dinsdag 16 juli 2013

De schaduw van de tijd - Rita Geys

(Rubriek: Uit de toevloed)

Als er tot voor kort slechts sporadisch dichteressen waren die de interesse van uitgevers konden opwekken, is daar vandaag gelukkig een kentering in gekomen. Uitgeverij P boog zich over het manuscript van Rita Geys en vond dat het goed was.
De schaduw van de tijd huisvest 6 cycli met elk een afwisselend aantal verzen. In de poëzie van Geys wordt de lijn heel strak gehouden. Het is alsof de dichteres met zo weinig woorden als kan tot goede gedichten wil komen. Door deze vorm van ontvetting komen we tot poëzie die met haiku zou kunnen verbroederen. Eén samengestelde zin krijgt door verknippen de vorm van een gedicht. De auteur herwerkt vaste uitdrukkingen, gebruikt herhalingen, hanteert alliteraties en schept abstraherende metaforen als hulpmiddelen om de lezer te boeien. In haar werk beschrijft Rita Geys onder andere details uit de natuur: rotsen, woestijn, witte roos, enz. Weer anders zijn de gedichten waar vooral de leegte spreekt; het rustpunt, de anonimiteit, het verstilde bestaan. Deze dichteres is geboeid door de rust. Ze laat de kalmte overheersen.

Door een scheur
in de nacht
komt ochtend
aangelopen

en driemaal
kraait
de haan

de droom
van gisteren
is dood

hoe het
zover
kwam
is niet geweten

evenmin
geweten is
hoe zwart
gras groeit
na zonsondergang.

(uit de cyclus V - Eindeloos de einder)

Er wordt amper gefluisterd, Rita Geys schuwt harde of stoute woorden. De sfeer in deze bundel is stijlvol somber. De vergankelijkheid overwint op het licht. De auteur bouwt haar gedichten op d.m.v. een simpel woordenpalet. Er lijkt zelfs gelet op het aantal lettergrepen in elke constructie. Zij verplicht zichzelf tot een keurslijf van weinig woorden op zoek naar essentie. Geys trekt haar poëtica open tot strofen waar afgeslankte versregels de resultante zijn. In deze leegte wordt het evenwicht gevonden tussen wat woorden zeggen en wat ze achterhouden. In De schaduw van de tijd wordt alles fragiel gehouden. Wat het oog van de lezer ziet, is van belang. De vorm wordt een essentieel onderdeel. Deze bundel geeft de lezer de vrijheid van interpreteren. Om het kaf van het koren te scheiden, liet de auteur zich bijstaan door Bart Claerhout en Dirk Hanssens. Intimistische poëzie.

De schaduw van de tijd, Rita Geys
Uitgeverij P, 2013
ISBN 978-94-91455-16-2
Prijs: €16,00
Meer info: website Uitgeverij P

Recensie: Frank Decerf (juli 2013)

zondag 7 juli 2013

Steven Graauwmans - BR#10



BR#10


Gehurkt in het hoge gras ziet niemand je:
je duikt onder in je gebalsemde hart
dat je houdt voor uitverkoren ridders
jij bent hun stille weeskind.
Je staat voor niemand en jezelf
met de hand aan het zwaard.

Je ontspringt aan eenieder de dans
in onbemande kroegen waar boekaniers
niet durven toasten op de troost
voor hun huizige vrouwen
je wentelt je in hun deemoed
wiegt je waanzin achter gesloten gordijnen.

Ik luister naar de echo van je hartslag
je lage huid tegen het staal
je adem die koudslaat op het glad tussen je borsten.
Ik volg het zweet langs je lemen benen
hurk me als een foetus
in je gespannen vel.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Boy’s Night, Lofzangen en brieven voor een BPM*
(* BPM is de Beatutiful Perfect Mother uit 'Brooklyn Follies' van Paul Auster)

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

FL#5
FL#9
FL#16
BR#4
BR#5
BR#10


zaterdag 6 juli 2013

Steven Graauwmans - BR#5



BR#5


Je ontdubbelt
je zenuwbanen nauwkeurig
keert je vel binnenstebuiten
vult het soepel met ijskoude brandlucht.
Ten slotte sluit je ook het buitenlicht
onder je tastzin uit.

Ik herinner me in jou
in je hellende blik (je wil iets weten)
in je ingesneeuwde mond.
Ik verleer jouw stem aan de mijne
hoog aan mijn huig.
We slikken samen de stilte.

