we voelden aan het marmer van een Romeinse godin
we bespiedden elkaars gebaren, stralend,
raakten verstrengeld aan de fontein
jouw thuis was een portaal, een bel
op de tast vond ik steeds de weg
langs geparkeerde auto’s en onze koffiebar
Mijn nachten dreven ons uit elkaar
jaren nadien keerde ik terug naar het plein
ik wist wat ik zocht, het wende nooit
© Stijn De Man
zondag 31 mei 2020
vrijdag 29 mei 2020
maak de som van je huiselijk geluk - Anne Meerbergen
maak de som van je huiselijk geluk
neem evenveel eieren
denk aan je geliefden en breek ze
onverbiddelijk geel en wit gescheiden
troost het eiwit met een snuifje zout
zoek je zwartste chocolade
25 gram bitter geluk per persoon
laat smelten en wiegen die heupen
zie de dooiers in het donker glijden
wees kordaat en meng maar
paai met gembersnippers
pense à ta mère
bats les blancs en neige
verenig licht en donker
giet in je mooiste kommen
vertrouw alles aan de koelte toe
neem een stoel en waak
een nacht is lang
© Anne Meerbergen
neem evenveel eieren
denk aan je geliefden en breek ze
onverbiddelijk geel en wit gescheiden
troost het eiwit met een snuifje zout
zoek je zwartste chocolade
25 gram bitter geluk per persoon
laat smelten en wiegen die heupen
zie de dooiers in het donker glijden
wees kordaat en meng maar
paai met gembersnippers
pense à ta mère
bats les blancs en neige
verenig licht en donker
giet in je mooiste kommen
vertrouw alles aan de koelte toe
neem een stoel en waak
een nacht is lang
© Anne Meerbergen
Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes. Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes. Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.
donderdag 28 mei 2020
soms hoop ik dat jij er niet bent - Anne Meerbergen
voor Raphaël De Bois
soms hoop ik dat jij er niet bent
dat het eten nog niet klaar staat
en ik niets van je hoor, geen bereik
dat ik het aangekoekte ontbijt en de leegte
van een drukke dag wegspoel, de messen
lepels en bekers een voor een verdrink
m’n handen en randen weer eigen maak
daarna groenten stoof en soep kook
en dat jij heel laat thuiskomt met blinkeringen
in je ogen en verfvegen op je kleren, je wang en hand
en dat we samen vergaan van de honger en alle ongemak
en dat ik weet dat het doek ginder langzaam droogt
dat jij het zinloze met kwast en verf hebt uitgeveegd
© Anne Meerbergen
soms hoop ik dat jij er niet bent
dat het eten nog niet klaar staat
en ik niets van je hoor, geen bereik
dat ik het aangekoekte ontbijt en de leegte
van een drukke dag wegspoel, de messen
lepels en bekers een voor een verdrink
m’n handen en randen weer eigen maak
daarna groenten stoof en soep kook
en dat jij heel laat thuiskomt met blinkeringen
in je ogen en verfvegen op je kleren, je wang en hand
en dat we samen vergaan van de honger en alle ongemak
en dat ik weet dat het doek ginder langzaam droogt
dat jij het zinloze met kwast en verf hebt uitgeveegd
© Anne Meerbergen
Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes. Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes. Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.
woensdag 27 mei 2020
De slaper - Anne Meerbergen
je slaapt, onder mijn vingers
vertrouwde huid, wij
tegenliggers van flanel
zoeken elkaars kanten
midden in de twijfelaar
schuiven naar onze randen
in de nacht blindelings
raad ik je wimpers
je raakt me met gesloten ogen
© Anne Meerbergen
Gedicht bij het gelijknamige werk van kunstenaar Raphaël De Bois, de man van Anne Meerbergen.
Het beeld 'De Slaper' en het gedicht zijn te zien in het park IJzerenberg te Winksele bij Leuven. Zie www.ijzerenberg.be voor de openingsuren van het park.
Anne Meerbergen debuteerde in 2018 bij Uitgeverij P. met de bundel 'Aanmoederen'.
In september 2020 verschijnt eveneens bij Uitgeverij P 'Zeezuchten', 25 gedichten bij foto's van Eddy Verloes. Nog in het najaar staat er een tentoonstelling met gedichten van Anne Meerbergen in de steigers bij werk van kunstenaar Paul J.J. Michiels.
woensdag 20 mei 2020
Jongens van achttien - Frank Van Den Houte
Guido Gezelle in Roeselare
hij loopt het belfort uit, de Zuidstraat in
klemt in zijn frêle arm een tas vol talen
de lokken op zijn alchemistenhoofd
verbergen nog het borrelen van woorden
en ook een Britse missionarisdroom
dit vult zijn brein wanneer hij jaren later
die weg aflegt met een soutane aan
om in de school van toen weer thuis te komen
zijn oude jasje hangt nog op de haak
hij lacht en legt er zijn kazuifel over
en hij is weer een jongen van achttien
zo oud als zij die hem vandaag bezoeken:
Gustaaf, de Karels, Hugo en Eugeen
om urenlang vol vuur en blij te praten
terwijl hij het brevier der vriendschap leest
© Frank Van Den Houte
hij loopt het belfort uit, de Zuidstraat in
klemt in zijn frêle arm een tas vol talen
de lokken op zijn alchemistenhoofd
verbergen nog het borrelen van woorden
en ook een Britse missionarisdroom
dit vult zijn brein wanneer hij jaren later
die weg aflegt met een soutane aan
om in de school van toen weer thuis te komen
zijn oude jasje hangt nog op de haak
hij lacht en legt er zijn kazuifel over
en hij is weer een jongen van achttien
zo oud als zij die hem vandaag bezoeken:
Gustaaf, de Karels, Hugo en Eugeen
om urenlang vol vuur en blij te praten
terwijl hij het brevier der vriendschap leest
© Frank Van Den Houte
zondag 17 mei 2020
Vingers - Twan Vet
Er huisden vuisten in de vingers – Menno Wigman
Van vuisten kun je vingers maken zegt het kind.
Met vingers raak je alles aan. Met vingers hou je
handen vast. Met vingers weet je dat je echt bestaat.
Van vingers kun je vuisten maken zegt de man.
