donderdag 13 augustus 2026

Hommage aan Leonard Nolens - Luc C. Martens

Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen
Voor Leonard Nolens                     

zeg aan de kinderen dat wij niet deugen,    
dat wij ze maakten in de nacht
om ze uit te besteden,
dat we geen tijd hadden
om een sprookje te vertellen
of een wiegelied te zingen
dat zij hun oortjes moesten instoppen
of scrollen op het scherm 

zeg hen dat wij knielden voor een god
die ons op het rechte pad hield, onze zonden vergaf
maar dat wij de hemel niet meer verdienen. 

zeg hen dat wij gedichten lazen en boeken verslonden,
dat wij naar schrijvers opkeken die wij ontleedden
maar vergaten ze door te geven 

zeg aan de kinderen dat leiders niet deugen,
dat ze in spiegelpaleizen wonen, slagschip spelen,
zeg hen dat ze Paul Snoek en Herman de Coninck
voor anker moeten leggen in de straat van Hormuz
en dat ze mogen huilen om het meesje
dat tegen het raam vloog

© Luc C. Martens


Vandaag mogen we Luc C. Martens  namens de redactie en alle vrienden van De Schaal van Digther van harte gelukwensen met zijn 70° verjaardag. Proficiat Luc!

Overigens wordt ook in het festivalhuis van de huidige editie van het kunstenfestival “Gemene wegen” in Watou hulde gebracht aan Leonard Nolens.    

Luc C. Martens - foto FB


Luc C. Martens - Foto Website auteur

maandag 10 augustus 2026

Een afgemeten spreidstand - Daniël Franck over 'Randschade' van Johan Clarysse

 

 

Een afgemeten spreidstand.

Daniël Franck over ‘Randschade’ van Johan Clarysse, Uitgeverij P, 2026, ISBN 978-94-93534-06-3)

Johan Clarysse maakte faam als kunstschilder in binnen- en buitenland, maar was ook al vroeg gebeten door het woord. In de jaren ’80 publiceerde hij even in enkele tijdschriften om vanaf de jaren 2020 het dichten terug een prominente plaats te geven. Na zijn gesmaakte debuut ‘Het geduld van water’ (2024) volgt nu ‘Randschade’.

Een dichter en zijn bundel laten zich kennen door het woordgebruik en dat treedt in deze bundel wel heel prominent naar voren. Sommige woorden springen er immers door hun veelvuldige herhaling (al dan niet in samenstellingen) echt uit. De clusters die zo ontstaan gunnen ons een blik op de inhoud van de bundel: een grote cluster rond licht, leven en het vasthouden hieraan, kleinere clusters rond kijken en spreken. We zullen een dichter ontmoeten die gedwongen door externe factoren vol in het leven staat, maar tegelijk een positie vindt om te beschouwen.

Licht’ is het meest dominante woord in deze bundel. Dat kan bovendien nog worden gelinkt aan woorden als ‘dag’ en ‘ochtend’. Dat is niet verwonderlijk. Voor een schilder is dat het essentiële element, het dansen van het licht en hoe dat binnen te trekken in je beeld. Maar het is hier helemaal vervlochten met het dominante thema van de bundel, namelijk ziekte, afscheid en het gretige vastklampen aan het leven.

De openingsregels van de bundel luiden

Er groeien tubes in mijn holtes.

De QR-code rond mijn pols weet niet wie ik ben.

Parameters wachten op hun digitale score.

Zo weten we meteen waar we aan toe zijn. De dichter zelf moet vaststellen “ik lig erbij / en kijk ernaar als naar de ruïnes van een tempel // krijg mijn lichaam niet gezegd”. In deze zware omstandigheid waarin het lichaam zich bevindt, zoekt Johan Clarysse aan de hand van die beelden naar het licht, met de taal als toorts en houvast, vatbaar voor alle prikkels die hij ontvangt en opvangt, gaande van de nauwelijks geregistreerde woorden van een dokter tot de geestelijke confrontatie met demonen. Nergens ontwaar je een zweem van fatalisme, slechts af en toe steken “opstandige vragen” nog eens de kop op. Eerder is er een gulzigheid alles nog te omvatten en dus maakt de patiënt zich sterk: “De klaagstoel / aan mijn bed / schroef ik los”. De zieke bezweert zichzelf. Door woorden te vinden voor het moeilijk aanvaardbare kan een begin worden gemaakt van aanvaarding. In die blik vullen objectieve en subjectieve benaderingen elkaar aan.

We zijn allen onderweg naar het verdwijnen. Wie zich daar bewust van wordt gemaakt, zal scherper kijken. Al gaat daar zeker een strijd aan vooraf:

 

Weerstaan of meedeinen

gebalde vuist of golf:

een spreidstand die mij kiest

En er is die ene belangrijke strijdmakker: “Tot jij de kamer binnenkomt, zuurstof / pompt in de zieke lucht.” Het zal leiden tot de cyclus ‘Baken’ waar in het samenzijn met de geliefde even rust kan worden gevonden.