Als ik jou zie wil ik geloven
in dubbelgangers en ontheemden
hoe jij je in mij herinnert
hoe onze lippen lucht zoeken.
We beademen ons zelf
in tweevoud.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Boy’s Night, Lofzangen en brieven voor een BPM*
(* BPM is de Beautiful Perfect Mother uit 'Brooklyn Follies' van Paul Auster)

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

FL#5
FL#9
FL#16
BR#4
BR#5


vrijdag 5 juli 2013

Steven Graauwmans - BR#4



BR#4


Geen kaarslicht kan de vleugels
van je neus aan als een vlinder
geen maan je schaduw in het bos
geen gefluister niet
je naam tussen mijn lippen
de gemeden offerande aan je naakte voeten.

Zo ik jou mijn laffe woord niet schenk
zo ik hulpeloos naar je vingers grijp
om niet te vallen zie je me
tot nooit meer wuiven.
Ik luister je hart af, vertaal het in mijn dagen
zo niemand onze namen in goud slaat.

Hoe de verzonnen zonde in de ogen
onderaan je rug schuilt, de gepolijste kromming
waar je kaakbeen je hals volgt
daar waar je bil tussen je passen
mijn angst jaagt om de geur
van een zoetzure bloesem.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Boy’s Night, Lofzangen en brieven voor een BPM*
(* BPM is de Beautiful Perfect Mother uit 'Brooklyn Follies' van Paul Auster)

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

FL#5
FL#9
FL#16

donderdag 4 juli 2013

Steven Graauwmans - FL#16



FL#16


Ik word geen kind meer rond de grond
waar je nooit verloren loopt (blijf doorgaan)
met ander bloed door hoogsteigen aders
met slagen die je eeuwen noemt
met ochtenden die nooit ophouden.

Ik word geen danser meer
op duinen die onder me opwaaien
tot verder dan golven slaan,
ik zwem naar het eiland met de clown
weer hinterlanden in.

Nu het zand in mijn knieën schuurt
help ik kleine voeten door fabels
op strandkastelen die tussen kleutertenen spoelen.
Ik vertel me verder
nu ik niet langer dans, nu ik

geen zoon meer word.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Superbia, Flarden uit gesprekken tussen vaderfiguren

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

FL#5
FL#9

woensdag 3 juli 2013

Steven Graauwmans - FL#9



FL#9


De moeder wil in een land wonen
waar niemand haar kent
waar ze achter gesloten deuren kan bloeden
waar niemand het wellen stelpt.
Ze wil tussen lucht verdwijnen
tussen barsten in de rots
weer naar haar middenaarde waren.

In het vuur glimt haar blote huid
waar zich dromen en demonen houden,
in de schaduw van haar zwetend hart
verschonen we ons van achterklap.
Ze rolt een kei als een huis
voor de ingang
zet zich.

Ze wil in een wereld wonen zonder geluid
zonder muziek voor wonderkinderen.
Ze wil haar kind houden
in haar tweedelig hart.
Het licht achter haar ogen valt samen
met het geluid dicht van het doek.
Daarna valt ook dat stil.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Superbia, Flarden uit gesprekken tussen vaderfiguren

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

FL#5

dinsdag 2 juli 2013

Steven Graauwmans - FL#5



FL#5


Ik vlucht in een kamer zonder naam
zonder muren zonder vloeren.
Ik vlucht in een kamer zonder dak
zonder architect zonder trauma.
Ik lever me uit aan barmeisjes
laat de lakens.

Wij halen nooit de winter
in dit ontarmde land.
Wij houden ons aan de regels,
boeien ons aan de reling.
Wij sterven weer als foetussen
in de schoot van jongere moeders.
Wij verlaten ons op de nar.

Wij checken mensen af
zonder pardon of medeleven
(een rug stelt geen vragen.)
Wij wachten niet,
hernieuwen geen geloften.
Wij delen ook
onze doden.


© Steven Graauwmans


Uit de cyclus Superbia, Flarden uit gesprekken tussen vaderfiguren

Meer info: Steven Graauwmans: 6 gedichten uit "De Tranen van Napoleon"

maandag 1 juli 2013

Steven Graauwmans – 6 gedichten uit “De tranen van Napoleon”

Vanaf morgen en in de loop van de komende week hebben we op deze Digther-bladzijden het genoegen om 6 gloednieuwe gedichten van Steven Graauwmans te publiceren.