Met vuisten sla je om je heen. Met vuisten bal je
door de dag. Met vuisten zou je haast vergeten
dat je ooit eens vingers had.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
Van vuisten kun je vingers maken zegt het kind.
Met vingers raak je alles aan. Met vingers hou je
handen vast. Met vingers weet je dat je echt bestaat.
Van vingers kun je vuisten maken zegt de man.
Met vuisten sla je om je heen. Met vuisten bal je
door de dag. Met vuisten zou je haast vergeten
dat je ooit eens vingers had.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
![]() | ||
| www.twanvet.nl |
zaterdag 16 mei 2020
Schrödingers schat - Twan Vet
Onze liefde is een krolse, vuurrode kater en alles kan nog:
kussen achter kinderwagens, bijna sterven van verdriet,
je houdt van mij en ook weer niet.
Alles is nog even niets en andersom.
Filosofen lopen vast, dichters stappen van
de brug, wetenschappers nemen woorden terug
door ons experiment dat liefde heet.
Onze liefde is een godenlichaam
én een lijk. En wij,
wij zijn dood en levend tegelijk
tot ik je in de ogen kijk.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
kussen achter kinderwagens, bijna sterven van verdriet,
je houdt van mij en ook weer niet.
Alles is nog even niets en andersom.
Filosofen lopen vast, dichters stappen van
de brug, wetenschappers nemen woorden terug
door ons experiment dat liefde heet.
Onze liefde is een godenlichaam
én een lijk. En wij,
wij zijn dood en levend tegelijk
tot ik je in de ogen kijk.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
![]() | ||
| www.twanvet.nl |
vrijdag 15 mei 2020
Apocalyps - Twan Vet
We zullen de wereld proper achterlaten als we vergaan – Dimitri Verhulst
Na jaren zwoegen kregen we het voor elkaar:
de aarde op, de mensen moe, het sterrenstelsel
op de schop. En het heelal keek rustig toe, wachtte af
tot wij stopten met bestaan –
niet morgen, dan vandaag.
En alles wat ons restte: tijd. Lege uren
om te denken wat we deden, wilden doen.
Niemand dacht aan wat er kwam, want
hoe denk je aan niets?
Maar toen: geen paniek. Integendeel.
De buurman harkte – voor het eerst in jaren –
zijn tuintje netjes bij elkaar. Iemand hing het
bordje met de straatnaam recht. Auto’s werden
kaarsrecht in parkeervakken gezet.
Gevels werden schoongespoten,
schuurtjes werden opgeruimd,
vuilniszakken stonden aan de straat.
En zo werden we, alles netjes en aan kant,
weggevaagd.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
Na jaren zwoegen kregen we het voor elkaar:
de aarde op, de mensen moe, het sterrenstelsel
op de schop. En het heelal keek rustig toe, wachtte af
tot wij stopten met bestaan –
niet morgen, dan vandaag.
En alles wat ons restte: tijd. Lege uren
om te denken wat we deden, wilden doen.
Niemand dacht aan wat er kwam, want
hoe denk je aan niets?
Maar toen: geen paniek. Integendeel.
De buurman harkte – voor het eerst in jaren –
zijn tuintje netjes bij elkaar. Iemand hing het
bordje met de straatnaam recht. Auto’s werden
kaarsrecht in parkeervakken gezet.
Gevels werden schoongespoten,
schuurtjes werden opgeruimd,
vuilniszakken stonden aan de straat.
En zo werden we, alles netjes en aan kant,
weggevaagd.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
![]() | ||
| www.twanvet.nl |
donderdag 14 mei 2020
Inspiratiespotten - Twan Vet
Kijk, daar vliegt wat oud verdriet en
in die hoge boom bouwt de weemoed
langzaam maar gestaag een stevig nest.
De dood komt ’s nachts pas uit een scheur
of spleet, vliegt achteruit de wereld in en
zingt een lied dat niemand kent.
En nu, de lente, trekt een zwerm van
liefde door het firmament.
Ik lig in het hoge gras en wacht wat af.
Een oude verrekijker siert mijn borst
en in mijn hand papier en pen.
Ik zoek naar iets wat ik niet ken.
Ik turf al uren wat een ander ook al
hoorde, zag – zo gaat de dag voorbij.
Maar zie: daar breekt ineens met luid
gekrijs het geluk al uit het eerste ei.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
in die hoge boom bouwt de weemoed
langzaam maar gestaag een stevig nest.
De dood komt ’s nachts pas uit een scheur
of spleet, vliegt achteruit de wereld in en
zingt een lied dat niemand kent.
En nu, de lente, trekt een zwerm van
liefde door het firmament.
Ik lig in het hoge gras en wacht wat af.
Een oude verrekijker siert mijn borst
en in mijn hand papier en pen.
Ik zoek naar iets wat ik niet ken.
Ik turf al uren wat een ander ook al
hoorde, zag – zo gaat de dag voorbij.
Maar zie: daar breekt ineens met luid
gekrijs het geluk al uit het eerste ei.
© Twan Vet
Twan Vet (°1998) is dichter, tekstschrijver en muzikant. Met het gedicht 'Ceci n'est pas une pipe', bereikte hij heel recent de top 100 van de Gedichtenwedstrijd. Stond in 2019 op het podium tijdens 'de Nacht van de Literatuur' in zijn thuisstad Amersfoort.
Alle info: https://www.twanvet.nl
![]() | ||
| www.twanvet.nl |
vrijdag 8 mei 2020
Afasie - René Hooyberghs
Weifelend baant het woord zich een weg
langs het tumultueuze struikelpad van zelfcensuur.
Het heeft nood aan een gids, een herder:
een mol wroet zich gejaagd een uitweg.
Tsunami, ja, tsunami. Bekoorlijk als een Oosterse
maîtresse klinkt het, ma tsu m’amie,
of verraderlijk als een ziekte: fluister maar eens het
zoete woord afasie. Kruiperig als een amfibie,
dreigend als een invasie. Tsunami, daarin werd ik verwekt.
Laag na laag heb ik de macht gegrepen, mezelf
tot Zeus gekroond, op het schild geheven
het luchtledige hoofd een schrijn van ijdelheid.
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
langs het tumultueuze struikelpad van zelfcensuur.
Het heeft nood aan een gids, een herder:
een mol wroet zich gejaagd een uitweg.
