donderdag 20 juni 2019

Commentaar bij 'Leerdicht over de kern van de catastrofe' - Alain Delmotte

Commentaar bij ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe

Kort na zijn dood verschenen van E.M. Cioran (1911-1995) postuum nog enkele geschriften. Zo onder meer ‘Anthologie du portrait’ waarin een virtuoze inleiding van Cioran (in stilistisch prima conditie) en een verzameling in de loop der jaren genoteerde gesprekken onder de titel ‘Entretiens’- ‘Gesprekken’.

In deze vraaggesprekken had Cioran het vaak over ‘een komende catastrofe’. Je vraagt je voortdurend af over welke catastrofe hij het heeft. De atoombom, de derde wereldoorlog, nieuwe totalitaire regimes? De klimaatveranderingen en wat daarmee samenhangt?

Dat laatste zal het niet zijn: in Ciorans topjaren was het niet meteen een ‘hot item’. In mijn ‘Leerdicht over de kern van de catastrofe’ speelt de op ons afkomende ecologische drama’s tussen de regels wel een rol. Voor die drama’s zijn we in min of meerdere mate medeverantwoordelijk en dus niet meteen vrij te pleiten. Bijvoorbeeld door onze manier waarop we ondoordacht blijven consumeren. In dit leerdicht dik ik dat met het nodige sarcasme tot een schuldgevoel aan. Ik denk dat we best wel mogen aanvoelen dat we met een slecht geweten moeten zitten.

Maar er is meer aan de hand. Wie Cioran wat kent, weet dat met ‘catastrofe’ eerder iets van ‘mystieke’, ‘metafysische’ en ‘ontologische’ aard wordt bedoeld. Pas laat in de reeks interviews is er iemand die aan Cioran vraagt wat voor catastrofe hij eigenlijk voor ogen heeft. Cioran aarzelt en zegt dan: ’On ne peut plus être seul’. ‘Men kan niet meer alleen zijn.’ De interviewer gaat er niet verder op in. Het is me dan ook niet echt duidelijk wat Cioran wil aangeven.

Bedoelt hij dat ‘afzondering’ niet meer mogelijk is? Omdat de ruimte voor die spirituele (?) afzondering nergens nog te vinden is? Of bedoelt hij dat we niet meer over de innerlijke durf en kracht beschikken om die afzondering aan te kunnen?

Wat ik hieruit voor mezelf concludeer is dat voor Cioran – in Westerse zin - ‘het menselijke’ en ‘het menselijke zelf’ is aangetast, geërodeerd.

De ‘catastrofe’ heeft iets maken met het begrip ‘zijn’, met een gebrekkig geworden ‘zijn’: het ontologische failliet waarbinnen we ons bevinden, herleid het menselijk wezen tot een statistisch wezen. De catastrofe is die van het menselijk bestaan zelf. We zijn onwetend geworden over ‘het zijn’.

We worden meer en meer gereduceerd tot enkel ‘omhulsel’: onze kwetsbaarheid wordt weggecijferd. Voor poëzie is die kwetsbaarheid levensnoodzakelijk: het is de bron van haar taal, van onze talen. En zie: de taal wordt continu in haar binnenste geraakt. Het gevaar dreigt dat we niet meer in staat zullen zijn om volmondig te spreken, enkel nog om wat na te bauwen. Voor het gedicht zal dit wel de kern van de catastrofe zijn.


© Alain Delmotte


Uit Warhoofds leerdichten 1, de gloednieuwe bundel van Alain Delmotte, een Gaia-Chapbook-uitgave.

Bestellen:
Warhoofds leerdichten 1 als E-Book(Gratis te downloaden)
Warhoofds leerdichten 1 als paperback




Geen opmerkingen: