vrijdag 15 februari 2019

Poëzie (zakelijk bekeken) - Jan van meenen

Zo’n boekje heb je toch wel erg snel uit, sneerde hij.

Hij hield niet van zuinige zinnen, mijn vader,
zelf kleurde hij het graag prozaïsch bont,

wist helemaal geen raad met woorden die dingen zeggen
zonder ze te noemen.

We liepen samen door de herfst, hij achteloos resoluut,
ik haperend in het wijnrood van de bomen.

En wat verdien je daar nou eigenlijk aan, vroeg hij me
vijftig stappen later fronsend, …
Veel erger kon me dat moment niet overkomen.

Ik zweeg ontzet, hij nam alweer het voortouw met
gestrekte pas, tussen de ruige stoppels
waar het koren was.

Een beeld dat ik sindsdien van hem bewaarde:
hij vlijmend ploeg, ik de gewonde aarde.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


donderdag 14 februari 2019

Strandloper - Jan van meenen

Hij kent haar drift en daagt haar lieflijk uit,
trippelt voorlangs een beetje schamper kijkend.

Zij schuifelt als verlegen naar hem toe,
hij haast zich amper weg, versnelt even zijn tred,
als vreesde hij voor natte voeten.

Wie speelt met wie? Ach, zie hoe hij haar
tippelend maar nauwelijks ontwijkt, zich bijna
laat bereiken.

Hij spreekt haar toe in spijkerschrift,
verleidt: een mooiprater.

Wie speelt? Hij schrijft. Zij veegt het uit
met al haar overvloed aan water.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


woensdag 13 februari 2019

Del - Jan van meenen

‘Schuifelend golven, zachtjes snevend.


Zeereep, del waarin achtergebleven
billenafdrukken van moeders, golven
slijpsel waar de zee in verzandt.

Zegge, akkermelkdistel,
de heupzwaai van helmgras,
niets in het verschiet,

dan tussen duin en water, wij, in het af en toe
van een zuchtje zee, waarop meeuwen gelukzalig
lanterfanten, twijfelen tussen blijven of niet.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.

* “Del” staat hier (uiteraard) voor de betekenis “duinpan”

dinsdag 12 februari 2019

Zwaar weer op komst - Jan van meenen

Nu de lucht het lachen verging.’ 

Genadeloze zon, ovenheet zand.
wij op het punt te verdampen.

De dag leek niet meer te redden:
wolken beslopen het meer, dwongen de laatste
zon in een klein hoekje, gingen loodzwaar op het
landschap liggen.

Staalblauw schoof zienderogen in olifantgrijs.
Struiken deden geschrokken of ze weg wilden,
nu het klank- en lichtspel kletterend begon,
onze slaap zwaar hypothekerend danig
doorging.

De volgende ochtend leek het herfst.
De takken hingen vreugdeloos, neerslachtig,
de blaren lagen voor het rapen, de bomen hadden
het gehad,

de wereld tot haar ware grootte teruggebracht.


© Jan van meenen


Voorpublicatie uit 'De zee is een zij' van Jan van meenen die op zaterdag 23/2/2019 wordt voorgesteld in de Bib van Harelbeke.
Meer info via deze Digtherbladzijde.


De zee is een zij - Jan van meenen

Op zaterdag 23 februari 2019 wordt in de Harelbeekse Bib "De zee is een zij", de nieuwe
en inmiddels vierde dichtbundel van Jan van meenen voorgesteld. Ook in deze bundel steekt weer heel veel licht. Het licht van de zomer. Het licht van het Zuiden. En van het leven! In niet minder dan 70 nieuwe gedichten sluit de Kortrijkse dichter naadloos en gloedvol aan bij het punt waar hij de lezer met zijn derde bundel 'Lichtgezichten' (2014) verlaten had. Van meenen mag met zijn verzameld werk - vier bundels die verschenen tussen 1998 en 2019 - zo langzamerhand de dichter van het Licht genoemd worden die ook in deze troebele tijden bewust blijft kiezen voor de warme kant van de woorden. De lezer ervaart deze poëzie als "zinderend zintuigelijk". In "De zee is een zij" maakt Jan van meenen, die er ook nu weer aan houdt om zijn naam zonder  hoofdletters te schrijven, werk van zijn jarenlange fascinatie voor de zee en de "oneindige vrouwelijkheid" die de zee in hem weet op te roepen.