Tsunami, ja, tsunami. Bekoorlijk als een Oosterse
maîtresse klinkt het, ma tsu m’amie,
of verraderlijk als een ziekte: fluister maar eens het
zoete woord afasie. Kruiperig als een amfibie,
dreigend als een invasie. Tsunami, daarin werd ik verwekt.
Laag na laag heb ik de macht gegrepen, mezelf
tot Zeus gekroond, op het schild geheven
het luchtledige hoofd een schrijn van ijdelheid.
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
donderdag 7 mei 2020
Haartooi - René Hooyberghs
Triomf van haar vel
vlekkeloos zwart
gespannen, het matte van kaviaar,
Jukbenen hoog geheven:
hier is zij zij en jij maar jij, zo zeker
van haar schoonheid,
zo ongenaakbaar mooi. En dan
de haartooi van gevlochten parels,
het eindeloos geduld van kapster
en gekapte, samenzwering tussen
bruid uit Dakar en heel haar continent.
Wie durft haar weerstaan, wie?
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
vlekkeloos zwart
gespannen, het matte van kaviaar,
Jukbenen hoog geheven:
hier is zij zij en jij maar jij, zo zeker
van haar schoonheid,
zo ongenaakbaar mooi. En dan
de haartooi van gevlochten parels,
het eindeloos geduld van kapster
en gekapte, samenzwering tussen
bruid uit Dakar en heel haar continent.
Wie durft haar weerstaan, wie?
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
woensdag 6 mei 2020
Een dageraad – René Hooyberghs
Het pleintje zont, het is zondagochtend
en de hitte is voor later.
De eerste marktkramers komen
en luiden de muziek van hun metalen
geraamten: een pleintje vol Stockhausen.
Drie straatvegers ontbijten op de bank,
een fleurig trio gehuld in het stadsuniform
van Van Beirendonck, hun blikken
veegkarretje vol verwachting. Een meisje jogt,
een buikige fietser in tricolore shirt wacht
op zijn maatje (straks komt de Koninck).
Kim Jong-un schudt de hand van Trump.
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
en de hitte is voor later.
De eerste marktkramers komen
en luiden de muziek van hun metalen
geraamten: een pleintje vol Stockhausen.
Drie straatvegers ontbijten op de bank,
een fleurig trio gehuld in het stadsuniform
van Van Beirendonck, hun blikken
veegkarretje vol verwachting. Een meisje jogt,
een buikige fietser in tricolore shirt wacht
op zijn maatje (straks komt de Koninck).
Kim Jong-un schudt de hand van Trump.
© René Hooyberghs
Uit ‘Het buikje van de kikker’, de vijfde dichtbundel van René Hooyberghs.
De bundel is pas recent verschenen bij uitgeverij C. de Vries-Brouwers.
Vanwege fel om zich heen grijpend Corona-oponthoud publiceert
‘De Schaal van Digther’ alsnog drie gedichten uit deze knappe bundel.
Een Digther-recensie verschijnt wellicht later. (P.R.)
dinsdag 5 mei 2020
Vierentwintig levensvragen in Coronatijd – Hendrik Carette
Wie een tijger berijdt is bang om af te stappen.
(Chinees spreekwoord)
- Wie was er eerst op deze aarde: Was het de Boeddha of was het Zarathoestra?
- Waren de Catharen in Occitanië zuivere christenen of waren het echte ketters?
- Hoe tragisch was het laatste levensjaar van Marguerite Yourcenar?
- Hoe vangt een zwarte kat een bruine rat?
- Hoe lang duren de witte nachten in St. Petersburg?
- Hoeveel vrijmetselaars zouden er nu leven in Japan en in China?
- Was de Brusselse vrouw Bloemardinne echt de dichteres Hadewijch?
- Hoeveel moedige eenzame Vlamingen dolen rond in Patagonië?
- Hoeveel Duitse U-boten liggen als wrakken op de bodems van de zeven zeeën?
- Was de Indiase politicus Mahatma Gandhi soms geen nationalist?
- Wie kan aan een heldere nachtelijke sterrenhemel de kometen en de sterren tellen?
- Wat was de ware reden voor de verbanning van Publius Ovidius Naso?
- Hoe groot is de aantrekkingskracht van een zwart gat in de kosmos?
- Hoe blauw is de Blauwe vinvis in een blauwe zee van onze blauwe planeet?
- Wat is de machtige symboliek van de witte walvis of Moby-Dick?
- Waren de laatste Neanderthalers niet onze eerste voorouders?
- Wanneer kan ik terug naar de Cotentin in Normandië?
- Wie kent de taal van de potvis die communiceert met zijn lot- en soortgenoten?
- Wie verklaart het onbegrip en de misverstanden in onze samenlevingen?
- Wat was de belangrijkste filosofische bedenking van Ludwig Wittgenstein?
- Wie luistert naar de vervaarlijke composities van Edgar Varèse?
- Wanneer begint het einde der tijden?
- Willen de heiligen en de helden nu opstaan?
- Waarom nog langer zwijgen?
© Hendrik Carette
Schaarbeek, 1-9 april 2020
(Chinees spreekwoord)
- Wie was er eerst op deze aarde: Was het de Boeddha of was het Zarathoestra?
- Waren de Catharen in Occitanië zuivere christenen of waren het echte ketters?
- Hoe tragisch was het laatste levensjaar van Marguerite Yourcenar?
- Hoe vangt een zwarte kat een bruine rat?
- Hoe lang duren de witte nachten in St. Petersburg?
- Hoeveel vrijmetselaars zouden er nu leven in Japan en in China?
- Was de Brusselse vrouw Bloemardinne echt de dichteres Hadewijch?
- Hoeveel moedige eenzame Vlamingen dolen rond in Patagonië?
- Hoeveel Duitse U-boten liggen als wrakken op de bodems van de zeven zeeën?
- Was de Indiase politicus Mahatma Gandhi soms geen nationalist?
- Wie kan aan een heldere nachtelijke sterrenhemel de kometen en de sterren tellen?
- Wat was de ware reden voor de verbanning van Publius Ovidius Naso?
- Hoe groot is de aantrekkingskracht van een zwart gat in de kosmos?