Drie uit de cyclus Boys ’Night (Lofzangen en brieven voor een BPM) en drie uit de cyclus Superbia (Flarden uit gesprekken tussen vaderfiguren).

Steven Graauwmans woont en werkt in Brussel. Eerder verschenen van hem de bundels Uitzicht Lotto (Holland, 2006), Reservisten van maandag (2009) en In een blauwe zon (2012). Deze twee laatste bundels verschenen bij het Poëziecentrum onder redactionele leiding van Hedwig Speliers. Over Reservisten van maandag schreef Paul Demets in De Morgen: ‘Het is een werkelijkheid waarin de protagonisten in zijn universum naar hun plaats zoeken. Graauwmans ontwikkelt er een eigenzinnig idioom voor’, ‘Hij is [...] de soldaat van taal die voor weerbaarheid strijdt.’ Eerder noteerden we in een recensie die Frank Decerf voor Digther over In een blauwe zon schreef, ondermeer deze staande uitdrukking “Het onheilspellende karakter van de schriftuur houdt ons waakzaam”. De volledige Digther-recensie vind je overigens hier.

© foto: Jorge Rojas

zondag 23 juni 2013

Taal is maar een model

In het voorwoord van Na de punt (Asterion) citeert Dautzenberg Jorge Luis Borges, die in zijn verhaal Het huis van Asterion de Griekse koning Asterion laat zeggen: “Net als de filosofen denk ik dat niets mededeelbaar is via de schrijfkunst.” ‘We leven in een tijd waarin het beeld bepalend is en in toenemende mate randvoorwaarden stelt aan het geschreven woord’, zegt Dautzenberg. ‘Vergelijk de kranten en tijdschriften van nu met die van pakweg twintig, dertig jaar geleden. Meer foto’s, minder tekst, schreeuwerige koppen en streamers. De opkomst van internet werkt daar natuurlijk aan mee: een bulk aan informatie, je moet in een oogopslag kunnen shiften. Met deze bundel probeer ik buiten de schrijfkunst om een literaire wereld te evoceren. Taal is uiteindelijk ook maar een model.’

Vindplaats: "Interview met A.H.J. Dautzenberg: 'Volgens mij heeft poëzie geen grenzen' op Stille Suikers

Website A.H.J. Dautzenberg

(Rubriek: Citaat)

maandag 17 juni 2013

Adagium

Ik huldig het adagium van de net overleden grote poëziecriticus Hans Groenewegen: ‘Als openbaar lezer is de recensent een voorlezer. Dan heeft hij de plicht er voorbeeldig op in te gaan. Poëzie die hem niet bevalt, zou hij niet moeten veroordelen, maar zien als een mogelijkheid om inzicht te krijgen op zijn eigen vooroordelen. Anders verdient zijn kritiek een onvoldoende.’ Bovendien geloof ik in de recensietechniek van Marnix Gijsen. Hij kon een hele bundel slecht vinden, maar dan ingaan op dat ene gedicht dat goed was. De schrijver over poëzie moet enthousiasmeren, niet zijn eigen dada’s naar voren schuiven. Als je dat standpunt huldigt, geloof ik dat het ook in mijn functie mogelijk blijft om poëzie te bespreken.

Carl De Strycker over het recenseren van poëzie in Knack – Boeken – ma 17/6/2013 - 'Poëzie in Vlaanderen is méér dan poëzieverkoop'

Rubriek: Citaat

donderdag 13 juni 2013

Een gedicht is een gedicht

Wat is de definitie van poëzie? Een van de meest pragmatische en best hanteerbare antwoorden op deze vaak gestelde vraag is van de vroegere Amsterdamse hoogleraar Redbad Fokkema. ‘Een gedicht is een gedicht,’ zei hij, ‘als het er uitziet als een gedicht en is uitgegeven in Amsterdam.’ Alle andere definities zijn aanmerkelijk onpraktischer, dat moet gezegd. Meestal komen ze neer op variaties van de opvatting dat poëzie gemarkeerde taal is. Daarmee wordt bedoeld dat het bijzondere taal is, die opzettelijk afwijkt van alledaagse taal. Het is taal die wil opvallen, taal 2.0. Er is iets aan toegevoegd.

Op NRC-Boeken: Waarom Kira Wuck de C. Buddingh’-prijs moet winnen.