De cyclus ‘Doodgewoon’ brengt de dood tastbaar aanwezig; “Welk masker draagt hij wanneer hij / zijn mond tegen je rechterwang drukt?” klinkt het in het lichtelijk beklemmende ‘Schim’ dat niet zomaar besluit met een sprankeltje als ironie vermomde hoop: “Stemmen vriendelijke dichters hem milder?

‘Tussentijdse berichten’ is de meest contemplatieve cyclus en biedt ook ruimte voor herinneringen, onder meer aan de grootmoeder, en vooral ook voor de mini-reeks ‘Anoniem’ opgedragen aan de vrijwilligers van Tele-Onthaal en waar de dichter zijn maatschappelijk masker laat vallen.

Ook de schilder is prominent aanwezig, zie onder meer de weerkerende woorden ‘oog’ of ‘blik’, ‘zien’ of ‘kijken’. Dit komt letterlijk aan de oppervlakte drijven in de cyclus ‘Wie niet kijkt, ziet niet’. Hier trekken we nog eens de wereld in, naar de tuin, naar zee, naar het om zijn megalieten bekende Wéris. Uitgerekend in deze cyclus besluit een gedicht met de woorden “Het hevigst leeft hij in het woord”. Cyclus en bundel eindigen in een treffend kleinood:


Nomadisch

 

Je voert een gesprek met de eik

waaronder je languit rust:

over een tweede heelal

waar alles eindeloos begint

en waar nomadische zielen

naar buitenaardse woorden zoeken.

 

Je bereidt je voor.

Johan Clarysse schrijft poëzie zoals ik me voorstel dat een schilder schildert: met rust, aandacht en afstand.

Deze bundel biedt een coherent en open verhaal, waar de woorden adequaat hun werk mogen doen in een direct toegankelijke en heldere taal. Voortdurend wordt de spanning opgezocht tussen de blik van de dichter en zijn gevoelswereld. Dat gebeurt aan de hand van vrije verzen, in een opvallend rustig ritme, die zich met hoorbaar gemak tot een lezer richten, met korte, afgemeten observaties, sober maar helder en raak van taal, gevat in makkelijk behapbare strofes. De bundel is ook netjes opgedeeld in vijf cycli, zodat je als lezer altijd op adem kunt komen. Overal is de zegging welluidend en de gedichten vertonen een opvallende rijkdom aan treffende zinnen en observaties: “het manuscript van de avond”; “de ochtend die tussen de lakens klimt”; “een vertrouwde nacht die tegen de ramen tikt”; “oktober ligt als een natte dweil aan je stoep”; “ergernis krult in mij als een verbrande lucifer”.

Het is geen hogere filosofie die hier wordt beleden. Daarvoor is er geen tijd meer. Als de dood al in het steegje staat, tel je je stappen, je kijkt om je heen, reflecteert nog wat, weet dat de randschade deze keer jou zal treffen en stapt met een mengeling van aarzeling, nieuwsgierigheid en moed verder.

De bundel evolueert van zeer concreet naar eerder contemplatief. Daar zit een beweging van loslaten in. De lezer daarentegen blijft alert voor het ganse gebeuren en tracht mee te dragen wat ondraagbaar is. Voor later.

 

Kiezel

 

Gekortwiekt tussen bedstijlen

heb ik je lang gevreesd.

Al had je iets onschuldigs.

 

Even herkende ik je gezicht

toen je met de armen zwaaide. Ik vroeg me af

of jij ook uit vlees, bloed en slijm bestond.

 

Je bekende dat je een kiezelsteen bent

in de laars van al wat leeft en beweegt.

Ik sprak je niet tegen, wist dat ik niet

dezelfde meer zou zijn.

 

Nu bespied ik jou

op veilige afstand

verstil je tot achtergrondruis.

 

Als een kauw hang je

boven mijn oranjerode dak.

Ik zie hoe je glanst op de nok.

© Daniël Franck


Johan Clarysse - Foto c. Paul Rigolle

Randschade van Johan Clarysse, Uitgeverij P, 2026, ISBN 978-94-93534-06-3

 


donderdag 6 augustus 2026

Talige empathie

Herlinda Vekemans in kort bestek over Kratermond van Sara Eelen

In kort bestek - Notities van de redactie (5)

Op het poëziefestival Knisper en Knal in Aarschot laatst las ik samen met o.a. Sara Eelen en beluisterden we elkaars werk. Qua thematiek zaten we met haar Kratermond en mijn Appelblauwzeegroen bij enkele gedichten op eenzelfde lijn van talige empathie voor dieren groot en klein. Thuis las ik haar bundel en vond haar prachtige gedicht over een glassnijder (Brachytron pratense), een libel uit de familie van de glazenmakers. Hieronder een fragmentje van bij de geboorte van de libel in het mos tot ze de vlucht vindt. Knap omvattende titel van de bundel ook, Kratermond, met zowel suggesties van dode leegte, dreiging als van zeediepe taal van nieuw begin.