- Hoe blauw is de Blauwe vinvis in een blauwe zee van onze blauwe planeet?
- Wat is de machtige symboliek van de witte walvis of Moby-Dick?
- Waren de laatste Neanderthalers niet onze eerste voorouders?
- Wanneer kan ik terug naar de Cotentin in Normandië?
- Wie kent de taal van de potvis die communiceert met zijn lot- en soortgenoten?
- Wie verklaart het onbegrip en de misverstanden in onze samenlevingen?
- Wat was de belangrijkste filosofische bedenking van Ludwig Wittgenstein?
- Wie luistert naar de vervaarlijke composities van Edgar Varèse?
- Wanneer begint het einde der tijden?
- Willen de heiligen en de helden nu opstaan?
- Waarom nog langer zwijgen?
© Hendrik Carette
Schaarbeek, 1-9 april 2020
donderdag 30 april 2020
Het schrift van de Indiaan - Paul Rigolle
Schrijven in tijden van Corona. Een antwoord aan Frans Deschoemaeker.
Dag Frans,
Veel dank voor jouw mooie ansichtkaart 'uit Wortegem-Petegem' van 25 maart 2020 en daarop aansluitend jouw mailbericht van 13 april 2020. In eerste instantie was het mijn bedoeling om hier in de buurt een even mooie landelijke prentbriefkaart op de kop te tikken om er jou – liefhebber en connaisseur van onder meer beschreven rariteiten - in deze donkere en bizarre coronatijden mee te verblijden. Helaas blijkt uit een inderhaast ingesteld particulier onderzoekje van mij dat mijn Bruegheldorp Zwevezele-Wingene, dat men steevast als Breugheldorp pleegt te schrijven, tegenwoordig op de prentbriefkaart-markt enkel de grootte heeft van een grote blinde vlek.
In Pinocchio, de nochtans excellente plaatselijke krantenzaak annex kantoorboek- en speelgoedhandel, bekeek men mij eerder scheef en, zo leek het mij even, met een lange neus, toen ik de vraag stelde. Van die vraag had men niet meteen terug. Het was duidelijk dat ze in jaren niet meer over de toonbank was gekomen. Een toonbank die tegenwoordig keurig en volgens de Corona-regels met plexiglas erg degelijk van het publiek wordt afgeschermd. Betaling kan – zoals wellicht ook bij jullie – enkel nog elektronisch. Voor wie dat wil, zijn er, om de cijfertoetsen te beroeren, wattenstaafjes die na gebruik keurig in een afvalbakje gedeponeerd moeten worden. Uiteraard is er ook geheel en al terecht de obligate spuitbus met ontsmettingsalchohol waarvan iedere klant voor en na het bezoek geacht wordt er oordeelkundig gebruik van te maken. Het zijn, zei ik al, bijzonder vreemde en nooit eerder meegemaakte tijden. Smetvrees neemt het stilaan van ons over. Wellicht betekent dat, dat we – de virologen knikken instemmend - hélemaal op de goeie weg zijn.
Niettemin hoop ik met jou dat we nu toch wel stilaan over de piek van de crisis heen zijn. Ik kreeg laatst nog een bemoedigende uitnodiging vanuit ons vertrouwde Boekenoord in Harelbeke voor de tentoonstelling “Ars Grafica III”. Die zou doorgaan van 5 tot 30 mei 2020. De vernissage op donderdag 7 mei 2020 leek mij een uitstekende gelegenheid om elkaar – al dan niet uitgerust met een mondmasker dat ons helemaal niet past of staat- weer ’s rendez-vous te geven. Temeer ook omdat de toelichting zou worden gegeven door Emiel Hoorne, ere-artistiek docent bij het KASK en een door mij gewaardeerd kunstenaar. Maar jammergenoeg heeft ook het bericht dat de tentoonstelling uiteindelijk toch wordt afgeblazen mij intussen bereikt. Het wordt dus, verstoken van hartverwarmende poëtische en kunstzinnige uitstapjes, stilaan nagelbijten. In ons eigen kot uiteraard – hoe een banale Maggie-uitspraak voor maanden vleugels kan krijgen - en intens hopend op betere en kiemvrijere tijden. Laten we daar samen naar uitkijken! Maar daarbij ook en vooral dankbaar zijn dat niemand uit onze nabije omgeving getroffen is door dit valse vuige virus. Ik zag gisteren een bijzonder imponerende getuigenis van acteur Axel Daeseleire die gelukkig uit zijn kunstmatige coma is ontwaakt en het allemaal nog kan navertellen. Er wacht hem wel een maandenlange revalidatie.
Ondertussen heb ik naar aanleiding van jouw Ansichtkaartje het boek ‘Ansichten’ van de Amerikaanse schrijfster Annie Prouxl dat ik zowat – het lijkt wel eeuwen - twee decennia geleden las, nog ’s uit mijn boekenkast opgediept. Daarin staat, zo herinnerde ik mij, een in mijn geheugen aangestreepte passage over “tumbleweed”, tuimelkruid ook nog stepperoller of amarant genoemd, die mij lief is. Daaruit dit fragmentje:
“De laatste week van oktober: de bonen zaten nog aan de staken, de wind was als een vloedgolf die zich vanuit het westen over de aarde stortte. Het huis stond te schudden op zijn grondvesten. Loyal zat op de rand van zijn bed in het schrift van de Indiaan te schrijven…”
En kijk, laat dit nu net de wens zijn die ik mij in deze Covid-quarantainetijden graag voor ogen hou en waarmee ik dit schrijven wil afronden. Dat ik, en dat ook jij, dat wij in deze barre onuitgegeven periode van onze geschiedenis soelaas mogen blijven vinden om onverdroten en met tussenpozen in het Schrift van de Indiaan te blijven schrijven!
Zeer graag tot een dezer, In Harelbeke of elders, Stay safe! We komen er doorheen!
Paul
Ps. Nog dit: jouw ansichtkaart past perfect in mijn ‘Klare fontein’-notitieboekje dat ik sinds begin dit jaar bij Pinocchio kocht (jawel!) en nu gebruik als alternerend ding voor mijn vroegere Moleskine-boekjes. Daarvan getuigt ook bijgaande foto.