Rubriek: Citaat

woensdag 5 juni 2013

55-Fiction - Nog tot 19/6 - Wat jij?

maandag 20 mei 2013

Omwille van het bloed - Suzanne Binnemans

(Rubriek: Uit de toevloed)



Suzanne Binnemans overrompelt haar lezers niet met snel opeenvolgende publicaties. Ze is eerder bescheiden. Zij serveert kieskeurige kwaliteit waarbij goede smaak en strenge afwegingen kenmerkend krachtig zijn. Wat zij schrijft is doorwerkt. Bij haar is trage tijd een onderdeel van de opdracht als schrijfster. Haast kent zij niet, ook haar gedichten volgen die visie. Met Omwille van het bloed krijgen we een keurige bundel in handen en bij het lezen valt al vlug op dat we hier te maken hebben met tedere poëzie die een strakke lijn trekt doorheen wat een doorworsteld leven moet zijn geweest. Deze bundel is geen potpourri, geen amalgaam van gedichten die gedwongen worden onder één dak samen te wonen. Bij Binnemans is het boek één geheel. De dichteres kijkt naar wat voorbij is. Die analyses groeiden uit tot een bundel van 27 gedichten, verspreid over drie cycli. Haar verzen bestaan uit afgebeitelde woorden die via uitverkoren metaforen tot een duidelijke poëtica leiden. Sterke visualisatie. Oude wonden worden opnieuw geopend, maar enkel om een totale genezing mogelijk te maken. Na 25 jaar schrijverschap is dit Suzanne Binnemans’ rijpe debuutbundel.

De verzoeking

In deze cyclus herleeft de auteur de (wan)daden van de vaderfiguur. Hoe dichter zijn einde komt, hoe vergevingsgezinder de dichteres wordt. Hier is geen plaats voor afrekeningen, wel voor inzicht en mede voelen. Zij begrijpt het waarom en hervindt respect. Geen plaats voor woede, wel veel ruimte voor ingetogen klasse. Een dieptreffende cyclus. Een erkenning van hoe moeilijk een mens soms strijden moet.


3.

het werd een droeve reis
niemand voer met hem mee
opgesloten in een zinkend schip
zelden was er kalme zee

hij heeft nooit om hulp geroepen
ondanks de laster en de pijn
onder zijn bevende ledematen
alleen uit onmacht riep hij even

toen hij nog jong was
ging alles aan hem voorbij
elke dag was anders en niets
bleef langer dan de dag zelf

spijt doet hem nu rillen
koude dringt door tot op het bot


Belofte en schuld

Het toevallig vinden van een foto opent een sluis aan herinneringen. Voorbij gewaande emoties treden op de voorgrond en eisen de aandacht. Vanuit dat perspectief herschrijft Suzanne Binnemans een fase uit haar leven. Daarbij bespeelt zij alle storende elementen die krachtig in haar onderbewustzijn gegraveerd zijn; deze opborrelende associaties worden de hulpmiddelen om deze cyclus op te bouwen. Hier is meer dan nostalgie aan de gang, hier krijgen we het getuigenis van in de tijd bevroren emoties. De loze beloften om met het drinken te stoppen, breken de valse eerlijkheid open. De dichteres voelt weer aan en gelukkig is er nergens plaats voor meligheid. Nergens passages die herkenbaar zijn of aan iemand anders doen denken. Een eigen stijl en taalgebruik, dat vind ik bij Binnemans. Haar woorden zoeken eenvoud, vinden schoonheid.

De verzoening

Het naderende einde wordt beschreven in gestroomlijnde verzen waar geen woord teveel is en in die afslanking wordt de kracht versterkt. Met weinig zegt Suzanne Binnemans heel veel. Hoe dan ook overwint in dit werk de liefde voor de vader. De dichteres vermenselijkt het warmste gevoel dat een mens kan voortbrengen, namelijk de solidariteit met diegene die het minder goed heeft. Ook daarom vind ik Omwille van het bloed een heel humane bundel.
De stijl van Suzanne Binnemans is een eigen concept voor nu al volwassen gedichten die traag gerijpt zijn tot tijdsloze getuigenissen. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat dit een debuutbundel is.


Omwille van het bloed, Suzanne Binnemans
Uitgeverij De Knipscheer, Haarlem, 2013
ISBN 9789062658107
Pagina's: 40
Prijs: 15 Euro

Meer info: website auteur: www.suzannebinnemans.be


Recensie: Frank Decerf (mei 2013)

zaterdag 11 mei 2013

Naar Auschwitz willen - 5 gedichten van Hugo Verstraeten



Naar Auschwitz willen


Het waren ochtenden zonder verweer. Hij
schreef iets in kantlijnen. Taal vluchtte het
verdriet achterna. Het kreeg iets aandoenlijks.

Er was geen terugkeren aan en dan nog zat hij
gevangen achter de tralies in zijn hoofd.
Zijn pen kraste schaduwen langs invallend

licht. Langs dichtzittende ramen waartegen
affiches, dat wel: concerten, voorstellingen
waaruit ontsnappen weer mogelijk was. Hij

op de eerste rij wanneer het melancholie betrof.
Wanhoop uit opengesperde ogen, uitgestrekte
armen. Altijd de macabere gezichten. Onheil

spellend op hun dunne lippen van verval. En dan
hij: er is geen lente, laten we de zomers overslaan.
Laat het winters sneeuwen uit het behang.



I.

Zo begonnen de feesten: hij
zocht wit bij elkaar, de stilste
onder de kleuren. Daarop zwart

‘Op zijn pinguins’, lachte zij de ernst
van zijn gezicht. Alleen de vorm
kon hem nog redden. Feesttafels

gedekt voor de honger in hem.
Toeloop van fragmenten. Lege
rituelen van opstaan, weggaan.

Zij bleef maar blijven. Alles voor
de vorm. Eten met de mond
dicht. Spreken met de twee

woorden die hij nog kende.


II.


Boeken leken hem nog het veiligste
onderkomen. Om van de wijn de vorm
te herstellen brak hij het glas.


Van ogen het verslag. Blik die rondom
moest kijken. Of zij niet languit
in de matte spiegels lag.


Vliegen bij gebrek aan vleugels, zo
leek het wel. Hij wist niets van glijvlucht,
zachte thermiek. Duikvlucht


waarna het hard aankomen was. Hij
las de woorden één na één.
Alsof hij ze at.


(Gibraltar)

Laat het nu maar ophouden. Het klonk
als het gebod van een almachtige God.
Hij stak het gebaar in de richting van
het onvoltooide. Probeerde de razernij

te bedwingen van branding, onderstroom.
Achtergrond van wat niet naar de voorgrond
wilde. Maar het hield niet op. Hij was de
mindere God. Eén die zich van continent

vergiste en op de kaart de namen niet vond
van straten die naar vrouwen werden
genoemd. Hij telde de uren op de vingers
van de tijd. Lachte naar nu: van toen

het onvatbare later. Sprak zacht een naam.
Murmelde aan zijn oor iets over oceanen.
Stak kiezels in zijn mond. Schreeuwde
zijn onmacht in de schelpen die hij vond.



Sporen

Boom. Heimwee van een bos.
Woorden. Het gedicht als een arm
er omheen geslagen.

Perspectief van een morgen.

Het kopje op de tafel deed een tweede poging te breken.

Stilleven met verlies
Van wat we toch nooit hadden.
Sneeuw verstuift als verlangen

naar niets bijzonders. Wat hier is
is al weg en ik eet en ik slik:
niets houdt ons vast

niets neemt ons over.



© Hugo Verstraeten



(Rubriek: 'Werk van de redactie')


vrijdag 10 mei 2013

Gedachten aan haar

Ze komt altijd op jou terug. Ze laat zich herhalen in jou.
Je herhaalt haar en ze laat jou niet los in je gedachten.




Uit: 'Gedachten aan haar' - Alain Delmotte - een poster van Poëzieplein uit 2008... Ook op Facebook.


