Posts tonen met het label Werk van de redactie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Werk van de redactie. Alle posts tonen

dinsdag 31 maart 2026

Inleiding op 'Lagen van glas' - Alain Delmotte

Glas is een bron van scherven

Op zaterdag 21 maart 2026 stelde Digther-redacteur Daniël Franck in het Gentse Paulushuis met 'Lagen van Glas' zijn nieuwe dichtbundel voor. Alain Delmotte (eveneens Digther-redacteur) was inleider van dienst. Zijn integrale inleiding lees je in het bericht hieronder. 

Dames en heren, vandaag, op de werelddag van de poëzie, verschijnt na een stilzwijgen van 30 jaar een nieuwe bundel van Daniël Franck. Aangezien Daniël van zijn vroegere bundels afstand lijkt te nemen, is ‘Lagen van glas’ een vernieuwd debuut. Ik weet van Daniël weinig af. Ik heb alleen zijn gedichten voorhanden. Mijn lectuur vertrekt vanuit een wit blad. Hetzelfde witte blad waarop gedichten hun aanvang nemen. Dichter en lezer vertrekken vanuit dezelfde positionering.

Er staan in de bundel twee gedichten waarin het ‘wit’ (een essentieel stijlmiddel voor de poëzie) wordt geëvoceerd. In het eerste gedicht wordt het wit voorgesteld als ’een zee van verhalen/voor er talen waren’. Alsof het wit de prenatale staat van de taal is. En laat ik hier meteen ook signaleren dat het motief van de zee in de bundel sterk aanwezig is. De zee en de daaraan verwante woordvelden: getijden, water, rivieren, meer, kust, strand, vloed. Opvallend daarbij is dat het element ‘water’ niet altijd als positief wordt ervaren. Het water biedt geen solide consistentie: ‘stap het water in en je verliest houvast’.

In het tweede gedicht bevindt het wit zich, voor de dichter, ‘midden in ons’. Daar waar ‘bestaansrecht, ongerepte lichamelijkheid’ verborgen ligt. Het wit verkrijgt de status van een ‘zijnstoestand’. Die uitspraken over het wit hebben hun repercussies binnen het geheel.

Laten we de buitenkant van de bundel bekijken. De inhoudstafel geeft aan dat de bundel bestaat uit een introgedicht en vier cycli: met name ‘De getijden’,  ‘Scherven’ (bestaande uit een gedichtenreeks van 11 gedichten en één los gedicht), ‘hoe bij leven afscheid te nemen’ en ‘tot stof’.

Het introgedicht kreeg als titel ‘nulpunt’ mee. Het laatste gedicht uit de bundel heet ‘eindpunt’. De bundel legt een traject af, volgt een neerwaartse beweging die me van onder meer existentiële aard lijkt: van geboorte tot dood. Er wordt gaandeweg afscheid genomen: ‘Afscheid is dat ding dat met stenen verzwaard neerzinkt in het meer.’ Het draagt ook iets spiritueels in zich. Ik kom er op terug.

De laatste regel van ‘eindpunt’ luidt: ‘het slotakkoord dat zich om mij sluit’. Het eindpunt als een dood punt. Het introgedicht vertelt ons iets over hoe de dichter de taal ervaart: ‘Ik lig in mijn taal als in een naakt lichaam’.  Resoneren hier de regels van Van Ostaijen mee: ‘ik wil naakt zijn en beginnen’? Het deed mij denken aan een uitspraak van de controversiële, Franse psychoanalyticus Jacques Lacan. Volgens hem zouden we tweemaal geboren zijn: de eerste keer is dat onze biologische geboorte, de tweede keer is dat de geboorte in de taal en/of de geboorte van de taal in ons. In het geval van de dichter valt die geboorte als een miskraam uit. De taal lijkt hem te veel voorgezegd. Ze zit krachteloos vast in een ‘rudimentaire ritmiek’. Die taal is niet zijn taal. Een door de dichter hopeloos genoemde positie.

Dit is een constante in heel wat poëzie. Het is misschien één van de kernen van de poëzie: het onbehagen in en van de taal, de ontoereikendheid, het voortdurende echec. (Vandaar dat prenatale wit dat soms meer betekenis in zich kan dragen dan de taal zelf).

Van dit motief vond ik in de bundel een aantal sporen terug. Vier citaten.

‘Ik zoek letters
om mijn onkunde mee te bekleden’    

‘ Woorden zijn wolken.
Eer je ze aan kunt raken muteren ze’

‘ik kon geen woorden vinden voor de wereld’ 
…

de woorden willen niet mee’

‘Filosofen meanderen zich naar een uitspraak.
Zelf kon ik niet verder dan een positie
en de onderwerping eraan.’

Voor de dichter is daar maar één ding tegen te doen: hij gaat op zoek naar een eigen taal, naar een  andere taal binnen de conventionele taal. Het impliceert dat hij zich in een soms zeer afwijkende taal uitdrukt, een taal vanuit een psychofysische constitutie gerijpt, een soort lichaamstaal.

De taal van Daniël Franck is een heel aparte, hoekige, soms vreemde al dan niet associatieve sprongen makende taal waarin de dichter zich compact en verdicht te kennen heeft. Het is een taal in het verweer, een taal die zich beschut. (Of hiermee het daarnet opgemerkte onbehagen is verdwenen, durf ik te betwijfelen.)

Poëzie is iets wat je moet herlezen. We hebben namelijk de neiging om in een gedicht naar een omlijnd verhaal te zoeken. Dit wil zeggen: we zoeken naar eenduidigheid. Bij deze bundel is dat geenszins het geval: meerduidigheid is er troef.

