkaar op een en dezelfde dag worden toegekend... Het bestaat! In de voorbije week las je hier in deze bladzijden de afloop en ook de winnende gedichten van de wedstrijd in Izegem. In Harelbeke lieten de berichten omtrent winnaars en verliezers wat op zich wachten. In fel contrast met de wedstrijd in Izegem, werden voor deze prijs meer dan 700 gedichten ingestuurd. Uiteindelijk trof de jury die bestond uit Philip Hoorne, Sylvie Marie en Herman Leenders navolgend verdict:

Winnaars categorie + 25 jaar:
1. Ernie Bossmann (°1966) uit Nijmegen
2. Iris Wijnants (°1983)
3. Tania Verhelst (°1974) uit Assebroek
4. Astrid Haerens (°1989) uit Elsene

Winnaars categorie - 25 jaar:
1. Ulrike Burki (°1998) uit Antwerpen
2. Dorien Couton (°1995) uit Belsele
3. Emma Loncke uit Zwevegem (°1995)
4. Mattijs Deraedt (°1993)
5. Kiana Willem (°2002) uit Rollegem-Kapelle

Per abuis wordt Ernie Bossmann in het juryverslag een man genoemd. Opmerkelijk ook dat de laureate van de wedstrijd bij de jongeren, Ulrike Burki, ook verleden jaar al met de hoofdprijs ging lopen. En even opmerkelijk was dat de laureaten, behalve één, allen dames waren! De winnende gedichten werden opgenomen in een gelegenheidsbloemlezing met de titel "Steeds scherper de contouren". Verkrijgbaar op aanvraag bij de Stad Harelbeke.

Van Ernie Bossmann kregen we de toestemming om haar geprimeerde gedichten hier vandaag en morgen te publiceren. Waarvoor heel veel dank!

(eveneens dank aan Jan van meenen voor de berichtgeving.)