© Paul Rigolle
#demanmetdeleesbril #schrijvenintijdenvanCorona
'Een ansichtkaart uit Wortegem-Petegem aan Paul Rigolle' van Frans Deschoemaeker lees je hier.
Dag Frans,
Veel dank voor jouw mooie ansichtkaart 'uit Wortegem-Petegem' van 25 maart 2020 en daarop aansluitend jouw mailbericht van 13 april 2020. In eerste instantie was het mijn bedoeling om hier in de buurt een even mooie landelijke prentbriefkaart op de kop te tikken om er jou – liefhebber en connaisseur van onder meer beschreven rariteiten - in deze donkere en bizarre coronatijden mee te verblijden. Helaas blijkt uit een inderhaast ingesteld particulier onderzoekje van mij dat mijn Bruegheldorp Zwevezele-Wingene, dat men steevast als Breugheldorp pleegt te schrijven, tegenwoordig op de prentbriefkaart-markt enkel de grootte heeft van een grote blinde vlek.
In Pinocchio, de nochtans excellente plaatselijke krantenzaak annex kantoorboek- en speelgoedhandel, bekeek men mij eerder scheef en, zo leek het mij even, met een lange neus, toen ik de vraag stelde. Van die vraag had men niet meteen terug. Het was duidelijk dat ze in jaren niet meer over de toonbank was gekomen. Een toonbank die tegenwoordig keurig en volgens de Corona-regels met plexiglas erg degelijk van het publiek wordt afgeschermd. Betaling kan – zoals wellicht ook bij jullie – enkel nog elektronisch. Voor wie dat wil, zijn er, om de cijfertoetsen te beroeren, wattenstaafjes die na gebruik keurig in een afvalbakje gedeponeerd moeten worden. Uiteraard is er ook geheel en al terecht de obligate spuitbus met ontsmettingsalchohol waarvan iedere klant voor en na het bezoek geacht wordt er oordeelkundig gebruik van te maken. Het zijn, zei ik al, bijzonder vreemde en nooit eerder meegemaakte tijden. Smetvrees neemt het stilaan van ons over. Wellicht betekent dat, dat we – de virologen knikken instemmend - hélemaal op de goeie weg zijn.
Niettemin hoop ik met jou dat we nu toch wel stilaan over de piek van de crisis heen zijn. Ik kreeg laatst nog een bemoedigende uitnodiging vanuit ons vertrouwde Boekenoord in Harelbeke voor de tentoonstelling “Ars Grafica III”. Die zou doorgaan van 5 tot 30 mei 2020. De vernissage op donderdag 7 mei 2020 leek mij een uitstekende gelegenheid om elkaar – al dan niet uitgerust met een mondmasker dat ons helemaal niet past of staat- weer ’s rendez-vous te geven. Temeer ook omdat de toelichting zou worden gegeven door Emiel Hoorne, ere-artistiek docent bij het KASK en een door mij gewaardeerd kunstenaar. Maar jammergenoeg heeft ook het bericht dat de tentoonstelling uiteindelijk toch wordt afgeblazen mij intussen bereikt. Het wordt dus, verstoken van hartverwarmende poëtische en kunstzinnige uitstapjes, stilaan nagelbijten. In ons eigen kot uiteraard – hoe een banale Maggie-uitspraak voor maanden vleugels kan krijgen - en intens hopend op betere en kiemvrijere tijden. Laten we daar samen naar uitkijken! Maar daarbij ook en vooral dankbaar zijn dat niemand uit onze nabije omgeving getroffen is door dit valse vuige virus. Ik zag gisteren een bijzonder imponerende getuigenis van acteur Axel Daeseleire die gelukkig uit zijn kunstmatige coma is ontwaakt en het allemaal nog kan navertellen. Er wacht hem wel een maandenlange revalidatie.
Ondertussen heb ik naar aanleiding van jouw Ansichtkaartje het boek ‘Ansichten’ van de Amerikaanse schrijfster Annie Prouxl dat ik zowat – het lijkt wel eeuwen - twee decennia geleden las, nog ’s uit mijn boekenkast opgediept. Daarin staat, zo herinnerde ik mij, een in mijn geheugen aangestreepte passage over “tumbleweed”, tuimelkruid ook nog stepperoller of amarant genoemd, die mij lief is. Daaruit dit fragmentje:
“De laatste week van oktober: de bonen zaten nog aan de staken, de wind was als een vloedgolf die zich vanuit het westen over de aarde stortte. Het huis stond te schudden op zijn grondvesten. Loyal zat op de rand van zijn bed in het schrift van de Indiaan te schrijven…”
En kijk, laat dit nu net de wens zijn die ik mij in deze Covid-quarantainetijden graag voor ogen hou en waarmee ik dit schrijven wil afronden. Dat ik, en dat ook jij, dat wij in deze barre onuitgegeven periode van onze geschiedenis soelaas mogen blijven vinden om onverdroten en met tussenpozen in het Schrift van de Indiaan te blijven schrijven!
Zeer graag tot een dezer, In Harelbeke of elders, Stay safe! We komen er doorheen!
Paul
Ps. Nog dit: jouw ansichtkaart past perfect in mijn ‘Klare fontein’-notitieboekje dat ik sinds begin dit jaar bij Pinocchio kocht (jawel!) en nu gebruik als alternerend ding voor mijn vroegere Moleskine-boekjes. Daarvan getuigt ook bijgaande foto.
© Paul Rigolle
#demanmetdeleesbril #schrijvenintijdenvanCorona
'Een ansichtkaart uit Wortegem-Petegem aan Paul Rigolle' van Frans Deschoemaeker lees je hier.
Een ansichtkaart uit Wortegem-Petegem - Frans Deschoemaeker
Schrijven in tijden van Corona. Een ansichtkaart aan Paul Rigolle.
Woensdag 25 maart 2020, in de derde week van de Corona/Covid-19-crisis.
"Groeten uit Wortegem-Petegem met vijf dorpsgezichten uit de deelgemeenten; de Gotstraat te Wortegem, de abdij van Beaulieu te Petegem-aan-de-Schelde, het hoevegebouw van het domein de Ghellinck te Elsegem, het Dombos te Ooike en de Sint-Pietersstoelkerk te Moregem."
Dag Paul,
Ja, we beleven onwezenlijke tijden. Het zal nu gauw oorlog worden, zoude Reve verzucht hebben. Herinner jij je nog dat een paar jaar geleden vanwege de vogelgriep het pluimvee diende opgehokt te worden? Vandaag geldt die ophokplicht niet het pluimvee maar de bevolking zelve (blijf in uw kot!, zoals onze fijnbesnaarde minister van Volksgezondheid verordende). Al die geannuleerde feestjes en evenementen, al die afgesloten microfoons en dichtgedraaide tapkranen, al die niet eens opgebouwde podia, al die opgehokte artiesten en dichters, dat moet toch, na Corona, een ongehoorde uitbraak, een tsunami van nieuwe teksten gaan opleveren! Want nu hebben we volop de tijd, tussen onze vier muren, of uit de wind op ons terras, om te bezinnen, te herbronnen, te schrijven. Of werkt het zo niet? Zelf kreeg ik altijd al de grootste aanvechting tot schrijven als het leven riep, als ik het te druk had met andere dingen, en deksels goed wist dat ik niet de tijd zou vinden om de pen op het papier te krijgen.
Veel mensen schijnen te lijden onder deze gedwongen retraite. Zelf ondervind ik daar weinig last van. De tuin eist zijn rechten op, ik orden mijn archief, ik herschik mijn bibliotheek (om mij na tien minuten te verliezen in een vergeten boek; nu weer De taal der liefde/Lieve jongens. Wie leest Reve nog, behalve in tijden van Corona? Ik. Reve is onze grootste Decadent, en puur stilistisch gezien is dit door sommigen verguisde, maar door mij hoog gewaardeerde, tweeluik hiervan een meesterproef). En ik sleutel verder aan mijn nieuwe dichtbundel, die ik dit jaar nu toch echt tot een goed einde moet zien te brengen.
Een blik in het laboratorium van de dichter. Wat ligt daar momenteel allemaal ter werktafel? Een verhelderende tekst van Jos de Haes over zijn Ardennencyclus Le vieux moulin, een meanderende tekst van Julien Gracq uit zijn Carnets du grand chemin over de Semois, een toeristische brochure over het patrimonium van Gedinne en omstreken, een afschrift van mijn Brief uit het Ardense woud aan kunstbroeder Carette (8 juni 2010), een stuk of wat gedichten van Oscar-Vladislas de Lubicz-Milosz, een wandelkaart van het plateau van Croix Scaille. Wat al panorama’s en vergezichten ontrollen zich hier ter tafel! Alles is in gereedheid gebracht voor de reis rond mijn kot! Dit oordeelkundig samengebracht amalgaam van teksten (ik vergeet nog het essay over Félicien Rops van Huysmans) zou de vonk moeten ontsteken tot een donker gedicht (liever nog een donkere gedichtencyclus) over de grote god Pan. Maar het valt, zoals altijd, af te wachten wat er uiteindelijk uit de alambiek zal opborrelen. Als er überhaupt iets zal opborrelen. Je weet het nooit.
In wezen verandert Corona weinig aan mijn bestaan, dat ook in andere omstandigheden al aspecten van het kluizenaarsbestaan vertoonde. Al blijft het jammer dat ik nu enkel door middel van dat ellendig kleine schermpje de kleinkinderen kan zien, niet de trein kan nemen naar Brussel of op dit eigenste moment niet met Marie-Myriam naar het donkere hart van de provincie Namen kan rijden, en dat de bijeenkomsten van mijn leesgenootschap (gepaard aan nachtelijke conclaven in de bar van het hotel Leopold) tot nader order geannuleerd zijn.
En ja, zo onwezenlijk rustig als op de ansichtkaart liggen er dezer dagen onze Vlaamse Ardennen bij. Geen wielergekte, geen lelijke VIP-tenten, geen landschapsverbouwingen, geen helikopter boven de tuin op Palmzondag! Een rust die historisch (en ecologisch) zal worden genoemd in de annalen. Zelfs mijn dagelijkse autorit naar het kasteeldomein van Elsegem (centrale foto) waar ik mij met de hondjes Pistache en Pollux pleeg te vertreden, is nu tot een niet essentiële verplaatsing verordend, en bijgevolg illegaal.
En natuurlijk blijft het ook jammer dat al onze (vage) afspraken van dit voorjaar in het water gevallen zijn, beste Paul, maar ooit wordt alles weer anders, inmiddels blijven we in ons kot, en verblijf ik met warme groet.
Frans
© Frans Deschoemaeker
Uit: De waterlelies van Montparnasse, een werk in gestadige voortgang.
"Het Schrift van de Indiaan", het antwoord van Paul Rigolle lees je hier.
Woensdag 25 maart 2020, in de derde week van de Corona/Covid-19-crisis.
"Groeten uit Wortegem-Petegem met vijf dorpsgezichten uit de deelgemeenten; de Gotstraat te Wortegem, de abdij van Beaulieu te Petegem-aan-de-Schelde, het hoevegebouw van het domein de Ghellinck te Elsegem, het Dombos te Ooike en de Sint-Pietersstoelkerk te Moregem."
Dag Paul,
Ja, we beleven onwezenlijke tijden. Het zal nu gauw oorlog worden, zoude Reve verzucht hebben. Herinner jij je nog dat een paar jaar geleden vanwege de vogelgriep het pluimvee diende opgehokt te worden? Vandaag geldt die ophokplicht niet het pluimvee maar de bevolking zelve (blijf in uw kot!, zoals onze fijnbesnaarde minister van Volksgezondheid verordende). Al die geannuleerde feestjes en evenementen, al die afgesloten microfoons en dichtgedraaide tapkranen, al die niet eens opgebouwde podia, al die opgehokte artiesten en dichters, dat moet toch, na Corona, een ongehoorde uitbraak, een tsunami van nieuwe teksten gaan opleveren! Want nu hebben we volop de tijd, tussen onze vier muren, of uit de wind op ons terras, om te bezinnen, te herbronnen, te schrijven. Of werkt het zo niet? Zelf kreeg ik altijd al de grootste aanvechting tot schrijven als het leven riep, als ik het te druk had met andere dingen, en deksels goed wist dat ik niet de tijd zou vinden om de pen op het papier te krijgen.
Veel mensen schijnen te lijden onder deze gedwongen retraite. Zelf ondervind ik daar weinig last van. De tuin eist zijn rechten op, ik orden mijn archief, ik herschik mijn bibliotheek (om mij na tien minuten te verliezen in een vergeten boek; nu weer De taal der liefde/Lieve jongens. Wie leest Reve nog, behalve in tijden van Corona? Ik. Reve is onze grootste Decadent, en puur stilistisch gezien is dit door sommigen verguisde, maar door mij hoog gewaardeerde, tweeluik hiervan een meesterproef). En ik sleutel verder aan mijn nieuwe dichtbundel, die ik dit jaar nu toch echt tot een goed einde moet zien te brengen.
Een blik in het laboratorium van de dichter. Wat ligt daar momenteel allemaal ter werktafel? Een verhelderende tekst van Jos de Haes over zijn Ardennencyclus Le vieux moulin, een meanderende tekst van Julien Gracq uit zijn Carnets du grand chemin over de Semois, een toeristische brochure over het patrimonium van Gedinne en omstreken, een afschrift van mijn Brief uit het Ardense woud aan kunstbroeder Carette (8 juni 2010), een stuk of wat gedichten van Oscar-Vladislas de Lubicz-Milosz, een wandelkaart van het plateau van Croix Scaille. Wat al panorama’s en vergezichten ontrollen zich hier ter tafel! Alles is in gereedheid gebracht voor de reis rond mijn kot! Dit oordeelkundig samengebracht amalgaam van teksten (ik vergeet nog het essay over Félicien Rops van Huysmans) zou de vonk moeten ontsteken tot een donker gedicht (liever nog een donkere gedichtencyclus) over de grote god Pan. Maar het valt, zoals altijd, af te wachten wat er uiteindelijk uit de alambiek zal opborrelen. Als er überhaupt iets zal opborrelen. Je weet het nooit.
In wezen verandert Corona weinig aan mijn bestaan, dat ook in andere omstandigheden al aspecten van het kluizenaarsbestaan vertoonde. Al blijft het jammer dat ik nu enkel door middel van dat ellendig kleine schermpje de kleinkinderen kan zien, niet de trein kan nemen naar Brussel of op dit eigenste moment niet met Marie-Myriam naar het donkere hart van de provincie Namen kan rijden, en dat de bijeenkomsten van mijn leesgenootschap (gepaard aan nachtelijke conclaven in de bar van het hotel Leopold) tot nader order geannuleerd zijn.
En ja, zo onwezenlijk rustig als op de ansichtkaart liggen er dezer dagen onze Vlaamse Ardennen bij. Geen wielergekte, geen lelijke VIP-tenten, geen landschapsverbouwingen, geen helikopter boven de tuin op Palmzondag! Een rust die historisch (en ecologisch) zal worden genoemd in de annalen. Zelfs mijn dagelijkse autorit naar het kasteeldomein van Elsegem (centrale foto) waar ik mij met de hondjes Pistache en Pollux pleeg te vertreden, is nu tot een niet essentiële verplaatsing verordend, en bijgevolg illegaal.
En natuurlijk blijft het ook jammer dat al onze (vage) afspraken van dit voorjaar in het water gevallen zijn, beste Paul, maar ooit wordt alles weer anders, inmiddels blijven we in ons kot, en verblijf ik met warme groet.
Frans
© Frans Deschoemaeker
Uit: De waterlelies van Montparnasse, een werk in gestadige voortgang.
"Het Schrift van de Indiaan", het antwoord van Paul Rigolle lees je hier.
zondag 26 april 2020
zwanenmeer - Francis Cromphout
aan elke zwaan zit een tweede zwaan
de zwaan van de lucht
vergroeid met de zwaan van het water
telkens zij met haar bek de spiegel doorbreekt
worden zij volmaakt als een vis
luchtbellen makend
die ons universum besturen
luchtbellen
die grafkamers zijn
diep onder dit oppervlak verscholen
verrijken zij zich met elk voorbije leven
met de hartslag van de dode
wordt alles daar voortdurend herhaald
tot het licht wordt in de andere grafkamers
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)

de zwaan van de lucht
vergroeid met de zwaan van het water
telkens zij met haar bek de spiegel doorbreekt
worden zij volmaakt als een vis
luchtbellen makend
die ons universum besturen
luchtbellen
die grafkamers zijn
diep onder dit oppervlak verscholen
verrijken zij zich met elk voorbije leven
met de hartslag van de dode
wordt alles daar voortdurend herhaald
tot het licht wordt in de andere grafkamers
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)
zaterdag 25 april 2020
tijdscapsule - Francis Cromphout
alles van jou gebeurt in het verleden
binnen de tijdscapsule van het voortschrijdend nu
naar de toekomst waar je niet meer zal zijn
alles van jou wat onze zintuigen bezocht
flarden van de herinnering
opduikend voortdurend
en weer weggeduwd
door andere gedeelde momenten
tot de zee in ons opzwelt
en ook de muziek geen troost meer brengt
noch de distractie van de abstractie
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)

binnen de tijdscapsule van het voortschrijdend nu
naar de toekomst waar je niet meer zal zijn
alles van jou wat onze zintuigen bezocht
flarden van de herinnering
opduikend voortdurend
en weer weggeduwd
door andere gedeelde momenten
tot de zee in ons opzwelt
en ook de muziek geen troost meer brengt
noch de distractie van de abstractie
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)
vrijdag 24 april 2020
die witte wolk - Francis Cromphout
ik stap door deze straten
neem de beelden op
die ook jouw oog hebben bezocht
en ik voel mij jouw blik
het lief en leed dat bij jou binnendrong
is nu het mijne geworden
deze last is licht om dragen
zoals die witte wolk daar
die toen ook in je ogen dreef
zwaar is je afwezigheid
de leegte van lood
die al de tijd dat ik hier nog rondwaar
mijn stap zal vergezellen
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)
neem de beelden op
die ook jouw oog hebben bezocht
en ik voel mij jouw blik
het lief en leed dat bij jou binnendrong
is nu het mijne geworden
deze last is licht om dragen
zoals die witte wolk daar
die toen ook in je ogen dreef
zwaar is je afwezigheid
de leegte van lood
die al de tijd dat ik hier nog rondwaar
mijn stap zal vergezellen
© Francis Cromphout
Uit de cyclus “Je bent niet gestorven”
voor J.C. (°1.1.1999 + 22.3.2017)
zaterdag 18 april 2020
Als iets dat vanbinnen brandt - Paul Rigolle
Voor de mensen van Calais en elders
(Dagboekgedicht op Wereldvluchtelingendag, 20/6/2019)
Als iemand die op een dag zijn dorp verlaat,
zo zul je opgetekend in de boeken staan.