De bundel is net als de vorige bundels van Jan van meenen een uitgave van Uitgeverij P. Inleider van dienst op 23/2/2019 in Harelbeke is Digther-redacteur Paul Rigolle.
Vanaf vandaag en de volgende dagen publiceert de Schaal van Digther in voorpublicatie vijf gedichten uit de nieuwe bundel:

Zwaar weer op komst (Di 11/2/2019)
Del (Woe 12/2/2019)
Strandloper (Do 13/2/2019)
Poëzie (zakelijk bekeken) (Vr 14/2/2019)
Melancholie (Za 15/2/2019)




zondag 10 februari 2019

Zestien rijmende ongerijmdheden - Hendrik Carette

1.
Ja, ik bewonder beiden: Blaise Pascal en Blaise Cendrars
maar ook de poëet René Char en zelfs Marguerite Yourcenar.

2.
De Roemeen Cioran was groot en Peter Sloterdijk is zijn profeet
doch noch in Leiden, noch in Leuven hoor ik iemand die het weet.

3.
Gerrit Komrij was geen fabeldier; daarom stierf hij alhier
in Amsterdam en niet in Lissabon, in Cadix of in Algiers.

4.
De leraar van de bloedige keizer Nero was de wijze Seneca
die eerder door keizer Claudius werd verbannen naar Corsica.

5.
Toen Tacitus nog leefde beefde elke Romein voor de Germanen
vooral tijdens de opstand van de Friezen en van de Bataven.

6.
De eerste minnares van Borges luisterde naar de naam Ulrica.
Later volgden nog de mooie namen van Beatriz, Lisa en Elvira.

7.
Mijn vader was geen gewone staartloze mensaap
en ik was een wonderkind en een wonderknaap.

8.
De taal van Christine D’haen was altijd rijk en eerder ongewoon.
En ik luisterde al vroeg naar de stem van haar machtige demon.

9.
Paul Claes is een eminente essayist, vertaler en exegeet.
Toch vermoed ik, nee ik weet dat zelfs hij niet alles weet.

10.
Ik houd van Amélie Nothomb met haar hoge zwarte hoed.
Zij weet dit niet, maar zo is en blijft het beter dan goed.

11.
De grote Russische dichter Velimir Chlebnikov lachte in zijn gedicht
‘Bezwering door lachen’ met de lachers die lachten in zijn gezicht.

12.
Mijn vermogen om te bewonderen zonder afgunst
gaat samen met mijn aandacht voor de hoge kunst.

13.
In mijn chaotische bibliotheek heb ik dikke boeken
want ik zoek naar de waarheid in de vier hoeken.

14.
Onder het licht van de leeslamp kan ik verdwijnen,
almaar hoger en lichter zweven en alles ontstijgen.

15.
De dood lijkt op een varaan of een vreselijke draak
die ons wil bijten en doden tijdens onze slaap.

16.
Met een voorkeur voor de bitterheid van het leven
wacht ik niet op uw zegen of op de klok van negen.


© Hendrik Carette


vrijdag 8 februari 2019

Turing en taal

De jaarlijkse Poëzieweek heeft ook dit jaar een aantal lezers en vooral een aantal dichters
érg gelukkig gemaakt. Woensdag laatst 6/2/2019 werden in De Rode Hoed in Amsterdam de laureaten van de Turing-Gedichtenwedstrijd #Editie10 bekend gemaakt. Dit zijn de laureaten:
1. Meity Völke uit Roermond (€10.000)
2. Truus B.A. Roeygens uit Mechelen (€5.000)
3. Willemijn Krandendonk uit Arnhem (€2.000)

De winnende en de overige gedichten uit de Top100 kunnen via deze Turing-link worden nagelezen. Ze werden intussen opgenomen in de bloemlezing "Steeds op reis en altijd thuis", een uitgave van het Poëziecentrum. Aan winnaars en Top100-genomineerden onze gelukwensen!

In de Top100 vinden we naast tweede laureate Truus B.A. Roeygens met Leen Pil en Patrick Cornillie ook twee dichters terug die we hier eerder op de Schaal mochten verwelkomen. Leen Pil is met haar nominatie van dit jaar al aan haar zesde gedicht toe dat in de eeuwige Turing Hall of Fame terecht komt!!! Patrick Cornillie kreeg pas de poëzieprijs van de Stad Ronse.

Aan de 10e editie van de Turing Gedichtenwedstrijd deden in totaal 2.442 dichters mee, van wie 25% afkomstig uit Vlaanderen. Ze zonden zowaar 7.155 gedichten in.