Rubriek: ('Werk van de redactie')


dinsdag 30 april 2013

Verdwijnzucht- vijf gedichten van Leen Charles



NOODLOT


Hij ontwaakt in koningsblauw
het licht is inkt en chroom
hij ontwaakt, hij ontwaakt
en een slordige wildheid toont
een jonge god die nog in spiegels gelooft
hij ontwaakt, hij ontwaakt
in een hallucinerend universum en weet,
ook bange mensen krijgen slaag
een enkeling ontsnapt in de klauwen van een adelaar,
hij niet, hij niet




SPRINGEN


ze hunkert schrijnend naar de 17de eeuw
waar de tijd tergend traag over de muren strijkt
de geuren van een knoestige appelboom, rottend hooi
en oude kleren waaruit de doden nog niet zijn weggegaan

ze wil aan de rand van dat verleden staan en dan springen
naar het gedempte, heilige zijn
naar waar de stilte klinkt als een hoge fluittoon
en het rode licht rond port als een pook van vuur

ze wil oplossen in een tijd die achteruit loopt in rode tegelvloeren,
dansend stof, een biezen stoel en dromen van hevige liefde




PORSELEINEN PEUTERS


de adem van de wereld raast door merg en been
hoofd en hand en houdt nooit stil

alles is gedurig, parels en penselen, schuld en boete
vergeten kastelen,
porseleinen peuters uit de geschiedenis
omhoog gedregd

hij staat op het punt te stappen uit de steen geworden tijd
het is een leugen dat alles slijt, tussen zee en stad
ligt gehavend mijn leeg land





LEKKEND LICHT


de zon maakt de ochtend koud,
met topless bomen en skeletten van vogels
plastic velden en zwijnendrek
de natuur loopt naar haar einde
dat is ons lot

de tijd staat weer gevaarlijk open
ik droom van oceanen en duivels
een woonboot vaart hoog boven de velden
het huis schreeuwt rondom mij
het is niet anders, het licht lekt weg




WOORDENVANGER


soms laat hij de tijd slobberen als een oude sok
dan pas kan hij rustig reizen naar waar de stilte staat
een zuil van zout in zijn binnenste kant

daar sprokkelt hij woorden en twijgjes voor het vagevuur
van lange winteravonden vol kwelling
en onnoembaar groot verlangen naar tijd te zijn

hij herschrijft de kleine chronologie, de intieme afrekening
met klimop die woekert op een overgroeide muur, zo lang al,
tot iets zijn gedachten afdekt en het leven afremt

hij verlangt te verdwijnen, nog steeds, uit het gezicht
hij heeft last van zijn verschijning in andere ogen
hij wil dat punt van wanhoop bereiken en dan oplossen




© Leen Charles


Leen Charles (Ieper, 1960) debuteerde in 2011 met de bundel Ancien Regime bij Uitgeverij P (Leuven). In 1987 was zij met het gedicht Japanse lente laureate van de Hamse Lente (Dendermonde). Eén van haar gedichten is opgenomen in de bundel De 100 beste gedichten voor de VSB poëzieprijs 2012 (Arbeiderspers).
Meestal illustreert zij zelf haar gedichten met tekeningen. Zij studeerde middeleeuwse geschiedenis en is archivaris van beroep. Beroepshalve en filosofisch is zij geboeid door het fenomeen van de tijd.



vrijdag 29 maart 2013

Jezus spelen - Vier gedichten van Maarten Embrechts




Onze Vader


Ik kan geen onze vader zeggen
Slechts in de schoot van zijn zonen
kunnen mijn zonden sterven

De moeders
hun heilig water
moest me naar andere oevers
brengen

Helaas
ze keerden weer naar huis
en leren mores
in zijn bed

Veel honger heb ik opgeteld
Ik kan alleen de voornaam van de liefde
schrijven

Ik heb nog niet geleefd



Zijn naam

I

Dat ik zijn naam korter schrijf het kan
alleen de fout van moeder of van Maria
zijn Ze hangen aan de muur als heiligen

Met hun water gaan we naar huis Kuis
moeten maagden blijven Zo is het met
moeders Ze vertrouwen amper op zich-

zelf als God even niet in hun zieltje kijkt
Ik ben het kind dat slechts hun daglicht
kent Steels test ik hun schaduwzijde uit


II

Met hun schoenen aan ben ik op weg
Waarom zou ik niet van Jezus houden
De wereld ligt daar veel groter dan zij-

zelf Ik ruik aan hem Zijn lijf geschonden
hangt in al hun kerken uit Hun nacht is
als een open wonde die ik niet begrijp

Waarom zou ik niet van Jezus houden
En als zijzelf een beetje bloeden ikzelf
‘s nachts voor duizend en één zonden



Jezus spelen


Het hangt hier vol
met vlees
dat van Rubens
is het mooist

Zijn lichaam wil ik
Maar niet zijn God

Let maar eens op Alleen in onze kerken hangt
Er verhakkeld vlees Niet in de moskee
of in het huis van Jahwe