Als iemand die. Als van een ander dat. Je bent
een vreemde nog. Je tracht en leeft je in,
ademt in, ademt uit. De taal loopt nog mank
in jou. Je zoekt wat hoogte in de toon. Hoe
iemand spreekt die wordt opgejaagd. Wijd open,
slag na val, into the wild, maisveld, het wild
zover je kijkt. Bedding van het spoor. Slaapzak.
Station. Parking. Bordkarton. Over schutting kruipt.
Met wat geluk ontloop je hem de nieuwe bedelstaf.
Rusteloos op weg en wie weet waarheen.
Het jaagpad, de spoorweg langs. De blote hemel
kent geen geheim voor jou. Niet weet wat komt.
Bekeken wordt alsof je zelf een dader bent.
Ergens ingenaaid van wat van jouw bezit nog rest.
Ze peilen en stellen vast bij jou of daar een hart
nog zit. Maar iets, iets dat vanbinnen brandt
blijft vuur. Een roep als een roffel in jouw borst,
is daar het eerste woord dat van een vreemde taal
te pronken en te kijken staat. Het drukt zich uit,
het laat zich horen. Op jouw stem draagt het
zichzelf de wereld in. Klinken doet het al alsof het
op een dag jouw nieuwste naam zal zijn.
© Paul Rigolle
Uit 'Het heimwee van de bladen naar het boek', een cyclus Dagboekgedichten.
(Dagboekgedicht op Wereldvluchtelingendag, 20/6/2019)
Als iemand die op een dag zijn dorp verlaat,
zo zul je opgetekend in de boeken staan.
Als iemand die. Als van een ander dat. Je bent
een vreemde nog. Je tracht en leeft je in,
ademt in, ademt uit. De taal loopt nog mank
in jou. Je zoekt wat hoogte in de toon. Hoe
iemand spreekt die wordt opgejaagd. Wijd open,
slag na val, into the wild, maisveld, het wild
zover je kijkt. Bedding van het spoor. Slaapzak.
Station. Parking. Bordkarton. Over schutting kruipt.
Met wat geluk ontloop je hem de nieuwe bedelstaf.
Rusteloos op weg en wie weet waarheen.
Het jaagpad, de spoorweg langs. De blote hemel
kent geen geheim voor jou. Niet weet wat komt.
Bekeken wordt alsof je zelf een dader bent.
Ergens ingenaaid van wat van jouw bezit nog rest.
Ze peilen en stellen vast bij jou of daar een hart
nog zit. Maar iets, iets dat vanbinnen brandt
blijft vuur. Een roep als een roffel in jouw borst,
is daar het eerste woord dat van een vreemde taal
te pronken en te kijken staat. Het drukt zich uit,
het laat zich horen. Op jouw stem draagt het
zichzelf de wereld in. Klinken doet het al alsof het
op een dag jouw nieuwste naam zal zijn.
© Paul Rigolle
Uit 'Het heimwee van de bladen naar het boek', een cyclus Dagboekgedichten.
![]() |
| Beeld: Za 7/3/2020 - Autostradeparking - 'Ergens tussen Oostende en Koksijde' |
vrijdag 17 april 2020
November in Banana Peel - Paul Rigolle
Give happy feet a chance
(Dagboekgedicht, Banana Peel, ma 24/11/2014)
Binnen broeit het tot alles
swingt en scat en ademt.
De contrabas hapert aan de hanebalken.
Piano neemt drummer mee
naar waar hij hem hebben wil.
Elk hoofd gaat aan de wandel.
Gelieve de lege glazen
naar de toog te brengen.
In het deurgat staat een man
met een Duvel in de hand.
Elke blik hier
is voorbestemd
om af te dwalen.
Give happy feet a chance
Stompin’ at the Savoy
Buiten in de wereld liggen in het dorp
de straten opgebroken. Een Volvo
staat in de weg. De slaap zal alles slaan.
Muziek neemt geen stellingen in.
Alleen wij zijn het en bekennen kleur.
© Paul Rigolle
Dagboeknotitie van maandag 24/11/2014 - Concert ‘Taste of Swing’
@ Banana Peel met Ben Paterson, Jean Van Lint en Jan De Haas
Uit de cyclus dagboekgedichten:
"Het heimwee van de bladen naar het boek"
Banana Peel Blues & Jazz, Ruiselede
Banana Peel op Facebook
#NotitiesuitBananaPeel #dagboekgedichten
(Dagboekgedicht, Banana Peel, ma 24/11/2014)
Binnen broeit het tot alles
swingt en scat en ademt.
De contrabas hapert aan de hanebalken.
Piano neemt drummer mee
naar waar hij hem hebben wil.
Elk hoofd gaat aan de wandel.
Gelieve de lege glazen
naar de toog te brengen.
In het deurgat staat een man
met een Duvel in de hand.
Elke blik hier
is voorbestemd
om af te dwalen.
Give happy feet a chance
Stompin’ at the Savoy
Buiten in de wereld liggen in het dorp
de straten opgebroken. Een Volvo
staat in de weg. De slaap zal alles slaan.
Muziek neemt geen stellingen in.
Alleen wij zijn het en bekennen kleur.
© Paul Rigolle
Dagboeknotitie van maandag 24/11/2014 - Concert ‘Taste of Swing’
@ Banana Peel met Ben Paterson, Jean Van Lint en Jan De Haas
Uit de cyclus dagboekgedichten:
"Het heimwee van de bladen naar het boek"
Banana Peel Blues & Jazz, Ruiselede
Banana Peel op Facebook
![]() |
| 'A taste of Swing' - vlnr Ben Paterson, Jean Van Lint en Jan De Haas |
#NotitiesuitBananaPeel #dagboekgedichten
Abonneren op:
Posts (Atom)