Samen met de uitreiking van de Turing-prijzen werden woensdag ook de zes namen bekend
gemaakt die thuishoren op de shortlist van de eerste editie van de Grote Poëzieprijs, de opvolger van de VSB-poëzieprijs.

Dat daarbij drie debuten steken mag best verrassend genoemd worden. Dit waren én zijn volgens de jury (Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert) de zes beste dichtbundels van het voorbije jaar:



Nachtboot - Maria Barnas (Van Oorschot)
Stalker - Joost Decorte (Poëziecentrum)
Habitus - Radna Fabias (De Arbeiderspers)
Het woedeboek - Roelof ten Napel (Hollands Diep)
Genadeklap - Willem Jan Otten (Van Oorschot)
Onze kinderjaren - Xavier Roelens (Atlas Contact)

Vooral de aanwezigheid van de bundels van Xavier Roelens en Joost Decorte op de shortlist vinden wij hier een bijzonder prettige vaststelling.

Uitreiking op 16 juni 2019 in De Doelen in Rotterdam tijdens het 50° Poetry International Festival.

(P.R.)










maandag 4 februari 2019

Patrick Cornillie stadsdichter van Ronse

Terwijl sommigen onder ons zich opmaken voor de afwikkeling van de tiende editie van
©foto Eric Bourdeaud’huy
de Turinggedichtenwedstrijd waren bij het begin van de Poëzieweek, behalve in Harelbeke, ook in Ronse een aantal dichters aan het feest.
Patrick Cornillie werd de laureaat van de jaarlijkse wedstrijd die het beste Stadsgedicht van Ronse
bekroont. Uit 75 anonieme inzendingen koos de jury zijn gedicht ‘Het daghet’ als stadsgedicht 2019. Enkele verzen uit het gedicht worden vereeuwigd op een tegel langs de poëzieboulevard tussen het station en het Delhayeplein. Andere laureaten in Ronse waren Marthe Haesaerts (cat. 12-14 jaar) met het gedicht ‘Creativiteit’ en Augustin Grené met ‘Papieren lakens’ (cat. 18-35 jaar). Het nieuwe stadsgedicht kan hier worden nagelezen.


zondag 3 februari 2019

Voorgesneden chaos - Poëzieprijs van de Stad Harelbeke Editie 40 van 2019

Gisteren werd in Harelbeke tijdens de 40° editie van de Dag van het Woord de jaarlijkse
poëzieprijs van de Stad uitgereikt. De beraadslaging van de jury bestaande uit Herman Leenders, Sylvie Marie en Philip Hoorne bleek volgens het verslag een nogal vermoeiende en veel-smarties-vereisende aangelegenheid te zijn.

"Er was volgens de jury immers geen enkele dichter die er voor alle drie de juryleden bovenuit stak. De uitslag is bijgevolg meer dan andere jaren een compromis.
”.

Dit zijn niettemin, vermits elke jury ten slotte aan het eind van de lijn op haar hoogsteigen en particuliere manier gelijk heeft, de verdiende winnaars:


Categorie -26 jarigen
Carlo Siau (°1995) uit Gent (Prijs André Velghe)
Sara Eelen (°1994) uit Leuven
3° Michèle Delagrange (°1997) uit Harelbeke
4° Birgit Grandia (°1994) uit Utrecht
Kristien Spooren (°1994) uit Mechelen
Aanmoedigingsprijs (min 16 jr) Fierke Koolen uit Heiloo

Categorie +26 jarigen
1° Koenrad Moerman (°1961) uit Rotselaar
Iris Wynants (°1983) uit Turnhout
Rik Dereeper (°1962) uit Rollegem
Nele Buyst (°1983) uit Gent

Er waren 265 dichters die werk inzonden. 172 van hen waren ouder dan zesentwintig, 93 dichters waren zesentwintig of jonger. 67 inzendingen kwamen uit Nederland.

Zoals elk jaar is er een bloemlezing met een selectie gedichten van de winnaars. Dit keer draagt het boekje de titel “Voorgesneden Chaos”. Bij een eerste lezing lijkt de titel wel erg goed gekozen als noemer voor de wat hybride aandoende gedichten. Maar misschien komen we hier in deze kolommen nog wel ’s op de inhoud van het boekje terug.


(P.R.)


De winnaars van de Poëzieprijs van de Stad Harelbeke 2019
© foto Jan van meenen




















vrijdag 1 februari 2019

Leerdicht over het woord 'Merel' en over de merel zelf - Alain Delmotte

‘Comment apparaît l’oiseau dans la vie d’un homme?’
‘Hoe verschijnt een vogel in het leven van een mens?’