Hoe herlees je dan poëzie? Door het spoor van de woorden te volgen. Laten we de weg van de woorden uit de titel volgen. Zoals die titel suggereert, zijn er verschillende ‘Lagen’ te ontdekken in deze gedichten. Het woord komen we aantal keren in de bundel tegen: ‘kleilagen vallen van mij af’- ‘Diep onder de laklaag van de aarde’ – Jacob (de bijbelse figuur) ‘trekt de dag als een laklaag over zijn gezicht’. Hieruit blijkt dat de dag een laklaag van de tijd is. Die laklaag bevindt zich onder de grond, onder kleilagen, onder ‘bodemlagen’ zoals die in het gedicht ‘Archeologie’ genoemd worden. De lagen moeten bij lectuur worden opgegraven. Zou dit een metafoor zou kunnen zijn voor onze psyche waarin allerlei lagen vanuit een persoonlijk ervaren tijd werkzaam zijn? Onze psyche brengt onze ‘getijden’ in beeld. Onze herinneringen, trauma’s, verlangens. Alles wat zijn tijd heeft gehad. Ik zinspeel op de titel van een gedicht. Waarvan hier de eerte strofe:

Hebben we de tijd gehad tussen heden en verleden 
bestendigheid na te streven of lieten we onszelf na
als een donkere veeg op het gordijn? Wat we zien
bij het vertrekken komt altijd op het moment 
van het onherstelbare, het houvast dat ons ontglipt
terwijl we slaperig in samen liepen te dwalen.

Ik stel vast dat die ‘lagen’ tegen elkaar aanbotsen. Ze hebben geen lineair verloop. Ze lopen uit op een warrig kluwen.

Het woord ‘glas’ komt in de bundel slechts tweemaal voor. Ik zocht naar definities voor het woord ‘glas’. Op het internet vond ik in een puzzelwoordenboek waarin een prachtige omschrijving. Glas wordt ‘een bron van scherven’ genoemd. Van het doorzichtige glas blijven slechts in deze bundel de verspreide scherven over.

De woorden ‘scherf’ en scherven’ komen regelmatig terug. Een gedichtenreeks kreeg de titel ‘scherven’mee. Die scherven worden in de reeks als ‘Vertakkingen, spinsels, vlechtwerk’ beschreven. Ze vormen ‘grafische lijnen’ die, naar de dichter schrijft, ‘vertrouwen inboezemen’ en een toestand creeëren ‘om aan vast te klampen’. Opnieuw die nood aan solide consistentie.

Al lezend kunnen we dit alles ‘scherf na scherf bot na bot’ proberen op te graven. Opgraven wat ‘de kaken van de tijd hebben vermalen’. Het is duidelijk dat ondergronds al dan niet persoonlijke herinneringen opwellen. Het zijn wel eens pijnlijke herinneringen. ‘Herinneringen bijten zich vast in spijt’. ‘In het lange vergeten heb ik mij nooit bekwaamd’.

Het is natuurlijk niet de bedoeling om hier de hele bundel op die manier verder te ontsluiten. Het is daarvoor niet het moment. Een aantal zaken zijn overigens niet te ontsluiten. Een versregel stelt dat er ‘sleutels (zijn) waaraan het slot blijft ontbreken’.

Een aantal zaken hebben me geïntrigeerd. Onder meer de vaststelling dat er in deze verzameling een soort bestiarium verscholen zit. Ik telde er een twintigtal: van de kleine mier tot het imposante edelhert. Ze lijken alweer een vast element in de wereld aan te bieden: ‘ik zal blijven/voorbijgaan en niet zoals de ganzen in het veld jaar na jaar verrijzen’.

Eén van centrale patronen in de bundel zijn een ik, een je, een we. De ik en de je zijn een liefdespaar. Al rijst er een moeilijkheid:

‘Dat wij bij de liefde niet parallel bewegen 
maar hakend klauwend stuttend ontvangend’ 

Tot een symbiose tussen de ik en de je komt het niet: 

‘Dat je beweert mij al een beetje te kennen 
maar nog nooit vroeg je mij een zintuig te leen’

Niettemin, in al hun lichamelijkheid heeft het paar nood aan elkaar. Ze zijn een schuiloord voor elkaar. Ze bieden elkaar onderkomen. Zoals in volgende regels:

‘Voorzichtig vlei ik mijn hoofd aan je buik,
hoog boven me de horizon van je hart en borsten,
van mijn onderkomen het dak,
schuilplek van een verblindende zomer’

Het paar modelleert zich een binnenwereld die zich afsluit van een buitenwereld die als bedreigend en angstig wordt ervaren.

‘Van geen kwaad bewust 
laten wij, wanneer het donker begint 
en wij van belofte op herstel
verstoken blijven,
de rolluiken neer.’

Het motief van het beschuttende huis duikt meer dan eens op:

‘Diep gebunkerd
bedrijven we het huis’. 

Het paar blijft dus van herstel verstoken. In het gedicht ‘geen herstel’ blijkt waaruit er geen herstel mogelijk is:

‘(…) Geklonken aan elkaar janken
wij: hier schuilt vergankelijkheid.’

De gedichtenreeks ‘scherven’ lijkt ‘een kwade droom’. De ‘je’ haalt met een scherf naar haar polsen uit en staat in een bloedplas. Er volgt een vlucht naar buiten: de weg leidt door een bos, naar een zee. Na een grote vloed spoelen ze aan op een kust. Op dat stuk land ‘moeten wij beginnen’ maar er is een ‘verlatenheid, die ons blijft bezitten’. De ik loopt van de ‘je’ weg: ‘Jij velde mij stripte mij vilde mij’. Maar is het wel de ik die vertrekt? ‘Jij was het die uiteindelijk mij zou laten’. De ik vraagt zich af: ‘hoe verklaren dat ik op haar bleef wachten? Want ‘het alledaagse bleef me versplinteren’.

Wat mij aansprak in deze pregnante reeks was de vlucht, de dwaaltocht. Dit is het laatste wat ik thans ter sprake wil brengen. Ik had het in het begin over spiritualiteit. Er vallen met name verwijzingen naar het religieuze in brede zin te onderkennen. Leven wordt een heidens ritueel genoemd. Een godswonder, orakels en een meditatie worden te berde gebracht. Goden worden aangeroepen. Er is het gevecht van Jacob met de Engel. Laserstralen kruisigen een hoofd. Het ironische gedicht ‘verboden onderwerp’ brengt de machteloze ziel in beeld.

Vanwege die passussen kan ik het niet laten om in het afgelegde traject die de bundel uitlijnt, als een archetypische spirituele pelgrimage te ervaren.  Bij een pelgrimage ligt de klemtoon op het onderweg zijn: een mentale tocht ‘van uitzicht naar inzicht’ –  vanuit de nacht naar het licht. Er staat: ‘ik weet niet zeker of de richting/juist werd uitgezet. Ik zoek licht.’ - ‘de kromme routes van het licht voor één keer recht’ - ‘Zouden we in dat licht nog herbeginnen?’- ’Uit onherbergzame oorden/wordt het licht verwacht’.

De dichter ‘hangt de mystieken aan’. Wat als iemand stelt dat het wit zich midden in ons bevindt of die kleilagen van zich laat afvallen? Wat blijft er dan over? Het mystieke nulpunt: de leegte.

Wat ik bedoel is dat je in de leegte
kunt afdalen en tekens vinden
in een schaduw, in roerloosheid. 

Wat kan er van die leegte worden verwacht? De dichter is duidelijk:

‘Vormen van helderheid, ochtenden
in het leven geroepen om kwade dromen te verjagen,
het concept gevoel gevat in een lichaam
dat niet ophoudt zichzelf uit zijn constructie te willen bevrijden.’

‘Zichzelf uit zijn constructie bevrijden’. Hieruit spreekt een nood aan transcendentie. In de schaduw en in de roerloosheid van deze gedichten zijn er momenten die getuigen van transcendentie. Er kan een link gelegd worden naar het citaat van Wallace Stevens (één van de groten uit de twintigste eeuw) die vooraan de bundel staat. Een fragment uit het gedicht ’The idea of Order in Key West’. Ik citeer uit een commentaar die ik van dit gedicht vond: ‘In dat vermaarde gedicht verkent Wallace Stevens het concept van transcendentie door middel van kunst en verbeelding, waarbij de menselijke daad om orde te scheppen uit chaos de ervaring verheft boven het louter fysieke bestaan.’

In ‘lagen van glas’ lezen dergelijke, sublieme ogenblikken van transcendentie. Zoals bijvoorbeeld in volgende regels uit ‘drijvend gedicht’:

 ‘Ik blijf verlangen naar meer water om in te drijven, 
zacht deinend water dat zich lui uitstrekt,
rustig dalend zonder plan of vooruitzicht
tot alles rondom kleur krijgt, een geschenk.’

Hiermee zijn we evenwel niet op een eindpunt aangekomen. Ik heb zelfs het gevoel dat ik niet verder geraakt ben dan het nulpunt. De bundel is een blijvend herbegin. Deze rijke en taalbewuste bundel is tot in de puntjes gestructureerd. Ik liet onvermijdelijk een aantal aspecten onbesproken. Ik hoop u wel enkele handvaten voor verdere lectuur te hebben aangereikt. Ik laat verdere verkenning graag aan u over en wens u veel herleesgenot.

© Alain Delmotte


Daniël Franck, Lagen van glas, Uitgeverij P, 2026, 72 pagina's, ISBN 978-94-93534-00-1

Lees ook het bericht over de voorstelling van de bundel.



Daniël Franck signeert


Achterflap 'Lagen van glas'

vrijdag 17 april 2020

November in Banana Peel - Paul Rigolle

Give happy feet a chance

(Dagboekgedicht, Banana Peel, ma 24/11/2014)


Binnen broeit het tot alles
swingt en scat en ademt.
De contrabas hapert aan de hanebalken.

Piano neemt drummer mee
naar waar hij hem hebben wil.
Elk hoofd gaat aan de wandel.

Gelieve de lege glazen
naar de toog te brengen.


In het deurgat staat een man
met een Duvel in de hand.

Elke blik hier
is voorbestemd
om af te dwalen.

Give happy feet a chance
Stompin’ at the Savoy


Buiten in de wereld liggen in het dorp
de straten opgebroken. Een Volvo
staat in de weg. De slaap zal alles slaan.

Muziek neemt geen stellingen in.
Alleen wij zijn het en bekennen kleur.



© Paul Rigolle


Dagboeknotitie van maandag 24/11/2014 - Concert ‘Taste of Swing’
@ Banana Peel met Ben Paterson, Jean Van Lint en Jan De Haas

Uit de cyclus dagboekgedichten:
"Het heimwee van de bladen naar het boek"

Banana Peel Blues & Jazz, Ruiselede
Banana Peel op Facebook



'A taste of Swing' - vlnr Ben Paterson, Jean Van Lint en Jan De Haas

















#NotitiesuitBananaPeel #dagboekgedichten

vrijdag 27 maart 2020

Dagboek van een opa - Frank Decerf

Anno 2020

Ja, zo moet het gevoeld hebben;
de vertwijfeling die aan het bot knaagt,
de onzekerheid die achterdochtig maakt
en de radeloosheid steeds dichterbij brengt,
want specialisten verzamelen alle schrikgrafieken.

Ja, zo moet de sfeer geweest zijn;
angstig, onverschillig, simultaan aberrant
en nergens hoop op sleutels die openen,
wel in tegendeel sluiten en afzonderen.
Nergens boodschappen die daden uit woorden halen.

Ja, zo was het toen wellicht. Een kille tijd van afwachten
en door poreuze gordijnen gluren. Deurbellen die staken,
auto’s die verstandig slapen en elke wandelaar als vijand aanzien,
elke passant die in zich draagt het mogelijk gif dat mij gevangen zet .
De profiteurs van de straatstenen, als pauwen weer paraderend.

Dit dagboek getuigt geen heroïsch verzet
maar wel aanvaarding en onderwerping
en de les dat mensen enkel mensen nodig hebben,
zal na de lockdown weer vlug vergeten zijn.
Of niet soms COVID-19….?


© Frank Decerf


#DichtersinCoronatijden  #Coronagedicht

Ook Digther-redacteur Frank Decerf liet zich inspireren door de vreemde impact van deze verwarrende Corona-tijden. Bovenstaand gedicht stond enkele dagen geleden ook op de Coronagedichten-site ('Verzamelplaats van gedichten in tijden van Corona') die ondermeer ook door de Nederlandse Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja, werd opgezet.





dinsdag 7 januari 2020

Weg - Nieuwe roman van Frank Decerf

Frank Decerf nodigt uit!