Glassnijder

Je adem als wind door het trilveen
nu ben je nog kwetsbaar, nog nimf. 

Urenlang zul je je vleugels uitrollen
en dan schiet je weg, de hoogte in. 

Wat niet zichtbaar was in de vlucht, maar wel toen je landde
het zachte donshaar op je borst 

Het patroon van vlekken
langs je lenden, in je ogen, de blik van piloten.


Fragment uit Kratermond van Sara Eelen, Querido, 2025.

© Herlinda Vekemans

Rubriek "In kort bestek"




woensdag 5 augustus 2026

De Genen - Philippe Cailliau

De Genen
 
I.
 
Geen Gen
Geen Begin
Geen Waarheid
Geen Wraak
Geen Deo Volente
Geen Klank
Geen Fake News
Geen Nooit 
Geen Vreugde
Geen Woord
Geen Swastika
Geen Twijfel
Geen Toekomst
Geen Medicatie
Geen Schuilkelder
Geen A.I.
Geen Dictatuur
Geen Water
Geen Solidariteit
Geen Verrotting
Geen Gezondheid
Geen Virus
Geen Spijt
Geen Haat
Geen Volk
Geen Buikloop
Geen Geschiedenis
Geen Bloeding
Geen Droom
Geen Begrafenis
Geen Verlies
Geen Tijd
Geen Taal
Geen Adem
Geen Meineed
Geen Geheugen
Geen Schaamte
Geen Darm
 
 
II.
 
Geen Wokeness
Geen Intolerantie
Geen Genezing
Geen Identiteit
Geen Waterboarding
Geen Herinnering
Geen Schaduwvloot
Geen Sarin
Geen Ouder
Geen Overwinning
Geen Hart
Geen Geloof
Geen Medelijden
Geen Onwetendheid
Geen Geheugen
Geen Halsmisdaad
Geen Spiegelbeeld
Geen Geur
Geen Einde
Geen Geschiedenis
Geen PTSS
Geen Laster
Geen Vlucht
Geen Bescherming
Geen Hoop
Geen Gender
Geen Verdoving
Geen Eten
Geen Polarisering
Geen Verhaal
Geen Overlevenden 
Geen Veldslag
Geen Licht
Geen Negationisme
Geen Slaap
Geen Executie
Geen Apathie
Geen Delirium
Geen Agressie  
Geen Novitsjok
 

III.
 
Geen Vervloeking
Geen Discriminatie
Geen Wondvocht
Geen Geluk
Geen Verrassing  
Geen Drones
Geen Proxy
Geen Kennis
Geen Dumdum
Geen Stank
Geen Bloedprop
Geen Wanhoopsdaad
Geen Moord
Geen Orewoet
Geen Terreur
Geen Beroving
Geen Duimschroef
Geen Tyfus
Geen Armoede
Geen Afscheid
Geen Barricaden
Geen Ziekte
Geen Genocide
Geen Begrafenis
Geen Ander
Geen Braaksel
Geen Geweten
Geen Dumdum
Geen Massagraf
Geen Einde
Geen Nederlaag
Geen Eén
Geen
Geen Gen
 

© Philippe Cailliau

 Uit 'Habitus', typoscript in wording 

Philippe Cailliau in Oostende (foto: Paul Rigolle)


 

dinsdag 4 augustus 2026

Chaos Gaaz - Philippe Cailliau

Chaos Gaaz

I.

MEELTRUCKDEEPWATERFAKEVOORHEMELPOORT
AMPUTATIEWATERDORSTIGGIFNARCOSELEEGTE
CALORIETEKORTBOMBARDEMENTVERRADERLIJKTAPIJT
VOEDSELBEHULPZAAMDUREEDENENBELOFTEN
VELOVERBEENSUIKERVOCHTMETER
HONGERHULPVERDIENSTEÜNIFORM
UITROEIMITRAILLEURREGERINGWOORDVOERDER
HONGERDOODMEDAILLECEREMONIËN
FAKENEWSBESTELMOORDGRONDDIEFSTALALLESISONSRECHT
BLOEDTANKBULLDOZERBLOEDKAALSLAGDRONE
ERISGEENHONGERGEENDORSTGÉÉNHONGER
VOEDSELDROPPINGSMARSLIEDERENUNISONO
OFGENOCIDEOFGENONIETCIDEOF
AZGMEDEMEDICIJNSTOPPROCLAMATIEOPERATIESTOP
WAPENSTILSTANDSUIKERVOEDSELLOKKER
UITHONGERINGSWERELDKAMPIOENSCHAPPEN
VLUCHTENJACHTPARTIJVOORGROOTENKLEIN
KARTONNENBEKERSPLASSENZUIGDRANK
AANSCHUIFEXECUTIEUITAGRESSIEFANTASIE

 

II

CALORIEËNDROOMFASE1ENDROOMFASE2ENTROTSEFASE3
RIJSTENMEELVERDRIETOPHEMELSEMUZIEK
WACHTENSCHIETSCHIJFMEDAILLEUITREIKING
NONFOODDODENDANSWACHTLIJSTONGEDULD
WATERZUIVERINGSBELOFTEMANTRA
CALORIEËNMOORDNONSTOPOUTFIT
LEGEBORSTVOEDINGSFESTIVITEITENABOVO
FOPSPEENRANTSOENMETBELOOFDLEEFVOORSCHOT
VOEDSELVERNIETIGINGSVERHAALINBLIK
RADELOOSHEIDSPUNTENMETPRIJSOPGAVE
EETENDRINKMERRIEBIJDAGENNACHTNEDERZETTING
UITDROGINGSDROOMTRANSFUSIEMATERIEEL
HONGERSCHIETSCHIJFPRIJSKAMPGRIEZELAARS
DODERCARROUSELMETSCHERPSCHUTTERMAALANGST
LEGERDIENSTGODSPRIJSVOORHETHIERNAMAALS
HERHAALZIEKENHUISWEGUITROEIHERHAALDOORNOODZAAK
GODSBELOFTEGEBEDMETEEUWIGEGARANTIE
WERELDSTILTEVERDOOFTOORMAAGENBLOEDVERLIES
ANNEXEERINCHAOSISGEENNOTENDOPINPUINHOOP

III.

GELIJKGEHEIDGELIJKADVITAMAETERNAM
GIJZELAARSWIEUITTEROEIENZIJDEGIJZELSZIJ
TRAGESTILTETUNNELLUXELEEFCOMPLEXEN
WAPENSOPSLAGEXPLOSIEVENSTANK
EXECUTIETRAININGSBRAAKMEDAILLEMETLINT
VROUWENKINDERENOPBEDDENINGESTORT
BLOEDENBEENENHANDENOOGPIJNSPUITZICHTBAARSLIJM
ZONNESCHIJNONTKENNINGSDAGELIJKSGEBED
AMBULANCEVOORLOSSELEDEMATENMETDORST
WIEISWIEINDEWOENTIJNSEZEEËNZOUTEMEREN
FATAGRENSOVERGANGMORGANAOPSTUIFSTOF
MIJLENTUNNELMIJNENADEMNOODSELABYRINT
SOORTENHULPVERLENERSSCHIETSCHIJF
AFSLACHTSELTELRAAMTELLINGOP∞TOTNUL
UITGEHONGERDWORDTECHTNIEMANDECHT
RACKETSTELLINGDRONERANCUNEPOLONAISE
EEUWIGEGELIJKISGODSPERKAMENTENVLAGGENHONGER
EXPLOSIEVENOPSLAGPLAATSRESORT
MODDERMETSTEENGRUISWORDTBESTEDRANK

 

© Philippe Cailliau

 
Uit 'Habitus', typoscript in wording 

Philippe Cailliau in Oostende (foto: Paul Rigolle)

 


zondag 2 augustus 2026

Oproerkraaiers in het hoofd

In kort bestek - Notities van de redactie (4)

Alain Delmotte in kort bestek over Randschade van Johan Clarysse

(fragment recensie)

Foto: Alain Delmotte

Wie de hogergenoemde oproerkraaiers in het hoofd zijn of wie het geritsel in het hoofd veroorzaakt, wordt duidelijk in het gedicht ‘Demonen’. Ze stapelen zich op in de stoffige kelders van onze psyché. In nare dromen grijpen ze het woord en de dichter verleent hun spreekrecht in een gedicht. Daar horen ze thuis. Ze kunnen zich er schuilhouden in de taal. Op die manier wordt de taal zelf tot een demon. Het is een feit: demonen maken deel uit van onze duisterste plekken:

Vandaag geef je hun spreekrecht
omarm je ze als een vertrouwde nacht.

Johan Clarysse Randschade – uitgeverij P – Leuven 2026 - Isbn 978 94 93534 06 3 

Facebook-bericht van Alain Delmotte - 29/07/2026

Dit is een fragment uit een uitvoerige recensie die Alain Delmotte in november 2026 publiceert in het Jaarboek 2026 van de VWS.

Rubriek "In kort bestek"