Hier alleen spelen ze
voor dokter met een mes

Ze hebben me al uitgekleed
Het was niet veel
Voor boven is een moeder
goed

God is pas lager aan de orde
Hij werkt met kerels die het ijzer smeden

Want
ook al is-ie al morsdood
zijn naam zullen wij schreeuwen



© Maarten Embrechts



Bio-Biblio
Maarten Embrechts (°1946).
Publiceerde sinds 2008 achtereenvolgens in Meander, De Brakke Hond, Het Liegend Konijn, Digther en De Contrabas. In 2010 en 2011 werd hij genomineerd voor de Melopeeprijs. In juli 2012 nam hij deel aan het poëziefestival Dichters in Prinsentuin in Groningen.

donderdag 7 maart 2013

Drie gedichten uit “Tot het bestaat” – Paul Rigolle




Vrede




Sonoor en nodig de zang die zich te pletter
zingt; voortholt, hooglied dat heidens heftig
tekeer moet gaan in alle zinnen. Het haar
dat openvalt, de hals die kantelt naar de beet.
Roder aangezet de lippen waarop vervoering

bloeit en om voltooiing smeekt. Geef
het vorm, geef het namen. Noem het taal
en teken, klauwaapje, beeld dat spoken moet
en schreeuwen: kooi mij, breek mij open,
bekroon mij met de laveloze luister

van mijn lichaam. Vind mij uit. Hervind mij.
Verstrooi mij over de dorpen en de dingen.
Want zijn wil ik. Zijn in alle staten waar
de laatste wilden wonen en volop
vrede vinden met hun eigen handen.


(uit de cyclus 'Hooglied')





Gezelle




Een hoofd dat groter is, heeft de tijd hem
met de hand, in zijn kleed van taal genaaid.
De eeuw die knelt. Met totem en taboe,
met turbo en tactiek, de eeuw heeft hem
leeggeroofd. Pitten op de tong, handen
in het kroos. Misboek, nageldeuntjes,
taal haakt en hinkelt zich een weg.

Een stem die totaal en teugel tomeloos
een wereld die enkel op papier bestaat,
weer tot leven zingt, wie zal zeggen
dat ze niet bestaat.

Lavendel moet je kneuzen om zijn geur.
Er zijn huizen, het gebeurt.


(uit de cyclus 'De Galerij')




Recanati

(Denkend aan Wallace Stevens)


Het maakt een verschil van jaren.
Hier, neergestreken in dit oude oord
dat Recanati heet, bewoon ik het landschap
van voor de regen terwijl thuis
de struiken in mijn kamer groeien.

Het hoofd te bieden aan wat voorafging, Wallace!
Het leven blijft ons voorgaan in wat we zijn
begonnen. De stukken die we hebben
weggenomen, voegen we jaren later opnieuw
aan onze archieven toe tot we denken

iets nieuws te hebben uitgevonden.
Het een draai te geven, tot slot! Een krul
in een geschrift. Vol ontzag te buigen!

Omdat niets voorspelbaar is, wordt alles
waargemaakt in wat er staat geschreven.


(uit de cyclus 'Ver weg in Europa')




“Tot het bestaat” is de nieuwste dichtbundel van Paul Rigolle. De bundel werd met Gedichtendag 2013 uitgegeven door uitgeverij De Vries-Brouwers. Dit in nauwe samenwerking met de stad Roeselare, de geboortestad van de dichter. De bundel werd op 30 januari 2013 voorgesteld in de Roeselaarse deelgemeente Rumbeke.


Rubriek: Werk van de Digther-redactie

zondag 6 januari 2013

Braziliaans blauw - Joris Iven

(Rubriek: Uit de toevloed)

Joris Iven is dichter-vertaler of is hij integendeel vertaler-dichter? Wat er ook van zij deze man is van alle markten thuis en zeer actief. Hij duikt met de regelmaat van een fraudeschandaal in het literaire landschap op. Zijn naam klinkt als een huismerk. Zijn laatste product heet Braziliaans blauw en ik mocht er even van proeven.

In de eerste cyclus - met dezelfde titel als de bundel – serveert Iven zes gedichten die
telkens onderverdeeld zijn in vijf delen. Daarin houdt de dichter streng vast aan de geplande structuur. Er is orde en evenwicht. In de daaropvolgende cyclus met de titel Bloedrood zien we een identieke invalshoek… Daarna volgen een tiental bladzijden Aantekeningen waarin de auteur de noodzakelijke informatie over de hoofdfiguren uit de bundel aan de lezer aanbiedt. Het is broodnodig deze passages te lezen vooraleer aan de lectuur van Braziliaans blauw te beginnen. Het versterkt de boodschap die de auteur wil meegeven.

Bekentenissen van Bessie Head

aan Breyten Breytenbach

1

Je begint aan iets en je denkt : dit wordt niets.
Maar, zoals altijd, neem je je voor: ik ga door,
en je gaat ermee door tot het uit elkaar spat
in het meest zelfzekere gezicht, dat oplicht
terwijl aan tafel nog een kaart wordt gedeeld.

Jij bent ooit al je kaarten kwijtgespeeld, maar
ik ben geïmplodeerd, zoals mijn moeder deed.
Zij implodeerde in een instelling, in Fort Napier.
Ja, in Pietermaritzburg, en nog voor ik er was.

Hemel en aarde zijn één vinder, zoals je schreef.
De man naast de vogel op de rug van een paard,
die uit een celraam kijkt, dat is mijn vader niet.

Dat ben jij. Ik werd op de wereld gezet zonder
verwanten. Mijn naam draag ik wijd als een kleed.

Joris Iven brengt de confidenties van diverse artiesten, schrijvers, kunstenaars en ander aardig creatief volk. Hij verstrengelt de psyche van diverse wereldfiguren tot bekentenissen die ze in alle intimiteit menen te moeten uiten. Joris Iven gooit ze de wereld in omdat daar nood aan is. De dichter beslist en beschikt. De lezer luistert af, leert bij en snakt naar meer. Diezelfde lezer wordt gluurder. Ivens taal is koel, secuur, afgemeten, trefzeker beschrijvend en sober. Verstaanbaarheid is de kers op deze taart. Deze man schildert zijn metaforen tot mooie tableaus. Waar de broze scheidingskloof ligt tussen de historische waarheden en de losse interpretaties, die de scheppende dichter maakt, is moeilijk te bepalen, maar de gedichten kunnen verder zonder deze bezorgdheid. Het lezen van Braziliaans blauw wordt, naargelang men doorheen deze sterke bundel vordert, een luisteren naar mensen die iets te vertellen hebben, maar dat niet kunnen zonder het medium van de dichter. Deze poëzie is vrij van ballast. Aan dit boek is gewerkt. De gedichten zijn geen bevlieging van een mooi moment, geen vluggertje dat nog goed is ook. Doorheen deze verzen lopen de levenslijnen en levende littekens van mensen die beleefd en geleefd hebben. Joris Iven breit doorheen zijn nieuwste bundel: de menselijke waardigheid, de eerlijke toegeving, de aarzelende bekentenis en de moeilijkheden van het menselijk bestaan. Er zijn geen pijnlijke zwaktes in deze testamenten. Iven heeft zijn historische personages vermenselijkt. Ook hun kleine kantjes zijn de noodzakelijke kracht in deze bundel.De schoonheid van het concept is een intelligente verwerking van een zeer individuele invulling. Zo krijgen deze gedichten een grote menselijkheid. Over Braziliaans blauw is nagedacht. Aan de bundel is gekapt en geschaafd. In Braziliaans blauw treedt een verborgen wereld uit de schemer naar het daglicht van vandaag. Trefzeker vuurwerk dat ons enkel kan doen opkijken. Joris Iven vertelt vooral niet, wat we al wisten en dat wens ik alle dichters toe...

Braziliaans blauw, Joris Iven
Uitgeverij P Leuven, 2012
ISBN 978-94-91455-14-8

www.joris-iven.be

Recensie: Frank Decerf (december 2012)

Noot: Eerder werd de bundel al door bijna-naamgenoot Yves Joris besproken op deze bladzijden van Meander.

zondag 23 december 2012

Dansen tot na sluitingstijd

Nu al mooi om aan te kondigen: Met Gedichtendag 2013 verschijnt bij Van Gennep de bloemlezing 'Dansen tot na sluitingstijd - Het beste uit Poëzierapport'. Het boek zal o.a. ook bijdragen bevatten van Digther-redacteurs Alain Delmotte & Paul Rigolle.

Links
Uitgeverij Van Gennep
Dansen tot na sluitingstijd bij Lettergoesting