Op zondag 9 februari 2020 stelt Digther-redactielid Frank Decerf, onze Man in Oostende, zijn nieuwe roman voor. ‘Weg’ zo heet het tweede deel van een trilogie die in 2010 werd begonnen met ‘Het
bezoek’. De voorstelling van het nieuwste boek waartoe iedereen van harte is uitgenodigd, gaat door op 9/2/2020 om 11:00 u in VLC Geuzetorre, Kazernelaan 1, 8400 Oostende. Het boek is net als 'Het bezoek' opnieuw een publicatie van VKH Torhout.

Over Het Bezoek : "Na een traumatische ervaring wordt de schrijver aangespoord om naar het zonnige Zuiden af te reizen om daar aan een nieuw boek te werken. Alhoewel zijn wereld totaal op instorten staat, pakt hij zijn koffers en laat Oostende achter zich. In het landhuis van zijn uitgever Georges moet hij er tot ontspanning komen en zich geheel aan het schrijven wijden, maar dan komt er onverwacht bezoek en ...".

Em. Prof. Dr. H. F. Mussche noemde Het Bezoek een "crescendo-boek, tempo en spanning nemen sterk toe naar het einde."

Over het literaire werk van Frank Decerf verscheen in 2014 het essay “De trage zandloper van het geluk”, geschreven door Guy van Hoof. In 2015 publiceerde Decerf ‘Getuigenissen’, een drietalige dichtbundel die was verlucht met 26 miniaturen van de Ierse kunstenaar Joe Moran.

De nieuwe roman ‘Weg’ kan rechtstreeks besteld worden bij de auteur:

Frank Decerf, Schapenstraat 29, 8400 Oostende
decerf_frank@skynet.be
BE78 4758 1503 0186  - Prijs: 20 euro






vrijdag 18 oktober 2019

Dagen van maart - Hugo Verstraeten

Zal ik mijn hand opsteken?
Ik kende de antwoorden op
vragen die niemand ooit stelde.

De juf wendde het hoofd en kwam
tot de orde van de dag. Las van het bord
wat er nooit stond en riep naar de namen

van de afwezigen. We verdwenen door
het gat in de muur dat de verbeelding
had geslagen. Een vliegtuig beschreef

wat verte was. Buizerds omcirkelden
wat in het oog bleef hangen. Hun kreet
overstemde het gezang uit jongenskelen.

Ik speelde het spel. Sperde de mond
en deed of ik zong.



© Hugo Verstraeten


Voorpublicatie uit de bundel ‘HiEr’ van Hugo Verstraeten die
op zaterdag 9/11/2019 in Diksmuide wordt voorgesteld.

Meer info via dit Schaal van Digther-bericht





































donderdag 17 oktober 2019

Vragenlijst - Hugo Verstraeten

Hoort u soms dingen die anderen niet horen?
Ziet u dingen die anderen niet zien?

Zo ja, ga dan naar het volgende vers.
Zo neen, verlaat dan het gedicht. Let maar
niet op de woorden.

Heeft u overtuigingen die anderen niet hebben?
Heeft u de laatste tijd aan zelfmoord gedacht?

Zo ja, schrijf dan uw naam op de schorten
van dit boek. In de witruimten kan u
wonen.

Droomt u wel eens met de ogen open?
Twijfelt u er soms aan of u echt wel bestaat?

Zo ja blijf dan in dit gesticht vol bleke
geruchten. Elke letter een schaduw
die langs de werkelijkheid valt.



© Hugo Verstraeten


Voorpublicatie uit de bundel ‘HiEr’ van Hugo Verstraeten die
op zaterdag 9/11/2019 in Diksmuide wordt voorgesteld.

Meer info via dit Schaal van Digther-bericht





































woensdag 16 oktober 2019

Om naar een dorp te kijken – Hugo Verstraeten

Om naar een dorp te kijken. En hoe je dat doet.
Met afstand en inzicht van ogen. Met vogels
die inbreken in kooien.

Om naar een verte te kijken en hoe ze daar
in voorkomt. Stip zonder elders. Met verhalen
die dichtsneeuwen telkens iemand ze vertelt.

Elke afdruk vervangt haar en ordent het
landschap. Voor haar en na haar en hoe
ze zich uit het gezicht verminkt.

Met wit dat los raakt van sneeuw en zich neerlegt
in woorden. Tot ook het landschap zwijgt, gras
niets meer weet. Het dorp zeer langzame huizen,

verspreid.



© Hugo Verstraeten


Voorpublicatie uit de bundel ‘HiEr’ van Hugo Verstraeten die
op zaterdag 9/11/2019 in Diksmuide wordt voorgesteld.

Meer info via dit Schaal van Digther-bericht





































dinsdag 15 oktober 2019

In de dingen - Hugo Verstraeten

Alles is er nog. In de dingen.
Beeld van een tafel, kamer waarin iemand licht vergat.

Alles is er nog. Stoel die in het eeuwige hapert.
Brood dat ons verzamelt. Muren waarop het
zichtbare speelt met iets daarachter:
verte, honger die het kijken niet stilt.

Stoelen verschuiven.

Namen waarin het afwezige roept.
De vochtvlek op het behang wrijft haar betekenis open:
oksel, arm. Wat zich wegwast in water.

Alles is er. Het rustige ademhalen, het blijven.
Het schuilen van vogels in de angst
van een stem.

Het raam in de nacht waait de dromen nog open.


© Hugo Verstraeten


Voorpublicatie uit de bundel ‘HiEr’ van Hugo Verstraeten die
op zaterdag 9/11/2019 in Diksmuide wordt voorgesteld.