Francis Ponge

1.

Als je hier nu iets zou willen citeren, dan zou het de merel zijn, buiten.

De merel met al zijn gelijk aan wat hij is en aan wat jijzelf nooit zult kunnen zijn.

Citeren kan je een merel niet. Je kunt enkel constateren dat de merel buiten is, dat hij enkel, buiten de woorden om, te horen en te zien is.


2.

Het woord ‘merel’ kende je al eerder dan de merel zelf.

Toen je voor het eerst een merel zag, dacht je: ‘Is dat dan het woord ‘merel’ zoals dat woord in het echt is?

Een woord zoals het er echt uitziet, zoals het echt zingen kan?’


3.

Zo simpel als een merel is, zo simpel is de vaststelling dat je je verbaast dat er zoiets als een merel bestaat.

Daarvoor kan je best wel woorden missen - maar niet verliezen.

4.


Een merel is wat voor jou aan het begin van het voorjaar buiten is, buitenissig is. Zijn zang is wat je mag leren bij het vroeg opstaan.

Onverschrokken zoals hij is, is hij al vroeg uit de veren, al vroeg en vlug in de weer terwijl jij op sommige ochtenden nog woelend probeert in te slapen.


5.

Mussen.

Mussen en mezen.

Een vogel hier, een vogel daar.

Koninklijk in zijn voorkomen, is een merel hier en daar waar zich voor een mens een vogel moet bevinden: daar waar hij moeiteloos bewijst altijd meer dan een woord te zijn.

(Mussen, mezen - merels, mensen: hoe heerlijk doen ze de wereld assoneren.)


6.



Turdus merula. Zo klinkt ‘merel’ in het latijn. Een taal waarvan je verder geen woord of snars begrijpt.

En de merel nog minder - hoezeer hij ook zingt.


7.


Je luistert naar een merel zoals je woorden leest. De mooiste woorden uit je bibliotheek.

Je luistert naar een merel. Zoals je wijn drinkt en dan op een beetje dronkenschap wacht.

(Is het de taal die ervoor zorgt dat er voor de mens wereld is?)


8.


Hoe hij zingt is hij alle woorden voor.

Is die zang voor de bomen een soort beloning?

En als de merelsoort zou verdwijnen, zou je dan met het woord ‘merel’ de merels commemoreren?


9.


Met zijn zang aan taal kan je geen zakendoen.

Met zijn taal aan zang wil hij je niets verkopen.

Met zijn zang en zijn taal wil hij je enkel iets vertellen: dat hij enkel merel is, wat meer dan een woord, dat hij enkel zingt. Dat hij is wat zijn zang is.

Misschien was zijn zang er eerst – nog voor de merel een woord werd.


10.


Voor de brokstukken van je dissonante taal is de merel een dissident. Hij bedreigt je woorden met zijn bestaan.

De poëzie daagt hij uit. Moet je woorden vinden, zo ontzagwekkend doorschijnend, dat die woorden de merel zelf zouden worden?

Nee.

De woorden moeten woorden blijven. Of ze verliezen hun nut en hun mens.


11.


Je leest dat hij het einde van de nacht aankondigt. Hij verwittigt ons dat de ochtend komt!

Van ochtendhumeur heeft zijn zang in ieder geval geen last.

(Heeft de merel weet dat op een keer de nacht nooit meer eindigt, dat ochtend dan nooit meer komt?

Wie verwittigt hem daarvoor?

En als hij als soort zou verdwijnen, blijft het dan nacht?)


12.


Bijna oranje uitslaande snavel, zwart gevederte, gele oogringen, een aantal deuntjes in de bek die nauwelijks in woorden zijn na te bootsen en waarvoor hij geen partituur nodig heeft: meer is niet vereist om een mens tot de wereld te bekeren.


13.


Met volle borst op post als je ’s ochtends hoestend op de eerste bus staat te wachten.

Zijn jazz van vroege vogel waarop je bijna mee wiegt, garandeert je met al de illusies die hij in jou verwekt, een mooie dag.

Vandaag zal het niet regenen en vanmorgen weet de merel dat met grote zekerheid.


14.


Wanneer je hem niet ziet, wanneer hij niet zingt, kan je hem toch met wat woorden laten verschijnen. Je verbeeldt je dan dat je hem hoort.

Is dat het nut van woorden? Is dat je nut als mens?


15.

Luister, hier is hij weer. Tussen de regels - waarvan je in de waan verkeert die zelf te hebben bedacht.


© Alain Delmotte