Meer info via dit Schaal van Digther-bericht





































maandag 14 oktober 2019

'HiEr', nieuwe dichtbundel van Hugo Verstraeten

Op zaterdagavond 9 november 2019 wordt in Kaaskerke-Diksmuide ‘HiEr’ 
voorgesteld, de nieuwe dichtbundel van Hugo Verstraeten. Het was lang uitkijken naar nieuw gebundeld werk van dichter en plastisch kunstenaar Verstraeten. De voorstelling gaat door in 't Land van Vlierbos, de IJzerboomgaard om 19:30u. Gratis inschrijven voor 4/11/2019 via www.cckruispunt.be. Inleider van dienst is mede-Digther-redacteur Paul Rigolle. Hugo Verstraeten leest voor, Dominique Gal van de Stedelijke Academie van Diksmuide staat mee in voor de voordracht en er is muziek van Brecht Verstraeten die variaties brengt uit Latijns-Amerikaanse gitaartradities. Iedereen welkom!

Overigens stelt Hugo komend weekend ook zijn woning en atelier open voor 'Buren bij Kunstenaars'. Welkom in zijn huis en atelier met bestaand en nieuw werk...

Sint Veerleplein 10
8600 Oostkerke

Vrijdag 18/10/2019: 18.00 - 21.00 u
Zaterdag 19/10/2019: 10.00 - 12.00 u en 14.00 - 18.00 u
Zondag 20/10/2019: 10.00 - 12.00 u en 14.00 - 18.00 u


In HiEr verzamelt Verstraeten, na lange tijd nog ’s een fractie van wat hij in de voorbije twintig jaar aan poëzie heeft geschreven. En dat is niet niks. In niet minder dan 54 gedichten die chronologisch naar hun ontstaan gerangschikt zijn, blikt hij tezelfdertijd achteruit én vooruit in de tijd. Gedichten uit deze bundel werden ondermeer bekroond met de Pieter Geert Buckinx-prijs en de poëzieprijs van De Blauwe Engel.

Hugo Verstraeten is zoals bekend medeoprichter van het Digther-collectief en was jarenlang vanuit Oostkerke hoofdredacteur van het gelijknamige literaire tijdschrift dat intussen als e-zine De Schaal van Digther verder door het leven gaat.

Vanaf vandaag zorgen we in deze Digtherlijke kolommen bij wijze van voorpublicatie dagelijks en gedurende vier dagen voor een gedicht uit de nieuwe bundel. HiEr!


























Voorstelling HiEr: Zaterdag 9/11/2019: 't Land van Vlierbos, de IJzerboomgaard, IJzerdijk 41, 8600 Kaaskerke (Diksmuide) om 19:30u. Iedereen welkom!

HiEr is een uitgave van Uitgeverij Partizaan.



zaterdag 22 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over het aanbieden van excuses' - Alain Delmotte

Commentaar bij ‘Leerdicht over het aanbieden van excuses’.

Toen ik voor het eerst deze tekst voorlas, verbaasde het me dat na de eerste zin gelach uit de zaal was te horen.

Veel van mijn teksten zijn meer dan eens doordrenkt met (zelf)spot en ironie. Zoals bevoordeeld in fragment 3 van dit leerdicht. Maar die eerste zin is dat niet. Integendeel: die zin is intriest, doorkerfd met een oppermachtige melancholie.

Deze tekst gaat over onze nalatigheid. Het tekort aan aandacht voor de dingen die om ons heen gebeuren maar waarbij we nauwelijks nog bij betrokken (willen - kunnen) worden. Dit zijn zowel de ander als de anderen, de details die onze omgeving mee bepalen en kleuren, de discrete gebaren, de kleine rituelen die ons tot mens en medemens zouden moeten maken. Een minimale basis aan verwondering.

Maar vervreemding overheerst. We beschikken niet meer of nauwelijks over het vermogen tot ‘aandacht’. We bezitten neurotisch aandoende fixaties: de routines die ons een leiband omdoen. We sluimeren constant. We houden ons niet meer aan rituelen, we zitten in conditioneringen vast. We leven van dag tot dag – dag in, dag uit: dagen die zich wezenlijk in tijdverlies laten omrekenen. Het nu wordt ons afgebeeld als een lapidair consumptieartikel terwijl het een indringende ontologische kwestie betreft. En dus een heel complexe zaak. Ik ervaar het nu als ‘een voorlopigheid’, niet als een absoluutheid. Het nu is wat ons overkomt – en dat is niet altijd als iets positief te ervaren. Het nu moet je afdwingen, wil je het in de diepte ondergaan. Het nu is een duel. Wie wint hangt van de omstandigheden af. En wie wint is vaak op langere termijn de verliezer.

Procedures namen steeds meer de plaats in van wat we vroeger ooit als wellevendheid of beschaafdheid omschreven. Brutaliteit in en met de taal wordt meer en meer toegestaan. In de eerste plaats in de politiek. De rest volgt.

Onze nalatigheid. Elke dag die we zomaar laten voorbijgaan is een overwinning van de routine, van het systeem waarin we hebben te roderen.

We moeten proberen er de aandacht weer bij te houden: dit lijkt me wat in feite leven in het nu zou moeten betekenen. We leven te weinig in het nu: we blijven beate, passieve toeschouwers van wat er om ons heen gebeurt. We worden er wezenlijk en onwezenlijk niet langer bij betrokken: zo langzamerhand worden selfies onze enige herinneringen. We zijn de toeristen van ons eigen leven geworden: en wat valt er in ons leven nog te bezichtigen?

Poëzie biedt noodweer.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback





vrijdag 21 juni 2019

Leerdicht over het aanbieden van excuses – Alain Delmotte

1.

Bied bij het opstaan je bed je spijtbetuigingen aan. Omdat het ook dit keer je slechte slaap een onderdak had te geven, je lichaamsgewicht aan nare en onbillijke dromen had te dragen.

Dank het omdat het je met die dromen toeliet om veilig op een matras te landen.

Beloof het voor vanavond liefde, overwegend, nauwelijks doorwegende liefde.


2.

Excuseer bij het ontbijt, voor je eerste hap, het brood: dat je het zomaar en brutaal doorslikken moet, het is de haast nietwaar.

Wees niet nalatig: vergeet de kruimels niet. Wees genadig: geef ze een kans tot een tweede leven. Schud het tafellaken uit het raam uit.

Briesjes en vogels zullen die kruimels graag zien komen.

Daar zijn ze al.


3.

Verschoon op het werk je loyale aanwezigheid.

Praat je ijver en werklust aan je collega’s goed – hoe zuur ze er ook bij staan te kijken.

Vraag hen om gratie en leg je neer bij hun koffiepauzes, hun roddels en hun mêlee.


4.

Zie door de vingers dat het op het middaguur regent.

Bij een toevallige opklaring vergoelijk je tegenover een zonnestraal dat je haar ongevraagd in je hoofd durft binnenhalen.


5.

Verdedig de chaos op het einde van je werkdag en doe naarstig aan overuren. Je trein zal je toch niet meer halen. Niemand die je mist.

Tenzij je eenzaamheid en die hou je altijd op zak.


6.

’s Avonds vraag je aan de avond je misschattingen te vergeven.

Dat je je weer van dag hebt vergist.

Dat het vandaag op geen enkel moment ‘nu’ was maar tiksgewijs straks-straks, straks-straks.


7.

Maar niet getreurd, avond, heel de tijd dat je duurt, mag je avond blijven.

Dat het voor altijd avond mag blijven en dat je je nergens nog voor iets hoeft te rechtvaardigen.

Wees volop het donker dat gestaag aan het worden is en dat zich als wijn doet smaken.


8.

Verontschuldig je verlangen om het gemis, de vervullingen die het steeds weer, onomkeerbaar moet ontberen.

Wijn moet het goedmaken en wijn vult zelf je glas voor de hoeveelste keer bij.


9.

Het is laat. Zwenk naar bed, zonder je bed in de ogen te durven kijken, met berouw om wat je het vanmorgen beloofde, het deed geloven.



© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




donderdag 20 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over de kern van de catastrofe' - Alain Delmotte

Commentaar bij ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe’

Kort na zijn dood verschenen van E.M. Cioran (1911-1995) postuum nog enkele geschriften. Zo onder meer ‘Anthologie du portrait’ waarin een virtuoze inleiding van Cioran (in stilistisch prima conditie) en een verzameling in de loop der jaren genoteerde gesprekken onder de titel ‘Entretiens’- ‘Gesprekken’.

In deze vraaggesprekken had Cioran het vaak over ‘een komende catastrofe’. Je vraagt je voortdurend af over welke catastrofe hij het heeft. De atoombom, de derde wereldoorlog, nieuwe totalitaire regimes? De klimaatveranderingen en wat daarmee samenhangt?

Dat laatste zal het niet zijn: in Ciorans topjaren was het niet meteen een ‘hot item’. In mijn ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe’ speelt de op ons afkomende ecologische drama’s tussen de regels wel een rol. Voor die drama’s zijn we in min of meerdere mate medeverantwoordelijk en dus niet meteen vrij te pleiten. Bijvoorbeeld door onze manier waarop we ondoordacht blijven consumeren. In dit leerdicht dik ik dat met het nodige sarcasme tot een schuldgevoel aan. Ik denk dat we best wel mogen aanvoelen dat we met een slecht geweten moeten zitten.

Maar er is meer aan de hand. Wie Cioran wat kent, weet dat met ‘catastrofe’ eerder iets van ‘mystieke’, ‘metafysische’ en ‘ontologische’ aard wordt bedoeld. Pas laat in de reeks interviews is er iemand die aan Cioran vraagt wat voor catastrofe hij eigenlijk voor ogen heeft. Cioran aarzelt en zegt dan: ’On ne peut plus être seul’. ‘Men kan niet meer alleen zijn.’ De interviewer gaat er niet verder op in. Het is me dan ook niet echt duidelijk wat Cioran wil aangeven.

Bedoelt hij dat ‘afzondering’ niet meer mogelijk is? Omdat de ruimte voor die spirituele (?) afzondering nergens nog te vinden is? Of bedoelt hij dat we niet meer over de innerlijke durf en kracht beschikken om die afzondering aan te kunnen?

Wat ik hieruit voor mezelf concludeer is dat voor Cioran – in Westerse zin - ‘het menselijke’ en ‘het menselijke zelf’ is aangetast, geërodeerd.

De ‘catastrofe’ heeft iets maken met het begrip ‘zijn’, met een gebrekkig geworden ‘zijn’: het ontologische failliet waarbinnen we ons bevinden, herleid het menselijk wezen tot een statistisch wezen. De catastrofe is die van het menselijk bestaan zelf. We zijn onwetend geworden over ‘het zijn’.

We worden meer en meer gereduceerd tot enkel ‘omhulsel’: onze kwetsbaarheid wordt weggecijferd. Voor poëzie is die kwetsbaarheid levensnoodzakelijk: het is de bron van haar taal, van onze talen. En zie: de taal wordt continu in haar binnenste geraakt. Het gevaar dreigt dat we niet meer in staat zullen zijn om volmondig te spreken, enkel nog om wat na te bauwen. Voor het gedicht zal dit wel de kern van de catastrofe zijn.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




woensdag 19 juni 2019

Leerdicht over de kern van de catastrofe - Alain Delmotte

Leerdicht over de kern van de catastrofe

1.

De catastrofe neemt haar tijd, ze neemt je langzaam in beslag met tijd. Van je geboorte tot je dood, de catastrofe heeft alle tijd.

Daag je haar uit, je bekoopt het met een nog grotere catastrofe. Laat haar liever betijen, laat haar haar beloop, bemoei je er niet mee.

Wees blind: zo laat de catastrofe haar niet zien.

Overleg kan haar gestolen worden. Redevoering noch pamflet kan haar verjagen. Ze vond haar onderkomen in het woord. Ze belemmert je het vrije woord: het gegeven woord is de kern van elke catastrofe.


2.

Je kunt haar alles toevertrouwen: op een venijnige manier houdt ze het geheim. Ze is jouw geheim. Ze zwijgt en wat ze zwijgt is jouw reuma van de dag.

Al denk je daar anders over: je bent haar stoutmoedigste atout. Je hulpeloosheid is haar sterkte: voor jou wordt ze daarmee onoverkomelijk. Haar kiespijn doet je kniezen.


3.

Haar einddoel is de inertie. Waarvan je vermoedt dat ze tot lang na je dood blijft duren. Haar einddoel is jouw inertie.

4.

Vraag je kinderen, je kleinkinderen naar de kern van de catastrofe: rampzalig want zonder aarzelen wijzen ze jou aan – het is hun zekerheid.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




dinsdag 29 januari 2019

Meer dan menens

Komende donderdag 31/1/2019 start met Gedichtendag alweer een flinkgevulde Poëzieweek. Op de Poëzieweek-site vind je daar alles over. Uiteraard laat ook de redactie van 'de Schaal van Digther' zich daarbij hier en daar niet onbetuigd.

Hieronder een Facebook-bericht van Alain Delmotte waaruit nog 's blijkt dat de poëzie hem "meer dan menens" blijft. Alain leest op Gedichtendag in Oudenaarde en op zondag 3 februari 2019 leest hij tijdens "Poëzie en orgel bij Bruegel" om 16:00 uur in de Gentse Sint-Stefanuskerk drie gedichten rond het gegeven Breugel. Ook zijn geliefde mede-compagnon-de-route Herlinda Vekemans, eveneens Digther-redactielid, leest tijdens dit concert poëzie samen met naast Alain ook Mark Van Tongele en Peter Theunynck. Organist is Paul De Maeyer.

Ook op Gedichtendag leest onze Digtherlijke stem uit Oostende Frank Decerf tijdens "Negen genegen dichters" poëzie in de Antwerpse Hopsack. Vergezellen hem daar op het podium:
Fatena Al Ghorra, Ruth Lasters, Anne Meerbergen, Leen Pil, Bert Bevers, Frans August Brocatus en René Hooyberghs. Presentatie is in handen Roger Nupie, piano is er van Marc Clement.

Digther-adept Paul Rigolle, van zijn kant, recent nog te gast op Toast-Literair op de Vuurtorenwijk in Oostende, leidt op zaterdag 23 februari 2019 om 20:00 u. in de Harelbeekse Bib 'De zee is een zij' de nieuwe bundel van Jan Van Meenen in. Uit die bundel vind je hier in de komende weken een kleine voorpublicatie.

Hugo Verstraeten, man van het allereerste Digther-uur kondigt met 'Grimlach' eindelijk en na lange tijd nog 's een nieuwe dichtbundel aan. Het wordt, alleen daarom al, een lente om naar uit te kijken!

Extern:
Poëzieweek
Gedichtendag in Oudenaarde met Alain Delmotte
Poëzie en orgel bij Bruegel
Poëzie en orgel bij Bruegel-Facebook-bericht
Voorstelling 'De Zee is een zij' van Jan Van Meenen
Negen genegen dichters in Den Hopsack





DE POËZIEWEEK - Alain Delmotte
De klimaatveranderingen, de eco-drama’s die op ons afkomen zijn belangrijker (want verontrustend) dan de poëzie. Da’s zeker. Maar voor mij is poëzie op sommige dagen van extreem levensbelang. Poëzie is mij menens! Dus de poëzieweek mag er ook zijn en de kritiek erop neem ik erbij.

Ik had de voorbije weken de handen vol met twee komende activiteiten die ik hier al aankondigde.

Ik heb een lezing in Oudenaarde op donderdag 31/01. Ik lees er acht, niet eerder gepubliceerde gedichten voor. Onder meer mijn ‘LEERDICHT OVER HET WOORD ‘MEREL’ EN DE MEREL ZELF’ waarvan ik een paar fragmenten al eerder op facebook vrijgaf. Het gedicht lijkt af en ik zal het in een mooie vormgeving voor een peulschil te koop aanbieden. Zoals ik dat vaak doe. Daarna plaats ik het integraal op facebook.

Ik neem op zondag 3/02 deel aan hun het orgelconcert rond het gegeven Bruegel. Ik lees er drie gedichten voor. Van de ‘Misanthroop’ (bij een werk van Bruegel) liet ik al iets horen. Verder breng ik een ‘LEERDICHT OVER ERGENS BINNENKOMEN’. Alsook een wat herwerkte en uitgebreide versie van ‘POSTUUM -Warhoofds notities vanuit de hel’, een tekst die eerder in ‘Warhoofds gekkenwerk’ verscheen. De andere dichters zijn: Herlinda Vekemans (mij zeer vertrouwd en genegen), Peter Theunynck en Mark Van Tongele.

De wereld zal er bij die twee lezingen niet beter van worden. Maar misschien voor de toehoorders voor een paar minuten leefbaarder.


Poëzie en orgel bij Bruegel.



woensdag 28 november 2018

Ode aan de vrije geest - VWS-prijs voor Kristien Dieltiens

Zondag laatst werd in 'Het Beernem van al onze plaatsen', Jaarwerk MMXVIII het vierde jaarboek van de VWS voorgesteld. In een gemoedelijke en af en toe ontroerende voorstelling werd de publicatie van het nieuwe jaarboek ook dit jaar weer gekoppeld aan de uitreiking van de VWS-prijs. Deze prijs bekroont een literator uit de Provincie West-Vlaanderen of een schrijver die er zijn roots heeft. De prijs kan zowel een erkenning zijn voor het gehele werk van een auteur of voor een aantal werken. Dit jaar ging de eer naar de Beernemse auteur Kristien Dieltiens. En terecht! De weg die auteur en plastisch kunstenaar Dieltiens intussen heeft afgelegd oogt ronduit imposant.

Jet Marchau die in "Ode aan de vrije geest", haar bijdrage aan het jaarboek, op een
Jet Marchau
Kurt Van Eeghem
intense manier ingaat op het werk van de auteur lichtte ook zondag de positie van Dieltiens in het Vlaamse literaire landschap even toe en praatte de voormiddag aan elkaar.  Schepen van cultuur Gijs Degrande (NVA) bracht in zijn welkomstwoord een beeld van zijn gemeente door de jaren heen. Hij stond, vertrekkend vanuit de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, stil bij de figuren van de Oedelemse schrijvers Norbert Edgard Fonteyne en Marcel Matthijs, om ten slotte de laureaat en dorpsgenote Kristien Dieltiens te bedanken voor haar literaire prestaties. Als lezer en boekenworm vertelde hij het publiek dat hij zich dankzij haar werk vaak weer een achtjarige ridder voelt. Zijn speech kan hier via dit open Facebook-bericht nagelezen worden.
Daarop verduidelijkte Koen d'Haene de werking van de VWS ("Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) en nam meteen ook een fikse duik in "Jaarwerk MMXVIII", het nieuwe en alweer vierde jaarboek van de vereniging. Het boek bevat bijdragen over ondermeer Maud Vanhauwaert (door Alain Delmotte), Kristien Dieltiens, Fernand Bonneure, Marcel Matthijs (door Paul Rigolle), T(h)omas Blondeau, Colard Mansion en Rita Ghesquière.

Voor Kurt Van Eeghem die voor het jaarboek een mooie gastbijdrage over zijn jeugd in Heist-aan-zee leverde, waren de welkomstwoorden van Gijs Degrande het vertrekpunt om op zijn beurt een aantal badinerende gedachten op te hangen aan de culturele en sociale toestand in het Vlaanderen van vandaag. Hij raakte meer dan eens een gevoelige snaar. De zelfvoldaanheid en het dédain waarmee de rijke Vlaming ("met SUV op de oprit") tegenwoordig zijn geschiedenis en de armoede van de vroege jaren 1900 vergeet, noemde hij een typisch "nouveau-riche-attitude". Ook het feit dat de Vlaming tegenwoordig moeiteloos voorbijgaat aan het feit dat wij in oorsprong - zoals het geval in de Groote Oorlog toen wij maar wat graag in Nederland werden opgevangen - allen vluchtelingen zijn, werd door hem badinerend en niet zonder ironie over de hekel gehaald.
Jooris Van Hulle, Renaat Ramon
en Kristien Dieltiens
Een bevlogen en geheel en al geïmproviseerde toespraak was het, zoals alleen Kurt Van Eeghem die kan houden. Ook hij heeft een lange weg afgelegd sinds hij als tengere jongen met een mandje vol papieren bloemen over het strand van Heist-aan-zee liep. Na de uitreiking van de VWS-prijs, alweer een heel mooi abstract marmertje van de hand van Renaat Ramon en het zeer persoonlijke dankwoord van Kristien Dieltiens volgde nog een ontroerend moment toen de auteur 'Spelende kinderen' (een beeld uit de Spaanse burgeroorlog), een schilderij van haar,  mocht uitreiken aan de winnaar van de actie 'Maithili en het onderzoek naar DIPG', een zeer zeldzame vorm van hersenstamkanker die voorkomt bij kinderen. 
Tot slot bood het gemeentebestuur van Beernem-Oedelem de aanwezigen in de fonkelnieuwe Beernemse Bib een gezellige receptie aan.

Tijdens de voorstelling van het jaarboek en de prijsuitreiking zorgde Focus-Wtv voor beelden die hieronder bekeken kunnen worden. Waarvoor dank.



"JAARWERK MMXVIII" is een uitgave van Scriptomanen en kan aldaar of op het secretariaaat van de VWS worden verkregen!
De volledige inhoudstafel kan via deze Schaal van Digther-link worden nagekeken.

(Paul Rigolle)



maandag 12 november 2018

Wat eerst nog duister was

Wat eerst nog duister was wordt door
de ochtend blootgelegd. Een kwast
met scheerschuim in de hand die
over het gezicht beweegt. Mes met
scherpe kant, van de durf gaat alles uit
voor wie zichzelf in de ogen kijkt.

Wat je van de dag verwacht raakt al vroeg,
glad en helder uitgeklaard. Is het zilver of
is het zink? Folie van tin die weerkaatst wat in
het hoofd bestaat? Migraties en bedragen,
agenda's en vertier, slotsommen
wachten jouw mensen op. Eén van hen

te zijn! In maat- of narrenpak. Identikit!
Er is geen soelaas, geen lievemoederen aan.
Je rijdt de wereld in, brengt dingen thuis
en wie men - oog van haarwild - in jou herkent
lijkt maar zelden op hij die elke morgen verknipt
en gladgeschoren in een spiegel staat.


© Paul Rigolle


(Uit ‘Het tomeloze totaal van de dag’, typoscript in wording.)

dinsdag 2 oktober 2018

5 wilgentakjes II - Frank Decerf


























Hier groeit de tederheid
op droge broze ondergrond.
Zacht uitgedrukt de contouren
van een goed gevoel voor dat de zon
met licht het hout verschroeit.

Hier wacht de breekbaarheid op onbegrip
en radeloze energie, op eindeloze destructie.
Maar nu en hier telt enkel nog de stilte en sereniteit.
Waar geen wilg is
is geen tak, geen kat…


© Frank Decerf

Naar een werk van Werner Watty

maandag 1 oktober 2018

rood & blauw - Frank Decerf

 'rood & blauw' - 80cm x 40cm - Werner Watty
















De spanning is de tengerheid zelve
en hoelang de druk nog uit te houden is weet (n)iemand.
Waar broze mensenhanden regels oplegden
treft nu de desolaatheid een sterkte in symmetrie.

Geen vlag zal voor eeuwig kleurloos blijven.
Zelfs tot een wollen draad gedraaid
is de herkomst ontegensprekelijk meetbaar.
Signalen landen geruisloos veilig op ons netvlies…


© Frank Decerf

Naar een werk van Werner Watty


 

zondag 30 september 2018

net niet - Frank Decerf















Uitgestrekt de schaduwlijnen
die de dans verbergen en verbreken.
De droogte zelf houdt stand en licht
en keert zich tegen wat nooit meer groen zal zijn.

In de nerven van het blad is de boodschap
al lang een reis naar ergens begonnen.
Net niet kunnen zijn wat anderen voorspellen
is ook een deugd…


© Frank Decerf

Naar een werk van Werner Watty